Zondag 18-10-2020: 29e zondag door het jaar A.

By Preken

Lezingen: Jesaja 44 1, 4-6; 1 Thessalonicenzen 1, 1-5b; Matteüs 22, 15-21

Er worden in het dagelijks leven daden van ons verwacht, die we als het aan ons lag niet of liever niet stellen. Zo moeten we belasting betalen. De meesten van ons doen dat liever niet. Zo moeten we ook verkeersregels in acht nemen. Er staan sancties of straf op, als we niet doen wat wetten voorschrijven. Momenteel worden ons door de overheid verplichtingen opgelegd, die we liever niet nakomen. Ze beperken ons in onze natuurlijke manier van doen, die we gewend zijn. Ze stellen onze geestelijke gezondheid, ons maatschappelijk leven, onze economie op de proef. En toch moeten we eraan voldoen. Onze gezondheid is de voornaamste drijfveer. Opmerkelijk is dat adviezen niet voldoende blijken te zijn. Soms blijken maatregelen afgedwongen te moeten worden. Niet van iedereen is de zin voor verantwoordelijkheid voor elkaar even sterk ontwikkeld. Niet iedereen is bereid zichzelf uit eigen beweging  beperkingen op te leggen. Maar de bedoelingen is dat iedereen zich eraan houdt, gelovig of niet.

Het moeten voldoen aan verplichtingen is in sommige situaties nog ingewikkelder. Zo, bijvoorbeeld van mei 1940 en mei 1945 toen Nazi Duitsland in ons land  de baas was. Die kwamen met allerlei nieuwe voorschriften, die onze vrijheid inperkten. Tegen de Duitsers was verzet en men probeerde hun overheersing zoveel mogelijk afbreuk te doen. Burgemeesters, die er het beste van wilden maken hadden het er moeilijk mee

Het voorgaande is nodig om de situatie van de lezing uit het Evangelie va Matteüs uit te leggen. De Romeinen bezetten het land. Israël heeft maar een beperkte vrijheid, maar het mag zijn tempeldienst en de plaatselijke bijeenkomsten in hun synagogen vieren. Ze hadden hun eigen rechtspraak, maar in burgerlijke aangelegenheden hadden de Romeinen het voor het zeggen. De Farizeeën stonden de strikte uitvoering van de Joodse wetten voor. Ze stonden vijandig tegenover Joden in Romeinse dienst zoals de belastingambtenaren (tollenaars). Ze probeerden Jezus in de val te lokken met de vraag: moeten wij Joden aan de Romeinen, de bezetters, belasting betalen? Achterliggende vraag: moet je gehoorzamen aan de wetten van de bezettende macht? Moeilijke vraag.

Jezus’ antwoord is veelzeggend. Hij laat een munt zien, die de beeltenis van de keizer draagt. Hij zegt: ‘geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan  God wat aan God toekomt’.

Is dit toepasbaar op onze situatie in deze coronatijd? Ik denk het wel. We zijn  allemaal burgers van  deze wereld, gelovigen en niet gelovigen. We staan allemaal bloot aan de besmetting met het coronavirus, gelovigen en niet gelovigen. De burgerlijke overheid heeft tot taak de gezondheid van alle burgers te beschermen, hoewel godsdienst een eigen kijk op leven en dood  inhoudt. Hoewel ons perspectief als christenen is, dat we in leven en dood geborgen zijn in God. Hoewel we dat vertrouwen ontlenen aan ons voorbeeld Jezus Christus, maakt ons dat niet immuun voor wat onze wereld momenteel overkomt. We hebben solidair te zijn in het nakomen van de maatregelen van de overheid.

Daarom ook hebben onze bisschoppen voor ons de maatregelen vertaald naar onze situatie als kerk. Je zou kunnen zeggen: door ons ook als gelovigen te houden aan de voorschriften, vertaald naar onze kerkelijke situatie, geven we niet alleen de burgerlijke overheid wat haar toekomt maar ook aan onze medemensen en God hetgeen hén toekomst. De liefde voor mens en God vraagt dit van ons. Amen. AR

Zondag 11-10-2020 (28 A): Een uitnodiging die je niet voorbij laat gaan…..

By Preken

Bijna onvoorstelbaar: je wordt niet per brief of mail, maar hoogst persoonlijk uitgenodigd voor een bruiloft aan het koninklijk hof. Het is mogelijk dat je je zorgen maakt over een kado en passende kleding, maar verder laat je zo’n kans niet aan je voorbijgaan. Toch is dat wat er gebeurt in de parabel die Jezus vandaag vertelt, zelfs tot tweemaal toe. Als je bedenkt met hoeveel zorg de lijst van genodigden is samengesteld  – mensen die het laten afweten – dan is het niet verwonderlijk dat de koning diep teleurgesteld is en boos. Maar toch geeft hij zijn plan niet op. Het feest moet doorgaan, want alles staat klaar. Deze keer geen zorgvuldig samengestelde lijst van genodigden. Hij stuurt zijn bedienden naar de kruispunten en toegangswegen van de stad om mensen uit te nodigen. Alle mensen van goede wil zijn welkom, ook degenen op wie de eerst genodigden met minachting neerkijken. Toch is dat wat Jezus vertelt: Farizeeën Schriftgeleerden, bestuurders, de religieuze upper ten: zij hebben het laten afweten. Zij moeten niets van Hem hebben en willen Hem zelfs uit de weg ruimen. Terwijl mensen die in hun ogen niet deugen zich voor Hem open stellen. We zien dat vaker gebeuren: mensen die hun leven zgn. op orde hebben, hun eigen opvattingen en ideeën hebben, hun eigen manier van leven, hun kring van vrienden. Ze staan bepaald niet te wachten op mensen die anders denken en doen. Ze willen hun veilige leventje niet overhoop laten halen.  Samen met U vraag ik me af: welke boodschap heeft deze gelijkenis voor ons? Wij horen niet tot de religieuze upper ten aan wie Jezus deze parabel vertelt, maar ook wij hebben onze eigen voorkeuren, gedachten, bezigheden en interesses, waardoor we niet altijd openstaan voor de uitnodiging die Jezus doet. Hij nodigt ons aan een feestmaal waarbij iedereen welkom is: zieken en gezonden, geletterden en analfabeten, mensen met een job en werkelozen.  Ook vluchtelingen en asielzoekers. Kortom: ook mensen met wie wij niet graag aan een zelfde tafel zitten. Om een aangename gast van de Koning te zijn moeten we waarschijnlijk heel wat loslaten: vooroordelen, vastgeroeste ideeën, de neiging over anderen te oordelen enz. We weten allen: een bruiloft en zeker een koninklijke bruiloft is niet zomaar verjaardagsfeestje, maar het summum van de feesten. Je neemt er vrijaf voor en laat andere bezigheden schieten. Wat kunnen er nou voor ons redenen zijn om zo’n koninklijke uitnodiging naast ons neer te leggen? We zullen niet – zoals in de parabel gebeurt – de hand slaan aan de dienaren van de koning.

Maar wat doen wij bv. in het stemhokje bij de verkiezingen? Kijken we alleen naar ons eigen voordeel of durven  we ook kiezen voor partijen die het opnemen voor de zwakkeren in de samenleving? Waar letten we vooral op, als we boodschappen doen? Zijn fairtrade producten te duur of voor ons niet goed genoeg? Welke artikelen uit de krant krijgen onze aandacht en naar welke TV-programma’s kijken we? Zoeken we enkel naar sport en ontspanning, of kijken we ook naar informatie die ons geestelijk verrijkt en naar informatie die ons zicht geeft op wat er in onze wereld aan de hand is? Letten we bewust op wat goed is voor het milieu of kiezen we voor wat het makkelijkst is? Natuurlijk zullen we niet gauw geweld gebruiken om onze zin te krijgen, maar beschermen we ook bewust de meest kwetsbaren in de samenleving?

We lezen er misschien makkelijk overheen, maar de uitnodiging van de koning betreft niet zomaar een maaltijd: het beste van het beste heeft de koning laten klaar maken voor de genodigden, hoe is het dan mogelijk dat zijn potentiële gasten het zonder meer laten afweten? Zijn we misschien bang voor wat er van ons gevraagd gaat worden en voor de keuzes die we moeten maken? Wat zullen we los moeten laten, omdat het niet past bij de verlangens van de koning die ons uitnodigt? Waar letten we op, zodat onze ‘outfit’ ook past bij zo’n feest? Als geschenk geven wij tegenwoordig vaak een kadobon. Dat bespaart niet alleen veel nodeloos gezoek, maar het wordt zeker gewaardeerd als het een bon is met de belofte dat we zullen meewerken aan de komst van Gods Koninkrijk.  Daarin wordt geijverd dat ieder schepsel tot zijn recht komt.  We mogen bidden om het licht van de H. Geest, zodat we zien wat er op het spel staat. Zo’n ongekend feest mogen we toch niet aan ons voorbij laten gaan. We zijn wel geen Schriftgeleerden of Farizeeën, maar we staan wel degelijk op de lijst van genodigden. Als gedoopte- en gevormde christenen worden we regelmatig met de boodschappen van de Bijbel geconfronteerd. Laten we bidden dat de H. Geest ons de ogen opent voor de kansen die ons worden geboden en dat we de weg durven kiezen waarop Jezus ons is voorgegaan. AMEN.

Zondag 4-10-2020: 27 A: Verantwoordelijkheid dragen…….

By Preken

VERANTWOORDELIJKHEID DRAGEN

Al zullen velen met spanning gekeken hebben naar de nieuwe maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis, toch leggen de regeringsleiders er de klemtoon op dat ontwikkelingen in belangrijke mate afhangen van ons gedrag. Of wij een aantal basisregels in acht willen nemen om verdere besmettingen te voorkomen. Alleen sámen kunnen we het virus onder controle krijgen.

De parabel in het Evangelie van deze dag vertelt over  een wijngaard die aan mensen in pacht wordt gegeven. Of het nou gaat om een wijngaard, sommen geld, een huis en haard: alles wat wij hebben, beschouwen we het als ons bezit of durven we ze zien als zaken die ons in bruikleen, in pacht zijn gegeven?  Zaken die ons zijn toevertrouwd? Om die vraag draait het vandaag. Hebben we ze klemvast in eigendom of durven we met wat we hebben ontspannen om te gaan, omdat het ons is toevertrouwd? Iedereen vindt het heerlijk, als je succes hebt. Zoiets klinkt in het begin van het lied dat we hoorden in de 1e lezing. Als je je zaken op orde hebt, kun je ze met een gerust hart aan anderen overdragen. Maar blijkbaar kan niet iedereen goed omgaan met wat hem/haar is toevertrouwd, vroeger niet en ook nu niet. Dat komt aan het licht, als er rekening en verantwoording wordt gevraagd. Nou is Jezus niet in gesprek met wijnbouwers, maar met de hogepriesters en de oudsten van zijn volk.  Over hun hoofden heen stelt Hij ook aan ons de vraag: Probeer je koste wat het kost je eigen winst veilig te stellen of ben je bereid verantwoording af te leggen van  datgene dat je is toevertrouwd? En dat is nog al wat, ook al noemen we het ons eigendom. Immers wie geeft ons de gezondheid en de talenten om het te verwerven? In de parabel van het Evangelie wordt op geen enkele manier verantwoording afgelegd. De zoon van de eigenaar wordt gedood. Er is dus niet alleen sprake van een breuk tussen eigenaar en pachters, maar zelfs van moord en doodslag. Wij beseffen heel goed dat ons veel meer is toevertrouwd dan geld, aandelen, obligaties en ander bezit. Er zijn ons mensen toevertrouwd: kinderen en kleinkinderen misschien, familie, vrienden en buren. Zelfs de toekomst van de samenleving is ons toevertrouwd. De verhalen uit de Bijbel zijn ons overgeleverd om ons leven richting te geven en om van te leven. Het gaat om wat Jezus vaak noemt: het koninkrijk van God. Het gaat God ook om ieders eigen levensverhaal, heel persoonlijk en hoe wij garant staan dat zijn boodschap van geloof, hoop en liefde gestalte krijgt. Anders raken wij verzeild in een neerwaartse spiraal van negativiteit, roddel en angst. Ook onze eigen mening is geen absoluut bezit, maar gevormd door de meningen van anderen in onze opvoeding en door wat we hebben meegemaakt. Kortom: alles wat wij hebben, ons bezit , onze geestelijke bagage, onze instelling: wij hebben ze gekregen en zullen er eens verantwoording over moeten afleggen. Het beeld van de toevertrouwde wijngaard staat dus voor het koninkrijk van God. Door onze christelijke opvoeding en deelname aan de sacramenten hebben wij a.h.w. aandelen in handen gekregen van dat Rijk van God. Door inspirerende, liefdevolle en zorgzame  mensen op onze levensweg laat God ons delen in zijn liefde. Al die gaven heeft Hij ons toevertrouwd en volgens de geloofsbelijdenis komt er een moment dat God ons zal vragen wat wij met zijn gaven hebben gedaan. Als Hij of zijn Zoon komt om de opbrengst in ontvangst te nemen, kunnen wij dan goede vruchten aanbieden? Kunnen wij Hem tonen wat er aan goeds is gegroeid, dank zij de genade en liefde waarmee Hij ons omringt. Het hoeft dan niet te gaan over prestaties waarbij ieder de mond open valt van verbazing, maar ook om ervaringen waarin bleek hoe kwetsbaar wij zijn en hoezeer we elkaar nodig hebben. Daarin blijkt nl. dat de onderlinge liefde niet minder wordt door ze te delen, maar zich juist vermenigvuldigt.

Dit weekend vieren wij ook de gedachtenis van de H. Franciscus van Assisi. Hij heeft zijn luxe leven vaarwel gezegd om dichtbij mensen te kunnen zijn die zich in de steek gelaten voelen en verloren lopen, zoals melaatsen. Jezus spreekt van de ‘minsten der mijnen’. Door heel zijn optreden maakt Hij duidelijk dat juist deze mensen de onmisbare hoeksteen zijn, de hoeksteen van het huis waarin de mensheid woont. Als we die steen niet oppakken, als we die mensen niet zien staan, vertrouwt God zijn Koninkrijk niet aan ons toe. Onze wereld zal dan een verwilderde tuin worden, vol distels en doornen, als er geen recht wordt gedaan aan de kwetsbare druivenranken, zoals Jesaja het zegt. (Jes. 5). Als we alleen maar onze eigen vriendjes kiezen, zou dat Rijk van God beheerst worden door vriendjespolitiek. Ieder die de besloten kring wil binnendringen, wordt weggestuurd of om zeep geholpen, zoals de parabel van het Evangelie op strenge toon meedeelt.
Maar God laat geen corruptie toe in zijn wijngaard, want dan zouden melaatsen, ouderen en eenzamen verstoken blijven van vriendschap. Jezus noemt zijn leerlingen vrienden als ze goede vruchten voortbrengen, als ze hun naaste even hoog achten of ze gezond  of  ziek zijn, dichtbij of veraf. Wie de schepping eerbiedigt, eerbied heeft voor alles wat leeft, en juist voor wat niets waard lijkt te zijn, wat geen aanzien heeft, wat geen geld of status oplevert, ontmoet vanzelf vriendschap. Eerbied, dankbaarheid en bescheidenheid tekenen de levensweg van Franciscus. Met niets begonnen werd hij vriend van heel de schepping. Zonder uit te zijn op beloning overkomt ook ons de vriendschap, als wij met zorg werken in Gods wijngaard. God vertrouwt ons dan zijn droom toe. Zo worden wij vrienden van God en God als een vriend voor ons. En we weten: een echte vriend gunt je alle geluk van de wereld. God dus ook.
AMEN

Zondag 27-9-2020: 26ste zondag van het Jaar A: Ja zeggen en Ja doen.

By Preken

De reactie van de twee zonen op de vraag van hun vader doet ons misschien  denken aan ‘tienergedrag’.  Op een vraag van hun ouders zeggen ze soms:  ‘Ja’  en doen het gevraagde niet of ze reageren: ‘Nee, ik heb nu geen tijd’, slaan de deur dicht en de volgende dag hebben ze de klus toch geklaard.  De parabel gaat echter niet over tienergedrag. De directe aanleiding voor de gelijkenis zijn de verwijten die de Farizeeën en oudsten van het volk Jezus maken: Hij houdt zich niet aan de Wet van Mozes en de overlevering van de voorvaderen. Zij beschouwen zichzelf als voorbeelden en houden het volk voor wat ze moeten doen en laten. Jezus ziet echter dat ze in hun leven niet zo voorbeeldig zijn als ze zich voordoen. Als je ‘ja’ hebt gezegd op een ideaal, zoals bv. het stipt onderhouden van de Wet van Mozes, dan betekent dat nog niet dat je feitelijk ook op de goede weg zit. Jezus wil hen wakker schudden en wijst hen op het optreden van Johannes de Doper. Wat was het resultaat? Ze hebben die profeet niet serieus genomen, terwijl mensen die in hun ogen fout bezig zijn, dat wel hebben gedaan. Jezus overkomt nu hetzelfde. Hij maakt hen duidelijk: ‘Woorden en beloftes die niet in daden worden omgezet, zijn waardeloos. Bij mensen die jullie minachten en als zondaars beschouwen is dat wel anders’. Het is dus niet goed snel te oordelen, want mensen kunnen veranderen.

Nou leven die twee zonen, die twee houdingen, in ieder van ons. Iemand doet een beroep op ons. We zeggen ‘ja’ en als we ons later realiseren, hoeveel tijd en energie dat van ons gaat vragen, laten we het vaak afweten. Of we zeggen: ‘ Ik heb nu geen tijd’ en we komen op ons antwoord terug en doen het toch. Zo blijkt dat we gecompliceerde wezens zijn, soms een raadsel voor onszelf. Ook zien we dat er veel goeds gedaan wordt door mensen van wie we dat niet hadden verwacht.

Wat is nu de boodschap van die gelijkenis voor ons?  Wat is er in onze huidige samenleving vooral nodig? Is het in deze pandemie niet van  wezenlijk belang dat er meer solidariteit groeit in onze wereld?  Dat geldt niet alleen voor mijn eigen plek, dat het mij goed gaat. Het gaat erom dat wij meer rekening houden met- en zorg dragen voor elkaar; dat we elkaar ondersteunen en dat er een halt wordt toegeroepen aan de groeiende onverdraagzaamheid, eenzaamheid en angst. Dat de breder wordende kloof tussen rijk en arm wordt gedempt. Jezus zou zeggen: ‘Het gaat om de opbouw van het Rijk van God’. En dat is heel concreet.

Of we op een hulpvraag  van anderen ingaan of niet:  We moeten ergens in onszelf een beslissing nemen. Wanneer zeg je ‘ja’ en reageer je positief, omdat een medemens het vraagt?  Sommigen zeggen misschien: ‘ Ik zeg  ‘ja’,  als ik het idee heb, dat God dat van me vraagt’. Al zullen velen tegenwoordig niet zo gauw zeggen dat God iets van hen vraagt, toch is het een grote hulp, als wij durven geloven dat het appèl dat mensen op ons doen een appel is dat God op ons doet, vooral als het gaat om de vraag van kwetsbare en arme, eenzame – en  hulpeloze mensen.  Als we in ons menselijke zoeken naar een antwoord God een woord laten meespreken, dan geeft ons dat extra inspiratie. Als we bovendien van die ander houden, doen we alles om die mens niet teleur te stellen en onze beloftes waar te maken.

Als het gaat om ons geloven in God en zijn Zoon Jezus Christus, gaat het dan ook niet om een relatie? Ook al kunnen wij alleen maar in beelden daarover spreken, toch mogen we ons afvragen: hoe gaan wij om met die mysterievolle God, die wij ‘Vader’ noemen en met Jezus die ons menselijk leven heeft gedeeld? Durven wij ons, met ons lief en leed en met alles wat er omgaat in ons hart  aan Hem toevertrouwen?  Durven we kwaad worden op God, als wij diep teleurgesteld zijn?` Durven we de deur dichtslaan om uiteindelijk toch trouw te blijven?  Wij weten: in een relatie tussen mensen gaat het niet om een veelheid van woorden, maar om tijd en aandacht voor elkaar, luisteren naar wat de ander bezig houdt en zorg dragen voor elkaar. Zou dat ook niet gelden in onze relatie met God? Aandacht voor het woord van de Schrift, voor de zachte stem van ons geweten, het fluisteren van de Geest in ons hart? Openheid voor de naaste die onze aandacht vraagt en voor wat er in onze wereld gaande is? Als een rode draad loopt door de Bijbel de boodschap dat God vooral bekommerd is om armen en zwakken. Jezus identificeert zich zelfs met de meest kwetsbaren, als Hij zegt: Alles wat je doet voor de geringsten van je broeders of zusters, heb je voor Mij gedaan’. Ieder van ons heeft zijn eigen leven, beheert zijn eigen wijngaard, maar met zijn allen zijn we ook pachters van de wijngaard van deze wereld, de samenleving van vandaag. Ook hier zijn vele handen en vooral bewogen harten nodig. Mensen doen een beroep op ons, vaak zonder woorden, alleen al door hun kwetsbare aanwezigheid. God roept ons door hen. De parabel van vandaag legt ons de vraag voor of ons ‘ja’ ook een daadwerkelijk ‘ja’ is,  een volmondig  ‘ja’  dat de daad bij het gegeven woord voegt?

De Joodse filosoof Martin Buber heeft eens geschreven: ‘De grootste schuld van de mens is niet de zonde die hij begaat, de bekoring is immers groot en zijn kracht is klein. De grote schuld van de mens is dat hij zich op elk moment kan bekeren en het niet doet’.  Als gelovigen mogen wij er op vertrouwen:  Wat er ook gebeurd is in ons leven, God staat op ons te wachten, zoals in het verhaal van de verloren zoon. Wie durft omkeren zal de weg naar huis vinden. Jezus is juist naar ons toegekomen om ons daarbij te helpen. Zijn grootheid bestaat erin dat Hij zich klein heeft gemaakt om mét ons te zijn. Daarom is Hij mens geworden. Als Hij nu alles over heeft gehad voor ons, zijn leven heeft gegeven,  waar halen wij dan het recht vandaan om op medemensen neer te kijken, omdat ze volgens ons niet de juiste weg bewandelen?  Ze hebben er juist behoefte aan om met goedheid benaderd te worden. Dat geeft hen misschien de moed en de kracht om op hun schreden terug te komen. Deze parabel daagt ons dus uit om ‘met  Gods genade’ niet alleen met de mond  ‘ja’  te zeggen, maar ook met daden vanuit ons hart ‘ja’ te zeggen op de liefde tot de naaste en tot God. Want een goede boom kent men aan zijn vruchten. AMEN

zondag 20-9-2020: 25ste zondag door het jaar A 2020.

By Preken

Lezingen: Jesaja 55, 6-9; Filippenzen 1, 20c-24.27a; Matteüs 20, 1-16a.

Ons leven van alledag vult ons bestaan. Afhankelijk van de fase van kind, jeugd, volwassenheid, ouderdom denken we en gedragen we ons anders, wordt de dag anders ingevuld.  Onze gezondheid speelt een belangrijke rol. Mede daarvan hangt af of we graag leven en of we  van betekenis zijn en blijven voor onze omgeving. Onze werkzame fase loopt tussen pak weg ons twintigste en zevenenzestigste  jaar. Die doet ons volop deel uitmaken van onze samenleving. Werkeloosheid tast ons inkomen aan, maar geeft velen ook het gevoel ‘niet meer nodig’ te zijn. Dat kan mensen diep raken, hun zelfvertrouwen aantasten. Werk en vooral ook rechtvaardige  arbeidsverhoudingen zijn belangrijk, economisch, maatschappelijk. Toenemende werkeloosheid in coronatijd brengt ook problemen van verschillende soort maatschappelijk problemen met zich mee. Er worden kapitalen uitgetrokken om de gevolgen op te vangen.

Met dat voor ogen gaan we kijken naar de tekst uit het Evangelie van Matteüs. De tekst heeft geleid tot het maken van een bijbelfilmpje en wordt vertoond aan de vormelingen van het betreffend jaar. Het filmpje heet ‘De druivenplukkers’.  In beeld komen de eigenaar van een wijngaard en groepen werknemers die op verschillende tijdstippen, ’s morgensvroeg tot in de late namiddag  aangenomen worden om te komen werken. Het filmpje leidt telkens tot flinke discussies onder de kinderen.  Er worden hen vragen gesteld over ‘waar het filmpje over gaat; ‘’ wie erin meespelen en waar die voor staan’; en tenslotte ‘wat de kinderen zelf denken’? Want ze moeten in toenemende mate ook zelf leren zich een mening te vormen.

U heb het Evangelieverhaal zojuist gehoord. De eigenaar van de wijngaard, die staat voor God, maakt een afspraak met de werkers van het eerste uur over hun loon. Maar tot hun verbijstering krijgen degenen, die maar kort na de middag  hebben gewerkt, evenveel loon. Ook bij sommige kinderen is de handelwijze van de eigenaar in strijd met hun gevoel voor rechtvaardigheid. De werkers van het vroege uur hadden, naar hun mening, meer geld verdiend. Andere kinderen wijzen erop, dat de eigenaar zich houdt aan de afspraak. De vrijgevige goedheid van de eigenaar kan strijdig zijn met ons menselijk gevoel voor rechtvaardigheid, terwijl de eigenaar zich wel aan de afspraak houdt. Wat is de bedoeling van dit verhaal? We zien bij de werkers van het 1e uur, maar ook bij kinderen en wellicht bij onszelf, begrijpelijke reacties. Wij willen een vergoeding die in overeenstemming is met de arbeidsprestatie. Bij ons worden afhankelijk van de welvaart regelmatig CAO’s,  Collectieve Arbeidsovereenkomsten bijgesteld, die de rechtvaardig arbeidsverhoudingen dienen, Zo zijn onze mensen-gedachte. Gods gedachten gaan daar bovenuit. ‘Goedheid’ voor iedere mens, wie ook, is een eigenschap die bij God hoort. In het geval van het Evangelieverhaal de goedheid voor de mensen, die nog laat genodigd waren te komen werken. Zonder werk zouden ze ook verstoken blijven van loon. Ook die late werkers moesten wellicht voor een gezin de kost verdienen. M.a.w. (Gods) goedheid overstijgt de rechtvaardigheid, die, zoals blijkt , in stand gehouden wordt. Dat mag bij God zo zijn, bij mensen, zeker bij hen die geraakt worden door (nood bij) anderen, is dat regelmatig ook zo. Zij gaan verder dan wat rechtens (bv, via de CAO)  betaald wordt. Denk aan mantelzorgers,  mensen in de Zorg,  Denk aan ouders met gehandicapte kinderen; denk aan bedrijfsleiders/ vakbonden die zich inspannen om de werkgelegenheid in stand te houden. Er zijn, zoals we weten ‘geldwolven’ die van geld hun afgod maken. Maar er zijn ook mensen, die ‘goedheid als onderdeel van hun identiteit, in praktijk brengen.
Goed beschouwd worden door de evangelist Matteüs, degenen, die zich christen noemen, bij deze uitgenodigd  rechtvaardig te handelen, maar goedheid daar nog bovenuit te laten gaan..
Amen

Zondag 13-9-2020: 24e zondag door het Jaar A 2020

By Preken

Lezingen: Jezus Sirach 27,30-28,7; Romeinen 14, 7-9; Matteüs 18, 21-35.

Vandaag komt een onderwerp aan de orde, dat een van de moeilijkste is, dat onder ons mensen speelt. Het onderwerp van ‘de VERGEVING’.

Ieder mens komt graag tot zijn of haar recht, Iedereen wil van betekenis zijn, gezien worden. Iedereen is gevoelig voor een juiste, begripvolle, liefdevolle benadering, maar ook voor het tegendeel daarvan. Dat past bij de huidige tijdgeest, waarin grote nadruk ligt op het individu . Vooral sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw werden we aangespoord op te komen voor onszelf en voor ons eigen ‘belang’; we werden aangespoord niet  te zwijgen, maar te protesteren en ons te weren tegen al of niet vermeend onrecht. Vrije meningsuiting werd benadrukt ; en, zo nodig de rechter in te schakelen. De rechter is er om uitspraak te doen als we menen dat ons geen recht wordt gedaan. Er is zelfs een Tv-programma  ontstaan waarin een ‘rijdende rechter’ uitspraken doet in een grote variatie van geschillen.

Maar, er is in onder ons, mensen meer aan de hand. Niet alles wordt voor de rechter gebracht. In het dagelijks leven gaan we met elkaar om  en kunnen elkaar goed en kwaad doen. We kunnen elkaar ondersteunen, maar ook schuld hebben aan elkaars leed. Een verkeerde blik, een verkeerd woord, een foute aanpak kan verhoudingen verstoren, vaak voor lange tijd, soms voorgoed. Overgevoeligheid, lange tenen, een groot ‘ego’, eigenwaan, gebrek aan zelfkennis, gebrek aan inzicht in wat men kan en niet kan kunnen oorzaken zijn van verstoorde verhoudingen. En, zoals we weten, komen verstoorde verhoudingen  veel voor. Ze zijn de oorzaak van veel verdriet en leed, van geweld en oorlog. Dat lijkt normaal te zijn waar wij met elkaar samen leven, gelovig zijn of niet. Het nieuws is er vol van. Films en Tv-programma’s  hebben verstoorde verhoudingen en hun gevolgen tot onderwerp.

Maar al in het Boek Wijsheid van Jezus Sirach uit het Oude Testament wordt erom gevraagd: ‘Vergeeft de naaste zijn onrecht’ in plaats van boos te blijven, wrokkig en te zinnen op wraak. Waarom die vraag om vergeving van onze naaste? De reden is gelegen In het verbond van God met zijn volk. God  blijkt een vergevende God, die zijn mensen hun schuld vergeeft..

In het Evangelie geeft Jezus aan wat er gevraagd wordt van de gemeenschap van gelovigen, van ons dus,  die ons best willen doen Hem te volgen. We staan voor de opgave elkaar te vergeven dat we anders zijn;  dat we van elkaar verschillen; dat we naast onze goede kanten onze beperkingen en gebreken hebben en fouten kunnen maken. Je zou wat Jezus vraagt radicaal kunnen noemen, van belang voor het bestaan zelf. (‘Radix’ betekent ‘wortel’, aan de ‘wortel dus van het bestaan) . Het gaat om vergeving en bereidheid tot vergeving als een van Dé kenmerken van onze gemeenschap van christenen.  Zoals al in de Wijsheidsboeken van het Oude Testament gezegd, vindt onze vergeving zijn bron in God, die ook tot in het oneindige bereid is ons, onze fouten te vergeven. We bidden niet voor niets in het Onze Vader: ‘vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren’.  Aan het vergeven van elkaar  bestaat geen grens. Evengoed is het is een van de moeilijkste opdrachten die wij hebben.  Wat ons voor gehouden wordt is immers niet ‘normaal’.   Hoewel we ons als christenen ‘gewone mensen’ voelen, hebben we  toch sinds onze doop op ons genomen met Gods hulp , Jezus en zijn manier van leven na te volgen in onze tijd,  in onze omstandigheden. Want de Goede tijding  (Evangelie) van Jezus wijst ns de weg door ons leven heen naar vrede en verzoening. Waar we Jezus, -ook in zijn ‘vergeving in Godsnaam’-  navolgen krijgt ons bestaan, zoals het zijne  eeuwigheidswaarde. Degene, die niet wil vergeven wacht het Oordeel. Het is niet anders. Amen                                 AR

Zondag 24 A: 13-9-2020: Vergeven doet leven…..

By Preken

Als je zelf respectvol, met aandacht en liefde bent opgevoed, dan kun je je moeilijk voorstellen dat je anderen stevig te grazen neemt en afschrijft. Als je zelf de goedheid en zorgzaamheid van je ouders en familie hebt ervaren, weet je hoe goed dat voelt. Dan komt het als regel niet in je op om anderen kwaad te berokkenen, zelfs niet als ze jou tekort hebben gedaan. Je bent dan eerder verbaasd of teleurgesteld, dan dat je er op uit bent om het die ander betaald te zetten! Die koning uit het Evangelie moet wel een zeer edel mens zijn, dat hij zoveel medeleven toont met die dienaar en zijn familie dat hij hem vrijheid verleent en die gigantische schuld kwijt scheldt. Immers het gaat hier niet om enkele honderden euro’s , maar om miljoenen. Even onbegrijpelijk en ongelooflijk is daarom de reactie van die dienaar van wie het leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Dieper in de zorgen kun je nauwelijks zitten: niet alleen je eigen leven staat op het spel, maar ook dat van je gezin. Hoe kun je dan na zo’n  bevrijdende uitspraak zo reageren dat je een mededienaar om enkele briefjes van honderd gevangen laat zetten? Als die koning dan van de andere dienaren hoort wat er gebeurd is, is zijn reactie furieus. Dat is God ook, zegt Jezus, als wij geen moeite doen om elkaar te vergeven. Spontaan hebben we de neiging om de auteur van de 1e lezing, Jezus Sirach,  gelijk te geven met zijn aansporingen om elkaar te vergeven. Maar als iemand op je ziel trapt of je ernstig benadeelt, materieel of geestelijk, dan is onze eerste reactie: ‘Dat zet ik hem betaald’. Hoe speel je het dan klaar over je gekwetste gevoelens en je weerstanden heen te stappen en zo’n mens te vergeven? Uit de laatste zin in het Evangelie van vandaag blijkt dat Jezus met die koning de hemelse Vader bedoelt. Die 1e dienaar krijgt vanwege zijn smeekbeden niet alleen zijn vrijheid terug, maar zelfs de onmetelijke schuld wordt hem kwijt gescholden. Hoe kun je na zo’n fantastische geste een mededienaar het mes op de keel zetten vanwege een kleine schuld? Terecht dat die koning hevig verontwaardigd is.  Staan wij er wel eens bij stil wat God ons aan gaven en talenten heeft toevertrouwd? Alleen al als het gaat over gezondheid zeggen we dat ze met geen goud te betalen is, om nog maar te zwijgen over al het andere dat ons gegeven wordt, te veel om op te noemen. Toch kunnen wij over onrecht dat ons wordt aangedaan ons zo beledigd en tekort gedaan voelen, dat wij de deur naar de ander voorgoed hebben dicht gegooid. Nou heeft niemand het recht om de pijn en het onrecht die ons zijn aangedaan te bagatelliseren, maar wie geeft ons dan wel het recht om medemensen als het ware in de houdgreep te nemen door onze vergelding, afwijzing  en haat? Op allerlei manieren laten wij medemensen vaak onze afkeuring, minachting of wraak voelen.

De lezingen van dit weekend sporen ons aan een uitweg te zoeken uit zulke patstellingen. Want we maken het God onmogelijk om ons onze fouten te vergeven, als wij niet serieus proberen onze naasten te vergeven. Misschien voelen we ons wel onmachtig om te vergeven wat ons is aangedaan, lam geslagen door wat een ander ons heeft berokkend. Maar wat weerhoudt ons ervan God te vragen om zijn H. Geest, de Geest van de koning uit de parabel? Wat onze eigen krachten misschien te boven gaat, zal de Eeuwige Koning ons schenken, als wij er van harte en met volharding om bidden en vragen. Wij zijn ons er van bewust dat zoeken naar herstel van een verstoorde relatie een heel moeilijke opgave blijft. We lopen nl. het risico afgewezen of opnieuw beet genomen te worden. We hoeven natuurlijk niet over ons te laten lopen. We mogen opkomen voor onze rechten en hoeven ons niet te laten gebruiken, maar het is ook belangrijk goed te kijken naar onze eigen fouten en gebreken. We moeten ons durven afvragen wat ons eigen aandeel is in het conflict dat er is ontstaan en de situatie bespreekbaar durven maken. Wie weet welke mogelijkheden er dan aan het licht komen. Het voelt voor niemand goed te leven met verstoorde relaties v.w. ruzie, haatgevoelens en het mijden of negeren van bepaalde mensen. We realiseren ons dat onenigheid en onmin niet alleen spelen op persoonlijk vlak, maar ook tussen bevolkingsgroepen en landen. Op hoeveel plaatsen worden niet mensenrechten geschonden en geweld gebruikt? Wij weten dat dit het welzijn van mensen schaadt en dat er ontmoeting en dialoog nodig zijn om vrede dichterbij te brengen. Wetend hoe onmachtig wij ons vaak voelen, beseffen wij misschien hoezeer wij  de H. Geest nodig hebben om wegen  te vinden naar onderling begrip en respect, verdraagzaamheid,  geduld en solidariteit. Dat zal offers van ons vragen en is niet zonder risico. Als wij er echter met volharding om bidden, komt de Eeuwige Koning ons te hulp in onze angsten, onmacht en moedeloosheid, in ons verlangen en onze zwakheid.

AMEN.

zondag 6-9-2020: 23e zondag door het jaar A 2020.

By Preken

Lezingen: Ezechiël 33, 7-9; Romeinen 13, 8-10; Matteüs 18, 15-20

Dat het christendom eeuwenlang zijn stempel heeft gedrukt op onze (westerse) samenleving is een feit. Eeuwenlang, zeg maar vanaf de bekering van de Romeinse keizer Constantijn in 313 na Christus, heeft het geloof in Jezus zich kunnen ontwikkelen. En omdat de mens nu eenmaal niet alleen door het leven gaat, maar ook een sociaal wezen is ontstonden er overal geloofsgemeenschappen.  Het ontstaan van onze katholieke parochies  en protestantse gemeenten zijn daar een gevolg van.

Onze geloofsgemeenschappen bestaan uit mensen met hun goede en kwade kanten. In de lezingen van vandaag ging het over ‘hoe om te gaan met degenen in de gemeenschappen die in de fout gaan en daarmee afbreuk doen aan de gemeenschap?’

Dat het christendom invloed heeft uitgeoefend op het leven in de samenleving, gelovig of niet blijkt in de coronatijd, waarin we nog steeds leven. De manier van doen van minister Grapperhaus tijdens zijn bruiloft heeft collectief de vaag opgeroepen ‘hoe om te gaan met degenen, die tekortschieten t.a.v. het nakomen van de coronamaatregelen?’ Als een minister, toch een man met een voorbeeldfunctie, al de eigen maatregelen overtreedt hoe dan om te gaan met de overtredingen in deze van de gewone man? Beginselen als ‘gezamenlijke en politieke verantwoordelijkheid’, ‘rechtvaardigheid’. ‘begrip’, ‘mildheid’ en ‘vergeving’ gaan dan een rol spelen bij moties van afkeuring en uiteindelijk toch als minister verder mogen gaan.

Je ziet een aantal van genoemde beginselen –rechtvaardige behandeling, begrip, vergeving- ook terug in de lezingen van vandaag. Als profeet heeft Ezechiël  de opdracht het goede in het volk te ondersteunen vooral de trouwe aandacht voor God en medemens, maar ook te waarschuwen als het misgaat. Hij kan het kwaad in het volk dan ook niet over zijn kant laten gaan. Hij maakt zich zelfs schuldig aan het kwaad als hij er niets van zegt. Hij heeft dus een voorbeeldfunctie.  Maar in zekere zin hebben we allemaal een voorbeeldfunctie t.a.v. goed en kwaad. Het goede in de mens, gelovig of niet, moeten we erkennen en ondersteunen. Maar we mogen niet wegkijken van het kwaad en zouden de moed moeten kunnen opbrengen daar –zij het begripvol en onze eigen zwakheid kennende- daar elkaar op te wijzen.

De christengemeenschap van Matteüs heeft klaarblijkelijk een manier gevonden om met het kwaad in haar midden om te gaan. Van een gesprek onder vier ogen tot en met de bespreking van het kwaad en degene die er schuld aan is in de gemeenschap. Wat zit daar achter: de zorg voor de eenheid en eensgezindheid in de christengemeenschap. De kern van die eenheid en eensgezindheid is de gezamenlijke oriëntatie van de gemeenschap op het Evangelie. Degene die in zijn kwaad volhardt sluit zichzelf buiten. Waar degenen die in de fout is gegaan spijt heeft en zich opnieuw in zijn manier van doen oriënteert op het Evangelie zal de gemeenschap vergevingsgezind zijn en hem weer opnemen. Het gebed van die gemeenschap met voor ogen het doen van het Evangelie zal verhoord worden. En helemaal ter bemoediging van de gelovige mens: waar twee of drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben ik in hun midden. We mogen in de lezingen van vandaag aanwijzingen vinden over ‘hoe met elkaar als gemeenschap van christenen te leven’, maar we mogen ook moed putten een ons geloof, dat Jezus het hart en de bron is van onze christengemeenschap. Amen

Zondag 30-8-2020: (22 A) Kruis als gevolg van trouwe liefde…

By Preken

Als Winston Churchill op 13 mei 1940 zijn eerste toespraak houdt, zegt hij tot zijn medeburgers: ‘ Ik heb u  niets anders te bieden dan bloed, zweet en tranen.’ Hij is de meest populaire premier geworden die Engeland ooit heeft gehad. Maar in 1945, als de WO II net is afgelopen, wordt hij afgeschreven en niet meer herkozen. Het leert ons: een boodschap die het lijden niet uit de weg gaat, slaat alleen maar aan als de omstandigheden ertoe dwingen.   Zo is het opmerkelijk dat christenen trouw blijven aan hun geloof in landen waar ze vervolgd worden; waar men bv. wordt geëxecuteerd v.w. het bezit een bijbel zoals in Noord Korea. Van de 400.000 christenen zit 1 op de 10 in een gevangenenkamp, omdat Kim Jung-un hen ziet als bedreiging. Ook Pakistan, Irak en Iran en sommige Afrikaanse landen zijn voor christenen onveilig. Ondanks het  risico van ontvoering, moord en vervolging zie je nauwelijks sporen van kerkverlating. Bij ons in het rijke en welvarende westen slaat de boodschap van Christus bij velen niet meer aan. Reclames zetten vooral aan om te genieten en Jezus’ opvattingen worden vaak beschouwd als een bedreiging voor onze levensstijl. Terwijl christenen in bedreigde gebieden trouw blijven, zien we hier in het Westen een geruisloze uittocht van velen. Maar we merken: ook in de welvaart blijft het lijden aanwezig. Het hoort bij ons leven en geen mens is er immuun voor. We ervaren dat nu wereldwijd door de pandemie van het corona-virus met veel doden en zieken als gevolg. Een samenleving die het lijden negeert en doet alsof de wereld één groot pretpark is, maakt mensen in moeilijkheden nog meer eenzaam en hulpeloos.
Jezus geeft ons de raad: ‘Kijk niet weg, maar neem je kruis op’. Geef het lijden dat er op je pad komt een plaats in je leven. Het kan een bouwsteen zijn om een  beter mens te worden. Lijden, verdriet en zorgen – hoe moeilijk ook te dragen – kan mensen  dicht bij elkaar brengen en het beste in hen wakker roepen. Lijden kan liefde worden. We zien bv. gebeuren bij een echtpaar: een van beiden begint te dementeren. Aanvankelijk sluimerend, maar het kan op den duur zo moeilijk worden dat de dementerende partner niet meer thuis blijven, omdat het leven voor de ander onleefbaar wordt. Het is een pijnlijk proces om dat mee te maken: dat je het contact verliest en de verzorging – na vele jaren samenzijn – aan vreemden moet overlaten, terwijl je nog steeds van je partner houdt. Heel wat tranen worden in stilte gelaten! Een diepe crisis in een mensenleven.

Jezus voorziet in zijn nachtelijk gebed de mogelijke consequenties van zijn optreden. Hij beseft dat er naast de kleine groep van zijn vrienden mensen niet bepaald op zijn boodschap zitten te wachten. Hij zou graag anders willen, maar toch. Hij vermoedt dat Hij vroeg of laat zijn opvattingen en handelwijze met zijn leven zal moeten betalen. Vooral de leiders van het volk beschouwen Hem als een bedreiging van het geloof van de voorvaderen. Wat moet je in zo’n situatie? Hoe moet je verder? Zijn leerlingen begrijpen ook niet wat Jezus wil. Petrus zegt zelfs onomwonden: ‘Heer, je moet het lijden ook niet opzoeken. Een Messias die moet lijden en sterven : dat bestaat niet!’ Jezus reageert ongekend fel op Petrus en geeft hem te verstaan: ‘ Jij bent bezig met je eigen agenda en niet met wat God wil. Jij zou me nog van de goede weg afbrengen! Terug, satan’. We weten uit ervaring dat we lijden niet hoeven te zoeken. Als we niet wegkijken of er in een boog omheen lopen, worden we er mee geconfronteerd. We komen het gewoon tegen in een partner, ouders of kinderen die dringend hulp nodig hebben; in vrienden en buren die ziek worden of tegenslagen moet verwerken.  Noodkreten van mensen die ons bereiken via de media of acceptgiro’s. Als we horen van mensen die onderdrukt worden, laat ons dat niet onberoerd. Ook rampen als watersnood, bosbranden, aardbeving en ongelukken als in Beiroet.  Het kruis waarvan Jezus spreekt: we komen het overal tegen in ons eigen leven en in dat van anderen. Het lijkt er soms op of lijden en pijn er in onze tijd niet meer mogen zijn. Alles moet snel en soepel verlopen en we hebben zoveel middelen om pijn en leed te verdrijven! De realiteit is helaas anders: zoveel mensen moeten lijden en leed doorstaan en vinden een kruis op hun pad. Niemand zal daar blij om zijn en we mogen ons ongenoegen daarover best aan God kenbaar maken. Jezus heeft tegenwerking en lijden gezien als de onvermijdelijke consequentie van oprechte liefde en zorg voor de naaste. Daarom laat Hij zich niet afbrengen van de weg die Hij meent te moeten gaan. Een weg die Hij ziet als Gods bedoeling: liefde tot het uiterste. Daarom spoort Hij ook zijn volgelingen aan hun kruis op zich te nemen. Want de mens die alles probeert te vermijden wat moeite kost, zwaar valt of risico oplevert, zal het echte leven verliezen. Overgave aan wat er op onze weg komt: het is van cruciaal belang. Misschien krijgt dat lijden en al die moeite voor mij wel betekenis, zodat ik een rijper mens, een beter christen wordt. Jezus zegt ook dat we er iets voor terugkrijgen, als we onze weg door het leven eerlijk gaan. Laten wij bidden om moed en kracht. AMEN.

Zondag 23-8-2020: 21ste zondag 2020 A: Wat beteken ik voor jullie?

By Preken

Afgelopen zondag hebben de katholieke bisschoppen van Zimbabwe ( het voormalige Rhodesië) een brief laten voorlezen waarin ze melding maken van de economische ineenstorting (de munt is niets meer waard), verergering van de armoede, corruptie en schendingen van de mensenrechten. Ook zeggen ze: ‘De angst sijpelt tegenwoordig langs de ruggengraat van velen. Het hardhandige optreden tegen critici is ongekend.’. Ze stellen de vraag: ‘ Is dat wat Zimbabwe wil? Een andere mening hebben betekent nog niet dat je de vijand bent.’ Zo’n  boodschap komt natuurlijk hard aan bij de regering en op hun beurt beschuldigen ze de bisschoppen ervan dat zij het volk aanzetten tot genocide zoals eertijds in Rwanda.
President Loekasjenko van Wit Rusland wordt door fabrieksarbeiders uitgejouwd v.w. fraude bij de verkiezingen en het hardhandige optreden van de veiligheidstroepen tegen de demonstranten. Zonder exacte kennis van de feiten geeft het te denken dat bisschoppen zich genoodzaakt zien op zo’n duidelijke manier op te komen voor de belangen van de bevolking. En het is onvoorstelbaar dat mensen zo massaal de straat opgaan om blijk te geven van hun ongenoegen en frustratie als de leefomstandigheden in Wit Rusland goed zouden zijn. Aan dit soort terechtwijzingen moest ik denken bij de 1e lezing van vandaag. De profeet Jesaja zegt namens God tegen Shebna, de hofmaarschalk van koning Hizkia, dat hij uit zijn ambt  zal worden gezet, omdat hij zijn positie heeft misbruikt voor eigen gewin. Als je in zo’n sleutelpositie je verantwoordelijkheid niet waar maakt en niet dienstbaar bent aan de mensen, dan verspeel je de gunst van God en word je vervangen.
Ook in het Evangelie van deze dag is er sprake van sleutels en wel van het Rijk der hemelen. In het fragment dat onze lezing voorafgaat heeft Jezus het aan de stok gehad met Farizeeën en Sadduceeën. Hij waarschuwt zijn leerlingen voor hen, want met de manier waarop zij de Schrift uitleggen en al die wetten en regels sluiten ze de mensen af voor de eigenlijke boodschap van de Bijbel. Lucas zegt zelfs dat ze de sleutel voor het begrijpen van de Schrift hebben weggenomen. Als Jezus over zichzelf spreekt, gebruikt Hij vaak de term ‘mensenzoon’ zoals de profeet Daniël doet in zijn visioen (7,13). De mensenzoon, zoals door hem getekend, is daar geen goddelijke figuur, maar een zwak wezen, een knecht , een slaaf. Niettemin is hij een door God geroepene en uitverkorene. Jezus beschouwt zichzelf kennelijk als een dergelijke figuur, Iemand die meer vertegenwoordigt dan uitsluitend zichzelf. Jezus wil dus wel eens weten wat zijn toehoorders over Hem denken. Volgens zijn leerlingen zien ze in Hem in ieder geval een profeet, en niet de eerste de beste, maar een van de groten. Maar meer nog dan naar wat zijn toehoorders over Hem zeggen, is Jezus geïnteresseerd in de mening van zijn leerlingen. ‘We zijn nou al een hele tijd samen opgetrokken, wie zeggen jullie dat Ik ben? Wat verwachten jullie van Mij? Wat beteken ik voor jullie?’ Als Simon Petrus dan antwoordt: ‘ U bent de Messias. U straalt de levende God voor ons uit!’, dan zegt Jezus dat dit besef geen eigen verdienste is, geen gevolg van eigen denken en intelligentie, maar dat hem dit door God is ingegeven. Als Jezus later uitlegt, welke gevolgen dat Messias-zijn voor Hem zal hebben, dan probeert Petrus Hem daar van af te houden: ‘Zoiets mag U nooit overkomen!’. Jezus noemt die reactie dan het werk van satan. Desondanks spreekt Hij zijn vertrouwen in hem uit. Hij zegt zelfs dat Petrus een sleutelfiguur zal worden bij het vormen van zijn kerk, de gemeenschap die opdracht krijgt zijn Goede Boodschap verder uit te dragen. Petrus, de enthousiasteling, maar tevens een zwakke mens die zijn Meester verloochent als hij in het nauw komt. Toch durft Jezus blijkbaar op deze ‘Rots’ zijn Kerk te bouwen. Maar net als Petrus weten ook de andere leerlingen nog niet wie Jezus echt is en wat Hem voor ogen staat. Ze hopen vurig dat Jezus als Messias hun land zal bevrijden van de Romeinen, maar dat is niet zijn bedoeling. Hij wil een Rijk zoals God het graag ziet, een rijk waar ieder tot zijn recht komt, waar mensen samen delen, zorg hebben voor de zwakkeren en bereid zijn elkaar van dienst te zijn. Hoe dat precies moet en wat dat van ons vraagt blijft een kwestie van zoeken, overleg en proberen, van fouten erkennen en waar nodig opnieuw beginnen. Voortdurend zullen we moeten bidden om de gaven van de H. Geest. Dat Petrus zo’n treffend antwoord geeft op Jezus’ vraag is hem door God ingegeven. Wat zullen wij antwoorden, als Jezus die vraag rechtstreeks aan ons zou stellen: ‘Wat beteken Ik voor jou? Wat verwacht jij van Mij?’ Welke plaats neem Ik in in jouw dagelijks leven: in je thuissituatie, in het werk dat je doet, in de keuzes die je maakt, in je vrije tijd?’ Probeer ik Hem te betrekken bij wat ik doe en bij wat mij bezig houdt? Is Hij voor mij een sleutelfiguur, een kompas? Want het gaat er immers om dat ik Hem steeds beter leer kennen en door Hem ontdek wie God is en wat zijn bedoeling is met mijn leven en dat ik door Hem steeds meer een mens voor anderen wordt, zoals Hij ons heeft voorgedaan. Bidden wij dat de H. Geest ons te hulp komt in onze zwakheid en ons ongeduld. AMEN