Skip to main content

Zondag 26-11-2023: CHRISTUS KONING VAN HET HEELAL A 2023     

By Preken

Lezingen: Ezechiël 34, 11-12.15-17; 1 Korintiërs 15, 20-26.28; Matteüs 25, 31-46
De verkiezingen, j.l. woensdag, met een verrassende uitslag zijn voorbij, de besprekingen voor de vorming van een nieuwe regering zijn begonnen; een verkenner, die zijn werk maandag begint, is aangewezen. We wachten af wie de koers van ons land gaat bepalen.  Toevallig vieren wij, christenen, Christus Koning van het heelal, een uitgestrektheid groter dan ons kleine land. De viering is niet zo heel oud; in 2025 wordt zij honderd jaar. Zij is ontstaan in een tijd dat de positie van geloof en kerk een andere was dan nu. Deelname aan het kerkelijk leven was massaal. Nú klinkt ‘Christus, koning van het heelal wellicht  wat pretentieus. Maar inhoud en karakter van Jezus Christus’ koningschap bepalen de spirituele koers van menigeen. ‘Mijn rijk is niet van deze wereld’ zegt Hij tegen Pilatus. Het gaat bij Hem niet om macht en rijkdom. De status van Jezus’ koningschap is dat van zijn hele leven opeisende dienstbaarheid aan mensen; tot en met afwijzing door de heersers van die tijd en een pijnlijke dood. ‘Dienst aan mensen’ dat is het unieke van zijn koningschap. Zijn advies aan degenen die in Hem geloven luidt dan ook: ‘wie van jullie de voornaamste wil zijn moet dienaar wezen’ (Marcus 10, 36; Matteüs 23,11).

Wat houdt dat in? Het betekent het dat zijn manier van mens-zijn een voorbeeld is voor iedereen? Dat wordt duidelijk  aan hoe hij oordeelt over hoe mensen, ieder mens naar zijn/haar maat en mogelijkheden geleefd hebben; ongeacht welk geloof en levensovertuiging men ook is toegedaan. Matteüs geeft dat vandaag weer in zijn Evangelieverhaal van vandaag. Jezus beperkt zich dus niet tot degenen tot zijn aanhangers, die belijden dat ze het met Hem eens zijn. Hij kijkt naar hoe iederéén geleefd heeft, hoe iederéén is omgegaan met leven en medemensen. Daaraan wordt bepaald of iemand het er in zijn leven goed of slecht vanaf  heeft gebracht. Die goed geleefd hebben, d.w.z. ten dienste hebben gestaan van elkaar, zullen leven voor altijd. Die nalatig zijn geweest, de behoeften van hun medemensen niet hebben onderkend, die puur voor zichzelf en hun eigen belangen hebben geleefd, voor hen loopt het verkeerd af.

Opvallend bij Matteüs, zelf een Israëliet, is dat Jezus geen voorkeurspositie toekent aan zijn landgenoten, die zich beschouwen als Gods uitverkoren volk. Voor Jezus, de Christus (Gezalfde van God) is waarachtige godsdienst en vroomheid verbonden met aandacht voor de medemens. Als door de vrome Farizeeër de vraag wordt gesteld ‘wie is mijn naaste?’ luidt Jezus’ antwoord: wie zich gedraagt als naaste’.((hst.10, 25-37). De ketterse Samaritaan die zich ontfermt over de overvallen en berooide man, gedraagt zich als zijn naaste. De priester en de leviet, tempeldienaren, van wie men ontferming zou verwachten lopen met een boog om de arme man heen. Hun zogenaamde vroomheid is nep.
De lezing uit het Evangelie van Matteüs sluit aan bij die van de profeet Ezechiël van vandaag, die ons vertelt over hoe God zich verhoudt tot de mens.  God is als een herder die omziet naar zijn schapen, zorgt voor geschikte weideplekken; op zoek gaat naar schapen die verloren lopen en hen veiligheid en geborgenheid verschaft (Johannes hst 10).; die het zieke dier uit de kudde verzorgt en het gewonde dier verbindt. Jezus, Gods mens-geworden Zoon gedraagt zich dienovereenkomstig. Hij is als een echte herder en geen huurling zonder hart voor de kudde. Hij kent zijn schapen en zijn schapen kennen Hem. Hij zorgt ervoor dat ieder tot zijn/haar recht komt. Zijn doel alle mensen te omvatten en als één kudde binnen te brengen in het Rijk van God.

Wel beschouwd bevatten beide lezingen van vandaag de uitnodiging om voor elkaar als naasten zo goed als God te zijn. In onze wereld zien we daar voorbeelden van:  hoe mensen zich over elkaar ontfermen in elkaars nood, ongeacht godsdienst of  levensovertuiging. We zien dat gebeuren op plekken waar oorlog, geweld en armoede  heersen. Maar ook onder ons waar mensen voedsel verzamelen voor de voedselbank en waar talloze professionals en vrijwilligers werken in zorg voor elkaar. Het tegendeel zien we echter ook. Mensen kunnen elkaar naar het leven staan, elkaar geen plek gunnen. Ons geloof in God is een uitnodiging, een opdracht, om daar niet aan mee te doen maar integendeel elkaars naaste te zijn.. Politieke partijen en regeringen zouden er over heel de wereld goed aan doen te werken aan structuren, die het voor álle mensen mogelijk te maken in vrede en gerechtigheid te leven, met elkaar delend wat de aarde oplevert. Tot nu een mede door ons in te vullen verlangen. Amen

Emeritus pastoor Reijnen

.

Overwegingen zaterdag 18 en zondag 19 november 2023

By Preken

Zaterdagavond 18-11-2023: 19.00 uur Eys
Lezingen: Spreuken 31, 10-13.19-20.30-31; 1 Tessalonicenzen 5, 1-6; Matteüs 25, 14-30.

Niemand van ons zal het zijn ontgaan, dat we a.s. woensdag de mogelijkheid hebben om te stemmen voor een nieuwe 2e Kamer. 25 Partijen hebben de afgelopen weken geworven om onze stemmen. Alle partijleiders hebben ons voorgehouden dat hun voorstellen de beste zijn voor het welzijn van ons volk. Wat opvalt is dat er veel zogenoemde ‘zwevende kiezers’ zijn, die tot in het stemhokje niet weten op welke partij ze zullen stemmen. Ze aarzelen wellicht omdat ze bij meerdere partijen wel goede voorstellen zien. Ook gaat een flink percentage van mogelijke stemmers helemaal niet stemmen, onder wie een veel scholieren van m.n. het voorbereidend en  middelbaar beroepsonderwijs. De reden? Een gebrek aan vertrouwen in de politiek, al een aantal jaren een bekend verschijnsel. Gebrek aan vertrouwen …overigens een verschijnsel dat breder gaat dan alleen de politiek. Waar gaat het dan om?: Gebrek aan (zelf)vertrouwen in de mogelijkheden van het hedendaagse leven met al de eisen, die het stelt, de stress die het oplevert en of men daar wel tegen bestand is. Wat in onze wereld en eigen omgeving gebeurt vraagt  veel van mensen. We moeten omgaan met diverse crises, een antwoord vinden dat onze welvaart, vrijheid en daarbij passende manier van leven niet of niet al te zeer aantast. Slaagt de politiek en de toekomstige regering erin ons daarbij te leiden? Slagen wij erin om onze verantwoordelijkheid op te nemen of slaat de verlamming en apathie toe om de schouders te zetten onder de opgaven waarvoor ons concrete leven ons stelt? Herstel van het vertrouwen’ maakt momenteel onderdeel uit van het publieke debat. Vertrouwen is breder dan vertrouwen in de politiek; (zelf)vertrouwen is van levensbelang wil je je thuis kunnen voelen in het leven en de opgaven die het ons stelt, inclusief het omgaan met onze beperkingen en onze eindigheid.

De lezingen uit de h. Schrift van vandaag geven ons aanwijzingen. Twee mensen uit het Evangelieverhaal van Matteüs voorzien van mogelijkheden overeenkomstig hun eigen maat, hebben vertrouwen in het leven, gaan aan de slag, doen wat met hun talenten en zetten ze in; de derde is bang, overbezorgd, bang dat wat aan hem komt, heeft geen vertrouwen. Hij doet niets met het talent, dat hem is toevertrouwd en stopt het in de grond. Hij sluit zich op in zichzelf. Met hem loopt het verkeerd af.  We kennen de oorzaken niet van zijn gebrek aan (zelf)vertrouwen.

Daartegenover staat de ‘sterke vrouw’ uit de eerste lezing uit het Boek van de Spreuken. Het boek bevat een verzameling spreuken van binnen en buiten het joodse volk en heeft zijn afsluiting gekregen in de 2e eeuw vóór Christus. Het is opmerkelijk hoe de aandacht gevestigd wordt op een vrouw in de dominante mannencultuur van die tijd. Ze wordt een sterke vrouw genoemd, omdat ze de in die tijd bij een vrouw passende opgave op een voortreffelijke manier vervult: de niet aflatende en organisatorisch knappe zorg voor haar gezin, haar man, kinderen en personeel; maar ook de betrekkelijk van waar mensen aan kunnen vastzitten en de overkoepelende waarde van haar band met God, grondslag van haar vertrouwen in het leven. Ze is niet bang, stopt de haar toevertrouwde talenten niet in de grond, maar werkt ermee ten dienste van die haar omringen.

Wat kan dat voor ons betekenen? Over een paar dagen zijn bij ons verkiezingen voor een nieuwe volksvertegenwoordiging, basis voor een nieuwe regering. Maar volksvertegenwoordiging en regering hebben ook volk en dat zijn wij. Aan ieder van ons zijn talenten toevertrouwd, aan ieder naar eigen maat. De ons door God toevertrouwde talenten kunnen ingezet worden ten goede, zoals in het Evangelieverhaal; ten kwade, zoals we momenteel op veel plaatsen in de wereld van oorlog, geweld en armoede gewaar worden; of we kunnen ze angstig en zonder zelfvertrouwen in het leven in de grond stoppen. Vraag is dus aan ieder van ons de schouders onder ons leven te zetten, zoals de sterke vrouw heeft gedaan en daarbij vast te houden aan onze band met God, gever van leven.

Emeritus pastoor Reijnen. 

*********************************************

Zondag 19-11-2023: 09.45 uur St Ceciliafeest.

Beste mensen,

Toen ik jaren geleden op de middelbare school zat, was de parabel van de talenten bijna een vaste waarde bij het begin van elk schooljaar. Ik heb de indruk dat de parabel nu wat minder populair geworden is. Want naar het schijnt heeft dat te maken met het einde van de parabel dat voor veel mensen, die vieringen voorbereiden, te hard is. Nochtans is dat einde niet veranderd. Misschien moeten we de parabel ook niet over analyseren. In deze parabel zit dus geen goedkeuring van slavernij. Deze parabel geeft ook geen volledig Godsbeeld van waaruit Jezus zijn relatie met God beleefde. Wat bedoelt Jezus dan aan ons uit te leggen?

Met de parabel wil Jezus ons iets vertellen over het Rijk Gods. Het Rijk Gods is de wereld waarin mensen op een volwaardige manier met elkaar omgaan, er voor elkaar ‘zijn’. Het woord ‘talent’ verwijst in Jezus’ tijd naar maten en gewichten. Het is ook de grootste geldeenheid die men toen kende. De drie dienaars zijn dus een soort penningmeesters die het geld van hun baas beheren tijdens zijn afwezigheid. In de parabel verwijst het woord ‘talent’ naar ‘het kapitaal’ dat God jou heeft toevertrouwd, en dat is: ‘Je eigen leven’! Je eigen heelheid, met al je mogelijkheden en capaciteiten die je in je hebt.

Deze parabel vertelt dus dat aan ieder van ons iets is toevertrouwd, ieder naar zijn bekwaamheid. Dat kan van alles zijn: Verantwoordelijkheden op het werk, in de kerk, in gezin en gemeenschap; kundigheden op allerlei gebied…. De Heer vraagt ons dat we tijdens zijn afwezigheid aan het werk gaan met datgene wat ons is toevertrouwd. Hij vraagt dat niet alleen aan kansrijke maar ook aan mensen die naamloos, kwetsbaar en weerloos door het leven gaan.

Daaruit blijkt dat Hij een groot geloof heeft in mensen. Bij zijn terugkeer wordt je door Hem niet beoordeeld op je knappe uiterlijk of vlotte populaire manieren. Hij kijkt naar wat je inzet is geweest. En dan kan blijken dat iemand die onder minder gunstige omstandigheden is geboren en opgevoed, meer gewoekerd heeft met zijn talenten dan iemand die van het begin af aan alles met zich mee had. Dat deze eenvoudige, sobere persoon, een grotere liefdevolle dienstbaarheid voor zijn medemensen heeft getoond dan iemand die in weelderige omstandigheden is geboren en opgevoed.

Bij een bepaalde interpretatie kan het verhaal van Mattheus ook wel angst aanjagen. De dienaar die maar één talent had wordt buitengesloten. Hij noemt zijn heer een hard mens, die oogst alwaar hij niet gezaaid heeft en binnenhaalt waar hij niet heeft uitgestrooid. Die laatste twee dingen beaamt de heer, maar niet dat hij een hard mens is. Want wat hij aan ieder mens vraagt is, dat je werkt met wat je gegeven is en woekert, benut wat je hebt. Dus alles behalve een houding van “Stil maar wacht maar…” en al helemaal niet van angstig wachten op het oordeel, terwijl jezelf nergens iets voor over hebt gehad.

In de eerste Lezing uit het boek der spreuken, prijst Hij ons de houding van de sterke vrouw aan. Ze wordt niet opgevoerd als schoonheidsmodel of geprezen om alles wat ze kan, maar om haar bezielde inzet. Ik zie die sterke vrouw in tal van mensen die, door alles heen, met al hun mogelijkheden aan de slag gáán, waarmee ze aan een wereld werken waarin mensen waardig mogen leven.

Beste medegelovigen, De lezingen van vandaag zijn daarom zo bemoedigend, omdat ze ons vertrouwen geven in onze eigen mogelijkheden. Ze roepen alle angstige mensen op uit hun schuilhoek te komen en te geloven in hun eigen talenten. Kom op mens, je valt niet samen met je lot, je pech, je verdriet, je fout, die ongunstige test. Er is meer, Je kunt boven je situatie uitgroeien. Kijk naar jezelf zoals God naar je kijkt: dit ben jij, en met dat ene talent kun je veel goed doen. Laten we onze angst overboord gooien en ons op het leven richten. Of anders gezegd: Laten we onze talenten goed gebruiken. Want: “Wie waagt, die wint”.  Amen.

Kapelaan Siju. 

2023   32   A   Wijsheid laat zich vinden door wie haar zoekt.

By Preken

In Jezus’ dagen was het gebruikelijk dat de bruidegom aan de ouders van zijn bruid een bruidsschat betaalde. Als regel was dat een kwestie van onderhandelen. Zo kon het soms lang duren voor de bruiloft kon beginnen. Het kon nacht worden en dan is licht onmisbaar. De lampen waarvan de parabel spreekt waren meestal fakkels. Die moest je regelmatig in olie dopen om ze van brandstof te voorzien. Olie staat in Jezus’ parabel voor ontvankelijkheid, niet voor een moment, maar als levenshouding. De fakkel of lamp kun je beschouwen als een beeld voor je verlangen en verwachtingen. De olie is dan datgene waarmee je dat verlangen voedt en duurzaam maakt, zoals bijv. je spiritualiteit. Je kunt die niet uitlenen, omdat ze iets heel persoonlijks is. Zorgen dat onze olievoorraad op peil blijft, heeft alles te maken met de manier waarop wij leven en onze  verantwoordelijkheid beleven. Die kunnen we niet uitbesteden. Hoe onze toekomst er uit zal zien, moeten we afwachten. Tegelijk zijn wij er ook voor een stuk zelf verantwoordelijk voor. In het Evangelie worden wij opgeroepen waakzaam en alert te zijn en dat moeten we zelf doen. Daarom is de olie uit de parabel niet over te dragen, al zouden de wijze meisjes daartoe misschien wel bereid zijn geweest. Zo zijn er onder ons mensen die verantwoordelijkheid dragen voor een partner en een gezin. Ook in het beroep dat we uitoefenen dragen we verantwoordelijkheid. We zijn verantwoordelijk voor de studie die we volgen, de inkopen die we doen; voor de vrienden die we kiezen en de contacten die we onderhouden. We kiezen voor de krant die we lezen en de TV programma’s die we kijken. We zijn met ons stemrecht ook verantwoordelijk voor de politieke keuze die we maken. Zo zijn we medeverantwoordelijk voor het milieu en de leefbaarheid van onze wereld. De keuzes die wij maken en de kansen die wij laten liggen kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor ons zelf en voor anderen. We denken misschien wel eens: ‘Och, op mijn stem komt het toch niet aan. Daar kan ik toch niets aan doen.’ Hebt U er wel eens aan gedacht, welke gevolgen het kan hebben als velen zo reageren? De problemen waarmee wij worstelen zijn talrijk en de manier waarop we daarmee omgaan is van groot belang voor de toekomst van onze wereld. Wat denkt U bv. van de wapenleveranties aan Oekraïne of elders? Wie is er op de lange termijn ooit beter geworden van oorlog, geweld en onderdrukking? Als wij telkens nieuwe spullen kopen, terwijl de huidige nog goed bruikbaar zijn, denken we dan wel eens aan de grondstoffen die op kunnen raken en wat dat betekenen kan voor kinderen en kleinkinderen? Sommige klimaatveranderingen bedreigen het leefmilieu van mens, plant en dier. Ook worden we geconfronteerd met grote groepen mensen die in hun eigen land geen toekomst zien en daarom zich hier in West Europa melden? En al de mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Eindeloos is de lijst van zorgen waarmee velen te kampen hebben. Natuurlijk: als het je goed gaat en je hebt het naar je zin, dan wil je dat graag zo houden. Daardoor kan echter de neiging ontstaan je niet  te druk te maken over de toekomst en over het feit dat onze olie  – om het beeld van de parabel te gebruiken – wel eens op zou kunnen raken.  Immers het leven is toch maakbaar en wat we niet hebben, kunnen we kopen of laten maken, zo zijn we misschien geneigd te denken. Maar de signalen dat dit niet zo is zijn legio. Als we daar geen oog voor hebben zijn we als de domme meisjes uit de parabel, die hun kruiken niet in de gaten houden. Het koninkrijk waar Jezus van droomt groeit in stilte en we weten niet wanneer het zijn voltooiing  bereikt en de bruiloft kan beginnen. We kennen dag noch uur. Vandaar dat Jezus ons oproept om waakzaam en alert te leven. Hoe zal Hij ons aantreffen, als Hij, de Bruidegom zelf zich meldt? In slaap gesukkeld, zelfgenoegzaam, onverschillig of klaar om Hem te volgen?  Alert zijn betekent ook de handen uit de mouwen steken en bidden, proberen inspirerend en vruchtbaar te zijn door wat we zeggen en doen. Laten wij bidden de wijsheid van de H. Geest die ons helpt waakzaam en verstandig te leven en niet in slaap te sukkelen. AMEN.

Emeritus pastor Franssen. 

Overwegingen 4 en 5 november parochie H. Agatha. 31e zondag door het jaar A

By Preken

Zaterdag 4 november  (pastoor Reijnen).

31e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2023

Lezingen: Maleachi 1, 4b-2,2b.8-10; 1 Thessalonicenzen 2, 7b.9-13; Matteüs 23, 1-12.
Niet altijd weten we, beste mensen, wat te denken van de gebeurtenissen, die zich momenteel in onze wereld afspelen. Niet altijd hebben we voldoende zicht op de achtergronden van de hetgeen  we meemaken. Ze zijn vaak veel ingewikkelder dan wordt voorgesteld. Wel voelen we aan dat er beginselen zijn die gelden als voorwaarde voor een menswaardig bestaan. In het algemeen is men het erover eens, dat iedereen recht heeft op een plek waar men veilig kan leven, wonen en zich kan ontwikkelen. En dat we samen de voorzieningen moeten scheppen, die een veilig bestaan mogelijk maken. Wat dat betreft is het afschuwelijk en huiveringwekkend wat op zoveel plekken op aarde momenteel gebeurt. Wij mensen kunnen zowel elkaars naasten zijn in liefde als elkaars vijanden in haat. We kunnen op een positieve manier elkaars leven ondersteunen, maar we kunnen elkaars leven ook afbreken. En dat terwijl we allemaal maar één leven hebben. Tachtig jaar geleden zaten we zelf midden in de zogenoemde 2e wereldoorlog van 1940-1945. Ook bij ons is vrede niet  vanzelfsprekend. In alle mensen kunnen klaarblijkelijk impulsen leven, die het leven dienen óf afbreken in het klein en in het groot. Gelukkig leven we momenteel zelf niet in een context van oorlog, die mens en goed vernietigen. En, we worden als gelovige mensen in ons streven naar vrede geholpen door de aanwijzingen Jezus, de gezalfde van God (=Christus). Immers, Hij is Iemand van wie we geleerd hebben leven en welzijn van mensen te bevorderen; in Godsnaam is Hij daartoe mens geworden. Hij zette zich ervoor in tot zijn dood aan een kruis toe, alsof Hij een misdadiger was.
Al een aantal weken kregen we in de lezingen uit  het Evangelie voorgelegd wat past bij het Koninkrijk van God. Het ging over het elkaar durven aanspreken bij fout gedrag; over het altijd vergeven aan elkaar zonder grens; het ging over Gods goedheid ook voor de werkers van het laatste uur; het ging over de aanvaarding van het Evangelie en het je ernaar gedragen; vooral het je gedragen naar het voornaamste gebod, dat van de liefde tot God en medemens.

Na de verschillende verhalen over wat past bij het Rijk van God, richt Jezus zich tot volk en leerlingen om aan te geven ‘de ruimte’ waarin mensen die in Hem geloven mogen leven. Jezus plaatst dat  tegenover de met talloze voorschriften dicht getimmerde ruimte van de godsdienst in Jezus’ tijd. Liefde schept ruimte, zet het eigen ik op de tweede plaats, is dienend en nederig, stelt talenten in dienst van elkaar zonder daarmee baas te willen zijn. Dat is niet simpel in onze ‘op het eigen IK gerichte tijd. Er zit overigens veel goeds op de aandacht voor ieder menselijk individu, daar niet van. Denk maar aan gelijke rechten voor iedereen, aandacht voor aantasting van die rechten; denk maar aan het streven naar ‘bestaanszekerheid’ voor iedereen, al leidt dat lang niet altijd tot concreet resultaat. Naast die aan dacht voor het individu, beseffen we hoe langer hoe meer dat ‘we samen onze aarde bevolken en er verantwoordelijkheid voor dragen. Dat vraagt om aandacht voor elkaar, ruimte van leven gunnen. Dat vraagt erom dat we dienstbaar zijn aan elkaar en ons niet op functie of baan laten voorstaan. Dat is de achtergrond van Jezus’ opmerking om zich ‘geen rabbi (‘mijn heer’ of ‘meester’) te laten noemen; en ook al is men dat zich daar niet op te laten voorstaan, maar zijn functie en werk te beschouwen als een dienst aan het geheel. Een goede leraar beseft immers dat hij ook leert van zijn eigen leerlingen. Bij het leren, zowel als bij het liefhebben is ‘het wederzijds’ van groot belang, beter gezegd  ‘noodzakelijk’. Zo moet het ook zijn bij godsdienstige leiders in Jezus’ tijd maar ook nu. Net als Jezus zelf zijn ze er om mensen te dienen in trouw aan het Evangelie. De onlangs afgesloten fase van de synode in Rome was een oefening in het gezamenlijk pelgrimerend onderweg zijn van volk en leiding naar onze gemeenschappelijke bestemming, ons hemels Vaderland. De eerste lezing uit de profeet Maleachi (mijn bode) klaagt de leidinggevenden aan, die zich daar niet bewust van zijn; en de Evangelielezing wijst ons erop dat we op de eerste plaats broeders en zusters zijn luisterend naar de ene leraar Jezus Christus, die ons voorhoudt dat wie onder ons de grootste is als een dienaar moet zijn. Houden we ons daaraan en we zullen gelukkig zijn Amen.

***************************************

Zondag 5 november (kapelaan Siju).

Eens kwam een moeder met haar kind naar Gandhi. Zij verzocht hem, het kind het advies te geven om ‘minder’ te snoepen. Gandhi vroeg haar over paar dagen terug te komen. Een paar dagen later kwam de moeder weer. Hij vroeg haar wéér over paar dagen terug te komen. Wederom kwam de moeder na een paar dagen terug. Toen adviseerde hij het kind om ‘niet’ meer te snoepen. Toen stelde de moeder de vraag: “Waarom kunt u hem dit niet meteen op de eerste dag zelf adviseren”? Gandhi zei: “Ik was ook verslaafd aan snoep, het kostte me zoveel dagen om daar vanaf te komen”. Nu ben ik niet verslaafd, dus kan ik hem direct adviseren.

 

Beste medegelovigen, in het evangelie van vandaag geeft Jezus scherpe kritiek op de Schriftgeleerden en Farizeeën over hun schijnheiligheid. Want ze handelen zelf niet volgens hetgeen wat ze aan de gewone mensen willen leren. Jezus zegt: “Doet en onderhoudt alles wat zij u zeggen, maar handel niet naar hun werken, want zelf handelen zij niet naar hun woorden. Ze leiden een dubbelleven”. Dat betekent, dat ze geen harmonieus leven leiden, want hun woorden en daden spreken elkaar tegen.

 

 

Deze kritiek is soms ook aan ons gericht, wanneer wij ons méér richten op ons eigen belang of voordeel dan op dat van onze naaste. Bv. Wij komen naar de Mis, maar besteden er in ons persoonlijke gebed veel tijd aan, dat onze eigen zin in vervulling gaat. Als we veel bedevaarten maken die slechts voor vervulling van eigen voordeel of behoefte bedoeld zijn of een uiterlijke indruk oproepen. Maar dit geloof, of deze vroomheid weerspiegelt dan niet in ons leven, in onze omgaan met onze naasten. Wij zijn niet bereid om te vergeven, of andere mensen voelen zich soms niet welkom in onze groepen.

Dan missen wij het gemeenschappelijke gevoel onder elkaar. Broers en zussen kunnen verschillend zijn, maar wij hebben allemaal onze eigen gaven, maar ook onze eigen fouten. Wat Christelijk is, betekent dat wij van elkaars fouten kunnen leren en gebreken door broederlijke, respectvolle communicatie aan elkaar kunnen toegeven. Bovendien is het belangrijk om de mensen, met wie wij elke dag ons leven delen; bv. in onze parochie, op ons werk, in ons gezin, proberen te respecteren zoals ze zijn.

Als leerlingen van Christus, moeten wij onder elkaar een simpele en broederlijke houding aannemen. Wij mogen anderen in geen geval verpletteren of op hen neerkijken. Jezus wil anders van ons. Hij wil dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft liefgehad en nog steeds liefheeft.

 

Op het einde van het evangelie hoorden we woorden van Jezus die we niet kunnen negeren. Hij zegt: ‘De belangrijkste onder u zal uw dienaar zijn.’ En Hij zegt ook: ‘Wie zichzelf verheft, zal vernederd, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden. Jezus roept ons op tot Nederigheid. Dit is het tegenovergestelde van trots, eigenliefde, eigenbelang enz. Jezus stelt dienstbaarheid voor als een kwaliteit om Zijn volgeling te zijn. Nederigheid en dienstbaarheid zijn de wegen die Jezus ons nadrukkelijk voor houdt. Het zijn ook de wegen die aansluiten bij het voornaamste gebod dat Jezus ons geeft: “God beminnen en de naasten beminnen gelijk jezelf”.

 

Laten wij proberen vol liefde voor God en elkaar, in alle oprechtheid en in nederigheid te leven. Want wij zijn allemaal broers en zussen en kinderen van een dezelfde Vader in de hemel. Amen.

29-10-2023: Allerheiligen en Allerzielen.

By Preken

Hoogfeest Allerheiligen

Beste mensen, Allerheiligen. Het is een echt katholiek verzamelfeest. Een feest van meer dan duizend jaar oud. Er zijn altijd zoveel martelaren geweest in de Kerk dat die niet allemaal op een dag gevierd konden worden. Heel vroeger was 13 mei de dag van de gedachtenis van de martelaars van de hele wereld. Later veranderde paus Gregorius III dit martelarenfeest in Allerheiligen in 732. De dag ook die H. Benedictus aangeeft voor het begin van de winter. Al deze achtergronden kunnen ons helpen zicht te krijgen op het grote belang van deze dag en dit feest.

Wij geloven in de gemeenschap van de heiligen, zo belijden we in ons geloofsbelijdenis. De gemeenschap van de heiligen staat vandaag centraal in de viering van dit hoogfeest van Allerheiligen. Wij vieren de verbondenheid met allen die ons in geloof zijn voorgegaan en nu leven in Gods heerlijkheid. We vieren de verbondenheid van de kerk op aarde met die in de hemel.

We zijn één met hen omdat wij allen kinderen van God zijn. Maar wíj zijn hier op aarde nog onderweg naar de volheid van onze bestemming. Daarbij zijn de heiligen onze voorbeelden en onze voorsprekers. Zij hebben de volheid van het heil reeds ontvangen.

Het profiel van een heilige schetst Jezus in de zaligsprekingen van de Bergrede.
* Iedereen is een heilige die volgens de leer van Jezus een goed leven probeert te leiden.
* Iedereen die God in anderen vindt en zijn best doet om een ​​persoon te verlichten van pijn, verslaving en ellende, is een heilige. Iedereen die barmhartig, vriendelijk en behulpzaam is voor wie in nood zijn, is een heilige.
* Iedereen die de kant kiest van de armen, zwakken, verlatenen en de eenzamen, is een heilige.
* Iedereen die zijn best doet om een ​​liefhebbende grootouder, vader, moeder, zus, broer,betrouwbaar familielid of vriend te zijn, is een heilige.
* Iedereen die zich verzet tegen onrecht, onderdrukking en discriminatie is een heilige.
* Elke persoon van goede wil die naar vrede in de wereld verlangt en werkt voor het welzijn van alle mensen en de natuur is een heilige.

Ik ben er zeker van dat onze dierbare overledenen in een van deze categorieën vallen en daarom zijn ze heiligen en genieten ze van het eeuwige leven in Gods aanwezigheid. Laten we ons vandaag, terwijl we voor de zielen bidden, ook afvragen: heb ik iets gedaan of doe ik iets goeds om een ​​plaats te krijgen in deze gemeenschap van heiligen die vrienden van God zijn?

Laten we in deze eucharistie bidden voor Gods genade om standvastig te zijn in ons geloof en te durven getuigen van Jezus. Ik wens u zalige hoogfeest van Allerheilige. Amen.

Kapelaan Siju.

***************************************************

Overweging- Allerzielen

‘Een boom kan niet alleen maar in bloei staan.
Eens komt het moment van loslaten
Als bladeren in de herfst Een boom kan niet alleen maar in bloei staan.
Eens komt het moment van loslaten als bladeren in de herfst.
Zo hebben wij een deel van elkaar losgelaten,
Overgedragen aan de wind.’

Ieder van ons heeft al te maken gehad met de dood, de meesten onder ons zelfs het voorbije jaar. Een geliefde die vertrekt. Een vader, een moeder, een broer, een zus, grootouders, een kind, een kleinkind, vrienden, kennissen. Allen kennen we de pijn om de dood. De lege zetel, de lege plaats aan tafel, de volle kleerkast, het lege bed. De leegte in het huis waarin je maandenlang verloren loopt. De leegte in het hart, het verdriet dat niet wil stillen. We kunnen het proberen weg te moffelen, het negeren, het proberen vergeten, maar dat gaat niet, want de dood heeft toegeslagen en de overwinning op het leven naar zich toegetrokken. En wat overblijft zijn de vragen: Waarom moest dat gebeuren. Waar is mijn geliefde? Zien we elkaar ooit terug?

In het evangelie geeft Jezus een antwoord op die vragen, en op alle levensvragen. Hij zegt:
‘Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven in eeuwigheid, ook al is hij gestorven.’ Het zijn woorden waar velen onder ons het moeilijk mee hebben, want hoe kan je in eeuwigheid leven als je gestorven bent? Maar als onze overledenen gestorven zijn, en als dood niets anders is dan dood, waarom zijn we hier dan bijeengekomen? Waarom stralen de kerkhoven onder de bloemen? Waarom gaan we dan naar het kerkhof? Toch niet om tegen de grafstenen te praten? Nee, dood is niet dood. We moeten maar naar de natuur kijken om te weten dat dood niet dood is. Het is volop herfst, de natuur lijkt af te sterven, en tegelijk groeit er al nieuw leven. De bladeren zijn nog niet van de bomen gevallen en de knoppen voor volgend jaar zijn al goed zichtbaar. De granen zijn pas gemaaid, en de volgende oogst kleurt de velden alweer heerlijk groen.

Zo is het ook met onze lieve doden. We zijn hier voor hen samengekomen om voor hen te bidden, en om een kaarsje aan te steken. En net als de natuur blijven ze bloeien in onze herinnering en in onze liefde. En ze zullen blijven leven, nog generaties lang, in onze gesprekken over hen en met hen. In ons verlangen hen weer te zien. In hun namen op het kerkhof en de bloemen op hun graf. Ze gaan de weg van alle leven, en dat is dat leven is, en dat niets bij machte is het leven te uit te roeien.

Beste familie, zolang wij hen liefhebben, zolang ze in onze herinnering blijven leven, zullen onze geliefde doden ons nooit verlaten. En elke keer als we naar het kerkhof gaan, en met een zachte hand over hun graf strelen, zullen we hen over de dood heen vertellen hoezeer we van hen houden en hoezeer we hen missen, en dan zullen ze ons met een glimlach aankijken en ons troosten, want ze zijn niet dood. Ze leven bij God en ze leven bij ons. Ze zijn ons deel van Allerzielen dat rust in de palm van Gods hand, zodat we vol liefde en vol geloof kunnen zeggen:

Tot weerziens. Amen.

Kapelaan Siju.

22-10-2023: 29e zondag door het jaar A – Missiezondag.

By Preken

Beste medegelovigen, vandaag vieren wij de wereldmissiedag. Wereldmissiedag wil duidelijk maken dat iedereen in de kerk in zekere zin missionaris is. Tegelijkertijd wordt ook aandacht gevraagd voor het werk van de missionarissen in jonge kerken. Daarom houdt MISSIO of Pauselijke Missiewerken elk jaar in de missiemaand oktober een extra inzamelingsactie. Alle parochies in Nederland zijn uitgenodigd om dit weekeinde voor het werk van MISSIO te collecteren.
Dit jaar besteden wij aandacht aan de christenen in Libanon. Libanon was het enige land in het Nabije Oosten waar christenen geen minderheid vormen en waar geen staatsgodsdienst is. Met zijn achttien verschillende religieuze groepen, waaronder twaalf christelijke, is het land van de ceders zo multireligieus als bijna geen ander land in het Nabije Oosten.
Vanwege de crisis in Libanon verlaten mensen dagelijks het land, onder wie veel christenen. Het thema van wereldmissie is: “Met brandend hart”. Het verwijst naar de opdracht voor alle gelovigen om zelf mee te werken aan het verkondigen van het evangelie. De Liefde, doorvoelend en barmhartig door te geven die Jezus Christus ons geleerd heeft.

Het evangelie van vandaag gaat over het betalen van belasting. De leerlingen van de farizeeën stelden aan Jezus de vraag: ‘Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer?’. Jezus doorzag hun valsheid en gaf hun een verstandig antwoord: “Geeft dan aan de keizer wat keizer toekomt, en aan God wat God toekomt”. Als het om het geven aan de keizer gaat, dan gaat het om niets anders dan het betalen van de belasting.
Belasting betalen is niet onze grote hobby en vaak zijn wij heel vindingrijk om zo weinig mogelijk belasting te betalen. Bovendien is het verplicht om de belasting te betalen. Het geven aan God is wat God toekomt, dat is een heel andere zaak. Het gaat om heel ons leven in Gods dienst te stellen. Het gaat om je naaste te beminnen zoals jezelf, zodat er in vrede geleefd kan worden. Het is geen verplichting, maar een vrije beslissing om dienaar van God te worden. Het is ook een roeping om oog te hebben voor de noden van onze medemensen. Wij zijn eigenlijk allemaal daartoe geroepen, maar soms dringt het niet tot ons door omdat we te veel met ons eigen belang bezig zijn.
“Geeft dan aan de keizer wat keizer toekomt, en aan God wat God toekomt”. Met deze uitspraak maakt Jezus een onderscheiding tussen de politiek en de religie. De keizer is het symbool voor de wereldlijke macht, maar voor die wereld moeten we ook respect hebben.  Dat respect is de basisbelasting die we aan God moeten betalen uit dankbaarheid. We moeten de natuur en het milieu dus niet uitbuiten, maar ons eigenbelang verkleinen om de schepping en onze medemensen beter te kunnen dienen. Jezus roept ons op om ons in te zetten voor de vrede in de wereld. Een dergelijke inzet is altijd een inzet voor de gemeenschap en het algemeen welzijn.

 

Laten we dus vandaag, op Missiezondag, zeker niet nalaten te luisteren naar Jezus’ woord, en aan God geven wat aan God toebehoort. En aan God behoort een wereld van liefde en vrede voor alle mensen toe, over de hele wereld. En daaraan mogen we meewerken. Daarom bidden wij op de wereldmissie dag om Gods genade, opdat wij ons moge inzetten voor de hele wereld en onze medemensen. Amen.

Kapelaan Siju. 

Zondag 15-10-2023: 28ste zondag door het jaar A 2023

By Preken

Lezingen: Jesaja 25, 6-10a; Filippenzen 4, 12-14.19-20; Matteüs 22, 1-10.

De gebeurtenissen in Israël en de Gazastrook laten niemand onberoerd. We spraken jarenlang over ‘het Heilig Land’ waar Jezus had geleefd en waarheen talloze christenen op bedevaart gingen. In 1948 kreeg Israël in dat land het recht op een eigen staat samen met een Palestijnse staat. De geschiedenis daarna is er een van permanente spanning geweest tussen twee verschillende volken met verschillende godsdiensten. Deze spanning is vorige week zaterdag (Joodse sabbat) tot uitbarsting gekomen. Wat een ‘heilig land’ zou moeten zijn, waar God en medemens gezocht en gevonden worden is de ‘heiligheid’ momenteel ver zoek. Toch zou het perspectief moeten zijn, zoals in Bijbelteksten als die van de 1e lezing van vandaag uit de profeet Jesaja, dat alle volken naar Jeruzalem zouden trekken om in vreugde  God en elkaar op de berg Sion te vinden. Als teken van Verbond(enheid) zouden ze samen maaltijd houden, door God voorzien. Maar in plaats van Gods vrijheid, verbondenheid vrede, vreugde, verzoening en vergeving heersen er geweld, angst, paniek, onzekerheid, ellende en verdriet.

Zaterdagavond al in Nijswiller en vandaag, zondag, n na de vieringen in Eys en Wahlwiller houden we in alle drie de dorpen van de kleine federatie Morgenster een gebedswake om stil te staan bij de daden van geweld niet alleen in Israël/Palestina maar ook in Oekraïne en diverse andere plaatsen van oorlog, geweld, armoede en achterstelling. We stellen het Allerheiligste uit om aan te geven dat God een wereld van vrede en verzoening voor ogen heeft en dat Jezus Christus daar zijn leven voor heeft gegeven. We hopen dat veel mensen aan deze gebedswake zullen meedoen.

Denken we nog even na over de Evangelietekst van vandaag. Zoals we de laatste weekenden al hebben kunnen ervaren legt Jezus graag uit wat Hij bedoelt in de vorm van een verhaal. Zo, bijvoorbeeld:

-dat we altijd elkaar moeten vergeven; dat het erop aankomt ‘ja’ te zeggen op de uitnodiging om mee te doen aan het werken voor het Rijk van God; dat het gaat om waarachtige godsdienstigheid  en niet om schijn.

Zo ook vandaag. Opnieuw richt Hij zich tot  hogepriesters en ‘oudsten van het volk’, die met de schriftgeleerden, deel uitmaakten van de Hoge Raad. Zij zijn het die de leiding geven aan het volk, dat gezien wordt als uitverkoren volk. Als eerste raakt het bekend met de Goede Tijding, het Evangelie van Jezus. Maar Jezus waarschuwt hen. Ze zijn wel de eerst genodigden om aan het bruiloftsmaal aan te zitten, maar als zij om allerlei redenen geen gevolg geven aan de uitnodiging  is iedereen welkom, die aan de uitnodiging gevolg wil geven. De uitnodigende Koning is God, de Zoon voor wie de maaltijd wordt aangericht is Jezus; de eerst genodigden zijn het volk en zijn overheid. Zij zijn het ook die geen gevolg geven aan de uitnodiging en zelfs in het verleden de profeten hebben mishandeld en gedood. Als straf zal de koning hun stad laten verwoesten. Het doet denken aan het jaar 70 na Christus toen de Romeinen Jeruzalem en zijn tempel verwoestten. De evangelieschrijver Matteüs heeft die tijd meegemaakt. Degenen, die wel komen zijn de mensen van de straat, de heidenen, om zo te zeggen, die wél op de uitnodiging ingaan. Het verhaal is eigenlijk een doorbraak. Om het Evangelie van Jezus te beleven en ervan te getuigen zijn alle mensen uitgenodigd. Degenen, die in waarachtige godsdienstigheid daar gevolg aan geven horen thuis in het Rijk van God. Waar ook wij het Evangelie lezen worden we uitgenodigd om mee te doen aan het tot stand komen van het Rijk van God; een rijk op basis van barmhartigheid, mededogen, gerechtigheid en liefde, waarin voor alle mensen kans van leven is. Het is het tegendeel van wat we momenteel op onze wereld zien gebeuren. Wij kunnen door ons leven als in Jezus de Christus gelovige mensen eraan meewerken, dat het anders wordt.

Emeritus pastoor Reijnen. 

8-10-2023: 27e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2023.

By Preken

Lezingen: Jesaja 5,1-7; Filippenzen 4, 6-9; Matteüs 21, 33-43.

Veel mensen vinden de Bijbel moeilijk te begrijpen. De taal ligt hen niet, de situaties van toen verschillen sterk van die van nu. Het zou wel eens de reden kunnen zijn, dat  er mensen afgehaakt zijn. Wij katholieken zijn over het algemeen weinig persoonlijk vertrouwd met de H. Schrift tegengesteld aan protestanten.

Voor degenen, die de Bijbel willen uitleggen is het altijd een hele opgave de Bijbel te plaatsen in de tijd van nu. Toch blijken de Schriftverhalen van vroeger van betekenis te zijn ook nu. Deze paar opmerkingen gaan vooraf aan een beschouwing over de lezingen van vandaag.

We beginnen met de vraag: Hoe was het toen, in Jezus’ tijd? In het Evangelie van Matteüs heeft Jezus grote problemen hogepriesters, de oudsten, de Hoge Raad, rechtlijnige Schriftgeleerden en Farizeeën en de liberale Sadduceeën. Het gaat over de vraag wat een waarachtig op God en medemens georiënteerd leven is overeenkomstig met de aanwijzingen uit de Wet van Mozes (denk aan de 10 Geboden). Mozes was de man, die het volk van God, via een moeizame woestijntocht, had weggevoerd uit de slavernij in Egypte naar de ruimte en de vrijheid van het Beloofde Land. Degenen die het in Jezus’ tijd voor het zeggen hadden, hadden de aanwijzingen van Mozes aangevuld met allerlei strenge en minutieuze voorschriften; bijvoorbeeld voor de rustdag, de sabbat, en t.a.v. eten en drinken. Jezus plet daartegenover voor ruimte, die mensen nodig hebben om in vrijheid  en waarachtigheid op zoek te zijn naar liefde voor God en medemens.
Het conflict tussen Jezus de religieuze overheid en de heersende groeperingen wordt weergegeven o.a. in het verhaal uit het Evangelie van vandaag.

Met de eigenaar van de wijngaard is God bedoeld. Gods heeft altijd zorg besteed aan zijn wijngaard, vroeger (1e lezing uit de profeet Jesaja). Hij heeft zijn wijngaard toevertrouwd aan pachters  zijn de leidinggevenden. Die lopen het gevaar te doen alsof ze zelf de eigenaar zijn. Waarschuwende  gezanten van de eigenaar, de profeten  hebben ze vaak buiten spel gezet en zelfs menigmaal gedood  Met de Zoon, die zichzelf ook graag Mensenzoon, een van ons, noemt, aan wie de pachters zich vergrijpen en die ze doden, is Jezus  bedoeld, de gezalfde van God. Hun straf zal zijn, dat de wijngaard, het Rijk van God aan anderen wordt toevertrouwd, die waarachtig God en medemens dienen. Pasen is het bewijs, dat God achter zijn Zoon Jezus staat.

Heeft dit verhaal van toen betekenis voor nu? Als je aan de tocht denkt uit de slavernij, door de woestijn, naar het Beloofde Land, kun je aan de talloze vluchtelingen denken die uit de ellende van armoede en geweld naar het Westen willen, voor  hen het Beloofde Land. Bij de gedode dienaren van de eigenaar kun je denken aan de mensen die ook nu nog omwille van hun geloofsovertuiging van ruimte en vrijheid,  worden gedood.   Heel het verhaal van vandaag geeft de mogelijkheid aan, dat de godsdienst vervalt tot onwaarachtigheid en schijn. Om dat te verhoeden heeft onze huidige paus Franciscus de nu bezig zijnde Synode in Rome bijeengeroepen, waarin voor het eerst een grote groep leken aan de beraadslagingen mag deelnemen. Het 2e Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft erop gewezen, dat ‘heel het volk van God samen pelgrimerend onderweg is naar zijn bestemming. In dat volk mag iedereen vertellen wat het geloof met hem of haar doet. De hiërarchie van bisschoppen, priesters, diakens zijn mede samen met alle anderen op weg en staan ten dienste van de mensen en van het Evangelie van Jezus Christus. Ze zijn niet de baas. De samenkomst in Rome is om te laten zien, dat iedere gelovige medeverantwoordelijk is voor de beleving van het Evangelie en daarom ook gehoord mag worden. Maar ook onze parochieavonden het vorig jaar hadden die bedoeling. Vele hebben het als positief ervaren, dat ze eens hun mening konden zeggen.

Ze kunnen we van de lezingen uit de H. Schrift nog veel leren. Ze stellen ons voor de vraag hoe waarachtig ons geloof is; of het georiënteerd is op het Evangelie met als kern de liefde tot  God en medemens, en daar ook voor uitkomen in onze manier van leven, in de keuzes die we maken ten dienste van elkaar en het heil van onze wereld. Ons geloof is gave en opgave, Amen

Emeritus pastoor Reijnen.

1-10-2023: Zondag 26 A: Ja en Nee!!

By Preken

Beste mensen, de eerste woorden die wij leren in een vreemde taal, zijn: ‘ja’ en ‘nee’. We hoeven geen talenknobbel te hebben om te weten, dat ze in Engeland ‘yes’ tegen ‘ja zeggen. En in Frankrijk ‘non’ tegen nee. Ja en nee: hele belangrijke woorden waarmee we veel aan kunnen duiden en waartussen een wereld van verschil kan liggen. Er zijn streken in onze wereld waarin ze ‘ja’ knikken en daarmee ‘nee’ zeggen en omgekeerd. In mijn thuisland doen wij meestal zo… Dat hebben jullie ook gemerkt, toen ik hier kwam. Meestal vonden onze kosters en dames die op kantoor werken, dit verschrikkelijk moeilijk om helder te krijgen of ik, als ik zo… knik, in plaats van ‘ja’, of ‘nee’ wil zeggen.

 

Vandaag in het evangelie leidt Jezus zijn gelijkenis in met een vraag: “Wat denken jullie?” En hij stelt die vraag heel gericht aan de religieuze leiders van zijn tijd.  In de parabel luidt de opdracht aan de zoon zeer duidelijk: „Ga, en werk vandaag in mijn wijngaard! “Terwijl de eerste zoon wel ‘Ja’ zegt, maar eigenlijk ‘neen’ bedoelt, reageert de tweede zoon juist omgekeerd.

 

 

Deze gelijkenis is voor de joodse religieuze leiders als een spiegel waarin ze zichzelf zouden moeten herkennen. Want het gedrag van de eerste zoon komt helemaal overeen met hun eigen gedrag. Zij zeggen ‘Ja’ tegen het geloof aan God, ze zeggen ‘Ja’ tegen het feit dat God mensen nodig heeft om zijn boodschap te verkondigen en ze zeggen ook ‘Ja’ tegen het feit dat wij, in Gods opdracht, een hulp moeten zijn voor de mensen.

Ze zeggen altijd ‘Ja’, maar ze trekken ervoor zichzelf niet de juiste consequenties uit. Jezus wil met deze parabel bij hen een wijziging in hun standpunt/of bezinning omtrent hun handelen bereiken. Maar lukt Hem dat ook?  De religieuze leiders van het volk waren niet dom. Ze begrepen zeer goed wie zich juist had gedragen, dat het de tweede zoon was die de wil van zijn vader heeft gedaan. Maar zelf wilden zij wel preken hoe de mensen naar Gods opdracht moesten leven, maar zelf kwamen zij dit in hun eigen leefwijze niet altijd na.

En hoe is dat eigenlijk met ons?  Met die vraag: “Wat denken jullie?” spreekt Jezus ook ons aan – U en mij.  Wij herkennen die twee typetjes in ons toch ook? Die twee die ons dikwijls volmondig ja laten zeggen voor een taak, voor een project, een uitnodiging voor iets of aan een persoon. En dan komen er daarna langzaam twijfels in ons op, onze aanvankelijke geestdrift verdwijnt, maakt plaats voor vele vragen, en uiteindelijk trekken we ons dan terug, wat op een ‘nee’ uitdraait.

Een dergelijk gedrag mogen we ook niet a priori veroordelen; want het besluit om terug te trekken kan ook juist zijn. Daarom moeten we ons afvragen: Had dat “neen” een reden? Werd het eerlijk gemotiveerd of was het gewoon een excuus uit luiheid, onwil of ergernis?

Jullie voelen dat toch ook aan: Een Neen kan, wanneer het goed gemotiveerd is, ook een Ja zijn. Je moet soms ook ‘Neen’ leren zeggen!

Beste mensen, Wij zijn allemaal dochters en zonen van God. Hij is het die ons vandaag naar zijn wijngaard stuurt. Die wijngaard ziet er voor ieder van ons heel anders uit. Maar wat we nu vooral nodig hebben is geen moreel of dogmatisch kompas, maar een duidelijk geloof, een gezond verstand, en het besef dat de beste kritiek aan datgene wat we in de wereld en in onze kerk voor verkeerd aanzien, erin bestaat het zelf beter te doen.  Daarbij mogen we niemand veroordelen die vandaag ‘Neen’ zegt: „Neen, ik heb geen kerk nodig “: „Neen, dat kan en wil ik niet”.

Ook Jezus veroordeelt die mensen niet. In tegendeel. Tegen de JA- zeggers zegt Hij: Let op, misschien komen die anderen nog voor jullie in het rijk der hemelen – zoals die tollenaars en die deernen uit het Evangelie. En Jezus zegt dat niet omdat hij hun levenswijze of hun afstandelijkheid tegenover de kerk zou begroeten, maar omdat Hij weet dat een Neen altijd nog in een volmondig Ja kan veranderen.

Ik wens u een gezegende week, en alle genade op uw gebeden. Amen.

Kapelaan Siju.

Zondag 24-9-2023: 25 A Hoe God met zijn mensen omgaat.

By Preken

2023   25   A   HOE GOD MET ZIJN MENSEN OMGAAT

De teleurstelling van de werkers van het eerste uur zal niemand verbazen. Na de rijkelijke beloning  van de mensen die maar één uur hebben gewerkt is de reactie van de anderen niet vreemd. Dit verhaal strijkt ons stevig tegen de haren in. God, de eigenaar van de wijngaard, bevoordeelt mensen die het in onze ogen niet hebben verdiend. Als je het principe hanteert van ‘loon naar werken’, is wat die eigenaar doet onrechtvaardig. Anderzijds moeten we ook toegeven dat die man met de arbeiders van het eerste uur een heldere afspraak heeft gemaakt: een dagloon van één denarie. Blijkbaar kiest God ervoor dat het in zijn wijngaard anders toegaat dan elders gebeurt. Wat opvalt in Jezus’ parabel is dat de eigenaar niet zijn personeelschef stuurt om arbeiders te ronselen. Nee, hij zelf gaat hoogstpersoonlijk vijf keer op pad om werklui te werven. Zo belangrijk vindt hij het dat de oogst niet verloren gaat en dat ieder die dat wil daaraan mee kan werken. Blijkbaar is het nooit te laat om je aan te sluiten bij de andere werknemers. Al heb je misschien nog wat staan aarzelen, telkens luidt zijn uitnodiging: ‘Kom werken in mijn wijngaard!’  Blijkbaar is het nooit te laat om aan de slag te gaan. Je mag rekenen op een rechtvaardige beloning, zegt de baas.  Als we deze parabel horen, moeten we waarschijnlijk even slikken. We worden nl. niet afgerekend op het aantal uren dat we hebben gewerkt en op wat we hebben gepresteerd, maar op grond van onze bereidheid te geloven dat God iedereen uitnodigt en dat Hij de poort van zijn wijngaard wagenwijd open zet voor alle mensen. Ook al staat die aanpak van God ons niet aan en zijn we het niet eens met het belonen van mensen die het in onze ogen niet verdiend hebben, God heeft daar geen boodschap aan. Voor Hem geldt: ‘Ieder die zich aan Mij toevertrouwt en mijn uitnodiging aanneemt, zal ontvangen wat hij voor zijn leven nodig heeft’

Nou staan er op de wereldmarkt massa’s mensen die werkeloos moeten toezien, omdat er in hun streek geen  werk voor hen is en niemand op hen staat te wachten. Daarom hoeft het ons niet te verbazen dat velen hun land verlaten, omdat ze er geen toekomst zien. Ook mensen die zoeken naar veiligheid en het geweld ontvluchten, zoals in Dafur en Oekraïne en op tal van andere plaatsen. Je kunt je afvragen of onze wereld niet vol zit met ‘mensen van het 11e uur’, mensen die wel willen werken, maar niet aan de bak komen om allerlei redenen. Onze regering en Europa worstelt nog steeds met het vreemdelingenbeleid, mede ook omdat velen bang zijn dat werkers van elders onze banen en woningen innemen en leven van ons geld. In de parabel lezen we dat die landeigenaar helemaal niet selecteert. Ieder die bereid is aan te pakken, is welkom in zijn wijngaard. Blijft toch de vraag: waarom hij de laatkomers het volledige loon laat uitbetalen? Is dat niet een duidelijk teken van zijn zorg dat iedereen menswaardig kan leven?

De verbazing en het ongenoegen bij de arbeiders die de hele dag hard gewerkt hebben kunnen we goed begrijpen. Maar als de werkers van het eerste uur hun beklag komen doen bij de landeigenaar, zegt hij:’ Jullie zijn toch akkoord gegaan met het dagloon van een denarie. Zijn jullie dan nu boos omdat ik goed ben?’  Wij zijn geneigd te zeggen: ‘Jezus zet de wereld op zijn kop! In onze wereld geldt: Loon naar werken. Jezus zegt echter: ‘ In de wereld van God dient ieder te krijgen wat hij nodig heeft en leeft de een ten dienste van de ander. In  Rijk geldt niet ‘Wij hebben meer geleerd, meer gepresteerd, meer prijsgegeven, meer gebeden en daarom hebben wij ook recht op méér dan anderen’. In zijn parabels maakt Jezus duidelijk dat God geen boekhouder is, maar een God die goed wil zijn voor alle mensen. Als wij willen leven onder zijn heerschappij,  worden we opgeroepen ook anderen te laten delen in Gods goedheid. Dat is onze roeping en tevens onze beloning! Zieken, kinderen en kansarmen mogen toch niet uit de boot vallen!
In de parabel wordt nergens gezegd: ‘Zo moeten jullie ook doen!’ . Jezus’ parabel laat enkel zien hoe God met mensen omgaat. God, de eigenaar van de wijngaard, nodigt uit en het is aan ons wat we met die uitnodiging doen. Jezus maakt duidelijk dat God, de Eeuwige, geen onrecht doet. Hij schenkt wat Hij belooft en meer dan dat. Zijn vraag te komen werken in zijn wijngaard, wil ons de ogen openen, zodat wij anderen kunnen zien als medearbeiders met wie wij het werk mogen delen en zo vrede bevorderen. Laten wij bidden, dat wij met Jezus’ ogen naar elkaar durven kijken. AMEN.

Emeritus pastor Franssen.