Skip to main content
Category

Preken

PREEK ZONDAG 1 MAART 2026 A VEERTIGDAGENTIJD

By Preken

2e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD A 2026.

Lezingen: Genesis 12, 1-4a; 2 Timotheüs 1, 8b-10; Matteüs 17, 1-9.

We hebben allemaal beste mensen onze eigen geschiedenis, onze eigen komaf, eigen ontwikkeling. We hebben allemaal onze eigen verhalen en beschouwingen die we graag met onze vrienden en kennissen delen. Op de TV kunnen we zien hoe graag mensen aan het woord zijn gezien en gehoord willen worden Dat geeft betekenis geeft aan hun leven. Het vertellen van verhalen, het erop na houden van meningen en de vrijheid om ze te uiten maken deel uit van ons leven. Niet al onze verhalen blijven bewaard. Ze blijven een tijdje in de herinnering maar  verdwijnen in het verloop van de geschiedenis. De verhalen van degenen die doorgaan van belang te zijn geweest voor de gang van de geschiedenis zijn of worden opgenomen in kronieken en geschiedenisboeken.
Ook de H. Schrift waaraan wij ons leven oriënteren bevat verhalen die de eeuwen door verteld zijn gebleven over mensen van belang. Ze vertellen van de verhouding van God en mens en de ontwikkeling daarvan als belangrijk ook voor ons leven nu. Het verhaal van Abram –‘Vader God is verheven’ betekent die naam-, is zulk een verhaal. Hij is een nomade die met familie, knechten (in die tijd slaven) en vee leeft in de streek van de rivieren Eufraat en Tigris. Abram  is onrustig op zoek, niet tevreden met de (godsdienstige) wereld waarvan hij deel uitmaakt. Hij zegt tegen zichzelf en zijn familie: ‘Ik vertrek’. Zijn vee en familie gaan mee. Gaande zijn weg naar Kanaän krijgt hij een ander besef van God, geen concurrerende God. God is een god van belofte en verbond met zijn eigen schepselen die zich aan Hem toevertrouwen. Abram zal gaan beseffen dat deze God niet zijn zoon Izaäk al kind-offer vraagt, zoals zijn vroegere goden. De naam Abram verandert in Abraham, want samen met zijn vrije vrouw Sara hun zoon Izaäk en zijn slavin Hagar en haar kind Ismaël zal Abraham ‘vader van vele volkeren’ worden. Het vrije volk Israël is ertoe geroepen ‘alle geslachten op aarde tot zegen te zijn’ (1e lezing). Een roeping waar Israël doorheem zijn geschiedenis mee worstelt, ook op dit moment als je kijkt naar wat er in het Midden Oosten allemaal gebeurt.
De nakomelingen van Abraham,  hebben hun eigen geschiedenis. Grote figuren in de geschiedenis van Israël zijn Mozes die Israël weghaalt uit de slavernij in Egypte en Elia, een van de grote profeten, die het volk weghaalt uit de verleiding van de afgoden van die tijd. De kern van de 12 apostelen van Jezus, Petrus, Jacobus en Johannes, ervaren op een berg in een visioen wie Jezus is:  nakomeling van Abraham, horend bij Mozes en Elia, ‘geliefde Zoon van God’. Waarom op een berg? De hoogte van een berg, de indrukwekkends omgeving, is van oudsher een plek waar mensen veelal hun eigen kleinheid ervaren en de grootsheid van de schepping waar ze deel van uitmaken. De leerlingen ervaren aan Jezus, na zijn eerdere voorspelling van lijden en dood, dat zijn uiteindelijke bestemming Pasen is, de overwinning van kwaad en dood. Maar voorafgaand daaraan moeten ze de berg weer af en in de vlakte Hem vergezellen in wat Hem nog te wachten staat aan verraad, valse beschuldiging, marteling en kruisdood. Ze kunnen er maar beter nog niet over praten. Als het erop aankomt laten zijn leerlingen Hem in de steek, op één na, Johannes, die met de moeder van Jezus onder zijn kruis stond.
Wat kunnen wij met deze verhalen die ons worden voorgehouden in deze tijd van voorbereiding op Pasen? Zij mogen ons het besef bijbrengen dat we deel uitmaken van een geschiedenis waarin we net als Abraham bezig zijn met de vraag wat werkelijk belangrijk is in ons leven, wat ons werkelijk vrijmaakt. Het kan zijn dat we weg moeten trekken van wat ons gevangen houdt, van wat ballast is. Bovendien maken we deel uit van een geschiedenis waarin zich ervaringen voordoen die ons blij en gelukkig maken, maar ook ervaringen van betrekkelijkheid van leven; ervaringen van verlies die pijn doen en verdrietig maken, angstig en onzeker. Maar als gelovigen, die zich in de lijn van Jezus willen bewegen, mogen we ons aan een God toevertrouwen, die ook ons het perspectief van Pasen aanreikt in de levensverhalen van de Schrift, zoals die van vandaag. Zij dienen tot onze bemoediging, troost en ondersteuning.  Amen

Emiritus pastoor Reijnen    

PREEK ZONDAG 1 MAART 2026 VEERTIGDAGENTIJD

By Preken

2e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD A 2026.

Lezingen: Genesis 12, 1-4a; 2 Timotheüs 1, 8b-10; Matteüs 17, 1-9.

We hebben allemaal beste mensen onze eigen geschiedenis, onze eigen komaf, eigen ontwikkeling. We hebben allemaal onze eigen verhalen en beschouwingen die we graag met onze vrienden en kennissen delen. Op de TV kunnen we zien hoe graag mensen aan het woord zijn gezien en gehoord willen worden Dat geeft betekenis geeft aan hun leven. Het vertellen van verhalen, het erop na houden van meningen en de vrijheid om ze te uiten maken deel uit van ons leven. Niet al onze verhalen blijven bewaard. Ze blijven een tijdje in de herinnering maar  verdwijnen in het verloop van de geschiedenis. De verhalen van degenen die doorgaan van belang te zijn geweest voor de gang van de geschiedenis zijn of worden opgenomen in kronieken en geschiedenisboeken.
Ook de H. Schrift waaraan wij ons leven oriënteren bevat verhalen die de eeuwen door verteld zijn gebleven over mensen van belang. Ze vertellen van de verhouding van God en mens en de ontwikkeling daarvan als belangrijk ook voor ons leven nu. Het verhaal van Abram –‘Vader God is verheven’ betekent die naam-, is zulk een verhaal. Hij is een nomade die met familie, knechten (in die tijd slaven) en vee leeft in de streek van de rivieren Eufraat en Tigris. Abram  is onrustig op zoek, niet tevreden met de (godsdienstige) wereld waarvan hij deel uitmaakt. Hij zegt tegen zichzelf en zijn familie: ‘Ik vertrek’. Zijn vee en familie gaan mee. Gaande zijn weg naar Kanaän krijgt hij een ander besef van God, geen concurrerende God. God is een god van belofte en verbond met zijn eigen schepselen die zich aan Hem toevertrouwen. Abram zal gaan beseffen dat deze God niet zijn zoon Izaäk al kind-offer vraagt, zoals zijn vroegere goden. De naam Abram verandert in Abraham, want samen met zijn vrije vrouw Sara hun zoon Izaäk en zijn slavin Hagar en haar kind Ismaël zal Abraham ‘vader van vele volkeren’ worden. Het vrije volk Israël is ertoe geroepen ‘alle geslachten op aarde tot zegen te zijn’ (1e lezing). Een roeping waar Israël doorheem zijn geschiedenis mee worstelt, ook op dit moment als je kijkt naar wat er in het Midden Oosten allemaal gebeurt.
De nakomelingen van Abraham,  hebben hun eigen geschiedenis. Grote figuren in de geschiedenis van Israël zijn Mozes die Israël weghaalt uit de slavernij in Egypte en Elia, een van de grote profeten, die het volk weghaalt uit de verleiding van de afgoden van die tijd. De kern van de 12 apostelen van Jezus, Petrus, Jacobus en Johannes, ervaren op een berg in een visioen wie Jezus is:  nakomeling van Abraham, horend bij Mozes en Elia, ‘geliefde Zoon van God’. Waarom op een berg? De hoogte van een berg, de indrukwekkends omgeving, is van oudsher een plek waar mensen veelal hun eigen kleinheid ervaren en de grootsheid van de schepping waar ze deel van uitmaken. De leerlingen ervaren aan Jezus, na zijn eerdere voorspelling van lijden en dood, dat zijn uiteindelijke bestemming Pasen is, de overwinning van kwaad en dood. Maar voorafgaand daaraan moeten ze de berg weer af en in de vlakte Hem vergezellen in wat Hem nog te wachten staat aan verraad, valse beschuldiging, marteling en kruisdood. Ze kunnen er maar beter nog niet over praten. Als het erop aankomt laten zijn leerlingen Hem in de steek, op één na, Johannes, die met de moeder van Jezus onder zijn kruis stond.
Wat kunnen wij met deze verhalen die ons worden voorgehouden in deze tijd van voorbereiding op Pasen? Zij mogen ons het besef bijbrengen dat we deel uitmaken van een geschiedenis waarin we net als Abraham bezig zijn met de vraag wat werkelijk belangrijk is in ons leven, wat ons werkelijk vrijmaakt. Het kan zijn dat we weg moeten trekken van wat ons gevangen houdt, van wat ballast is. Bovendien maken we deel uit van een geschiedenis waarin zich ervaringen voordoen die ons blij en gelukkig maken, maar ook ervaringen van betrekkelijkheid van leven; ervaringen van verlies die pijn doen en verdrietig maken, angstig en onzeker. Maar als gelovigen, die zich in de lijn van Jezus willen bewegen, mogen we ons aan een God toevertrouwen, die ook ons het perspectief van Pasen aanreikt in de levensverhalen van de Schrift, zoals die van vandaag. Zij dienen tot onze bemoediging, troost en ondersteuning. Amen

Emiritus pastoor Reijnen    

Zondag 28 december H. FAMILIE 2025

By Preken

Preek zondag 28 december H.FAMILIE 2025 Eys om 9.30 uur.

Lezingen: Sirach 3, 2-6.12-14; Kolossenzen 3,12-21; Matteüs 2, 13-15.19-23.

In het eerste verhaal van onze Bijbel, het scheppingsverhaal, wordt verteld, dat
God op de zesde dag de mens schiep ‘naar zijn beeld en gelijkenis’, ‘man en
vrouw schiep Hij hen’ en hij gaf hen de opdracht ‘zich te vermenigvuldigen’.
God vertrouwde de zorg voor de aarde toe. Het klinkt op het eerste gezicht wat
afstandelijk, maar het verhaal gaat over ons. Wij van het hier en nu, volgen
onze voorouders op die ons zijn voorgegaan in het leven hier op aarde en de
omgang daarmee. Zij hebben ons voortgebracht die nu leven en in kinderen ons
leven voortzetten. Er zijn vele verschillende culturen, die alle op hun manier het
leven invullen en voortzetten. Maar altijd is er de band van ouders met hun
kinderen, als het goed is de zorg voor hen en het bewustzijn bij kinderen uit
ouders voortgekomen te zijn. Hun waardering is afhankelijk van de mate waarin
zij van hun ouders zorg en liefde hebben ondervonden en zich thuis hebben
leren voelen in het leven met zijn goede, vreugdevolle, maar ook in de moeilijke
en kwade kanten ervan. De Grieken in het verre verleden wisten al dat
‘zelfkennis de beste kennis’ is. Die kennis doe je als het goed is op in de
omgeving waarin je leeft.
De eerste lezing uit het Wijsheidsboek Jezus Sirach benadrukt in de cultuur van
de 2e en 1e eeuw vóór Christus de noodzaak dat kinderen hun ouders
respectvol behandelen ‘om lang te mogen leven op deze aarde’. Het verhaal uit
het evangelie van Mattheüs geeft de zorg van Jozef voor zijn vrouw Maria en
het kind Jezus aan, als het leven van het kind wordt bedreigd door de voor zijn
eigen positie beduchte koning Herodes. Hij vlucht met hen naar Egypte en blijft
daar tot het in het thuisland veilig genoeg is om terug te keren. De situatie van
vluchtelingen in alle tijden.
Er is veel veranderd in de patronen van menselijke relaties, al trouwen mensen
nog altijd met elkaar met de intentie verder te leven met elkaar tot de dood
hen scheidt. Dat veronderstelt de bereidheid het leven in liefde met elkaar te
delen in goede en kwade dagen. Dat deze vorm van leven in de tijdgeest van nu
niet vanzelfsprekend is zal iedereen duidelijk zijn aan het aantal scheidingen,
aan het aangaan van nieuwe relaties en het aantal eenoudergezinnen.
Bovendien biedt de hedendaagse techniek van in vitrofertilisatie en donorschap
mogelijkheden voor degenen die een kind willen. Er zijn draagmoeders die
tegen vergoeding aan anderen het kind dat zij ter wereld hebben gebracht
willen afstaan. Bij alles wat tegenwoordig mogelijk is, respectievelijk gebeurt,
lijkt echter voor ieder mens noodzakelijk dat hij/zij opgroeit in een atmosfeer
van liefde, van geborgenheid wil men thuis raken in het leven. Ons leven van
tegenwoordig is complex. Het is, mede door de vele mogelijkheden en
verwachtingen, veeleisend. Het vraagt om mensen, die de zin van hun leven
vinden in ‘hun er zijn voor de Ander/ander’. Dat is wat paus Leo XIII (paus van
1878-1903) christengelovigen ter overweging heeft willen geven bij de
invoering van het feest van de H. Familie: de op God en op elkaar gerichte liefde
binnen het gezin van Jozef, Maria en Jezus. De start was in dat gezin
ongemakkelijk. Jozef, levend in gerechtigheid volgens de Wet van Mozes, wilde
aanvankelijk van zijn verloofde scheiden en haar de ruimte geven toen ze
zwanger werd bevonden, ‘van de H. Geest’ zoals het Evangelie toevoegt. Hij
komt echter tot het besef, dat hij haar en haar kind in liefde geborgenheid kan
geven en trouwt met haar. De bevalling van Maria is ook al ongemakkelijk wat
de entourage betreft, niet in een kliniek of in een gastenverblijf, maar in een
stal, omgeven door gewone mensen, herders die hun kudden hoedden in
Bethlehems velden; dus niet omgeven door grote maatschappelijke en politieke
figuren. Het tekent Gods menswording, de manier waarop Jezus in de toekomst
onder mensen zal zijn De trouw van Jozef wordt zichtbaar in zijn zorg voor
moeder en kind bij hun vlucht naar Egypte als Herodes het kind bedreigt. Liefde
blijkt uit de trouw van Maria aan haar kind als ze onder zijn kruis staat.
Hoe we ook met elkaar willen leven, de boodschap die ons vandaag wordt
voorgehouden is, dat het in het leven gaat om liefde gericht op elkaar en daarin
de eigen levenszin vinden (en niet in de angstige gerichtheid op het eigen ‘Ik’).
De apostel Johannes zal in zijn eerste brief schrijven: ‘niemand heeft ooit God
gezien, maar als wij elkaar liefhebben woont God in ons en is zijn liefde in ons
volmaakt geworden’ (1 Johannes 4,12). Moge deze woorden in ons tot leven
komen op voorspraak van de H. Familie. Amen

Emiritus pastoor Reijnen.

2e ZONDAG VAN DE ADVENT A 2025

By Preken

Preek 7 december 2025

2e ZONDAG VAN DE ADVENT A 2025.

Lezingen: Jesaja 11, 1-10; Romeinen 15, 4-9; Matteüs 3, 1-12.

Al in oude tijden,  al vóór Christus vierde men aan onze kant van de wereld in de winter de overgang van donker naar licht. De Joden hadden ontstaken kaarsen op de Chanoekakandelaar en Romeinen, zonnevereerders, vierden hun  zonnewende, de terugkeer van het licht. Vanaf de 4e eeuw vieren wij, christenen op 25 december de geboorte van Jezus, de gezalfde van God, als HET LICHT van de wereld.  Het was jarenlang in onze katholieke streken hét feest in de winter. Om ons op zijn komst, zijn ‘advent’ voor te bereiden gingen er een viertal weken van bezinning aan het feest voor. Ik herinner me nog de dag voor kerstmis, dat we in een zekere gewijde en ingetogen sfeer vader mochten helpen bij het optuigen van de kerstboom en het plaatsen van de beeldjes in het stalletje. De tweede wereldoorlog was aan de gang. Het was een tijd van schaarste. Toch was het die 25e december feest, kerkelijk en thuis.

In onze tijd van overvloed voor velen is er veel belangstelling van de kant van de commercie voor de opvulling van kerstmis en de weken ervoor, voor ons menselijk welzijn en voor gezelligheid in. Dat is des te begrijpelijker nu wij leven in een verwarde en onzekere tijd, waarin voorhanden structuren -denk aan de democratie- en manier van leven onder druk staan. Wij, christenen, ervaren dat samen met al onze medemensen wie ze ook zijn en bij al wat ze wel of niet geloven.

Te midden daarvan echter hebben we als christenen onze eigen aandachtspunten waarvan we geloven dat ze de vrede dienen niet alleen voor onszelf maar ook voor onze door kwaad bedreigde wereld. Wij blijven aandacht houden voor Gods menswording onder ons in de geboorte van Jezus Christus in een stal te Bethlehem. Hij is voor ons ‘HÉT LICHT’ bij alle licht dat wij ontsteken om onszelf en onze wereld op te vrolijken. Met dat als achtergrond vieren we volgende week ‘Kerst in Ees’, houden we in onze kerkelijke vieringen, versieren onze huizen met kerstboom en kribbe, eten we gezellig samen in onze gezinnen of gaan we gezellig uit eten.

Ter voorbereiding op Kerstmis vieren we vandaag de tweede zondag van de Advent. We hebben geluisterd naar de teksten uit de H. Schrift. We hebben ons mee laten nemen in dromen van alle tijden dat er een tijd van vrede en veiligheid en vrede zal aanbreken. Dit in tegenstelling met de strijd, die in de natuur en onder mensen gaande is. We kijken wellicht met afgrijzen hoe roofdieren jagen op een elegant hert en kunnen ons vinden in de Jesajatekst waarin gedroomd wordt dat ‘de wolf zal huizen met het lam, de panter zich zal neervlijen bij het bokje’. We kunnen ernaar verlangen, dat leiders van volken vervuld zullen zijn van een geest van wijsheid en inzicht; van een geest van raad en sterkte; een geest van kennis en vreze (ontzag) des Heren.

Hoever zijn we momenteel, in onze tijd daarvan verwijderd van onze dromen en van onze verlangen??  Met alle gevolgen van dien. Is daar wat aan te doen?  Ook Johannes de Doper leeft in een moeilijke tijd: de Romeinen zijn de baas; de religieuze overheid belast het volk met tal van onnodige religieuze en maatschappelijke voorschriften. Johannes roept op tot bekering. Dat vraagt wat van een mens. Hij is niet vriendelijk voor religieuze stromingen, die wel vroom líjken maar het niet zijn; die hun uiterlijke vroomheid benutten om hun eigen ijdelheid te strelen. Bekering! Wat wil dat zeggen? Je keren tot de kern van Wet en Profeten, het ontzien van kwetsbaren. De ware kinderen van Abraham, de ware godsdienstigen  zijn degenen die waarachtig zijn in doen van het goede en in hun dienst aan degenen die het nodig hebben.

Johannes de Doper wijst op degene wiens komst hij voorbereidt en op de viering van wiens verjaardag wij ons momenteel voorbereiden. In zijn naam zijn we indertijd gedoopt met Geest en met vuur, verwarmend, maar ook kwaad verterend. Denken we na over de weg die we sinds ons doopsel zijn gegaan. Moge ons vergeven worden als die weg niet helemaal beantwoord heeft aan zijn doel. Moge de herinnering aan de komst van Jezus ons doen gaan op de weg die Jezus ons is voorgegaan en mogen we Hem daarin navolgen. Amen

Zondag 23 november: CHRISTUS KONING C 2025  23 Nov. EYS 9.30

By Preken

Lezingen: 2 Samuel 5, 1-3; Kolossenzen 1, 12-20; Lucas 23, 33-43.

Vandaag vieren ons kerkelijk zangkoor en vrouwenkoor Octavia het feest van hun patrones St. Cecilia, niet alleen in de kerk maar ook daarna met gezelligheid. Vandaag viert de Kerk de laatste zondag van het kerkelijk jaar ‘Christus, Koning van het heelal’. De woorden ‘koning van het heelal zijn alomvattend, kosmos, aarde en alles wat daarbij hoort: zon, maan, sterren, planeten, de aarde met alle levende wezens. Het Christus Koningfeest dateert van 1925 toen paus Pius XI het in het leven riep. Dit jaar is het feest dus 100 jaar oud. Het was de tijd van het Rijke Roomse leven, de tijd van ‘de volkskerk’ waarin het RK leven volop bloeide, zowel kerkelijk als maatschappelijk in gezinnen en verenigingen van velerlei aard en niveau, in werkgeversvereniging en vakbond. Christus leek een tijdje geleden Koning van alles. Er is in de 100 jaar dat het feest bestaat veel veranderd. Feitelijk lijkt de idee van Christus’ Koningschap op de achtergrond geraakt. We kennen op onze wereld   verschillende bestuurssystemen, die rekening hebben te houden met elkaar. In Nederland hebben we een monarchie die gebonden is aan een democratisch samengestelde grondwet. In China heeft de communistische partij het voor het zeggen. Een aantal landen worden geregeerd door -zoals dat heet- autocratische leiders, eenlingen met de groep om hen heen, zoals momenteel Rusland. Zij hebben het voor het zeggen in een zogenaamde door hen ‘geleide democratie’. Het gaat daarbij om macht en overheersing, vaak mede beïnvloed door geld. We ervaren momenteel hoe op de wereld mensen lijden onder de heerschappij van regimes die hen onder de duim houden of die hen willen onderwerpen.
En dan vieren wij, katholieken Christus Koning van het heelal. Zijn we met wat er in de wereld allemaal gebeurt daarbij niet wat onnozel bezig? Wat stelt dat voor? Wat heeft dat voor betekenis? Wat is dat voor een koning die -terwijl zijn aanhang onmachtig blijkt en Hem in de steek laat (behalve zijn moeder en de apostel Johannes) veroordeeld is tot de dood aan een kruis? Het is een vorm van terechtstelling van misdadigers? Zou het kunnen zijn, dat desondanks de manier van leven van Jezus mensen aanspreekt tot in het heden? Het is een manier die leven in zich draagt. Zijn basis is zijn Godsvertrouwen. God is zijn -en zoals Hij ons leert bidden- ook onze Vader in de hemel. Eenmaal onder ons is Hij mensbetrokken. De kern van zijn leven is zijn gevende liefde, die bestand is tegen kwaad en ondergang. Hij is niet bang zijn ‘leven te verliezen’. Juist daarom ‘wint hij het’. Hij ontfermt zich over medemensen, ieder in de eigen levensomstandigheden: de zieke en gehandicapte, de bezetene, de niet geziene en verwaarloosde, de buitengeslotenen; zijn tijdgenoten die onder onnodige voorschriften gebukt gaan. Hij is voorstander van ‘de vrijheid van de kinderen Gods’. Hij nodigt uit Hem na te volgen en zo tot leven te komen. Tot volwaardig leven te komen is dat niet hetgene waarnaar iedere mens ten diepste naar verlangt? Is dat zo? Laten we ervan uitgaan, dat iedereen, die ter wereld komt, gezien, gehoord, erkend en gewaardeerd wil zijn. Zelfs degene die het slechte pad op gaat, lijkt erop uit te zijn als persoon gezien en erkend te worden. Tegelijk ervaart iedereen, dat het in het leven niet allemaal rozengeur en maneschijn is, dat het de verkeerde kant op kan gaan, dat er kwaad is waarin mensen gevangen kunnen worden; dat ons bestaan zijn eisen kent en onze inzet vraagt. God komt ons daarbij tegemoet in de menswording van zijn Zoon, die met ons het leven deelt, Koning in dienstbaarheid. ‘Mijn rijk is niet van deze wereld’ zegt Jezus. Het is geen rijk waarin macht een overheersende factor is maar beschikbaarheid en liefde, die zich geeft. Hij is daarin erkend door zijn Vader in de hemel. Met Pasen stond Jezus op uit kwaad en dood. Leven heeft bij God het laatste woord. In die sfeer vieren wij Jezus Christus koning van het heelal. Als we in Hem geloven, ons aan Hem toevertrouwen, hem proberen na te volgen is zijn leven, Gods leven in ons. Mogen wij van die mensen zijn en zo onze wereld en medemensen dienen. Amen

VOORBEDE

Misintenties:

Bidden we voor de levende leden van onze Eyser zangkoren. Dat ze het plezier in het zingen en de onderlinge kameraadschap, die het gevolg ervan is, zullen blijven koesteren; dat ze hun bijdrage blijven leveren aan de intensiteit van onze vieringen en van ons bidden. Bidden we voor de overledenen leden van onze koren, dat zij mogen zijn in Gods vrede.

Bidden we voor de vrede. Dat de plannen die onze wereldse machthebbers de waarde van de volken in takt laten. Dat ze hun eigen macht niet uitbuiten, maar dat zich in dienst stellen van waarheid, gerechtigheid en veiligheid. Laat ons bidden.

Emiritus pastoor Reijnen

 

zondag 19-10-2025: 29e zondag door het jaar C – Missiezondag en Afscheid Kapelaan Siju.

By Preken

Beste broeders en zusters, Vier jaar geleden, toen ik voor het eerst hier in het Heuvelland aankwam en begon als kapelaan, was ik zó nieuwsgierig. Hoe zou het leven hier zijn? Hoe zijn de mensen? Hoe zal ik mijn plaats vinden in deze gemeenschap? En eerlijk gezegd, ik denk dat jullie ook nieuwsgierig waren. Misschien dachten jullie: “Wie is die nieuwe kapelaan uit India? Wat brengt hij mee? Hoe zal hij tussen ons wonen en werken?”

Nu, na vier jaar samen met elkaar opgetrokken te hebben, kan ik met heel mijn hart zeggen: dit waren enkele van de mooiste jaren van mijn leven. Vooral de tijd hier in Eys, Nijswiller en Wahlwiller heeft een bijzondere plaats in mijn hart gekregen. Jullie hebben mij niet alleen verwelkomd, maar ook opgenomen als één van jullie. Daar ben ik jullie allemaal heel dankbaar voor. Maar hopelijk ben ik niet alleen als persoon opgenomen, maar heeft mijn boodschap van Gods Liefde u allen geraakt en mag deze geluk brengen in uw leven.

Vaak hoorde ik mensen zeggen: “Wat bijzonder dat jij hier bent. Vroeger gingen onze priesters vanuit hier naar verre landen om missionaris te zijn, en nu is het andersom geworden!”
Ja, dat is waar. De wereld is veranderd, en de richting van de missie is soms omgekeerd. En toch blijft de roeping dezelfde: om de liefde van God te delen, overal waar we zijn.

 

Vandaag, op Missiezondag, denken we met dankbaarheid aan alle missionarissen van vroeger en van nu: mannen en vrouwen die hun thuis verlieten om het Evangelie te brengen, vaak onder moeilijke omstandigheden. Hun leven was niet gemakkelijk – onbekende talen, vreemde culturen, ziekten, armoede… En toch gingen ze, vol vertrouwen in God.

Soms voel ik mij klein als ik aan hen denk. Want in deze moderne wereld zijn mijn uitdagingen maar klein in vergelijking met de offers van de missionarissen toendertijd. Ik heb een goed huis, goed eten, een telefoon, internet… en toch noem ik het ‘missie’. Maar die missionarissen van vroeger hadden niets van dat alles (of van al deze voorzieningen) – alleen hun geloof, hun liefde voor God en hun toewijding. Vandaag willen wij hen met heel ons hart danken, en voor hen bidden.

Toch is missie niet alleen iets van vroeger, of van verre landen. Missie gebeurt ook hier, in onze eigen parochies, in onze dorpen, in onze gezinnen. Ieder van ons is geroepen om een missionaris te zijn – niet met grote woorden, maar met kleine daden van liefde.

Ik herinner me een vrouw die ooit tegen me zei: “Wat jammer dat je alles hebt achtergelaten om naar hier te komen.”
En ik zei lachend tegen haar: “Eigenlijk is het ook een beetje uw schuld dat ik hier ben.”
Ze keek me verbaasd aan en vroeg: “Hoezo dan?”
Ik vroeg haar: “Hoeveel kinderen heeft u?”
“Vier,” zei ze.
“En heeft u ooit een van die vier aangemoedigd om priester te worden?”
Ze lachte: “Nee, dat niet.”
Toen zei ik: “Zie je, als een van hen priester was geworden, dan had ik misschien niet hoeven komen!”

We hebben er samen om gelachen, maar er zit wel een waarheid in. De Kerk is één groot lichaam, een wereldwijde gemeenschap. We hebben elkaar nodig – jullie hier, wij daar.
Net als in een groot bedrijf (of: een grote organisatie) heeft ieder zijn taak: sommigen gaan op missie, anderen steunen, bidden of geven. En zo wordt Gods liefde zichtbaar in de wereld.

Daarom is Missiezondag niet zomaar een collecte of een thema. Het is een herinnering dat wij allemaal medeverantwoordelijk zijn voor de zending van de Kerk, de opdracht om Gods Liefde uit te dragen in onze gemeenschap. Misschien kunnen wij niet allemaal naar Afrika of Azië reizen, maar we kunnen wél missionaris zijn in onze eigen omgeving – in onze straat, in onze familie, in onze gemeenschap. Door met elkaar mee te leven, liefde de delen aandacht te hebben voor de eenzamen, door vergeving te schenken, door hoop te brengen waar moedeloosheid is.

Als ik terugkijk op mijn tien jaar hier in Nederland, en vooral op deze vier jaren in het Heuvelland, dan zie ik zoveel momenten van Gods aanwezigheid: in de vieringen, bij doopsels, huwelijken, begrafenissen; in de gesprekken aan de deur en tijdens bezoeken of in de winkel; in de glimlach van een vrijwilliger, in de zorg van mensen voor elkaar.

Het zijn allemaal tekenen van een geloof dat leeft. Daarom voel ik vandaag vooral dankbaarheid. Dankbaarheid aan God, die mij hierheen heeft geleid. Dankbaarheid aan jullie, die mij hebben geholpen om me thuis te voelen. En dankbaarheid aan alle mensen die op hun eigen manier missionaris zijn – door hun tijd, hun gebed, hun liefde en inzet.

Ik ga verder, maar een deel van mijn hart blijft hier. Ik neem jullie mee in mijn gedachten en gebed, zoals ik hoop dat jullie ook voor mij blijven bidden. En samen blijven wij bidden voor alle missionarissen, overal ter wereld: dat zij kracht en vreugde mogen vinden in hun werk, dat zij nooit ontmoedigd raken, en dat Gods liefde overal mag doordringen. Amen.

Kapelaan Siju.

Zondag 12 oktober 2025: 28e zondag door het jaar C 2025.

By Preken

Dit vooraf aan de overweging van zondag 12 oktober 2025.

BIJBELAVOND GULPEN dinsdag 9 oktober 2025 19.30

 In het kort de achtergrond van de lezingen

  1. Ons ‘Oude Testament’

 Ons Oude Testament, grotendeels de Joodse Bijbel, kent drie onderdelen: de Wet van Mozes, de Profeten en de Geschriften. Het laatste deel omvat liederen (psalmen), Wijsheidsboeken en geschiedenis. De geschiedenisboeken beginnen bij het 5e boek van de Wet van Mozes (Deuteronomium) en bevatten verder de boeken Samuel en Koningen.

De Boeken 1 en 2 Koningen De boeken 1 en 2 Koningen gaan over de geschiedenissen van het Noordrijk (Israël) en het Zuidrijk (Juda). De auteur schrijft in 2 Koningen over de periode na de ondergang van beide Rijken en de reden van die ondergang. Het is geschiedenis vanuit een geloofsperspectief, d.w.z. de geschiedenis heeft te maken met de relaties van mensen en (de ene) God.

We lezen het verhaal van Naäman, de Syriër, die leed aan een huidaandoening. Hij wendt zich, daartoe aangespoord door zijn Israëlisch dienstmeisje, tot de profeet Elisa. Aanvankelijk vindt hij onnozel wat het van de profeet moet doen, maar gaat er toch toe over: hij neemt een bad in de Jordaan. Hij geneest en komt tot erkenning van de God van Israël. Een geschiedenis dus die uitloopt op geloof.                                                             We gaan na het lezen van de tekst met elkaar erover in gesprek.

  1. Ons ‘Nieuwe Testament’ omvat de 4 Evangelies, de Handelingen van de Apostelen, diverse Brieven van apostelen, en het Boek van de Openbaring.

-De 2e brief aan Timotheus plaatsen we in het geheel van de zogenoemde ‘Pastorale Brieven’, 1 en 2 Timotheüs en Titus. Die bevatten nl. allerlei aanbevelingen voor het besturen van een christengemeente. De brieven zouden geschreven zijn door de apostel Paulus aan twee van zijn leerlingen, Timotheüs (in Efese) en Titus (op Kreta). Het is gezien de situatiebeschrijving en stijl aannemelijk dat ‘iemand uit de school van Paulus’ de brieven heeft geschreven in naam van Paulus. Dat was in die tijd niet ongebruikelijk. De brieven deelden daarmee in het gezag van Paulus. Waar gaan de brieven over? De christengemeenten weken in hun gedragingen af van hun omgeving en hadden het daar niet altijd gemakkelijk mee. Mensen met afwijkende meningen van die van Paulus maakten het de gemeenten lastig die Paulus volgden. De brieven sporen dan de lezers ook aan tot standvastigheid en trouw. Christenen leven met een paradox: heil/leven komen over ons door de kruisdood van Jezus Christus: Als wij met Hem gestorven zijn zullen we met Hem leven. We lezen de tekstgedeelte aangegeven en gaan daar met elkaar over in gesprek.

-De tekst uit het Evangelie van Lucas is genomen uit het reisverhaal van Lucas waarin, v.a. hst. 12, Jezus met zijn leerlingen op weg is naar Jeruzalem waar Hem de gebeurtenissen wachten, die Hem doen lijden, doen sterven aan een kruis en tot  verrijzenis brengen. Onderweg brengt Jezus verschillende thema’s uit zijn leer ter sprake.
Aan Lucas toegeschreven worden een van de Evangelies en ‘de Handelingen van de apostelen’. Lucas behoorde tot de 2e/3e generatie christenen en was zelf geen ooggetuige van het leven van Jezus. Hij kende waarschijnlijk het evangelie van Marcus en een verhalenbron (Quelle) waaruit hij zijn eigen verhalen heeft gehaald. Hij heeft zorgvuldig onderzoek gedaan. Lucas heeft een Grieks-Romeinse achtergrond, maar is ook goed bekend met de zogenaamde ‘Septuaginta’, de Griekse vertaling (door 70 vertalers) van de Joodse Bijbel in het Egyptische Alexandrië. Het is waarschijnlijk dat Lucas zijn werken schreef voor christenen met  een  niet-joodse achtergrond. Hij is ervan overtuigd, dat Jezus de Messias, Christus is, gezalfde van God. Hij richt zich in zijn werken als gelovige op de geschiedenis van Jezus. Voor hem is Jezus ook profeet, leraar met gezag, redder, Mensenzoon, Zoon van God en Heer.

We lezen het tekstgedeelte van vandaag uit het Evangelie en gaan daarover met elkaar in gesprek.

OVERWEGING

28e ZONDAG DOOR HET KERKELIJK JAAR C 2025.

Lezingen: 2 Koningen 5, 14-17; 2 Timotheus 2, 8-13; Lucas 17, 11-19.

Beste mensen. Voor verreweg de meesten van ons is heel veel in het leven vanzelfsprekend: bijvoorbeeld dat we een dak boven ons hoofd hebben, te eten en te drinken, werk, vrije tijd, die we naar believen invullen, mensen met wie we leven. Om ons heen zijn er allerlei voorzieningen waar we gebruik van kunnen maken. Omdat het vanzelfsprekend is staan we er ook meestal niet bij stil. Als mensen elkaar vragen hoe het gaat, krijgt men vaak te horen: ‘alles zo zijn gangetje, zoals het moet gaan’. We voelen ons pas kwetsbaar op het moment dat die vanzelfsprekendheid wordt aangetast. Bijvoorbeeld bij ziekte of als onze integriteit op een of andere manier  wordt aangetast; als dierbaren ons ontvallen en we alleen komen te staan, als een faillissement het bedrijf treft waar we werken. De vraag kan zijn of we voldoende stilstaan bij wat ons in het leven allemaal kan overkomen. We hebben ons leven niet zelf in handen.
De teksten uit de H. Schrift van vandaag geven enerzijds aan de aantasting van leven door ziekte, anderzijds de dankbaarheid bij de ervaring in Gods hand te zijn. Naäman, hooggeplaatste man, legeroverste van de koning van Aram in Damascus, het huidige Syrië. Hij is ernstig ziek en heeft een huidaandoening. Niets helpt. Door zijn in de oorlog uit Israël geroofd dienstmeisje, zoals dat in oorlogen met kinderen gaat, wordt hij gewezen op de profeet Elisa in haar eigen land. Naäman verwacht een bijzondere en dure therapie, maar kans ze betalen en heeft er het nodige goud voor mee waarmee hij wil betalen. Het is naar aanwijzing van de assistent van profeet Elisa een eenvoudige therapie. Hij  hoeft zich maar een zevental keren (zeven een heilig getal) te baden in de Jordaan. Aanvankelijk voelt de voorname man zich vernederd en verontwaardigd. Desondanks doet op hij op aanraden van zijn dienaren toch wat van hem gevraagd wordt. Hij wordt genezen, is uitermate dankbaar en komt tot geloof in de ene ware God, beseffend dat Deze de drager van het leven is.

In het Evangelie gaat Jezus met zijn leerlingen de tocht vanuit Galilea door de landstreek Samaria naar Judea en Jeruzalem om er te lijden, sterven en in verrijzenis tot leven te komen. Onderweg ontmoet Hij 10 melaatsen. Hij laat hen de wettelijke voorschriften vervullen, die in dit soort omstandigheden gelden: zich te laten inspecteren door de priesters van die tijd. De 10 doen wat Jezus zegt en worden onderweg genezen. Vanzelfsprekend zijn ze allemaal heel blij, maar slechts één van hen, komt terug om God in Jezus te danken. En degene die terugkomt is nog een van het joodse geloof afwijkende en dus ketterse Samaritaan. Hij beseft dat hij zijn gezondheid van leven niet in eigen handen heeft maar dat zijn gezondheid hem terug gegeven is. Hij is dankbaar en erkent in zijn genezing Gods aanwezigheid; en dat voor iemand, die door de zogenaamd ware gelovigen wordt beschouwd als een afvallige, een ketter. De negen anderen, die vieren feest, want ze horen er weer bij en vergeten. Dat geeft te denken, zeker ook aan mezelf over de manier van leven in onze huidige tijd: is er ruimte voor dankbaarheid in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan? Is er besef, dat het leven ons gegeven is, dat ziekte en gezondheid ons kunnen overkomen als voorwaarden die horen bij ons aardse bestaan? Dat in vreugde en verdriet daarbij onze zorg en hulp passen voor elkaar, zoals het dienstmeisje van Naäman verwijst naar de profeet; zoals Jezus zich ontfermt over de 10 melaatsen. Beseffen we dat wij ten diepste gedragen worden door  een zich ontfermende God aan wie we ons kunnen toevertrouwen. Beseffen we dat wij ook van de gelovigen buiten onze kring kunnen leren wat dankbaarheid en liefde is. Beste mensen, moge dankbaarheid een grondtrek zijn van ons leven als gelovigen.. Amen.

Emeritus pastoor Reijnen.   

Zondag 21-9-2025: 25e ZONDAG DOOR HET JAAR C 2025.

By Preken

25e ZONDAG DOOR HET JAAR C 2025. Lezingen: Amos 8, 1-4; 1 Timotheüs 2, 1-8; Lucas 16, 1-13 (of 10-13).

Wij leven, beste mensen met zijn allen op deze aardbodem. Zijn we langzamerhand niet met zo’n acht miljard??? Op onze aardbodem moeten we allen leven Daartoe leveren we heel wat werk, maar ook heel wat strijd, zoals we dat in onze tijd ervaren. Wij, gewone mensen, weten niet of nauwelijks wat zich achter de schermen allemaal afspeelt. Manipulatie, bedrog, curruptie spelen een rol. We kunnen het gevoel hebben weinig greep op de gebeurtenissen te hebben, individueel maar ook maatschappelijk. Het veroorzaakt bij menigeen de nodige onrust, angst en onzekerheid. De vraag is welke onze positie is als christenen in een wereld waarin het in ons leven verschillende kanten uit kan gaan. Vinden we in ons geloof steun, bemoediging, troost. Helpen ons daarbij de verhalen uit onze H. Schrift.

Vandaag in het Evangelie: Onrust is er bij de corrupte boekhouder in het evangelie. Hem dreigt ontslag wegens malversaties met de financiën van zijn baas. Hij overlegt bij zichzelf hoe hij zich in de netelige situatie kan redden en maakt zich vrienden met de verlaging van de schuld van degenen, die bij zijn baas in het krijt staan. Jezus prijst niet de corruptie van de man, maar zijn nadenken, zijn overleg. Centraal in de Evangelietekst van vandaag lijkt mij de opmerking van Jezus te staan, dat ‘de kinderen van deze wereld onderling met meer overleg handelen dan de kinderen van het licht’ (vers 8).

De eerste vraag is of wij ons, zoals we hier als gedoopte christenen bijeen komen, ‘kinderen van het licht voelen’? Werpen de verhalen licht op ons bestaan in de periode dat wij leven, in onze vreugde en bij ons verdriet. Want daartoe zijn ons de evangelieverhalen aangereikt. Dat lijkt niet zo eenvoudig. De apostel Johannes schrijft aan het begin van zijn Evangelieverhaal, dat we lezen op 1e Kerstdag: ‘het Licht scheen in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet aangenomen’. En duisternis is er genoeg in onze huidige wereld. Maar Johannes schrijft erbij: degenen, die het Licht wél hebben aangenomen gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Ze zijn uit God geboren. Tweede vraag: hoe zouden we ons geloof kunnen versterken, dat we mogen leven in Gods licht, zodat we er troost, bemoediging, steun aan ondervinden? Paus Franciscus heeft aan het 2e Vaticaans Concilie (1962-1965) het idee ontleend, dat we ‘als christenen samen pelgrimerend onderweg zijn naar onze bestemming’. Hij heeft daar een wereldsamenkomst van bisschoppen en gelovigen (Synode) aan gewijd, afgesloten vorig jaar oktober. In het door hem goedgekeurde verslag, uitgegeven als slotdocument wordt de nadruk gelegd op gemeenschap, participatie, de kan voor iedereen om mee te doen, en zending, laten zien wat christenzijn betekent. Het Evangelie van Jezus is en blijft de leidraad. Het zal ons met elkaar verbinden in ons spreken met elkaar over wat geloven voor ieder van ons kan betekenen. We zullen vormen moeten vinden om met elkaar in gesprek te raken, ons verbonden te voelen met en verantwoordelijk voor elkaar. Zijn we in onze moderne tijd niet teveel los zand geworden, ieder voor zich en met gebrek aan besef hoezeer we geleefd worden? Komen we aan onszelf toe, aan de waardevolle mens, die ieder van ons kan zijn? Bepalen geld en positie niet te zeer hoe wij ons menen te moeten ontwikkelen om in deze maatschappij mee te kunnen doen? Wordt gelijkwaardigheid niet te zeer financieel verstaan in even grote salarissen, voor mannen en vrouwen bij gelijke arbeid. Niet onbelangrijk, maar raakt daardoor de persoonswaarde van ieder geschapen wezen niet  op de achtergrond? We mogen ons als christengelovigen kinderen weten van een liefhebbende God, ieder van ons met een eigen waarde, een eigen opdracht, eigen verantwoordelijkheid. Maar evengoed heeft ieder van ons, en zeker de arme en behoefte, andermans hulp en bijstand, andermans vriendschap en liefde nodig. In de lezingen uit de Bijbel, maar ook door paus Franciscus, wordt ons gevraagd met elkaar in gesprek te gaan, niet ieder te leven voor zichzelf, maar samen op weg door het leven. Amen.

Emeritus pastoor Reijnen

Zondag 7-9-2025: 23e zondag door het jaar C

By Preken

Medeparochianen, Sinds mijn nieuwe benoeming ervaar ik dat iedere dag een uitdaging met zich meebrengt. Een nieuwe parochie, nieuwe mensen, nieuwe gewoontes, een verhuizing het zijn allemaal zaken die mijn leven veranderen en mij uitnodigen om me aan te passen. Maar boven al deze praktische uitdagingen staat er nog een grotere: het maken van preken op zondagen zoals deze. Want de lezingen die wij in deze weken horen, zijn niet eenvoudig of geruststellend.

De ene zondag horen wij Jezus zeggen: “Vuur ben ik op aarde komen brengen.” Een andere keer waarschuwt Hij: “Weinigen zullen gered worden.” En vandaag opnieuw worden wij geconfronteerd met harde woorden: “Wie niet alles haat om Mij te volgen, kan mijn leerling niet zijn.”

Juist vandaag, op onze Vrijwilligersdag, klinkt deze boodschap. Terwijl wij dankbaar stilstaan bij het werk van zoveel vrijwilligers die met hart en ziel hun tijd, energie en talenten inzetten voor onze parochie en voor elkaar, worden wij uitgedaagd door Jezus’ radicale oproep. U begrijpt hoe moeilijk het is om hierover te preken. Toch geloof ik dat deze woorden ons juist vandaag veel te zeggen hebben.

Wij leven in een wereld waarin wij zoveel vasthouden: ons bezit, onze relaties, onze plannen, onze dromen. Vaak denken wij dat zonder deze dingen ons leven geen zin heeft. We bouwen ons bestaan rond werk, familie, vrienden, status en comfort. Op zich is daar niets verkeerd aan, want het zijn allemaal gaven van God. Maar het gevaar is dat wij die gaven verwarren met de Gever zelf. De lezingen van vandaag nodigen ons uit om dieper te kijken, om ons hart te onderzoeken en Jezus werkelijk op de eerste plaats te zetten.

Jezus zegt heel duidelijk: “Wie niet afstand kan doen van alles wat hij bezit, kan mijn leerling niet zijn.” Dat klinkt hard, bijna onmenselijk. Wie kan dat eigenlijk? Wie kan zeggen dat hij of zij werkelijk alles kan loslaten?

Daarom vraagt dit Evangelie om diepe overweging. Jezus wil ons niet leren om onze ouders, kinderen, vrienden of ons eigen leven letterlijk te haten. Hij gebruikt een krachtig beeld om onze aandacht te trekken. In de taal en cultuur van zijn tijd was “haten” een manier om te zeggen: het ene op de tweede plaats zetten ten opzichte van het andere. Zijn boodschap is dus: niets en niemand mag belangrijker zijn dan onze toewijding aan Hem. Het woord “haten” betekent hier eigenlijk: ont-hechten. Het betekent bereid zijn om alles op de tweede plaats te zetten, zodra het ons belemmert om Hem te volgen.

Het is een moeilijke oproep. Wie Hem wil volgen, kan dat niet half doen. Het is geen hobby, geen bijkomstige bezigheid, geen levensstijl die we er zomaar bij nemen. Jezus vraagt volledige toewijding. Hij zegt: “Wie zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan mijn leerling niet zijn.” Navolging is altijd verbonden met het kruis. Het christelijk leven is niet de gemakkelijkste weg, maar het is wel de weg die leidt naar het ware, volle leven.

Waarom vraagt Jezus dat van ons? Omdat Hij zelf zo heeft geleefd. Zijn gehoorzaamheid aan de Vader was totaal. Zijn liefde voor ons was zonder voorbehoud. Hij hield niets achter. Zijn trouw leidde Hem zelfs naar de dood aan het kruis. Hij gaf zichzelf helemaal. En juist daarin ligt onze redding, ons leven, onze hoop. De radicaliteit van Gods liefde is dat Hij niets voor zichzelf hield. En daarom is het logisch dat Hij van ons vraagt om ook alles te geven.

Laten wij onszelf vandaag dus de vraag stellen: wat houdt mij nog tegen om Jezus werkelijk te volgen? Misschien is het mijn gehechtheid aan geld, misschien mijn behoefte aan zekerheid, misschien mijn trots, mijn gewoontes, mijn angsten. Iedereen van ons draagt zo’n last mee. Het Evangelie van vandaag nodigt ons uit om eerlijk te kijken naar wat ons bindt en te vragen: kan ik dit loslaten om dichter bij Christus te komen?

Dit loslaten betekent niet dat wij zonder liefde leven. Integendeel: wie alles loslaat omwille van Christus, ontvangt alles honderdvoudig terug. Wie zijn leven verliest omwille van Hem, vindt het echte leven.

Laten wij daarom in deze Eucharistie bidden om de moed om onszelf te ont-hechten, om ons kruis op te nemen, en om Jezus na te volgen in alle eenvoud en trouw. Moge Hij ons de kracht geven om steeds meer te leven vanuit zijn liefde, zodat ons leven zelf een getuigenis wordt van de radicaliteit van Gods liefde voor de wereld.

Ik wens u een gezegende week, en alle genade op uw gebeden. Amen.

Kapelaan Siju.