zondag 13 oktober 2019: Gezond leven is dankbaar leven.

By | Preken

Het is jammer dat de 1e lezing ons niet het hele verhaal laat horen over de genezing van de Syrische legercommandant. In het voorafgaande wordt verteld van een Joods meisje, dat ze hebben geroofd in Israël. Ze is werkzaam bij de vrouw van Naäman en heeft haar meesteres verteld van de profeet Elisa die mensen van melaatsheid kan afhelpen. Naäman gaat met dit verhaal naar de koning en deze stuurt hem met een vracht geschenken naar de koning van Israël. Als de profeet Elisa verneemt dat de koning van Israël zijn kleren heeft gescheurd v.w. het verzoek van Naäman hem te genezen,  dan vraagt hij  om hem door te sturen naar hem. Als de hoge gast bij zijn huis arriveert, komt Elisa niet naar buiten om hem te begroeten, maar stuurt iemand naar hem toe met de opdracht zich 7 x te wassen in de Jordaan. Diep teleurgesteld wil Naäman huiswaarts keren, maar zijn dienaren zeggen: ‘Meester, stel dat de profeet een moeilijke opdracht zou hebben gegeven, dan zou U het toch ook hebben gedaan? Waarom niet, nu U zich alleen maar hoeft te baden in de Jordaan? Naäman laat zich overreden en het resultaat maakt hem diep verwonderd en intens dankbaar. Hij begrijpt dat de God die Elisa vereert de ware God is. Een God die niet gebonden is aan een bepaalde landstreek en enkel Joden of Arabieren helpt, maar die er is voor mensen van alle rassen en talen. Voor Naäman is dit ondenkbaar en hij weet niet hoe hij uiting moet geven aan zijn dankbaarheid. Hij wil voortaan alleen God van Israël vereren.
Ook het Evangelie verhaalt over tien lepralijders. Tegenwoordig is deze ziekte  met medicijnen te genezen, maar in Jezus’ dagen werden zulke mensen uit de gemeenschap gebannen v.w. de angst voor besmetting. Zulke mensen leidden een geïsoleerd bestaan en moesten zichzelf maar zien te redden. Ze werden door iedereen gemeden. Jezus trekt zich hun lot aan. Hij raakt hen weliswaar niet aan, maar stuurt hen naar de priesters om vast te stellen dat ze genezen zijn. Van die groep is er slechts één die naar Jezus terugkeert om te bedanken. De vraag van Jezus of ze niet alle tien genezen zijn is geen teken dat Hij zich miskend voelt, maar het gaat Hem om meer dan de lichamelijke genezing. Want het hart van een mens is niet enkel een pomp, het is ook de ‘woonkamer’ van onze emoties en hartstochten. Als je last hebt van klagerigheid, driftbuien of hebzucht, ga je niet naar de huisarts. Als je eenzaam bent, brutaal of op anderen neerkijkt, kan de cardioloog je niet helpen. Toch zijn het ernstige kwalen, die ook nog ‘besmettelijk’ zijn. Je steekt makkelijk anderen aan met je asociale gedrag of je drammerige gezeur. Zo voelen wij ons heel beroerd , als we rondlopen met gevoelens van schuld of wraak of rouwen om het verlies van een dierbare mens. Dan kunnen mensen wel zeggen: ‘Het zit tussen de oren’. Het mag zitten waar het zit, maar het doet wel pijn en je hebt er wel last van en je wilt er van af. In het Evangelie lezen we dat Jezus de smeekbede van die 10  melaatsen hoort. Hij is met hen begaan, want Hij wil dat ze bevrijd worden uit hun ellendige isolement en gezond  in de gemeenschap kunnen terugkeren. Dat gebeurt ook, want oprechte aandacht geneest talloze aandoeningen. Maar er is er maar één die op zijn schreden terugkeert, omdat hij zich echt realiseert wat er aan hem gebeurd is. Eén die naar Jezus komt om God te danken, omdat hij volkomen genezen is. Hij is niet meer besmettelijk. Hij is ook geestelijk genezen. Daarom zegt Jezus: ‘Je geloof heeft je gered!’.
Zo horen wij mensen  die door een diep dal zijn gegaan wel eens zeggen: ‘Zonder mijn geloof had ik het niet gered!’ Als je vertrouwen durft te stellen in God heeft dat vaak als gevolg dat je niet geobsedeerd raakt door je problemen. Het tempert ook opkomende woede. Je geloof helpt je zaken los te laten, want je raakt verkrampt als je alles naar je eigen hand wilt zetten. En dat geeft weer lichamelijke klachten.
Wat die 9 andere lepralijders bezield heeft, weten we niet. Mogelijk waren ze bang dat Jezus hen een opdracht zou geven. Want als je oog in oog staat met iemand die je een weldaad heeft bewezen, is het heel moeilijk om te weigeren. Ook komen we mensen tegen die na hun genezing gewoon verder gaan alsof er niets gebeurd is.
In het circus klappen we in de handen tot ze pijn doen voor de koorddanser die in de nok over een staaldraad van de ene kant naar de andere loopt. Maar is het al niet een wonder, als we gewoon kunnen lopen met beide voeten op de grond? Als we ’s morgens uitgerust kunnen opstaan; als we een dak boven ons hoofd hebben en werk dat ons bevalt? Als we mensen om ons heen hebben die ons waarderen en van ons houden? Is het niet een wonder, als we gezonde (klein)kinderen hebben en een inkomen waarmee we ons kunnen redden? Vaak vinden we deze zaken zo vanzelfsprekend dat we ons nauwelijks realiseren hoeveel ons zomaar gegeven is als een geschenk. Als we daar echter oog voor hebben, ook voor de kleine dingen, dan voelen we de behoefte om God te danken en genieten we dubbel. Laten we God danken voor al zijn weldaden en vragen om meer vertrouwen in zijn kracht en om geloof dat ons geneest naar ziel en lichaam. AMEN .

zondag 6 oktober 2019: 27e Zondag door het jaar.

By | Preken

Lezingen: Habakuk 1, 2-3 en 2, 2-4; 2 Timotheüs 1, 6-8.13-14; Lucas 17, 5-10.

Bij alle erkenning van de gelijkwaardigheid van alle mensen, tegenwoordig, is er daarnaast voortdurend aandacht voor mensen die boven het gemiddelde uitsteken: voetballers,  sterren op het gebied van allerlei vertier, Tv-presentatoren, toppers op het gebied van zang, film, wetenschap, extreme rijkdom. En voor allen zijn er aparte prijzen op jaarlijkse gala’s. De gewone mens, hoe gelijkwaardig beleden ook, kan er alleen maar naar kijken, beseffend, dat hij zelf nooit van zijn leven die status zal bereiken.  En waarschijnlijk zijn de meesten daar ook nog tevreden mee, want al dat ‘ster-zijn’ kost ook heel veel energie en misschien ook nog wel leven in een schijnwereld. Zouden degenen, die de sterren toejuichen  wel geïnteresseerd zij  in de gewone mens, die de ster óók is? Er zijn immers nog heel wat andere terreinen van leven, waarmee de sterren van de TV, juist zoals wij zelf, dagelijks te maken hebben. We kunnen denken aan gezin, werk, verkeer, omgang met elkaar, verwerken van tegenslag. Ook daarmee moet men, vaak, weinig opvallend, mee omgaan. Daarbij lijkt iemands levenshouding, de manier waarop men in het leven staat, van belang.
Vandaag  gaat het in de Evangelielezing  uit Lucas over leerlingen van Jezus, die zich tekort voelen schieten in geloof. Ze voelen zich, samen met Jezus op weg naar Jeruzalem, weliswaar aangetrokken door de manier van spreken en doen van Jezus. Ze zijn best onder de indruk van de manier waarop Hij in het leven staat; maar ze voelen ook, in vergelijking met Hem, hun tekort. Ze voelen de weerstand bij de godsdienstige overheid, hogepriesters, Schriftgeleerden, oudsten en leden van de groepering van de Farizeeën. Ze voelen twijfel in zichzelf, want het vraagt nogal wat van hen als ze Jezus willen volgen. Het betekent  dat ze hun eigen opvattingen moeten bijstellen, zoals ‘dat ze altijd moeten vergeven’; ‘zelfs de vijand moeten liefhebben’;  ‘als ze de voornaamste willen zijn dat ze dan de dienaar moeten wezen’, ‘dat ze niet goed en vroom moeten zijn om gezien te worden’. Kunnen ze dat wel? Kunnen ze de moed opbrengen om Jezus te volgen? Ze vragen aan Jezus ‘geef ons meer geloof’. Een vraag die de gelovige van vandaag zal begrijpen in een tijd dat geloof en kerk onder druk staan en door menigeen afgewezen worden. Jezus wijst erop, dat geloven, al is het nog gering, het onmogelijke mogelijk kan maken. Hij vergelijkt het met een mosterdzaadje (toentertijd) het kleinste van alle zaden.
Mensen, heiligen laten zien dat het woord van Jezus waar is. Van de week vierden we de gedachtenis van Theresia van Lisieux en van Franciscus van Assisi. Ook zij hebben menigmaal gebeden om meer geloof, zoals praktisch alle heiligen, trouwens.  Theresia vond God in de alledaagse dingen van haar leven. Dat lijkt tegenwoordig niet zo eenvoudig. De dingen van alledag laten ons vaak niet ontdekken, nodigen ons niet uit om  in verwondering stil te staan, maar slepen ons eerder mee en zijn ons de baas zijn. Er is geen of weinig ruimte voor bezinning op ons eigen doen en laten.  Wat nu onmogelijk lijkt heeft zij tot stand gebracht.
Franciscus van Assisi , zoon van een rijke stoffenkoopman.  Hij doorziet de (innerlijke) leegte die rijkdom met zich mee kan brengen en kiest voor een bestaan in  armoede Met zijn in eigen ogen klein geloof heeft hij een leven geleid dat nu nog velen inspireert. Het zijn dan een paar toppers onder de mensen, als je wil ‘sterren’. Maar vergeten we niet het grootse wat menige eenvoudige mens, vanuit zijn of haar in eigen ogen kleine geloof tot stand brengt. Ze zijn trouw aan het vervullen van de opgaven van alle dag Ze doen het vaak onopvallend maar vanuit hun geloof geïnspireerd. Ook zij zullen menigmaal bidden: ‘Heer geef ons meer geloof’, zeker  nu hun geloof vaak door minder mensen wordt gedeeld. Mocht ons dat overkomen, ons op de proef gesteld voelen, mogen we dan moed vatten en zelf ook bidden om meer geloof. AR.

 

Zondag 29-9-2019: De kans op innerlijke rijkdom ligt op je stoep.

By | Preken

Dit Evangelie droeg vroeger als titel: ‘Lazarus en de rijke vrek’. Als we dit verhaal tot ons laten doordringen, moeten we concluderen: die rijke man is alles behalve een vrek. Jezus vertelt immers: ‘Hij vierde elke dag uitbundig feest’. Zoiets doet een vrek niet. Die pot zijn geld liever op. Ook het feit dat de bedelaar Lazarus een plek heeft gevonden bij de poort van de rijke, wijst erop dat die rijke geen vrek is. Blijkbaar valt er regelmatig ook iets voor hem af, want bedelaars weten heus wel waar ze moeten zijn. De rijke is een man die zijn familie en vrienden trakteert en hen laat delen in zijn welstand. Mogelijk is hij ook met anderen begaan, want zelfs na zijn dood heeft hij nog zorgen om het lot van zijn broers. Hij vraagt Abraham om Lazarus naar hen toe te sturen om hen te waarschuwen. Maar Abraham wijst op de onoverbrugbare kloof tussen de wereld zoals wij die kennen en de plaats waar Lazarus zich nu bevindt. Hij zegt: ‘ Als je broers niet luisteren naar de profeten, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen door iemand die uit de dood is opgestaan’. M.a.w. mensen tot geloof brengen doe je niet door een stunt uit te halen. Lucas sluit met zijn verhaal over Jezus’ leven aan bij de traditie van profeten die het volk Israël verwijten dat ze niet naar God luisteren. En zelfs toen Jezus in hun midden veel wonderlijke tekens heeft verricht, heeft het volk zich niet massaal bekeerd. Integendeel: Ze hebben Hem gekruisigd en gedood. Ook als zijn leerlingen daarna getuigen dat Hij verrezen is en leeft, leggen ze dat naast zich neer. Zo hardnekkig kan ongeloof blijkbaar zijn.

Jezus heeft meer parabels verteld van het eindoordeel over ons leven. Hij doet dat niet om zijn toehoorders de stuipen op het lijf te jagen, maar om hen op het hart te drukken: als je goed wilt doen, wacht daar niet te lang mee. Stel het niet uit, want het is alleen mogelijk vóór je dood gaat. Eenmaal gestorven is het onmogelijk om fouten te herstellen, anderen te vergeven en rijkdom te delen. Met God valt niet te onderhandelen na een egoïstisch leven. Grijp nu je kans om wel te doen en te delen met de armen.
Als we eerlijk zijn, moeten we erkennen dat we de neiging hebben ons comfortabele leven niet in gevaar te brengen.  Er zijn immers zoveel armen in onze wereld. Waar begin je aan? Als je het goed hebt, wil je dat graag zo houden. Tegelijk maakt die materiële welvaart blijkbaar niet perse gelukkig, want nergens worden er zoveel kalmeringstabletten en antidepressiva geslikt als in de rijke landen. Nergens is de eenzaamheid groter dan in de gebieden waar er materiële overvloed is. Als het ons in dit leven goed gaat mogen we dat beschouwen als een geschenk.  God is echt niet iemand die daarboven aan de touwtjes trekt en willekeurig mensen bevoordeelt of benadeelt, sommigen rijk maakt en anderen arm. Als we kijken naar het beeld dat Jezus ons schildert van zijn hemelse Vader, dan is God iemand die heel mild, barmhartig, warmhartig, nabij en liefdevol wil zijn. Hij heeft verdriet, als mensen verdriet hebben. Hij wil ons helpen, maar heeft tegelijk zoveel respect voor ons dat Hij onze vrijheid niet in gevaar brengt. Willen wij mensen echt gelukkig worden en – zijn, dan moeten wij vrij zijn en in vrijheid beslissingen kunnen nemen.
Wij zijn immers geen marionetten. De rijke uit het Evangelie wordt heus niet veroordeeld omdat hij zoveel bezittingen heeft. Rijkdom op zich is niet slecht, veeleer een geschenk; maar waar het op aankomt is hoe wij daarmee omgaan. De rijke uit het verhaal van Jezus komt in moeilijkheden, omdat hij alleen bezig is met zichzelf en zijn eigen zaken en geen oog heeft voor de bedelaar die bij hem op de stoep ligt. Wat deze parabel tot een aanklacht maakt is dat Lazarus meer vriendschap krijgt van  de straathonden dan van zijn medemensen. Ontelbaar is het aantal mensen die lijden door honger, armoede, gebrek aan medische zorg en werkgelegenheid, aan geweld en onrecht. Telkens als we geconfronteerd worden met hen van wie de menselijke waardigheid wordt aangetast, dan zouden we moeten bedenken: het gaat altijd om iemands kind. Het is altijd iemand die ergens ooit bemind werd. Nou wijst het Evangelie erop dat elke mens Gods kind is, door Hem geliefd, door Hem bemind. Als zo’n mens genegeerd wordt of behandeld als vuilnis, zijn we dan niet bezig om God te dumpen als overbodig en hinderlijk?  M.a.w. De manier waarop wij met elkaar omgaan heeft zijn weerklank tot bij God in de hemel! Als wij met God rekening willen houden en Hem de eer willen brengen die Hem toekomt, dan zullen we elke mens moeten respecteren. Begint niet onze afstomping als mens waar we onze voelhorens naar het Mysterie intrekken, God afschrijven en ons terugplooien op onszelf?  Ben je dan niet aangewezen op je hond om een wederwoord te horen? Laten wij bidden dat de H. Geest ons de ogen opent voor de ‘bedelaars’ op onze stoep. Zij openen ons immers de poort naar werkelijke rijkdom. Moge God ons dan genadig zijn. AMEN

zondag 22-9-2019: Oogstdankfeest

By | Preken

Bij het beluisteren van het Evangelie  mag opgevallen zijn wat een mens t.a.v. de aarde kan en wat niet. Op de eerste plaats is de aarde ons gegeven, ons toevertrouwd. Zoals uit de eerste lezing duidelijk werd, is de aarde en wat ze opbrengt er voor allen. Degenen die hebben moeten wat overlaten voor degenen die niet hebben, armen, vreemdelingen. Tijdens de oorlog werd daar veel gebruik van gemaakt. Op de akkers  werden achter gebleven graan en aardappelen verzameld, want er was schaarste. ‘Zuëmeren’ noemde men dat. Nu terug naar het Evangelie: we kunnen zaaien en we kunnen oogsten. We kunnen dat zaaien nog aanvullen met wat er moet gebeuren om te kunnen zaaien: we kunnen ploegen, het land bemesten, en daarmee de vruchtbaarheid van de aarde bevorderen. We kunnen zaaien en planten al hetgeen we op  akkers, plantages, parken en tuinen zich zien ontwikkelen

Maar kunnen we zelf ook zorgen voor de groei? Nee, God heeft het zaad zó gemaakt, dat het groeikracht heeft in zichzelf. Je stopt het zaad in de grond en langzaam maar zeker komt het uit en groeit het verder. Je kunt dat proces zich zien ontwikkelen als je in en doosje met een  het natte sponsje, een paar bonen doet. Als kinderen deden we dat en we zagen dat in enkele dagen de bonen ontkiemden. Wat wel nodig is voor de groei, is regen en warme zon. Maar ook daarvoor  kunnen we niet zelf zorgen. Wat we wel kunnen is het klimaat beïnvloeden, ook ten kwade door teveel stikstof en CO2.

Jezus vertelt over de boer, die zaait, naar huis teruggaat, ander werk gaat doen, ’s  nachts slaapt, terwijl zonder dat hij zich ermee bemoeit het graan uitkomt en groeit tot de oogst. Dank zij de kracht door God in de natuur gelegd kunnen wij oogsten. We maken gebruik van de mogelijkheden, die ons gegeven zijn.

Jezus past het ook toe op onze eigen groei als mens en van het koninkrijk van God in ons. We worden klein geboren. Groeien op en leren onszelf kennen,wat we wel en niet kunnen en dat we ons moeten laten helpen bij wat we niet kunnen. Het kan zijn dat we leren dankbaar te zijn en hoe we ons moeten gedragen om goede mensen te zijn. We groeien overdag en ’s nachts, als het goed is, heel ons leven door. We leren steeds beter onszelf, onze aarde, onze medemensen kennen en ermee om te gaan. En dan komt de tijd van de oogst, Niet zonder meer voor iedereen op hetzelfde tijdstip. Het zal fijn zijn om op het einde van de dagen die ons gegund zijn te kunnen zeggen: Ik mag terugkijken op een vruchtbaar bestaan in dienst van aarde en medemensen en zo ook van God. Ik heb mogen genieten van onze mooie  aarde en ik ben er in  dankbaarheid en eerbied mee omgegaan zo dat ook voor de generaties van de toekomst leven mogelijk zal zijn. Amen

zondag 15 september 2019: Jubileum 100 jaar Zwart-Wit.

By | Preken

OVERWEGING MENEER PASTOOR REIJNEN.

Tijdens de oorlog wilden we als kinderen ook graag een balletje trappen, maar dat was er niet. We propten papier  bijeen tot een bal en omwikkelden die met het elastiek van een nog bruikbaar gedeelte van de binnenband van een fiets. Op die manier konden we toch een balletje trappen, ook als we op klompen liepen bij gebrek aan schoenen. Ik wil maar zeggen, dat het verschil met nu we in vrijheid kunnen leven hel erg groot is. Naast vele andere voor het leven  belangrijke terreinen heeft ook het beoefenen van  sport heeft dank zij de vrijheid en toestand van vrede waarin we kunnen leven een positieve ontwikkeling laten zien. Het is derhalve heel erg de moeite waard om stil te staan bij onze 75 jaar geleden verworven vrijheid en er onze bevrijders voor dankbaar te blijven. Zij gaven hun leven veelal op jonge leeftijd hun leven voor onze vrijheid.  Maar we weten ook, dat vrijheid en vrede geen vanzelfsprekende zaken zijn op onze wereld en dat veel mensen in angst en onvrijheid leven t.g.v. geweld en oorlogshandelingen.  Mensen zijn in staat tot de grootste opofferingen, tot het geven van hun leven toe; en tot de diepste uitingen van haat en geweld ten koste van anderen. Vrede en vrijheid zijn onder ons kwetsbaar. Er is daarom inspanning vereist om in onszelf en in onze samenleving continu te werken aan een mentaliteit van vrijheid en vrede en ons daarnaar ook te gedragen.

De sport kan ons daarbij als voorbeeld dienen. In de sport mag je elkaars rivalen zijn, mag je verlangen de beste te zijn, maar dat is wel aan spelregels gebonden. Maar daarvoor is  waakzaamheid en inspanning nodig. Elf slapende spelers, niet bij de les, op een voetbalveld; elf spelers niet bereid zich in te spannen en samen naar een goed resultaat te streven, lopen bijna zeker tegen een nederlaag aan. Om een goed resultaat te bereiken is het vaak nodig om ook tevoren zich op de wedstrijd voor te bereiden, te zorgen voor de eigen fitheid, naar de training te gaan, niet tot halverwege de nacht uitbundig te feesten. Een echte sporter leeft attent en waakzaam, gedraagt zich zo, dat hij de overwinning, de prijs behalen kan. Het beoefenen van sport kan een leerschool betekenen voor het leven. In de manier waarop men sport leert men zichzelf kennen, maar ook hoe hij/zij zich verhoudt t.o.v. het team en de tegenstander. En zelfkennis is belangrijk voor heel het leven dat men leidt.

Om als een goede mens te leven met zichzelf en anderen, in liefde en gerechtigheid –en daar gaat het in het leven toch om- dienen we waakzaam en attent te leven, goed om te gaan met wat ons overkomt, met wat ons gegeven is aan mogelijkheden; goed om te gaan met onszelf, onze medemens, onze vrijheid en vrede. Miljoenen, veelal jonge mensen hebben hun leven tijdens oorlog en bevrijding voor ons gegeven.

Attent en waakzaam leven, dat wordt ook aangegeven in de lezing van het Evangelie. Zoals de mensen in dát verhaal hebben we allemaal een opdracht te vervullen in het leven, ieder naar eigen mogelijkheden en maat. We moeten ervoor zorgen dat we  de boel op orde hebben als God eigenaar van zijn bezit ons rekenschap vraagt van hoe wij hebben geleefd. Of dat was in gerechtigheid, in respect en liefde voor elkaar en zelfs voor onze tegenstanders. Laat het beoefenen van sport een leerschool inhouden voor het leven.

Zondag 15-9-2019: Verliezen en het leven vinden…

By | Preken

Het gebeurt wel eens dat ouders, leerkrachten of jeugdleiders in de drukte een kind kwijt raken, vooral als je met ondernemende jongeren op pad bent. Zo’n vermissing van een kind – hoe oud ook – is verschrikkelijk, zeker als het lang duurt voordat het wordt teruggevonden. Nu vertelt Jezus in het Evangelie van deze dag een verhaal over de jongste zoon uit een gezin die zelf uit zijn ouderlijk huis weg wil. Hij vertrekt naar een ver land en leidt er een losbandig leven. Waarschijnlijk ervaart hij de banden die hem verbinden met thuis, met zijn ouders en broer en de verplichtingen van een familiebedrijf als knellend. Hij zoekt vrijheid en meer ruimte. Dat is voor de meesten van ons invoelbaar.
U  hebt wel eens gehoord van de kerkvader Augustinus. Hij was gefascineerd door de parabel van de verloren zoon. Hij herkende zich sterk in de weg die de jongste zoon heeft afgelegd. Als hij 43 jaar oud is – in 394 n. Chr. – is hij al enkele jaren bisschop in de Romeinse stad Hippo in Noord Afrika. Hij heeft zijn plaats en zijn roeping gevonden. Hij staat bekend als een boeiend predikant, een kundig bestuurder en goede pastor. Maar hij vindt dat zijn parochianen moeten weten welke lange en moeilijke weg hij in zijn jeugd heeft afgelegd. In zijn studententijd verliest hij zijn beste vriend. Ze zijn even oud en samen naar school gegaan. Ze hebben zich ook afgezet tegen de godsdienstige opvoeding van hun ouders. Op zeker moment wordt deze vriend ernstig ziek en overlijdt. Augustinus is totaal van slag en ontroostbaar. ‘Het is alsof ik de helft van mijn ziel ben kwijtgeraakt’, zegt hij. De eerste tijd staat alles hem tegen en raakt hij depressief. Hij vraagt zich af waarom het leven zo in elkaar zit dat de dood aan alles een einde kan maken. De dood van zijn jeugdvriend doet hem ook twijfelen aan het bestaan van God, ondanks de christelijke opvoeding die zijn moeder hem heeft gegeven. Als student kan hij daar helemaal niets mee. Hij snapt niets van God en je krijgt de idee dat hij het geloof van zijn moeder maar kinderachtig en naïef vindt. Zijn moeder Monica zit hem nogal op de hielen en vindt dat hij zich moet laten dopen en afscheid moet nemen van zijn vriendin met wie hij ongetrouwd samenwoont en met wie hij een kind heeft. Hij verbreekt inderdaad die relatie, maar in plaats van te trouwen heeft hij de ene kortstondige relatie na de andere. Letterlijk een los-bandig leven. Hij voelt zich ongelukkig en weet niet wat hij met zijn leven aan moet.  Augustinus is 33 jaar als hij zich laat dopen. Terugkijkend op zijn leven verbaast hij zich over de houding van de vader van de verloren zoon in de parabel. Hij schrijft: ‘Net als die vader in de parabel heeft God mij de vrijheid gegeven mijn eigen weg te gaan. Ik liep steeds verder bij U vandaan en U liet het gebeuren. Ik dreef rond en U liet me begaan.’ Voor Augustinus staat vast dat de mens tegenover God vrij is, vrij om eigen wegen te gaan, vrij om te kiezen, vrij ook om verkeerde wegen te gaan, vrij om door schade en schande te leren wat een gelukkig leven is, vrij om later tot inzicht te komen, vrij om de weg  terug te gaan.
Vrij ja, maar de verloren zoon is in dat verre land zodanig in de problemen geraakt dat hij niet meer weet hoe het verder moet. Hij vergaat  van de honger, voelt zich eenzaam en verlaten en dat dwingt hem tot nadenken. Zo gaat het vaker in een mensenleven. We lopen met de kop tegen een muur en dat doet pijn. En die pijn brengt ons tot bezinning en doet ons bij onszelf komen. Soms is dat het begin van een verandering.
Tegelijker tijd meent Augustinus te zien, dat God nooit van hem is weggelopen, maar altijd met hem mee is gegaan, welke wegen hij ook ging. Maar het kost ons vaak grote moeite om terug te komen. Dat geldt ook voor onze menselijke relaties. Het is makkelijker van elkaar weg te lopen dan elkaar te zoeken. Het vraagt moed om op onze schreden terug te keren en te zoeken naar wat verloren is geraakt.
Jezus heeft respect voor Schriftgeleerden en Farizeeën. Ze doen hun uiterste best om consequent te leven volgens de regels van de Joodse Thora. Hij kan echter niet meegaan in hun veroordelende houding tegenover mensen die het met die Wet niet zo nauw nemen. Hij toont grote aandacht en mededogen voor armen en voor mensen die echt verkeerd gehandeld hebben. Dat betekent niet dat Hij hun handelwijzen goedkeurt, maar voor Hem blijft iedere mens de moeite waard en van harte welkom. En dat vraagt Hij ook van ons. Met de oudste zoon zeggen Schriftgeleerden en Farizeeën hardop wat wij en veel godgetrouwe gelovigen ook denken: ‘Loon naar werken’, maar de tragiek is dan dat wij vergeten wat er omgaat in het hart van de vader nl. zijn liefde en bekommernis voor zijn jongste zoon. Een liefde die ons begrip te boven gaat. Voor Augustinus is de parabel van de verloren zoon de parabel van zijn leven. Hij verliest zijn beste vriend. Hij raakt God kwijt en zichzelf. Maar na verloop van tijd vind hij zichzelf terug en vooral God. Hij komt nl. tot de ontdekking dat er naar hem is uitgekeken als verloren zoon en die ervaring heeft hem nooit meer losgelaten. Durven ook wij vertrouwen dat er naar ons wordt uitgekeken? AMEN.

Zondag 8 sept. 2019: Durven loslaten om het leven te winnen.

By | Preken

Als we zelf aan sport doen of er naar kijken op de TV zien we dat er naast winnaars net zoveel of nog meer verliezers zijn. Een plaats op het erepodium is er alleen voor winnaars en het is best een kunst om een goede verliezer te zijn. In het Evangelieverhaal van vandaag is Jezus onderweg en blijkbaar is er een grote menigte die Hem volgt. Jezus is op weg naar Jerusalem en dat werpt een donkere schaduw over deze tocht. Hij heeft sterke vermoedens over wat Hem daar te wachten staat, want hogepriesters, Schriftgeleerden en Farizeeën kunnen zijn bloed wel drinken. Als Hij dan de menigte ziet die Hem volgt, maakt Hij een pauze om hen de vraag voor te leggen: ‘ Realiseer je je wel waar je mee bezig bent? Als je mijn leerling wilt zijn, moet je – indien nodig – je familie op het tweede plan durven zetten. Je moet niet bang zijn om je kruis op je te nemen. Anders kun je mijn leerling niet zijn.’ Aan mensen die Hem min of meer of af en toe een beetje volgen heeft Hij niets. Hij geeft dan twee voorbeelden. Als je gaat bouwen, moet je een goede berekening maken van wat  je dat gaat kosten. En een koning die door het leger van een ander bedreigd wordt,  moet een goede afweging maken van  wat hem nu te doen staat. Jezus wil de mensen die met Hem meetrekken confronteren met het prijskaartje dat er hangt aan het volgen van Hem. Voorafgaand aan dit verhaal heeft Jezus verteld over de man die een groot gezelschap heeft uitgenodigd voor een feestelijke maaltijd. Maar wat gebeurt er? Eén voor één komen ze zich verontschuldigen. De een moet naar zijn akker; een ander moet zijn ossen gaan testen. Een derde is pas getrouwd. Allemaal mensen die hun eigen plannen en werkzaamheden niet kunnen loslaten voor de eervolle uitnodiging die ze hebben ontvangen. Als Jezus dan de vele mensen ziet die met hen meetrekken zegt Hij: ’Realiseer je je wel waar je mee bezig bent? Als je je familie en je bestaanszekerheid niet kunt loslaten – indien nodig – dan kun je mijn leerling niet zijn.’  Dat loslaten is geen doel op zich, maar is gericht op de opdracht die Jezus beschouwt als de zijne: Zoeken naar wie verloren loopt en wie verdwaald is. Opkomen voor de mensen die over het hoofd worden gezien en door niemand worden uitgenodigd. Jezus noemt zelf armen, zieken, gebrekkigen en blinden. In onze dagen gaat het om vluchtelingen, eenzamen, mensen met een handicap, alleenstaande ouders en anderen om wie zich niemand bekommert. Als je je voor deze zwakkeren in de samenleving inzet, kan het zijn dat je vrienden verliest en zelfs je verwanten zich tegen je keren. Maar als je dat overkomt, hou dan vast aan mijn belofte: ‘Door standvastig te zijn, zul je het leven winnen. Geen haar van je hoofd zal verloren gaan’. (Lc. 21,18)  Op de weg die Jezus gaat, zul je zowel een zoeker zijn naar wie verloren loopt, alsook zelf een verlorene zijn d.w.z. iemand die geen zekerheid heeft in de vorm van geld, bezit of vrienden. ‘Wees echter niet bang; Ik zal je redden’, zegt Jezus. Hij roept ons niet op ons te onttrekken aan onze verplichtingen en verantwoordelijkheid t.o.v. de mensen die ons dierbaar zijn, maar om ons niet aan hen vast te klampen.  Als het nodig is om Hem te volgen, moeten wij ook mensen los durven laten en bezit durven relativeren.  M.a.w.  als leerling van Jezus moet ik me openstellen voor wat God met mij voorheeft en durven loslaten wat mij daarbij belemmert; mezelf leeg en vrij maken om ruimte te maken voor God die zijn plannen heeft met ieder van ons. Jezus vraagt zijn volgelingen de teugels over hun leven niet krampachtig zelf in hand en te houden, maar de H. Geest, de Wijsheid van God, de koers te laten bepalen van ons doen en laten. Want – zo zegt de auteur van het Boek Wijsheid – hoe kunnen wij, kleine beperkte mensen, begrijpen wat God wil, tenzij wij ons laten leiden door zijn Geest.                                                                     Als kind heeft Jezus al gehoord van Mozes, de grote Leider van zijn volk, die God ervaren heeft de Nabije. Tot hem heeft God gezegd:  ‘ Ik wil bij de mensen zijn. Ik zal er zijn. Mensen hoeven niet te vergaan van eenzaamheid. Ze mogen mijn Nabijheid ervaren. Jezus heeft die belofte aan Mozes op Zich genomen, maar het is duidelijk dat ze door ons mensen geleefd moet worden. Daarom heeft Hij mensen rond zich verzameld om die Nabijheid van God concreet te maken. En wij weten, het gebeurt metterdaad: mensen die goed kunnen luisteren en bij je je veilig voelt; mensen die er niet op uit zijn zelf in het middelpunt te staan maar anderen nabij zijn, ook al hebben die soms van hun leven een puinhoop gemaakt. Mensen die zich zo om hun naasten bekommeren, hebben vaak veel opgegeven. Het Evangelieverhaal van deze dag is een uitdaging van Jezus ons helemaal in te zetten voor iets moois en goeds: nl. Gods werk onder ons:  een barmhartige omgang met elkaar, een milde levenshouding, gewoon liefde tussen mensen! Geve de H. Geest ons de moed om deze uitdaging van Jezus aan te nemen en ervoor te gaan!  AMEN.

Zondag 1 september: ALLEN ZIJN UITGENODIGD OP HET FEEST VAN HET LEVEN

By | Preken

Waar komt dat vandaan, die neiging om ons met elkaar te vergelijken? Bij sportwedstrijden wordt er alleen een plaats gereserveerd op het erepodium voor de winnaars van goud, zilver en brons. De anderen die meestal even hard hebben getraind krijgen nauwelijks aandacht. Het is ons al vroeg ingepeperd thuis, op school, bij de sport en in ons werk: proberen de beste te worden. We leven in een prestatiemaatschappij en wie niet tot de beteren behoort, wordt al snel beschouwd als een ‘looser’. In het Evangelie van deze dag wijst Jezus heel nadrukkelijk op de waarde van bescheidenheid. Ook de auteur van het Boek Wijsheid doet dat. Best vreemd voor ons die geregeld aangespoord worden ons te profileren, ons gezicht te laten zien en voor onszelf op te komen. Jezus is er niet op uit ons een lesje te geven in goede omgangsvormen. Hij maakt duidelijk: iedereen is uitgenodigd voor het feestmaal van Gods Koninkrijk. Niet omdat wij er recht op hebben. Wij hebben die uitnodiging ontvangen, helemaal gratis. Als genodigden verkeren wij allen in dezelfde bevoorrechte positie. Nou zien we in ons dagelijks leven dat mensen zich met elkaar gaan vergelijken. Alsof de één belangrijker is dan de ander, terwijl wij allen gasten zijn op het feest van het leven. Ons leven is een pure gave, een onverdiend geschenk. Tegenover God zijn wij zo arm als Lazarus. Als Jezus zijn leerlingen oproept zich dat te realiseren, is dat geen uitnodiging tot gemaakte nederigheid. Hij spoort hen enkel aan om ruimte te maken voor mensen die over het hoofd gezien worden en nergens terecht kunnen. Als je geld hebt of een hoge opleiding, een belangrijke positie bekleedt of een goede baan hebt, dan hoef je je geen zorgen te maken. Dan gaan deuren bijna automatisch voor je open. Als geslaagde en gezonde mensen altijd de mooiste plekken innemen, waar moeten dan de gasten gaan zitten die het minder goed getroffen hebben, de zwakkeren  in de samenleving? Jezus roept zijn gastheer op om bij een feestmaal niet – zoals wij geneigd zijn te doen –  familie, vrienden en rijke buren uit te nodigen, maar juist de mensen die het minder goed hebben getroffen, zoals armen, kreupelen en blinden. Het is natuurlijk riskant om zulke mensen uit te nodigen en je serieus met hen in te laten. Je weet niet waar je aan begint, maar het is juist de confrontatie met hun onmacht, pijn en verdriet en hun levensvreugde die ons helpen het hoofd te buigen en bescheiden te worden. Want als het lijden, de zorgen en de onmacht van medemensen ons niet meer raken, als we geen oog hebben voor hun levensvreugde, wat heeft ons gelovig zijn dan voor waarde?  God neemt het steeds op voor de zwakkeren. Zo zegt de dichter van Ps. 68 die gekozen is als antwoord op de 1e lezing: ‘God is een Vader voor wezen, een steun voor weduwen, Iemand die verwaarloosden een eigen huis geeft. En in het Evangelie zegt Jezus: ‘Als je enkel mensen uitnodigt in de hoop hetzelfde terug te krijgen, dan hou je bestaande verhoudingen in stand. Het gaat er juist om de starheid van die gesloten kringetjes, die vriendenclubjes te doorbreken en  ruimte te maken voor wie het slecht getroffen hebben. Al zien we de ‘kreupelen en gebrekkigen’ waarvan het Evangelie spreekt minder op straat, hoe velen wonen niet in verzorgingshuizen. Ze komen vaak weinig buiten, omdat er niemand is om met hen te wandelen. We komen ouders  tegen die – ondanks hun toewijding – geen invloed meer hebben op hun kinderen en met lede ogen moeten aanzien dat ze verkeerde wegen gaan. Er zijn kinderen die het contact met hun ouders verliezen door ruzie of omdat ze geen tijd nemen om naar elkaar te luisteren. Denk ook aan slachtoffers van pestgedrag op school of op het werk. Waar is hun plaats aan de tafel van Gods Koninkrijk? Als Jezus zegt: ‘Maak even plaats voor deze mens die in mijn ogen belangrijk is’, dan heeft Hij mensen op het oog die op een of andere manier minder in tel zijn of moeten lijden. Misschien herinnert U zich het nog: de moeder van de apostelen Jacobus en Johannes komt met haar zonen bij Jezus met de vraag of Hij voor hen een goede post wil reserveren in zijn Koninkrijk. De andere apostelen kwaad als ze ervan horen en Jezus zegt: ‘Wie onder jullie de voornaamste wil zijn, moet de dienaar van allen wezen’. Als de apostel Johannes vertelt over het Laatste Avondmaal, verhaalt hij dat Jezus de voeten van zijn leerlingen wast en zegt: ‘Jullie noemen mij Heer en Leraar en dat ben Ik. Maar als Ik mij niet te groot voel om jullie de voeten te wassen, dan moeten jullie dat ook aan elkaar doen. Ik heb je een voorbeeld willen geven!’. Als wij ons laten leiden door wat ‘men’ gewoon is te doen, dan betekent dat concurentie. Dan wil men de meerdere zijn, belangrijker gevonden worden, de ander aftroeven, zorgen dat je er persoonlijk beter van wordt. Dan gaat het om het eigen gelijk. Hier onderscheidt de boodschap van Jezus zich van wat men gewoon is. De wijsheid die Jezus ons voorhoudt is: de ander laten voorgaan, omdat hij onze medemens is; elkaar als gelijken tegemoet treden; de rust in onszelf vinden om de ander te respecteren en te zorgen dat hij/zij helemaal tot zijn recht komt. Bidden wij om deze H. Geest. AMEN.

zondag 25 augustus 2019: Het wachtwoord om binnengelaten te worden.

By | Preken

‘Span je tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen, want velen zullen het proberen, maar er niet in slagen’. Zo reageert Jezus op de vraag van een van zijn toehoorders, die wil weten of het er weinig zijn die gered worden. Jezus heeft waarschijnlijk geen sportieve prestatie op het oog, zoals een hindernis die je moet nemen tijdens een stadsloop, maar wel iets waar je moeite voor moet doen; een serieuze zaak dus. De oproep van Jezus is een antwoord op een angstige vraag: ‘Behoor ik tot de mensen die gered worden?’ Of anders gezegd: ‘Kan ik, zal ik gelukkig worden?’
We weten allen: mensen zijn vaak erg angstig, als het gaat om geluk en gezondheid. Als we elkaar een gelukkig of zalig Nieuwjaar wensen, voegen velen er aan toe: ‘Als we maar gezond blijven; dat is het voornaamste!’. Er hoeft echter maar iets onverwachts te gebeuren of ons leven staat op zijn kop. Velen vragen zich af:  Wat moet ik doen om gezond  te blijven en gelukkig te worden? Zal ik van een rustige en veilige oude dag kunnen genieten? Hoef ik op het eind niet te lijden? Al wordt er van ons alertheid en zorgzaamheid gevraagd, tegelijk weten wij ook dat we dit soort zaken niet zelf in de hand hebben. Je kunt je wel beroepen op de prestaties die je geleverd hebt, maar we weten ook dat dit geen garantie biedt voor duurzaam geluk en bestendige gezondheid. We kunnen ons geluk niet kopen of afdwingen. Een stemmetje in ons zegt, dat onze prestaties niet puur eigen verdienste zijn en dat ons veel geschonken is.

In het Evangelie laat Jezus blijken dat het Koninkrijk van God voor iedereen open staat. Hij stelt: ze komen uit alle windstreken, mensen van allerlei ras, rang en stand, maar plotseling is er dat kleine poortje, die smalle deur. Wij vragen ons af: ‘Waarom dan ineens deze hindernis?’ Jezus maakt duidelijk dat binnentreden in het Rijk van God niet van een leien dakje gaat. Je moet er je best voor doen. We moeten ons zelfs tot het uiterste inspannen. Binnenkomen is geen kwestie van vriendjespolitiek; je  wordt niet binnengelaten op grond van goede relaties. Blijkbaar hebben we een geldig wachtwoord nodig. Meer dan ooit kennen wij in onze dagen deuren en poortjes, waar je een pasje, pincode of geldig wachtwoord voor nodig hebt. Hebben we dat niet paraat, dan hebben we een probleem. Het wachtwoord voor die nauwe deur van Gods Koninkrijk is blijkbaar: ‘Gerechtigheid doen’.  We komen dat woord op tal van plaatsen in de Bijbel tegen. Het heeft alles te maken met ‘recht’. Het gaat er blijkbaar om elkaar recht te doen, ijveren dat ieder mens tot zijn of haar recht komt. Er is geen sprake zijn van gerechtigheid, als wij aan de nood van anderen voorbij leven. Vrijwel iedereen wil een goed mens zijn, maar dat gaat niet vanzelf. Het gaat vaak ten koste van onszelf en onze eigen belangen. We weten  waarom het gaat: je niet te groot voelen om elkaar van dienst te zijn, mild en barmhartig zijn in ons oordeel, bereid zijn om te vergeven als iemand ons tekort heeft gedaan. En we komen ze tegen: mensen die met grote inzet zorgen voor elkaar; mensen die mild zijn in hun spreken en geduld opbrengen ook voor die moeilijke en onhandelbare mens. Ze gooien de handdoek niet in de ring bij tegenslag of gebrek aan waardering, maar houden vol en blijven geloven in de kracht van het goede.

Als wij willen weten wat gelukkig maakt, is dat dan niet de ervaring dat anderen ons nodig hebben? Dat we iets kunnen bijdragen aan hun geluk? Natuurlijk mag ik de vraag stellen – zoals die toehoorder van Jezus – of ik gelukkig zal worden en of het er veel zullen zijn die gered worden, maar veel vruchtbaarder is mezelf  af te vragen of een ander door mij wat gelukkiger wordt? Of ik voldoende moeite doe om een ander te helpen en te redden. Een spreuk uit de Joodse Talmoed zegt: ‘Wie één mens redt, redt de hele wereld’. Het gaat er in ons leven om hoe wij antwoord geven op wat er op onze weg komt en waarin wij menigmaal de hand van God kunnen ontdekken.

De aansporing van Jezus ons tot het uiterste in te spannen zou ons op het verkeerde been kunnen zetten, alsof het in het navolgen van Hem vooral gaat om zoveel mogelijk te presteren. In het leven van velen is er juist sprake van ‘overactiviteit’. Vaak is er te weinig rust en stilte om ons te realiseren waar we mee bezig zijn en wat echt van waarde is, om te genieten van de vruchten van ons werk. Bij die aansporing van Jezus om ons in te spannen hoort ook het zoeken naar een goede balans tussen werken en rusten en bidden. Die balans is onmisbaar om Gods zachte stem in ons hart en zijn bedoeling met ons leven te verstaan. Jezus zelf geeft ons het wachtwoord om binnengelaten te worden. Hij zegt: ‘Zoek eerst het Rijk van God en zijn gerechtigheid. Al het andere wordt je erbij gegeven’. Dan vormt de nauwe deur geen onoverkomelijk probleem meer.
AMEN.

18-8-2019: Maria Tenhemelopneming 2019.

By | Preken

Lezingen: Apocalyps 11, 19a;12,1.3-6a.10ab; 1Korintiërs 15, 20-26; Lucas 1, 39-56.

Zoals haar zoon Jezus op zíjn bestemming is gekomen, zo is ook Maria, zijn moeder, op háar bestemming gekomen. Wij, als katholieke geloofsgemeenschap, vieren ons geloof tijdens ons samenkomen op het feest van Maria Tenhemelopneming.  Wie vieren niet alleen Maria, want het feest heeft ook zijn betekenis voor ons eigen bestaan. Zoals Jezus en Maria door hun god- en mensengewijd leven op hun bestemming zijn gekomen bij God, zo mogen wij erop vertrouwen dat ook wij na een toegewijd leven op ónze bestemming komen. Maar, we houden altijd voor ogen, dat aan Maria’s  Tenhemelopneming een heel leven vooraf is gegaan van trouw aan haar opdracht. En die opgave van haar leven was ‘moeder te zijn van een bijzondere zoon, gezalfde van God. Op het eerste gezicht eindigde diens leven heel tragisch. Hij, goede mens bij uitstek, stierf als een misdadiger de dood aan een kruis. Moeder Maria stond aan de voet van dat kruis. Het moet voor haar een onvoorstelbaar pijnlijke ervaring zijn geweest, haar eigen kind, gestalte van Gods goedheid, aan een kruis te zien sterven. Het was Maria overigens al eerder voorspeld, dat zij het niet gemakkelijk zou krijgen. Dat werd haar verteld toen zij met haar man Jozef naar de tempel trok in Jeruzalem, om hun kind aan God toe te wijden, zoals dat toen traditie was. De oude Simeon, die in Jezus de lang verwachte Messias, mens van God zag, voorspelde haar dat ze het zwaar zou krijgen: ‘een zwaard van droefheid zou haar ziel doorboren’. Dat Maria dat lot niet uit de weg is gegaan, maar het heeft aanvaard en opgepakt, dat is haar grootheid. Ze bleef trouw aan haar levensopdracht, ook als ze het niet allemaal begreep en wat het haar ook kostte. Die trouw was er bij haar in alle omstandigheden, in het gewone werk van alledag tot het vergezellen van haar zoon en diens leerlingen als ze onderweg waren. Onze bewondering voor Maria kan nog gevoed worden door haar sociaal gedrag, waarmee ze familielid Elisabeth, zwanger evenals zij, te hulp schoot. Maar ze reageerde ook attent, toe het bruidspaar te weinig wijn had ingeslagen en zij haar zoon waarschuwde. Dat alles beleefde Maria in nauw verband met God, voor haar geen verre God, maar een nabije, die zich over haar, in al haar bescheidenheid, had ontfermd. God was voor haar degene die nabij wilde zijn aan arme en behoeftige mensen. Voor Maria had God niet veel op met degenen die verzadigd waren door macht en rijkdom, zonder oog te hebben voor hun armere medemensen.

 

 

Het feest van de tenhemelopneming van Maria is van betekenis voor ons. We kunnen ervan leren hoe we zelf kunnen omgaan met onze eigen levensopdracht in trouw en overgave, ook als het ons het nodige kost, en als we lijden aan het leven. We kunnen daarnaast uit Maria’s tenhemelopneming moed en vertrouwen putten op het bereiken van onze bestemming bij God, na ons leven met zijn hoogte- en dieptepunten, met zijn vreugde en te dragen kruis, in trouw volbracht te hebben. Maria Tenhemelopneming is een bemoedigend en ons  ondersteunend feest. AR