zondag 5 juli 2020: 14e zondag door het jaar.

By Preken

Lezingen: Zachari 9, 9-10; Romeinen 8, 9.11-13; Matteüs 11, 25-30

Macht, beste mensen, is een eigenaardig ding. Ze heeft een grote aantrekkingskracht op mensen, omdat ze belangrijk maakt. En vaak wordt het streven naar macht gemotiveerd doordat men meent te weten wat het beste is voor mensen en dat wil realiseren.  Het streven naar  macht is al aanwezig sinds het beheer van de aarde en al wat daarop is aan ons, mensen, is toevertrouwd. Dat kan ons uitdagen tot een zorgvuldig bestuur, zorgvuldig gebruik van wat de aarde aan mogelijkheden biedt. Het vraagt wel, dat we erkennen, dat we de aarde in beheer hebben ontvangen. Als gelovige mensen zeggen wij: de aarde met al wat daar op is aan mogelijkheden, planten, dieren en mensen, en heel de kosmos zijn  Gods Schepping . Ons is de taak toevertrouwd van een zorgvuldig en respectvol beheer. Een aantal zaken is bij ons goed geregeld. Wij kennen een onderscheid tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht met in beginsel gelijke kansen voor alle mensen. De ordening van onze maatschappij is gebaseerd op het beginsel van ieders vrijheid, die inhoudt dat we ook ruimte voor vrijheid laten aan onze medemensen. Er zijn een heel aantal zaken goed geregeld.

Maar we weten ook, dat het streven naar macht of het hebben ervan ons, mensen, zo kan beheersen, dat alles en iedereen daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. Mensen die uit zijn op macht omwille van de macht stellen zich in hun eigen waan  boven alles en iedereen. Hun gelijk beschouwen ze als absoluut. Ze nemen hun aanhangers, die er ontvankelijk voor zijn, mee in hun waan, hun eigen dunk. Dagelijks worden we geconfronteerd met conflicten om de macht politiek, militair en economisch. Zelfs godsdiensten kunnen, intern of in hun onderlinge verhoudingen, het toneel zijn van machtsstrijd. Maar niet alleen op het hogere niveau, ook aan de basis waarop ons leven zich afspeelt kan het baas willen spelen aan de orde zijn. Dat kan leiden tot ongezonde rivaliteit,  onvrede, gebroken relaties, geweld.  Het protest van de laatste tijd tegen misbruik, tegen discriminatie van gekleurde mensen, gehandicapten, anders geaarde heeft daarmee te maken.

Welnu, de Schriftlezingen van vandaag laten zien, dat de macht binnen de Joods-Christelijke godsdienst gelegen is in de dienstbaarheid. In de eerste lezing met het verhaal van de profeet Zacharia (de naam betekent: Jahweh-God gedenkt) rijdt de koning notabene op een ezel. Terwijl hij eigenlijk op een paard zou moeten zitten. Hij is een koning zonder wapens, hij is een brenger van vrede, bestemd voor alle volken; een toestand zonder oorlog, waarin wij al 75 jaar mogen leven maar waar vele mensen elders op de wereld zo naar snakken. Maar echte vrede houdt meer in dan de afwezigheid van oorlog. In het Evangelie van vandaag hebben we geluisterd naar een gebed van Jezus waarin hij de voorwaarde noemt om de echte vrede te vinden. Het gaat om de eenvoud, die inhoudt dat we erkennen wie we zijn als mens, schepselen;  en God erkennen, zoals Jezus ons die openbaart. Jezus is de koning op de ezel.  Bij Jezus is God  ons aller Vader en Hij is weliswaar een van ons maar ook Gods Zoon. Bij de dienstbare Jezus vinden we rust en verlichting als het leven ons niet meevalt. In het openstaan voor zijn Goede Tijding en de aanvaarding ervan, valt het zoeken naar overheersende macht weg en wordt tot dienstbaarheid., die vrede met zich brengt. Ziende wat zich allemaal afspeelt zal het nog wel even duren, voordat alle mensen in de toewending naar het Evangelie vrede vinden. Moge Jezus Goede Tijding  als heilzaam voor onze wereld door ons gehoord en in praktijk worden gebracht amen. AR

Zondag 28 juni 2020: Feest van Petrus en Paulus.

By Preken

Met de gedachtenis van de H. Petrus en Paulus vieren wij vandaag twee iconen die samen aan de basis hebben gestaan van de kerk van Jezus Christus. Twee mensen die sterk van elkaar verschilden en die ook heel wat met elkaar te stellen hebben gehad. De eigenlijke naam van Petrus is Simon, zoon van Jona. Maar vanaf hun eerste ontmoeting noemt Jezus hem Petrus, de Latijnse naam voor rots. We weten dat deze ‘rots’, waarop Jezus zijn kerk wilde bouwen,  een enthousiaste man is geweest die zich sterk liet leiden door zijn emoties en die vooral geloofde met zijn hart. Hij is visser en van eenvoudige komaf. Bij zijn kennismaking met Jezus is hij niet verder geweest dan het meer van Galilea.    Als Jezus wordt gevangen genomen en Petrus wordt herkend als een van zijn volgelingen, zegt hij tot driemaal toe dat hij Jezus niet kent.  Als Jezus zijn leerlingen vraagt wie zij denken dat Hij is, zegt hij zelfverzekerd dat Jezus de Messias is, de zoon van God. Maar hij gaat dwars liggen, als Jezus vertelt dat Hij veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht. Daar wil Petrus niet van horen. Jezus noemt hem dan een struikelblok. Bij een ontmoeting met Jezus op het meer, stapt hij vol bravoure uit de boot, denkt over het water te kunnen lopen, als zijn Meester, maar bij gebrek aan geloof zinkt hij als een baksteen. In de Olijfhof wordt hem gevraagd te waken, maar hij valt in slaap.     In zijn angst en kwaadheid slaat hij een soldaat een oor af.  Als je dat zo hoort moet je concluderen: geen rots, geen kei , maar veeleer een ‘mensenmens’.

Ook de levensloop van Paulus (Saulus) vertoont heel wat bedenkelijke momenten. Jezus zelf heeft hij nooit ontmoet. In zijn jonge jaren heeft hij als Schriftgeleerde fanatiek gejaagd achter de eerste christenen en hen laten oppakken en veroordelen. In zijn ogen waren het ketters. Door een plotselinge gebeuren op weg naar Damascus, waarbij hij de stem van Jezus hoort, bekeert hij zich en wordt een vurige aanhanger van de verrezen Christus. Dus van christenvervolger wordt hij plotseling missionaris. Paulus heeft heel wat reizen gemaakt om van zijn geloof in Jezus te getuigen. Op sommige plaatsen is hij lange tijd gebleven. Op zijn tochten heeft hij niet alleen geloof, maar ook veel tegenstand ontmoet. Hij is zelfs gestenigd, gevangen gezet en heeft schipbreuk geleden.  Wij hebben van hem een aantal brieven, geschreven aan de eerste groepen christenen die er waren ontstaan op plaatsen rond de Middellandse Zee. In zijn brieven is Paulus vurig en stellig, hetgeen hem niet door ieder in dank wordt afgenomen. Met deze twee grondleggers aan de basis is de kerk in de loop van de eeuwen uitgegroeid tot een instituut dat – zoals een wijze monnik eens zei  –  ‘ vaak een zegen is geweest, maar soms ook een bron van ergernis’.  M.a.w. de ideale kerk bestaat niet. Enerzijds kom je in de kerk mensen tegen die de wijsheid in pacht menen te hebben. Anderzijds bestaat de meerderheid van haar gelovigen uit mensen die in alle bescheidenheid werkt aan goede verhoudingen, het geloof in praktijk brengt, in stilte bidt en vertrouwt op Gods leiding. Misschien zijn juist haar kwetsbaarheid en menselijke feilbaarheid redenen waarom de kerk van Jezus de stormen van de eeuwen heeft  overleefd.

Vat. II legt er sterk de  nadruk op, dat wij sámen kerk zijn en niet alleen de clerus. Op grond van ons Doopsel en Vormsel hebben wij  de opdracht samen te bouwen aan een levende geloofsgemeenschap, waarin wij ons geloof delen en vieren, en met elkaar meeleven in lief en leed. Dat blijkt een moeilijke opgave. Veel christenen zien de kerk nog steeds als een soort ‘tankstation’, waar je haalt wat je nodig hebt, je bijdrage betaalt en verder ieder zijns weegs gaat. Nu wij vandaag die twee steunpilaren gedenken, die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan en de uitgroei van de kerk, rijst de vraag:  welke mensen weten ons tegenwoordig te boeien als het gaat om het verwoorden en getuigen van ons christelijk geloof? Wie zijn er in onze dagen als Petrus en Paulus? Wie zijn het die evenals paus Franciscus ons bijzonder aanspreken en in wie wij een voorbeeld zien? Wat doet het met ons als we horen dat vrienden of collega’s vrijuit durven vertellen wat hun geloof voor hen betekent en met hen doet?  Zou het niet een weldaad en een rijkdom zijn, als wij als gelovigen de moed opbrengen en de tijd nemen om met elkaar in gesprek te gaan over wat we geloven en wat dat geloof in Jezus met ons doet en voor ons betekent?  Want over de hoofden van de apostelen heen stelt Jezus ook  ons de vraag: ‘Wie ben Ik volgens jullie en wat beteken Ik voor jullie? Wat beteken ik voor jou in je dagelijks leven: in de omgang met je naasten, in het werk dat je doet en in de keuzes die je maakt? Ben ik voor jou een ‘sta-in-de weg’, een struikelblok of een figuur die er niet toe doet? Of ben Ik veeleer een Gids, een steun en rustpunt, een bron van hoop en troost op je levensweg? Veel gelovige mensen beschouwen hun geloof als een privéaangelegenheid, maar welke rijkdom houden we dan niet voor elkaar verborgen?  Ik ben er van overtuigd dat wij – meer dan wij vermoeden – betekenen voor elkaar, als  we durven praten over ons christelijk geloof: wat ons inspireert en kracht geeft én over de vragen  die het oproept en wat ons zwaar valt.  Het is vaak verrassend wat jonge mensen die hun kindje laten dopen vertellen over hun geloof en hun motieven of stellen die voor de kerk willen trouwen. Boeiend zijn ook de gesprekken met ouders van a.s. Communicantjes en Vormelingen. Hebben wij het in onze dagen niet nodig om met elkaar te delen wat ons al christenen en zoekende mensen beweegt? Dalende interesse voor kerkbezoek en zaken die ons christelijk geloof betreffen dwingt kerken na te denken over de toekomst. Velen zijn daar volop mee bezig.
Zo heeft een Canadese priester James Mallon met vallen en opstaan een aanpak ontwikkeld die kan dienen als een soort blauwdruk voor parochies die verlangen naar meer vitaliteit en bloei. Hij slaagt erin d.m.v. herkenbare, humoristische en eerlijke verhalen zijn lezers aan het denken te zetten over de eigen geloofsgemeenschap. Kringen van pastores lezen dit boek en bespreken de mogelijkheden die het biedt. De titel luidt: ‘ Als God renoveert’.  Moge de moed en de toewijding van Petrus en Paulus, de begeestering van inspirerende  mensen in onze dagen, alsook het voorbeeld van onze eigen ouders een stimulans zijn voor ons geloof.
Bidden wij Petrus en Paulus om hun voorspraak. AMEN.

Zondag 21-6-2020: 12e zondag door het jaar 2020.

By Preken

Lezingen:  Jeremia 20, 10-13; Brief a.d. Romeinen 5, 12-15; Matteüs 10, 26-33.

Niet alle nieuws is goed nieuws. Dat hebben we de laatste maanden wel gemerkt, toen de wereld, voor de meesten van ons onverwacht, getroffen werd door de pandemie van het coronavirus.  We zijn zo verwend in ons welvarende land. En dan opeens beperkingen op velerlei gebied: er is een noodzaak om op een onnatuurlijke wijze met elkaar omwille van elkaars gezondheid;  we hebben te maken met een beperkte bewegingsvrijheid; er waren/zijn overbelaste zorgverleners; er was gebrek aan beschermende middelen. En de gevolgen: gedwongen thuisblijven;  trieste verhalen van vereenzamende ouderen die geen bezoek mochten ontvangen, krimp van de economie,; bedrijven die gevaar lopen om te vallen;  miljarden steun noodzakelijk voor vele bedrijven van verschillend aard. Allemaal minder goed nieuws. En, dat horen we niet graag. Het maakt onzeker en angstig. Hoe langer hoe vaker klinkt de vraag: hebben we uithoudingsvermogen genoeg om ons aan de maatregelen van de overheid te houden?  Blijft de gezondheid waarde nummer één? Zijn de gevolgen maatschappelijk en economisch langzamerhand niet te groot. Specialisten spreken hier en daar elkaar tegen, wat de gelijkgezindheid onder ons mensen geen goed doet. Mensen, die waarschuwen voor een te gemakkelijke versoepeling worden ‘onheilsprofeten’ genoemd zoals indertijd Jeremia (1e lezing); ‘overal paniek’, wordt hij genoemd. Men wil niet horen wat hij in godsnaam voor het welzijn van het volk te vertellen heeft. Ook dan wil men doen waar men zin in heeft.        Er zijn ook andere geluiden. De lucht blijkt schoner nu er minder gereden wordt. Files zij  er bijna niet. Een aantal mensen ziet goede kanten aan de beperkingen die ons omwille van onze gezondheid worden opgelegd. Geconstateerd wordt dat in deze coronatijd er veel aandacht voor elkaar; dat men elkaar ontziet, dat er mee zorg en meeleven is; dat de hulpvaardigheid-naar- vermogen toegenomen is,; dat men geleerd heeft met geduld de situatie te nemen zoals ze is; dat men de eigen eisen en verlangens terugschroeft. Ook al is dit alles misschien eerder afgedwongen dan een eigen keuze. De uitwerking is gunstig. Mensen merken dat er in hun leven ‘een stuk rust’ gekomen is; ze konden thuis werken en waren verlost van de stress van het spitsuur verkeer. Er waren veel minder vergaderingen, groepsbijeenkomsten en cursussen. Minder stress, minder gejakker van hier naar daar. Daardoor kwam er meer mogelijkheid in gezinnen om er te zijn voor elkaar. Men zou die positieve ervaringen ook willen bewaren. Maar men maar vraagt zich af: Kunnen we dat zo houden of wordt krijgt het oude normaal het binnen afzienbare tijd weer voor het zeggen? En worden we dan opnieuw meer geleefd dan dat we thuis zijn bij onszelf en thuis in onze leefomgeving? Maar,  we zijn nog niet klaar.
De laatste weken wordt massaal gedemonstreerd tegen discriminatie op basis van ras, gender, religie. De vraag die daarbij naar boven komt is of we niet af en toe een correctie nodig hebben; of het niet goed  is af en toe teruggefloten te worden uit ons ‘normaal’ van alledag, dat ons zo in beslag neemt, dat we aan onze geestelijke gezondheid, onze ziel (Evangelie) niet meer toekomen? Wijzen we niet te snel de profeten af die ons waarschuwen? Het Evangelie waarschuwt ons voor hen die én het lichaam én de ziel kunnen doden. Het zou wel eens kunnen  zijn dat de coronacrisis en de bewustwording van discriminatie ons duidelijk maakt waar het ons geestelijk aan schort en welke waarden we missen, Als christenen geloven we dat alle mensen, hoe geaard en gekleurd ook, kinderen zijn van God. We weten ook dat we ertoe geroepen zijn  omzien te zien naar elkaar en zorg voor elkaar te dragen. Geloof en vertrouwen, hoop en liefde, die uit zichzelf  treedt, zijn  de grondwaarden van ons leven. Die werken positief in iedere samenleving. Zij zijn ook erkend, zegt Jezus in het Evangelie, bij onze hemelse Vader.  Daar staat Hij borg voor.  Amen
AR.

zondag 14-6-2020: Sacramentsdag: God voedt ons met zijn woord en brood.

By Preken

Wat gebrek aan voedsel met mensen doet, hebben we onlangs weer gezien op  de documentaires over de gevangenen die bevrijd werden uit de concentratiekampen van de WO II: levende geraamtes, vel over been. Tegenwoordig zie je opvallend veel mensen met overgewicht, niet alleen in de V.S., maar ook hier bij ons. Echte honger kennen wij niet meer, hooguit als we heel lang onderweg zijn en niets te eten hebben meegenomen. Als de reclames van de supermarkt in de bus vallen, schrik je van de hoeveelheid voedingsmiddelen ons in 101 variaties worden aangeboden. Wel blijft de vraag  of al die producten ook gezond zijn?  Veel mensen hebben wat hun maaltijden betreft vaste gewoontes: zoveel sneetjes brood, bepaalde soorten beleg. Als we over de schreef gaan, hebben we daar achteraf vaak last van. Sommige mensen laten zich adviseren door een diëtiste. Dat allemaal vanwege de zorg voor onze gezondheid, onze beperkingen en onze voorkeuren. Als we zaken eten of drinken die ons niet goed bekomen, verstoren die niet alleen ons lichamelijk welbevinden, maar ook ons humeur en onze geestelijke fitheid.                          Als het gaat  – zoals in de lezingen van vandaag – over voedsel dat onze geest voedt, mogen wij ons afvragen: wat bevordert onze geestelijke gezondheid ? Wat maakt ons tot sociale en alerte mensen? Wij worden immers geroepen om goed voor elkaar te zorgen en eerbied te tonen voor het milieu waarin mens, plant en dier leeft. Als het gaat om ons geestelijk voedsel, dan rijzen vragen als: wat lezen we? Welke onderwerpen hebben onze interesse? Hebben we enkel nieuwshonger en oog voor zaken die ontspannen of zoeken wij ook naar documentaires en informatieve programma’s die ons verrijken ?
Wij weten: als het gaat over gezondheid spelen ook frequentie en regelmaat een belangrijke rol. Het gezondste dieet heeft nauwelijks effect, als je er maar heel af en toe gebruik van maakt. Zou dat ook niet gelden voor het geestelijke voedsel dat we tot ons nemen? Deelnemen aan een uitvaart is een goede zaak. Dat geldt ook voor het vieren van feesten als Kerstmis en Pasen, een Eerste H. Communie, een Vormsel en Jubileum. Maar de vraag is: moet je deze gelegenheden niet veeleer beschouwen als ‘de krenten in de pap’,  terwijl het ‘voedsel’ dat ons op gewone zondagen en weekdagen wordt aangeboden wel zo voedzaam en belangrijk is als het gaat om onze gezondheid ?
Mozes zegt in de 1e lezing uit het Boek Deuteronomium: ‘Denk eens terug aan die jarenlange tocht door de woestijn. God heeft jullie geconfronteerd met zijn macht door je honger te laten lijden én door je manna te laten eten. Hij maakte jullie duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat komt uit de mond van de Heer. Hij liet voor jullie water ontspringen uit de harde rots. Zo heeft Hij laten zien dat Hij bekommerd is om zijn schepselen.
In het Evangelie volgens Johannes zegt Jezus: ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Ik geef me voor jullie als het brood dat je niet kunt missen. Als je geen interesse hebt voor wat ik jullie vertel en jullie laat zien,  voor het voedsel dat Ik jullie aanbiedt, dan kom je niet echt tot leven. Het is immers belangrijk dat wij met elkaar verbonden blijven. Zoals Ik leef door de Vader die Mij gestuurd heeft, zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij. Als je  je voedt met mijn woord en deelneemt aan de Maaltijd waarin we elkaar ontmoeten, dan versterkt dat onze  band en zul je leven door Mij. Ik ben het levende Brood. Dat is iets anders dan het manna dat jullie voorouders hebben gegeten’.  Brood dat onze honger stilt en drank die onze dorst lest: het zijn oersterke symbolen die Jezus heeft gekozen om ons te laten ervaren wie Hij voor ons wil zijn. Wat we eten en drinken nemen we helemaal in ons lichaam op.  Dieper één kun je menselijk gezien niet worden. Misschien helpt het ons om tegen die achtergrond te luisteren naar Jezus’ woorden en te kijken naar ons leven en wat wij doen voor onze geestelijke gezondheid. De corona-crisis die wij momenteel meemaken laat ons op een uiterst pijnlijke manier ervaren hoe kwetsbaar ons leven is. Dat geldt eens temeer, als je daarbij ook nog geestelijk verzwakt bent.  Jezus stelt ons voor de vraag of wij die diepe verbondenheid met Hem willen? Of wij  bereid zijn ons leven in te richten en vorm te geven vanuit een hechte band met Hem? De Eucharistie is voor ons een bron van kracht in de mate dat wij ons aan Jezus durven toevertrouwen met alles wat ons bezig houdt: onze dankbaarheid en ons verdriet, onze angsten, twijfels en zorgen, kortom met al ons wel en wee.

AMEN

Zondag 7 juni: Drievuldigheidszondag 2020.

By Preken

Over heel de wereld waren en afgelopen week demonstraties tegen racisme naar aanleiding van de gewelddadige dood van de George Floyd in de VS. Rassendiscriminatie blijkt in vele vormen voor te komen. In de westerse wereld is de positie van gekleurde mensen, zeker als ze heel donker zijn, niet gelijkwaardig  aan de positie van witte mensen. Dat is in de westerse wereld zo, maar het komt ook elders voor. Ik was in India. Ook daar waren donker gekleurde mensen minder in tel dan landgenoten met een lichtere tint. Klaarblijkelijk kunnen er in mensen, dus ook in ons, diepe instincten leven van meer- en minderwaardigheid, afhankelijk van het ras waartoe men behoort. Superioriteitsgevoel kan dan gepaard gaan met geweld. Minderwaardigheidsgevoel kan dan gepaard gaan met diepe frustratie en het gevoel als mens niet tot zijn of haar recht te kunnen komen. Goede opvoeding betekent, dat we leren omgaan met onze instincten en gevoelens, zodanig dat we ze in regie kunnen nemen. Het gaat erom goed en ondersteunend te zijn  voor de ander van welk ras of kleur ook en d ander minstens niet te schaden.  Overigens ook plunderingen en vernielingen zijn vormen van geweld, hoezeer we ook kunnen begrijpen dat ze vóórkomen vanuit diepe gevoelens van frustratie.
Als we menselijke gewelddadigheid in ogenschouw nemen, ook oorlogen zijn  daar een blijk van, hoe anders komt God ons dan voor zoals we die in het Evangelie leren kennen.
In de eerste lezing ervaart Mozes God als ‘een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw. Geen spoor van gewelddadigheid  ook al is het volk halsstarrig en doet het niet wat God wil. Toch waagt Mozes het: ‘Och Heer, trek met ons mee. Dit volk is wel halsstarrig maar vergeef toch onze misdaden en zonden, en beschouw ons als uw eigen bezit. Mozes gaat uit van een barmhartige God, ook al schiet het volk te kort.
In de Evangelies verschijnt God ons in de mens geworden Jezus Christus, als de geweldloze Mensenzoon en Zoon van God. Een maal treedt Hij agressief op, nl. in de tempel als hij de geldwisselaars en dierenverkopers van het tempelplein afjaagt. In hen heeft de commercie de plaats ingenomen van de in de tempel en omgeving aan God verschuldigde eredienst. Voor Pilatus zegt Hij dat Hij zich had kunnen verdedigen, omdat legioenen engelen Hem ter beschikking stonden. Geen geweld dus van zijn kant, maar ook geen rassendiscriminatie. Terwijl Hij er op de eerste plaats is voor het volk van Israël geneest hij ook de Syrofenische vrouw van haar kwalen. Gelijke behandeling van de mensen, die zijn levenspad kruisen. De Evangelist Johannes merkt op: ‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. Werkelijk geloven in Jezus betekent zich gedragen als Hij, in de lijn van Gods liefde.

Hoe staan we als christenen in de kwestie van de rassendiscriminatie? Doen we ons best onze instincten en gevoelens in regie te nemen en die te laten beheersen door de liefde? De mensen van welk ras of kleur ook als mensen te waarderen, als kinderen van God, evengoed als wij? Het is vandaag Drievuldigheids zondag. God doet zich aan ons voor als Vader, ons voorgesteld door Mensenzoon/Godszoon  Jezus Christus., bezield  door Gods Geest Hij heeft deze Geest ons als een Helper nagelaten. We vierden dat met Pinksteren. Hij helpt ons – als we ons voor hem open stellen,  te leven in de lijn van het Evangelie en in liefde voor alle mensen van welk ras en van welke kleur ook. Zo maken we niet voor niets een kruisteken: In de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, Amen

1 juni: Pinksteren (maandag) 2020.

By Preken

Lezingen: Handelingen 2, 1-11; 1 Korintiërs 12, 3b-7.12-13; Johannes 20, 19-23

Met name in tijden van vreugde en verdriet zoeken mensen ten teken van meeleven elkaar graag op. Daarom doet momenteel de anderhalve meter norm zo onnatuurlijk aan. Met Pinksteren, vijftig dagen na Jezus’ dood was de situatie nog ouderwets normaal. De leerlingen hadden de executie van hun leermeester meegemaakt. Met Pasen werd hen door verschillende vrouwen, die Jezus hadden willen balsemen, het bericht gebracht, dat het graf leeg was en dat Hij leefde. Petrus en Johannes waren zelf gaan kijken en zagen dat het graf inderdaad leeg was. Jezus had voor zijn dood verschillende keren erop gewezen, dat hij op de derde dag na zijn  dood zou ‘opstaan’.  In de dagen van Pasen hadden de leerlingen in verschillende samenstelling de ervaring gehad dat Jezus in hun midden kwam: de leerlingen op weg naar Emmaüs, leerlingen met en zonder Thomas erbij. Bovendien had Jezus aan zijn volgelingen beloofd dat Hij hen een Helper-Geest zou sturen, di bij hen zou blijven en hen alles in herinnering zou brengen wat Hij hen had verteld. Het was menigmaal gegaan over zijn en hun band met God, door Hem ‘Onze Vader’ genoemd. Die Geest zou hen helpen te leven in navolging  van Jezus zelf, te leven zoals Hij.

Evengoed waren de leerlingen, bijeen met Jezus’ moeder Maria, bang voor de tegenstanders van Jezus die met het wispelturige volk Hem om het leven hadden gebracht. Ze hielden de deuren van hun verblijf gesloten.

Daar kwam op Pinksterdag een einde aan. Onder impuls van de H. Geest, die als een stormwind over hen een kwam, verdween hun angst als sneeuw voor de zon. Hun geloof in Jezus brak door de angst heen. Een sterke behoefte om de mensen te vertellen hoe belangrijk en heilzaam  Jezus’ Goede Tijding voor hen allen is, maakte zich van de leerlingen meester. Petrus, die Jezus eerder bij Pilatus had verloochend en in de steek gelaten, was nu ineens de sterke man die namens alle leerlingen naar voren trad en onverschrokken zijn geloof tot uiting bracht. Wonderlijk toch….Het was het begin. Sindsdien is de Goede Tijding  (Evangelie) te horen geweest in ongeveer alle culturen en volken. Overal in de eigen taal. Daar werd en wordt voor gezorgd. Nog steeds brengen christenen het evangelie in woord en gedrag als boodschap, die mensen heel maakt. De reacties zijn zoals in Jezus’ tijd verschillend. Er zijn mensen, die het Evangelie aannemen en in de beleving ervan de vruchten ondervinden, met name een grote innerlijke vrijheid voor een liefdevol gedrag; er zullen ook mensen zijn, die Jezus en zijn goede tijding om een of andere reden niet aannemen. Desondanks  is ons de Gods Geest geschonken als een helper, die in alle ups en downs in ons particuliere leve maar ook door de geschiedenis heen aanwezig blijft. Iedere keer kunnen we hem aanwezig geloven waar het goede gebeurt, waar de liefde aan het licht komt, waar wij ook in coronatijd aandachtig en zorgvuldig met elkaar omgaan. Blijven we bidden tot de Geest:

‘Verlicht ons duistere verstand, geef dat ons hart van lief brandt, en dat ons zwakke lichaam leeft vanuit de kracht die Gij het geeft. Gezegende Pinksterdagen. AR

 

Zondag 31 mei: Pinksteren (in Coronatijd).

By Preken

Wat ons sinds medio maart overkomen is, heeft waarschijnlijk niemand van ons eerder meegemaakt. Het is natuurlijk iets heel anders dan de dagen van de WO II, waarvan we dit jaar herdenken dat we 75 jaar geleden bevrijd zijn. Maar ik vermoed dat de meesten van ons bang zijn geweest en nog. Bang besmet te raken met dat enge, agressieve en onberekenbare virus, dat zoveel slachtoffers maakt. De beperkende maatregelen die er in acht genomen moeten worden hebben ons normale leefpatroon behoorlijk overhoop gehaald. Mensen die ons lief waren zijn ons plotseling ontvallen. Het is een vreemde gewaarwording als je in het weekend niet lijfelijk meer kunt deelnemen aan het Eucharistie. Zelfs de hoogtijdagen als de Goede Week, Pasen en ’s Heren Hemelvaart konden we slechts volgen op TV of anderszins. Dat is toch een andere beleving dan als je samen kunt bidden, vieren en zingen. We mogen vandaag schoorvoetend een nieuwe start maken, misschien nog met schrik in de benen, mede door alle veiligheidsmaatregelen.

Ik weet niet of het U is opgevallen: ook in de lezingen rond dit feest van Pinksteren speelt er verwarring en angst. Na Jezus’ dood hebben de apostelen en trouwe volgelingen zich opgesloten uit angst dat hen hetzelfde lot ten deel zou vallen als Jezus. In de Paasverhalen wordt verteld dat Jezus zijn leerlingen enkele malen verschijnt, maar dat neemt niet alle onzekerheid, verwarring en angst weg. Zij voelen wel dat het nooit meer zal worden als voorheen, toen Jezus nog lijfelijk in hun midden was. Toen ze door Palestina trokken, samen aten en discussieerden. Maar tegelijk merken ze dat ze  hun Meester niet kunnen vergeten. Integendeel: in de afgelopen tijd zijn er ontmoetingen geweest en dingen gebeurd, die hen sterken in het geloof dat Jezus leeft.
Ze voelen zijn Geest in hun midden. Hij is er, anders dan voorheen; soms nog duidelijker dan toen Hij lijfelijk in hun midden was. Het verhaal van Pinksteren, zoals we dat lezen in hoofdstuk 2 van Handelingen, vertelt ons dat hun angst, mede door biddend samen te zijn met Maria, plaats maakt voor enthousiasme. Ze voelen dat zij wat ze met Jezus hebben beleefd en van Hem hebben geleerd niet angstvallig mogen verzwijgen. Daarvan moeten ze gaan getuigen, zoals Jezus hen heeft gevraagd. Op die 50e dag, 7 x 7 + 1 een symbolisch getal dat wijst op volheid, zijn ze zover, dat ze hun angst, teleurstelling en onzekerheid te boven zijn door de kracht van de H. Geest, dat ze naar buiten treden, ramen en deuren opengooien om van Jezus te getuigen.
In het Evangelie van dit feest vertelt Johannes dat Jezus in hun midden verschijnt, niet met verwijten over hun lafheid en ontrouw, maar met een hartelijke vredewens tot twee maal toe. ‘ Ik wens jullie vrede! ‘,  zegt Hij.
Met het tonen van de wonden in zijn handen en zijn zijde laat Hij hen zien dat ze niet te doen hebben met een vreemde, maar met hun gekruisigde Heer. Vóór Hij hen uitstuurt om zijn getuigen te zijn, ademt Hij hen de H. Geest toe, de  Helper, de Trooster, de Advocaat, zoals Hij hen heeft beloofd.
Ook wij hebben in de afgelopen maanden dingen zien veranderen, zaken die we misschien niet voor mogelijk hadden gehouden: mensen houden meer rekening  met elkaar, tonen meer geduld in de supermarkt en op straat. Mensen die zich melden als vrijwilliger en spontaan iets voor anderen doen. We hebben gemerkt dat ons leven niet maakbaar is zoals we wel eens denken en hoe kwetsbaar we zijn.

In de gezondheidszorg zetten artsen, verpleegkundigen en anderen alle zeilen bij om zieken bij te staan met risico’s voor hun eigen gezondheid en die van hun gezin. Overal treffen regeringen maatregelen, zowel om de verbreiding van de pandemie onder controle te krijgen, alsook om bedrijven en particulieren die in de problemen zijn geraakt overeind te houden. Naast uitingen van onbegrip en egoïsme zijn we vooral getuige geweest van de goede Geest die door onze wereld waait, allerlei bewijzen van solidariteit. Blijkbaar roept de nood van medemensen het beste in ons wakker: een geest van medeleven, solidariteit en bereidheid om tegenstellingen los te laten en samen te werken. Angst en zorg om ons eigen hachje is een natuurlijke reactie als ons veilige bestaan bedreigd wordt, maar de Geest die Jezus heeft beloofd geeft ons moed en vertrouwen. Ze helpt ons  ramen en deuren van ons hart open te zetten voor medemensen in nood en risico’s te nemen ter wille van anderen. Ik weet niet hoeveel brieven met noodkreten er bij U in de brievenbus zijn gevallen. Ondanks al die uitingen van zorg en onzekerheid mogen wij stellen dat wij het goed hebben, als we zien en horen hoe groot de nood is op andere plekken in de wereld. Laten wij bidden dat de H. Geest die uitgaat van de Vader en de Zoon, ons steeds dieper mag bezielen en ons zal helpen om te doen wat we kunnen. De belofte van Jezus dat Hij ons niet verweesd achterlaat is ook een uitdaging voor ons.
‘Kom, H. Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in ons het vuur van uw liefde’.

AMEN.

Zondag 24 mei: 7e zondag van Pasen. Bidden is als dwalen in een grensgebied.

By Preken

Manu Verhulst, een Belgische collega, schrijft: ‘’In de natuur vinden we het meeste leven in de grensgebieden, bv. daar waar het bos overgaat naar de open vlakte of daar waar water en land elkaar raken. Daar vind je insecten, vogels en bloemen in grote variatie. Dat is ook zo in de grensgebieden van de tijd. De natuur komt het meest tot leven in het grensgebied tussen licht en donker: als de nacht voorbij is en de morgen begint, of als de avond valt.”

Leven ook wij, als christenen, niet in een grensgebied? Aan de ene kant leven wij binnen de Kerk, met haar eigen liturgische tijden (Advent, Kerstmis, de Veertigdagentijd, Pasen), haar sfeer van gebed en bezinning, haar uitnodiging tot moreel besef en verantwoord handelen. Anderzijds staan we ook in een wereld die daar vaak nauwelijks weet van heeft of daar onverschillig en soms zelfs vijandig tegenover staat, een wereld waar andere idealen gelden en soms wetten worden gemaakt die daar haaks op staan. Dat leven op de grens van kerk en wereld dwingt ons om na te denken: waar ben ik mee bezig? Wat is de moeite waard om voor te leven? Waarom wil ik als christen herkend worden? Wat betekent het voor mijn manier van leven, dat ik geloof in Jezus en de weg die Hij zijn leerlingen heeft gewezen? Waar bespeur ik de werkzaamheid van de H. Geest die Hij zijn leerlingen heeft beloofd?

In het Evangeliefragment dat ons vandaag wordt voorgelezen (Joh. 17, 1- 11a), horen wij dat Jezus aan het bidden is: ‘Het eeuwige leven, Vader, is dat zij U kennen en inzien dat U Mij gezonden hebt. Ik bid voor de mensen die U Mij in deze wereld gegeven hebt….’  Geloven en bidden is iets anders dan met je boodschappenlijstje naar de supermarkt  gaan. Het is als wandelen door een gebied dat we niet kennen. Het is lopen op het randje van de werkelijkheid en durven uitkijken naar de Oneindige. Aan de ene kant van de grens staat de mens met al zijn beperkingen; aan de andere kant staat de Alomvattende. Daar tussenin loopt de dunne draad van onze gebrekkige woorden en machteloze gebaren waarmee we ons tot God richten. Wat kan er gebeuren in dat grensgebied, waar wij ons tot God richten? Als we God bewust betrekken bij wat ons bezig houdt, bij wat we zien en meemaken? De zaken die ons met dankbaarheid vervullen en wat ons zorgen baart en verdriet doet? Als wij ons toevertrouwen aan de Oneindige en vragen om zijn Geest? Wij, kwetsbare en vaak egocentrische mensen aan de ene kant, de Alomvattende, die een en al Liefde is aan de andere kant? De Schepper van al wat leeft die zozeer met ons lot begaan is dat Jezus ons leert Hem aan te spreken als Abba, Vader. Balancerend op de grens van de wereld waarin wij leven en werken en onze handen en hart uitstrekkend naar God die woont in het ontoegankelijke Licht, naar het gebied waarvan wij  sterfelijke mensen ons geen enkele voorstelling kunnen vormen, wat kan er dan gebeuren, als wij contact zoeken met Hem en vragen om de H. Geest; als wij de teugels over ons leven in zijn handen durven leggen?  Is bidden niet als wandelen door niemandsland, een terrein dat wij niet kennen. Je kunt er verdwalen. Ons kompas is wat Jezus ons over de Vader heeft geleerd. Zou het misschien ook zo zijn als in de natuur, juist zoals in de grensgebieden tussen bos en open gebied,  tussen water en land, dat daar de meeste vruchtbaarheid en het meeste leven gevonden wordt? Juist daar waar wij de weg niet kennen en onze puur menselijke plannen moeten loslaten? Het overgangsgebied waar we zonder Gids verloren lopen en verdwalen. Laten wij in deze dagen – op weg naar Pinksteren – vurig bidden dat ons hart mag opengaan voor de H. Geest, de Helper en de Advocaat, die Jezus zijn leerlingen heeft beloofd!   ZALIG PINKSTEREN !

A. Franssen, p.

Donderdag 21 mei: Hemelvaart…..

By Preken

Lezingen: Handelingen 1, 1-11; Efeziërs 1, 17-23; Matteüs 28, 16-20

Het coronavirus zorgt momenteel over eenzelfde beleving over heel de wereld. Het houdt ons allemaal in zijn greep, de mensen in de ene streek wat meer dan in de andere, maar het virus waart rond over heel de wereld en maakt ons allemaal tot lotgenoten. Zulk een gevoel van wereldwijde lotsverbondenheid hebben we lang niet gekend. Het zorgt voor een gevoel van saamhorigheid, van rekening houden met elkaar, van elkaar ontzien. Wereldwijd zijn dan oook maatregelen geaccepteerd, die die de bedreiging van het leven paal en perk moeten stellen. Ze zijn samen te vatten onder het woord ‘lockdown’ in zijn verschillende varianten. Langzamerhand ondergaan we ook die maatregelen als  minder vanzelfsprekend en vooral als een beperking van onze vrijheid, waaraan we mede door onze welvaart zo gewend waren geraakt. Maar we worden telkens opnieuw door overheid en deskundigen ervoor gewaarschuwd dat we ‘vrijheid’ niet mogen gelijkstellen met ‘het kunnen doen waar we zin in hebben. Vrijheid heeft te maken met verantwoordelijkheid (voor elkaar).

Welnu het besef van lotsverbondenheid, saamhorigheid en het stimuleren daarvan is ook sterk aanwezig bij het afscheid van Jezus van zijn lijfelijk bestaan onder ons. Aanvankelijk nog niet zo. De leerlingen van Jezus maken een ‘leerproces’ door. Zij zijn in een aantal verschijningen van Jezus waarin Hij zich aan hen voordeed langzamerhand eraan gewend geraakt, dat Hij uit zijn graf is opgestaan en leeft. Hij blijkt dezelfde als waarmee ze ee aantal jaren zijn rondgetrokken, maar toch ook anders, onttrokken aan de wetten waaraan wij door ons lichaam gebonden zijn. In zijn verschijningen overkomt Hij zijn leerlingen, ook al zijn die in ruimten met dichte deuren. Langzaam herinneren de leerlingen zich ook uitspraken tijdens zijn leven over wat Hem allemaal te wachten stond, maar ook over zij  verrijzenis op de derde dag. Toch waren de verwachtingen nog -zo blijkt uit de eerste lezing van vandaag-  dat Jezus spoedig terug zou komen om zijn Rijk van God definitief te vestigen. Feitelijk zou dat betekenen dat het koninkrijk van Israël, Gods eigen volk, in ere hersteld zou worden. Dat blijkt niet het geval te zijn. Tot het koninkrijk van God zijn allen geroepen. ook dus de zogenoemde ‘heidenen’, mensen die volgens de opvattingen van Israël, geen deel uitmaakten van het volk van God. Dat is wennen geweest, een verandering van instelling bij de eerste leerlingen van Jezus. Al u in de gelegenheid bent geweest om de lezingen uit de Handelingen van de Apostelen van de weekenden van Pasen te volgen zult u dat gemerkt hebben. In het Evangelie worden de leerlingen, dus ook wij, aangemaand niet naar de hemel te blijven staren. We worden uitgenodigd werk te maken van ons geloof en dat steeds opnieuw te blijven doen tot er aan onze wereld een einde komt.  Onze ‘roeping’ om goed voor elkaar te zijn houdt nooit op.

Als ik in de krant lees, dat een groot percentage van de jeugd in deze tijd van coronacrisis last heeft van eenzaamheid, komt bij mij een vraag op: hoe is dit mogelijk in een tijd waarin er zoveel contacten zijn  via mail en smartphone? Ontmoeten de eenzame jongeren dan geen mensen, die –al of niet gelovig- in de Geest van Jezus Christus aandacht  hebben voor hen als mens, als persoon; mensen geïnteresseerd in hun wel en wee? Mensen die zo van hen houden dat ze uit hun isolement durven komen? Voorlopig is er nog genoeg te doen. Moge een goede Geest onze helper zijn.

A. Reijnen, pastoor.

Zondag 17 mei: 6e zondag van Pasen: De Geest van de waarheid blijft in jullie.

By Preken

In de ban van de corona-crisis  valt het niet mee om de woorden van de apostel Johannes echt bij ons binnen te laten komen. In het Evangelie vertelt hij over Jezus’ woorden tijdens het Laatste Avondmaal.  We mogen die beschouwen als zijn geestelijk testament, een soort laatste wilsbeschikking, ingegeven door zijn vermoeden dat dit samenzijn zijn laatste kans is.  Als we naar die verhalen luisteren met de bedoeling te achterhalen wat er zich die laatste avond precies heeft afgespeeld en wat er gezegd is, dan zullen we daar niet in slagen. De evangelisten hebben hun verhalen over Jezus geschreven vanuit de ervaring van Pasen. Drie jaar lang zijn ze met Jezus meegetrokken. Hij heeft hen verbaasd en geboeid door wat Hij vertelde en door de manier waarop Hij met hen omging; vooral ook door de tekens die Hij verrichtte voor de zieken.
Bij sommigen van hen heeft zeker de verwachting geleefd dat Jezus het volk zou bevrijden van de Romeinse bezetting. Zijn gevangenneming en kruisdood, alsook de ervaringen rond zijn verrijzenis hebben die verwachtingen overhoop gehaald. Blijkbaar is Jezus toch niet de Messias geweest van wie ze gedroomd hebben. De evangelies verhalen ons van verschijningen en ontmoetingen die ze met Jezus hebben gehad. Het is nogal verwarrend. De apostelen doen veel moeite woorden te vinden voor wat ze met Jezus hebben meegemaakt. Hij die voor hen nog steeds leeft, al is het anders dan voorheen. Op tal van manieren bemerken en voelen ze dat Hij bij hen is en werkzaam is in hun midden.
De evangelisten zijn er niet op uit geweest een historisch verslag te schrijven over de tijd met Jezus, maar over wat deze bijzondere Mens voor hen betekend heeft en hoe Hij hun leven een andere wending heeft gegeven. Over wat ze met Hem hebben meegemaakt vertellen ze via de herinneringen die zich in hun geheugen hebben vastgezet. De Evangelist Johannes, de geliefde leerling, doet dat op zijn heel eigen manier. Hij vertelt hoe de woorden van Jezus bij hem zijn binnengekomen en blijven hangen: de belofte van de Pleitbezorger, de Geest van de waarheid die in ons woont en bij ons zal blijven. Die Geest doet ons iets vermoeden van de relatie van Jezus met zijn hemelse Vader en hoe Hij ons, zijn leerlingen, wil vergezellen op onze levensweg. U zult misschien zeggen: ‘Wat ingewikkeld allemaal! Jezus boeit ons ook, maar we zijn niet enthousiast over die nadruk op geboden en verboden’.  Die manier van spreken hebben wij te danken aan het feit, dat de Tora, de Wet, in het Jodendom zo’n grote rol speelt. Voor de Jood was vrijwel heel zijn doen en laten vastgelegd in geboden en verboden. En het onderhouden daarvan is een bewijs dat je van God houdt en van Jezus. In het Evangelie van Johannes belooft Jezus de Vader te vragen ons de H. Geest te sturen, de Geest die ons in herinnering brengt wat Hij gezegd en gedaan heeft en die ons helpt om voort te zetten wat Hij hier begonnen is en waar het Hem vooral om te doen is.
‘Werk voor  het Koninkrijk van God’,  is telkens zijn opdracht.
Dieper dan anders beseffen wij in deze dagen hoezeer wij van elkaar afhankelijk zijn en elkaar nodig hebben. Niet alleen de dappere mensen in de verzorgende beroepen, maar wij allen worden opgeroepen meer aandacht te hebben voor de naaste, naar elkaar om te zien en met elkaar rekening te houden. Zo werken wij mee om deze vreselijke pandemie een halt toe te roepen en te voorkomen dat er nog meer slachtoffers vallen. Het is niet vreemd dat angst ons parten speelt, als we zien wat dit virus teweeg brengt: ernstig zieken en dodelijke slachtoffers, overbelaste artsen, verpleegkundigen en andere  verzorgenden, stress en depressie, werkelozen en eenzame mensen, bedrijven die failliet gaan enz.
Jezus heeft beloofd  ‘ons een andere Helper te zenden, de Geest van de waarheid, die altijd bij ons zal zijn’ (Joh. 14,16).  Om zijn/haar hulp en kracht, vertrouwen en troost mogen wij bidden, bijzonder onderweg naar het feest van Pinksteren.

Pastor A. Franssen.