Zondag 17 januari 2021: 2e zondag door het jaar B 2021.

By Preken

Lezingen: 1 Samuel 3, 3b-10.19; 1 Korintiërs 6, 13c-15a.17-20; Johannes 1, 35-42

Crisistijden, beste mensen, doen zich in onze menselijke geschiedenis regelmatig voor. Dat gebeurt op het gebied van de gezondheid, denk aan de pest- en recenter hiv en ebola epidemieën; denk aan de coronapandemie van nu. Op het gebied van de natuur; denk aan tsunami’s, aardbevingen en aardverschuivingen (dezer dagen in Sulawesi); op het gebied van de economie: denk aan de crisis wereldwijd in 2008. Op het gebied van de religie: denk aan godsdienstige crises zoals die zich in de tijd van Samuel in Israël voordeed. De auteur van het 1e Boek Samuel begint zijn relaas met de opmerking dat ‘het woord van de Ene een zeldzaamheid was en een visioen niet dikwijls voorkwam’. De godsdienst zat in het slob. God werd niet meer als ‘aanwezig’ ervaren en had geen plaats meer in het leven van zijn mensen. Het klinkt ons in deze tijd niet vreemd in de oren. Crises hebben hun plaats in de mensengeschiedenis, ook in die van ons. Maar er staan ook steeds mensen op die nieuwe wegen wijzen. Daar zijn voorbeelden van.

In de geloofsgeschiedenis van Israël doet zich naar het verhaal van vandaag iets bijzonders voor Het blijkt doorslaggevend voor de daarop volgende periode. Moeder Hanna, een gelovige vrouw op leeftijd, ziet haar onophoudelijk bidden verhoord. Ze krijgt nog een zoontje dat ze in het heiligdom, op dat moment in de plaats Silo, uit dankbaarheid aan God toewijdt. Voor zijn opvoeding vertrouwt ze haar kind toe aan de hogepriester Eli wiens zonen, priesters van het heiligdom de eredienst te schande maken. Samuel voelt zich geroepen daar verandering in aan te brengen en beleeft dat in een nachtelijk visioen waarin God hem tot drie keer toe roept. Samuel wordt geroepen en stelt zich beschikbaar. Hij wordt degene, die de overgang van Gods volk begeleidt in en periode van crisis van bestuursvorm maar ook van de godsdienstigheid. He bestuur wordt toevertrouwd aan een koning. Profeten zien er voortaan op toe, dat bestuur en volk beantwoorden aan Gods bedoelingen volgens de Tien Geboden. Vandaag vermeldt ook het Evangelie een roepingsverhaal. Een paar leerlingen van Johannes de Doper zijn nieuwsgierig geworden door de woorden van Johannes ‘zie het Lam Gods’ (Jesaja 53, 7). Ze gaan achter Jezus aan die hen vraagt ‘wat zoeken jullie?’ Ze antwoorden: ‘waar houdt U verblijf?’ Het is een vraag om toegelaten te worden tot Jezus’ leefwereld. Waar bezielt die Jezus? Het wordt een ontmoeting, die hun verdere leven bepaalt  Als Andreas’ broer Simon ook nog meegaat krijgt die al meteen een nieuwe naam die beantwoordt aan zijn roeping: Petrus, de rots waarop Jezus’ gemeenschap wordt gebouwd.  Petrus en Andreas, vissers van beroep, worden met Jacobus en Johannes zijn eerste leerlingen. Uitnodiging (roeping) ‘kom en zie’ en daarop ingaan.
We beleven momenteel een crisistijd wat betreft onze gezondheid door de pandemie, maar ook in de politiek –denk aan de val van het kabinet t.g.v. de toeslagaffaire met meer dan 20.000 gedupeerden. Denk aan de christelijke geloofsgemeenschappen. We  zoeken we naar de juiste weg in deze tijd nu 80 % van de Nederlandse bevolking niet of nauwelijks nog in een kerk komt. De gemeente vraagt zich af wat er met de gebouwen gaat gebeuren. Door die crises op verschillende terreinen vragen velen zich af of onze manier van leven wel zo goed was, of ons politieke systeem niet eens goed doorgelicht moet worden; of de kerken nog wel beantwoorden aan wat het Evangelie ons aan  rijkdom biedt en aan roeping  inhoudt Wat dit laatste betreft streeft Paus Franciscus op naar een geloofsgemeenschap van mondige gelovigen. Ze zijn toegerust met hun eigen gaven, die erkend dienen te worden. Maar ze moeten ook bereid zijn, die in te zetten voor de kwaliteit van leven van de gemeenschap op basis van het Evangelie. De paus baseert zich daarbij op het 2e Vaticaans concilie (zestiger jaren van de vorige eeuw. Hij zegt: Ieder van ons is geroepen in crisistijd het evangelie van liefde te beleven in de wereld van nu; heilzaam daarin aanwezig te zijn door eraan bij te dragen, dat crises worden overwonnen in gerechtigheid en waarheid.

Pastoor A. Reijnen.

 

zondag 17-1-2021: (2B) Kijk daar gaat het Lam van God……..

By Preken

Als Johannes de Doper, staande bij de Jordaan met twee van zijn leerlingen, Jezus voorbij ziet komen, zegt hij tegen hen: ‘’ Kijk, daar gaat het Lam van God’. En wat doen die twee? Ze lopen Jezus achterna. Als Deze merkt dat Hij gevolgd wordt, keert Hij zich om en vraagt hen: ‘Wat zoeken jullie?’ Hun antwoord is: ‘Waar logeert U?’ Jezus wordt niet geërgerd door hun nieuwsgierigheid,  maar nodigt hen zelfs uit en zegt: ‘Kom maar mee. Dan kun je het zien!’ Ze gaan dan met Hem mee en blijven die avond en nacht bij Hem, zo vertelt ons Johannes. Aanvankelijk was ik verbaasd over dat wonderlijke verhaal, maar later dacht ik: Je zult als ondernemende jongeman maar dagelijks bezig zijn met vissen en netten repareren. Als dan iemand op het toneel verschijnt van wie bijzondere dingen worden verteld, is het niet vreemd dat zo iemand je nieuwsgierigheid prikkelt en dat je Hem nader wilt leren kennen. De Doper noemt Hem: ’Het Lam van God’, maar wat moet je je daar bij voorstellen? Voor een lam is niemand bang, maar is het wel verstandig om je zo kwetsbaar op te stellen? Loop je niet het risico dat mensen misbruik maken van je zachtmoedigheid? Vooral in een wereld als de onze waar allerlei vormen van geweld ons omringen? Wij beseffen dat we ons niet moeten gedragen als onnozele schapen. We moeten onze weerloosheid ‘bewapenen’ met oplettendheid, alertheid en een flinke dosis wantrouwen. Dat is gezond en normaal. Natuurlijk willen we geen verharding of een sfeer waarin niemand elkaar meer vertrouwt. Wij willen niet met elkaar omgaan als leeuwen, maar vragen ons ook af: is een lam dan een aantrekkelijk dier om ons aan te spiegelen? Aan zijn weerloosheid, schuwheid en schrikachtigheid? Johannes de Doper weet het zeker. Als hij Jezus ziet, zegt hij zonder aarzelen: “Kijk, daar gaat het Lam van God!’  Niet de leeuw van Juda, niet een oppermachtige adelaar, maar een mens bescheiden en zachtaardig als een lam. De leerlingen van Johannes hebben  geen verdere uitleg nodig, maar willen Hem nader leren kennen. Als Jezus een mens als een lam is, dan moet op de plek waar Hij woont vrede en veiligheid te vinden zijn. Maar zij en wij zien vaak een wereld vol ruzie en geweld. Ziet Jezus dat dan niet? Is Hij zo naïef of kijken wij verkeerd?  Hoe ziet de verblijfplaats van vrede  er dan uit, de plek waar de geweldloosheid woont? Hoe zien jij en ik er uit zonder geweld?  ‘Ga maar mee’, zegt Jezus, ‘Kom maar kijken’. Ze gaan met Jezus mee, maar wat ze te zien krijgen, vertelt het Evangelie niet. Was het een gewoon huis of toch iets anders? We zullen het niet weten, maar het lijkt er op, dat overal waar Jezus gaat of staat, zijn verblijfplaats is. De woonplaats van de onschuld, weerloosheid; de verblijfplaats van ons verlangen naar ontmoetingen zonder geweld, waar is die? Als mensen er ons naar vragen, waar nemen we ze dan mee naartoe? ‘ Heeft niet ieder mens zo’n verblijfplaats?  Hoe we die kunnen vinden?’, vraagt U. Het antwoord luidt: ‘Heel voorzichtig, zoals je een lam in de wei zou benaderen. Zo komen we in de buurt van het soms goed verborgen verlangen om zachtmoedig, geduldig en toegewijd te zijn. Dat is bv. wat mensen die aan een stille tocht meedoen willen zeggen: wij hebben ook gevoel;  wij zijn niet uit op vergelding, maar laat ons niet verharden. Met dit diepe verlangen kunnen wij als gelovige mensen naar de verblijfplaats van de Messias gaan. We kunnen naar plekken gaan waar we horen, dat we elkaar niet bang moeten maken. Plaatsen waar we brood en vrede met elkaar mogen delen; waar een uitgestoken hand wordt gereikt in plaats van een beschuldigende vinger. We horen er verhalen over mensen die elkaar ongewapend tegemoet durven treden. Verhalen van stekelige en ruwe bolsters die een blanke pit verbergen. Bij elke ontmoeting van mens tot mens waarin waardering de voertaal is, gebeurt wat Johannes zegt: het Lam Gods neemt de zondenlast weg. Dat betekent onze levenslast, onze onvolkomenheden, ons falen en onze kortzichtigheid. Die belemmeren voortdurend ons vrije zicht op de naaste. Als we elkaar echter benaderen met de weerloosheid van het lam, vallen die belemmeringen weg. Was dat ook niet de roepstem die Samuel hoorde? Hij verstond het niet goed, begreep het verkeerd en pas toen hem duidelijk werd gemaakt dat God hem riep, kon hij zeggen: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’.  Wij worden ons leven lang geroepen op weg te gaan, telkens opnieuw. Geroepen om te leren zien dat elk mens gevoel heeft; dat ieder mens ons angstig vraagt: doe me geen pijn! Telkens moeten wij erop gewezen worden, dat de wereld niet alleen gewelddadig is en zonder hoop, maar dat er vlak bij ons verblijfplaatsen zijn van vrede. God blijft maar roepen. Hij houdt niet op, want ooit zullen wij, net als Samuel een antwoord geven. Er komt een dag dat we sterk genoeg zijn om te geloven dat de wapens van het Lam sterker zijn: zachtmoedigheid, geduld en mededogen. We zullen net zo lang oefenen tot we ze onder de knie hebben. Ondertussen blijven we bidden: Lam Gods, neem weg de last van de angst en het wantrouwen die ons belemmeren en dwars zitten. Ontferm U over ons. AMEN.

zondag 10 januari 2021: De doop van de Heer.

By Preken

Lezingen: (Jesaja 55, 1-11); 1 Johannes 5, 1-9; Marcus 1, 7-11

Het woord ‘wereld’ beste mensen, heeft voor ons over het algemeen een neutrale betekenis. We praten over ‘de wereld waarin wij leven’. Wij bedoelen dan de tijd, de omstandigheden, de mentaliteit van nu waarmee wij te maken hebben. We maken er deel van uit. Wij zijn mensen in de wereld van nu. Iedereen die leeft oefent op een of andere manier daar invloed op uit . Maar we wórden ook beïnvloed door mensen om ons heen.; door de media die ons informeren over het wereldgebeuren; door de praatprogramma’s op de TV. Zij oefenen invloed uit op ons denken en doen. Thema’s van invloed waar op het ogenblik veel aandacht aan wordt besteed zijn corona en de gebeurtenissen in de VS. De planning van de vaccinatie en de volgorde van wie aan de beurt zijn;  en de gevolgen van de presidentsverkiezingen. Velen zijn verbijsterd door de gebeurtenissen in de VS; anderen wijzen op dat het een keer moest gebeuren gezien de diepe kloof, die er langzaam is ontstaan tussen arm en rijk, blank en donkerkleurig, tussen machthebbers en gewone burgers. Zoekers naar macht, spelen in op gevoelens van frustratie en onvrede onder de mensen. Wat in de VS zich afspeelt kan overal gebeuren waar tegenstellingen groeien, telkens in de eigen omstandigheden van landen en volken. Het speelt zich allemaal af  in onze wereld. Maar dat woord  ‘wereld’ heeft niet altijd dezelfde inhoud.

Als, bijvoorbeeld, de apostel Johannes in zijn geschriften het heeft over ‘de wereld’ dan bedoelt hij alles wat niet beantwoordt aan ons bestaan zoals God dat heeft bedoeld.. Gods heeft een wereld bedoeld waarin waarheid, gerechtigheid en vrede heersen; een wereld, waarin ieder tot zijn recht komt naar ieders menselijke maat; waar men elkaar helpt en ondersteunt; waar degene die hééft deelt met degene die níet heeft; waar degene die wéét zijn kennis en vaardigheid deelt met degenen die níet weet; waar degene, die om niet geholpen wordt, geen boete hoeft te betalen omdat hij ondersteuning  heeft ontvangen; waar mensen de  fouten die ze maken worden vergeven in plaats van het nemen van wraak. Jezus noemt dat ‘de komst van het Koninkrijk van God ’. Dat Koninkrijk maakt leven mogelijk; houdt ‘leven’ in, uitlopend zelfs op leven voorgoed.

Vandaag vieren we Jezus’ doop in de Jordaan door Johannes de Doper, die Jezus’ komst (en van het Koninkrijk van God in Hem) heeft aangekondigd. Toen Hij er was heeft hij Hem aangewezen. De doop van Jezus was het startpunt van zijn openbaar optreden waarin Hij het Rijk van God aanwezig deed zijn, in woord en  daad. Door zich te laten dopen zei hij  ‘ja’ op zijn levensroeping. Ook in zijn tijd waren er kloven tussen rijk en arm, machthebber en onderhorigen, mensen aan de top en aan de rand. Hij leerde hoe wij als kinderen van God kunnen leven, ook nu in ‘onze wereld’; in de coronabeproeving die we meemaken én in hetgeen zich in onze wereld afspeelt.  We ervaren wie en hoe wij zijn. We ervaren hoezeer dat Rijk van God, rijk van goedheid en liefde, steeds onder vuur ligt. Het Koninkrijk van God komt niet vanzelfsprekend tot stand, maar door ‘ja’ te zeggen op onze roeping als christen. Wat er in onze wereld allemaal gebeurt kan ons nederig maken, blij om wat onder mensen aan goeds gebeurt, waar dus net Koninkrijk van God tot stand komt; maar ons ook ervan bewust dat er kwaad is en het goede geweld wordt aangedaan.  Wij, christenen, zijn gedoopt in Jezus Christus. Daartoe is water van Gods genade over ons uitgegoten. Het is het startpunt van onze roeping om het Rijk van God naar onze mogelijkheden in onze tijd te bewerkstelligen in onze wereld. Het Rijk van God, in de doop over ons als water uitgegoten vraagt erom in ons vlees en bloed te worden (1e Lezing). Amen
Pastoor A. Reijnen.

Zondag 3 januari: De wijzen komen van ver…..

By Preken

Pas zijn we een nieuw jaar begonnen. Het oude is sterk overschaduwd door het coronavirus dat tot een pandemie heeft geleid. Op het ogenblik is al onze hoop gevestigd op snelle vaccinatie om zo verdere verspreiding een halt toe te roepen, dat we niet meer besmet raken, gezond blijven en ons gewone leven weer kunnen oppakken. We  trachten rekening te houden met wat deze pandemie ons geleerd heeft. Dat is de hartenwens van ieder van ieder van ons.

De  Evangelies van vandaag en de twee komende zondagen vormen een drieluik: het verhaal van de wijzen, de doop van Jezus in de Jordaan en tot  slot  het verhaal van de bruiloft in Kana. Verhalen om duidelijk te maken wie Jezus eigenlijk is. Enerzijds is Hij een mens als wij. Anderzijds is Hij een man van goddelijke oorsprong. Matteus heeft het verhaal van de wijzen samengesteld aan de hand van uitspraken over een Messias-koning zoals wij die vinden bij de profeet Micha  en in de Psalmen. Hij wil zijn lezers laten zien: dit Kind van Bethlehem, geboren uit Joodse ouders in de stad van David, heeft een betekenis die veel verder reikt dan de grenzen van het Joodse land. Zijn boodschap is bestemd voor alle volken van de wereld. De wijzen  van wie hij vertelt, mogen wij beschouwen als vertegenwoordigers van heel de niet-joodse wereld.  Koning Herodes weet heel goed dat het om de Messias gaat, want hij heeft hogepriesters en schriftgeleerden geraadpleegd. En die kennen de Bijbel. Hij voelt zich duidelijk bedreigd en maakt een plan om zijn mogelijke rivaal om het leven te brengen. Want als je het goed hebt, wil je dat vooral zo houden, soms tot elke prijs. Dat geldt niet alleen van Herodes, maar ook van de religieuze leiders die alles denken te weten over God, zijn wetten en bedoelingen.  Tegenover  die machthebbers uit Jerusalem plaatst Matteus de wijzen. Zij hebben hun veilige thuis verlaten op zoek naar licht. Deze mensen die niets weten van de verbondsgeschiedenis van God met zijn volk moeten het hebben van tekens die ze zien in de stand van de sterren. Zij komen in Jerusalem met de vraag, waar ze de pasgeboren koning van de Joden vinden?  Wat hebben die wijzen ons te zeggen? Zijn ook wij – net als zij – pelgrims op zoek naar licht?   Op zoek naar antwoorden op de vele vragen die we hebben over de zin van het leven, over Gods bedoelingen en wat Hij van ons verwacht?  Of hebben wij wat dit betreft geen vragen, hebben we alles op een rijtje en willen we dat vooral zo houden?  Hebben we geen behoefte aan lastige vragen of informatie die ons verontrust? Wat denken we bv. over het feit dat zo veel mensen eenzaam zijn, omdat anderen sterk op zichzelf betrokken zijn en leven alsof ze niemand nodig hebben? Wat doet het met ons, als we horen  hoeveel kinderen doodgaan door honger en ondervoeding?  Wat gaat er door ons hoofd, als we beelden zien van natuurrampen zoals de gevolgen van aardbevingen en watersnood?  We zien hoe wanhopig vluchtelingen en vreemden Europa trachten te bereiken op zoek naar veiligheid en een leefbare toekomst? Wat doen deze beelden en feiten met ons? Zijn we alleen maar bang voor ons eigen hachje of verlamd door gevoelens van onmacht? Natuurlijk  willen we voor iedereen een menswaardig bestaan, veiligheid en vrede. Natuurlijk hebben we zorg om klimaatverandering en dat verwoestende virus, om de groeiende kloof tussen arm en rijk, tussen mensen die zich veel kunnen permitteren en anderen die niet weten hoe de eindjes aan elkaar te knopen?  M.a.w. zorgen genoeg, maar wat mag het ons kosten? Wat hebben we er voor over om bij te dragen aan verandering en verbetering?  Waaraan hebben wij te danken dat wij mogen leven in een zekere welvaart, terwijl velen zelfs missen wat ze nodig hebben voor het elementaire levensonderhoud? Zijn wij  in Gods ogen dan meer waard dan armen en zwakken? U merkt wel: de wijzen van onze dagen hebben heel wat vragen. Nou kun je natuurlijk zeggen: ‘Doe niet zo moeilijk!’ Bij het begin van een nieuw jaar hebben velen van ons goede voornemens. We zijn wel van goede wil, maar tevens voelen wij ons onzeker en onmachtig er serieus aan te werken. Waar vinden we de Ster en het Licht dat ons als een Gids kan leiden? Jesaja roept Jerusalem op wakker te worden, want de Zon en de glorie van de Heer gaat over hen op. Matteus vertelt dat de belofte van Jesaja  met de komst van Jezus een feit is geworden. Wij worden wel  eens getroffen door wat een ander in ons ziet. Dat kan ons verbazen, maar tevens wekt het misschien in ons het verlangen waar te maken wat die ander in ons ziet. Waarschijnlijk ziet God dingen in ons die wij niet voor mogelijk houden. Kan het niet zijn, dat onze goede voornemens van Hem  afkomstig zijn? Als ze van Hem komen, zou Hij ons dan ook niet de moed en de kracht willen geven om ze waar te maken? We kunnen ons misschien aansluiten bij de wijzen van Matteus en neerknielen bij het Kind. Op zoek naar een passend geschenk dat wij kunnen aanbieden? Zou Hij niet tevreden zijn, als wij af en toe bij Hem knielen en vragen ons  de weg te wijzen?  Vragen ons te helpen opstaan uit onze angst, aarzelingen en onmacht. Dan wordt 2021 een zalig Nieuwjaar. En dat wensen we elkaar van harte. Amen.
A. Franssen,  pastor.

Vrijdag 1 januari 2021: Maria Moeder van God.

By Preken

Tekst ook voor Oudjaaarviering.
Lezingen: Numeri 6, 22-27; Galaten 4, 4-7; Lucas 2, 16-21

INLEIDING
We eindig(d)en een voor heel de mensengemeenschap bewogen jaar 2020; een jaar dat bepaald werd door het coronavirus en tenslotte ook nog varianten. De pandemie maakte een einde aan onze manier van leven zoals we die de jaren na de bevrijding van 1945 hadden opgebouwd en die almaar welvarender was geworden voor verreweg de meesten in ons land. Het zal een jaar zijn dat ons lang zal heugen en dat –wat de pandemie, de gevolgen ervan en de bestrijding over de grens van 2020 naar 2021 vooralsnog voortzetting vindt. Gelukkig kunnen we de overgang van oud- naar nieuwjaar maken met het vooruitzicht, dat er vaccins zijn ontwikkeld, die ons naar verwachting in staat stellen het virus de juiste weerstand te bieden. Laten we leren van wat ons overkomen is en hopen op een goede toekomst. Bij alles wat ons overkomt moge ons geloof ons tot steun zijn. We vier(d)en met Kerstmis en in de kersttijd Gods menswording in Jezus Christus. Daarmee kregen we de mogelijkheid in geloof zelf ook kinderen van God te worden. Vandaag  vieren we Maria, moeder van God. Moge zij ons bijstaan opdat God steeds meer mens wordt ook in ons.

OVERWEGING
Het jaar 2020 zullen we niet gemakkelijk vergeten. Het was wel een heel bijzonder jaar, sterk bepaald door de coronapandemie en de beperkingen, die daar het gevolg van waren.  Die kennen we allemaal en er is genoeg over gepraat en geschreven. De stemming varieerde van gelaten acceptatie tot de vraag is dit allemaal wel nodig tot verzet en opstandig gedrag.

De vraag is of en wat we van zulk een pandemie met zijn vele beperkingen van ons tot nog toe normale leven ook iets kunnen leren. Hebben we de ervaring van kwetsbaarheid en afhankelijkheid kunnen toelaten?  We moesten. Er was handhaving, er waren boetesancties, maar hebben we ook kunnen accepteren, dat niet alles ‘maakbaar’ is. Dat we onderworpen kunnen zijn aan voorwaarden, die we niet in de hand hebben. Limburgers zijn vanuit hun geschiedenis wat gewend en zeggen graag; ‘t is wie ’t is? Dat gezegde kan naast een zekere gelatenheid ook  wijsheid laten zien van acceptatie van wat ons overkomt. Daarna komt de vraag ‘hoe we ermee omgaan’ en ‘wat we eraan kunnen doen.  Mensen zijn creatief, Er zijn heel wat creatieve manieren van omgaan tevoorschijn gekomen op het gebied van elkaar nabij zijn, elkaar helpen, ondersteunen en troosten. Zorgverleners hebben enorme inzet getoond.

Misschien dat we, bij onze vraag hoe om te gaan met wat ons overkomt, ook te rade kunnen gaan bij verhalen, die tot onze geloofstraditie behoren. Bijvoorbeeld: Vandaag vieren we ‘Maria, moeder van God’. Maria moeder van een Zoon die in Godsnaam onder ons geboren is om ons menselijk levenslot met ons t delen;  van geboorte tot dood en van alles watt daar tussen ligt. Deze gedachtenis verhaalt van een ongehoord staaltje van Gods betrokkenheid en Gods liefde voor ons, zijn schepselen. De verre, onaantastbare God is ons niet alleen nabij gekomen, maar heeft de voorwaarden waaronder wij bestaan met ons gedeeld.  De H. Paulus  schrijft in zijn bief aan de christenen van Filippi  (in Macedonië). ‘Hij, die de gestalte van God had, hield zijn  gelijkheid aan God niet vast maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens’. Hij nam zijn levenslot  op zich t/m zijn dood aan het kruis. (Filippenzen hst 2). Als we Maria vieren als moeder van God dan laat ons dat opnieuw zien hoe ‘menselijk’, hoe nabij onze God is; en bovendien hoe Maria aan die ‘menselijke’ geboorte van God heeft meegewerkt. Ook hierover schijft de H. Paulus, nu in zijn brief aan de  christenen van Galatië  (in het huidige Turkije): ‘Toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de Wet (zoals die met al zijn aanslibsels toen gold  AR) om ons ervan vrij te kopen, opdat we zijn kinderen zouden worden’. We staan voor een ongelooflijk geheim van onbaatzuchtige liefde, bescheiden dienstbaarheid, zowel van Gods kant als de kant van Maria. Hier verhouden God en mens zich op een ideale manier.

De coronapandemie heeft velen aan het denken gezet, nu we onze kwetsbaarheid,  afhankelijkheid beperktheid hebben ervaren. Je zou kunnen zeggen, dat er een aanwijzing  ligt opgesloten in de onbaatzuchtige liefde en bescheiden dienstbaarheid waarmee God in Jezus , Maria en Jozef er waren en zijn voor ons in het kerstgebeuren. Zo kunnen wij vanuit de ervaring van wat ons overkomt in de pandemie in onbaatzuchtige en bescheiden dienstbaarheid er voor elkaar proberen re zijn. Het feest van vandaag Maria moeder van God, wijst ons een weg, die heilzaam is voor onszelf en onze wereld. U allen wens ik van harte een gezegend, voorspoedig en langzamerhand coronavrij nieuwjaar. AR

Klok luiden tijdens jaarwisseling.

By Nieuws

Klok luiden tijdens jaarwisseling

In de Oudjaarsnacht wordt dit jaar geen vuurwerk afgestoken. Om de jaarwisseling toch niet helemaal geruisloos te laten passeren, nodigt het bisdom alle parochies in Limburg uit om ’s nachts om 24.00 uur de kerkklokken te laten luiden. Op die manier kan het nieuwe jaar feestelijk ingeluid worden.

Er zijn plaatsen in Limburg waar het sowieso al gebruikelijk is om bij het begin van het nieuwe jaar de klok te laten luiden. Bisschop Smeets nodigt alle andere parochies uit om dat voorbeeld dit jaar te volgen. De klokken mogen uiting geven aan het gebed van de gelovigen dat het nieuwe jaar veel heil en zegen en voor iedereen mag brengen.

Ook in onze parochie H. Agatha Eys zullen tijdens de jaarwisseling de klokken luiden.

Preken met en rond kerstmis 2020.

By Preken

 

25 -12-2020  Kerstmis een blijde boodschap voor heel het volk. (pastor Franssen)

Een Kerstfeest als dit jaar hebben de meesten van ons niet eerder meegemaakt Een virus dat de hele wereld plat slaat en lam legt: we zijn er terecht bang voor. We moeten ons beperkingen opleggen, want we willen geen onnodige risico’s voor anderen en voor ons zelf. Meer dan ooit merken wij dat het leven niet maakbaar is en dat wij het niet zelf in de hand hebben. Ondanks alles hebben wij behoefte om dit feest te vieren, misschien nog meer dan anders. Door de versiering,  sterke aandacht voor eten en drinken, kortom alle uiterlijkheden dreigen we makkelijk te vergeten waar het met Kerstmis om begonnen is. Wij herdenken Jezus’ geboorte en zijn komen in deze wereld.  Een groot Mysterie dat de onnoembare God ons menselijk leven komt delen om – zoals de H. Alphonsus zegt – om met ons in gesprek te gaan als met goede vrienden. De boodschap ven Kerstmis is er niet om ons  de les te lezen. De engel die aan de herders verschijnt zegt: ‘Ik heb voor jullie een vreugdevolle boodschap die voor heel het volk bestemd is. Heden is voor jullie een Redder geboren in de stad van David. Zijn Naam is Christus, de Heer’. Een boodschap die onze nieuwsgierigheid wil prikkelen en ons tot verwondering wil brengen voor het grote Geheim dat God in Jezus bij ons heeft willen wonen. In allerlei toonaarden zeggen de Evangelieverhalen dat die onvoorstelbare God een voorkeur heeft voor armen en eenvoudigen, voor vluchtelingen en vreemdelingen, en voor alle mensen van goede wil. Wat door de profeten eeuwen lang is voorzegd en beloofd, is een feit geworden. Het gebeurt echter zo eenvoudig en zonder ophef,  dat de meeste landgenoten van Jezus het niet in de gaten hebben en er geen acht op slaan. Het Kerstkind eist geen aandacht op een dwingende manier, maar de engel spoort de herders enkel aan om naar Bethlehem te gaan en met eigen ogen te zien wat er gebeurd is. Geen paleis, eenvoud is troef: een kwetsbaar Kind, geboren in een stal of grot, te midden van dieren. Blijkbaar was er geen plaats in een herberg. Zijn ouders zijn eenvoudige mensen. Met de herders worden wij uitgenodigd onze ogen en oren en ons hart wijd open te zetten voor het goede nieuws van de engel. Hij spreekt van een Redder die geboren is, iemand die bevrijding zal brengen van zaken  die druk leggen op ons leven zoals angsten en zorgen, armoede en geweld, ziekte en schuld. Hij doet niet al onze moeilijkheden als sneeuw voor de zon verdwijnen, maar wijst ons wel wegen naar bevrijding en gaat ons daarop voor. Hij geeft kracht, moed en vertrouwen om daaraan te werken.

Op dit feest geen waarschuwende woorden, ondanks alle onheil dat er nog steeds is, maar vooral liederen en muziek om Gods lof te zingen, gedichten en verhalen die ons in verwondering brengen vanwege het grote Geheim dat zich in Jezus’ geboorte aan ons bekend maakt.  Als ik in deze dagen goede wensen ontvang, gebeurt dat vaak met gedichten of verhalen. Door sommige word ik echt geraakt en die bewaar ik. Enkele daarvan wil ik graag met U delen. Zo schrijft iemand: ‘Als het lied van de engel verstomt, als de ster verdwijnt uit het firmament,  als koningen en wijzen naar huis zijn, als de herders weer bij hun kudden zijn, dan begint het werk van Kerstmis: een vriend zijn voor wie eenzaam is, partij kiezen voor wie uitgerangeerd is, toekomst creëren voor kinderen, getuigen dat armoede onrecht is, elkaars hoeder zijn.’   Een ander schrijft: ‘Waar de ster toen in het holst van de nacht bleef stilstaan, kwam God tot ons, klein en kwetsbaar als een pasgeboren Kind. Waar mensen vandaag in de stilte van de nacht mogen thuis komen  bij elkaar, breken en delen, met herders en wijzen, met vriend en vreemde, blijft de ster telkens opnieuw even stilstaan. Waar gij en ik morgen teder en oprecht, kwetsbaar en vol vertrouwen durven zeggen en ervaren ‘ WEES NIET BANG, IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU’  komt God steeds opnieuw tot ons.’ Een ander gebruikt een tekst van dichter K. Gelaude ‘Het is Gods manier om geruisloos en iedere keer anders op aarde te verschijnen. Mensen van goede wil volgen de ster die naar de ander leidt. En met de ogen van hun ziel zullen zij overal het kind herkennen. Mensen van goede wil geloven, ondanks de feiten dat vrede kan in deze wereld. En dat menswording geen zeldzaam mooi verhaal van lang geleden is, maar iets dat kan gebeuren, nu en elke dag opnieuw’.  Een aansporing van  de H. Alphonsus tot besluit: ‘God werd mens om met ons in gesprek te kunnen gaan als met een vriend. Spreek met God van persoon tot persoon op een vertrouwelijke manier als met de beste vriend die je hebt. God vindt genoegen in intimiteit met jou. Bespreek al je aangelegenheden met God, je plannen, je problemen, je angsten, alles wat je ter harte gaat zoals een vriend zonder je in het minst bezwaard  te voelen. God zal niet nalaten je antwoord te geven. Hij zal zelf laten horen, niet door een stem die onze oren bereikt, maar eerder door een stem die ons hart goed herkent.’

Met deze gedachten wens ik U allen een ZALIG KERSTFEEST.  AMEN.

********************

Zaterdag 26 december: 2e kerstdag 2020 Heilige Stefanus. (meneer pastoor Reijnen)

Lezingen: Handelingen 6, 8-10.7, 54-60; Matteüs 10, 17-22

INLEIDING. Normaal zou dit de zondag van Hanzon Vocaal zijn geweest met eigen thema en teksten en liederen, naar eigen keuze. Maar in coronatijd is alles anders zo ook vandaag. Liturgisch gezien staat op deze dag de gedachtenis van de H. Stefanus. Hij werd omgebracht omwille van zijn geloof. Dat lijkt wat merkwaardig zo na de feestelijke gedachtenis van de geboorte van Jezus waaromheen wij graag romantische en vredige gedachten koesteren. We verlangen immers naar een wereld van goedheid en vrede. Een pas geboren kind,, in dit geval  de pas geboren Jezus,  werd door de engel aangeduid als een redder van Godswege bestemd voor  heel het volk. Een romantisch leven had hij niet want het liep uit op zijn kruisdood. Goedheid, vrede, liefde, waarheid en gerechtigheid worden niet altijd gekoesterd maar vaak ook geweld aangedaan. Ook in het geval van Stefanus. Laten we daar aanstonds nog even bij stil staan.

OVERWEGING

Woensdag 25 november stonden heel wat kerken in een rood licht, de kathedraal van Roermond, de kathedraal van den Bosch, maar ook veel parochiekerken, zoals die van onze cluster Morgenster. De actie was georganiseerd door ‘Kerk in Nood’ om de vervolgde christenen wereldwijd te gedenken. Wij voegden daaraan toe ‘alle mensen, die omwille van hun  geloof of levensovertuiging worden vervolgd, zonder dat die aanleiding geven tot het toebrengen van schade aan de mensengemeenschap. Het is onder mensen lang niet altijd vanzelfsprekend dat de beschouwingen en overtuigingen, die waarheid en gerechtigheid dienen zonder zelf gewelddadig te zijn, worden gewaardeerd. Vaak blijken die waarden uiterst kwetsbaar te zijn en daarmee ook de mensen die deze waarden vertegenwoordigen. We zien dat ook bij Stefanus, een van de eerste door de apostelen aangesteld welzijnswerkers onder de christenen, die uit de Griekse cultuur stamden. Discriminatie noemen we dat tegenwoordig. Zij voelden zich achtergesteld bij de christenen, die uit het Jeruzalemse  Jodendom afkomstig waren. Om die achterstelling op te heffen werden de diakens aangesteld.  De eerste van hen was Stefanus.  Stefanus kon echter meer. Hij was een intelligent man, goed ingeleid in het geloof in Jezus Christus en een goed spreker en debater.

Zijn geloofsovertuiging en het feit dat zijn tegenstanders niet tegen hem opgewassen waren heeft hem de das omgedaan. Hij werd gestenigd. Maar met al zijn kwetsbaarheid en de kwetsbaarheid van het geloof in Jezus Christus, een van ons maar ook Gods mens geworden Zoon, hielp zijn overtuiging he stand te houden. Symbool daarvoor zijn de woorden: Stefanus richtte zijn blik op de hemel en zei: Ik zie de hemel open en Jezus, de Mensenzoon, staande aan Gods rechterhand’.  Vanuit die overtuiging leefde Stefanus. Hij beschouwde als zijn redding, zo dat hij daar zijn leven voor over kon hebben. Vanuit dat geloof bad Stefanus zoals Jezus  voor degenen die hem zijn dood aandeden.

De boodschap van Jezus zet mensen niet tegen elkaar op, ofschoon ze menigmaal wel zo werd verstaan. De boodschap  van Jezus is er een van niet schaden en elkaar weldoen. Zijn boodschap is die van de liefde, die zichzelf op de achtergrond durft te plaatsen om de ander te dienen. Daarin geloofde Stefanus, daarin lag zijn dienstwerk voor de Grieks sprekende christenen, die tekort kwamen.

In het evangelie van Matteüs waarschuwt Jezus zijn volgelingen zich in acht te nemen voor de mensen. Het woord ‘mensen’ heeft hier een negatieve klank. Bedoeld zijn degenen, die hun medemensen vervolgen om hun christelijke levensovertuiging of in de lijn daarvan ligt. Ieder mens immers, die zich bekommert om zijn  medemens in nood, handelt in de lijn van Jezus Christus. Het Evangelie geeft dat zelf aan in het verhaal van de barmhartige Samaritaan, geen lid van het zich Gods volk noemende Joodse volk, maar wel de naaste voor de berooide medemens, die hij aantrof op zijn levenspad. ‘De mensen’ in dit stukje Evangelie dat we vandaag gelezen hebben zijn diegenen, die het goede niet kunnen verdragen en zich ertegen verzetten. Daar kunnen we ons ook in onze tijd at bij voorstellen als we denken aan degenen, die zich agressief gedragen ten zorgpersoneel in ziekenhuize en daarbuiten, tegen politieagenten en orde handhavers, tegen brandweer en hulpverleners. Laten we tijdens deze gedachtenis van Stefanus allen indachtig zijn die zich met inzet van hun leven wijden aan hun werk ten dienste van hun medemensen. En wat ons betreft, laten we achter hen staan en waar we kunnen eraan meewerken, dat zij hun zegenrijk werk kunnen uitvoeren. AR

********************

Zaterdag 26 december: 2e kerstdag 2020 Heilige Stefanus. (pastor Franssen)

Van wie de uitspraak komt weet ik niet, maar ze geeft wel stof tot nadenken. Ze luidt: ‘ Een samenleving die geen dromen meer heeft verwildert’.’ Uit ervaring weten wij: mensen die nog durven dromen, laten zich niet vastpinnen op feitelijke situaties. Ze laten zich niet klem zetten door wetten en tradities, maar durven geloven dat het ook anders kan dan het feitelijk toegaat. Als je je verantwoordelijk voelt voor anderen, dan leeft er hoop in je hart. Als we ons echt op anderen betrokken voelen, durven  we geloven dat die anderen tot meer in staat zijn dan ze feitelijk laten zien. Er is dan sprake van vertrouwen en vertrouwen roept het beste in een mens wakker. Waar vertrouwen is, bloeien er vaak dingen op die je niet voor mogelijk hebt gehouden. Het schept zoiets als een oase in een dorre werkelijkheid.

In een gedicht dat Toon Hermans schreef over een van zijn kleinkinderen zegt hij dat hij een stukje van de hemel heeft gezien en geproefd. Nou is het normaal dat grootouders dol zijn op hun kleinkinderen, maar Toon laat niet alleen zien dat dit kwetsbare kind hem vertedert, maar ook hooglijk verbaast  en verwondert, alsof hij oog in oog staat met het geheim van de Schepper zelf.

Het Evangelie van deze dag laat ons ook een andere kant van het leven zien waar we onze ogen niet voor mogen sluiten: als je consequent opkomt voor wie weerloos en kwetsbaar zijn, moet je ook onder ogen durven zien dat er mensen zijn die andere keuzes maken en die zich mogelijk bedreigd voelen. Wetten en tradities maken het leven meer voorspelbaar en gerieflijker. Als je onbekende wegen moet gaan, roept dat vaak angst op, onzekerheid en allerlei ongemak. Velen zijn daar niet van gediend. Dat roept bij hen weerstand op en ongenoegen. Stefanus  – die wij vandaag gedenken – was als diaken aangesteld om de armen in de jonge christengemeente een bijdrage te geven uit de kerkelijke kas. Zo komt hij ook in aanraking met oude geloofsgenoten: Joden uit Egypte en Syrië. Zij zien hem als een afvallige, die het geloof van de voorvaderen heeft losgelaten. Stefanus probeert hen uit te leggen dat Jezus helemaal gepreekt en gehandeld heeft als de grote profeten en dat Hij een man is geweest naar Gods hart. Maar zij hebben daar geen oren naar. Ze zijn zo gechoqueerd dat ze niet naar hem willen luisteren. Gevolg is dat ze hem voorgoed het zwijgen opleggen door hem te stenigen. Zulke dingen gebeuren ook in onze dagen, als fanatici niet meer willen communiceren en kiezen voor het plegen van aanslagen. Stefanus echter wordt niet gedreven door fanatisme, haat en angst, maar botst op mensen die hem beschouwen als een vijand van hun vertrouwde  geloof. Dat vinden ze onverdraaglijk en niet te tolereren.

In het Evangelie horen wij: als Jezus zijn volgelingen op pad stuurt, waarschuwt Hij hen dat ze ook op felle tegenstand kunnen stuiten. Dat ze bedreigd en gevangen genomen zullen worden. Dat is iets anders dan wiegeliedjes zingen bij een kribbe. Vreemd is dat niet, want als je – zoals Jezus –  leert dat je rijk wordt door te delen en weg te geven; dat je een groot mens wordt door je te spiegelen aan de eenvoud en eerlijkheid van kinderen; dat je  – als dat nodig is – risico’s moet durven nemen en vertrouwde patronen moet loslaten, vooral als het gaat om het welzijn van je naaste. Als je beweert dat wetten er zijn om mensen van dienst te zijn en dat niemand slachtoffer mag worden van de Wet, dan zet je de vertrouwde wereld van velen op zijn kop! Dat doe je niet ongestraft . Sommigen voelen zich dan bedreigd in hun positie en aangetast in hun veilige bestaan. Je roept dan weerstand op en vijandigheid. Toch moet je dat riskeren, zegt Jezus, als het welzijn van de zwakkeren in het gedrang komt en er mensen onrecht wordt aangedaan. ‘ Maak je dan niet bezorgd over de manier waarop je je kunt verdedigen’, zegt Jezus .’Wat je in zo’n situatie kunt zeggen of doen word je ingegeven door de H. Geest die uitgaat van de Vader’.  Wij denken: makkelijk gezegd. Je zult maar in zo’n situatie terecht komen.
Dat maakt ons bang en  onzeker. Wat maakt Kerstmis nu – ondanks de coronapandemie en tegenwerking die wij als christenen kunnen ondervinden – voor ons tot een teken van hoop? Wat mogen wij verwachten van dit feest? Vraag is of wij het aandurven het levensverhaal van dit Kind tot leidraad en kompas te maken voor ons doen en laten? Durven wij vertrouwen dat Jezus met ons meegaat als wij zijn weg proberen te gaan?  Zijn levensverhaal maakt duidelijk, dat Hij niet gekozen heeft voor een comfortabel leventje en de weg van de minste weerstand. Wij horen ook dat Jezus – naast al zijn onderricht en zorg voor mensen – zich regelmatig in eenzaamheid terugtrekt en contact zoekt met God om te verstaan wat Die van Hem verwacht. Is dat niet een voorwaarde voor ons  als wij willen verstaan wat er in het concrete leven van ons gevraagd wordt?  Onlangs las ik in de Gerarduskalender: ‘ Alleen zolang wij God zoeken, blijft onze ziel in leven’ En dat is toch het diepste verlangen van ieder van ons!

Dus toch weer huiswerk.  ZALIG KERSTMIS!

********************

Zondag 27 december: Familie om elkaar tot heil te zijn (pastor Franssen)

Velen van ons beleven Kerstmis als een echt familiefeest. Ook kinderen die elders wonen en hun eigen leven leiden proberen toch in deze dagen hun familie te ontmoeten. Daarom is het niet vreemd dat zo kort na Kerstmis ook in de liturgie het feest gevierd wordt van de H. Familie. Het gaat vandaag niet alleen om aandacht voor het gezin waarin Jezus is opgegroeid, maar ook voor onze eigen gezinnen. Als ik tegenwoordig ouders met hun kinderen bezig zie of grootouders met hun kleinkinderen, dan denk ik vaak: wat wordt er toch veel van jullie gevraagd aan aandacht, geduld en incasseringsvermogen? Ik bewonder jullie. De rolpatronen van vroeger zijn veranderd. Tegenwoordig werken vaak beide ouders buitenshuis. V. w. de zorg voor het gezin hebben velen een parttime baan. Op zich een goede zaak dat beide ouders zich verdienstelijk kunnen maken met hun studie en talenten, maar deelname aan het arbeidsproces brengt ook werkdruk en stress met zich mee, met als gevolg dat ouders vaak moe en gespannen thuis komen. En dat gaat menigmaal ten koste van aandacht voor elkaar en voor de kinderen. In het gezin wordt de basis gelegd voor je zelfvertrouwen en je vermogen anderen te vertrouwen. Voor een solide basis in je leven is het van belang dat je ouders je het gevoel geven: ‘Jij mag er zijn! We zijn blij met jou. We zouden je voor geen goud willen missen!’ Wie deze ervaring moet missen, staat op achterstand. Je ziet dan vaak dat kinderen op zoek gaan naar wegen om zichzelf te bevestigen. Talenten die waardering en goedkeuring opleveren ontwikkelen ze dan zo sterk, dat andere gaven in de verdrukking en niet aan bod komen. Als volwassene kun je dat gemis soms pijnlijk voelen.
Ook is het voor ouders moeilijk de juiste balans te vinden tussen je kinderen de nodige ruimte geven en het stellen van grenzen. Want hoe vaak ben je niet bang, dat er iets fout gaat en dat je kind schade oploopt. Vaste patronen, gewoontes en regelmaat in het gezin geven een kind rust en zekerheid. Zoals gezegd is het heel belangrijk dat je als kind gezien en gehoord wordt. Ideale ouders bestaan alleen op papier. Belangrijk is  je kinderen te laten voelen: ‘Ik hou van je. Je kunt op me rekenen, wat er ook gebeurt’. Het gaat er in de opvoeding niet om vooral geen fouten te maken, maar om fouten eerlijk toe te geven, excuus te vragen en te praten met je opgroeiende kinderen over hun ervaringen, vragen en bemerkingen.

U merkt dat de lezingen van dit feest geen panklare recepten leveren voor een goede opvoeding. Wat mij opvalt in het Evangelie van deze zondag: Jozef en Maria gaan met hun baby naar de tempel om God te danken en zijn zegen te vragen over hun toekomst. Als gelovige Joodse mensen komen ze God danken voor het wonder van het leven dat hun in dit Kind ten deel is gevallen. Simeon en Hanna leven sterk in de verwachting van de komst van de Messias. Vervuld van de H. Geest, danken ze God voor dit Kind en spreken hun verwachtingen uit over zijn opdracht en zijn toekomst. Die  toekomst is niet onbewolkt. Het zal niet van een leien dakje gaan. Het zal Maria heel wat hartenpijn gaan kosten. Maar Jezus´ ouders zoeken Gods hulp bij hun opdracht als opvoeders.  Ik weet niet op het U is opgevallen: Abram en zijn vrouw Sara, beiden op een leeftijd dat je niet meer moet rekenen op een zwangerschap, God belooft hen een kind. En omdat Abram het niet kan geloven, leidt God hem naar buiten en zegt: ´Tel de sterren maar als je kunt. Zo talrijk zal jouw nageslacht worden´. En dan staat er vervolgens: ´Abram geloofde de Heer en deze rekende hem dat als gerechtigheid aan´.  Hij durft zich in vertrouwen aan God over te geven.
Als ik terugdenk aan mijn eigen opvoeding, hoorde bij die vaste patronen ook het samen bidden van morgen­ en avondgebed en het danken aan tafel. Ook het naar de kerk gaan en deelnemen aan de vieringen. Zo hebben mijn ouders mij leren geloven op een manier die dieper gaat dan ik in woorden kan uitdrukken. Ze hebben mij daarmee niet alleen een kompas in handen gegeven, maar me ook in contact gebracht met IEMAND bij wie ik altijd terecht kan, God die mijn diepste gedachten, noden en verlangens kent en die mij helpt om te handelen in zijn Geest.
Graag nodig ik U vandaag uit om bijzonder te bidden voor alle gezinnen. Dat God zijn Geest schenkt aan alle ouders, dat ze in staat zijn elkaar van harte lief te hebben en zodat zij geduld en warmte, kracht en wijsheid ontvangen om hun kinderen op te voeden tot gelovige mensen, tot mensen die in staat zijn lief te hebben en vertrouwen te schenken. Dat zij hen leren bidden als een houvast en een bron van kracht. Bijzonder willen wij ook bidden voor alle ouders die er alleen voor staan.
AMEN

THUISDIENST KERSTMIS IN CORONATIJD:

By Nieuws

THUISDIENST KERSTMIS IN CORONATIJD:
Omdat het bezoek aan kerken -nu ons land op slot is- jammer genoeg minder zal zijn is er door de gezinsmissengroep een “thuisdienst” ontworpen, waarmee men thuis een soort ‘thuiskerk’ kan maken. De tekst van deze dienst kunt u vinden op de pagina: <vrijwilligers/gezinsmissengroep>