Zondag 1-8-2021: 2021 18 B: Wie stilt onze diepste honger?

By Preken

Honger hebben, dorst hebben: dat hoort bij onze menselijke constitutie. Je merkt hoe belangrijk maaltijden zijn bv. in een verzorgingshuis. Als die niet goed verzorgd zijn, geeft dat reden tot klagen en ontevredenheid.                              De 1e lezing vertelt over het volk Israël dat onder leiding van Mozes de slavernij in Egypte ontvlucht is, op zoek naar vrijheid. In de woestijn dreigen ze om te komen van honger en dorst. Dan beginnen ze te klagen. Tegen Mozes en Aäron, maar indirect tegen God.  Opvallend is dat God hier niet kwaad of ongeduldig om lijkt te zijn. Kennelijk zijn de klachten terecht, want God treft een duurzame regeling,  zij het met voorwaarden. Zo mag ieder oprapen wat nodig is voor één dag, zodat er genoeg is voor iedereen. Dat is een hele opgave voor mensen die voortdurend de neiging hebben om te hamsteren en hun leven veilig te stellen. In wezen vraagt God dat wij durven vertrouwen op zijn leiding en zijn zorg voor ons. Voor het verstaan van het Evangelie van Johannes is belangrijk te weten dat het hier niet gaat om een historisch verslag van gebeurtenissen die hebben plaats gevonden bij het meer van Galilea. Het is veeleer een getuigenis van het geloof in Jezus zoals dat leefde in de christengemeente die de apostel Johannes heeft gesticht in Kl. Azië.
Natuurlijk hebben we behoefte aan eten en drinken, maar ook aan warmte, aandacht, intimiteit en verbondenheid. Velen vinden geen echte voldoening in materiële zaken, zoals geld en bezit, carrière en naamsbekendheid enz. Ze kennen ook een religieus verlangen, behoefte om zin en betekenis te geven aan hun leven. Ze hebben vragen als: Wat is mijn opdracht hier op aarde en wat zal eens mijn toekomst zijn, als dit aardse leven eindigt?  Waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe? Ze hebben waarden die voor hen belangrijk zijn en die richting geven aan hun leven.
De kerkvader Augustinus, bisschop van Hippo in Nrd. Afrika, eind 4e – begin 5e eeuw, heeft veel nagedacht over het religieuze verlangen dat veel mensen kennen. Van hem komt de beroemde uitspraak: ‘ Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U, mijn God.’ Voor Hem was helder: ons verlangen naar eten en drinken, naar intimiteit en andere zaken vervult dit aardse bestaan nooit helemaal. Iedere keer komen er andere (diepere) verlangens in ons op. M.a.w. het religieuze verlangen kun je niet stillen met eten, drinken, shoppen, reizen enz. Je zoekt de vervulling dan op een verkeerde plaats zegt Augustinus.
In de rabbijnse traditie was brood het symbool voor de Thora, de boeken van Mozes, de Joodse Wet. Als je dat ‘brood’ niet regelmatig tot je neemt, loop je vast. Dan heeft je leven geen inhoud. Nu leefde er binnen het Jodendom de verwachting dat het manna – dat de voorvaderen hadden gegeten  in de woestijn – zou terugkomen bij het verschijnen van de Messias. Op het eind van de 1e eeuw is er de kleine christengemeente van de apostel Johannes, die openlijk verkondigt dat die nieuwe tijd al ís aangebroken en dat de Messias al ís verschenen. En dat dus het manna, het echte Brood uit de hemel, opnieuw is neergedaald. Wat  men eeuwenlang hoopte en verwachtte, is reeds gebeurd, zo verkondigen zij. Het nieuwe manna is er. Het is Jezus zelf, het Woord van God. Dat brood geeft eeuwig leven aan wie in Hem gelooft, nu al. Na ruim 50 jaar bidden en mediteren is de apostel Johannes tot de conclusie gekomen: Jezus is het echte Brood uit de hemel. Hij is in staat onze diepste honger te stillen. En deze Jezus heeft ons een beeld van God geschilderd die Liefde is en van ons houdt zoals we zijn. Hij nodigt ons uit onszelf te geven als voedsel voor anderen.
Ook Teresa van Avila gebruikt in haar geschriften het beeld van het schilderen. Ze stelt: Wij zijn niet de bron van ons leven. Die Bron is God. Hij is degene die ieder van ons in zijn liefde heeft geschilderd en daarmee doorgaat. Wij denken vaak dat wij zelf de schepper zijn van ons leven en nemen zelf het penseel ter hand. Wij zijn echter niet geschapen naar óns eigen beeld en raken gevangen in onszelf, als we het toch allemaal zelf willen doen en in de greep houden. Hoe vaak zijn we niet bang geen andere keus te hebben dan met alle macht ons hoofd boven water proberen te houden. Maar vroeg of laat ontdekken we dat we onze eigen wereld aan het creëren zijn waar we zelf de touwtjes in handen hebben. Op dat moment is niets belangrijker, zegt Teresa, dan contact te maken met de goddelijke Bron in onszelf. Alleen Deze kan ons op het goede spoor brengen. Wij menen vaak dat we op koers liggen, als we vastomlijnde doelen hebben, maar essentieel is dat we deze doelen durven loslaten, zegt Teresa. Pas dan vinden we de toegangspoort naar ons binnenste. Daar worden we aangekeken door de Ander, de Eeuwige, die ons schildert en van binnenuit omvormt. Hij is ons centrum en wij zijn zijn woning. Teresa is er van overtuigd dat God altijd in ons is. Wat er ook is gebeurd, hoe ver wij ook zijn afgedwaald, God is nooit ver weg. Hij staat altijd voor ons klaar, zodat we ons enkel tot Hem hoeven te keren en bereid tonen naar zijn stem te luisteren. Ze zegt: God straft ons niet om wat wij gedaan hebben. Hij bekijkt ons niet argwanend, alsof we onze goede bedoelingen maar eens moeten bewijzen. Neem bv. het verhaal van de verloren zoon. Door de vreugde omdat wat verloren was weer is teruggevonden, verbleekt al het andere in Gods ogen. De vreugde dat God zichzelf mag zijn bij ons en dat Hij zijn blik vol liefde ongehinderd op ons kan laten rusten, is groter dan al wat er in het verleden gebeurd is. Wij zijn geneigd onszelf als Godzoekers te zien. Teresa draait het om en laat God zeggen: ‘Zoek je zelf!’.  Geen aansporing tot egoïsme, maar tot zelfkennis die ons nederig maakt. Dan gaan we de Liefde erkennen die ons geschapen heeft. Het beeld dat God van ons maakt, is niet na te schilderen, hoe zeer wij ook ons best doen. We kunnen enkel op zoek gaan naar de Ander die ons schildert. Dan worden we wie we in zijn ogen zijn: in liefde geschapen en daarom mooi.
AMEN

Zondag 25-7-2021: 17e zondag door het jaar B 2021

By Preken

Lezingen: 2 Koningen 4, 42-44; Efeziërs 4, 1-6; Johannes 6, 1-15.

Vrijdagmorgen j.l. was de basisschool van Eys in onze kerk voor de eindeschooljaarviering. In het gesprekje met de kinderen ging het over de watersnood, die ook Eys getroffen had. Ik vroeg: aan wie hadden de mensen, die last hadden van het water, het meeste, aan de mensen die kwamen ‘kijken’ of aan hen die kwamen ‘helpen. Misschien wel twintig vingers gingen omhoog: ‘aan degenen die kwamen helpen’, zei een van de kinderen. ‘Wat deden ze dan als ze kwamen helpen’, was de volgende vraag. ‘Helpen bij het leegpompen van de kelder’, zei een kind. ‘Bij het uitruimen van meubels uit het huis’, zei een ander. Een volgende vraag: ‘Er waren ook etenswaren in ondergelopen koelkasten, die niet meer gebruikt konden worden. Waren er ook mensen die kwamen helpen met etenswaren en drank?’ ‘Ja’, zeiden de kinderen,  ‘die waren er ook’. Zo kwamen we bij het thema, dat al aangesneden was in het verhaal van de Gezinsmiswerkgroep en voorgelezen door ‘juf Bianca’: ‘Het is belangrijk om wat men heeft te delen met elkaar’; en hoeveel gevoel van saamhorigheid en tevredenheid dat met zich meebrengt. We kunnen er zijn voor elkaar, in tijden van nood vooral, maar ook in het leven van alledag.

Het Evangelieverhaal vandaag van Johannes en de eerste lezing uit het 2e Boek Koningen gaan daar ook over. De Godsmannen Elisa en Jezus reageren wanneer er te weinig voedsel is voor de velen, die het nodig hebben. Er gebeuren wonderen als mensen met elkaar delen, ook als ze maar weinig te verdelen hebben.
Delen is zowel bij de profeet Elisa als bij Jezus een sociaal gebeuren. Zij beschikken niet zelf over brood of brood en vissen, maar iemand uit Baäl-Salisa brengt de profeet brood; leerling Andreas wijst Jezus op een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen. In beide gevallen veel en veel te weinig voor het grote aantal mensen, dat te eten moet hebben. Desondanks geeft de profeet Elisa de opdracht te delen en spreekt Jezus een dankgebed uit over brood en vissen en begint zelf ervan te delen. En wat gebeurt? Ze delen, allen worden verzadigd en men houdt nog over. In het Evangelie willen degenen die dat meegemaakt hebben Jezus tot koning maken. Zo’n koning die voor gratis brood zorgt is immers gemakkelijk. Verderop in het Evangelie geeft Jezus aan, dat het nog om iets anders gaat, n.l. het brood uit de hemel, dat God de mensen schenkt; en Jezus geeft aan dat Hijzelf dat brood is. Hij is in Godsnaam onder de mensen gekomen om door woord en voorbeeld de weg naar de hemel aan te geven. Degenen die zich laten ‘voeden’ door zijn woord en voorbeeld zijn voorbestemd voor het echte leven, voor de hemel.

share food

Daar wordt in het Evangelie van Johannes een hele discussie over gevoerd; wat is het echte leven, waartoe voert het echte leven? Het materiële hoort daarbij, maar het is niet het enige. Het gaat om meer. In de hulpverlening bij de watersnood in onze dorpen ging het om meer dan de materiële hulp. Er is heel veel materiële schade en die was en is niet voetstoots te verhelpen. Maar het ging om meer. Het ging om de solidariteit van de hulpverleners met de getroffen medemens, het laten zien dat men elkaars naaste is. Dat heef veel slachtoffers zo intens goed gedaan, hen in hun leven ondersteund. We hebben kunne zien hoe ‘broodnodig’ dat is: aandacht voor elkaar. Dat geldt zeker nu in het leven van alledag de betrokkenheid van mensen op elkaar (b)lijkt af te nemen; nu vragen om hulpverlening kunnen stuiten op bureaucratische protocollen waar ambtenaren zich aan moeten houden;  waar aanvoelen en noodzaak van de menselijke maat stuit op zakelijkheid; waar men eindeloos moet wachten om aan de beurt te zijn voor een telefoongesprek want er zijn telkens ‘nog 5 wachtenden vóór u’.  Solidariteit, aandacht voor elkaar, delen van het leven met elkaar, zijn basisvoorwaarden voor waarachtig leven. Wij breken aanstonds het brood en delen het met elkaar, in Jezus’ Naam.

Zondag 18 juli 2021 (16 B) RUIMTE VOOR RUST

By Preken

Wie van ons kent niet de ervaring dat dagen en weken voorbij vliegen en dat je  het gevoel hebt dat je geleefd wordt. Dat je a.h.w. wordt meegesleurd door de vragen en wensen van anderen. Je kunt dan het gevoel krijgen, dat je niet meer baas bent over je eigen tijd en je eigen leven. Het kan zijn dat je dit een poos laat gebeuren, omdat je mensen niet teleur wilt stellen en vooral wilt voldoen aan hun verwachtingen. Op de duur merk je echter dat dit niet goed voelt. We zijn uiteindelijk vrije mensen en we voelen ons niet happy, als we merken dat anderen de teugels over ons leven in handen hebben.  Nu verhaalt  ons het Evangelie van deze dag dat Jezus zijn apostelen na hun stageverslag uitnodigt met Hem mee te gaan naar een eenzame plaats om wat uit te rusten. Dat er  niets van terecht komt, doet niets af aan het feit dat het heel goed en soms hard nodig is om pas op de plaats te maken en te pauzeren. horen we niet dat mensen gedwongen worden rust te nemen v.w. een burn-out of andere kwaal. Wij leven vaak met de idee, dat er niets gebeurt als wij ons niet 100% inzetten en actief zijn. Dat een poosje niets doen juist een troefkaart kan zijn, lijkt wel vloeken in de kerk. Toch ervaren velen dat even afstand nemen en af en toe niets doen een voorwaarde is voor creativiteit en vernieuwing. Vooral zaken en processen die veel creativiteit vergen zijn gebaat bij systematisch lanterfanten en ongedwongen je gang kunnen gaan zonder de hete adem in je nek van winstcijfers en deadlines. Kunstenaars merken dat soms heel sterk.  Deze wijsheid proef ik ook in het gebod van de sabbat, zoals de Joden daar door de eeuwen heen aan hebben vastgehouden. Als christenen kennen wij de zondag als rustdag. Eén dag in de week om ons wekelijks ritme te doorbreken, één dag  zonder werk en dwingende verplichtingen. Helaas komt het daar niet altijd van, want in toenemende mate stoppen mensen die dag vol met allerlei activiteiten. Bovendien doen veel winkels ook op zondag hun deuren open en dat  betekent dat ook op die zgn. rustdag heel wat mensen moeten werken. We moeten erkennen dat een actief leven ons een prettig gevoel en voldoening geeft. Sommige mensen worden onrustig, als ze niet actief bezig kunnen zijn. Maar er bestaat ook nog zoiets als rustig werken, rustig fietsen en wandelen, in alle rust een boek of de krant lezen  en een rustig gesprek voeren. Soms heb je dat gewoon nodig: even op verhaal kunnen komen na een drukke periode op je werk of een bericht dat je diep heeft geraakt of na een ernstige ziekte of crisis. Rust, ontspanning en bezinning doen je  in zulke omstandigheden veel deugd. Som heb je behoefte aan een mens die goed kan luisteren naar wat je ten diepste beweegt en die een poosje met je meeloopt. Daarom is het een goede zaak dat tegenwoordig veel kloosters een gastenverblijf hebben, waar mensen kunnen logeren, deelnemen aan de vieringen als ze dat willen en tot rust kunnen komen. Ze vinden er desgewenst ook een gesprekspartner.

Door alles wat er op ons afkomt kunnen we ons soms voelen als  schapen zonder herder, zoals het Evangelie zegt . We kunnen door alle drukte uit het oog verliezen wat de zin is van ons bestaan en wat Gods bedoeling is met ons leven. Als we  voortdurend bezig zijn en van de ene activiteit in de andere  rollen, dan kan het gebeuren dat wij ons nauwelijks meer afvragen waar we eigenlijk mee bezig zijn en of dat ook is wat God van ons verlangt. Jezus zegt in het Evangelie van deze dag: ‘Kom maar eens mee naar een eenzame plaats’. M.a.w. Maak eens even pas op de plaats, dan kan God wat dichter bij je komen. Dan ontdek je dat jouw leven ertoe doet, zeker in de ogen van God. Hij heeft ons  nl. nodig voor dat beetje vrede, dat stukje begrip voor de ander, dat goede woord dat iemand weer moed geeft, die vriendelijke lach die een ander blij maakt. Hij heeft jouw luisterend oor nodig, want in een rustig gesprek komen mensen tot hun recht. In al het gekakel en gekrakeel in onze wereld heeft God mensen nodig die rust uitstralen en vanuit hun godsvertrouwen durven zeggen dat we niet bang hoeven te zijn, omdat ons leven in zijn hand ligt. Die rust hebben we nodig om ons ongenoegen en onze ergernis niet meteen vlam te laten vatten en op den duur te kunnen vergeven. Om te kunnen zien – en dankbaar te zijn voor wat anderen voor ons doen. Rust lijkt misschien saai, maar ze voedt ons geloof. Het is geen verkapte luiheid, maar ze brengt ons bij de Bron, zodat  we met voldoening kunnen werken en de zin van ons leven beter begrijpen. De dichter van de Psalmen (23,6) zegt: ‘Rust biedt de kans om God te ontmoeten en dat levert voorspoed en zegen op’.  De mens die het aandurft zijn vragen, angsten en zorgen in Gods hand te leggen zal ervaren dat God zorg voor ons heeft. Bidden wij dat dit geloof in ons zal groeien.

AMEN.

Bisschop Smeets leeft mee met getroffenen watersnood

By beschouwingen

Limburg is afgelopen dagen getroffen door enorme overstromingen. Duizenden mensen hebben hun huis moeten verlaten. De schade is enorm. Bisschop Harrie Smeets van Roermond laat vanaf zijn ziekbed weten dat hij zeer meeleeft met iedereen die getroffen is door deze watersnood.

Hij betreurt het zeer dat hij niet in de gelegenheid is om persoonlijk de getroffen regio’s te bezoeken om de mensen een hart onder de riem te steken. Zijn eigen persoonlijke omstandigheden maken dat op dit moment onmogelijk. Maar de bisschop is in gebed verbonden met iedereen die door het hoge water getroffen is. Heel speciaal denkt hij daarbij aan de ouderen, de zieken en iedereen die noodgedwongen zijn huis heeft moeten verlaten. Ook gaat zijn aandacht uit naar de parochianen van Valkenburg, die hun parochiekerk onder water zagen lopen. Mgr. Smeets nodigt iedereen uit om te helpen waar dat nodig is en te bidden voor de slachtoffers.

De bisschop spreekt verder zijn dank uit voor iedereen die hem de afgelopen weken een blijk van medeleven heeft gegeven en voor hem gebeden heeft in verband met zijn ziekte. Mgr. Smeets verblijft momenteel in een verpleeghuis in Roermond, waar hij behandeld wordt voor een hersentumor. De bisschop vraagt iedereen om in het gebed ook alle andere ernstig zieken mee te nemen en in deze dagen heel concreet te denken aan de mensen die getroffen zijn door het hoge water.

Bericht van meneer pastoor nav van alle huidige “toestanden”…….

By Nieuws

Beste mensen,

Onderstaand gebed kwam in mij op n.a.v. de watersnoodramp voor zoveel medemensen in ons Limburg; het bericht van het overlijden van Peter R. de Vries en code rood voor Nederland bij de toenamen van het aantal coronabesmettingen.

GEBED ALS ONHEIL ONS TREFT

Getroffen zijn we, Heer onze God,
door verschillend onheil tegelijkertijd:
de vernietigende kracht van het water,
de moorddadige aanslagen door criminelen.
De greep –nog steeds-  van het coronavirus
in zijn verschillende varianten.

Wat zijn wij kwetsbaar, Heer,
lichamelijk en geestelijk,
in het erop na houden van waarden en normen,
in het volgen van een geweten
ten goede gevormd,
in wijsheid van doen en laten.

Wees ons nabij, Heer, wees ons tot kracht
in onze behulpzaamheid
t.a.v. mensen in nood;
wees onze standvastigheid
in ons stelling nemen tegen
ongerechtigheid en normloosheid.

Mogen wij de oproep tot liefde
van uw Mensenzoon Jezus Christus
aannemen en ernaar handelen.
Mogen wij uw nabijheid ervaren
wanneer wij er zijn voor elkaar.

Wees ons tot zegen,
Vader, Zoon en Heilige Geest

 

Zondag 11-7-2021: 15e zondag door het jaar B 2021.

By Preken

Lezingen; Amos 7, 12-15; Efeziërs 1, 3-14 of 1, 3-10; Marcus 6, 7-13

We hebben het al vaker over profeten gehad. Bijbelse profeten uit het verleden. U kent  waarschijnlijk wel enkele, zoals vandaag Amos, de profeet uit genoemd in de 1e lezing’; de vorige week Ezechiël, Jesaja (Advent), Jeremia (Veertigdagentijd). U kent namen van hedendaagse profeten in de coronatijd, van Dissel, Gommers, Koopmans, Kuypers e.a. Een hedendaags profeet van gerechtigheid en rechtvaardigheid, Peter R. de Vries. Ze hebben vaak mededelingen te doen, die men niet graag wil horen en die zelfs geweld veroorzaken tegen hun persoon, zoals we deze week hebben meegemaakt.

En toch moeten ze er zijn, want ons leven voltrekt zich nu eenmaal niet zonder meer langs lijnen van gemak en van vrijheid, in de zin van: ‘Ik wil doen waar ik zin in heb’. Dat mogen wel impulsen in ons zijn spelen, maar daar bovenuit gaat onze verantwoordelijkheid. Als het goed is spoort ons geweten ons aan tot handelen in verantwoordelijkheid, goed voor onszelf en onze naaste.

Amos is zulk een profeet, die in het centrum van de macht, in het Noordrijk van Israël wijst op misvorming van de macht en afhankelijkheid van de godsdienst van de politiek. Wat dat laatste betreft was de priester van het heiligdom in Betel benoemd door en afhankelijk van de toenmalige koning.  Wat waren dat voor misstanden? Het ‘uitbuiten van de armen, de buitensporige luxe van de rijken en de schijnheilige eredienst’. Klaarblijkelijk een verschijnsel van alle tijden, als men, bijvoorbeeld, verneemt van de slechte huisvesting van gastarbeiders.

Als Jezus mens wordt om ons te bevrijden van wat ons gevangen kan houden, fysiek en mentaal, nodigt hij mensen uit om met hem mee te werken en zijn Goede Tijding verder door te geven. Dat zijn er in het Evangelie van vandaag  zijn  12 eerste leerlingen. Ze worden twee aan twee op weg gestuurd. Ze moeten hetzelfde doen als Jezus: vertellen dat het Rijk Gods in diens komst is aangebroken en doen wat daarbij hoort mensen helpen. Hun uitrusting voor onderweg moet uitermate sober zijn, want ze moeten niet afgeleid worden van het eigenlijke werk; ze moeten ook kwetsbaar durven zijn en het doen met wat hen aan voedsel en drank wordt voorgezet. Maar in hun kwetsbaarheid moeten het geen ‘doetjes’ zijn. Als men hen niet ontvangt en niet naar hen luistert moeten ze vertrekken. Zelfs het stof van dorp of stad in dat stoffige land moeten ze van voeten schudden. Als men niet luisteren wil zal men ook geen deel krijgen aan het Godsrijk en aan de vrijheid van de kinderen Gods.

Geldt dat ook nu nog, nu het Evangelie van Jezus vaak niet meer gehoord en ernaar geluisterd wordt? Hoe kijken wij aan tegen de wereld waarin we nú leven? Hoe kijken we aan tegen onze samenleving en de gedragingen in de coronapandemie. Hoe ervaren we de gebeurtenissen in onze samenleving en wereldwijd waarmee we tijdens de nieuwsuitzendingen mee worden geconfronteerd. Zou he niet dienstig zijn, dat de Goede Tijding van Jezus met zijn nadruk op de liefde, het mededogen, de vergeving, het helpen van mensen in fysieke en mentale nood, gehoord en in praktijk gebracht zou worden. Alle mensen leven samen op onze aarde, onze wereld. Maar christenen benaderen die wereld en wat erop te doen is op een eigen manier; vanuit de gedachte dat het Rijk Gods er te verwerkelijke valt naar het voorbeeld van Jezus Christus. Jezus’ leerlingen van het allereerste begin trokken erop uit. Wij, leerlingen van nu, worden uitgenodigd  overeenkomstig onze mogelijkheden in de huidige tijd. We moeten er rekening mee houden, dat we in, onze pogingen het Rijk Gods te beleven en door te geven, kwetsbaar zijn. Desondanks worden we uitgenodigd om met het goede dat we voorhebben in onbaatzuchtigheid door te gaan. Het zal zeker ook mensen aanspreken. Zij zullen zich scharen achter Jezus en zijn Evangelie.  AR

NOVEENGEBED VOOR DE GENEZING VAN BISSCHOP HARRIE SMEETS.

By beschouwingen

De Vicaris Generaal mgr. R. Maessen en de proost (voorzitter van het Kathedraal Kapittel, mgr. H. Schnackers  hebben ons gevraagd vandaag, 10 juni, een noveen te starten voor de genezing van onze ernstig zieke bisschop ,gr. Harrie Smeets

Het volgende gebed dient daartoe:

GEBED

Heer, onze God, die ons liefhebt  en ons vraagt elkaar nabij te zijn,
wij bidden U voor onze bisschop mgr. Harrie Smeets.

Wij hebben de aansporing voor ogen
in de Brief van de H. Jacobus, onderdeel van de H. Schrift:

‘Is iemand onder u ziek,
laat hij de (oudsten)priesters van de gemeente roepen;
Zij moeten een gebed over hem uitspreken
en hem met olie zalven in de Naam van de Heer.
En het gelovige gebed zal de zieke redden
en de Heer zal hem oprichten,
En als hij zonden heeft begaan zal het hem worden vergeven’

Onze bisschop heeft aan deze aansporing gevolg gegeven
en in uw Naam de ziekenzalving ontvangen.

Bekommer U nu, Heer, om uw dienaar,
heb medelijden met hem en bescherm hem.
Wij vragen U om genezing naar lichaam en geest.
Sterk hem en ons allen in geloof,
Dat U uiteindelijk alles ten goede richt
en dat wij niet kunnen vallen uit uw hand.

Dat alles vragen we U op voorspraak van OLV Sterre der Zee,
van de H. Jozef en van de heilige Henricus, naar wie onze bisschop is genoemd
van Sint Christoffel, patroon van onze bisschopskerk door Christus, onze Heer,
die met U en de Geest leeft in eeuwigheid.   Amen.

Onze Vader,
Wees gegroet,
Eer aan de Vader enz…….

Men kan het gebed vergezeld doen gaan van het ontsteken van een kaars.

zondag 4-7: 2021 (14 B) Waar komen die wijsheid en wonderen vandaan?

By Preken

Uit onze geloofstraditie weten we  dat profeten  vervelende mensen zijn, ook de profeet Ezechiël getuigt daar van. Ze beweren vaak dat God hun opdrachtgever is. En het enige bewijs dat ze  leveren is dat ze zich niets gelegen laten liggen aan het menselijke verlangen geliefd te worden , gewaardeerd en het goed te hebben. Profeten zijn ook vervelend, omdat ze onrust veroorzaken. Ze kijken mensen niet naar de ogen. Ook de dragende figuren van een samenleving worden niet gespaard. Als ze niet rechtvaardig zijn en integer handelen, dan worden ze daarop aangesproken. Profeten  durven zelfs in de naam van God over politiek te spreken en partij te kiezen voor de partijlozen, dat wil zeggen voor de armen, de kleinen en alle anderen die niet meetellen. Jezus – zo leert het Evangelie – deelt in het lot van de profeten. Hij gaat naar Nazareth, het dorp waar Hij is opgegroeid. Zijn leerlingen vergezellen Hem en zijn getuigen van wat daar gebeurt. Jezus stuit in zijn vaderstad al snel op weerstand. Aan de ene kant is Hij een gewone dorpsgenoot. Ze kennen er zijn familie, zijn beroep enz. Net als de andere jongens van het dorp is Hij opgevoed met de heilige boeken, zoals de Wet van Mozes (Thora), de profeten en de Wijsheidsboeken. Hij heeft leren nadenken en vragen stellen. Anderzijds worden ze geconfronteerd met het uitzonderlijke van zijn optreden. Hij spreekt in de synagoge woorden vol wijsheid, ofschoon niet opgeleid als rabbi en zijn handen verrichten wonderen. U begrijpt dat gewone en dat uitzonderlijke passen niet bij elkaar. Dat werkt aanstootgevend. Daarom slaat verbazing en bewondering al gauw om in een afwijzing, omdat ze Jezus niet meer herkennen  zoals Hij indertijd was. Ze kunnen niet aanvaarden dat Hij intussen een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het beeld van vroeger kunnen ze moeilijk loslaten. Ze nemen nog liever afscheid van Hem dan hun opvattingen over Hem te veranderen. Daarom ziet ook Jezus zich genoodzaakt afscheid te nemen van zijn dorpsgenoten, omdat ze niet kunnen aanvaarden wie Hij geworden is. Marcus zegt: ‘Hij stond verwonderd over hun ongeloof en ging naar de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf.’ Wij hebben misschien de neiging met een afkeurende vinger te wijzen naar de mensen van Nazareth, maar is wat hier gebeurt niet een gevaar dat ook ons bedreigt? Jezus is de zoon van een timmerman en heeft het vak van zijn vader geleerd, zoals dat vaak ging. Nou is timmerman, metselaar, stukadoor, kassière, vult u maar in… een prachtig ambacht of beroep. Maar bij deze beroepen denken we niet direct aan mensen die de richting van de samenleving grondig bepalen en veranderen. Daarvoor moet je gestudeerd hebben. Minstens HBO, maar nog liever een universitaire studie hebben afgerond. Zo wordt er in onze wereld gedacht. Onze godsdienst echter is begonnen met een timmerman die rondtrok. Wij weten dat Hij ook in  eigen land niet door iedereen serieus werd genomen. De godsdienstige leiders, alsook schriftgeleerden en Farizeeën waren zo fel tegen Hem gekant, dat ze Hem ter dood hebben laten brengen. De eerste eeuwen van het christendom was de kritiek van Romeinse keizers: ‘Wat is dat voor een stelletje armoedzaaiers?’ Ook vandaag worden christenen door bepaalde mensen niet voor vol  aangezien. Het gaat nl. in de christelijke boodschap niet om de power, niet om het grote geld, niet om wat in de ogen van mensen macht heeft. Ook al heeft de Kerk zich in de loop der eeuwen vaak geïdentificeerd met de machthebbers om ook zelf weer macht te kunnen uitoefenen, telkens zijn er vanuit het midden van de Kerk tegenbewegingen ontstaan, zoals de beweging van Franciscus die op de markt van Assisi zijn kleren uittrok om alle rijkdom en macht af te werpen. De pracht en praal van vroeger zijn goeddeels uit de Kerk verdwenen en misschien zijn we met de afgeslankte rest weer dichter bij haar oorsprong, zoals het met Jezus begonnen is. Hij was maar een timmerman en zijn boodschap heeft echt niet iedereen bereikt. Maar velen die zijn Evangelie hebben vernomen zijn er diep door geraakt en het heeft hun leven veranderd. Wij ervaren: als je met geloof, hoop en liefde  in het leven staat, dan heb je een genezende invloed op je omgeving. Nou behoorde Jezus dus niet bij de elite of de mensen die het in de samenleving voor het zeggen hebben, maar die bescheiden afkomst hebben Hem wel een grote vrijheid gegeven. Hij hoeft zich niet gewichtiger voor te doen dan Hij in feite is. Hij kan helemaal zeggen en doen wat Hij vanuit zijn band met God, zijn hemelse Vader, noodzakelijk acht. Het geeft Hem een grote vrijmoedigheid. En die missen we vaak in de Kerk, ook bij leidinggevenden, bang voor de beschuldiging dat ze niet recht zijn in de leer. De kracht van het christendom  ligt juist in de vrijmoedigheid om iedere keer te wijzen op wat mensen tot geluk brengt. De kracht van een gelovige houding als christen ligt daar waar aan kleine en arme mensen recht wordt gedaan. En er zijn er in onze wereld nog zovelen die geen recht wordt gedaan. Als we ons niet schamen voor die timerman weten we dat we steeds opnieuw kunnen beginnen en kunnen kiezen voor liefde. Geve God ons moed en kracht. AMEN