Zondag 25-9-2022: 26ste zondag door het jaar 2022-C

By Preken

Beste broeders en zusters in Jezus Christus,

Op een dag kwam een man bij een ‘wijze’ man. De man was steenrijk en zat vrekkig op zijn bezit. De ‘wijze’ man nam hem bij de hand en leidde hem naar het raam. ‘Kijk naar buiten’, zij hij. De rijke keek naar buiten. ‘Wat zie je?’ vroeg de ‘wijze’ man. ‘Mensen’, antwoordde de rijke man. Weer nam de ‘wijze’ man hem bij de hand en leidde hem naar een spiegel. ‘Wat zie je nu?’, vroeg hij. ‘Nu zie ik mezelf’, antwoordde de rijke man. Toen zei de ‘wijze’ man: Onthoud het goed: in het raam zit glas en in de spiegel zit glas, maar het glas in de spiegel is bedekt met een laagje zilver. Daarom ziet men als men in de spiegel kijkt de andere mensen niet, maar alleen zichzelf.’ Wanneer je in de spiegel kijkt, dat wil zeggen, wanneer je alleen op jezelf en je eigen geluk en bezit gericht bent, dan zie je een ander niet staan.

Het evangelie verhaal van vandaag over de rijke man en arme Lazarus is één van de weinige keren in het Nieuwe Testament dat we een beeld krijgen van het leven na de dood. We kennen allemaal het verhaal van Lazarus en de rijke man. Wat opvalt in het verhaal is dat de rijke man nooit verandert. Bij leven gaat hij helemaal op in zichzelf, in zijn rijke kleding, zijn fijne linnen en zijn uitgebreide diners. Na de dood is hij net zo. Ook al is hij in kwelling, wat hem het meest bezighoudt is het verkrijgen van een druppel water om zijn tong te koelen. Alles draait om hem, van begin tot eind, in deze wereld en in de volgende.

Wat dit verhaal ons vertelt is dat als je vol bent van jezelf, als je volledig in jezelf gekeerd bent, er geen plaats is voor liefde. Er is geen plaats voor de hemel.

We leven in een wereld met een meer individualistische mentaliteit – we worden met de dag egoïstischer. De ik-mentaliteit neemt toe en we hebben geen tijd meer voor de ander. We leven in onze eigen kleine wereld en creëren een grote comfortzone en er is geen toegang voor de ander… We raken verstrikt in onze kleine levenspatronen en leren onze aandacht te richten op de dingen die alleen ons aangaan, en stemmen de dingen die ons niet aangaan af. We bekijken de wereld door een lens van “wat heeft dit met mij te maken?” En heb ik er iets aan? Maar de Heer Jezus probeert onze aandacht te vestigen op het feit dat wij onze hele broeders hoeder zijn, dat wil zeggen, ons afstemmen op degenen die onze aandacht en zorg nodig hebben. We moeten ons net zo druk maken over de noden van de mensen om ons heen, als over die van onszelf. In feite was dat het tweede grote gebod dat Jezus ons gaf “je naaste lief te hebben, zoals je van jezelf houdt”.

We kennen het beroemde verhaal van de heilige Moeder Teresa van Calcutta…Op een dag ging ze naar een winkelier om wat geld te vragen om haar weeskinderen te voeden. Moeder Teresa ging naar hem toe en zei “Geeft u alstublieft iets te eten voor mijn kinderen”…De persoon keek Moeder Teresa boos aan en spuugde speeksel op Moeder Teresa’s hand. Moeder Theresa glimlachte en veegde zachtjes het speeksel aan haar sari af en zei: “Dank u voor wat u voor mij gegeven heeft. Wilt u iets geven voor mijn kinderen?”

De winkelier was geschokt door de nederigheid van Moeder Teresa vroeg vergiffenis aan Moeder Teresa. Daarna begon hij regelmatig hulp te bieden aan de weeskinderen.

In veel opzichten zijn we door God gezegend – we hebben een goed huis, een heel goed gezin, een goede levensstijl enz. maar helaas is de waarheid dat we, als we alles hebben, God en de anderen die in nood verkeren, vergeten. Vandaag is het tijd om over onszelf na te denken: “Ben ik zo egoïstisch? Of ben ik onzelfzuchtig?” Voor ons moet de ander de hemel zijn, niet de hel. Laten we samen een nieuwe wereld bouwen met liefde en zorg. Laten we de hand van God vasthouden en een beter leven maken. Amen

Kapelaan Siju

Dankwoord pastoor Reijnen 11 september 2022.

By beschouwingen

DANK                                                                                                                                                       11 september 2022

Pastor zijn voor en van mensen is een ‘wederzijdse aangelegenheid’.  Er zijn voor een pastor, pastoor, pastoraal werkende twee zaken belangrijk: dat hij/zij trouw is aan het Evangelie, de Goede Tijding, die in de H. Schrift, geschiedenis van God met ons,  zijn mensen, onder woorden is gebracht; en vervolgens dat de pastor(aal werkende) trouw is aan de mensen die aan hem/haar zijn toevertrouwd. Dat gold ook voor pastor Franssen en voor mij.

Nu heeft Konrad Adenauer, de 1e Duitse Bondskanselier, eens een, naar mijn mening, belangrijke uitspraak gedaan: ‘Es gibt nur diese Menschen, es gibt keine andere’. En als ‘de tijden veranderen en wij met hen’ (een oud Latijns spreekwoord) geeft dat de realiteit weer waarin wij mensen van nu leven. Toch blijft dat eerste ook van kracht: in de geschiedenis, ook die van nu, speelt de verhouding van ons met de God of goden die wij erop na houden. Voor ons, Christenen, vinden we daarbij een inspiratiebron in de H. Schrift, die we in onze samenkomsten overwegen en waarnaar wij ons proberen te gedragen. Om onze gemeenschap als christenen te vieren breken we met elkaar Brood en Beker, m.a.w. delen we met elkaar het leven, als teken voor onze wereld hoe wij Gods bedoelingen met zijn mensen verstaan.

Zelf breng ik dank aan jullie allen, individuen, besturen, raden, kosters,  koren, verenigingen, vrijwilligers al of niet in groepsverband, mensen uit ons dorp, gelovigen of niet, voor het draagvlak dat jullie voor mij hebben betekend waardoor ik het gevoel had er voor jullie te mogen zijn. Ik heb altijd het gevoel gehad dat het pastoor zijn een zinnige aangelegenheid was en is. En als ik dan toch aan het danken ben wil ik daar op de eerste plaats ook pastor Dré Franssen in betrekken, die vanaf 2008 tot nu toe een voortreffelijke collega is geweest, pastor bij uitstek. Hij kwam op een moment, dat ‘Wittem’ geen hulp meer kon verlenen. Dré als zegen van Boven. Het dankfeest van vandaag geldt dus ook hem. Hij en ik blijven waar we kunnen en het ons gegeven is beschikbaar als hulpkrachten in de zich ontwikkelende samenleving en gemeenschappen van m.n. christelijk geloven.

Dit dankwoordje, zonder verdere details moge voldoende zijn.
Dank aan u allen.  

EEN FANTASTISCH FEEST

Vol dankbaarheid denk ik terug aan de 11e september j.l. Pastor Franssen en ik mochten de dank in ontvangst nemen voor onze werkzaamheden. Er is in parochies van de gemeente Gulpen-Wijlre sinds 1 januari van dit jaar een nieuwe bestuursconstructie met pastoor-deken P. Bronneberg als pastoor, geassisteerd door de kapelaans Siju en Marthoma. Formeel is daarmee een einde gekomen aan mijn opdracht als pastoor en van de werkzaamheden van pastor A.  Franssen als assistent.

Men wilde ons dank zeggen voor de 21 jaar en 21 dagen dat ik in Morgenster pastoor was en pastor Franssen dat hij al vanaf 2008 als assistent onder ons werkzaam was. Waar het pastorale team ons nodig heeft blijven we beschikbaar als hulpkrachten.

Men wilde ons dus bedanken. En dat is op een overweldigende manier gebeurd. Een prachtige H. Mis met vier priesters aan het altaar: kapelaan Siju, pastor Franssen, rector Erinkveld van Wittem en mijzelf als oud-pastoor; drie koren, afgevaardigden van de parochieraden van Eys, Nijswiller en Wahlwiller. Na de drukbezochte en prachtige viering in de kerk volgde de voorzetting van het feest op het terrein van fruitbedrijf Grooten. We werden daarnaartoe gebracht door Harmonie St. Agatha en Schutterij St. Sebastianus. Het was er druk en gezellig, ondersteund door de Limburgse Boerenblaaskapel.

Als er dank gezegd moet worden dan ook aan allen, die het feest door hun aanwezigheid tot een prachtig feest hebben gemaakt. Maar onze dank is breder. Je kunt maar pastoor, pastor of kapelaan zijn als mensen/parochianen ook het draagvlak vormen voor je als mens en in je functie als kerkelijk voorganger. Dat is gebeurd in al die ruim 21 jaren dat ik –ik spreek nu voor mezelf- jullie pastoor heb mogen zijn. Ook pastor Franssen leeft al jaren met onze mensen in de parochies mee en voelt zich thuis. En ook kapelaan Siju is heel goed ontvangen en voelt zich thuis.

Een paar mensen mag ik misschien noemen, die zich bijzonder hebben ingespannen om het feest te doen slagen. Dat is Leon Grooten, die ons het terrein van zijn fruithandel ter beschikking stelde; Ad Broers, organisator van het feest en Leo en Myriam Seroo, die spijs en drank hebben verzorgd,

Het overheersende gevoel is dat van een diepe dankbaarheid. Maar ook de overtuiging, dat geloof en kerk met hun boodschap van liefde en solidariteit mensen, gelovig en ongelovig (?) nog steeds samen kunnen brengen. Heel, heel hartelijk dank. Jullie hebben ons een onvergetelijke dag bezorgd.

A.Reijnen emeritus-pastoor, mede namens pastor A. Franssen en kapelaan Siju.

Dhr. Jo ( József )  Pálosi

By Overlijdensberichten

 

Dinsdag 13 september is de leeftijd van 82 jaar overleden:

 Dhr. Jo ( József )  Pálosi
Weduwnaar van mevr.  Jeanny Vermeeren

De plechtige uitvaartdienst zal worden gehouden op
Zaterdag 17 september om 11.00 uur in onze parochiekerk
met aansluitend begrafenis op ons kerkhof.

Zondag 28-8-2022: (22 C) Wij zijn allen genodigd op het feest van het leven.

By Preken

De beroemde rabbijn van Tolna kreeg een rijke op bezoek en had met hem een lang gesprek. Later kwam een arme met hem praten, maar al na vijf minuten was die weer de deur uit. Die arme voelde zich benadeeld en beklaagde zich daarover dat de rabbijn veel tijd uittrok voor een rijke, maar een arme snel weg stuurde. Voor een rabbijn zouden alle mensen tot gelijk moeten zijn, merkte hij op. ‘Zeker, dat klopt, ‘ antwoordde de rabbijn, ‘ maar het zit zo: jij en ik weten dat  jij arm bent, daar zijn we het snel over eens. Maar die ander denkt dat hij met al zijn geld en goed, zijn goud en diamanten rijk is. Het kost me uren praten om hem te doen inzien dat hij, met al zijn pretenties, een armzalig mens is waar je meelij mee moet hebben.’  Soms vraag ik me wel eens af of de neiging ons met anderen te vergelijken en ons de betere en meerdere te voelen misschien een eigenschap is die in de loop van de evolutie in ons DNA is binnen geslopen? Als we een verslag zien van een sportwedstrijd gaat alle aandacht uit naar de eerste drie of de winnaars. Wie niet op het erepodium belandt, krijgt nauwelijks aandacht, ondanks het feit dat die anderen vaak even intensief hebben getraind. We leven in een prestatiemaatschapij. Wie niet bij de besten behoort, wordt al snel een ‘loser’ genoemd. In het Evangelie van deze dag wijst Jezus heel nadrukkelijk op de waarde van bescheidenheid. Hij is er niet op uit zijn medegenodigden en zijn gastheer een lesje te geven in omgangsvormen. Hij wil duidelijk maken dat wij allen genodigden zijn op het feest van het leven. Ons leven is pure gave. Het is een geschenk dat wij onverdiend ontvangen hebben en niet iets waar we recht op hebben. Daarom verkeren wij allen in dezelfde lage positie. Wij zijn allen genodigden. Maar wat zien we gebeuren? Als mensen samenkomen en genodigden elkaar treffen, gaan ze zich met de andere gasten vergelijken. Alsof de een belangrijker zou zijn dan de ander. In feite zijn wij allen genodigden en gasten op het feest van het leven. Tegenover God zijn wij zo arm als de bedelaar Lazarus. Toch nodigt Hij ons zonder voorwaarden uit op het feest van het leven. Jezus vraagt van zijn leerlingen geen gemaakte nederigheid en zeker geen onderdanigheid. Hij roept op ruimte te maken voor mensen die het minder goed getroffen hebben en nergens terecht kunnen. We zien immers in ons dagelijks leven: als je geld hebt of een hoge opleiding, als je een belangrijke positie bekleedt of een goede baan hebt, dan gaan deuren bijna automatisch voor je open. Je krijgt makkelijker een hypotheek en een woning, Bij een sollicitatie maak je meer kans. M.a.w. als ‘geslaagde’ mensen voortdurend de mooiste plekken innemen, waar moeten de ’achterblijvers’ dan gaan zitten?  Mensen die er niet in slagen de eindjes aan elkaar te knopen of geen betaalbare woning vinden, vluchtelingen die alles hebben moeten achterlaten, mensen die moeten leven met veel beperkingen? Misschien is het riskant je serieus in te laten met mensen die veel zorgen of verdriet kennen, want je weet niet hoever je moet gaan en waar je uitkomt. Het zijn niet onze macht, rijkdom en talenten die ons bescheiden moeten maken, maar de confrontatie met de onmacht, de zorgen en pijn van anderen. Die kunnen ons helpen ons hoofd te buigen en bescheiden te worden. Want als het lijden en de onmacht van medemensen ons niet meer raakt, wat heeft dan ons gelovig zijn nog voor waarde? In Psalm 68,  gekozen als een antwoord op de 1e lezing, noemt de dichter God ‘een vader voor wezen, een steun voor weduwen, iemand die eenzamen een thuis geeft’. Dat is de God tot wie wij bidden en van wie wij hulp mogen verwachten. Zijn Naam luidt: ‘Ik ben er’ of  ‘Wees er’, zoals een ander vertaalt. Deze Naam brengt ons voortdurend in herinnering dat wij leven bij de gratie van de uitnodiging:  ‘Wees er’.

 

Het is die God die ons nodigt om ook zelf uitnodigend in het leven te staan en elkaar te doen voelen ‘Wees er. Jij mag er zijn. Jij mag zijn die je bent’. We onteren en bederven die naam als genodigden zich onderling gaan vergelijken. Dan wordt de uitnodiging die ons allen tot gast maakt, kapot gemaakt. Dat gebeurt ook als we elkaar uitnodigen om er zelf beter van de worden. Dat is geen uitnodiging, maar zelfverrijking. Wij doen de Naam van God alle eer aan als wij geven aan de ander zonder daar iets voor terug te verwachten, onszelf investeren in een ander zonder ergens op te rekenen.  Dat lukt alleen als wij meer gaan beseffen dat wij zelf één brok uitnodiging zijn. Bidden wij om de H. Geest die Jezus heeft bezield en aan zijn leerlingen heeft beloofd.  AMEN

Zondag 21-8-2022: 21ste zondag door het jaar C.

By Preken

In het evangelie stelt iemand deze vraag aan Jezus: “Zijn het veel of weinig mensen die gered zullen worden? Dat is eigenlijk: “Gaan er veel naar de hemel of niet?” Hij stelde deze vraag aan Jezus in de mening dat alleen de joden gered kunnen worden maar de anderen, de heidenen allemaal niet. Jezus antwoordt die man het volgende: “Je moet je uiterste best doen om de hemel binnen te komen” Dit is eigenlijk geen antwoord op die vraag. Wat bedoelt Jezus hier dan? Hij zegt hier dat iemand niet wordt gered alleen omdat hij jood is. Het is niet zo makkelijk om de hemel binnen te gaan.

Het helpt niet om aan de deur te kloppen en te zeggen: “Ik ben die en die, wij zijn bekenden, wij kennen elkaar nog, laat ons dus binnen. Het gaat niet om status en positie, niet om relaties en niet om vriendjespolitiek, niemand heeft speciale rechten, voor God is iedereen gelijk en de Heer kijkt naar de inhoud,  naar wie wij werkelijk zijn als mens en als christen.Volgens Jezus moeten wij oppassen voor zelfoverschatting, het heil zal ons niet zomaar in de schoot geworpen worden. Het is niet zo vanzelfsprekend dat wij in de hemel komen. Wij komen niet automatisch in de hemel omdat wij Christenen zijn. Dit geldt ook voor mij als priester. Bij het oordeel zullen wij ons niet kunnen beroepen op het geloof van onze ouders,  op onze christelijke familie.

Jezus gebruikt daarbij het beeld van de deur. Die is smal. Die is niet gemaakt om er met velen tegelijk door te kunnen. Een beetje zoals de ingang van de Geboortekerk in Bethlehem. Dat is een grote kerk met maar één heel kleine toegangsdeur, laag en smal.  Je kan er maar één voor één door naar binnen, en de groten moeten zich ook nog eens flink bukken.  Klein maken, zou ik zeggen. Zo stelt Jezus het ook voor: in Gods Koninkrijk geraak je niet binnen met de grote hoop.

Dit kunnen wij goed begrijpen uit het verhaal van Zita,  de keizerin van Oostenrijk bij haar begrafenis: De keizerlijke rouwstoet komt bij de grafkelder, maar de deur is dicht. De ceremoniemeester klopt op de deur: van binnen uit wordt geantwoord: “Wie wenst er binnen te treden?” De ceremoniemeester antwoord: “Hare majesteit de keizerin”.  Er volgt geen reactie. Dan gaat de ceremoniemeester al haar mooie titels opnoemen, Maar weer blijft het stil aan de andere kant van de poort. Opnieuw klopt de ceremoniemeester aan. “Wie wenst er binnen te komen?” Dan antwoordt de ceremoniemeester: “Zita, een arme zondares” Vervolgens zwaait de deur open En mag de rouwstoet naar binnen.

Als wij de deur van hemel binnen willen gaan,  Moeten wij onszelf kleiner maker voor God.  Jezus zegt vaak in het evangelie: de laatsten (de eenvoudigen, de kleinen) zullen de eersten zijn! Dus laten we voor God gaan staan en bij Hem aankloppen, zonder pretenties, met een eenvoudig hart, we hebben geen rechten en geen privileges, we staan voor God als bedelaars. God zal voor ons de deur openmaken. Laten wij bidden in deze heilige mis  om een eenvoudig hart dat iedereen kan liefhebben  en dat in anderen God  kan zien  waardoor we later een plaats in de hemel zullen verwerven. Amen.

(kapelaan Siju)

Zondag 14-8-2022: Feest van de tenhemelopneming van Maria.

By Preken

Wie is die vrouw voor wie zoveel kaarsjes worden gebrand en van wie zoveel beelden zijn gemaakt? De vrouw aan wie talloze kerken en kapellen zijn gewijd en tot wie ontelbare ‘Wees Gegroetjes’ worden gebeden? De acteur Herman Finkers zegt: ‘De H. Maria is heel belangrijk voor me: de liefde voor haar zit in mijn genen. In mijn huis heb ik een speciale Mariakapel laten bouwen, waar ik graag zit. Ik steek daar een kaarsje op, zit gewoon stil of zing gregoriaans. Maria betekent voor mij geborgenheid, een oergevoel. Een christendom zonder Maria vind ik niks, ook God heeft een moeder nodig’.  Ik vermoed dat velen zich in deze gedachten en gevoelens herkennen.                                                          Als wij bij het Evangelie te rade gaan, horen wij dat Maria op weg gaat  om haar oudere nicht te bezoeken en bij te staan. Vóór Jezus’ geboorte moet ze voor een volkstelling naar Bethlehem. Na zijn geboorte moet ze samen met Jozef en haar Kind vluchten naar Egypte. Het lijkt wel dat Maria voortdurend op weg moet omwille van haar Zoon. Als vrouw in verwachting  had Maria alle reden om thuis te blijven en zich in alle rust voor te bereiden op de geboorte van haar Kind. Maar nee, ze gaat haar huis uit naar haar nicht Elisabeth om hun vreugde te delen over het nieuwe leven dat God hen schenkt. Elisabeth begroet Maria met de uitroep: ‘Gelukkig zij die gelooft’. Het is juist Maria s’ geloof in Gods liefde en zorg dat haar aanzet niet aan zichzelf te denken, maar op weg te gaan om haar nicht bij te staan. Zij die tegen de engel heeft gezegd: ‘Zie de dienares van de Heer’, stelt zich onmiddellijk ten dienste van haar oudere nicht. Blijkbaar maakt  geloof nederig en dienstbaar. Vandaag vieren wij dat God haar hoog verheven heeft en opgenomen heeft in het verheerlijkt leven van haar Zoon Jezus.  Door haar geloof en dienstbaarheid heeft Maria deel gekregen aan de verrijzenis van haar Zoon. Wij mogen vertrouwen dat geloof en dienstbaarheid ook voor ons de weg vormt naar dat nieuwe en blijvende leven.
De vrouw van wie het boek Openbaring spreekt is door de kerkvaders herkend als verwijzing naar de Moeder van Jezus. Haar kind dat weggevoerd wordt naar God en zijn troon is ontegenzeggelijk Jezus die de draak van het kwaad heeft overwonnen.  De vrouw echter vlucht naar de woestijn waar God een plaats voor haar heeft bereid. Maria is een beeld van het volk van God dat nog altijd in de woestijn van deze wereld onderweg is naar het hemelse Jerusalem.  Zo trekt zij als onze Moeder met ons mee met haar geloof en haar dienstbaarheid en wij zijn haar dankbaar. //  Maria die met talloze namen wordt genoemd en vereerd, wordt krachtig  getypeerd door Lucas in het lied dat ze zingt: het ‘Magnificat’. Misschien moeten wij dat lied wat vaker zingen om tot ons te laten doordringen wat daarin gezegd wordt: ‘God is barmhartig. Rijken stuurt Hij weg met lege handen, maar wie zijn bedoelingen trachten te verstaan, honger hebben naar vrede en recht, hen overlaadt Hij met het beste dat Hij heeft. Wij mogen Maria volgen op de weg die zij aan Jezus heeft geleerd, de weg naar armen en eenvoudigen, naar allen die Gods woord willen horen. We mogen hen laten zien dat ze niet alleen staan, dat wij hun broers en zussen zijn, kinderen van dezelfde Vader en van Jezus’ moeder.  Maria’ s lied doet ons beseffen, dat zij zich kwaad maakt als de rechten van eenvoudige mensen worden geschonden. Zij zegt dat machthebbers van hun troon zullen worden gestoten, als ze misbruik maken van hun macht en zich niet dienstbaar tonen. Allen die zich boven anderen verheven achten, zullen diep vallen. Als het om rechtvaardigheid gaat, moeten wij niet al onze hoop vestigen op mensen, maar op God.  Maria’ s  lied is geen loze droom, maar haar diepste overtuiging. Machthebbers laten zich soms weinig gelegen liggen aan eerlijkheid en ze hebben vaak niets met God. Die kan hen niets maken. Zij hebben het voor het zeggen en ze verdraaien het recht zoals het hun uitkomt. Hoogmoedige mensen hebben niets te bidden, want ze maken zelf de dienst uit.  Wie komt er dan op voor het recht van de eenvoudige mensen? Wie hoort de klacht van moeders die geen eten hebben voor hun kinderen? Wie telt de tranen van de ongelukkigen: eenzamen, mensen die rouwen om het verlies van een geliefde, allen die niet in tel zijn en over het hoofd worden gezien? Als wij ons enkel kwaad maken over het onrecht dat we zien of dat onszelf is aangedaan, dan blijven machthebbers lachen en kijken welgestelden neer op al die zielepoten met een blik van: ‘Laat ze maar bidden tot God  en geloven. Ons maakt het niets uit!’
Maria echter zingt van een andere wereld. Onder haar mantel schuilen de mensen die verlangen naar rechtvaardigheid en eerlijkheid. Die andere wereld is geen flauwe droom van hen die de realiteit niet onder ogen durven zien. Maria verbindt de hemel en de aarde met elkaar. Zij legt een verband tussen droom en werkelijkheid. Zij bevordert contact tussen God en zijn mensen. Elisabeth noemt haar ‘de gezegende onder de vrouwen’. Maria op haar beurt is verbaasd dat God haar heeft zien staan en oog heeft gehad voor haar kleinheid. We mogen zeggen: ‘Maria brengt de hemel binnen ons bereik, want zij tilt onze aarde uit het slijk van hoogmoed en eigenbelang. Zij luistert naar ons bidden en goed luisteren is een vorm van mensen recht doen. Als wij denken het alleen van de aarde te moeten hebben, zijn we aan de heidenen overgeleverd en aan praatjesmakers. Als wij menen het alleen te moeten hebben van de hemel, dan staan we niet meer met beide benen op de grond en verliezen we de naaste uit het oog. Opkomen voor menselijkheid heeft altijd zin. In verzet komen tegen onrecht dat mensen wordt aangedaan, is niet vergeefs. Maria leert ons dat! Ook al zullen hoogmoedigen daar misschien schamper om lachen, het mag ons niet van de wijs brengen. We hoeven ons niet bang te laten maken, want er zullen altijd mensen zijn die iedere goede droom plat praten en kleine struiken van hoop uit de grond willen trekken en belachelijk maken. In feite staan ze daarmee hun eigen – en andermans geluk in de weg. Telkens als wij opkomen voor gerechtigheid en ons daarvoor inzetten, raken hemel en aarde elkaar. Immers God heeft ook oog voor onze kleinheid, voor wat wij in ons kleine leven tot stand brengen. Dat is voor Hem genoeg. Het vormt een stukje hemel op aarde. Bidden wij om de voorspraak van Maria. AMEN.

(Emeritus pastor Franssen).

Zondag 7-8-2022: 19e zondag door het jaar C

By Preken

Het was een warme dag, een jonge man, verdwaalde in de woestijn. Hij kon de weg niet meer terugvinden, en het water in zijn fles was op. Hij was wanhopig op zoek naar water. Hij zag een klein huisje in de verte.
Aanvankelijk dacht hij dat het slechts een illusie was. Maar hij bleef ernaartoe lopen, en toen hij dichterbij kwam, realiseerde hij zich dat het inderdaad een huisje was. Hij opende de deur maar hij vond daar niemand.
Hij was verbaasd in dat huisje een handwaterpomp te zien, met alle aansluitingen intact en een pijpleiding naar de grond. Ook zag hij een fles water in de hoek. Hij was blij, en toen hij het water wilde opdrinken, vond hij een stuk papier dat eraan vastzat.
Op het papier stond geschreven: “Gebruik dit water om de pomp te starten. Het werkt. Als je dat gedaan hebt, vergeet dan niet om de fles weer te vullen . “Na het lezen van het papier, dacht hij, “Zal de pomp werkelijk werken als ik dit water gebruik?” Kan ik de woorden op het papier vertrouwen? Als het niet waar is, dan zal mijn laatste bron van water verloren gaan.”
Hij een minuut stil, sloot zijn ogen, en bad. Toen goot hij het water uit de fles in de pomp en pompte het op.
Spoedig hoorde hij een borrelend geluid, en er begon water uit te stromen. Er was een moment van opluchting op zijn gezicht.
Hij dronk het water op en vulde zijn fles. Daarna vulde hij de fles opnieuw.
Toen schreef hij op het papier: “Wees gerust en heb vertrouwen. Het werkt.”
Hij voelde zich gelukkig toen hij het huisje verliet.

Wij leven in een wereld waar alles wetenschappelijk bewezen moet worden. Geloof is voor ons een risico, en veel mensen zijn niet meer bereid dat risico te nemen. De eerste lezing van vandaag; ‘de brief aan de Hebreeën’ beschrijft geloof als: “Een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen” Er is geen christendom zonder geloof. Het boek Hebreeën verhaalt verder hoe onze vaderen in het geloof en door het geloof hebben geleefd.

Abraham verliet zijn vaderland naar een onbekend land alleen omdat God hem dat vroeg. Sara hoopte dat God haar een kind zou schenken, zelfs op haar ouderdom, alleen maar omdat God dat beloofd had. Abraham was zelfs bereid zijn enige zoon te offeren, alleen omdat God hem dat vroeg. Maar één ding hebben allen die in God geloven gemeen, en dat is dat God hen nooit heeft teleurgesteld. Ons geloof in God is nooit tevergeefs.

Jezus heeft ons verteld dat Hij een plaats voor ons gaat bereiden in de hemel, zodat waar Hij is, wij zeker zullen zijn. Dat is onze grootste motivatie als christenen, dat wij na ons leven hier op aarde naar de hemel zullen gaan waar pijn noch lijden zal zijn. De evangelielezing gaf ons een geheim om binnen te gaan in het koninkrijk van God, toen Jezus zei: “Verkoop wat je hebt en geef het aan aalmoezen; maak zakken die niet verouderen, een veilige schat in de hemel, waar de dief niet komt en de houtworm niet verteert. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

We hoeven misschien niet per se alles wat we hebben te verkopen en honger te lijden, maar Jezus herinnert ons aan de waarde van het geven van aalmoezen aan de armen, en het helpen van mensen in nood, en het doen van alle vormen van goed werk. Hij herinnert ons eraan dat God ons alles heeft gegeven wat we hebben en dat we op een dag rekenschap zullen afleggen over hoe we de rijkdom die we op aarde hebben, hebben gebruikt om God te dienen. God heeft ons beheerders gemaakt van alles wat we hebben, en als we in staat zijn het te gebruiken om goed te zorgen voor de armen, de behoeftigen en degenen die het moeilijk hebben, zal God ons zeker zegenen en belonen.

Onze houding moet altijd zijn als die van een dienaar die zich correct gedraagt, terwijl hij heel goed weet dat zijn meester zeker zal komen, ook al weet hij niet wanneer. Ons leven moet altijd een uiting van geloof zijn. Als wij ons correct gedragen en onze plichten vervullen als trouwe dienaren, zal de komst van de meester geen beangstigende gebeurtenis zijn, maar veeleer iets waarnaar wij moeten uitzien, omdat de meester zal komen om ons te belonen.

Hoe vaak zijn wij ontrouwe dienaren van God geworden? Hoe vaak zijn wij niet minder voorbereid geworden op de komst van de meester? Onze Heer is barmhartig, maar wij mogen zijn barmhartigheden niet als vanzelfsprekend beschouwen. Wij bidden in deze heilige mis om de genade waardige rentmeesters te zijn van alle zegeningen die God ons heeft geschonken. Wij vragen God ons de genade te schenken om trouwe en goede dienaren te zijn in het koninkrijk van God. Wij bidden dat God ons niet zal oordelen of straffen naar de schuld van onze zonden, maar naar zijn barmhartigheden die eeuwig duren. Amen.

Kapelaan Siju