15 mei 2022: 5e zondag van Pasen C 2022

By Preken

Lezingen: Handelingen 14, 21-27; Apocalyps 21, 1-5a; Johannes 13, 31-33a.34-35.

Onder  de onderwerpen die vaak aan de orde komen, veelvuldig bezongen worden, en hartstochtelijk worden verlangd, hoort ongetwijfeld de liefde. Wie liefde ontvangt voelt acceptatie, aandacht, erkenning, waardering voor de mens, die hij/zij is. Liefde heeft een mens nodig  om te kunnen ‘leven’, zich te kunnen ontwikkelen.

Dat liefde en liefdevolle omgeving niet vanzelfsprekend zijn kunnen we gewaar worden daar waar liefde of een liefdevol klimaat ontbreekt of aan het verdampen is. Dat kan op grote en kleine schaal het geval zijn. Onmacht, gebrek aan mogelijkheden en erkenning, armoede, gebrek aan juiste wetgeving en wantrouwen kunnen er oorzaken van zijn. Van overheid wordt dan verlangd dat ze dan maatregelen neemt om de kwalijke kanten van het gebrek aan liefde tegemoet te komen. Dat neemt niet weg dat liefde maar ook het tekort eraan en aan de juiste structuren zich onder mensen voor kunnen doen.

Is de liefde al zulk een belangrijk onderwerp onder mensen, voor ons als christenen is dat ook zeker zo. De H. Paulus noemt in zijn brief aan de inwoners van de havenstad Korinthe onder der trits geloof, hoop en liefde de laatste als de voornaamste (1 Korinthiërs hst 13). In het Evangelie wordt de liefde tot God en medemens de kern genoemd van Wet en Profeten. In de lezing uit het Evangelie van Johannes van vandaag wordt door Jezus de liefde voor elkaar, vaak niet vanzelfsprekend en veel vergeten, nieuw aan de orde gesteld.: ‘een nieuw gebod geef ik jullie: ‘jullie moet elkaar liefhebben’; en dan komt het: ‘zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten ook jullie elkaar liefhebben’ . Het is een liefde, die bereid is tot het geven van zichzelf ten einde toe. Jezus zegt dit tegen zijn volgelingen op een cruciaal moment in zijn leven, als hij aanvoelt wat Hem te wachten staat. Dat blijken gevangenschap, veroordeling op valse gronden, marteling en dood aan het kruis.. Het Evangelie van Johannes noemt die fase in Jezus’ leven diens ‘verheerlijking en de verheerlijking van God’. Dat zijn toch een rare woord om er iemands lijden en kruisdood mee te typeren. Maar we moeten die woorden wel in het juiste perspectief zien: Jezus trouw aan mensen en God tot in zijn dood verdienen de hoogste waardering, zoals ook mensen die hun leven gaven en geven ter verdediging van vrijheid de hoogste waardering verdienen. Ook klinkt in het woord ‘verheerlijking ‘ in het Evangelie de opstanding van Jezus op Pasen door.
Daarin wordt aangegeven dat niet zonde en dood het laatste woord hebben, maar door Gods toedoen opstanding en leven. Zo ook voor ieder die in Jezus kan geloven. Gemeenschappen van volgelingen van Jezus zien we na Jezus dood ontstaan in grote delen van het Romeinse rijk onder Joden aan aanhangers van de lokale godsdiensten.  In de eerste lezing werden diverse steden en landstreken genoemd, bezocht door de grote missionaris Paulus en zijn gezellen. Hij geeft gevolg aan de opdracht van Jezus om het Rijk van God te verkondigen tot aan de uiteinden der aarde: ‘Een nieuw gebod geef Ik jullie; jullie moeten elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad’. Er is dus geen grens aan de liefde en de intensiteit ervan.

Onze tijd heeft sterke aandacht voor de individuele mens, voor ieders ontplooiing, ieders prestatie, vrijheid t/m die van meningsuiting; deze, onze tijd daagt ons uit na te denken over hoe we het ’altijd nieuwe gebod van de liefde’ in onze tijd gestalte moeten geven. We kunnen niet zeggen: ‘liefde is niet meer van deze tijd’,  want het verlangen naar liefde is door God in ons hart gelegd en daarmee van alle tijden. Degenen, die er zich voor inzetten de liefde, naar Jezus maat, telkens opnieuw tot uitdrukking te brengen en vorm te geven zijn mensen van en voor alle tijden. Mogen wij van die mensen zijn. Amen      AR

8 mei 2022: 4e zondag van Pasen (C): God ziet ons met liefde zoals een herder zijn schapen.

By Preken

Wat we hebben gehoord in de lezingen is heel herkenbaar. Enerzijds ontmoeten we mensen die zich gedreven voelen om het Goede Nieuws dat Jezus brengt verder te vertellen en door te geven. Ze kunnen er gewoon niet over zwijgen. Anderzijds komen we mensen tegen die zich door die Boodschap ernstig bedreigd voelen. Ze keren zich tegen de verkondigers en proberen hun opvattingen verdacht te maken. Ze verjagen hen zelfs uit hun gebied, zo vertelt de 1e lezing. Ze mobiliseren daarvoor mensen die macht hebben. Ze zijn nl. bang hun vertrouwde geloofsvisie te verliezen. Als ze zien dat die verkondigers met hun nieuwe boodschap succes hebben, worden ze ook nog vreselijk jaloers. Want ze zijn nl. heel bang hun macht te verliezen bij het gewone volk. Daarom sluiten ze zich af voor die nieuwe leer.

De evangelist Johannes verhaalt dat Jezus zich ophoudt in de tempel in de zuilengang van Salomo. Hij is een doorn in het oog van de Joodse religieuze leiders. Daarom zetten ze Hem onder druk om eindelijk eens duidelijkheid te verschaffen over zijn identiteit.‘ Als U de Messias bent, zeg ons dat dan ronduit’ Jezus reageert: ‘Ik heb het jullie al vaker gezegd, maar jullie geloven Me niet! De tekens die Ik in jullie midden verricht komen niet uit mijn eigen koker, maar ze zijn het werk van de Vader. Ze maken duidelijk wie Ik ben, maar jullie vertrouwen Mij niet, omdat je niet tot mijn schapen behoort. Mijn schapen luisteren naar mijn stem en ze volgen Mij’.  Voordat we die Joodse leiders wegzetten als een stel verstokte ongelovigen, is het goed ons te realiseren wat hen overkomt. De Thora, de Joodse Wet staat voor hen als een huis. Iedere sabbat wordt er voorgelezen uit die Thora en de geschriften van de profeten. Nou komt daar een jonge man die niet eens theologie gestudeerd heeft, iemand zonder opleiding en zonder diploma’s en Hij plaatst vraagtekens bij sommige voorschriften van de Wet die voor de Joodse overheden heilig zijn.  Hij verricht wel wondertekens, maar als je je daarbij beroept op God en de hemel dan roep je ook veel vragen op. Iemand die God zijn hemelse Vader noemt, zou dan een zoon van God zijn. Wat voor pretenties heeft die man, vragen ze zich af. Het overkomt ons misschien ook, dat iemand vraagtekens plaatst bij opvattingen waar wij heilig van overtuigd zijn. Iemand die schopt tegen onze ‘heilige huisjes’.  Dat laat je niet zomaar gebeuren. Dan komen we in verzet, omdat er gezaagd wordt aan de poten van onze vermeende zekerheden. Dat maakt ons bang en onzeker. Het is niet vreemd, als we ons voor zo iemand afsluiten. De Evangelisten vertellen ons van Jezus’ woorden en van de wondertekens die Hij heeft verricht. Ons angstvallig daarvoor afsluiten, brengt ons alleen verder van huis. Daarom spoort Jezus zijn leerlingen aan te luisteren naar zijn stem.

Barnabas roepen hun toehoorders op gehoor te geven te geven aan Jezus’ Boodschap. Ons doof houden voor die Boodschap brengt ons niet verder. Jezus spreekt ons aan op allerlei manieren, ook via mensen die wij ontmoeten en dingen die wij meemaken. Als we willen leven in zijn Geest, dan vraagt dat dat we ons voortdurend openstellen en alert zijn. Hoe kunnen we met elkaar meeleven en elkaar steun bieden, als we geen idee hebben van wat onze naasten bezig houdt en nodig heeft? Al is angst en de neiging ons af te sluiten voor het nieuwe en onbekende heel menselijk, we weten ook dat angst een slechte raadgever is. Zelfs jalousie is ons niet vreemd als reactie op de geestelijke – en materiële rijkdom van anderen, maar waar brengt het ons? In sommige landen staat persvrijheid onder druk. Mensen die een ander geluid laten horen dan de machthebbers aangenaam is, worden het land uitgezet, gevangen genomen en monddood gemaakt, zoals bv. Navalny. Berichten in de media geven ons dan een vertekend beeld van de werkelijkheid.

Als Jezus zijn leerlingen uitnodigt om Hem ons vertrouwen te schenken en Hem te volgen , dan belooft Hij hen niet alleen naar grazige weiden te brengen, maar zelfs eeuwig leven te schenken. Dat leven waar Jezus op doelt is niet alleen de toekomst die ons wacht, maar ook ons leven hier en nu:  nl. het vertrouwen dat God ons nabij blijft en met ons meegaat op onze wegen, zoals Jezus dat zijn naasten heeft laten ervaren. Eeuwig leven is leven in het besef dat de Geest van God liefde is en dat het ook ons gegeven wordt die liefde door te geven aan anderen, als wij erom vragen. Als wij ons afvragen aan wie wij in ons dagelijks leven ons volle vertrouwen geven, dan beperkt zich dat meestal tot de kleine kring van mensen die ons het meest na staan, zoals een partner, bepaalde familieleden en echte vrienden. Die vertrouwensband is er niet vanzelf gekomen, die is langzaam opgebouwd en gegroeid in de loop der jaren, door regelmatig contact met elkaar en ontmoetingen waarin we ons lief en leed met elkaar hebben kunnen delen. Is dat ook niet een voorwaarde voor een vertrouwensband met Jezus en met God die Hij zijn hemelse Vader noemt?  AMEN.

Zondag 1 mei 2022: 3e zondag van pasen (C 2022)

By Preken

Lezingen: Handelingen 5, 27b-32.40b-41; Apocalyps 5, 11-14; Johannes 21, 1-19 of 1-14.

Verlies lijden doet bijna altijd pijn. Het komt wel eens voor dat verlies van bezit of van een dierbaar iemand een vermindering van kopzorgen betekent. Maar gewoonlijk hecht een mens zich aan zijn of haar bezit of aan degenen van wie hij/zij houdt e n doet verlies pijn. Men komt dan vaak voor de vraag te staan ‘hoe nu verder’? Het antwoord is menigmaal: ‘ik weet het ook niet maar ‘het moet’; d.w.z. binnen de mogelijkheden die mij overblijven en die me vaak pas langzamerhand duidelijk worden.

Zo moeten we ons de situatie voorstellen van de leerlingen na Jezus’ dood. Het was afgelopen met Hem, met zijn inzet voor ‘de vrijheid van mensen als kinderen van God’; met zijn activiteiten in woord en daad tegen kwaad en aantasting van leven; met zijn nadruk op de liefde voor God en medemens. Hij had zich gedragen als een van ons en zichzelf graag ‘Mensenzoon’ genoemd, maar laten zien dat Hij ook een Zoon van God was, die Hij zijn en onze Vader noemde. Aan deze man, die ze vaak zo weinig begrepen hadden en zelfs in de steek gelaten toen het erop aankwam, waren ze best gehecht geraakt.

Hij vertegenwoordigde een ideaal van goedheid, liefde, mededogen en vergeving. Heel wat anders dan wat dagelijks aan de orde was aan zelfzucht en eigenwaan.

Maar op die Goede Vrijdag was duidelijk geworden hoe alles vergeefs was geweest. De overheid had met zijn kruisiging aan Hem en zijn beweging een einde gemaakt. Het leven zou weer verder gaan zoals het altijd was gegaan. Er was gemis, verdriet, angst voor een wraakzuchtige overheid, gevoel op het verkeerde paard te hebben gewed. Hun toekomst lag in duigen. Of toch niet?

We hebben de afgelopen weken Paasverhalen gehoord over een verrezen Jezus en hoe daarna zijn door Hem in het leven geroepen beweging verder gaat.  Wonderlijke verhalen, die evenwel nader beschouwd, aansluiten bij God in wie wij geloven. God is immers groter dan wij en onze wereld, zijn schepselen; en tegelijk leeft Hij in ons, leven wij van zijn adem. Het 2e Scheppingsverhaal vertelt hoezeer wij van aarde zijn waaruit God ons boetseerde, maar ook hoe Hij zijn adem in ons blies. Wij leven van Gods adem. Ook vandaag vernemen we in de 1e lezing weer hoe Gods beweging in Jezus Christus niet te stoppen valt door degenen die de macht op deze aarde in handen hebben: Petrus en de andere apostelen antwoorden de hogepriesters, die niet willen dat zij in de naam van Jezus in de tempel onderricht geven: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen’. De weerstand en de verwijten van de machthebbers kan hen niets meer schelen. De Geest van Jezus heeft hen te pakken Ze zijn van aarzelende, bange, onzekere mensen veranderd in overtuigde, hoopvolle getuigen, die niet wijken voor de macht van het kwaad en voor wat ‘de mensen zeggen’

In de Evangelielezing van vandaag laat Jezus (opnieuw) zien hoe hij weliswaar anders is dan voor zijn dood – aanvankelijk door eigen leerlingen niet herkend-, maar toch levend en dezelfde. Hij blijft de doorgaande inspiratiebron tot zelfs bij de visvangst. Het grote aantal van 153 op Jezus’ aanwijzing gevangen vissen, moet –volgens de commentaren- symbolisch worden verstaan. Het slaat op de vele mensen, die christen worden, uit zoveel volkeren als in die tijd bekend waren. Jezus doorbreekt de schroom, die ten gevolge van het ongewone  bij de leerlingen optreedt. Hij neemt, zoals vroeger, brood en vis en deelt deze met zijn mensen.

De Engelse kardinaal J.H. Newman (gestorven 1890) merkt in een Paaspreek op: ‘dat geloof en liefde een reële woonplaats op aarde hebben; dat in alle eeuwen, waarin de machten van het kwaad een uitdaging vormen, martelaren en heiligen (kortom goede mensen, die staan voor het goede en voor het kwaad niet wijken) weer tevoorschijn zullen komen en uit de doden zullen opstaan’. Is dat ook niet zo in onze tijd?  Kwaad bestaat ook nu in zijn verschillende en vernietigende vormen, maar ook moed, dapperheid en staan voor liefde mededogen en gerechtigheid, ook in mensen van nu.

Emeritus pastoor A. Reijnen.

 

zondag 244-2022: 2e zondag van Pasen (C): De wonden onder ogen zien en durven aanraken.

By Preken

De Man waar de leerlingen heel hun hoop op hadden gesteld, is als een misdadiger terecht gesteld en ter dood gebracht. Wel hebben enkele vrouwen uit hun kring komen melden dat Jezus’ graf leeg was en dat ze een verschijning van engelen hebben gehad. Als  de andere apostelen Thomas vertellen dat Jezus ook in hun midden is verschenen, hoeft het ons niet te verwonderen dat hij  reageert: ‘Eerst zien en dan geloven’. Jezus’ leerlingen zijn totaal van streek. Ze voelen zich allerminst op hun gemak.  Niet alleen heeft Judas Jezus verraden, maar ook Petrus heeft verklaard dat hij Jezus niet kende. In de Olijfhof hebben ze geslapen en iedereen heeft het hazenpad gekozen, toen hun Meester gevangen werd genomen. Naast rouw en gemis voelen de leerlingen ook schuld en schaamte. Veel mensen  – zeker in onze dagen –  voelen zich sterk verwant met een man als Thomas. Hij gebruikt zijn gezond verstand en gaat te rade bij zijn ervaring. Het werkt bevrijdend, als we in de Evangelies lezen dat Jezus daar ruimte voor laat. Hij maakt zijn leerlingen geen verwijten om alles waarin ze hebben gefaald. Hij wenst hen zelfs twee maal: ‘ Vrede zij met jullie’. Ook Thomas wordt door Jezus niet streng berispt om zijn kritische houding. Hij zegt tegen hem: ‘Kom hier met je hand en bezie mijn wonden. Zorg dat je je geloof niet verliest door wat er met Mij is gebeurd.

Zelf zitten we ook vaak vol twijfels en vragen om wat we in onze huidige wereld zien gebeuren. Er wordt zoveel geleden door oorlogsgeweld en onderdrukking. Talloze mensen slaan op de vlucht met achterlating van heel hun have en goed. Anderen lijden honger en dorst en missen elementaire levensbehoeften. Politieke verdeeldheid en financiële onzekerheid alom. Menigeen vraagt zich af: ‘Hoe kan God zoiets toelaten?’ Eindeloos is de litanie van leed en onrecht dat mensen elkaar aandoen. Wie gaat er niet twijfelen bij al de misdaden tegen de menselijkheid en het milieu die wij zien gebeuren? Jezus’ reactie op de twijfels en het ongeloof van Thomas is een uitnodiging: ‘Kom dichterbij en kijk naar mijn wonden. Leg je hand maar in mijn zij !’ Die persoonlijke uitnodiging is voor Thomas blijkbaar voldoende om zijn twijfels op te geven. Hij noemt Jezus niet alleen ‘mijn Heer’, maar zelfs ‘mijn God’. In deze belijdenis geeft Hij uiting aan zijn opperste verbazing dat in Jezus die zoveel heeft geleden God zelf aanwezig is met heel zijn  kracht. Hij is blijkbaar niet de vertegenwoordiger van een God die als een geweldenaar alle kwaad uitroeit en op het beslissende moment van het kruis afkomt, maar Hij bidt voor zijn beulen en tegenstanders. Een kern van ons geloof is dat de kwetsbare aanwezigheid die van Jezus uitgaat overmacht heeft op het kwaad. M.a.w. als we onrecht en geweld een halt willen toeroepen en overwinnen, dan is er geen andere weg dan een beroep doen op Jezus en op zijn keuze voor kwetsbaarheid, mededogen en barmhartigheid. Want geweld roept alleen maar nieuw en meer geweld op.
Ieder van ons beseft dat het veel verschil uitmaakt of je een zieke een kaartje stuurt of zelf gaat bezoeken. Met het sturen van een kaartje of bloemetje blijf je letterlijk en figuurlijk op een veilige afstand, maar als je een zieke bezoekt, word je  geconfronteerd met zijn hoop en vrees, zijn zorgen en lijden. Je raakt meer betrokken bij de ander en wordt geraakt door zijn wel en wee. Zo maakt het ook veel verschil of je leest over mensen in de zgn. ‘derde wereld ‘ en hun leefomstandigheden of dat je hen ter plekke bezoekt. Ik  herinner me levendig een bezoek aan een aantal missieposten in Malawi. Je raakt nauwer betrokken bij hun leven en wordt sterk gemotiveerd om bijv. een bijdrage te leveren aan een bepaald project. Jezus nodigt Thomas uit om niet op een veilige afstand te blijven,  maar dichterbij te komen, zijn wonden niet alleen te zien, maar zelfs aan te raken. Jezus, die zich zo sterk identificeerde met armen, zieken en kwetsbaren dat Hij zei: ‘ Al wat je doet voor een van de minsten der Mijnen, heb je voor Mij gedaan’.  Deze Jezus lijdt ook in onze dagen in talloze kwetsbare medemensen. Als we alleen maar op een veilige afstand blijven van deze medemensen, dan verandert voor hen niets ten goede. Als we echter de moed opbrengen om ons te engageren en bij wijze van spreken ’ hun wonden’ aan te raken en te verzorgen, als we  hun nood trachten te verlichten, dan daagt en groeit het geloof en vertrouwen, niet alleen bij de naasten die wij helpen, maar ook bij onszelf, dat de Heer waarlijk is opgestaan en leeft. Opvallend in de verhalen vind ik ook dat de verrezen Heer vaak juist verschijnt als zijn leerlingen samen zijn.  Net alsof Hij wil zeggen: ‘Mensen, isoleer je niet van je naasten, anders loop je vast in je twijfels. Leg je vingers maar op de wonden die je tegenkomt en je zult merken dat Ik leef en naast jullie sta.’

AMEN.

Zondag 17 april: Pasen 2022 C.

By Preken

Onze bisschop Mgr. Smeets heeft onlangs  een boekje laten uitgeven onder de titel ‘Getuigen van de Verrijzenis’  Ter inleiding zegt hij: ‘Sinds mijn priesterwijding zie ik me elk jaar voor een onmogelijke opdracht geplaatst: preken met Pasen. Probleem is: hoe kun je nou iets zeggen over dingen die ons bevattingsvermogen mijlenver te boven gaan? Dat Jezus verrezen is en dat Hij de dood overwonnen heeft, is met ons mensenverstand niet te begrijpen. Je kunt het alleen maar geloven en ingetogen vieren, beginnend in de stilte van je hart. Omdat er van mij verwacht werd dat ik iets zou zeggen, kroop ik voor een ogenblik in de huid van mensen die er indertijd bij waren: de wondertekenen, het Laatste Avondmaal, de veroordeling door Pilatus, bij de kruisiging en op die zondagmorgen bij het graf. In het Evangelie worden heel wat mensen genoemd die het meegemaakt hebben: de ooggetuigen van Jezus’ leven en sterven.. en van het lege graf. Vreemd genoeg zijn er geen getuigen van het moment  van de verrijzenis zelf…. Ik heb geprobeerd mij te verplaatsen in de mensen die het van nabij hebben meegemaakt. Wij kennen hun verhalen uit het Evangelie. Maar wat dachten ze? Wat voelden ze? Hoe kwam Jezus op hen over? En dan die verrijzenis, dat lege graf: hoe reageerden ze daarop? Natuurlijk zijn het geen historisch betrouwbare getuigenissen. Het zijn mijn interpretaties van hun reacties, mijn voorstelling van hoe zij wellicht gereageerd zouden kunnen hebben. Ik hoop – zo zegt hij – dat de verhalen in dit boek u kunnen helpen om te geloven wat niet te begrijpen valt: dat het leven sterker is dan de dood. Zo schrijft hij bijv. over de mogelijke reactie van de apostel Simon Petrus:
‘Het is nu zondagmorgen. Een uur of wat geleden kwamen vrouwen naar onze schuilplaats. Ze kwamen ons vertellen over het lege graf en over een boodschap van engelen dat Jezus weer leefde. Dat lege graf heb ik net gezien. Ik vond de doeken waarin Hij gewikkeld was, maar zijn lichaam zag ik niet. Dat verhaal over die verrijzenis: ik wist eerst niet wat ik ervan moest geloven. En nu, hier zittend in de zon,   spoken er woorden door mijn hoofd. Woorden die Hij in de loop van die drie jaar af en toe sprak: dat Hij hier naar Jerusalem moest komen en hier zou lijden, sterven en ja: verrijzen. Woorden die  ik toen niet begreep en misschien ook niet wilde horen. In drie dagen een nieuwe tempel. Dit is de derde dag, maar die  tempel laten verrijzen. .. Hij is verrezen, zeiden de vrouwen. Het is zo verwarrend. Alles tolt door mijn hoofd en het is allemaal veel te vers om het nu al  op een rij te kunnen zetten. Maar ik heb wel degelijk met eigen ogen gezien dat Hij sterker was dan de dood:  dat dochtertje van Jaïrus, toen die puber uit Naïm en daarna zijn vriend Lazarus. Ik stond er met mijn neus bovenop. En nu Hijzelf?  Want al is het nu toch anders, op een vreemde manier lijkt het te kloppen. ..Een grote mond hoef ik in elk geval niet meer op te zetten..’  Tot zover: Eén van de 14  getuigen uit zijn boek.
Nergens in de Evangelies vind je een beschrijving hoe die verrijzenis verlopen is. We lezen alleen van de waarnemingen achteraf: kleine discrete aanwijzingen die ons, net als leerlingen van toen, in verwarring brengen en doen nadenken. Feit is echter dat Jezus tot het uiterste toe het lot heeft gedeeld van mensen in de marge, zoals zieken, melaatsen en anderen die werden gemeden of als zondaars werden beschouwd. We mogen echter geloven dat God het leven van zijn miskende Dienaar heeft ‘recht gezet’. Als Jezus, na zijn lijden en dood, leeft bij de Vader, buiten de agressie van het kwaad en de erosie van de tijd, zoals wij stervelingen die kennen,  dan is zijn verrijzenis een teken van Gods liefde. Het is geen waterdicht bewijs waar niemand omheen kan, maar veeleer een teken van liefde. Het wordt verstaan door wie in God gelooft en Hem lief heeft. Mensen die bewijzen verlangen kunnen er niets mee. In een wereld waarin de sterkste meent dat hij altijd gelijk heeft, waar het goede niet altijd  wordt beloond en het kwaad niet steeds wordt gestraft, geeft God ons in de verrijzenis van Jezus een teken dat Hij, buiten de omheining van dit aardse leven en van deze wereld, aan de kant staat van de zwakste, dat Hij wél het goede beloont en het kwade bestraft. Zijn verrijzenis is een teken dat Hij de kleine mens blijft liefhebben tot over de grenzen van de dood heen. Geloven in Jezus’ Goede Boodschap is niet eenvoudig in onze wereld waar onmenselijke wreedheden plaats vinden in oorlogen; waar geweld wordt gebruikt op tal van plaatsen, waar meningen over elkaar heen tuimelen en waar wapens en milieuproblemen ons leven bedreigen.
Een kennis stuurde mij onlangs de volgende  mail: ‘ Witte Donderdag, Goede Vrijdag en de Paasdagen staan symbool voor het geheim van ons leven: dat doorheen alles wat wij meemaken, dood niet het laatste woord heeft.  Ook al lijkt het vaak zo.  Ik was  op Paaszondag nog niet eraan toe om volop  Alleluia te zingen. Wat mij getroffen heeft is, dat het bij de meeste leerlingen van Jezus niet veel anders was. Ze zaten achter gesloten deuren, wisten niet wat ze moesten doen. De een wilde gewoon naar huis. De ander dacht aan andere zaken. Onzekerheid, ongeloof , schrik. Pasen gebeurde ook voor hen niet meteen. Ze waren aan het rouwen; hun dromen waren stuk – en het duurde, voordat de een na de ander besefte, dat Degene in wie ze hadden geloofd, niet dood was, maar lééfde. Tussen Pasen en Pinksteren ligt een tijd van 40 dagen, die ons a.h.w. toeroept: ‘Wees niet bang. Gun jezelf de tijd die je nodig hebt. Jouw Pasen komt, als je eraan toe bent. Ga niet weg, vlucht niet, haak niet af. Het hoeft allemaal niet meteen’. Wij hebben nieuw licht ontstoken in de Paasnacht. Ondanks al onze angsten en zorgen mogen we elkaar een Zalig Pasen wensen. Wij mogen vertrouwen dat God ook ons  leven – net als dat van Jezus – in zijn hand houdt en het eens over de grenzen van de dood heen tilt. Dat het zo mag zijn. AMEN.

zondag 3-4-2022: 5e zondag van de vasten (2022 C).

By Preken

Macht is een belangrijk en gevaarlijk talent.

Jezus zit op het voorplein van de tempel en geeft onderricht. Mensen staan om Hem heen. Enkele Schriftgeleerden en Farizeeën doorbreken de kring en brengen een vrouw die betrapt is op overspel. Ze droppen haar voor de voeten van Jezus en willen van Hem horen wat er met haar moet gebeuren. Jezus doorziet dat ze Hem in de val willen lokken. Ze willen Hem kwijt. Ze moeten iets hebben waarvan ze Hem kunnen beschuldigen. Volgens de Joodse Wet moet de  vrouw gestenigd worden. Als Jezus daarmee instemt, overtreedt Hij de regels van de Romeinse bezetter die alleenrecht heeft om mensen ter dood te brengen. Negeert Hij de Joodse Wet, dan kunnen de Joodse leiders Hem beschuldigen. Jezus voelt zich klem gezet. Hij bukt zich voorover en schrijft met zijn vinger op de grond. Dat irriteert de vragenstellers. Als ze opnieuw vragen om een antwoord, richt Jezus zich op en zegt: ‘Laat degene van U die zonder zonde is dan het eerst een steen op haar werpen!’’  Daarmee zegt Hij in wezen: Laat ieder eens kijken in zijn eigen hart. Ook wij voelen ons aangesproken door Jezus’ reactie. Hoe vaak hebben wij niet verkeerde en egoïstische gedachten? Normaal zetten wij ze niet om in daden, maar het verschil tussen iets verkeerds doen of er in gedachten mee bezig zijn is vaak klein. Jezus kijkt niet triomfantelijk rond om te zien wie het eerst zijn biezen pakt; nee Hij bukt zich weer en schrijft op de grond. Dan druipen ze af, schrijft Johannes, te beginnen met de oudsten. Mogelijk herinneren ze zich het verhaal van Suzanna en de twee ouderlingen die haar vals beschuldigden en ontmaskerd worden door Daniël. Wat hier aan de hand is, is ook een machtspel. Schriftgeleerden en Farizeeën zijn bang voor Jezus. Door wat Hij zegt en de tekens die Hij verricht zijn ze bang dat zij hun invloed op het volk verliezen. En dat is het ergste dat hen kan overkomen: machtsverlies. Dat het leven van een vrouw daarbij op het spel wordt gezet, dat deert hen niet.  Angst voor machtsverlies speelt ook in onze dagen. Een leider die zijn machtsdromen bedreigd waant, valt bruutweg een ander land binnen en begint een oorlog. Dat daarbij buitensporig geweld wordt gebruikt, enorme verwoestingen worden aangericht, honderdduizenden op de vlucht worden gejaagd en het leven van talloze soldaten en andere mannen in gevaar wordt gebracht, weegt blijkbaar niet zwaar genoeg om het vuren te staken. Dat vrouwen en kinderen moeten vluchten met achterlaten van hun echtgenoot of vader, dat deert de agressor niet. Zijn machtsdromen lijken belangrijker dan het levensgeluk van onschuldige medemensen. Wij zijn ontzet om wat hoogmoedswaan en zucht naar macht met mensen kan doen!
Het Evangelie van deze dag laat zien wat er vaak gebeurt: mensen richten de schijnwerpers  op iemand die in de fout is gegaan, maar camoufleren zo hun eigen tekortkomingen, zoals in dit verhaal de Schriftgeleerden en Farizeeën.        Ze voelen zich verheven boven het gewone volk dat het niet zo nauw neemt met de Wet. Ze kijken op hen neer en veroordelen hen.
In een van zijn schilderijen laat de Duitse priester Sieger Köder een vrouw zien, midden in een kring. Ze zit met haar rug naar een donkere haag van mannen. Haar ogen zijn gericht op Jezus, maar de Heer zelf zien we niet. Wel zijn hand die op de grond het woord ‘Shalom’ tekent, het aramese woord voor vrede en heelheid. Dat is Jezus’ antwoord aan de mannen die deze vrouw beschuldigen. ‘Shalom’ : daar gaat het in de Wet om. Jezus kent de Thora heel goed, net als zijn tegenstanders; maar ook is Hij goed bekend met de geschriften van de Profeten. En de profeten komen juist op voor de geest van de Wet. Want uiteindelijk gaat het in de Wet om de liefde voor God en de naaste. Een ander kritiseren en veroordelen kost geen moeite, maar het goede in anderen zien, aanwijzen en versterken: dat is wat God wil en doet. Daar gaat het Jezus om. Hij legt de Wet niet uit naar de letter, maar laat de diepste bedoeling ervan zien. Daarmee staat Hij de Schriftgeleerden en Farizeeën in de weg. ‘Jezus blijft alleen achter met de vrouw’, zegt  Johannes. Hij heeft haar van de dood gered. Hij bagatelliseert haar misstap niet, maar zegt: “Zorg dat je voortaan niet meer zondigt”. Vrij vertaald zegt Hij: ‘Blijf niet achterom kijken. Laat los wat gebeurd is. Maak een nieuwe start met je leven. Het is je gegund’.
Als wij naar onszelf kijken, moeten we erkennen dat we soms dingen doen, waarvan we achteraf  denken: dat was verkeerd, dat had ik anders moeten doen. Ons bewust zijn van onze fouten betekent niet dat we ze voortaan met ons mee moeten sjouwen. Het heeft geen zin onszelf te stenigen om wat er gebeurd is. De profeet Jesaja zegt namens God: ‘Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd. Laat het verleden rusten. Zoals Ik eens het volk Israël heb bevrijd uit de slavernij in Egypte en hen nu laat terugkeren naar Jerusalem, zo zal ik nu met jullie iets nieuws beginnen. Daar mag je op vertrouwen.’  Veel heiligen herkennen hoogmoed  als de wortel van alle kwaad. Wat wij moeten doen is alle stenen laten vallen, kijken in ons eigen hart en God  vragen om ons te bevrijden van alle eigendunk. Geve God ons die genade.
AMEN

Zondag 27-3-2022: 4e zondag van de veertigdagentijd C 2022

By Preken

Lezingen: Jozua 5, 9a.10-12; 2 Korintiërs 5, 17-21; Lucas 15, 1-3. 11-32

Ouders weten bij de geboorte van hun kinderen niet hoe die uit zullen groeien. Ze herkennen zichzelf vaak wel terug in hun kinderen en hun karaktertrekken: ‘dat hat het van de mam’ of ‘dat hat het van d’r pap’ of ‘dat hat oos kink van allebei’. Maar dan nog kunnen kinderen met verschillende eigenschappen heel verschillend uitgroeien. Dat is vaak wennen en vraagt van ouders een goed invoelingsvermogen en kunst van begeleiding opdat ieder kind met zijn karakteristieke eigenschappen zich goed ontwikkelen kan. Dat vraagt het bieden van ruimte en dat vraagt ook bijsturing.  Op een ouderavond  van communicanten merkte iemand op: ‘de kinderen zijn mondiger dan vroeger’. Daar hoort weliswaar bij, dat ze in hun groei naar volwassenheid niet alles overzien.
In het Evangelie van vandaag zien we van dit alles een typisch voorbeeld in het verhaal van en vader, in die tijd hoofd van het gezin en in dit geval landeigenaar,  met twee heel verschillende zonen. De oudste is een ‘werker’, de jongste een ‘avonturier’. De oudste heeft zorg dat het landgoed voldoende opbrengt en besteedt er al zijn tijd en energie aan. De jongste vindt dat het leven meer is dan werken, de wereld een stuk groter is dan het landgoed en wil ontdekken wat er zich buiten de grenzen van het eigen territorium afspeelt. Zo kunnen er onder kinderen van hedendaagse ouders grote verschillen zijn waardoor ze ook heel verschillende richtingen uitwillen en heel verschillende ambities hebben. Dat kan voor ouders best lastig zijn, zoals uit het vervolg van het verhaal van  Jezus blijkt. Bij de voorbereiding op het Vormsel laten we aan de kinderen het filmpje zien van ‘de jongen die de wereld wilde zien’. De jongste, Micha, zoekt het avontuur en wil het geld van zijn erfenis daaraan besteden. Hij gaat erop uit, de landsgrens over en geniet het leven. Maar zonder overzicht  van wat allemaal op hem afkomst en het leven van hem vraagt. De ouders zijn niet in de buurt om hem bij te sturen. Hij ontmoet verkeerde vrienden die hem uitbuiten. Zijn erfenis raakt op en hij vervalt tot de bedelstaf, berooid keert hij terug naar huis. De vader, die de jongste de ruimte heeft gegeven, maar ook de zorg van een goede vader heeft  behouden, ontvangt zijn jongste met open armen en richt een feestmaal aan. De oudste die altijd hard heeft gewerkt heeft daar de pest over in en weigert aan het feest deel te nemen. De vader probeert hem op andere gedachten te brengen. Zijn eigendom was en is ook dat van zijn oudste zoon, maar die blijft onverzoenlijk en onvermurwbaar. We zien, in de ene mensenfamilie  heel verschillende (typen) mensen. Zij vertegenwoordigen ook verschillende eigenschappen in mensen.  De jongste is eigenwijs, trekt zich van zijn vader en broer en hun zorg weinig aan en gaat zijn eigen gang. Maar keert berooid en wel op zijn schreden terug, vol spijt en berouw: ‘vader ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u. Ik ben niet meer waard uw zoon te heten’.  De oudste lijkt bezeten van werk, lijkt dat het enige te vinden wat telt en heeft weinig invoelingsvermogen in wat zijn broer beweegt, kent geen barhartigheid, is niet te bewegen om te vergeven en houdt de kloof met zijn broer op dat moment in stand. En dan de vader van twee zoons. Hij houdt van beide, is erg blij met de terugkeer van de jongste en laat naar aanleiding daarvan een feestmaal aanrichten; maaltijd bedoeld als ontmoeting van het hele bedrijf en teken van verzoening. Hij maant de oudste, mede eigenaar van het bedrijf en daarin gelijkwaardig zich te verzoenen, maar deze mist de innerlijke ruimte daartoe. De vader staat symbool voor God  die mild, barmhartig en vergevingsgezind is voor degene, die zijn fouten inziet en ervan terugkeert. Een vader, die in gesprek gaat met zijn oudste en hem probeert te bewegen te doen zoals hijzelf doet, maar moet dulden dat zijn oudste weigert.

Zo vrij heeft God ons geschapen.  Ons geloof in God houdt de uitdaging in, om voor onze medemensen te zijn als God: barmhartig, vergevingsgezind, verzoenend, kortom liefdevol.

 

zondag 20-3-2022: 3e zondag van de vasten (C) Niet wegkijken en erbij blijven.

By Preken

Als we de krant lezen of het journaal zien, dan vragen we ons misschien af; hoe kan God al dat wangedrag en de ellende die mensen elkaar aandoen toelaten? Heeft Hij hier nog wel mee van doen? Misschien moeten we zeggen: Hij heeft er wel mee te maken, maar wel op zijn manier en niet zoals wij vaak denken! Wij kunnen niet geloven in een God die alles regelt, want zo’n beeld van God zou de menselijke vrijheid opheffen. God heeft ons geschapen om in alle vrijheid voor elkaar verantwoordelijk te zijn en zo met elkaar om te gaan. Echter ook vrij om op een onverantwoorde manier met elkaar om te gaan en elkaar het leven moeilijk te maken. Wij mogen geloven in een God die dicht bij zijn mensen wil zijn. In die overtuiging worden wij gesteund door verhalen uit de Bijbel én door wat mensen van Hem hebben laten zien en nog steeds laten zien. We beluisteren dat ook in het verhaal van de brandende doorstruik, waar God zegt: ‘Ik ben afgedaald, want Ik heb de jammerklachten van mijn volk gehoord. Een enkeling, zoals Mozes, toont de moed en de kracht om vrij te reageren op wat hij hoort en ziet. De rest van zijn volksgenoten houdt zich gedeisd, bang om ook in elkaar getrapt en geslagen te worden. Ze kijken de andere kant uit. Een enkeling, Mozes, hoort en ziet, begrijpt wat er aan de hand is en reageert. Waarom? Omdat wat hier gebeurt met zijn volksgenoten hem  diep raakt. Het is als een vuur dat blijft gloeien in zijn binnenste. Het is goed ons  te realiseren dat God de ellende die we tegenkomen niet voor ons oplost. Dat heeft Hij eigenlijk nooit gedaan, noch bij Mozes, noch bij Jezus, noch in onze tijd. Maar Hij wil er wel bij blijven.  En daar gaat het om: erbij blijven. Gewoon op  de eigen plek waar wij leven, niet wegkijken maar erbij blijven en het innerlijke vuur  in ons laten gloeien. Ook ons gebed is een vorm van erbij blijven. In ons eentje kunnen we meestal niet veel uitrichten, maar we kunnen wel het verschil maken. We kunnen vaak bemoedigen en steun bieden; we kunnen de handen uit de mouwen steken en doneren voor de hulp die er nodig is. De oorlog en andere nood lossen wij niet op, maar Mozes – zo vertelt de Schrift – is in zijn eentje begonnen. Hij is naar zijn volksgenoten gegaan en heeft medestanders gezocht. Ook Jezus heeft volgelingen aangetrokken. Het feit dat wij hier samenkomen is een teken dat wij medestanders zijn van elkaar. Immers ook buren laten wij niet aan hun lot over, als ze in narigheden zitten. Als een ziekte ons treft of een ongeluk ons overkomt, vragen we ons vaak af: Wat heb ik misdaan dat mij dit overkomt? Als we die vraag – zoals gebeurt in het Evangelie van deze dag – aan Jezus zouden stellen, dan gaat Hij daar niet op in, maar zegt dat wij allen zondaars zijn en bekering nodig hebben. Als wij nl. een leven leiden van vooral de eigen schaapjes op het droge brengen en een politiek steunen die vooral onze eigen rijkdommen verdedigt, dan moeten we ons niet erover verwonderen dat geweld en oorlog blijven voortduren en kunnen we er zelf vroeg of laat slachtoffer van worden. Zo verbaast het mij met welk een vanzelfsprekendheid politici de bedragen verhogen voor wapens en andere militaire benodigdheden. Het heeft mij ook verbaasd hoe vaccins tegen corona werden gereserveerd voor de westerse wereld en ontwikkelingslanden achteraan komen.
In het Evangelie van deze dag klinkt een bemoedigende boodschap. Jezus vertelt een parabel van iemand die een vijgenboom in zijn wijngaard heeft geplant. En die vijgenboom dat zijn wij christenen. De Heer verwacht van ons dat wij de liefde die Hij ons heeft getoond in Jezus, zullen uitdragen en doorgeven. De wijngaardenier heeft tot nu toe kunnen voorkomen dat wij omgehakt werden. Hij probeert in deze 40-dagentijd ons hart om te spitten en te bemesten. Onze God is nl. geen berekenende God die ons bestraft met oorlog en rampen naargelang het aantal en de grootte van onze zonden. Hij is als de wijngaardenier die de vijgenboom een nieuwe kans geeft. Zoals aarde ondersteboven wordt gehaald als ze wordt omgespit of geploegd, zo moeten ook onze gedachten en gevoelens worden omgewoeld en vruchtbaar worden gemaakt door het woord van God. In de lezingen van deze dag krijgen wij de boodschap, dat God daar is waar mensen in zorgen zitten.  Hij loopt er niet van weg. Hij blijft bij hen. Bij ons legt Hij de opdracht neer om goede vruchten voort te brengen. Bij alle problemen die zich in de grote – en in onze kleine wereld aandienen, wordt er niets opgelost als wij wegkijken en ons afwenden. Wij worden uitgedaagd de problemen onder ogen te zien en de zorgen met elkaar te delen. Daarbij kunnen wij elkaar ondersteunen. Dat is wat God van ons verlangt. Op die manier laten Hem aanwezig zijn in ons midden en blijft Hij erbij, blijft Hij bij ons. Mozes wordt terug gestuurd naar farao met als enige belofte de naam van God: ‘Ik ben zoals Ik ben. Ik zal er zijn als je Mij nodig hebt’. Laten wij God bidden om zijn Geest van geloof en vertrouwen, van moed en solidariteit. AMEN

13-3-2022: 2e zondag veertigdagentijd C 2022.

By Preken

Lezingen: Genesis 15, 5-12.17-18; Filippenzen 3, 17-4,1; Lucas 9, 28b-36.

Op de vraag ‘hoe het gaat’ antwoorden veel mensen ‘bij ons gaat het leven zo zijn gangetje’. Daarmee wordt ook aangegeven dat er op dat moment geen hoogtepunten en dieptepunten zijn. Gisteren nog aan de telefoon; ‘Alles gaat zo zijn gangetje’. Maar gaandeweg het gesprek wordt de toon wat anders: verbijstering over wat er plaats vindt in Oekraïne: ‘hoe krijgen ‘ze’ het in hun hoofd’; hebben ‘ze’ dan helemaal geen gevoel voor wat ze mensen aandoen?’ Bezorgdheid: ‘’ als het ons ook maar niet opnieuw overkomt”. Gedachten aan de 2e wereldoorlog  spelen mee. ‘En, we kunnen er zo weinig aan doen dat het ophoudt’. Na de pandemie opnieuw een gevoel van kwetsbaarheid, van machteloosheid. We worden ook nu weer geconfronteerd met ‘dingen die ons overkomen’. Terugkerend na de pandemie naar het vroegere normaal nu weer die oorlog, niet zover hier vandaan. Er is het gevoel van bedreiging van ons relatief veilige bestaan, bedreiging van de voor de meesten van ons  welvarende manier van leven. Dit keer niet veroorzaakt door een virus, maar door de manier van doen van mensen van ons soort. Oorlog kan ook nu,  in onze zogenoemde ‘moderne tijd’ in de plaats komen van vrede, wantrouwen in  plaats van vertrouwen. Met nepnieuws wordt geprobeerd ons te misleiden. Ons leven lijkt minder zijn gangetje te kunnen gaan dan we dachten. Waarheid, moreel besef, verantwoordelijkheid, gerechtigheid,  vertrouwen en liefde lijken gemakkelijk opzij te schuiven. In de tijd, dat ons leven zo zijn gangetje lijkt te gaan komen, buiten ons om, zonder dat we er erg in hebben, waandenkbeelden tot ontwikkeling, die leiden tot geweld en oorlog tegen individuen en volken. Dat was zo in de tijd die voorafging  aan de 2e wereldoorlog (1940-1945), we maken het nu mee in Oekraïne. Geweld tegen mensen en volken……

We vinden ze ook terug in de geschiedenis van godsdiensten die ons toch de weg naar gerechtigheid en vrede moeten wijzen. Ook Jezus Christus, als Mensenzoon een van ons, maar ook Mens van God, heeft het ondervonden. Ook Hij heeft onzekerheid en angst gekend, besef van zijn kwetsbaarheid; besef ook van de hachelijke kanten van wat Hij als zijn levensopdracht zag: mensen de weg te wijzen naar God en naar een onderling liefdevol bestaan; en daartoe af te zien van waandenkbeelden van macht, bezit en eigenbelang. Hij had in Oudsten, Hogepriesters en Schriftgeleerden van zijn tijd geduchte tegenstanders.  Ze hadden zich met allerlei toegevoegde voorschriften meester gemaakt van wat er in de Wet van Mozes, de Profeten en de Wijsheid van Israël was overgeleverd.  Jezus die Israël tot zijn godsdienstige kern terug wilde brengen werd daardoor hun tegenpool. Jezus  sprak daarover met zijn leerlingen zoals blijkt uit het Evangelie van Lucas, voorafgaande aan de tekst, die wij vandaag gelezen hebben: ’ De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door zijn tegenstanders ter dood gebracht worden’. Waarden als gerechtigheid en waarheid, God erkennen en dienen, de medemens respecteren en liefhebben kunnen tot waarden worden die inzet van het eigen leven de moeite  waard maken. Jezus raadt zijn leerlingen eenzelfde levensinstelling aan. In het vervolgverhaal van Lucas ‘verandert Jezus van gedaante’ zoals dat heet. Hij straalt voor het oog van zijn leerlingen en de twee vertegenwoordigers uit de Joodse geschiedenis, Mozes, de wetgever en Elia de profeet. Het gebeuren is een voorafbeelding  van zijn opstanding met Pasen. God laat niet toe dat zijn Zoon die zich helemaal heeft ingezet voor waarden, die voor mensen van levensbelang zijn, definitief door kwaad en dood ten onder gaat.

We lezen deze tekst in deze tijd, nu de oorlog in Oekraïne aan de gang is. Hebben we hier en ginds iets aan deze tekst? Wat zien we gebeuren? Oekraïners die waarden verdedigen aan de basis van hun bestaan: vrijheid en de mogelijkheid zelf hun leven in te richten. Ze doen dat  met de inzet van hun leven. Erkenning en diep respect valt hen ten deel. Daarnaast zijn velen in de rest van de wereld door wat er in Oekraïne gebeurt diep geraakt en zijn hulpverleners geworden. Inzet voor menselijke kernwaarden en met name voor de liefde, draagt eeuwig leven in zich, zoals uit het Pasen van Jezus blijkt. Mogen we er moed uit putten. Amen.

(Emeritus pastoor Reijnen).