Dhr. Jo Niessen, echtgenoot van Mw. José Berger.

By Overlijdensberichten

Zondag 5 juli is in de leeftijd van 70 jaar overleden:
Dhr.  Jo ( C.J. )  Niessen
Echtgenoot van mevr. José Berger

De plechtige uitvaartdienst zal worden gehouden op
zaterdag 11 juli om 12.00 uur in de parochiekerk van
de H. Agatha te Eys.

Wegens de maatregelen t.g.v. het coronavirus zal de uitvaart,
gevolgd door crematie in besloten kring met maximaal 100 personen plaatsvinden.

zondag 5 juli 2020: 14e zondag door het jaar.

By Preken

Lezingen: Zachari 9, 9-10; Romeinen 8, 9.11-13; Matteüs 11, 25-30

Macht, beste mensen, is een eigenaardig ding. Ze heeft een grote aantrekkingskracht op mensen, omdat ze belangrijk maakt. En vaak wordt het streven naar macht gemotiveerd doordat men meent te weten wat het beste is voor mensen en dat wil realiseren.  Het streven naar  macht is al aanwezig sinds het beheer van de aarde en al wat daarop is aan ons, mensen, is toevertrouwd. Dat kan ons uitdagen tot een zorgvuldig bestuur, zorgvuldig gebruik van wat de aarde aan mogelijkheden biedt. Het vraagt wel, dat we erkennen, dat we de aarde in beheer hebben ontvangen. Als gelovige mensen zeggen wij: de aarde met al wat daar op is aan mogelijkheden, planten, dieren en mensen, en heel de kosmos zijn  Gods Schepping . Ons is de taak toevertrouwd van een zorgvuldig en respectvol beheer. Een aantal zaken is bij ons goed geregeld. Wij kennen een onderscheid tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht met in beginsel gelijke kansen voor alle mensen. De ordening van onze maatschappij is gebaseerd op het beginsel van ieders vrijheid, die inhoudt dat we ook ruimte voor vrijheid laten aan onze medemensen. Er zijn een heel aantal zaken goed geregeld.

Maar we weten ook, dat het streven naar macht of het hebben ervan ons, mensen, zo kan beheersen, dat alles en iedereen daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. Mensen die uit zijn op macht omwille van de macht stellen zich in hun eigen waan  boven alles en iedereen. Hun gelijk beschouwen ze als absoluut. Ze nemen hun aanhangers, die er ontvankelijk voor zijn, mee in hun waan, hun eigen dunk. Dagelijks worden we geconfronteerd met conflicten om de macht politiek, militair en economisch. Zelfs godsdiensten kunnen, intern of in hun onderlinge verhoudingen, het toneel zijn van machtsstrijd. Maar niet alleen op het hogere niveau, ook aan de basis waarop ons leven zich afspeelt kan het baas willen spelen aan de orde zijn. Dat kan leiden tot ongezonde rivaliteit,  onvrede, gebroken relaties, geweld.  Het protest van de laatste tijd tegen misbruik, tegen discriminatie van gekleurde mensen, gehandicapten, anders geaarde heeft daarmee te maken.

Welnu, de Schriftlezingen van vandaag laten zien, dat de macht binnen de Joods-Christelijke godsdienst gelegen is in de dienstbaarheid. In de eerste lezing met het verhaal van de profeet Zacharia (de naam betekent: Jahweh-God gedenkt) rijdt de koning notabene op een ezel. Terwijl hij eigenlijk op een paard zou moeten zitten. Hij is een koning zonder wapens, hij is een brenger van vrede, bestemd voor alle volken; een toestand zonder oorlog, waarin wij al 75 jaar mogen leven maar waar vele mensen elders op de wereld zo naar snakken. Maar echte vrede houdt meer in dan de afwezigheid van oorlog. In het Evangelie van vandaag hebben we geluisterd naar een gebed van Jezus waarin hij de voorwaarde noemt om de echte vrede te vinden. Het gaat om de eenvoud, die inhoudt dat we erkennen wie we zijn als mens, schepselen;  en God erkennen, zoals Jezus ons die openbaart. Jezus is de koning op de ezel.  Bij Jezus is God  ons aller Vader en Hij is weliswaar een van ons maar ook Gods Zoon. Bij de dienstbare Jezus vinden we rust en verlichting als het leven ons niet meevalt. In het openstaan voor zijn Goede Tijding en de aanvaarding ervan, valt het zoeken naar overheersende macht weg en wordt tot dienstbaarheid., die vrede met zich brengt. Ziende wat zich allemaal afspeelt zal het nog wel even duren, voordat alle mensen in de toewending naar het Evangelie vrede vinden. Moge Jezus Goede Tijding  als heilzaam voor onze wereld door ons gehoord en in praktijk worden gebracht amen. AR

Voorlopige richtlijnen mbt het kerkbezoek in onze St. Agathakerk.

By Nieuws

KERKBEZOEK PAROCHIE H. AGATHA IN CORONATIJD VANAF 1 JULI A.S.  

Het maximum aantal personen per viering is 100. Rekening houdend met 1,5 meter afstand zijn de
toegestane zitplaatsen gemarkeerd. Alleen gezinnen mogen daarbij naast elkaar zitten in dezelfde bank.
– In verband met het controleren van het aantal kerkgangers is alleen de hoofdingang open.
Aanmelding vooraf is niet nodig.
– Bij het betreden en verlaten van de kerk dient u 1,5 meter afstand te houden.
De collecte wordt gehouden bij het verlaten van de kerk.

Voor ons kerkbestuur is dit alles ook nieuw en kan e.e.a. zo nodig aangepast worden.

Zondag 28 juni 2020: Feest van Petrus en Paulus.

By Preken

Met de gedachtenis van de H. Petrus en Paulus vieren wij vandaag twee iconen die samen aan de basis hebben gestaan van de kerk van Jezus Christus. Twee mensen die sterk van elkaar verschilden en die ook heel wat met elkaar te stellen hebben gehad. De eigenlijke naam van Petrus is Simon, zoon van Jona. Maar vanaf hun eerste ontmoeting noemt Jezus hem Petrus, de Latijnse naam voor rots. We weten dat deze ‘rots’, waarop Jezus zijn kerk wilde bouwen,  een enthousiaste man is geweest die zich sterk liet leiden door zijn emoties en die vooral geloofde met zijn hart. Hij is visser en van eenvoudige komaf. Bij zijn kennismaking met Jezus is hij niet verder geweest dan het meer van Galilea.    Als Jezus wordt gevangen genomen en Petrus wordt herkend als een van zijn volgelingen, zegt hij tot driemaal toe dat hij Jezus niet kent.  Als Jezus zijn leerlingen vraagt wie zij denken dat Hij is, zegt hij zelfverzekerd dat Jezus de Messias is, de zoon van God. Maar hij gaat dwars liggen, als Jezus vertelt dat Hij veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht. Daar wil Petrus niet van horen. Jezus noemt hem dan een struikelblok. Bij een ontmoeting met Jezus op het meer, stapt hij vol bravoure uit de boot, denkt over het water te kunnen lopen, als zijn Meester, maar bij gebrek aan geloof zinkt hij als een baksteen. In de Olijfhof wordt hem gevraagd te waken, maar hij valt in slaap.     In zijn angst en kwaadheid slaat hij een soldaat een oor af.  Als je dat zo hoort moet je concluderen: geen rots, geen kei , maar veeleer een ‘mensenmens’.

Ook de levensloop van Paulus (Saulus) vertoont heel wat bedenkelijke momenten. Jezus zelf heeft hij nooit ontmoet. In zijn jonge jaren heeft hij als Schriftgeleerde fanatiek gejaagd achter de eerste christenen en hen laten oppakken en veroordelen. In zijn ogen waren het ketters. Door een plotselinge gebeuren op weg naar Damascus, waarbij hij de stem van Jezus hoort, bekeert hij zich en wordt een vurige aanhanger van de verrezen Christus. Dus van christenvervolger wordt hij plotseling missionaris. Paulus heeft heel wat reizen gemaakt om van zijn geloof in Jezus te getuigen. Op sommige plaatsen is hij lange tijd gebleven. Op zijn tochten heeft hij niet alleen geloof, maar ook veel tegenstand ontmoet. Hij is zelfs gestenigd, gevangen gezet en heeft schipbreuk geleden.  Wij hebben van hem een aantal brieven, geschreven aan de eerste groepen christenen die er waren ontstaan op plaatsen rond de Middellandse Zee. In zijn brieven is Paulus vurig en stellig, hetgeen hem niet door ieder in dank wordt afgenomen. Met deze twee grondleggers aan de basis is de kerk in de loop van de eeuwen uitgegroeid tot een instituut dat – zoals een wijze monnik eens zei  –  ‘ vaak een zegen is geweest, maar soms ook een bron van ergernis’.  M.a.w. de ideale kerk bestaat niet. Enerzijds kom je in de kerk mensen tegen die de wijsheid in pacht menen te hebben. Anderzijds bestaat de meerderheid van haar gelovigen uit mensen die in alle bescheidenheid werkt aan goede verhoudingen, het geloof in praktijk brengt, in stilte bidt en vertrouwt op Gods leiding. Misschien zijn juist haar kwetsbaarheid en menselijke feilbaarheid redenen waarom de kerk van Jezus de stormen van de eeuwen heeft  overleefd.

Vat. II legt er sterk de  nadruk op, dat wij sámen kerk zijn en niet alleen de clerus. Op grond van ons Doopsel en Vormsel hebben wij  de opdracht samen te bouwen aan een levende geloofsgemeenschap, waarin wij ons geloof delen en vieren, en met elkaar meeleven in lief en leed. Dat blijkt een moeilijke opgave. Veel christenen zien de kerk nog steeds als een soort ‘tankstation’, waar je haalt wat je nodig hebt, je bijdrage betaalt en verder ieder zijns weegs gaat. Nu wij vandaag die twee steunpilaren gedenken, die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan en de uitgroei van de kerk, rijst de vraag:  welke mensen weten ons tegenwoordig te boeien als het gaat om het verwoorden en getuigen van ons christelijk geloof? Wie zijn er in onze dagen als Petrus en Paulus? Wie zijn het die evenals paus Franciscus ons bijzonder aanspreken en in wie wij een voorbeeld zien? Wat doet het met ons als we horen dat vrienden of collega’s vrijuit durven vertellen wat hun geloof voor hen betekent en met hen doet?  Zou het niet een weldaad en een rijkdom zijn, als wij als gelovigen de moed opbrengen en de tijd nemen om met elkaar in gesprek te gaan over wat we geloven en wat dat geloof in Jezus met ons doet en voor ons betekent?  Want over de hoofden van de apostelen heen stelt Jezus ook  ons de vraag: ‘Wie ben Ik volgens jullie en wat beteken Ik voor jullie? Wat beteken ik voor jou in je dagelijks leven: in de omgang met je naasten, in het werk dat je doet en in de keuzes die je maakt? Ben ik voor jou een ‘sta-in-de weg’, een struikelblok of een figuur die er niet toe doet? Of ben Ik veeleer een Gids, een steun en rustpunt, een bron van hoop en troost op je levensweg? Veel gelovige mensen beschouwen hun geloof als een privéaangelegenheid, maar welke rijkdom houden we dan niet voor elkaar verborgen?  Ik ben er van overtuigd dat wij – meer dan wij vermoeden – betekenen voor elkaar, als  we durven praten over ons christelijk geloof: wat ons inspireert en kracht geeft én over de vragen  die het oproept en wat ons zwaar valt.  Het is vaak verrassend wat jonge mensen die hun kindje laten dopen vertellen over hun geloof en hun motieven of stellen die voor de kerk willen trouwen. Boeiend zijn ook de gesprekken met ouders van a.s. Communicantjes en Vormelingen. Hebben wij het in onze dagen niet nodig om met elkaar te delen wat ons al christenen en zoekende mensen beweegt? Dalende interesse voor kerkbezoek en zaken die ons christelijk geloof betreffen dwingt kerken na te denken over de toekomst. Velen zijn daar volop mee bezig.
Zo heeft een Canadese priester James Mallon met vallen en opstaan een aanpak ontwikkeld die kan dienen als een soort blauwdruk voor parochies die verlangen naar meer vitaliteit en bloei. Hij slaagt erin d.m.v. herkenbare, humoristische en eerlijke verhalen zijn lezers aan het denken te zetten over de eigen geloofsgemeenschap. Kringen van pastores lezen dit boek en bespreken de mogelijkheden die het biedt. De titel luidt: ‘ Als God renoveert’.  Moge de moed en de toewijding van Petrus en Paulus, de begeestering van inspirerende  mensen in onze dagen, alsook het voorbeeld van onze eigen ouders een stimulans zijn voor ons geloof.
Bidden wij Petrus en Paulus om hun voorspraak. AMEN.

BRIEF AAN DE PAROCHIANEN JULI 2020

By beschouwingen

Dierbare parochianen.

Terwijl ik begin te schrijven. Woensdagmiddag 24 juni, ben ik in afwachting van de persconferentie van premier Rutte en minister de Jonge van vanavond. De voornaamste versoepelingen zijn,  al of niet met opzet,  gelekt om ons er alvast aan te wennen. De anderhalve meter afstand voor mensen die niet  vanwege gezinsverband bij elkaar horen blijkt te worden gehandhaafd. Voor de rest zijn er talrijke versoepelingen.

De uitbraak van het coronavirus heeft wel wat teweeg gebracht, wereldwijd. De angst dat onze gezondheid zou worden aangetast heeft ons maatregelen doen accepteren, waar we in het ‘gewone normaal’ niet over gepeinsd zouden hebben. Maatregelen, die bij het gunstiger worden van de cijfers van opname op de IC en sterfgevallen ook hoe langer hoe minder gemakkelijk geaccepteerd worden. Om van de angst voor de krimp in de economie nog maar te zwijgen als motor om maar weer ‘normaal’ te gaan doen. Ook in onze dorpen hebben we de gevolgen van de maatregelen van de overheid ondervonden. Denk aan de verenigingen en de pogingen van de besturen om zo goed mogelijk oplossingen te bedenken. Ook daar was er sprake van een krimp aan mogelijkheden om het verenigingsleven zoals gebruikelijk  in stand te houden. In de parochies vonden geen weekeindevieringen plaats en werden groepsbijeenkomsten afgelast.

Kerkbesturen vragen zich af hoe de geloofsgemeenschappen uit de stilteperiode in het parochieleven tevoorschijn gaan komen? Het kan zijn dat trouwe kerkgangers ernaar verlangen weer samen te kunnen komen om te bidden, te zingen, na te denken over Gods woord in menselijke verhalen en uitdrukkingen.  Het kan ook zijn, dat parochianen het moeilijk vinden het ritme weer op te pakken. ‘So wie So’ hing het kerkbezoek vóór de coronatijd al samen met de ‘sociale’ betrokkenheid met de mensen, die een  misintentie hadden aangereikt. Nu hoor ik mensen zeggen, dat de ‘gedwongen rust’ door de beperkingen tijdens coronatijd hen goed gedan heeft. De ruimte die er kwam door de geringere mobiliteit,  het thuis kunnen werken, het gering aantal vergaderingen, werd gevuld met aandacht voor elkaar, meer met elkaar in gesprek gaan, meer aandacht voor de ander en wat hem/haar ter harte ging. ‘We zijn er beter door in ons eigen vel komen zitten’ zei iemand.  Het zou kunnen zijn, dat het verlangen de rust vast te houden parochianen (opnieuw) naar onze vieringen in de kerk doet  gaan. Immers daar komen we bijeen voor wat rust en om ons te bezinnen op belangrijke waarden voor het leven waar wij als christenen   voor staan omwille van een ‘menswaardige’ wereld  De ons uit noodzaak opgedrongen maatregelen van de overheid hebben menigeen tot bezinning gebracht rond de vraag: ‘werd/word ik geleefd door het economisch en maatschappelijk systeem van onze tijd of had/heb ik zelf nog enigermate de regie over mijn leven in handen’?  Nogmaals, hoe zullen de parochies uit de coronacrisis tevoorschijn komen? Wellicht is de onderlinge betrokkenheid van mensen en de zorg voor elkaar toegenomen en worden deze positieve eigenschappen ondersteund door onze kerkelijke vieringen waar iedereen welkom is. Daar ken men ervaren kan dat men er is voor elkaar in aandacht, in dienstbaarheid, in  vergevingsgezindheid, in mildheid en met zorg. Het gaat om de opdracht tot dienstbare liefde, grondslag van een rechtvaardige en vredige wereld.

De anderhalve meter norm staat voorlopig nog symbool voor de zorg voor elkaars gezondheid en een zekere terughoudendheid die deze zorg met zich meebrengt. Houden we vol, blijven we gezond met en voor elkaar. Mede namens collega-pastor Franssen groet u hartelijk en wenst u  Gods zegen toe, A. Reijnen, pastoor

Zondag 21-6-2020: 12e zondag door het jaar 2020.

By Preken

Lezingen:  Jeremia 20, 10-13; Brief a.d. Romeinen 5, 12-15; Matteüs 10, 26-33.

Niet alle nieuws is goed nieuws. Dat hebben we de laatste maanden wel gemerkt, toen de wereld, voor de meesten van ons onverwacht, getroffen werd door de pandemie van het coronavirus.  We zijn zo verwend in ons welvarende land. En dan opeens beperkingen op velerlei gebied: er is een noodzaak om op een onnatuurlijke wijze met elkaar omwille van elkaars gezondheid;  we hebben te maken met een beperkte bewegingsvrijheid; er waren/zijn overbelaste zorgverleners; er was gebrek aan beschermende middelen. En de gevolgen: gedwongen thuisblijven;  trieste verhalen van vereenzamende ouderen die geen bezoek mochten ontvangen, krimp van de economie,; bedrijven die gevaar lopen om te vallen;  miljarden steun noodzakelijk voor vele bedrijven van verschillend aard. Allemaal minder goed nieuws. En, dat horen we niet graag. Het maakt onzeker en angstig. Hoe langer hoe vaker klinkt de vraag: hebben we uithoudingsvermogen genoeg om ons aan de maatregelen van de overheid te houden?  Blijft de gezondheid waarde nummer één? Zijn de gevolgen maatschappelijk en economisch langzamerhand niet te groot. Specialisten spreken hier en daar elkaar tegen, wat de gelijkgezindheid onder ons mensen geen goed doet. Mensen, die waarschuwen voor een te gemakkelijke versoepeling worden ‘onheilsprofeten’ genoemd zoals indertijd Jeremia (1e lezing); ‘overal paniek’, wordt hij genoemd. Men wil niet horen wat hij in godsnaam voor het welzijn van het volk te vertellen heeft. Ook dan wil men doen waar men zin in heeft.        Er zijn ook andere geluiden. De lucht blijkt schoner nu er minder gereden wordt. Files zij  er bijna niet. Een aantal mensen ziet goede kanten aan de beperkingen die ons omwille van onze gezondheid worden opgelegd. Geconstateerd wordt dat in deze coronatijd er veel aandacht voor elkaar; dat men elkaar ontziet, dat er mee zorg en meeleven is; dat de hulpvaardigheid-naar- vermogen toegenomen is,; dat men geleerd heeft met geduld de situatie te nemen zoals ze is; dat men de eigen eisen en verlangens terugschroeft. Ook al is dit alles misschien eerder afgedwongen dan een eigen keuze. De uitwerking is gunstig. Mensen merken dat er in hun leven ‘een stuk rust’ gekomen is; ze konden thuis werken en waren verlost van de stress van het spitsuur verkeer. Er waren veel minder vergaderingen, groepsbijeenkomsten en cursussen. Minder stress, minder gejakker van hier naar daar. Daardoor kwam er meer mogelijkheid in gezinnen om er te zijn voor elkaar. Men zou die positieve ervaringen ook willen bewaren. Maar men maar vraagt zich af: Kunnen we dat zo houden of wordt krijgt het oude normaal het binnen afzienbare tijd weer voor het zeggen? En worden we dan opnieuw meer geleefd dan dat we thuis zijn bij onszelf en thuis in onze leefomgeving? Maar,  we zijn nog niet klaar.
De laatste weken wordt massaal gedemonstreerd tegen discriminatie op basis van ras, gender, religie. De vraag die daarbij naar boven komt is of we niet af en toe een correctie nodig hebben; of het niet goed  is af en toe teruggefloten te worden uit ons ‘normaal’ van alledag, dat ons zo in beslag neemt, dat we aan onze geestelijke gezondheid, onze ziel (Evangelie) niet meer toekomen? Wijzen we niet te snel de profeten af die ons waarschuwen? Het Evangelie waarschuwt ons voor hen die én het lichaam én de ziel kunnen doden. Het zou wel eens kunnen  zijn dat de coronacrisis en de bewustwording van discriminatie ons duidelijk maakt waar het ons geestelijk aan schort en welke waarden we missen, Als christenen geloven we dat alle mensen, hoe geaard en gekleurd ook, kinderen zijn van God. We weten ook dat we ertoe geroepen zijn  omzien te zien naar elkaar en zorg voor elkaar te dragen. Geloof en vertrouwen, hoop en liefde, die uit zichzelf  treedt, zijn  de grondwaarden van ons leven. Die werken positief in iedere samenleving. Zij zijn ook erkend, zegt Jezus in het Evangelie, bij onze hemelse Vader.  Daar staat Hij borg voor.  Amen
AR.

Enne?! Hoe nu verder met de samenwerking tussen parochies?

By beschouwingen

Als Limburgers elkaar ontmoeten, dan zeggen ze ‘Enne?!’ En daar zit alles in. ‘Enne, hoe is het?’ Soms luidt het antwoord: ‘Auch enne..’. Dan weet je dat het goed zit. Maar: ‘Enne?!’ kan ook een uitnodiging zijn elkaar eens diep in de ogen te kijken en te bevragen hoe het er werkelijk mee staat.

Al vóór het jaar 2000 heeft het Bisdom Roermond verschillende opeenvolgende nota’s aangereikt, waarin de vermoedelijke contouren van de Limburgse kerk in de nabije toekomst geschilderd werden. Die nota’s culmineerden in de Blauwdruk 2020, waarin op verschillende punten heldere beleidslijnen werden uitgezet. Het is nu 2020. ‘Enne?!’ Met ‘Auch enne…’ komen we nu natuurlijk niet verder. Maar wel met elkaar diep in de ogen te kijken en met elkaar te bezien wat er feitelijk al dan niet van terecht gekomen is… en wat we van elkaar mogen verwachten.

Wat stond er in?
De opeenvolgende nota’s waren zeer omvangrijk en ze zijn in alle mogelijke gremia uitputtend besproken, zowel op bisdomniveau als in de dekenaten en parochies. In alle nota’s en in de Blauwdruk was het gekoppelde begrippenpaar steeds leidend: herstructurering en revitalisering. Herstructurering had geen andere intentie dan ten dienste te staan van revitalisering. Om een en ander mogelijk te maken, werd ingezet op clustering en federatievorming. In de Blauwdruk zijn daartoe duidelijke lijnen getrokken wie met wie bedoeld was te clusteren of een federatie te vormen. Daar zijn ook heldere termijnen aan gesteld: uiterlijk 2015 zouden de clusters geformeerd zijn, waarna er nog tot 2020 de tijd gegeven werd om tot een federatie te komen. Het benoemingenbeleid van zowel pastorale krachten alsook van kerkmeesters zou daarop gevoerd worden.

Waar staan we nu?
Het bisdom heeft veel aan de parochies zelf overgelaten, doorgaans aangestuurd door de dekenaten. Op sommige plaatsen is inderdaad de beoogde federatie tot stand gebracht en werken pastorale teams voor een groter gebied. Op veel plaatsen is de clustering gerealiseerd, maar heeft men geen vervolgstappen meer gezet. Op een enkele plaats is ondanks herhaald aandringen niets gebeurd in deze richting. Meermaals is aangegeven dat men in deze sturing vanuit het bisdom gemist heeft of als te zwak heeft ervaren. En in veel van de pastorale beleidsplannen die de laatste jaren door parochies zijn geschreven, op verzoek van het bisdom, is te lezen dat men graag beter aangestuurd dan wel bijgestuurd wilde worden.

Met ‘Auch enne…’ komen we niet verder. Wel met elkaar diep in de ogen kijken en bezien wat er feitelijk van de samenwerking terecht gekomen is…

Nu het tijdsbestek van de Blauwdruk 2020 ten einde loopt, is het tijd de balans op te maken. Parochies hebben twintig jaar de kans gekregen zelf te zoeken naar werkbare situaties voor de toekomst, waarbij de Blauwdruk leidend zou moeten zijn. Veel is gelukt. Het is niet zonder meer te verwachten dat parochies die op dit moment er niet in geslaagd zijn de gevraagde ontwikkelingen mee te maken en zelf stappen te zetten, daar in de nabije toekomst wel toe in staat zullen zijn.

De laatste tien jaren is veel veranderd. Het cijfermateriaal en de statistieken laten zien dat ingrijpen geboden is. Kerkbetrokkenheid, uitgedrukt in kerkbezoek en sacramentenbedieningen neemt zienderogen af en ook financieel zijn er serieuze zorgen. De insteek van het bisdom was dat herstructurering nodig was om tot revitalisering te komen. Er zijn geen redenen nu deze beleidslijn van inmiddels lang geleden te herzien. Integendeel.

En noe dan?!
Het verdere traject van herstructurering en revitalisering wordt door twee commissies ter hand genomen.
Hulpbisschop Mgr. Everard de Jong geeft leiding aan een voortzetting van het Team Parochievernieuwing, dat eerder namens het bisdom aan de parochies gevraagd heeft naar pastorale meerjarenbeleidsplannen; een veertigtal clusters of federaties heeft daaraan gehoor gegeven. Nu is het tijd samen met deze en andere parochies daar verder invulling aan te geven.

Vicaris-generaal Mgr. René Maessen geeft leiding aan de commissie Herstructurering.
Wat de herstructurering betreft, kan het volgende gezegd worden. Dit jaar loopt de Blauwdruk 2020 ten einde. Daarmee komt een einde aan een lange en intensieve periode van voorbereiden op en toeleven naar. In 2021 moet een en ander gerealiseerd zijn. De in de Blauwdruk aangeven federaties blijven normerend; waar modificatie nodig is (gebleken), wordt dat in overleg met de dekens aangepast. Daartoe worden deze op korte termijn uitgenodigd bij de commissie. Van deze gesprekken wordt een verslag gestuurd naar de betreffende kerkbesturen. In de loop van 2021 zijn alle clusters overgestapt naar een federatie: één pastoraal team, één kerkbestuur, één jaarrekening (eventueel met vooralsnog gescheiden afdelingen). Pastoors en benoemde kerkmeester worden geacht daar onverkort aan te voldoen. Met pastoors die er op dit moment vooralsnog met hun kerkbesturen niet in geslaagd zijn het beoogde cluster te formeren en door te voeren, worden na de zomer gesprekken gevoerd om door te nemen hoe een en ander alsnog gerealiseerd dient te worden. Met onmiddellijke ingang worden geen kerkmeesters meer benoemd anders dan voor de beoogde federatie.

Stap verder
Een verdere stap die voor menig federatie aantrekkelijk kan zijn, is fusie. Daarbij dient gezegd te worden dat het bisdom er niet op uit is alle federaties tot fusie te dwingen. In overleg met clusters die daar aan toe zijn, kan op korte termijn een en ander gerealiseerd worden. Veelal gaat het daarbij om parochies die enkel nog op papier zijn blijven bestaan, maar al lang deel uitmaken van een gegrond samenwerkingsverband, dan wel parochies waar de samenwerking in federatieverband zo goed loopt dat er geen of nauwelijks bezwaren zijn tegen een fusie.

Het bisdom poogt langs deze weg een inhaalslag te maken, waarbij alle zinvolle argumenten die keer op keer opgesomd zijn in de nota’s om als parochies samen te werken, nu ook formeel geëffectueerd worden; ook op die plaatsen waar het om welke reden dan ook vooralsnog niet of nauwelijks gelukt is en waardoor parochies beter in staat zijn de kerk van de toekomst mogelijk te maken. Uiteindelijk zal ons dit de kans geven om de beschikbare krachten in te zetten voor de opbouw van een vreugdevolle geloofsgemeenschap, waarin we vierend, lerend en zorgend Christus aanwezigheid in ons midden mogen ervaren.

Commissie Herstructurering

Interview Scheidend vicaris Franssen….. (bezocht emeriti).

By Nieuws

‘Emotie is motor van gesprek’


“Goed luisteren en mensen in hun waarde laten.” Dat waren voor vicaris André Franssen de belangrijkste instrumenten, waarmee hij de afgelopen zeven jaar op pad ging om namens de bisschop oude en zieke priesters en diakens in het bisdom te bezoeken. Omdat hij dit voorjaar 80 is geworden,
heeft hij zijn taak onlangs neergelegd.

Geheel in lijn met zijn karakter, heeft Franssen begin juni tijdens een vergadering van de bisdomstaf op bescheiden wijze afscheid genomen van het bisdom Roermond. Sinds 2013 was de voormalig ziekenhuispastor en oud-deken van Venlo actief als bisschoppelijk vicaris, met als speciale opdracht de zorg voor rustende en zieke priesters en diakens. “Toenmalig bisschop Wiertz had mij gevraagd om namens hem de emeriti te bezoeken,” vertelt Franssen in zijn knusse bungalow in Cadier en Keer. Bij zijn aantreden heeft bisschop Smeets me gevraagd daar nog een tijdje meer door te gaan.”

Waaruit bestond uw werk?
“Er was een lijst met zo’n 180 namen van emeriti-priesters en -diakens. Die ben ik in de loop van de jaren bijna allemaal gaan opzoeken, sommige zelfs heel regelmatig. Als je dat serieus wilt doen, ben je daar gemiddeld twee dagen per week mee bezig. Meestal probeerde ik de afspraken zo te plannen, dat ik op een dag drie of vier bezoeken in dezelfde regio kon afleggen. Daarnaast was ik ook namens de bisschop bij uitvaarten van priesters en diakens aanwezig. Als vicaris was ik lid van de bisdomstaf, dus de agenda liep goed vol.”

Hoe verliep zo’n huisbezoek?
“Sommige priesters waren heel open en vertelden me hun hele levensverhaal. Bij anderen moest ik wat meer vragen stellen om het gesprek op gang te brengen. Ik informeerde altijd: waar heb je in je werk als priester of diaken plezier aan beleefd? Wat heeft je voldoening gegeven? Maar ook: hoe vul je je tijd nu in? Ik vind het heel belangrijk dat collega’s hun verhaal kwijt kunnen. Het werden meestal persoonlijke gesprekken. Ook moeilijkheden die ze waren tegengekomen, kwamen ter sprake. Ik heb geprobeerd niet over mensen te oordelen, maar iedereen in z’n waarde te laten. Als iemand veel kritiek op het bisdom had, nodigde ik hem uit om het op te schrijven of om een brief naar de bisschop te sturen.”

Hoe reageerden priesters als u kwam?
“Ik was overal van harte welkom. Zelf ben ik al 55 jaar als priester actief, dus de meeste emeriti kende ik al. Zij beschouwden mij als een van hen. Degenen die ik niet kende, zagen mij als een collega die belangstelling toonde. Slechts een enkeling had geen behoefte aan zo’n gesprek.”

U hoefde niet de zorg of de woonruimte voor emeriti te regelen?
“Een heel enkele keer heb ik dat wel gedaan, als er niemand anders was om dat te doen. Maar meestal bekommert de familie zich om dat soort zaken. Met mij spraken de priesters vaak over de zaken waarover ze met hun familie moeilijk kunnen praten. Het gevoel geen bijdrage aan de pastoraal meer te kunnen leveren bijvoorbeeld. En de angst om te vereenzamen.”

Zijn veel gepensioneerde priesters eenzaam?
“Dat is heel wisselend. Er zijn er zeker die eenzaam zijn en anderen die daar helemaal geen last van hebben. Ik heb wel gemerkt dat nogal wat collega’s bang zijn voor een zwart gat als ze stoppen met hun werk in de parochie. Dat is voor sommigen een reden om door te werken, ook als het misschien beter zou zijn om een stap terug te doen. Ze vragen zich dan af: wie ben ik nog als ik stop? Of: waar kom ik dan terecht. Heel menselijke vragen. Stel je voor dat je met pensioen of emeritaat gaat en je voormalige werkgever zou nooit meer iets van zich laten horen. Dat zou toch heel erg zijn?

U heeft jarenlang als geestelijk verzorger in het ziekenhuis gewerkt. Kwam die ervaring u bij dit soort gesprekken van pas?
“Zeker. Als ziekenhuispastor moet je goed kunnen luisteren. Luisteren is de kern van de zaak. En open vragen stellen. Toen ik een paar jaar priester was, heb ik aanvullende opleidingen gevolgd over onder andere het voeren van pastorale gesprekken. Mijn afstudeerscriptie had als titel ‘Huisbezoek als ontmoeting’. Tijdens sessies klinisch-pastorale vorming ging het over het leren inzien hoe een gesprek verloopt, het aanvoelen wanneer mensen ergens mee zitten, maar dat niet kunnen of durven benoemen. Waarom begint iemand steeds over hetzelfde onderwerp? Dat is meestal een teken dat hem iets dwarszit. Ziekenpastoraat is een eigen vakgebied. Ik geef daar zelf ook regelmatig cursussen over. Mensen die ziek zijn, ontdekken dat hun lichaam niet meer wil wat zij willen en dat haalt hen uit hun gewone doen. Daar moet je als luisteraar alert op zijn. Als je echt naar iemand luistert, gaat er in je hoofd als het ware een soort bandje meelopen. Je registreert dan ook hoe de ander kijkt of reageert. Het kan helpen om je gesprekspartner daar ook iets van terug te geven. Soms zelfs uit te dagen: Waarom zeg je dit? Waarom reageer je zo? Emoties zijn vaak de motor van een gesprek. Maar die maken zo’n gesprek wel intensief.”

Is het belangrijk dat er iemand is die namens de bisschop dit werk doet?
“Heel belangrijk. Stel je voor dat je met pensioen of emeritaat gaat en je voormalige werkgever zou nooit meer iets van zich laten horen. Dat zou toch heel erg zijn? Priesters en diakens hebben jarenlang dienstwerk voor de Kerk verricht. Als dat wegvalt, is dat een gemis. Het is heel lastig om daar met parochianen over te praten, want voor hen ben je toch de functionaris van de kerk. Dan is het fijn als er een collega is, bij wie je je verhaal kunt doen.”

Was er een verschil tussen de gesprekken met priesters of diakens?
“Niet wezenlijk. Bij diakens heb je soms ook te maken met de echtgenote. Diakens hebben vaak ook kinderen en kleinkinderen. Daar vertellen ze graag over. Maar ik vraag ook waarom ze diaken zijn geworden? Dan volgt er toch een zelfde soort gesprek als met priesters. Over hun roeping, over wat het voor hen betekent, over wat het met hen doet om diaken te zijn.”

Hoe vond u het zelf om dit werk te doen?
“Het is fijn als je merkt dat iemand je in vertrouwen neemt en dingen met je wil delen. Collega’s voelen in zo’n gesprek ook erkend en gewaardeerd. Dat heeft me zelf ook energie gegeven. Het waren voor mij leerzame gesprekken, waarin ik mezelf ben tegengekomen. Soms hoorde ik een priester iets vertellen, waarvan ik dacht: inderdaad, dat kan mij ook overkomen.”

Nu gaat u echt met emeritaat?
“Nog niet helemaal. Ik assisteer nog in de parochies van Eys, Nijs- en Wahlwiller. Dus elk weekeinde ben ik nog actief in parochies. Het is fijn om dat contact te hebben.”

Komt uw opvolger u straks ook opzoeken?
“Haha! Hij is van harte welkom.”

zondag 14-6-2020: Sacramentsdag: God voedt ons met zijn woord en brood.

By Preken

Wat gebrek aan voedsel met mensen doet, hebben we onlangs weer gezien op  de documentaires over de gevangenen die bevrijd werden uit de concentratiekampen van de WO II: levende geraamtes, vel over been. Tegenwoordig zie je opvallend veel mensen met overgewicht, niet alleen in de V.S., maar ook hier bij ons. Echte honger kennen wij niet meer, hooguit als we heel lang onderweg zijn en niets te eten hebben meegenomen. Als de reclames van de supermarkt in de bus vallen, schrik je van de hoeveelheid voedingsmiddelen ons in 101 variaties worden aangeboden. Wel blijft de vraag  of al die producten ook gezond zijn?  Veel mensen hebben wat hun maaltijden betreft vaste gewoontes: zoveel sneetjes brood, bepaalde soorten beleg. Als we over de schreef gaan, hebben we daar achteraf vaak last van. Sommige mensen laten zich adviseren door een diëtiste. Dat allemaal vanwege de zorg voor onze gezondheid, onze beperkingen en onze voorkeuren. Als we zaken eten of drinken die ons niet goed bekomen, verstoren die niet alleen ons lichamelijk welbevinden, maar ook ons humeur en onze geestelijke fitheid.                          Als het gaat  – zoals in de lezingen van vandaag – over voedsel dat onze geest voedt, mogen wij ons afvragen: wat bevordert onze geestelijke gezondheid ? Wat maakt ons tot sociale en alerte mensen? Wij worden immers geroepen om goed voor elkaar te zorgen en eerbied te tonen voor het milieu waarin mens, plant en dier leeft. Als het gaat om ons geestelijk voedsel, dan rijzen vragen als: wat lezen we? Welke onderwerpen hebben onze interesse? Hebben we enkel nieuwshonger en oog voor zaken die ontspannen of zoeken wij ook naar documentaires en informatieve programma’s die ons verrijken ?
Wij weten: als het gaat over gezondheid spelen ook frequentie en regelmaat een belangrijke rol. Het gezondste dieet heeft nauwelijks effect, als je er maar heel af en toe gebruik van maakt. Zou dat ook niet gelden voor het geestelijke voedsel dat we tot ons nemen? Deelnemen aan een uitvaart is een goede zaak. Dat geldt ook voor het vieren van feesten als Kerstmis en Pasen, een Eerste H. Communie, een Vormsel en Jubileum. Maar de vraag is: moet je deze gelegenheden niet veeleer beschouwen als ‘de krenten in de pap’,  terwijl het ‘voedsel’ dat ons op gewone zondagen en weekdagen wordt aangeboden wel zo voedzaam en belangrijk is als het gaat om onze gezondheid ?
Mozes zegt in de 1e lezing uit het Boek Deuteronomium: ‘Denk eens terug aan die jarenlange tocht door de woestijn. God heeft jullie geconfronteerd met zijn macht door je honger te laten lijden én door je manna te laten eten. Hij maakte jullie duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat komt uit de mond van de Heer. Hij liet voor jullie water ontspringen uit de harde rots. Zo heeft Hij laten zien dat Hij bekommerd is om zijn schepselen.
In het Evangelie volgens Johannes zegt Jezus: ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Ik geef me voor jullie als het brood dat je niet kunt missen. Als je geen interesse hebt voor wat ik jullie vertel en jullie laat zien,  voor het voedsel dat Ik jullie aanbiedt, dan kom je niet echt tot leven. Het is immers belangrijk dat wij met elkaar verbonden blijven. Zoals Ik leef door de Vader die Mij gestuurd heeft, zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij. Als je  je voedt met mijn woord en deelneemt aan de Maaltijd waarin we elkaar ontmoeten, dan versterkt dat onze  band en zul je leven door Mij. Ik ben het levende Brood. Dat is iets anders dan het manna dat jullie voorouders hebben gegeten’.  Brood dat onze honger stilt en drank die onze dorst lest: het zijn oersterke symbolen die Jezus heeft gekozen om ons te laten ervaren wie Hij voor ons wil zijn. Wat we eten en drinken nemen we helemaal in ons lichaam op.  Dieper één kun je menselijk gezien niet worden. Misschien helpt het ons om tegen die achtergrond te luisteren naar Jezus’ woorden en te kijken naar ons leven en wat wij doen voor onze geestelijke gezondheid. De corona-crisis die wij momenteel meemaken laat ons op een uiterst pijnlijke manier ervaren hoe kwetsbaar ons leven is. Dat geldt eens temeer, als je daarbij ook nog geestelijk verzwakt bent.  Jezus stelt ons voor de vraag of wij die diepe verbondenheid met Hem willen? Of wij  bereid zijn ons leven in te richten en vorm te geven vanuit een hechte band met Hem? De Eucharistie is voor ons een bron van kracht in de mate dat wij ons aan Jezus durven toevertrouwen met alles wat ons bezig houdt: onze dankbaarheid en ons verdriet, onze angsten, twijfels en zorgen, kortom met al ons wel en wee.

AMEN