Zondag 1-8-2021: 2021 18 B: Wie stilt onze diepste honger?

By Preken

Honger hebben, dorst hebben: dat hoort bij onze menselijke constitutie. Je merkt hoe belangrijk maaltijden zijn bv. in een verzorgingshuis. Als die niet goed verzorgd zijn, geeft dat reden tot klagen en ontevredenheid.                              De 1e lezing vertelt over het volk Israël dat onder leiding van Mozes de slavernij in Egypte ontvlucht is, op zoek naar vrijheid. In de woestijn dreigen ze om te komen van honger en dorst. Dan beginnen ze te klagen. Tegen Mozes en Aäron, maar indirect tegen God.  Opvallend is dat God hier niet kwaad of ongeduldig om lijkt te zijn. Kennelijk zijn de klachten terecht, want God treft een duurzame regeling,  zij het met voorwaarden. Zo mag ieder oprapen wat nodig is voor één dag, zodat er genoeg is voor iedereen. Dat is een hele opgave voor mensen die voortdurend de neiging hebben om te hamsteren en hun leven veilig te stellen. In wezen vraagt God dat wij durven vertrouwen op zijn leiding en zijn zorg voor ons. Voor het verstaan van het Evangelie van Johannes is belangrijk te weten dat het hier niet gaat om een historisch verslag van gebeurtenissen die hebben plaats gevonden bij het meer van Galilea. Het is veeleer een getuigenis van het geloof in Jezus zoals dat leefde in de christengemeente die de apostel Johannes heeft gesticht in Kl. Azië.
Natuurlijk hebben we behoefte aan eten en drinken, maar ook aan warmte, aandacht, intimiteit en verbondenheid. Velen vinden geen echte voldoening in materiële zaken, zoals geld en bezit, carrière en naamsbekendheid enz. Ze kennen ook een religieus verlangen, behoefte om zin en betekenis te geven aan hun leven. Ze hebben vragen als: Wat is mijn opdracht hier op aarde en wat zal eens mijn toekomst zijn, als dit aardse leven eindigt?  Waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe? Ze hebben waarden die voor hen belangrijk zijn en die richting geven aan hun leven.
De kerkvader Augustinus, bisschop van Hippo in Nrd. Afrika, eind 4e – begin 5e eeuw, heeft veel nagedacht over het religieuze verlangen dat veel mensen kennen. Van hem komt de beroemde uitspraak: ‘ Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U, mijn God.’ Voor Hem was helder: ons verlangen naar eten en drinken, naar intimiteit en andere zaken vervult dit aardse bestaan nooit helemaal. Iedere keer komen er andere (diepere) verlangens in ons op. M.a.w. het religieuze verlangen kun je niet stillen met eten, drinken, shoppen, reizen enz. Je zoekt de vervulling dan op een verkeerde plaats zegt Augustinus.
In de rabbijnse traditie was brood het symbool voor de Thora, de boeken van Mozes, de Joodse Wet. Als je dat ‘brood’ niet regelmatig tot je neemt, loop je vast. Dan heeft je leven geen inhoud. Nu leefde er binnen het Jodendom de verwachting dat het manna – dat de voorvaderen hadden gegeten  in de woestijn – zou terugkomen bij het verschijnen van de Messias. Op het eind van de 1e eeuw is er de kleine christengemeente van de apostel Johannes, die openlijk verkondigt dat die nieuwe tijd al ís aangebroken en dat de Messias al ís verschenen. En dat dus het manna, het echte Brood uit de hemel, opnieuw is neergedaald. Wat  men eeuwenlang hoopte en verwachtte, is reeds gebeurd, zo verkondigen zij. Het nieuwe manna is er. Het is Jezus zelf, het Woord van God. Dat brood geeft eeuwig leven aan wie in Hem gelooft, nu al. Na ruim 50 jaar bidden en mediteren is de apostel Johannes tot de conclusie gekomen: Jezus is het echte Brood uit de hemel. Hij is in staat onze diepste honger te stillen. En deze Jezus heeft ons een beeld van God geschilderd die Liefde is en van ons houdt zoals we zijn. Hij nodigt ons uit onszelf te geven als voedsel voor anderen.
Ook Teresa van Avila gebruikt in haar geschriften het beeld van het schilderen. Ze stelt: Wij zijn niet de bron van ons leven. Die Bron is God. Hij is degene die ieder van ons in zijn liefde heeft geschilderd en daarmee doorgaat. Wij denken vaak dat wij zelf de schepper zijn van ons leven en nemen zelf het penseel ter hand. Wij zijn echter niet geschapen naar óns eigen beeld en raken gevangen in onszelf, als we het toch allemaal zelf willen doen en in de greep houden. Hoe vaak zijn we niet bang geen andere keus te hebben dan met alle macht ons hoofd boven water proberen te houden. Maar vroeg of laat ontdekken we dat we onze eigen wereld aan het creëren zijn waar we zelf de touwtjes in handen hebben. Op dat moment is niets belangrijker, zegt Teresa, dan contact te maken met de goddelijke Bron in onszelf. Alleen Deze kan ons op het goede spoor brengen. Wij menen vaak dat we op koers liggen, als we vastomlijnde doelen hebben, maar essentieel is dat we deze doelen durven loslaten, zegt Teresa. Pas dan vinden we de toegangspoort naar ons binnenste. Daar worden we aangekeken door de Ander, de Eeuwige, die ons schildert en van binnenuit omvormt. Hij is ons centrum en wij zijn zijn woning. Teresa is er van overtuigd dat God altijd in ons is. Wat er ook is gebeurd, hoe ver wij ook zijn afgedwaald, God is nooit ver weg. Hij staat altijd voor ons klaar, zodat we ons enkel tot Hem hoeven te keren en bereid tonen naar zijn stem te luisteren. Ze zegt: God straft ons niet om wat wij gedaan hebben. Hij bekijkt ons niet argwanend, alsof we onze goede bedoelingen maar eens moeten bewijzen. Neem bv. het verhaal van de verloren zoon. Door de vreugde omdat wat verloren was weer is teruggevonden, verbleekt al het andere in Gods ogen. De vreugde dat God zichzelf mag zijn bij ons en dat Hij zijn blik vol liefde ongehinderd op ons kan laten rusten, is groter dan al wat er in het verleden gebeurd is. Wij zijn geneigd onszelf als Godzoekers te zien. Teresa draait het om en laat God zeggen: ‘Zoek je zelf!’.  Geen aansporing tot egoïsme, maar tot zelfkennis die ons nederig maakt. Dan gaan we de Liefde erkennen die ons geschapen heeft. Het beeld dat God van ons maakt, is niet na te schilderen, hoe zeer wij ook ons best doen. We kunnen enkel op zoek gaan naar de Ander die ons schildert. Dan worden we wie we in zijn ogen zijn: in liefde geschapen en daarom mooi.
AMEN

Zondag 25-7-2021: 17e zondag door het jaar B 2021

By Preken

Lezingen: 2 Koningen 4, 42-44; Efeziërs 4, 1-6; Johannes 6, 1-15.

Vrijdagmorgen j.l. was de basisschool van Eys in onze kerk voor de eindeschooljaarviering. In het gesprekje met de kinderen ging het over de watersnood, die ook Eys getroffen had. Ik vroeg: aan wie hadden de mensen, die last hadden van het water, het meeste, aan de mensen die kwamen ‘kijken’ of aan hen die kwamen ‘helpen. Misschien wel twintig vingers gingen omhoog: ‘aan degenen die kwamen helpen’, zei een van de kinderen. ‘Wat deden ze dan als ze kwamen helpen’, was de volgende vraag. ‘Helpen bij het leegpompen van de kelder’, zei een kind. ‘Bij het uitruimen van meubels uit het huis’, zei een ander. Een volgende vraag: ‘Er waren ook etenswaren in ondergelopen koelkasten, die niet meer gebruikt konden worden. Waren er ook mensen die kwamen helpen met etenswaren en drank?’ ‘Ja’, zeiden de kinderen,  ‘die waren er ook’. Zo kwamen we bij het thema, dat al aangesneden was in het verhaal van de Gezinsmiswerkgroep en voorgelezen door ‘juf Bianca’: ‘Het is belangrijk om wat men heeft te delen met elkaar’; en hoeveel gevoel van saamhorigheid en tevredenheid dat met zich meebrengt. We kunnen er zijn voor elkaar, in tijden van nood vooral, maar ook in het leven van alledag.

Het Evangelieverhaal vandaag van Johannes en de eerste lezing uit het 2e Boek Koningen gaan daar ook over. De Godsmannen Elisa en Jezus reageren wanneer er te weinig voedsel is voor de velen, die het nodig hebben. Er gebeuren wonderen als mensen met elkaar delen, ook als ze maar weinig te verdelen hebben.
Delen is zowel bij de profeet Elisa als bij Jezus een sociaal gebeuren. Zij beschikken niet zelf over brood of brood en vissen, maar iemand uit Baäl-Salisa brengt de profeet brood; leerling Andreas wijst Jezus op een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen. In beide gevallen veel en veel te weinig voor het grote aantal mensen, dat te eten moet hebben. Desondanks geeft de profeet Elisa de opdracht te delen en spreekt Jezus een dankgebed uit over brood en vissen en begint zelf ervan te delen. En wat gebeurt? Ze delen, allen worden verzadigd en men houdt nog over. In het Evangelie willen degenen die dat meegemaakt hebben Jezus tot koning maken. Zo’n koning die voor gratis brood zorgt is immers gemakkelijk. Verderop in het Evangelie geeft Jezus aan, dat het nog om iets anders gaat, n.l. het brood uit de hemel, dat God de mensen schenkt; en Jezus geeft aan dat Hijzelf dat brood is. Hij is in Godsnaam onder de mensen gekomen om door woord en voorbeeld de weg naar de hemel aan te geven. Degenen die zich laten ‘voeden’ door zijn woord en voorbeeld zijn voorbestemd voor het echte leven, voor de hemel.

share food

Daar wordt in het Evangelie van Johannes een hele discussie over gevoerd; wat is het echte leven, waartoe voert het echte leven? Het materiële hoort daarbij, maar het is niet het enige. Het gaat om meer. In de hulpverlening bij de watersnood in onze dorpen ging het om meer dan de materiële hulp. Er is heel veel materiële schade en die was en is niet voetstoots te verhelpen. Maar het ging om meer. Het ging om de solidariteit van de hulpverleners met de getroffen medemens, het laten zien dat men elkaars naaste is. Dat heef veel slachtoffers zo intens goed gedaan, hen in hun leven ondersteund. We hebben kunne zien hoe ‘broodnodig’ dat is: aandacht voor elkaar. Dat geldt zeker nu in het leven van alledag de betrokkenheid van mensen op elkaar (b)lijkt af te nemen; nu vragen om hulpverlening kunnen stuiten op bureaucratische protocollen waar ambtenaren zich aan moeten houden;  waar aanvoelen en noodzaak van de menselijke maat stuit op zakelijkheid; waar men eindeloos moet wachten om aan de beurt te zijn voor een telefoongesprek want er zijn telkens ‘nog 5 wachtenden vóór u’.  Solidariteit, aandacht voor elkaar, delen van het leven met elkaar, zijn basisvoorwaarden voor waarachtig leven. Wij breken aanstonds het brood en delen het met elkaar, in Jezus’ Naam.

Zondag 18 juli 2021 (16 B) RUIMTE VOOR RUST

By Preken

Wie van ons kent niet de ervaring dat dagen en weken voorbij vliegen en dat je  het gevoel hebt dat je geleefd wordt. Dat je a.h.w. wordt meegesleurd door de vragen en wensen van anderen. Je kunt dan het gevoel krijgen, dat je niet meer baas bent over je eigen tijd en je eigen leven. Het kan zijn dat je dit een poos laat gebeuren, omdat je mensen niet teleur wilt stellen en vooral wilt voldoen aan hun verwachtingen. Op de duur merk je echter dat dit niet goed voelt. We zijn uiteindelijk vrije mensen en we voelen ons niet happy, als we merken dat anderen de teugels over ons leven in handen hebben.  Nu verhaalt  ons het Evangelie van deze dag dat Jezus zijn apostelen na hun stageverslag uitnodigt met Hem mee te gaan naar een eenzame plaats om wat uit te rusten. Dat er  niets van terecht komt, doet niets af aan het feit dat het heel goed en soms hard nodig is om pas op de plaats te maken en te pauzeren. horen we niet dat mensen gedwongen worden rust te nemen v.w. een burn-out of andere kwaal. Wij leven vaak met de idee, dat er niets gebeurt als wij ons niet 100% inzetten en actief zijn. Dat een poosje niets doen juist een troefkaart kan zijn, lijkt wel vloeken in de kerk. Toch ervaren velen dat even afstand nemen en af en toe niets doen een voorwaarde is voor creativiteit en vernieuwing. Vooral zaken en processen die veel creativiteit vergen zijn gebaat bij systematisch lanterfanten en ongedwongen je gang kunnen gaan zonder de hete adem in je nek van winstcijfers en deadlines. Kunstenaars merken dat soms heel sterk.  Deze wijsheid proef ik ook in het gebod van de sabbat, zoals de Joden daar door de eeuwen heen aan hebben vastgehouden. Als christenen kennen wij de zondag als rustdag. Eén dag in de week om ons wekelijks ritme te doorbreken, één dag  zonder werk en dwingende verplichtingen. Helaas komt het daar niet altijd van, want in toenemende mate stoppen mensen die dag vol met allerlei activiteiten. Bovendien doen veel winkels ook op zondag hun deuren open en dat  betekent dat ook op die zgn. rustdag heel wat mensen moeten werken. We moeten erkennen dat een actief leven ons een prettig gevoel en voldoening geeft. Sommige mensen worden onrustig, als ze niet actief bezig kunnen zijn. Maar er bestaat ook nog zoiets als rustig werken, rustig fietsen en wandelen, in alle rust een boek of de krant lezen  en een rustig gesprek voeren. Soms heb je dat gewoon nodig: even op verhaal kunnen komen na een drukke periode op je werk of een bericht dat je diep heeft geraakt of na een ernstige ziekte of crisis. Rust, ontspanning en bezinning doen je  in zulke omstandigheden veel deugd. Som heb je behoefte aan een mens die goed kan luisteren naar wat je ten diepste beweegt en die een poosje met je meeloopt. Daarom is het een goede zaak dat tegenwoordig veel kloosters een gastenverblijf hebben, waar mensen kunnen logeren, deelnemen aan de vieringen als ze dat willen en tot rust kunnen komen. Ze vinden er desgewenst ook een gesprekspartner.

Door alles wat er op ons afkomt kunnen we ons soms voelen als  schapen zonder herder, zoals het Evangelie zegt . We kunnen door alle drukte uit het oog verliezen wat de zin is van ons bestaan en wat Gods bedoeling is met ons leven. Als we  voortdurend bezig zijn en van de ene activiteit in de andere  rollen, dan kan het gebeuren dat wij ons nauwelijks meer afvragen waar we eigenlijk mee bezig zijn en of dat ook is wat God van ons verlangt. Jezus zegt in het Evangelie van deze dag: ‘Kom maar eens mee naar een eenzame plaats’. M.a.w. Maak eens even pas op de plaats, dan kan God wat dichter bij je komen. Dan ontdek je dat jouw leven ertoe doet, zeker in de ogen van God. Hij heeft ons  nl. nodig voor dat beetje vrede, dat stukje begrip voor de ander, dat goede woord dat iemand weer moed geeft, die vriendelijke lach die een ander blij maakt. Hij heeft jouw luisterend oor nodig, want in een rustig gesprek komen mensen tot hun recht. In al het gekakel en gekrakeel in onze wereld heeft God mensen nodig die rust uitstralen en vanuit hun godsvertrouwen durven zeggen dat we niet bang hoeven te zijn, omdat ons leven in zijn hand ligt. Die rust hebben we nodig om ons ongenoegen en onze ergernis niet meteen vlam te laten vatten en op den duur te kunnen vergeven. Om te kunnen zien – en dankbaar te zijn voor wat anderen voor ons doen. Rust lijkt misschien saai, maar ze voedt ons geloof. Het is geen verkapte luiheid, maar ze brengt ons bij de Bron, zodat  we met voldoening kunnen werken en de zin van ons leven beter begrijpen. De dichter van de Psalmen (23,6) zegt: ‘Rust biedt de kans om God te ontmoeten en dat levert voorspoed en zegen op’.  De mens die het aandurft zijn vragen, angsten en zorgen in Gods hand te leggen zal ervaren dat God zorg voor ons heeft. Bidden wij dat dit geloof in ons zal groeien.

AMEN.

Zondag 11-7-2021: 15e zondag door het jaar B 2021.

By Preken

Lezingen; Amos 7, 12-15; Efeziërs 1, 3-14 of 1, 3-10; Marcus 6, 7-13

We hebben het al vaker over profeten gehad. Bijbelse profeten uit het verleden. U kent  waarschijnlijk wel enkele, zoals vandaag Amos, de profeet uit genoemd in de 1e lezing’; de vorige week Ezechiël, Jesaja (Advent), Jeremia (Veertigdagentijd). U kent namen van hedendaagse profeten in de coronatijd, van Dissel, Gommers, Koopmans, Kuypers e.a. Een hedendaags profeet van gerechtigheid en rechtvaardigheid, Peter R. de Vries. Ze hebben vaak mededelingen te doen, die men niet graag wil horen en die zelfs geweld veroorzaken tegen hun persoon, zoals we deze week hebben meegemaakt.

En toch moeten ze er zijn, want ons leven voltrekt zich nu eenmaal niet zonder meer langs lijnen van gemak en van vrijheid, in de zin van: ‘Ik wil doen waar ik zin in heb’. Dat mogen wel impulsen in ons zijn spelen, maar daar bovenuit gaat onze verantwoordelijkheid. Als het goed is spoort ons geweten ons aan tot handelen in verantwoordelijkheid, goed voor onszelf en onze naaste.

Amos is zulk een profeet, die in het centrum van de macht, in het Noordrijk van Israël wijst op misvorming van de macht en afhankelijkheid van de godsdienst van de politiek. Wat dat laatste betreft was de priester van het heiligdom in Betel benoemd door en afhankelijk van de toenmalige koning.  Wat waren dat voor misstanden? Het ‘uitbuiten van de armen, de buitensporige luxe van de rijken en de schijnheilige eredienst’. Klaarblijkelijk een verschijnsel van alle tijden, als men, bijvoorbeeld, verneemt van de slechte huisvesting van gastarbeiders.

Als Jezus mens wordt om ons te bevrijden van wat ons gevangen kan houden, fysiek en mentaal, nodigt hij mensen uit om met hem mee te werken en zijn Goede Tijding verder door te geven. Dat zijn er in het Evangelie van vandaag  zijn  12 eerste leerlingen. Ze worden twee aan twee op weg gestuurd. Ze moeten hetzelfde doen als Jezus: vertellen dat het Rijk Gods in diens komst is aangebroken en doen wat daarbij hoort mensen helpen. Hun uitrusting voor onderweg moet uitermate sober zijn, want ze moeten niet afgeleid worden van het eigenlijke werk; ze moeten ook kwetsbaar durven zijn en het doen met wat hen aan voedsel en drank wordt voorgezet. Maar in hun kwetsbaarheid moeten het geen ‘doetjes’ zijn. Als men hen niet ontvangt en niet naar hen luistert moeten ze vertrekken. Zelfs het stof van dorp of stad in dat stoffige land moeten ze van voeten schudden. Als men niet luisteren wil zal men ook geen deel krijgen aan het Godsrijk en aan de vrijheid van de kinderen Gods.

Geldt dat ook nu nog, nu het Evangelie van Jezus vaak niet meer gehoord en ernaar geluisterd wordt? Hoe kijken wij aan tegen de wereld waarin we nú leven? Hoe kijken we aan tegen onze samenleving en de gedragingen in de coronapandemie. Hoe ervaren we de gebeurtenissen in onze samenleving en wereldwijd waarmee we tijdens de nieuwsuitzendingen mee worden geconfronteerd. Zou he niet dienstig zijn, dat de Goede Tijding van Jezus met zijn nadruk op de liefde, het mededogen, de vergeving, het helpen van mensen in fysieke en mentale nood, gehoord en in praktijk gebracht zou worden. Alle mensen leven samen op onze aarde, onze wereld. Maar christenen benaderen die wereld en wat erop te doen is op een eigen manier; vanuit de gedachte dat het Rijk Gods er te verwerkelijke valt naar het voorbeeld van Jezus Christus. Jezus’ leerlingen van het allereerste begin trokken erop uit. Wij, leerlingen van nu, worden uitgenodigd  overeenkomstig onze mogelijkheden in de huidige tijd. We moeten er rekening mee houden, dat we in, onze pogingen het Rijk Gods te beleven en door te geven, kwetsbaar zijn. Desondanks worden we uitgenodigd om met het goede dat we voorhebben in onbaatzuchtigheid door te gaan. Het zal zeker ook mensen aanspreken. Zij zullen zich scharen achter Jezus en zijn Evangelie.  AR

zondag 4-7: 2021 (14 B) Waar komen die wijsheid en wonderen vandaan?

By Preken

Uit onze geloofstraditie weten we  dat profeten  vervelende mensen zijn, ook de profeet Ezechiël getuigt daar van. Ze beweren vaak dat God hun opdrachtgever is. En het enige bewijs dat ze  leveren is dat ze zich niets gelegen laten liggen aan het menselijke verlangen geliefd te worden , gewaardeerd en het goed te hebben. Profeten zijn ook vervelend, omdat ze onrust veroorzaken. Ze kijken mensen niet naar de ogen. Ook de dragende figuren van een samenleving worden niet gespaard. Als ze niet rechtvaardig zijn en integer handelen, dan worden ze daarop aangesproken. Profeten  durven zelfs in de naam van God over politiek te spreken en partij te kiezen voor de partijlozen, dat wil zeggen voor de armen, de kleinen en alle anderen die niet meetellen. Jezus – zo leert het Evangelie – deelt in het lot van de profeten. Hij gaat naar Nazareth, het dorp waar Hij is opgegroeid. Zijn leerlingen vergezellen Hem en zijn getuigen van wat daar gebeurt. Jezus stuit in zijn vaderstad al snel op weerstand. Aan de ene kant is Hij een gewone dorpsgenoot. Ze kennen er zijn familie, zijn beroep enz. Net als de andere jongens van het dorp is Hij opgevoed met de heilige boeken, zoals de Wet van Mozes (Thora), de profeten en de Wijsheidsboeken. Hij heeft leren nadenken en vragen stellen. Anderzijds worden ze geconfronteerd met het uitzonderlijke van zijn optreden. Hij spreekt in de synagoge woorden vol wijsheid, ofschoon niet opgeleid als rabbi en zijn handen verrichten wonderen. U begrijpt dat gewone en dat uitzonderlijke passen niet bij elkaar. Dat werkt aanstootgevend. Daarom slaat verbazing en bewondering al gauw om in een afwijzing, omdat ze Jezus niet meer herkennen  zoals Hij indertijd was. Ze kunnen niet aanvaarden dat Hij intussen een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het beeld van vroeger kunnen ze moeilijk loslaten. Ze nemen nog liever afscheid van Hem dan hun opvattingen over Hem te veranderen. Daarom ziet ook Jezus zich genoodzaakt afscheid te nemen van zijn dorpsgenoten, omdat ze niet kunnen aanvaarden wie Hij geworden is. Marcus zegt: ‘Hij stond verwonderd over hun ongeloof en ging naar de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf.’ Wij hebben misschien de neiging met een afkeurende vinger te wijzen naar de mensen van Nazareth, maar is wat hier gebeurt niet een gevaar dat ook ons bedreigt? Jezus is de zoon van een timmerman en heeft het vak van zijn vader geleerd, zoals dat vaak ging. Nou is timmerman, metselaar, stukadoor, kassière, vult u maar in… een prachtig ambacht of beroep. Maar bij deze beroepen denken we niet direct aan mensen die de richting van de samenleving grondig bepalen en veranderen. Daarvoor moet je gestudeerd hebben. Minstens HBO, maar nog liever een universitaire studie hebben afgerond. Zo wordt er in onze wereld gedacht. Onze godsdienst echter is begonnen met een timmerman die rondtrok. Wij weten dat Hij ook in  eigen land niet door iedereen serieus werd genomen. De godsdienstige leiders, alsook schriftgeleerden en Farizeeën waren zo fel tegen Hem gekant, dat ze Hem ter dood hebben laten brengen. De eerste eeuwen van het christendom was de kritiek van Romeinse keizers: ‘Wat is dat voor een stelletje armoedzaaiers?’ Ook vandaag worden christenen door bepaalde mensen niet voor vol  aangezien. Het gaat nl. in de christelijke boodschap niet om de power, niet om het grote geld, niet om wat in de ogen van mensen macht heeft. Ook al heeft de Kerk zich in de loop der eeuwen vaak geïdentificeerd met de machthebbers om ook zelf weer macht te kunnen uitoefenen, telkens zijn er vanuit het midden van de Kerk tegenbewegingen ontstaan, zoals de beweging van Franciscus die op de markt van Assisi zijn kleren uittrok om alle rijkdom en macht af te werpen. De pracht en praal van vroeger zijn goeddeels uit de Kerk verdwenen en misschien zijn we met de afgeslankte rest weer dichter bij haar oorsprong, zoals het met Jezus begonnen is. Hij was maar een timmerman en zijn boodschap heeft echt niet iedereen bereikt. Maar velen die zijn Evangelie hebben vernomen zijn er diep door geraakt en het heeft hun leven veranderd. Wij ervaren: als je met geloof, hoop en liefde  in het leven staat, dan heb je een genezende invloed op je omgeving. Nou behoorde Jezus dus niet bij de elite of de mensen die het in de samenleving voor het zeggen hebben, maar die bescheiden afkomst hebben Hem wel een grote vrijheid gegeven. Hij hoeft zich niet gewichtiger voor te doen dan Hij in feite is. Hij kan helemaal zeggen en doen wat Hij vanuit zijn band met God, zijn hemelse Vader, noodzakelijk acht. Het geeft Hem een grote vrijmoedigheid. En die missen we vaak in de Kerk, ook bij leidinggevenden, bang voor de beschuldiging dat ze niet recht zijn in de leer. De kracht van het christendom  ligt juist in de vrijmoedigheid om iedere keer te wijzen op wat mensen tot geluk brengt. De kracht van een gelovige houding als christen ligt daar waar aan kleine en arme mensen recht wordt gedaan. En er zijn er in onze wereld nog zovelen die geen recht wordt gedaan. Als we ons niet schamen voor die timerman weten we dat we steeds opnieuw kunnen beginnen en kunnen kiezen voor liefde. Geve God ons moed en kracht. AMEN

zondag 27-6-2021: 13e zondag door het jaar B 2021.

By Preken

Lezingen: Wijsheid 1, 13-15.23-24; 2 Korintiërs 8, 7.9.13.15; Marcus 5,21-43 of 21-24.35b-43

 

 

Dit weekeinde wordt het feest gevierd van OLVAB. De drie kerken van onze cluster Morgenster, beschikken alle over een afbeelding van de icoon. Deze is vermoedelijk einde 14e eeuw, Sinds 1866  door paus Pius IX ter verspreiding toevertrouwd aan de Redemptoristen. De originele icoon hangt in de San Alfonso in Rome.

 

 

OVERWEGING

Ieder van ons ondergaat regelmatig een verzoek of uitdaging om een ander te helpen. Iemand is met iets aan het sjouwen en vraagt ‘kun je me even helpen?’. Iemand anders ziet een ander sjouwen en biedt spontaan hulp aan. Rijk, gemeenten, instellingen van allerlei aard bieden hulp aan via alarmnummer 1-1-2, in onze dorpen hangen apparaten die gebruikt kunnen worden bij hartfalen; er is een Wet Maatschappelijke Ondersteuning, er zijn voedselbanken, ziekenhuizen, zorginstellingen. Maar daarnaast is er de hulp die mensen elkaar kunnen bieden in het dagelijks leven. Dan gaat het erom er niet aan voorbij te kijken, maar hulp te bieden.

Vanuit die invalshoek kunnen we vandaag kijken naar de lezingen van de H. Schrift. In het Evangelie zien we een Jezus, die niet aan de nood voorbij kijkt maar er op zijn manier op ingaat; aan de vraag en het verlangen van mensen tegemoet komt. Jezus is de mens geworden liefde van God., bestand tegen ziekte, dood en bezetenheid,. Hij leeft vanuit Gods kracht in Hem. Jaïrus, bestuurder van de synagoge, de plaats van samenkomst van de Joodse gemeenschap, komt met de vraag om hulp voor zijn doodziek dochtertje en Jezus gaat met hem mee. De mensen lachen Hem uit als Hij zegt, dat het kind slaapt. Ze weten wel degelijk uit ervaring wanneer iemand dood is. Maar Jezus geeft in zijn antwoord aan, dat de dood van God uit gezien, niet definitief is. Hij zegt dan ook tegen Jaïrus: ‘wees niet bang, maar blijf geloven. Hij pakt het meisje bij de hand en laat het opstaan. En het kind doet wat ieder kind van 12 doet, ‘rondlopen’.  De vrouw die aan bloedvloeiing leed heeft zoveel vertrouwen in Jezus dat het voor haar voldoende is zijn hulpverlenende kracht te ondervinden door -zonder dat Hij het merkt- zijn kleding aan te raken. Jezus merkt het desondanks , roept haar bij zich en zegt: ‘uw geloof heeft u gered’. Het is bijzonder aan Jezus, Gods liefdevolle kracht, die in Hem leeft en onder mensen aan het licht komt.

Gods kracht leeft ook in ons, en in ieder mens, die het goede mensen voorstaat en in woord en daad bevordert.  De apostel Paulus beschrijft in zijn 2e Korintiërsbrief, dat ook de gemeenschap van christenen in die stad aan hulpverlening kan doen. Over hun hoofden heen zegt de apostel dat ook tegen ons. Hij wijst erop, dat Jezus in zijn menswording omwille van ons arm geworden is, opdat wij rijk zouden worden. Zo kunnen wij, die onze eigen mogelijkheden hebben door hulpverlening ervoor zorgen, dat er een goed evenwicht  ontstaat tussen rijk en arm; tussen degenen die bezitten, kansrijk zijn en kansarmen. Hij wijst op een toen bekende tekst: ‘Degene die meer heeft, heeft dan niet teveel; degene die minder heeft, heeft niet te weinig’. Daar zit het verlangen in, dat wij overeenkomstig onze mogelijkheden behulpzaam zijn. Als we zo leven dragen we overeenkomstig onze mogelijkheden Gods liefde uit in onze wereld, zoals Jezus dat ons heeft voorgedaan. Amen AR

Zondag 20-6-2021 (12 B): Waarom hebben jullie zo weinig vertrouwen?

By Preken

Na zijn parabels over de kracht van het zaad en hoe het kleinste zaadje kan uitgroeien tot een forse struik zegt Marcus dat Jezus voortdurend onderricht geeft in de vorm van gelijkenissen. Zelf lijkt hij dat ook te doen, want het verhaal over de storm op het meer is meer dan een stukje geschiedenis. Ons leven is een voortdurend onderweg zijn. Steeds opnieuw moeten wij onze vertrouwde haven verlaten en naar een nieuwe bestemming varen. Soms glijdt onze levensboot over rustig water, maar vaak worden we door golven en tegenwind heen en weer geslingerd. Bij daglicht is dat al beangstigend, maar zeker als het donker is. Er kan van alles gebeuren in een mensenleven: kou en hitte, tegenwind en regen. Soms steekt er zelfs storm op en komen we in situaties terecht die ons bang maken. We vrezen te verdrinken in de zorgen. We roepen– net als de apostelen – om hulp, maar God lijkt nergens te vinden. We bidden om uitkomst, maar het lijkt of Jezus slaapt. Als Marcus zijn verhaal over Jezus schrijft, hebben diens leerlingen het zwaar te verduren. Ze worden geconfronteerd met tegenstand en vijandigheid uit de synagogen en met wantrouwen van de kant van de Romeinen. In de loop van de jaren hebben de verhalen over Jezus’ leven, sterven en verrijzen ook aan actualiteit verloren. Jezus zegt: ‘Laten we oversteken!’ Ook wij worden telkens opgeroepen onze veilige haven te verlaten en uit te varen, onbekende situaties tegemoet: bv. je moet van baan veranderen of komt zonder werk te zitten. Je kinderen gaan het huis uit en je bent weer met je partner alleen. De ander overlijdt of je verliest je partner door een scheiding en moet alleen je weg zien te vinden. Je kinderen tonen geen interesse voor geloof en kerk, waarden die jou dierbaar zijn.  Je moet v.w. ouderdomskwalen  je huis en je vertrouwde omgeving verlaten. Zo is er veel ‘overkant’ waar we tegenop zien. Vaak  wordt het dan donker in ons leven en voelen we een sterke tegenwind. Je bidt, roept, klaagt je nood bij God, maar geen antwoord. Het lijkt wel of Hij slaapt. Zo lijkt het Evangelie vandaag een geschiedenis die zich eindeloos herhaalt. Ook de vraag van Jezus: ‘Waarom zijn jullie zo bang? Hoe komt het dat je nog zo weinig vertrouwen hebt?’ We moeten toegeven dat ons Godsvertrouwen veel te wensen overlaat. We zijn bang voor 1001 dingen. Als we bij tegenwind, duisternis en storm het vertrouwen zouden hebben, dat God bij ons in onze boot zit, dan zouden heel wat angsten die ons benauwen verdwijnen, maar dat vertrouwen is vaak zoek.  De vraag van Jezus: ‘Hoe komt het dat je nog zo weinig vertrouwen hebt?’, houdt me bezig. Bv. de coronacrisis heeft vrijwel niemand onberoerd gelaten. Die vreselijke pandemie heeft schrik en angst veroorzaakt bij velen, vooral bij mensen die extra kwetsbaar zijn v.w. leeftijd of allerlei gezondheidsklachten.  Als je dan gevaccineerd bent, betekent dat vaak een grote opluchting, zeker als je in de afgelopen tijd dierbare mensen verloren hebt. Naast de angst om ziek te worden of dood te gaan, is er bij velen ook de zorg om financieel ten onder te gaan met alle gevolgen van dien. Dus dat wij bang zijn en in paniek raken, is heel menselijk en normaal. Anderzijds vraag ik me af: Als je zo bang bent, wie is dan degene die een belangrijk stuk van je angst kan wegnemen? Ik denk dat dit mensen zijn met wie je een zodanige band hebt gekregen dat je je bij hen veilig voelt. In de loop van de jaren heb je lief en leed met hen gedeeld en ervaren: wat mij ook overkomt, die mens zal zich altijd om mij bekommeren. Dat is niet alleen de vrucht van de kwaliteiten van de ander, als wel van de band en het vertrouwen dat er in de loop van de tijd gegroeid is.
Ik vraag me af:  Zou dat ook niet opgaan voor ons geloof en vertrouwen op God? Alleen maar contact zoeken en bidden, als je in nood verkeert, is wel heel menselijk, maar schept het wel de vertrouwensband die nodig is om met onze angsten en zorgen op een positieve manier te kunnen omgaan, ze uit te houden en er niet onderdoor te gaan? Er is immers veel dat ons zorgen baart, denk aan klimaatverandering, milieurampen, etnische en politieke tegenstellingen, migratie, te veel om op te noemen.
Henri Nouwen heeft geloven in God wel eens vergeleken met een circusact: in de nok halen de artiesten halsbrekende toeren uit en vliegen door de ruimte. Wie de sprong waagt, kan dat alleen maar doen, als hij durft vertrouwen op de partner die hem aan de andere kant opvangt . Zo is ook geloven: erop durven vertrouwen dat God ons opvangt.  Zo’n vertrouwen  komt ons niet aanwaaien. Het kan ontstaan, ons gegeven worden en groeien door regelmatig contact. Gods Naam betekent niet alleen: ‘Ik ben zoals Ik ben en Ik zal er voor jullie zijn’, Hij wil ook gezocht, aangesproken, gevraagd en gebeden worden’. M.a.w. wij  dienen ook open, ontvankelijk en bereikbaar te zijn voor Hem, want Hij dwingt niemand en nodigt enkel uit. Wat ons doet leven bij alle angsten en zorgen is dat wij durven vertrouwen dat Jezus bij ons in de boot zit en dat God altijd met ons meevaart naar ‘de overkant’. Laten wij bidden dat wij mogen groeien in openheid voor God en in dat vertrouwen. We mogen ook blijven vragen: ‘Wie is Hij toch, die Jezus?’ AMEN.

13-6-2021: 11e Zondag door het jaar B 2021

By Preken

Lezingen: Ezechiël 17, 22-24; 2 Korintiërs 5, 6-10; Marcus 4, 26-34

Er is veel, beste mensen, dat tot de basisvoorwaarden behoort van ons bestaan. Ons eigen lichaam, onze familie, onze eigen ziel of geest, onze eigen gedachten en gevoelens, onze eigen persoon. We leven ook samen op onze aarde, die de producten oplevert waarmee wij ons voeden. We gaan er vanzelfsprekend vanuit, dat de aarde vruchtbaar is en onze inspanning bij het bewerken ervan vrucht draagt. Als die patronen doorbroken worden spreken we van een catastrofe, bv. bij overstromingen of aardbevingen van grotere omvang, bij uitbarstingen, door menselijk toedoen, van oorlog en geweld.
Dit alles geeft aan hoezeer ons bestaan afhankelijk is van wat we hebben gekregen of meegekregen. We moeten er zo mee omgaan, dat het ons bestaan dient en niet aantast. Vandaar de huidige aandacht voor zorgvuldige omgang met de aarde en zijn grondstoffen, de aandacht voor het milieu en voor duurzaamheid. De aandacht ervoor dat ook de armen kunnen delen in wat de aarde oplevert. De aarde is ons toevertrouwd, ons gegeven.

Het evangelie van vandaag legt de nadruk op haar vruchtbaarheid. De landbouwer kan wel ploegen, bemesten, planten, maar terwijl hij thuis is en er slaapt, ontkiemt het zaad en ontwikkelt het zich tot plant, struik en boom en brengt het vruchten voort. Zo is dat ook met de planten en de bloemen, die wij in de tuin zetten. Onze aarde heeft vruchtbaarheid als eigenschap meegekregen. Vandaag gebruikt Jezus de vruchtbaarheid van de aarde en de kiemkracht van het zaad om aan te geven dat deze eigenschappen ook gelden voor het Rijk van God. Nu zult u zeggen of denken, dat we daar momenteel weinig van merken; dat we eerder het tegendeel gewaar worden: afname van betrokkenheid bij geloof en kerk. Dat is op het eerste gezicht verontrustend, maar kan vervolgens ook aanleiding zijn tot bezinning. En dat is goed. Hoe dienen we ons christelijk geloven te beleven in het hier en nu, m.a.w. in een heel andere tijd dan 60-70 jaar geleden? Brengen we de inhoud van het Evangelie nog wel op de juiste manier? Daar wordt volop over nagedacht. Paus Franciscus spoort ons in zijn rondschrijven De vreugde van het Evangelie’ aan om die vreugde, die dieper gaat dan plezier, zichtbaar te maken. Die vreugde heeft te maken met vertrouwen in God, de gever van ons leven. De Paus zegt dat de kern en het wezen van het Evangelie altijd dezelfde zijn: ‘God heeft zijn onmetelijke liefde geopenbaard in de gestorven en verrezen Christus’ basisvoorwaarde voor ons bestaan als gelovige. Dat geeft ons perspectief, moed in het huidige, niet altijd gemakkelijke, bestaan; hoop te mogen delen in het leven van onze Heer. De vraag is dan: leven we wel voldoende vanuit dat perspectief?  De Paus zegt in zijn rondschrijven ook, dat hij ‘de mooiste en meest natuurlijke uitingen van vreugde gezien heeft bij arme mensen die weinig hebben om zich aan vast te klampen. Ik herinner me ook (zegt hij) de vreugde van mensen die ook al zijn ze belangrijk, een gelovig, vrijgevig en eenvoudig hart bewaard hebben’ (n.7). Daarmee nodigt paus Franciscus ons uit tot bezinning nu onze aandacht voor vele -ook vaak oppervlakkige- zaken wordt gevraagd. De voldoening die zij opleveren is maar van korte duur en niet wezenlijk van belang voor een zinvol leven.  Tenslotte nog een citaat uit zijn rondschrijven: ‘Moge de nu eens angstige dan weer hoopvol zoekende wereld van onze tijd de Blijde Boodschap ontvangen, niet van bedroefde, ontmoedigde, ongeduldige en angstige dragers, maar van dienaren van het Evangelie, wier leven vurigheid uitstraalt, die als eersten in zichzelf de vreugde van Christus hebben ontvangen’ (n.10). Mogen wij van die dienaren zijn. Laten we derhalve moed houden en bereid zijn ‘verantwoording af te leggen voor de hoop, die in ons leeft’ (1 Petrus 3, 15). In de nacht, terwijl we slapen, kan God het zaad laten ontkiemen, dat wij hebben gezaaid. Daarop mogen we vertrouwen.

zondag 6 juni 2021: Sacramentsdag – Een hechte verbintenis met God en met elkaar.

By Preken

Voor een overeenkomst, een contract bv. over aankoop of verkoop van een huis gaan we naar een notaris, die een akte laat opmaken met de exacte gegevens, ondertekend door ons en door hem/haar in bijzijn van getuigen. Teken dat het gaat om een serieuze verbintenis met de verplichtingen daaraan verbonden. De 1e lezing uit Exodus verhaalt dat Mozes de geboden en regels die hij van God heeft ontvangen op schrift zet en voorleest aan het volk dat verklaart ze ter harte te nemen. Om deze belofte te bekrachtigen worden er stieren geofferd en hun bloed wordt gegoten tegen het altaar en gesprenkeld op het volk. Teken van een bloedserieuze afspraak en verbintenis met God.   Als wij kennissen vragen om bij ons te komen eten, dan nodigen wij als regel geen mensen uit waar we slechts een oppervlakkig contact mee hebben.  Die knikken we vriendelijk goedendag en maken met hen misschien een praatje, maar voor een gezamenlijke maaltijd is er een intiemere band nodig. Marcus verhaalt ons vandaag dat Jezus met zijn leerlingen het zgn. Pesachmaal viert als herinnering aan de bevrijding uit de Egyptische slavernij. Na het eten van het gebraden lam breekt Jezus brood en deelt het rond met de woorden: ‘Neemt hiervan, dit is mijn Lichaam. Ook laat Hij een beker wijn rondgaan en zegt: ‘Dit is mijn Bloed, het bloed van het verbond dat voor velen vergoten wordt’. Bij Mozes wordt de verbintenis van het volk met God bekrachtigd met het bloed van offerdieren. Jezus spreekt van zijn eigen bloed, het geven van zijn leven. Meer dan zijn leven kan een mens niet geven. Als mensen bereid zijn hun leven te geven voor een zaak, dan hoeven we niet te twijfelen aan de ernst waarmee ze hun idealen zijn toegedaan. Denken we aan de martelaren die voor hun geloof hun leven op het spel hebben gezet. We kunnen denken aan de mensen die in onze dagen corruptie, dictatuur en het schenden van de mensenrechten aanklagen met gevaar voor hun leven. Aan mensen die tijdens de WO II onderdak gaven aan Joden of de helpende hand boden aan mensen in het verzet. Niemand zet zijn leven op het spel voor oppervlakkige zaken. Voor een aantal mensen is hun binding met God iets geweest van levensbelang, iets dat ze uiterst ernstig hebben genomen en boven al het andere hebben gesteld, ja zelfs boven hun leven. Vandaag vieren wij dat Jezus de heilige Tekens van Brood en Wijn heeft nagelaten. Hij heeft gezegd: ‘Dit ben Ik in jullie midden, vanaf nu tot in lengte van dagen. Steeds opnieuw als je dit Brood deelt en deze Beker laat rondgaan ben Ik in en onder jullie aanwezig. Doet dit keer op keer ter gedachtenis aan Mij. Daarom vieren  christenen over de gehele wereld al meer dan 2000 jaar Eucharistie om zijn aanwezigheid onder ons operationeel te houden. Het gaat in de Eucharistie niet alleen om Brood en Beker, maar ook om de verhalen van Jezus en van de gemeenschap die Hij op gang heeft gebracht. De kern van zijn programma draait om waarden als verzoenen, breken en delen, elkaar genezen, de goede Geest uitdragen. Hij nodigt ons uit te zorgen dat deze aarde leefbaar blijft en mensen elkaar in vrede opbouwen. Zijn leven, Hij zelf wordt ons letterlijk ‘in handen gegeven’. In dat kleine stukje heilig Brood ontvangen wij het leven van Jezus. Wij ontvangen zijn levenservaring én wij ontvangen zijn oproep om mensen bijeen te brengen en mee te bouwen aan een wereld waarin iedereen tot zijn recht komt. Deze verantwoordelijkheid wordt ons met de kleine stukje heilig Brood ‘ in handen gegeven’. Laten wij bidden dat zijn Woord en zijn heilig Brood ons geloof zullen voeden en onze band met Hem  zullen versterken, zodat onze daadkracht groeit en de Heer ons kan herkennen als zijn leerlingen. Jezus, beziel ons met uw  Geest. AMEN.

zondag 30 mei 2021 (B): H. Drie-Eenheid.

By Preken

Lezingen: Deuteronomium 4, 32-34.39-40; Romeinen 8, 14-17; Matteüs 28, 16-20.

We maakten vandaag aan het begin van onze viering met extra aandacht het Kruisteken:
IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST. AMEN
Het is immers vandaag  het feest van de Heilige Drie-eenheid:

  • God als oorsprong (Vader);
  • God mens geworden in de Zoon Jezus Christus;
  • God als Geest, die in ons leeft, ons bezielt, ons helpt.

Het is een groot en ondoorgrondelijk geheim maar ook een geheim waarvan een grote troost uit kan gaan, omdat het van betekenis is voor ons eigen bestaan. Het is de achtergrond van waaruit wij, gelovigen, leven, fundament van onze hoop.

Hoe wij aan dit geloofsgeheim komen? We komen het tegen in de Evangelielezing van vandaag, waar Jezus in het Evangelie volgens Matteüs aan de leerlingen vraagt om uit te trekken, aan alle volken zijn Goede Tijding (Evangelie) bekend te maken en de leerlingen te dopen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zo doen we dat ook. Volgende week worden weer twee kinderen in onze kerk gedoopt. In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
De éne God komen we al tegen in de verhalen van zogenoemde Oude Testament. Bijvoorbeeld in het Scheppingsverhaal waarin sprake is van Gods Geest, die orde brengt in de  chaos; maar ook in de verhalen van de aartsvaders, van Mozes en de profeten, in de wijsheid van het oude Israël. God laat zich kennen als een ruimte scheppende God, die ons de aarde toevertrouwt; als bevrijdende God die geen mensenoffers en slavernij wil en zijn mensen begeleidt naar een land van vrijheid, van verbondenheid.

God wordt mens in Jezus Christus. Die noemt zichzelf graag ‘Mensenzoon’ , omdat hij ons menselijk levenslot met ons heeft gedeeld. Hij wordt geduid en ervaren als Zoon van God. Hij is helemaal in zijn leven op zijn hemelse Vader gericht. Zijn menselijke oorsprong in Maria- wordt geduid als ontvangen van de H. Geest. Nogmaals, het is een ondoorgrondelijk geheim, maar er gaat een stroom van warme liefde van uit naar ons, kinderen van God.
Menige viering beginnen we met elkaar te groeten met woorden als: ‘De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met ons allen’. Dat kunnen langzamerhand gewoontewoorden geworden zijn. Maar in wezen is dat een belijdenis waarin we zeggen dat Gods liefde in de menswording van Jezus gratis is. Daar hebben we niets voor hoeven doen. We zeggen in die begroeting ook dat de heilige Geest zorgt voor gemeenschap met God en met elkaar.

Zo leven wij als gelovige mensen met de ene God, Vader, Zoon en Geest. God als de bron van ons bestaan, en als bron van alle liefde, als inspirator en helper in onze tijd van leven. Vanuit dit geloof krijgen vele zaken die ons bezig kunnen houden, soms gevangen kunnen houden, een ander perspectief. Ze worden relatiever. We krijgen ruimte van leven en aandacht voor wat van wezenlijk belang is voor ons bestaan. De kern ervan is of we in ons doen en laten de liefde van God, hebben doorgegeven, vooral aan de minsten van Gods kinderen. God wil voor ons als een Vader en Moeder  zijn, een Broeder en Zuster. Ons gaan in het voetspoor van Jezus brengt ons bij die God, die ons tot zegen is als Vader, Zoon en heilige Geest.
Pastoor A. Reijnen.