15 mei 2022: 5e zondag van Pasen C 2022

By Preken

Lezingen: Handelingen 14, 21-27; Apocalyps 21, 1-5a; Johannes 13, 31-33a.34-35.

Onder  de onderwerpen die vaak aan de orde komen, veelvuldig bezongen worden, en hartstochtelijk worden verlangd, hoort ongetwijfeld de liefde. Wie liefde ontvangt voelt acceptatie, aandacht, erkenning, waardering voor de mens, die hij/zij is. Liefde heeft een mens nodig  om te kunnen ‘leven’, zich te kunnen ontwikkelen.

Dat liefde en liefdevolle omgeving niet vanzelfsprekend zijn kunnen we gewaar worden daar waar liefde of een liefdevol klimaat ontbreekt of aan het verdampen is. Dat kan op grote en kleine schaal het geval zijn. Onmacht, gebrek aan mogelijkheden en erkenning, armoede, gebrek aan juiste wetgeving en wantrouwen kunnen er oorzaken van zijn. Van overheid wordt dan verlangd dat ze dan maatregelen neemt om de kwalijke kanten van het gebrek aan liefde tegemoet te komen. Dat neemt niet weg dat liefde maar ook het tekort eraan en aan de juiste structuren zich onder mensen voor kunnen doen.

Is de liefde al zulk een belangrijk onderwerp onder mensen, voor ons als christenen is dat ook zeker zo. De H. Paulus noemt in zijn brief aan de inwoners van de havenstad Korinthe onder der trits geloof, hoop en liefde de laatste als de voornaamste (1 Korinthiërs hst 13). In het Evangelie wordt de liefde tot God en medemens de kern genoemd van Wet en Profeten. In de lezing uit het Evangelie van Johannes van vandaag wordt door Jezus de liefde voor elkaar, vaak niet vanzelfsprekend en veel vergeten, nieuw aan de orde gesteld.: ‘een nieuw gebod geef ik jullie: ‘jullie moet elkaar liefhebben’; en dan komt het: ‘zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten ook jullie elkaar liefhebben’ . Het is een liefde, die bereid is tot het geven van zichzelf ten einde toe. Jezus zegt dit tegen zijn volgelingen op een cruciaal moment in zijn leven, als hij aanvoelt wat Hem te wachten staat. Dat blijken gevangenschap, veroordeling op valse gronden, marteling en dood aan het kruis.. Het Evangelie van Johannes noemt die fase in Jezus’ leven diens ‘verheerlijking en de verheerlijking van God’. Dat zijn toch een rare woord om er iemands lijden en kruisdood mee te typeren. Maar we moeten die woorden wel in het juiste perspectief zien: Jezus trouw aan mensen en God tot in zijn dood verdienen de hoogste waardering, zoals ook mensen die hun leven gaven en geven ter verdediging van vrijheid de hoogste waardering verdienen. Ook klinkt in het woord ‘verheerlijking ‘ in het Evangelie de opstanding van Jezus op Pasen door.
Daarin wordt aangegeven dat niet zonde en dood het laatste woord hebben, maar door Gods toedoen opstanding en leven. Zo ook voor ieder die in Jezus kan geloven. Gemeenschappen van volgelingen van Jezus zien we na Jezus dood ontstaan in grote delen van het Romeinse rijk onder Joden aan aanhangers van de lokale godsdiensten.  In de eerste lezing werden diverse steden en landstreken genoemd, bezocht door de grote missionaris Paulus en zijn gezellen. Hij geeft gevolg aan de opdracht van Jezus om het Rijk van God te verkondigen tot aan de uiteinden der aarde: ‘Een nieuw gebod geef Ik jullie; jullie moeten elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad’. Er is dus geen grens aan de liefde en de intensiteit ervan.

Onze tijd heeft sterke aandacht voor de individuele mens, voor ieders ontplooiing, ieders prestatie, vrijheid t/m die van meningsuiting; deze, onze tijd daagt ons uit na te denken over hoe we het ’altijd nieuwe gebod van de liefde’ in onze tijd gestalte moeten geven. We kunnen niet zeggen: ‘liefde is niet meer van deze tijd’,  want het verlangen naar liefde is door God in ons hart gelegd en daarmee van alle tijden. Degenen, die er zich voor inzetten de liefde, naar Jezus maat, telkens opnieuw tot uitdrukking te brengen en vorm te geven zijn mensen van en voor alle tijden. Mogen wij van die mensen zijn. Amen      AR

8 mei 2022: 4e zondag van Pasen (C): God ziet ons met liefde zoals een herder zijn schapen.

By Preken

Wat we hebben gehoord in de lezingen is heel herkenbaar. Enerzijds ontmoeten we mensen die zich gedreven voelen om het Goede Nieuws dat Jezus brengt verder te vertellen en door te geven. Ze kunnen er gewoon niet over zwijgen. Anderzijds komen we mensen tegen die zich door die Boodschap ernstig bedreigd voelen. Ze keren zich tegen de verkondigers en proberen hun opvattingen verdacht te maken. Ze verjagen hen zelfs uit hun gebied, zo vertelt de 1e lezing. Ze mobiliseren daarvoor mensen die macht hebben. Ze zijn nl. bang hun vertrouwde geloofsvisie te verliezen. Als ze zien dat die verkondigers met hun nieuwe boodschap succes hebben, worden ze ook nog vreselijk jaloers. Want ze zijn nl. heel bang hun macht te verliezen bij het gewone volk. Daarom sluiten ze zich af voor die nieuwe leer.

De evangelist Johannes verhaalt dat Jezus zich ophoudt in de tempel in de zuilengang van Salomo. Hij is een doorn in het oog van de Joodse religieuze leiders. Daarom zetten ze Hem onder druk om eindelijk eens duidelijkheid te verschaffen over zijn identiteit.‘ Als U de Messias bent, zeg ons dat dan ronduit’ Jezus reageert: ‘Ik heb het jullie al vaker gezegd, maar jullie geloven Me niet! De tekens die Ik in jullie midden verricht komen niet uit mijn eigen koker, maar ze zijn het werk van de Vader. Ze maken duidelijk wie Ik ben, maar jullie vertrouwen Mij niet, omdat je niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en ze volgen Mij’.  Voordat we die Joodse leiders wegzetten als een stel verstokte ongelovigen, is het goed ons te realiseren wat hen overkomt. De Thora, de Joodse Wet staat voor hen als een huis. Iedere sabbat wordt er voorgelezen uit die Thora en de geschriften van de profeten. Nou komt daar een jonge man die niet eens theologie gestudeerd heeft, iemand zonder opleiding en zonder diploma’s en Hij plaatst vraagtekens bij sommige voorschriften van de Wet die voor de Joodse overheden heilig zijn.  Hij verricht wel wondertekens, maar als je je daarbij beroept op God en de hemel dan roep je ook veel vragen op. Iemand die God zijn hemelse Vader noemt, zou dan een zoon van God zijn. Wat voor pretenties heeft die man, vragen ze zich af. Het overkomt ons misschien ook, dat iemand vraagtekens plaatst bij opvattingen waar wij heilig van overtuigd zijn. Iemand die schopt tegen onze ‘heilige huisjes’.  Dat laat je niet zomaar gebeuren. Dan komen we in verzet, omdat er gezaagd wordt aan de poten van onze vermeende zekerheden. Dat maakt ons bang en onzeker. Het is niet vreemd, als we ons voor zo iemand afsluiten. De Evangelisten vertellen ons van Jezus’ woorden en van de wondertekens die Hij heeft verricht. Ons angstvallig daarvoor afsluiten, brengt ons alleen verder van huis. Daarom spoort Jezus zijn leerlingen aan te luisteren naar zijn stem.

Barnabas roepen hun toehoorders op gehoor te geven te geven aan Jezus’ Boodschap. Ons doof houden voor die Boodschap brengt ons niet verder. Jezus spreekt ons aan op allerlei manieren, ook via mensen die wij ontmoeten en dingen die wij meemaken. Als we willen leven in zijn Geest, dan vraagt dat dat we ons voortdurend openstellen en alert zijn. Hoe kunnen we met elkaar meeleven en elkaar steun bieden, als we geen idee hebben van wat onze naasten bezig houdt en nodig heeft? Al is angst en de neiging ons af te sluiten voor het nieuwe en onbekende heel menselijk, we weten ook dat angst een slechte raadgever is. Zelfs jalousie is ons niet vreemd als reactie op de geestelijke – en materiële rijkdom van anderen, maar waar brengt het ons? In sommige landen staat persvrijheid onder druk. Mensen die een ander geluid laten horen dan de machthebbers aangenaam is, worden het land uitgezet, gevangen genomen en monddood gemaakt, zoals bv. Navalny. Berichten in de media geven ons dan een vertekend beeld van de werkelijkheid.

Als Jezus zijn leerlingen uitnodigt om Hem ons vertrouwen te schenken en Hem te volgen , dan belooft Hij hen niet alleen naar grazige weiden te brengen, maar zelfs eeuwig leven te schenken. Dat leven waar Jezus op doelt is niet alleen de toekomst die ons wacht, maar ook ons leven hier en nu:  nl. het vertrouwen dat God ons nabij blijft en met ons meegaat op onze wegen, zoals Jezus dat zijn naasten heeft laten ervaren. Eeuwig leven is leven in het besef dat de Geest van God liefde is en dat het ook ons gegeven wordt die liefde door te geven aan anderen, als wij erom vragen. Als wij ons afvragen aan wie wij in ons dagelijks leven ons volle vertrouwen geven, dan beperkt zich dat meestal tot de kleine kring van mensen die ons het meest na staan, zoals een partner, bepaalde familieleden en echte vrienden. Die vertrouwensband is er niet vanzelf gekomen, die is langzaam opgebouwd en gegroeid in de loop der jaren, door regelmatig contact met elkaar en ontmoetingen waarin we ons lief en leed met elkaar hebben kunnen delen. Is dat ook niet een voorwaarde voor een vertrouwensband met Jezus en met God die Hij zijn hemelse Vader noemt?  AMEN.

Dhr. Joost van Well

By Overlijdensberichten

Donderdag 5 mei is in de leeftijd van 51 jaar overleden:

Dhr.  J.T.M. (Joost) van Well

 Echtgenoot van Mw. Francoise Ubags

De plechtige uitvaartdienst zal worden gehouden op
donderdag 12 mei om 10.30 uur in de parochiekerk
van de H. Agatha te Eys.

Aaansluitend zal crematie in besloten kring plaatsvinden.

Zondag 1 mei 2022: 3e zondag van pasen (C 2022)

By Preken

Lezingen: Handelingen 5, 27b-32.40b-41; Apocalyps 5, 11-14; Johannes 21, 1-19 of 1-14.

Verlies lijden doet bijna altijd pijn. Het komt wel eens voor dat verlies van bezit of van een dierbaar iemand een vermindering van kopzorgen betekent. Maar gewoonlijk hecht een mens zich aan zijn of haar bezit of aan degenen van wie hij/zij houdt e n doet verlies pijn. Men komt dan vaak voor de vraag te staan ‘hoe nu verder’? Het antwoord is menigmaal: ‘ik weet het ook niet maar ‘het moet’; d.w.z. binnen de mogelijkheden die mij overblijven en die me vaak pas langzamerhand duidelijk worden.

Zo moeten we ons de situatie voorstellen van de leerlingen na Jezus’ dood. Het was afgelopen met Hem, met zijn inzet voor ‘de vrijheid van mensen als kinderen van God’; met zijn activiteiten in woord en daad tegen kwaad en aantasting van leven; met zijn nadruk op de liefde voor God en medemens. Hij had zich gedragen als een van ons en zichzelf graag ‘Mensenzoon’ genoemd, maar laten zien dat Hij ook een Zoon van God was, die Hij zijn en onze Vader noemde. Aan deze man, die ze vaak zo weinig begrepen hadden en zelfs in de steek gelaten toen het erop aankwam, waren ze best gehecht geraakt.

Hij vertegenwoordigde een ideaal van goedheid, liefde, mededogen en vergeving. Heel wat anders dan wat dagelijks aan de orde was aan zelfzucht en eigenwaan.

Maar op die Goede Vrijdag was duidelijk geworden hoe alles vergeefs was geweest. De overheid had met zijn kruisiging aan Hem en zijn beweging een einde gemaakt. Het leven zou weer verder gaan zoals het altijd was gegaan. Er was gemis, verdriet, angst voor een wraakzuchtige overheid, gevoel op het verkeerde paard te hebben gewed. Hun toekomst lag in duigen. Of toch niet?

We hebben de afgelopen weken Paasverhalen gehoord over een verrezen Jezus en hoe daarna zijn door Hem in het leven geroepen beweging verder gaat.  Wonderlijke verhalen, die evenwel nader beschouwd, aansluiten bij God in wie wij geloven. God is immers groter dan wij en onze wereld, zijn schepselen; en tegelijk leeft Hij in ons, leven wij van zijn adem. Het 2e Scheppingsverhaal vertelt hoezeer wij van aarde zijn waaruit God ons boetseerde, maar ook hoe Hij zijn adem in ons blies. Wij leven van Gods adem. Ook vandaag vernemen we in de 1e lezing weer hoe Gods beweging in Jezus Christus niet te stoppen valt door degenen die de macht op deze aarde in handen hebben: Petrus en de andere apostelen antwoorden de hogepriesters, die niet willen dat zij in de naam van Jezus in de tempel onderricht geven: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen’. De weerstand en de verwijten van de machthebbers kan hen niets meer schelen. De Geest van Jezus heeft hen te pakken Ze zijn van aarzelende, bange, onzekere mensen veranderd in overtuigde, hoopvolle getuigen, die niet wijken voor de macht van het kwaad en voor wat ‘de mensen zeggen’

In de Evangelielezing van vandaag laat Jezus (opnieuw) zien hoe hij weliswaar anders is dan voor zijn dood – aanvankelijk door eigen leerlingen niet herkend-, maar toch levend en dezelfde. Hij blijft de doorgaande inspiratiebron tot zelfs bij de visvangst. Het grote aantal van 153 op Jezus’ aanwijzing gevangen vissen, moet –volgens de commentaren- symbolisch worden verstaan. Het slaat op de vele mensen, die christen worden, uit zoveel volkeren als in die tijd bekend waren. Jezus doorbreekt de schroom, die ten gevolge van het ongewone  bij de leerlingen optreedt. Hij neemt, zoals vroeger, brood en vis en deelt deze met zijn mensen.

De Engelse kardinaal J.H. Newman (gestorven 1890) merkt in een Paaspreek op: ‘dat geloof en liefde een reële woonplaats op aarde hebben; dat in alle eeuwen, waarin de machten van het kwaad een uitdaging vormen, martelaren en heiligen (kortom goede mensen, die staan voor het goede en voor het kwaad niet wijken) weer tevoorschijn zullen komen en uit de doden zullen opstaan’. Is dat ook niet zo in onze tijd?  Kwaad bestaat ook nu in zijn verschillende en vernietigende vormen, maar ook moed, dapperheid en staan voor liefde mededogen en gerechtigheid, ook in mensen van nu.

Emeritus pastoor A. Reijnen.

 

zondag 244-2022: 2e zondag van Pasen (C): De wonden onder ogen zien en durven aanraken.

By Preken

De Man waar de leerlingen heel hun hoop op hadden gesteld, is als een misdadiger terecht gesteld en ter dood gebracht. Wel hebben enkele vrouwen uit hun kring komen melden dat Jezus’ graf leeg was en dat ze een verschijning van engelen hebben gehad. Als  de andere apostelen Thomas vertellen dat Jezus ook in hun midden is verschenen, hoeft het ons niet te verwonderen dat hij  reageert: ‘Eerst zien en dan geloven’. Jezus’ leerlingen zijn totaal van streek. Ze voelen zich allerminst op hun gemak.  Niet alleen heeft Judas Jezus verraden, maar ook Petrus heeft verklaard dat hij Jezus niet kende. In de Olijfhof hebben ze geslapen en iedereen heeft het hazenpad gekozen, toen hun Meester gevangen werd genomen. Naast rouw en gemis voelen de leerlingen ook schuld en schaamte. Veel mensen  – zeker in onze dagen –  voelen zich sterk verwant met een man als Thomas. Hij gebruikt zijn gezond verstand en gaat te rade bij zijn ervaring. Het werkt bevrijdend, als we in de Evangelies lezen dat Jezus daar ruimte voor laat. Hij maakt zijn leerlingen geen verwijten om alles waarin ze hebben gefaald. Hij wenst hen zelfs twee maal: ‘ Vrede zij met jullie’. Ook Thomas wordt door Jezus niet streng berispt om zijn kritische houding. Hij zegt tegen hem: ‘Kom hier met je hand en bezie mijn wonden. Zorg dat je je geloof niet verliest door wat er met Mij is gebeurd.

Zelf zitten we ook vaak vol twijfels en vragen om wat we in onze huidige wereld zien gebeuren. Er wordt zoveel geleden door oorlogsgeweld en onderdrukking. Talloze mensen slaan op de vlucht met achterlating van heel hun have en goed. Anderen lijden honger en dorst en missen elementaire levensbehoeften. Politieke verdeeldheid en financiële onzekerheid alom. Menigeen vraagt zich af: ‘Hoe kan God zoiets toelaten?’ Eindeloos is de litanie van leed en onrecht dat mensen elkaar aandoen. Wie gaat er niet twijfelen bij al de misdaden tegen de menselijkheid en het milieu die wij zien gebeuren? Jezus’ reactie op de twijfels en het ongeloof van Thomas is een uitnodiging: ‘Kom dichterbij en kijk naar mijn wonden. Leg je hand maar in mijn zij !’ Die persoonlijke uitnodiging is voor Thomas blijkbaar voldoende om zijn twijfels op te geven. Hij noemt Jezus niet alleen ‘mijn Heer’, maar zelfs ‘mijn God’. In deze belijdenis geeft Hij uiting aan zijn opperste verbazing dat in Jezus die zoveel heeft geleden God zelf aanwezig is met heel zijn  kracht. Hij is blijkbaar niet de vertegenwoordiger van een God die als een geweldenaar alle kwaad uitroeit en op het beslissende moment van het kruis afkomt, maar Hij bidt voor zijn beulen en tegenstanders. Een kern van ons geloof is dat de kwetsbare aanwezigheid die van Jezus uitgaat overmacht heeft op het kwaad. M.a.w. als we onrecht en geweld een halt willen toeroepen en overwinnen, dan is er geen andere weg dan een beroep doen op Jezus en op zijn keuze voor kwetsbaarheid, mededogen en barmhartigheid. Want geweld roept alleen maar nieuw en meer geweld op.
Ieder van ons beseft dat het veel verschil uitmaakt of je een zieke een kaartje stuurt of zelf gaat bezoeken. Met het sturen van een kaartje of bloemetje blijf je letterlijk en figuurlijk op een veilige afstand, maar als je een zieke bezoekt, word je  geconfronteerd met zijn hoop en vrees, zijn zorgen en lijden. Je raakt meer betrokken bij de ander en wordt geraakt door zijn wel en wee. Zo maakt het ook veel verschil of je leest over mensen in de zgn. ‘derde wereld ‘ en hun leefomstandigheden of dat je hen ter plekke bezoekt. Ik  herinner me levendig een bezoek aan een aantal missieposten in Malawi. Je raakt nauwer betrokken bij hun leven en wordt sterk gemotiveerd om bijv. een bijdrage te leveren aan een bepaald project. Jezus nodigt Thomas uit om niet op een veilige afstand te blijven,  maar dichterbij te komen, zijn wonden niet alleen te zien, maar zelfs aan te raken. Jezus, die zich zo sterk identificeerde met armen, zieken en kwetsbaren dat Hij zei: ‘ Al wat je doet voor een van de minsten der Mijnen, heb je voor Mij gedaan’.  Deze Jezus lijdt ook in onze dagen in talloze kwetsbare medemensen. Als we alleen maar op een veilige afstand blijven van deze medemensen, dan verandert voor hen niets ten goede. Als we echter de moed opbrengen om ons te engageren en bij wijze van spreken ’ hun wonden’ aan te raken en te verzorgen, als we  hun nood trachten te verlichten, dan daagt en groeit het geloof en vertrouwen, niet alleen bij de naasten die wij helpen, maar ook bij onszelf, dat de Heer waarlijk is opgestaan en leeft. Opvallend in de verhalen vind ik ook dat de verrezen Heer vaak juist verschijnt als zijn leerlingen samen zijn.  Net alsof Hij wil zeggen: ‘Mensen, isoleer je niet van je naasten, anders loop je vast in je twijfels. Leg je vingers maar op de wonden die je tegenkomt en je zult merken dat Ik leef en naast jullie sta.’

AMEN.

KAPELAAN DIAKEN SIJU 24 APRIL GEWIJD.

By Nieuws

Hij wordt gewijd in de kathedraal van Kottar in de staat Tamil Nadu, in het zuiden van India.  Dat zal een groot feest worden. Ook hier wordt het ongetwijfeld feest. Hij is in de paar maanden onder ons al goed aangenomen, welwillend en sympathiek behandeld, voorzien van het nodige zodat hij hier onder ons zijn pastorale werk kan doen. Rond half mei komt hij terug. En dan. Hij is dan ‘missionaris in omgekeerde richting’. Enkele eeuwen lang immers, waren Europese missionarissen (zusters, broeders, paters, leden van sociëteiten met missionarisgelofte) naar elders gegaan. Ze gingen, soms in het kielzog van Europese veroveraars, om gevolg te geven aan de opdracht  van Jezus het geloof in het Evangelie aan de mens te brengen en dat te bezegelen met de doop. Het geloof hield ook werken in: zorg voor scholing, ziekenzorg ontwikkeling van landbouw en veeteelt . De eigen cultuur van de volken kwam er niet altijd goed vanaf. Maar zeker vanaf de helft van de vorige eeuw heeft de aandacht en respect voor de eigen cultuur van landen en volken prioriteit gekregen.

Het aantal eigen roepingen voor priester- en kloosterleven bij ons is verdampt. Dat  heeft te maken met de positie van geloof en kerk in onze huidige samenleving, die getypeerd wordt als ‘geseculariseerd’. Dat wil wat (te) simpel zeggen:, dat ‘de mens’., diens leven en  ontwikkeling in het hier en nu in het middelpunt van de aandacht zijn komen staan . Minder tot geen belangstelling is er voor een geloof in een Werkelijkheid, die groter is dan wij zelf zijn, die bron is van ons bestaan en waartoe wij in relatie zouden staan. Voor de ervaring daarvan is er geen of weinig openheid in het leefklimaat van nu. Dat wil niet zeggen, dat die ervaring van een grotere Werkelijkheid helemaal afwezig zou zijn. Er zijn heel wat mensen die de innerlijke ruimte hebben om voor die Werkelijkheid open te staan, deze ervaren en er dankbaar voor zijn; mensen, die er de grond in vinden van hun bestaan, hun perspectief van leven; mensen, die gelovig vertrouwen dat zij in die Werkelijkheid, die christenen ‘God’ noemen geborgen zijn. Voor die ervaring hoef je niet machtig, vermogend of geleerd te zijn. Maar, die ervaring behoeft momenteel wel degelijk ondersteuning.

Kapelaan Siju komt als een missionaris onder ons. Hij komt vanuit een religieuze Indiase cultuur in onze geseculariseerde cultuur. Hij komt vanuit een andere ‘ervaringsachtergrond’ wellicht op een eigen manier en met andere ideeën. Het is te hopen dat hij onder ons de ruimte vindt en een vruchtbare voedingsbodem voor de wijsheid van het Evangelie. In zijn er zijn onder en voor ons geeft hij in elke geval gevolg aan de oproep van Jezus: ‘Gaat en onderwijst alle volkeren en leert hen de aanwijzingen, die Ik u gegeven heb’. We wensen hem daarbij Gods zegen en menselijk draagvlak.

Reijnen A, emeritus-pastoor