Meneer Pastoor brengt het volgende onder uw aandacht…….

By | beschouwingen

OP WEG DOOR DE VEERTIGDAGENTIJD 1.

Na een hopelijk bruisend carnaval kokt een tijd van bezinning, de Veertigdagentijd, voorbereiding  op het Paasfeest. De Pastoraatsgroep. ‘denktank’ van de parochies Wahlwiller, Nijswiller en Eys (cluster ‘Morgenster’) heeft het plan opgevat om bij die bezinning behulpzaam te zijn. Parochianen uit de verschillende parochies is gevraagd een korte Bijbeltekst, gebruikt in de betreffende week in de  Veertigdagentijd, uit te kiezen. Zij voorzien deze van enkele hulpvragen ter ondersteuning van de bezinning.  Iedere week op dinsdag en vrijdag zijn de teksten te vinden op de sites van onze parochies. Iedereen die wil kan er gebruik van maken.

De adressen van de verschillend sites zijn als volgt:
www.kerk-wahlwiller.nl
www.parochie-eys.nl
http://members.ziggo.nl/st.dionysius-nijswiller/

De Pastoraatsgroep

Wie maken deel uit van de Pastoraatsgroep? Van Nijswiller Michel Pricken (en in verband met het maken van een beleidsplan Hugo Savelberg); van Wahlwiller Wim Hendriks; van Eys Arthur Prakken, José Nass-Vaessen, José Niessen-Berger en Theo Dahlmans (secretaris). Pastoor A. Reijnen is voorzitter. De leden zijn benoemd door de verschillende kerkbesturen.

 

OP WEG DOOR DE VEERTIGDAGENTIJD 2.

Wat kunnen we doen om ons voor te bereiden op Pasen?
Traditionele vormen waren bidden, deelname aan de kerkelijke vieringen op zondagen en in de zogenoemde Goede Week. Ook het zich onthouden van vlees op de vrijdag was gebruikelijk. Tegenwoordig worden vasten en onthouding eerder beoefend met het oog op de bevordering van de eigen gezondheid. In hoeverre beide ook nu nog gepraktiseerd worden om zich te ‘onthechten aan het eigen ik’  weet ik niet. Bij ‘onthechting’ nam men afstand van zichzelf, van allerlei vorm van gehechtheid bv. van slechte gewoonten, van het steeds op de voorgrond willen staan of in het middelpunt van de belangstelling.  ‘Onthechting’ maakte, zo was de opvatting,  een mens geestelijk sterker, beter bestand tegen tegenvallers, geduldiger. Bovendien schiep men in zichzelf ruimte voor stilte, voor gebed, voor bezinning, voor aandacht voor de medemens en God. ‘Onthechting’ lijkt momenteel echter een moeilijk woord. Sinds de jaren zestig immers hebben we geleerd voor onszelf op te komen,  gevoelig te zijn voor onze rechten en ervoor te zorgen dat we tot ons recht komen, voor onze meningen uit te komen. Het heeft het zelfrespect van menigeen aanzienlijk bevorderd.  Het lijkt echter raadzaam te beseffen, dat we met velen zijn met wie we samen moeten leven. Afstand doen van (iets van) zichzelf was/is ook de gedachte achter het geven van geld voor goede doelen tijdens de Veertigdagentijd. Onze Vastenactie is eruit voortgekomen. Zij richt onze aandacht tijdens de Veertigdagentijd op mensen buiten ons, die wonen in gebieden van armoede. We geven van wat wij bezitten om hen te helpen. Het is nog altijd een goede mogelijkheid van voorbereiding op Pasen. Maar er zijn wellicht ook nog andere, voortkomend uit de creativiteit van de mens van nu.

A. Reijnen, pastoor

Dirigent Jan Kokkelmans neemt afscheid.

By | beschouwingen

Tijdens de eucharistieviering van zondag 5 januari hebben wij afscheid genomen van Jan Kokkelmans als dirigent van onze beide koren: Kerkelijk Zangkoor St. Cecilia en Dameskoor Octavia. 
De H. Mis werd onder leiding van Miel van Loo opgeluisterd door het Kerkelijk Zangkoor St. Cecilia, terwijl Jan en Mia, omringd door hun familie en het Dameskoor Octavia, als dank voor 25 jaar trouwe dienst als hun dirigent mocht plaatsnemen in een voor hem onwennige plek: “de eerste bank” in de H. Agathakerk.

Na de dienst richtte Arthur Prakken als voorzitter van het Kerkelijk Zangkoor St. Cecilia het woord tot de scheidende dirigent.

Beste Mia en Jan, dames en heren,

Op 1 december  jongstleden vierden de koren Octavia en kerkelijk zangkoor Sint Cecilia, namens de welke beide ik hier spreek, hun Ceciliafeest. Er waren verschillende jubilarissen: Maria Dahlmans en Els Janusch bij de dames en bij de heren: Nöl Bindels, Hub Noteborn, Theo Flipse en als turbo-jubilaris Jan Kokkelmans. Bij elkaar ruim tweehonderd jaar zang in Eys!!

Toen ik daags erna ’s ochtends van de pastorie richting kerk liep, kwam ik Jan tegen, gewapend met een stevig gevulde, zwarte schooltas. Hij zei dat het een leuk feest was geweest en dat hij nu de muziekmappen weer ging verzorgen. Ik dacht bij mezelf: hoe typerend! Het eerste woord dat bij mij opkwam was: trouw. Wat er ook gebeurt – zestig jaar koorlid en daarom stevig gehuldigd – altijd weer de trouw, het plichtsbesef richting zijn koren.

In deze ruimte is het zeker geoorloofd om het woord trouw te vertalen naar het Latijn: Het woord ‘fides’  evenwel betekent naast ‘trouw’ ook ‘geloof, vertrouwen’. Dat zijn volgens mij twee zaken die het vijfentwintig jaren durend dirigentschap van Jan kenmerken: de onvoorwaardelijke trouw om elke dinsdag- en donderdagavond naar het patronaat te lopen en daar de repetitie voor de koren te verzorgen. En dan nog om niet te spreken van het elke zondagmorgen dirigeren van de veelal Gregoriaanse hoogmis. U begrijpt dat het bioritme van Jan, die zich vandaag tegen wil en dank laat toezingen door Sint Cecilia onder leiding van Miel van Loo, dan ook stevig verstoord moet zijn. Ik bespeurde zelfs enige nervositeit, toen hij mij na afloop van de Nieuwjaarreceptie op de pastorie vroeg wat nu precies de bedoeling was vandaag… Deze mist nu hoorde bij dit protocol! Zijn vrouw Mia hadden wij natuurlijk al ingelicht, zodat zij , als de spanning te hoog zou worden, enige informatie kon verschaffen…

Naast deze genoemde trouw is er ook, denkend vanuit het Latijnse woord ‘fides’ , het geloof. Dat nu zie ik vertaald in zijn geloof in de kwaliteit van zijn koren. Wanneer wij een uitvoering hebben, of zondagmorgen of een meerstemmige Mis of een kerstconcert, dirigeert Jan waarbij hij het geloof in de koorleden bij wijze van spreken als een vanzelfsprekendheid uitstraalt. Dat dit zijn effect heeft op het gezang van de beide koren hoeft geen betoog.          Wanneer U nu denkt: goh, lijkt me best leuk om lid te worden van Octavia of Cecilia; wees welkom! We hebben nog geen ledenstop!

Dames en heren, Jan heeft besloten om zijn dirigentschap over te dragen. Wij hebben tot onze tevredenheid Bart van Kerkvoort bereid gevonden om  zijn opvolger te worden. Graag wil ik hier, namens alle leden van de koren Octavia en Sint Cecilia, Jan bedanken voor zijn ‘fides’, zijn grootse trouw, toewijding en het vertrouwen jegens de koorleden. Hij heeft een onvergetelijke bijdrage geleverd aan het muzikale element van ons parochieleven. Wij allen zijn hem daar zeer erkentelijk voor. Graag wil ik u vragen om een groots applaus voor Jan als blijk van grote waardering voor zijn gedreven en vakkundig  dirigentschap.

Jan Bedankt.

Kerstsfeer met Andrea Bocelli en …. kerstboodschap van meneer pastoor Reijnen.

By | beschouwingen

KERST- EN NIEUWJAARSBRIEF ‘MORGENSTER’ 2019-2020

Beste mensen, dierbare parochianen van Wahlwiller, Nijswiller en Eys,
Deze tijd van het jaar vallen  kerst- en nieuwjaarswensen in allerlei bewoordingen in onze brievenbussen of verschijnen op onze computers en smartphones.

Onze bisschop verwijst in zijn Adventsbrief en in een toespraak onlangs in Rolduc naar vele  positieve ‘dingen’ die hij heeft gezien tijdens zijn driedaagse bezoeken aan alle dekenaten van ons bisdom. Maar hij erkent ook de moeilijke situatie van geloof en kerk in onze tijd. En Wat het bisdom betreft betreft wezen een aantal weken krantenberichten op een financieel tekort van 1,3 miljoen. Diverse diensten van de kant van het bisdom zijn opgeheven, panden worden verkocht, overige dienstverlening geconcentreerd. Mede oorzaak is, dat ook van de kant van parochies minder geld naar het bisdom wordt overgemaakt, omdat ook daar vaak de financiële situatie minder rooskleurig is. Ik hoop overigens dat de brief van onze kerkbesturen, waarin een beroep op u wordt gedaan in onze parochies mee te helpen de financiën op peil te houden, weerklank mag vinden over de generaties heen. Overigens, als onze bisschop in de gelegenheid was geweest onze drie parochies te bezoeken zou hij ook bij ons het positieve van het werk van veel vrijwilligers hebben gezien. Vrijwilligers  zijn de dragers van onze parochies. Hun inzet verdient bewondering en dank. Bij deze.

In ons samenwerkingsverband ‘Morgenster’ zijn we bezig met het maken van een plan voor de komende 5 jaar. Dat is nog niet zo eenvoudig. We willen inspelen op de situatie waarin geloof en kerk momenteel verkeren, maar die situatie kan over een tijdje ook weer anders zijn naar gelang de levensomstandigheden veranderen. Momenteel is er in veel sectoren van de samenleving onrust en onzekerheid. Ik denk daarbij aan de situatie van onvrede en zorg bij de boeren en de bouwers, de lichamelijke en psychische zorg voor oud en jong, het onderwijs, de mensen beneden de welvaartsgrens, de mobiliteit. Het lijkt er op of we jarenlang onze gang zijn kunnen gaan zonder in de gaten te hebben waar de tekorten  lagen in onze omgang met aarde, en al wat erop is, planten, dier en mens. Nu zien we in: We maken deel uit van de planeet waarop we leven. Er gaat –dat wordt hoe langer hoe meer duidelijk- in ons meer om dan zorg voor onze materiële vooruitgang Er leven in ons vragen rond geboorte en dood, ervaringen van gebrek en onmacht. Zoeken naar zin, twijfel en onzekerheid, verlangen en hoop maken deel uit van ons menselijk bestaan. We kunnen dergelijke vragen op een laag pitje zetten, oplossingen zoeken waar ze niet echt te vinden zijn, maar op een gegeven moment komen ze met kracht aan de orde. Hoe kunnen we er dan mee omgaan. Hebben we dan ergens een houvast? De periode van politieke en kerkelijke ‘zuilen’ en hun -bij alle verschil- vaak gelijk waardenpatroon is voorbij. Nu lijken gemeenschappelijk gedeelde waarden in ver weg. Toch geeft aan velen het in de kerk beleefde geloof een houvast, een positieve richting van denken en handelen. Christenen hebben nog altijd weet van het belang van aandacht, interesse in elkaar, delen van het leven met elkaar, naastenliefde, vergeving, verantwoordelijkheid en trouw. Het zijn waarden verankerd in het –tegenwoordig zo vaak onbekende- Evangelie of Goede Tijding van Jezus Christus. Gemak en genieten van het leven zijn niet onbelangrijk, maar geen laatste waarden. Ons  beleidsplan zal proberen te voorzien dat die Goede Tijding blijft verteld worden, gericht op allen, ook al bereikt ze velen niet meer. In de leegte, die de andere kant is van het materialisme, kan het verlangen ontstaan naar bezinning, diepte, zingeving. Geloof en kerk hebben eeuwen overleefd, zijn m.a.w. duurzaam en daarin ‘van onze tijd’. Voor christenen is de geboorte van Jezus, Mensenzoon en Godszoon, een hoogtepunt. Namens pastor Franssen en kerkbesturen een gezegend Kerstfeest en Nieuwjaar.
A. Reijnen, pastoor

Meneer pastoor schrijft ……..

By | beschouwingen

WINTERFEEST EN KERSTMIS

Hoe langer hoe meer wordt de decembermaand gevuld met een groot aanbod van evenementen, markten en reizen, die losstaan van het christelijk kerstgebeuren. Ik kom mensen tegen die bezorgd zijn, dat Kerstmis uit het publieke leven aan het verdwijnen is. Kerstmis wordt voor de meerderheid van niet-christenen tot ‘winterfeest’.  Daarmee komt de tijd terug van vóór de intrede van het christendom. Toen was er al een Romeinse viering s van de omslag van donker naar licht op het einde van december. Het was het feest van  de ‘winterzonnewende’  of het feest van ‘de onoverwinbare zon’. Dat is al gauw merkbaar.   Immers ‘tussje Krismes en Drei Kunninge lengen de daag al inge haanesjrei ’. Het duurt nog even maar de lente komt er aan. Toen het aantal christenen gestaag toenam en een meerderheid ging vormen kwam het accent minder op de zonnewende te liggen dan op de geboorte van Jezus als HET LICHT van onze wereld. In het midden van 4e eeuw werd in Rome  kerstmis gevierd. Dat breidde zich hoe langer hoe meer uit. Christenen vieren nu over heel de wereld de geboorte van Jezus; wij met Kerstmis, de orthodoxe christenen op 6 januari, Openbaring des Heren of Driekoningen. Dat zal voor christenen ook zo blijven ook als hoe langer hoe meer met allerlei evenementen de overgang wordt gevierd naar het langer worden van de dagen. Het gaat er wel om in onszelf enige ruimte te bewaren voor wat we als gelovige christenen vieren. De versierde en altijd groene kerstboom, teken van leven, en de kerstkribbe thuis, in de kerk en buiten,  zullen tekenen blijven van wat wij vieren. Hoogtepunt voor christenen is ons samenkomen tijdens Nachtmis en Hoogmis voor de viering van de geboorte van Jezus, Licht in onze wereld, gekomen omwille van ons heil.  A. Reijnen, pastoor

 

MENSEN HELPEN MENSEN

Het overlijden van een dierbare bezorgt degenen die het treft veel pijn en verdriet. Iemand die er (vaak) lange tijd was en deel uitmaakte van het leven is er voorgoed niet meer. Het Zorgoverleg van onze cluster Morgenster heeft daar aandacht voor en organiseert twee maal per jaar, in november en mei, een middag waarop degenen die dat aangaat met elkaar hun ervaringen kunnen delen in de pastorie. De deelnemers luisteren die middag in november aandachtig naar elkaar. Ze zijn lotgenoten. Dat is voelbaar. In spreken en luisteren, elkaar bevragend,  helpen ze elkaar. Maar het doet ook goed te vernemen, dat mensen buiten deze kring van rouwenden, belangstellen in degenen die verdriet hebben en zich vrienden tonen van degenen die verdriet hebben. Dat gebeurt zomaar door elkaar op te zoeken, uit te nodigen; door aandacht en hartelijkheid. Ze zijn een levend  pleidooi voor onderlinge betrokkenheid en lotsverbondenheid.  A. Reijnen, pastoor

 

OUDEREN over  OUDERS

In klein verband wordt gepraat mét ouders (oudergesprekken in de pastorie) maar menigmaal wordt ook óver ouders gesproken. Dan valt een genuanceerd mededogen te beluisteren . ‘Ouders van tegenwoordig hebben geen simpel leven’, vinden ouderen;  ‘veel gecompliceerder dan wij vroeger’. ‘Vroeger’ is dan het punt van vergelijking. ‘Vroeger was echtgenote/moeder (altijd) thuis. ‘Ze was een vast ankerpunt voor man en kinderen, als deze van werk of school thuis kwamen. Ze luisterde naar de  verhalen van school en zorgde voor het eten’. Gezinnen waren met vier en meer kinderen vergeleken met nu groot. ‘Nu werken, vaak uit noodzaak, beide ouders. Ze nemen beide deel aan het economisch en politiek leven’. Grote gezinnen zijn een uitzondering.   Vrouwen worden ook financieel  zelfstandiger. Het aantal eenoudergezinnen neemt toe.  De begeleiding van de kinderen moet –waar beide ouders werken-  voor een deel aan grootouders of speelzalen worden toevertrouwd. Er is sprake van ‘genuanceerd mededogen’. Niet alles vindt men beter. Regelmatig wordt gewezen op de toegenomen welvaart en daarbij het toegenomen aantal mogelijkheden op het gebied van werk, aanschaf van goederen, besteding van vrije tijd, mobiliteit, informatie en wat men noemt ‘kunnen genieten van het leven’. Maar ook worden geluiden gehoord van  valkuilen die daarmee verbonden zijn. Voor de kinderen die een basis nodig hebben voor de juiste emotionele inbedding in het leven. Voor de ouders: het alsmaar moeten leven op de toppen van het kunnen op de verschillende niveaus waarop men actief is of wil zijn. De Vlaamse psychiater Dirk de Wachter trekt momenteel volle zalen met zijn voordracht over ‘de kunst van het ongelukkig zijn’. Men kan niet altijd op de toppen  van zijn kunnen leven. Er zijn momenten van ongeluk, pech,  verdriet, teleurstelling ook in de verwachtingen die men van elkaar heeft. De Wachter raadt aan om daarmee te leren omgaan wil men aan ’het leven in zijn gehele omvang’ toekomen. Niet alles is immers ‘top’ Ouders van nu, een roeping van blijvende betekenis, maar ook geen simpele opgave bij het maken van keuzes in de veelheid van mogelijkheden.  A. Reijnen, pastoor