Zondag 25-9-2022: 26ste zondag door het jaar 2022-C

By Preken
Beste broeders en zusters in Jezus Christus,

Op een dag kwam een man bij een ‘wijze’ man. De man was steenrijk en zat vrekkig op zijn bezit. De ‘wijze’ man nam hem bij de hand en leidde hem naar het raam. ‘Kijk naar buiten’, zij hij. De rijke keek naar buiten. ‘Wat zie je?’ vroeg de ‘wijze’ man. ‘Mensen’, antwoordde de rijke man. Weer nam de ‘wijze’ man hem bij de hand en leidde hem naar een spiegel. ‘Wat zie je nu?’, vroeg hij. ‘Nu zie ik mezelf’, antwoordde de rijke man. Toen zei de ‘wijze’ man: Onthoud het goed: in het raam zit glas en in de spiegel zit glas, maar het glas in de spiegel is bedekt met een laagje zilver. Daarom ziet men als men in de spiegel kijkt de andere mensen niet, maar alleen zichzelf.’ Wanneer je in de spiegel kijkt, dat wil zeggen, wanneer je alleen op jezelf en je eigen geluk en bezit gericht bent, dan zie je een ander niet staan.

Het evangelie verhaal van vandaag over de rijke man en arme Lazarus is één van de weinige keren in het Nieuwe Testament dat we een beeld krijgen van het leven na de dood. We kennen allemaal het verhaal van Lazarus en de rijke man. Wat opvalt in het verhaal is dat de rijke man nooit verandert. Bij leven gaat hij helemaal op in zichzelf, in zijn rijke kleding, zijn fijne linnen en zijn uitgebreide diners. Na de dood is hij net zo. Ook al is hij in kwelling, wat hem het meest bezighoudt is het verkrijgen van een druppel water om zijn tong te koelen. Alles draait om hem, van begin tot eind, in deze wereld en in de volgende.

Wat dit verhaal ons vertelt is dat als je vol bent van jezelf, als je volledig in jezelf gekeerd bent, er geen plaats is voor liefde. Er is geen plaats voor de hemel.

We leven in een wereld met een meer individualistische mentaliteit – we worden met de dag egoïstischer. De ik-mentaliteit neemt toe en we hebben geen tijd meer voor de ander. We leven in onze eigen kleine wereld en creëren een grote comfortzone en er is geen toegang voor de ander… We raken verstrikt in onze kleine levenspatronen en leren onze aandacht te richten op de dingen die alleen ons aangaan, en stemmen de dingen die ons niet aangaan af. We bekijken de wereld door een lens van “wat heeft dit met mij te maken?” En heb ik er iets aan? Maar de Heer Jezus probeert onze aandacht te vestigen op het feit dat wij onze hele broeders hoeder zijn, dat wil zeggen, ons afstemmen op degenen die onze aandacht en zorg nodig hebben. We moeten ons net zo druk maken over de noden van de mensen om ons heen, als over die van onszelf. In feite was dat het tweede grote gebod dat Jezus ons gaf “je naaste lief te hebben, zoals je van jezelf houdt”.

We kennen het beroemde verhaal van de heilige Moeder Teresa van Calcutta…Op een dag ging ze naar een winkelier om wat geld te vragen om haar weeskinderen te voeden. Moeder Teresa ging naar hem toe en zei “Geeft u alstublieft iets te eten voor mijn kinderen”…De persoon keek Moeder Teresa boos aan en spuugde speeksel op Moeder Teresa’s hand. Moeder Theresa glimlachte en veegde zachtjes het speeksel aan haar sari af en zei: “Dank u voor wat u voor mij gegeven heeft. Wilt u iets geven voor mijn kinderen?”

De winkelier was geschokt door de nederigheid van Moeder Teresa vroeg vergiffenis aan Moeder Teresa. Daarna begon hij regelmatig hulp te bieden aan de weeskinderen.

In veel opzichten zijn we door God gezegend – we hebben een goed huis, een heel goed gezin, een goede levensstijl enz. maar helaas is de waarheid dat we, als we alles hebben, God en de anderen die in nood verkeren, vergeten. Vandaag is het tijd om over onszelf na te denken: “Ben ik zo egoïstisch? Of ben ik onzelfzuchtig?” Voor ons moet de ander de hemel zijn, niet de hel. Laten we samen een nieuwe wereld bouwen met liefde en zorg. Laten we de hand van God vasthouden en een beter leven maken. Amen

Kapelaan Siju

Zondag 25-9-2022: 26ste zondag door het jaar 2022-C

By Preken

Beste broeders en zusters in Jezus Christus,

Op een dag kwam een man bij een ‘wijze’ man. De man was steenrijk en zat vrekkig op zijn bezit. De ‘wijze’ man nam hem bij de hand en leidde hem naar het raam. ‘Kijk naar buiten’, zij hij. De rijke keek naar buiten. ‘Wat zie je?’ vroeg de ‘wijze’ man. ‘Mensen’, antwoordde de rijke man. Weer nam de ‘wijze’ man hem bij de hand en leidde hem naar een spiegel. ‘Wat zie je nu?’, vroeg hij. ‘Nu zie ik mezelf’, antwoordde de rijke man. Toen zei de ‘wijze’ man: Onthoud het goed: in het raam zit glas en in de spiegel zit glas, maar het glas in de spiegel is bedekt met een laagje zilver. Daarom ziet men als men in de spiegel kijkt de andere mensen niet, maar alleen zichzelf.’ Wanneer je in de spiegel kijkt, dat wil zeggen, wanneer je alleen op jezelf en je eigen geluk en bezit gericht bent, dan zie je een ander niet staan.

Het evangelie verhaal van vandaag over de rijke man en arme Lazarus is één van de weinige keren in het Nieuwe Testament dat we een beeld krijgen van het leven na de dood. We kennen allemaal het verhaal van Lazarus en de rijke man. Wat opvalt in het verhaal is dat de rijke man nooit verandert. Bij leven gaat hij helemaal op in zichzelf, in zijn rijke kleding, zijn fijne linnen en zijn uitgebreide diners. Na de dood is hij net zo. Ook al is hij in kwelling, wat hem het meest bezighoudt is het verkrijgen van een druppel water om zijn tong te koelen. Alles draait om hem, van begin tot eind, in deze wereld en in de volgende.

Wat dit verhaal ons vertelt is dat als je vol bent van jezelf, als je volledig in jezelf gekeerd bent, er geen plaats is voor liefde. Er is geen plaats voor de hemel.

We leven in een wereld met een meer individualistische mentaliteit – we worden met de dag egoïstischer. De ik-mentaliteit neemt toe en we hebben geen tijd meer voor de ander. We leven in onze eigen kleine wereld en creëren een grote comfortzone en er is geen toegang voor de ander… We raken verstrikt in onze kleine levenspatronen en leren onze aandacht te richten op de dingen die alleen ons aangaan, en stemmen de dingen die ons niet aangaan af. We bekijken de wereld door een lens van “wat heeft dit met mij te maken?” En heb ik er iets aan? Maar de Heer Jezus probeert onze aandacht te vestigen op het feit dat wij onze hele broeders hoeder zijn, dat wil zeggen, ons afstemmen op degenen die onze aandacht en zorg nodig hebben. We moeten ons net zo druk maken over de noden van de mensen om ons heen, als over die van onszelf. In feite was dat het tweede grote gebod dat Jezus ons gaf “je naaste lief te hebben, zoals je van jezelf houdt”.

We kennen het beroemde verhaal van de heilige Moeder Teresa van Calcutta…Op een dag ging ze naar een winkelier om wat geld te vragen om haar weeskinderen te voeden. Moeder Teresa ging naar hem toe en zei “Geeft u alstublieft iets te eten voor mijn kinderen”…De persoon keek Moeder Teresa boos aan en spuugde speeksel op Moeder Teresa’s hand. Moeder Theresa glimlachte en veegde zachtjes het speeksel aan haar sari af en zei: “Dank u voor wat u voor mij gegeven heeft. Wilt u iets geven voor mijn kinderen?”

De winkelier was geschokt door de nederigheid van Moeder Teresa vroeg vergiffenis aan Moeder Teresa. Daarna begon hij regelmatig hulp te bieden aan de weeskinderen.

In veel opzichten zijn we door God gezegend – we hebben een goed huis, een heel goed gezin, een goede levensstijl enz. maar helaas is de waarheid dat we, als we alles hebben, God en de anderen die in nood verkeren, vergeten. Vandaag is het tijd om over onszelf na te denken: “Ben ik zo egoïstisch? Of ben ik onzelfzuchtig?” Voor ons moet de ander de hemel zijn, niet de hel. Laten we samen een nieuwe wereld bouwen met liefde en zorg. Laten we de hand van God vasthouden en een beter leven maken. Amen

Kapelaan Siju

Zondag 28-8-2022: (22 C) Wij zijn allen genodigd op het feest van het leven.

By Preken

De beroemde rabbijn van Tolna kreeg een rijke op bezoek en had met hem een lang gesprek. Later kwam een arme met hem praten, maar al na vijf minuten was die weer de deur uit. Die arme voelde zich benadeeld en beklaagde zich daarover dat de rabbijn veel tijd uittrok voor een rijke, maar een arme snel weg stuurde. Voor een rabbijn zouden alle mensen tot gelijk moeten zijn, merkte hij op. ‘Zeker, dat klopt, ‘ antwoordde de rabbijn, ‘ maar het zit zo: jij en ik weten dat  jij arm bent, daar zijn we het snel over eens. Maar die ander denkt dat hij met al zijn geld en goed, zijn goud en diamanten rijk is. Het kost me uren praten om hem te doen inzien dat hij, met al zijn pretenties, een armzalig mens is waar je meelij mee moet hebben.’  Soms vraag ik me wel eens af of de neiging ons met anderen te vergelijken en ons de betere en meerdere te voelen misschien een eigenschap is die in de loop van de evolutie in ons DNA is binnen geslopen? Als we een verslag zien van een sportwedstrijd gaat alle aandacht uit naar de eerste drie of de winnaars. Wie niet op het erepodium belandt, krijgt nauwelijks aandacht, ondanks het feit dat die anderen vaak even intensief hebben getraind. We leven in een prestatiemaatschapij. Wie niet bij de besten behoort, wordt al snel een ‘loser’ genoemd. In het Evangelie van deze dag wijst Jezus heel nadrukkelijk op de waarde van bescheidenheid. Hij is er niet op uit zijn medegenodigden en zijn gastheer een lesje te geven in omgangsvormen. Hij wil duidelijk maken dat wij allen genodigden zijn op het feest van het leven. Ons leven is pure gave. Het is een geschenk dat wij onverdiend ontvangen hebben en niet iets waar we recht op hebben. Daarom verkeren wij allen in dezelfde lage positie. Wij zijn allen genodigden. Maar wat zien we gebeuren? Als mensen samenkomen en genodigden elkaar treffen, gaan ze zich met de andere gasten vergelijken. Alsof de een belangrijker zou zijn dan de ander. In feite zijn wij allen genodigden en gasten op het feest van het leven. Tegenover God zijn wij zo arm als de bedelaar Lazarus. Toch nodigt Hij ons zonder voorwaarden uit op het feest van het leven. Jezus vraagt van zijn leerlingen geen gemaakte nederigheid en zeker geen onderdanigheid. Hij roept op ruimte te maken voor mensen die het minder goed getroffen hebben en nergens terecht kunnen. We zien immers in ons dagelijks leven: als je geld hebt of een hoge opleiding, als je een belangrijke positie bekleedt of een goede baan hebt, dan gaan deuren bijna automatisch voor je open. Je krijgt makkelijker een hypotheek en een woning, Bij een sollicitatie maak je meer kans. M.a.w. als ‘geslaagde’ mensen voortdurend de mooiste plekken innemen, waar moeten de ’achterblijvers’ dan gaan zitten?  Mensen die er niet in slagen de eindjes aan elkaar te knopen of geen betaalbare woning vinden, vluchtelingen die alles hebben moeten achterlaten, mensen die moeten leven met veel beperkingen? Misschien is het riskant je serieus in te laten met mensen die veel zorgen of verdriet kennen, want je weet niet hoever je moet gaan en waar je uitkomt. Het zijn niet onze macht, rijkdom en talenten die ons bescheiden moeten maken, maar de confrontatie met de onmacht, de zorgen en pijn van anderen. Die kunnen ons helpen ons hoofd te buigen en bescheiden te worden. Want als het lijden en de onmacht van medemensen ons niet meer raakt, wat heeft dan ons gelovig zijn nog voor waarde? In Psalm 68,  gekozen als een antwoord op de 1e lezing, noemt de dichter God ‘een vader voor wezen, een steun voor weduwen, iemand die eenzamen een thuis geeft’. Dat is de God tot wie wij bidden en van wie wij hulp mogen verwachten. Zijn Naam luidt: ‘Ik ben er’ of  ‘Wees er’, zoals een ander vertaalt. Deze Naam brengt ons voortdurend in herinnering dat wij leven bij de gratie van de uitnodiging:  ‘Wees er’.

 

Het is die God die ons nodigt om ook zelf uitnodigend in het leven te staan en elkaar te doen voelen ‘Wees er. Jij mag er zijn. Jij mag zijn die je bent’. We onteren en bederven die naam als genodigden zich onderling gaan vergelijken. Dan wordt de uitnodiging die ons allen tot gast maakt, kapot gemaakt. Dat gebeurt ook als we elkaar uitnodigen om er zelf beter van de worden. Dat is geen uitnodiging, maar zelfverrijking. Wij doen de Naam van God alle eer aan als wij geven aan de ander zonder daar iets voor terug te verwachten, onszelf investeren in een ander zonder ergens op te rekenen.  Dat lukt alleen als wij meer gaan beseffen dat wij zelf één brok uitnodiging zijn. Bidden wij om de H. Geest die Jezus heeft bezield en aan zijn leerlingen heeft beloofd.  AMEN

Zondag 21-8-2022: 21ste zondag door het jaar C.

By Preken

In het evangelie stelt iemand deze vraag aan Jezus: “Zijn het veel of weinig mensen die gered zullen worden? Dat is eigenlijk: “Gaan er veel naar de hemel of niet?” Hij stelde deze vraag aan Jezus in de mening dat alleen de joden gered kunnen worden maar de anderen, de heidenen allemaal niet. Jezus antwoordt die man het volgende: “Je moet je uiterste best doen om de hemel binnen te komen” Dit is eigenlijk geen antwoord op die vraag. Wat bedoelt Jezus hier dan? Hij zegt hier dat iemand niet wordt gered alleen omdat hij jood is. Het is niet zo makkelijk om de hemel binnen te gaan.

Het helpt niet om aan de deur te kloppen en te zeggen: “Ik ben die en die, wij zijn bekenden, wij kennen elkaar nog, laat ons dus binnen. Het gaat niet om status en positie, niet om relaties en niet om vriendjespolitiek, niemand heeft speciale rechten, voor God is iedereen gelijk en de Heer kijkt naar de inhoud,  naar wie wij werkelijk zijn als mens en als christen.Volgens Jezus moeten wij oppassen voor zelfoverschatting, het heil zal ons niet zomaar in de schoot geworpen worden. Het is niet zo vanzelfsprekend dat wij in de hemel komen. Wij komen niet automatisch in de hemel omdat wij Christenen zijn. Dit geldt ook voor mij als priester. Bij het oordeel zullen wij ons niet kunnen beroepen op het geloof van onze ouders,  op onze christelijke familie.

Jezus gebruikt daarbij het beeld van de deur. Die is smal. Die is niet gemaakt om er met velen tegelijk door te kunnen. Een beetje zoals de ingang van de Geboortekerk in Bethlehem. Dat is een grote kerk met maar één heel kleine toegangsdeur, laag en smal.  Je kan er maar één voor één door naar binnen, en de groten moeten zich ook nog eens flink bukken.  Klein maken, zou ik zeggen. Zo stelt Jezus het ook voor: in Gods Koninkrijk geraak je niet binnen met de grote hoop.

Dit kunnen wij goed begrijpen uit het verhaal van Zita,  de keizerin van Oostenrijk bij haar begrafenis: De keizerlijke rouwstoet komt bij de grafkelder, maar de deur is dicht. De ceremoniemeester klopt op de deur: van binnen uit wordt geantwoord: “Wie wenst er binnen te treden?” De ceremoniemeester antwoord: “Hare majesteit de keizerin”.  Er volgt geen reactie. Dan gaat de ceremoniemeester al haar mooie titels opnoemen, Maar weer blijft het stil aan de andere kant van de poort. Opnieuw klopt de ceremoniemeester aan. “Wie wenst er binnen te komen?” Dan antwoordt de ceremoniemeester: “Zita, een arme zondares” Vervolgens zwaait de deur open En mag de rouwstoet naar binnen.

Als wij de deur van hemel binnen willen gaan,  Moeten wij onszelf kleiner maker voor God.  Jezus zegt vaak in het evangelie: de laatsten (de eenvoudigen, de kleinen) zullen de eersten zijn! Dus laten we voor God gaan staan en bij Hem aankloppen, zonder pretenties, met een eenvoudig hart, we hebben geen rechten en geen privileges, we staan voor God als bedelaars. God zal voor ons de deur openmaken. Laten wij bidden in deze heilige mis  om een eenvoudig hart dat iedereen kan liefhebben  en dat in anderen God  kan zien  waardoor we later een plaats in de hemel zullen verwerven. Amen.

(kapelaan Siju)

Zondag 14-8-2022: Feest van de tenhemelopneming van Maria.

By Preken

Wie is die vrouw voor wie zoveel kaarsjes worden gebrand en van wie zoveel beelden zijn gemaakt? De vrouw aan wie talloze kerken en kapellen zijn gewijd en tot wie ontelbare ‘Wees Gegroetjes’ worden gebeden? De acteur Herman Finkers zegt: ‘De H. Maria is heel belangrijk voor me: de liefde voor haar zit in mijn genen. In mijn huis heb ik een speciale Mariakapel laten bouwen, waar ik graag zit. Ik steek daar een kaarsje op, zit gewoon stil of zing gregoriaans. Maria betekent voor mij geborgenheid, een oergevoel. Een christendom zonder Maria vind ik niks, ook God heeft een moeder nodig’.  Ik vermoed dat velen zich in deze gedachten en gevoelens herkennen.                                                          Als wij bij het Evangelie te rade gaan, horen wij dat Maria op weg gaat  om haar oudere nicht te bezoeken en bij te staan. Vóór Jezus’ geboorte moet ze voor een volkstelling naar Bethlehem. Na zijn geboorte moet ze samen met Jozef en haar Kind vluchten naar Egypte. Het lijkt wel dat Maria voortdurend op weg moet omwille van haar Zoon. Als vrouw in verwachting  had Maria alle reden om thuis te blijven en zich in alle rust voor te bereiden op de geboorte van haar Kind. Maar nee, ze gaat haar huis uit naar haar nicht Elisabeth om hun vreugde te delen over het nieuwe leven dat God hen schenkt. Elisabeth begroet Maria met de uitroep: ‘Gelukkig zij die gelooft’. Het is juist Maria s’ geloof in Gods liefde en zorg dat haar aanzet niet aan zichzelf te denken, maar op weg te gaan om haar nicht bij te staan. Zij die tegen de engel heeft gezegd: ‘Zie de dienares van de Heer’, stelt zich onmiddellijk ten dienste van haar oudere nicht. Blijkbaar maakt  geloof nederig en dienstbaar. Vandaag vieren wij dat God haar hoog verheven heeft en opgenomen heeft in het verheerlijkt leven van haar Zoon Jezus.  Door haar geloof en dienstbaarheid heeft Maria deel gekregen aan de verrijzenis van haar Zoon. Wij mogen vertrouwen dat geloof en dienstbaarheid ook voor ons de weg vormt naar dat nieuwe en blijvende leven.
De vrouw van wie het boek Openbaring spreekt is door de kerkvaders herkend als verwijzing naar de Moeder van Jezus. Haar kind dat weggevoerd wordt naar God en zijn troon is ontegenzeggelijk Jezus die de draak van het kwaad heeft overwonnen.  De vrouw echter vlucht naar de woestijn waar God een plaats voor haar heeft bereid. Maria is een beeld van het volk van God dat nog altijd in de woestijn van deze wereld onderweg is naar het hemelse Jerusalem.  Zo trekt zij als onze Moeder met ons mee met haar geloof en haar dienstbaarheid en wij zijn haar dankbaar. //  Maria die met talloze namen wordt genoemd en vereerd, wordt krachtig  getypeerd door Lucas in het lied dat ze zingt: het ‘Magnificat’. Misschien moeten wij dat lied wat vaker zingen om tot ons te laten doordringen wat daarin gezegd wordt: ‘God is barmhartig. Rijken stuurt Hij weg met lege handen, maar wie zijn bedoelingen trachten te verstaan, honger hebben naar vrede en recht, hen overlaadt Hij met het beste dat Hij heeft. Wij mogen Maria volgen op de weg die zij aan Jezus heeft geleerd, de weg naar armen en eenvoudigen, naar allen die Gods woord willen horen. We mogen hen laten zien dat ze niet alleen staan, dat wij hun broers en zussen zijn, kinderen van dezelfde Vader en van Jezus’ moeder.  Maria’ s lied doet ons beseffen, dat zij zich kwaad maakt als de rechten van eenvoudige mensen worden geschonden. Zij zegt dat machthebbers van hun troon zullen worden gestoten, als ze misbruik maken van hun macht en zich niet dienstbaar tonen. Allen die zich boven anderen verheven achten, zullen diep vallen. Als het om rechtvaardigheid gaat, moeten wij niet al onze hoop vestigen op mensen, maar op God.  Maria’ s  lied is geen loze droom, maar haar diepste overtuiging. Machthebbers laten zich soms weinig gelegen liggen aan eerlijkheid en ze hebben vaak niets met God. Die kan hen niets maken. Zij hebben het voor het zeggen en ze verdraaien het recht zoals het hun uitkomt. Hoogmoedige mensen hebben niets te bidden, want ze maken zelf de dienst uit.  Wie komt er dan op voor het recht van de eenvoudige mensen? Wie hoort de klacht van moeders die geen eten hebben voor hun kinderen? Wie telt de tranen van de ongelukkigen: eenzamen, mensen die rouwen om het verlies van een geliefde, allen die niet in tel zijn en over het hoofd worden gezien? Als wij ons enkel kwaad maken over het onrecht dat we zien of dat onszelf is aangedaan, dan blijven machthebbers lachen en kijken welgestelden neer op al die zielepoten met een blik van: ‘Laat ze maar bidden tot God  en geloven. Ons maakt het niets uit!’
Maria echter zingt van een andere wereld. Onder haar mantel schuilen de mensen die verlangen naar rechtvaardigheid en eerlijkheid. Die andere wereld is geen flauwe droom van hen die de realiteit niet onder ogen durven zien. Maria verbindt de hemel en de aarde met elkaar. Zij legt een verband tussen droom en werkelijkheid. Zij bevordert contact tussen God en zijn mensen. Elisabeth noemt haar ‘de gezegende onder de vrouwen’. Maria op haar beurt is verbaasd dat God haar heeft zien staan en oog heeft gehad voor haar kleinheid. We mogen zeggen: ‘Maria brengt de hemel binnen ons bereik, want zij tilt onze aarde uit het slijk van hoogmoed en eigenbelang. Zij luistert naar ons bidden en goed luisteren is een vorm van mensen recht doen. Als wij denken het alleen van de aarde te moeten hebben, zijn we aan de heidenen overgeleverd en aan praatjesmakers. Als wij menen het alleen te moeten hebben van de hemel, dan staan we niet meer met beide benen op de grond en verliezen we de naaste uit het oog. Opkomen voor menselijkheid heeft altijd zin. In verzet komen tegen onrecht dat mensen wordt aangedaan, is niet vergeefs. Maria leert ons dat! Ook al zullen hoogmoedigen daar misschien schamper om lachen, het mag ons niet van de wijs brengen. We hoeven ons niet bang te laten maken, want er zullen altijd mensen zijn die iedere goede droom plat praten en kleine struiken van hoop uit de grond willen trekken en belachelijk maken. In feite staan ze daarmee hun eigen – en andermans geluk in de weg. Telkens als wij opkomen voor gerechtigheid en ons daarvoor inzetten, raken hemel en aarde elkaar. Immers God heeft ook oog voor onze kleinheid, voor wat wij in ons kleine leven tot stand brengen. Dat is voor Hem genoeg. Het vormt een stukje hemel op aarde. Bidden wij om de voorspraak van Maria. AMEN.

(Emeritus pastor Franssen).

Zondag 7-8-2022: 19e zondag door het jaar C

By Preken

Het was een warme dag, een jonge man, verdwaalde in de woestijn. Hij kon de weg niet meer terugvinden, en het water in zijn fles was op. Hij was wanhopig op zoek naar water. Hij zag een klein huisje in de verte.
Aanvankelijk dacht hij dat het slechts een illusie was. Maar hij bleef ernaartoe lopen, en toen hij dichterbij kwam, realiseerde hij zich dat het inderdaad een huisje was. Hij opende de deur maar hij vond daar niemand.
Hij was verbaasd in dat huisje een handwaterpomp te zien, met alle aansluitingen intact en een pijpleiding naar de grond. Ook zag hij een fles water in de hoek. Hij was blij, en toen hij het water wilde opdrinken, vond hij een stuk papier dat eraan vastzat.
Op het papier stond geschreven: “Gebruik dit water om de pomp te starten. Het werkt. Als je dat gedaan hebt, vergeet dan niet om de fles weer te vullen . “Na het lezen van het papier, dacht hij, “Zal de pomp werkelijk werken als ik dit water gebruik?” Kan ik de woorden op het papier vertrouwen? Als het niet waar is, dan zal mijn laatste bron van water verloren gaan.”
Hij een minuut stil, sloot zijn ogen, en bad. Toen goot hij het water uit de fles in de pomp en pompte het op.
Spoedig hoorde hij een borrelend geluid, en er begon water uit te stromen. Er was een moment van opluchting op zijn gezicht.
Hij dronk het water op en vulde zijn fles. Daarna vulde hij de fles opnieuw.
Toen schreef hij op het papier: “Wees gerust en heb vertrouwen. Het werkt.”
Hij voelde zich gelukkig toen hij het huisje verliet.

Wij leven in een wereld waar alles wetenschappelijk bewezen moet worden. Geloof is voor ons een risico, en veel mensen zijn niet meer bereid dat risico te nemen. De eerste lezing van vandaag; ‘de brief aan de Hebreeën’ beschrijft geloof als: “Een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen” Er is geen christendom zonder geloof. Het boek Hebreeën verhaalt verder hoe onze vaderen in het geloof en door het geloof hebben geleefd.

Abraham verliet zijn vaderland naar een onbekend land alleen omdat God hem dat vroeg. Sara hoopte dat God haar een kind zou schenken, zelfs op haar ouderdom, alleen maar omdat God dat beloofd had. Abraham was zelfs bereid zijn enige zoon te offeren, alleen omdat God hem dat vroeg. Maar één ding hebben allen die in God geloven gemeen, en dat is dat God hen nooit heeft teleurgesteld. Ons geloof in God is nooit tevergeefs.

Jezus heeft ons verteld dat Hij een plaats voor ons gaat bereiden in de hemel, zodat waar Hij is, wij zeker zullen zijn. Dat is onze grootste motivatie als christenen, dat wij na ons leven hier op aarde naar de hemel zullen gaan waar pijn noch lijden zal zijn. De evangelielezing gaf ons een geheim om binnen te gaan in het koninkrijk van God, toen Jezus zei: “Verkoop wat je hebt en geef het aan aalmoezen; maak zakken die niet verouderen, een veilige schat in de hemel, waar de dief niet komt en de houtworm niet verteert. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

We hoeven misschien niet per se alles wat we hebben te verkopen en honger te lijden, maar Jezus herinnert ons aan de waarde van het geven van aalmoezen aan de armen, en het helpen van mensen in nood, en het doen van alle vormen van goed werk. Hij herinnert ons eraan dat God ons alles heeft gegeven wat we hebben en dat we op een dag rekenschap zullen afleggen over hoe we de rijkdom die we op aarde hebben, hebben gebruikt om God te dienen. God heeft ons beheerders gemaakt van alles wat we hebben, en als we in staat zijn het te gebruiken om goed te zorgen voor de armen, de behoeftigen en degenen die het moeilijk hebben, zal God ons zeker zegenen en belonen.

Onze houding moet altijd zijn als die van een dienaar die zich correct gedraagt, terwijl hij heel goed weet dat zijn meester zeker zal komen, ook al weet hij niet wanneer. Ons leven moet altijd een uiting van geloof zijn. Als wij ons correct gedragen en onze plichten vervullen als trouwe dienaren, zal de komst van de meester geen beangstigende gebeurtenis zijn, maar veeleer iets waarnaar wij moeten uitzien, omdat de meester zal komen om ons te belonen.

Hoe vaak zijn wij ontrouwe dienaren van God geworden? Hoe vaak zijn wij niet minder voorbereid geworden op de komst van de meester? Onze Heer is barmhartig, maar wij mogen zijn barmhartigheden niet als vanzelfsprekend beschouwen. Wij bidden in deze heilige mis om de genade waardige rentmeesters te zijn van alle zegeningen die God ons heeft geschonken. Wij vragen God ons de genade te schenken om trouwe en goede dienaren te zijn in het koninkrijk van God. Wij bidden dat God ons niet zal oordelen of straffen naar de schuld van onze zonden, maar naar zijn barmhartigheden die eeuwig duren. Amen.

Kapelaan Siju

Zondag 24-7-2022: 17e zondag door het jaar c 2022

By Preken

Een kleine boerengemeenschap had een verschrikkelijke droogte meegemaakt. De gewassen stierven op de velden en iedereen maakte zich grote zorgen, want zo verdienden ze hun brood. De pastoor van de plaatselijke kerk riep een speciale gebedsdienst uit voor alle mensen van de stad om zich voor de kerk te verzamelen en enige tijd door te brengen in het gebed dat God wat regen zou sturen. Er kwamen veel mensen. Toen de pastoor zich klaarmaakte om de samenkomst te beginnen, zag hij een jong meisje stil vooraan staan. Haar gezicht straalde en toen zag hij naast haar, open en klaar voor gebruik, een grote kleurrijke paraplu.

Terwijl hij naar de paraplu keek, schaamde hij zich een beetje dat hij er geen had meegenomen, maar hij voelde ook van hoop en vertrouwen. De kinderlijke gedachte van het kleine meisje verwarmde zijn hart toen hij besefte hoeveel geloof ze bezat. Hoewel de stad was samengekomen om te bidden om regen, leek het alsof niemand anders had gedacht dat ze misschien een paraplu moesten meenemen om te voorkomen dat ze nat werden.

In de eerste lezing van vandaag toonde Abraham buitengewone dapperheid. Zonder angst benaderde hij God en kwam hij vrijmoedig tussenbeide namens Lot, zijn neef. Hij stond op de kloof voor de familie van Lot in Sodom en Gomorra. Hierdoor toonde hij aan dat hij een groot bemiddelaar was. Abraham leert ons dat we in gebeden voor anderen mogen bemiddelen. We mogen de kracht van het voorbede niet onderschatten. Er is een gezegde dat luidt: “God regeert de wereld, terwijl het gebed God regeert.” Door onze voorspraak kan God de rechtvaardigen redden, de zieken genezen en mensen bevrijden die in alle soorten van gevaar verkeren. Het maakt niet uit hoe ver ze van ons verwijderd zijn, want de afstand is geen barrière voor God om naar ons te luisteren of namens ons te handelen.

Het evangelie van vandaag is een expliciete oproep om te bidden. De wijze leerling smeekte Christus nederig: “Heer, leer ons bidden.” Hij is als de man die zegt: “Geef me geen vis! Leer me liever vissen.” Vandaag heeft Christus gebeden en ons ook geleerd hoe te bidden.

Onze God gaat nooit slapen. Hij weet wanneer, waar en hoe te reageren. Daarom mogen we de gewoonte om voor elkaar te bidden en voorbede te doen niet opgeven, omdat gebed het hart van God ontsluit. Het doorbreekt barrières en haalt de kracht van God naar beneden. Jezus zelf begon zijn bediening met gebed en eindigde met gebed. Als we in gebed bewaren, zullen we graag getuigen: “Op de dag dat ik riep, antwoordde U mij, o Heer!”

Kapelaan Siju

Zondag 17-7-2022: 2022 16 C: Wie durft er kiezen voor het beste deel?

By Preken

2022  16  C   WIE DURFT ER KIEZEN VOOR HET BESTE DEEL ?

Wanneer krijg je het gevoel dat je welkom bent en gastvrij wordt ontvangen?  Natuurlijk is het fijn, als mensen vriendelijk zijn en zeggen dat ze blij zijn met je bezoek, als ze hun best doen om het jou naar de zin te maken en je verwennen. Belangrijker is dat je ervaart dat ze tijd voor je  nemen en dat je kunt vertellen wat je met hen wilt delen. Gebak en andere materiële dingen kunnen niet de aandacht vervangen waarop je hoopt. Als de mensen die jou ontvangen geen interesse hebben voor de zaken die jou bezig houden en die voor jou belangrijk zijn, dan voel je je waarschijnlijk niet op je gemak. Je voelt je dan niet serieus genomen en niet echt welkom. Het liefst wil je dan opstaan en naar huis gaan. Natuurlijk hoeven mensen het niet altijd met jou eens te zijn.  Ze hoeven niet dezelfde interesses te hebben als jij, maar je mag wel hopen dat ze respect tonen voor wat jij belangrijk vindt of wat voor jou heilig is. Anders is er van echte gastvrijheid geen sprake. Naar iemand luisteren lijkt eenvoudig, maar hem of haar je volle aandacht schenken en je helemaal openstellen voor wat de ander te zeggen heeft, blijkt moeilijker dan je denkt. Hoe vaak maken we niet mee dat mensen niet echt kunnen luisteren? Zo kan het gebeuren dat je amper met je verhaal begonnen bent of je wordt onderbroken door een verhaal van de ander die iets soortgelijks heeft meegemaakt. M.a.w.  je krijgt vaak de kans niet meer om jouw verhaal helemaal te vertellen.

Het zou kunnen dat Maria de spanning heeft aangevoeld waarin Jezus verkeert. Hij is nl. onderweg naar Jerusalem en  voorvoelt dat een nieuwe confrontatie met de hogepriesters niet goed voor Hem zal aflopen. Zij zit aan Jezus’ voeten en luistert naar wat Hij vertelt. Als eens spons neemt zij zijn woorden in zich op en die inspireren haar zozeer dat zij een en al aandacht is voor deze kostbare leraar en vriend. Abraham en Sara, van wie de 1e lezing vertelt, tonen hun gastvrijheid door hun gasten tot rust te laten komen op een fijne schaduwplek. Zij  bieden hen verfrissend water aan en een maaltijd die hen sterkt. Abraham blijft erop toezien dat het zijn gasten aan niets ontbreekt. Al moeten ze  lachen om hun irreële belofte: ze nemen hun gasten wel serieus. Abraham doet hen uitgeleide als een tweede ‘Dank U wel’.  Zonder er zich van bewust te zijn, hebben zij boodschappers  van God ontvangen, ontdekken zij later.
Als Marta in haar bedrijvigheid haar beklag komt doen bij Jezus, hopende op zijn bijval, krijgt zij te horen: ‘Het is altijd fijn hier bij jullie te gast te zijn. Je verwent ons, maar je maakt je veel te druk. Wat je zus Maria doet, is evenzeer weldadig. Immers aandacht voor mijn boodschap is onvervangbaar!  Hoe vaak heeft men de houding van Marta en Maria niet tegenover elkaar gesteld, alsof het ene veel beter zou zijn dan het andere. Zeker in onze tijd zijn er mensen die prestaties en activiteiten waardevoller vinden, dan luisteren naar Jezus’ woorden. Velen hebben de idee: als je actief bent en mensen helpt, dan doe je tenminste iets nuttigs. Stil zitten en luisteren, mediteren en bidden levert in hun ogen niets op. Natuurlijk is er in onze wereld veel dat er aangepakt moet worden en dat komt niet vanzelf tot stand. Daarvoor moet je de handen uit de mouwen steken. Je kunt  je echter afvragen of dit geen valse tegenstelling is. Immers activiteiten en prestaties kun je ook gebruiken om je te bewijzen en al de aandacht op je zelf te richten. Een mens die in zijn leven ruimte maakt om te bidden en te mediteren luistert naar de stem van zijn hart en tracht God aan het woord te laten. Hij/zij probeert  te verstaan, welke weg God ons wijst. Duidelijk is: als je echt honger hebt, wordt je maag niet gevuld door te luisteren en te bidden .Gebed  en actie horen bij elkaar. Het een kan niet zonder het ander.  In zijn antwoord aan Marta lijkt Jezus te zeggen: ‘ Natuurlijk moet je de handen uit de mouwen steken, maar als je een leerling van Mij wilt zijn, probeer dan ook goed te luisteren naar wat Ik je te zeggen heb. Maria doet dat op een voorbeeldige manier! Door haar voel Ik Me met mijn moeilijke boodschap helemaal serieus genomen’.  Meer dan ooit komen wij tegenwoordig mensen tegen die sterk behoefte hebben aan onze gastvrijheid in een of andere vorm. Ik denk aan vluchtelingen en aan asielzoekers die zoeken naar veiligheid. Ik denk aan de vele alleenstaanden die zich eenzaam voelen en niemand hebben met wie ze hun verhaal van lief en leed kunnen delen. Zowel in het verhaal van Abraham en Sara, als bij Maria en Marta horen wij hoe hoog  gastvrijheid bij God staat aangeschreven. De vakantietijd voegt daar nog extra kansen aan toe. Laten wij bidden dat de H. Geest ons de openheid, de belangeloosheid en de moed schenkt, zodat we Gods boodschap verstaan, ook in de ontmoeting met mensen die om onze aandacht vragen.

AMEN.