Skip to main content

zondag 28-5: Pinksteren.

By Preken

Pinksteren is een van de belangrijkste feesten van het jaar, maar valt dat feest alleen maar op Pinksterdag?

Het antwoord is nee, want Pinksteren valt op elke dag van het jaar. Pinksteren is immers niet alleen het feest van de nederdaling van de Heilige Geest, maar ook het feest van de eerste verkondiging van Jezus’ Blijde Boodschap, dat God er door de Heilige Geest altijd voor ons is om ons te inspireren als wij contact met hem leggen. De inspiratie, beleving en verkondiging van Jezus’ Blijde Boodschap dat God Liefde is en altijd van ons houdt is de oorsprong van het ontstaan van het Christendom.

Als wij de Heilige Geest aan het werk willen zien, moeten wij bij het begin beginnen. Wij gaan er namelijk van uit dat God onbeperkte Liefde is. In de hele schepping van de wereld vanaf het allereerste begin tot vandaag heeft die energie van Liefde in een onmetelijk lange tijd zich meer en meer kunnen uitdrukken. Die scheppingskracht is in de taal van de Schrijft ‘Gods Heilige Geest’ genoemd. Die Heilige Geest heeft allerlei namen gekregen; geen abstracte namen, maar woorden uit het dagelijkse leven, zoals wind, storm, levensadem, trooster, helper….

Het begint al in de verhalen op de eerste bladzijden van de Schrijft. “God schiep de mens en blies hem levensadem in de neus”, staat er. Diezelfde levensadem trekt een spoor door de geschiedenis heen, legt woorden in de mond van mannen en vrouwen die als profeten spreken namens God. Later wordt ook een onbekende jonge vrouw verrast in haar huis in Nazaret, aan wie gezegd wordt, dat de Heilige Geest over haar zal komen. Zij krijgt een zoon van wie verteld wordt dat hij helemaal vervuld is van Gods Heilige Geest, Zoon van God. Hij doet mensen opstaan en laat hen tot hun recht komen, doet hen ondervinden dat zij erbij horen en dat zij niet uitgesloten worden; en in heel zijn doen en laten, in zijn woorden en daden, brengt de Heilige Geest aan het licht wie God is.

En nu horen wij dit verhaal, dat de verteller laat plaatsvinden op de dag van het Joodse Pinksterfeest. Toen de leerlingen bij elkaar waren, haalden ze herinneringen op aan alles wat ze met Jezus hadden beleefd. En terwijl ze aan elkaar vertelden wat hij gezegd en gedaan had, begon het voorgoed tot hen door te dringen wie Hij was en waar Hij voor stond. Een enorm enthousiasme maakte zich van hen meester. Ze stonden in vuur en vlam. De evangelist getuigt wat een verwonderende ervaring het is, te kunnen geloven dat Jezus leeft en op een heel andere manier met hen is. Nu voelen de leerlingen zich sterk genoeg om naar buiten te treden en een nieuw begin te maken. Deze getuigenis gaat, volgens de evangelist, gepaard met een geluid als van een hevige windvlag en vuur alom.

Tot op de dag van vandaag is dat vuur nog niet gedoofd en is die hevige windvlaag nog niet gaan liggen. Een scheppende en bevrijdende kracht van Godswege is het die ons overeind houdt wanneer we de moed verliezen of die ons steunt wanneer wij ons eenzaam voelen. Pinksteren is geen feest dat maar één dag duurt, maar een feest dat nooit voorbijgaat, want iedere dag blijft de Heilige Geest werkzaam in ons en in de wereld. Wat zou het goed zijn als dat geloof in ons zou groeien: Het geloof dat we er nooit alleen voor staan, dat we altijd op de hulp en de inspiratie van de Heilige Geest kunnen rekenen, zodat we ons echt inzetten om elkaar lief te hebben, om elkaar te dienen, om er te zijn voor God en voor elkaar.

Ik wens jullie allen een Zalig Pinksteren!

Kapelaan Siju. 

21-5-2023: 7e zondag van Pasen A 2023

By Preken

Lezingen: Handelingen 1, 12-14; 1 Petrus 4, 13-16; Johannes 17, 1-11a.

Wachten en verwachten maken deel uit van  het leven, bijvoorbeeld: wachten op de uitslag van een examen, wachten op het resultaat van een sollicitatiegesprek, wachten tot je partner en/of kinderen thuis komen; wachten tot de griep over is;  wachten op een uitslag van een onderzoek; ver-wachten van een kind; ver-wachten van een goed financieel resultaat.  We spreken van ‘wachtkamer’ bij de dokter waar mensen moeten wachten tot ze voor onderzoek geroepen worden. Tijdens het wachten kunnen we een goed en een minder goed of angstig gevoel hebben. Ook kan het moeten wachten funest zijn voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid (denk aan asielzoekers onlangs op het nieuws), maar het moeten wachten kan ook leiden tot bezinning en inkeer.
De leerlingen van Jezus hebben zich  verzameld in de bovenzaal van een huis in Jeruzalem. Ze waren er eerder voor het Laatste Avondmaal met hun leermeester, Jezus. Nu was het hun ‘wachtkamer’. Ze hielden de deuren potdicht, want de situatie was gespannen. Ze waren bang, dat ook zij, net als Jezus, door hogepriester en oudsten voor de Hogeraad gebracht zouden worden en hetzelfde lot zouden ondergaan dan hun meester. Die had hen weliswaar verzekerd, dat ze niet alleen gelaten zouden worden, maar hen een pleitbezorger zou sturen, Gods Geest waaruit Hij ook zelf geleefd had. Daarmee zou Hij met hen zijn tot aan het einde van de wereld. Maar angst en zorg gingen bij de leerlingen op dat moment gepaard met hoop en vertrouwen. Het was immers Pasen geweest en ze hadden ervaren, dat hun Heer leefde, dezelfde met wie ze waren rondgetrokken maar toch was het nu ook anders. Nu was Hij onttrokken aan de machthebbers in hun land. Hij was onttrokken aan kwaad en dood. Bij zijn afscheid had Hij voor hen gebeden. Hij had de onlosmakelijke band aangegeven met zijn en onze hemelse Vader. Hij had hen mensen genoemd die God Hem had gegeven en die in Hem waren gaan geloven. Dat schiep eenheid tussen Jezus en zijn leerlingen. Ze behoorden Jezus toe en daarmee behoorden ze ook God toe. Extra voor hen had Jezus gebeden, niet voor de wereld, die Hem niet wilde aanvaarden.
Hebben we daar nú wat aan. Over de hoofden van de leerlingen van toen zijn de woorden uit de H. Schrift gericht ook tot ons. Zijn we ons als christenen voldoende bewust wie we zijn? Zijn we ons ervan bewust hoezeer we door geloof en doopsel bij Jezus zijn gaan horen? Ondervinden we steun aan ons geloof al gaande onze weg door het leven? Of valt dat tegen? Van de week las ik een beschouwing van de H. Augustinus (5e eeuw) over de 1e brief van de apostel Johannes. Het ging over mensen die een titel of naar toegedicht krijgen zonder daaraan te beantwoorden, bijvoorbeeld een arts die geen arts blijkt te zijn. Hij noemt daar ook christenen bij, die slechts in naam christenen zijn, zonder het te zijn. ‘Want’ schrijft hij: ‘in hun leven, in hun gedragingen, in hun geloof, hun hoop en hun liefde blijken ze niet te zijn wat hun naam inhoudt’. Het is een vraag die christenen van alle tijden zich kunnen stellen. Ook de leerlingen van Jezus hebben zich dat toen al afgevraagd: we zijn zo vaak tekortgeschoten, zijn we wel wie we zijn moeten?  Jezus had hen bij hun aarzelingen, twijfels en wankelmoedigheid al eens gevraagd: willen ook jullie heengaan. Toen hadden ze gezegd: ‘tot wie zouden we gaan, U hebt woorden van eeuwig leven’. Maar toen het er op aankwam hadden ze Hem in de steek gelaten. Ze waren dankbaar voor zijn steeds barmhartige opstelling jegens hun tekortkomingen. Zijn we wie we moeten zijn? Het zal een vraag blijven, die we ons af en toe eens moeten stellen, ook in onze huidige situatie: zijn we christenen in de praktijk van ons leven die we veronderstel worden te zijn; in ons geloof, in onze hoop, onze liefde? Zonder hulp zijn we daarbij niet. Eenmaal de Geest in de apostelen gevaren kregen de leerlingen de moed om de Goede Tijding uit te dragen in de wereld. Ze gooiden de deuren van de wachtkamer open. Zo wij in een wereld van nu, die menigmaal de weg naar de goede invulling kwijt lijkt te zijn en de nodige keren gevangen lijkt te zijn in zichzelf en de handhaving van zichzelf zonder rekening te houden met de medemens. Mogen wij christengelovige  mensen zijn waarin Gods Geest leeft ten dienste van onze wereld. Amen.

Emeritus pastoor Reijnen. 

18-5-2023: Hemelvaart van de Heer A 2023

By Preken

Lezingen: Handelingen 1, 1-11;Efeziërs 1, 17-23; Matteüs 28, 16-20

Afscheid, beste mensen hoort bij het leven. Het doet zich op verschillende manieren voor. Afscheid is er van een levensperiode: van het kind-zijn, van de jeugd: afscheid van thuis bij het stichten van een nieuw gezin; afscheid van een betaalde baan bij het bereiken van  de pensioengerechtigde leeftijd; afscheid van het leven zelf bij het sterven. Na een afscheid, of dat nu is van kinderen die het huis uitgaan, van werkzaamheden, t.g.v. een overlijden, hoor je de mensen die achterblijven vaak zeggen: ‘het leven gaat verder’. Er moet dan vaak  gezocht worden naar een nieuwe invulling, een nieuwe zin, een nieuw evenwicht. Maar daarbij is de tijd, die wij, met elkaar geleefd hebben, met partneren gezin, met werkomgeving, met vrienden niet zonder invloed op onze eigen ontwikkeling gebleven;  integendeel ze laten blijvend sporen na in  ons verdere leven. Maar evengoed: wat was dat is niet meer, daar kunnen we daar niet naar blijven staren. We moeten het leven weer zelf oppakken.

Iets dergelijks van afscheid en de vraag ‘hoe verder’ maken de leerlingen van Jezus ook mee. Laten we ons dat eens proberen in te denken:  De leerlingen beseffen dat hun leermeester heen zal gaan en vragen zich af hoe verder? Ze hebben het niet gemakkelijk. Jezus was een duidelijke leider. Hij had een duidelijke boodschap: het brengen van Gods betere wereld. Ze waren enkele jaren met Hem meegetrokken. Dat heeft zijn invloed gehad. Ze waren gaan geloven in zijn Goede Tijding met als uitgangspunten:  liefde voor God en de medemens. Dat lag in de lijn van Gods plan voor een betere wereld. Wetgever Mozes had daar  met de 10 Geboden al woorden aan gegeven. Ze waren door hun meester zelfs al uitgestuurd om die Goede Tijding verder te verspreiden en hadden aardig wat resultaat geboekt. Maar van de kant van hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden was er veel weerstand geweest. Die waren bezorgd voor de afname van hun eigen invloed op het volk. De tegenstand was van dien aard geweest dat ze hun leermeester, voor de leerlingen dé gezalfde van God, ter dood hadden gebracht. Hun rol als leerlingen was daarbij heel negatief geweest. Een van hen had Hem verraden, een ander had ontkend dat hij Hem kende, de rest was op de vlucht gegaan. Slechts één van hen, Johannes was Hem met Jezus’ moeder trouw gebleven tot onder zijn het kruis. Toen kwam de ervaring van Jezus’ opstanding met Pasen. Jezus leefde. God was sterker dan zonde en dood. Dat had hun zwakke geloof versterkt. Niet dood en kwaad bepaalden uiteindelijk het mensenleven, maar God en zijn liefde voor de mensen. Zij hadden die liefde mogen zien in Jezus, een mens die God in zich had. Dat alles ging door hen heen nu ze wisten dat Hij van hen heen zou gaan. Ze herinnerden zich dat Hij bij zijn afscheid hen had toegezegd, dat Hij weliswaar heenging, maar ook bij hen zou blijven. Hij zou hen Gods Geest als een helper en kracht sturen, dezelfde Geest van God die in Hem werkzaam was geweest. Geloofden ze dat echt?

‘Sommigen echter twijfelden’ staat in de Evangelietekst van Matteüs. Anderen hadden, zoals bleek uit de 1e lezing hun ‘politieke verwachtingen: ‘Heer, gaat ge in deze tijd het koninkrijk van Israël herstellen? Jezus aarzelt niet. Voor Hij van hen weggaat geeft Hij zijn leerlingen van toen en van alle tijden, ook ons dus, de opdracht: ‘Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Sinds die tijd is het de doopformule van de geloofsgemeenschap. Jezus voegt eraan toe:  ‘en leert hen te onderhouden alles wat ik u bevolen heb. Zie ik ben met u tot aan de voleinding van de wereld’. Met de leerlingen van toen, weten wij nu wat we te doen hebben. Ook al lijkt er minder aandacht voor geloven in het Evangelie en voor onze christelijke geloofsgemeenschap. Aan de huidige zoekende mens naar zin en zinvol leven te midden van chaos en crises in onze wereld hebben we een hoopvolle, troostvolle en bemoedigende boodschap van leven. Daarbij worden we geleid door de Geest, die als Gods kracht leeft in Jezus, onze Heer, en in ons. Laten we ook in onze situatie niet bang zijn en moed houden; laten we ons openstellen voor Gods Geest, de Geest van Jezus Amen.

Emeritus pastoor Reijnen.       

Zondag 14 mei 2023: Processie Eyserheide (moederdag)

By Preken

We hebben heel wat te vieren in ons leven. Verjaardag, Koningsdag, Vaderdag en vandaag is Moederdag, en worden er met veel liefde bloemen aan moeders en grootmoeders gegeven. Bloemen die ze ten volle verdienen, en die een uiting zijn van dank en van liefde.  Ook in onze geloofstraditie hebben we heel wat te vieren: kerkelijke hoogfeesten zoals Kerstmis, Pasen en Pinksteren; elk met zijn eigen verhaal en elk met zijn eigen symbolen. Vandaag vieren we iets dat te maken heeft met een oersymbool, een oude traditie. Ja, het is kermis in Eys. Het symbool van dit feest, is de verbondenheid met het Allerheiligste, waardoor wij dit met ‘de bede voor Gods zegen’ vanuit onze kerk door de straten ronddragen en naar dit altaar hebben gebracht.

God wil altijd met ons zijn. Het is duidelijk te zien in de heilsgeschiedenis. De eerste mensen, Adam en Eva hebben de vaderlijke relatie met God verbroken doordat zij zich niet aan de richtlijnen van God wilden houden en hierdoor zondigden. Zij hadden het ‘door God in hen gestelde vertrouwen’ geschonden. Waren dus niet meer te vertrouwen. Deze zonden brengen hen ver weg van God. In het begin hadden ze een goede relatie met God. Ze wandelden met God in de tuin. Ze konden met God praten net zoals ze praatten met elkaar. God was voor hen als een schepper, een vaderlijke figuur. Maar door hun zondige leven, omdat ze geen God boven zich wilden, stelden ze hun weg van hoogmoed en hebzucht boven het respect voor God, waar ze alles aan te danken hadden. Zo konden God niet meer echt zien met hun ogen. God was volgens hen in de natuur, in de berg en in de hemel.

De mensen wilden de relatie met God niet herstellen omdat ze niet nederig wilden zijn. Maar God wilde wel bij de mensen blijven wonen omdat hij hen niet in de steek wilde laten. Daarom kwam Hij vanuit de hemel in de ark van het Verbond wonen en later in de tempel. Maar de mensen gingen desondanks steeds meer weg van God. Daarna wilde God de afstand tussen Hem en de mensen nog korter maken. Hij kwam onder de mensen wonen. Hij werd als mens. Hij was zichtbaar geworden in de persoon van zijn Zoon Jezus Christus. Na de dood en verrijzenis van Jezus wilde Hij nog dichter bij ons komen. Hij wilde in ons hart komen wonen. Zijn Liefde in ons hart leggen. Daarvoor heeft Jezus de heilige Eucharistie ingesteld tijdens het laatste avondmaal. “Dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt”.  Nu woont God in ons midden in de heilige Eucharistie, zodat wij ons steeds zij voorbeeld voor ogen houden en betekenis geven aan ons leven. Dan kunnen wij pas gelukkig zijn.

Zo komt God vanuit de hemel naar ons toe. Hij wil altijd met ons zijn. Maar hoe reageren wij op deze liefde van God. Willen wij ook van onze kant de relatie met God vasthouden? Bereiden wij ons altijd goed voor om heilige hostie te ontvangen? Of blijft het ontvangen van de heilige hosties voor ons gewoon een gewoonte?

 

Beste mensen, wij dragen deze mis op Moederdag op voor al onze moeders, of ze hier nu leven of naar hun eeuwige beloning zijn gegaan. We danken God ook voor alle moeders in deze gemeenschap en willen hun liefde, ook op het altaar, aan God opdragen. Laten wij dus vandaag onze moeders bedanken door lief voor hun te zijn als zij nog leven en door voor hen te bidden als zij naar hun eeuwige beloning zijn gegaan. Amen.

Kapelaan Siju.

Zondag 7 mei 2023: 5e zondag van Pasen.

By Preken

Ieder van ons gaat een eigen levensweg. Gaande door het leven ontdekken we wie we zijn, welke mogelijkheden en beperkingen we hebben. Al naar gelang onze mogelijkheden maken we onze keuzes. We zijn niet alleen op deze wereld maar maken deel uit van een groter geheel. We zijn onderdeel van de natuur en van de aardbodem waarop we leven. We maken deel uit van een samenleving van mensen met een grote variatie aan opvattingen over ‘hoe te leven op de juiste manier’. In de confrontatie met de vele opvattingen zoeken we onze eigen weg.

Wij leven nu, in deze tijd, in onze omstandigheden. Toch blijven mensen van alle tijden zich vragen stellen: wie ben ik, waartoe ben ik er eigenlijk, waar leef ik naartoe, waar loop ik op uit, waar vind ik houvast? Met dit soort vragen zijn we weliswaar niet iedere dag intens bezig, want het leven van alledag  overkomt ons ook door alles wat onze aandacht vraagt en te doen staat. Het gaat vaak zoals het gaat. Als je mensen vraagt: hoe gaat het zal menigeen antwoorden: ‘zo zijn gangetje’. Maar er zijn momenten, dat vragen ons bekruipen: wie zijn we, wat moeten we doen en waartoe? We  zoeken naar houvast.

Ook in de verhalen in onze heilige Schrift is dit het geval. Op verschillende momenten vragen leerlingen van Jezus zich af:  Wie is die Jezus, die ons een manier van leven voorstelt en om navolging vraagt. Is dat iets voor ons? Vandaag in de evangelieversie  van Johannes vraagt leerling Thomas naar ‘de juiste weg door het leven’. Leerling Filippus vraagt naar houvast, naar zekerheid. ‘Als God, Vader genoemd door Jezus, zekerheid garandeert laat ons die Vader dan zíen’, met onze lichamelijke ogen; dan zijn we zeker, dat is ons genoeg.

Over de hoofden van de leerlingen heen krijgen wij, mensen van nu, een antwoord. Is dat een helder antwoord? Het hangt ervan af of we het kunnen verstaan en erin ‘geloven’.  Jezus verwijst in zijn afscheidsrede van zijn leerlingen in het Johannesevangelie naar hoe Hijzelf geleefd heeft, gericht op God, die Hij zíjn en ónze Vader noemt. Tegelijkertijd was Hij volslagen dienstbaar aan mensen in wat Hij deed. Zo was de weg die Hij is gegaan: een weg die leidde nar God en de mensen. Dat is, zegt Hij, de juiste weg voor iedere mens en voor de mensengemeenschap als geheel. Van daaruit kan Jezus zeggen: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’.  Dat is een andere weg dan die we vaak begaan zien, waar bv. het geld de bepalende factor is. In de media is momenteel sprake van ‘graaiflatie’ van concerns met prijsverhogingen hoger dan de inflatie; met winsten van waarvan grote delen terecht komen in de zak van enkelingen. De weg door Jezus aanbevolen is ook een andere dan die van wil tot politieke overheersing over andere volkeren door machthebbers en de kring om hen heen. Dat worden we momenteel toch ook sterk gewaar. Het gaat bij hen om macht óver, in het Evangelie gaat het om dienstbaarheid áán mensen.

De Dodenherdenking op 4 mei confronteert ons telkens weer met het ellendige resultaat van het geweld dat voortkomt uit die overheersingsdrang. Bevrijdingsdag op 5 mei doet ons gedenken dat we aan onze kant van de wereld al sinds mei 1945 vrij zijn van oorlog. In grote aantallen vieren we, verlangen we ook naar vrijheid en vrede willen. Maar de vraag daarbij is of er ook vrede is de harten van allen die de vrijheid vieren en vrede in de onderlinge verhoudingen. Zonder onderlinge betrokkenheid, gerechtigheid (Zelinsky-Oekraïne), vergeving, mededogen, liefdevolle omgang kenmerken is er geen echte vrede. Dat is toch een helder antwoord op de vraag welke de juiste weg is door het leven.

Krijgen we een helder antwoord op de vraag van Filippus: laat ons de Vader zíen?  Dat hangt ervan af of we het antwoord van Jezus kunnen verstaan en ons eraan kunnen toevertrouwen. De ongeziene Vader is zichtbaar geworden in Jezus zijn mens geworden Zoon. ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’, zegt Jezus. Onze weg naar God gaat via Hem in wie God werkzaam is. Maar God, de Vader is ook zichtbaar in de werken die Jezus in Godsnaam, in dienst aan mensen heeft verricht. Hij Dit alles heeft ook zijn gevolgen voor degenen, die In Jezus geloven. Hij voorziet dat, na zijn heengaan degenen, die Hem navolgen ‘grotere dingen doen dan Hij. In die belofte vinden we een houvast. In al het goede, in het groot en in het klein, dat we ervaren en tot stand brengen op onze weg door het leven,  gaan we de weg van Jezus en mogen we God, die in mensen leeft, aanwezig zíen.

Emeritus-pastoor A. Reijnen

30-4-2023: 4e zondag van Pasen (Roepingen Zondag)

By Preken

Beste mensen, een maand geleden gebeurde het op de markt in Gulpen. Toen ik even op mijn beurt stond te wachten bij de groenteman, hoorde ik opeens een kinderstem roepen: hoi, kapelaan! Ik draaide me om en keek in de stralende ogen van een jongetje dat vorige jaar zijn eerste communie in onze kerk had gedaan. Voordat ik iets kon zeggen, steekt hij zijn hand op om te boksen. Gebruikelijk wat ik doe met alle kinderen.! Misschien had hij me niet helemaal goed herkend van achteren, maar toen hij me riep en ik reageerde, toen wist hij het zeker.

Wat een slim kereltje: gewoon roepen en maar zien wat de reactie zal zijn. Er was blijkbaar ergens een aantrekkingskracht.

Het is eigenlijk het meest wezenlijke van een christelijke roeping: ‘Dat er Iemand is die je bij je naam roept. Iemand die je kent, die van je houdt en die je aandacht vraagt’. Dat lezen we ook in het vers voor het evangelie van vandaag waar Jezus van zichzelf zegt: “Ik ben de goede herder. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij”. Hij heeft oog en oor voor zijn schapen en kent ze bij name. Hij houdt van hen en wil zijn leven voor hen geven. Dat is de goede herder. Heel anders is de huurling, die alleen maar uit is op eigen voordeel.

Jezus is de goede Herder. Hem kun je vertrouwen. Hij is degene die je leven richting en perspectief geeft. Hij roept ons allemaal bij onze naam, heel persoonlijk: “Om bij Hem te horen en met Hem te leven en Zijn Liefhebbende Wijsheid door te geven”.

Eerlijk gezegd is het vandaag de dag niet gemakkelijk die roepstem te horen. Het vraagt van ons openheid en luisterbereidheid om zijn stem of vraag in ons innerlijk toe te laten. Want de stem van God is niet de enige stem die onze aandacht vraagt. Er zijn in ons hart ook nog andere stemmen die minstens even hard roepen of aan ons trekken: De stem van het grote geld en van het aanzien, de stem van het uiterlijke geluk en plezier. Toch blijft Hij roepen, hoe hard het lawaai er omheen ook is. Hij blijft roepen, ook al reageren we niet direct. Hij roept ons persoonlijk bij onze naam. Hij vraagt onze aandacht.

Vorige jaar, op 24 april, ben ik samen met mij 12 medebroeders priester gewijd. Ik ben nu precies een jaar priester. Ik kan me nog herinneren hoe de gedachte aan het priesterschap voor het eerst in mij opkwam. Het was de pastoor van onze parochie die een groot voorbeeld was. In hem zag ik iemand die ik ook wilde zijn. Ik heb me niet gemeld met de mededeling dat ik gewijd wilde worden. Nee, ik werd geroepen, bij mijn naam. Dat voelde heel bijzonder.

Ik werd geroepen om een stap naar voren te doen. Om uit de mensen te komen en apart te gaan staan. Ja, hier ben ik. Dat was het antwoord. Met hart en ziel. Zoals ook de profeten uit het Oude Testament het hebben uitgesproken: Jesaja en Jeremia en Samuel. Hier ben ik. Hier ben ik om uw wil te doen.

Je zou je natuurlijk kunnen laten ontmoedigen door de tijd waarin we leven. De Kerk en ook het priesterschap bevinden zich in zwaar weer. We hebben een collectieve verontwaardiging en woede ervaren in de media en bij mensen. Mensen schrijven zich uit of laten het afweten. Mensen denken dat, nee, het is geen tijd waarin het gemakkelijk is te kiezen voor het priesterschap. Men weet niet meer waar het om gaat.

Toch zou ik tot alle jonge mensen willen zeggen: Laat je niet ontmoedigen. Laat je niet gek maken door deze wereld en haar ideeën. Luister naar je hart. Luister naar de stem van God en probeer te verstaan wat Hij van je vraagt.

Jezus zegt het ons zelf: De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraag daarom de Heer van de oogst voor arbeiders om te oogsten. Laten we daarom vandaag met klem bidden om roepingen tot het priesterschap. Dat er ook in onze tijd jonge mannen mogen zijn die Gods roepstem verstaan en die durven zeggen: Hier ben ik, Heer. Hier ben ik om uw wil te doen!  Amen.

Kapelaan Siju.

zondag 23-4-2023: 3e zondag van Pasen (A).

By Preken

Misschien hebt U het al eens meegemaakt. Er is iets gebeurd dat je diep heeft geraakt. Een ervaring met familie of vrienden die je niet los laat. Het zit je hoog, want telkens duikt het weer op in je gedachten. Je hebt dan iemand nodig met wie je jouw verhaal kunt delen, iemand die aandachtig luistert en je niet telkens onderbreekt met zijn commentaar of raadgevingen. Het lucht op, als de gebeurtenis die jou diep heeft geraakt niet wordt gebagatelliseerd en weggewuifd. Dan voel je je gehoord en erkend en dat doet deugd. Dat geldt eens te meer als het gaat om verdriet v.w. het verlies van een dierbare of angst en onzekerheid omtrent een ziekte of onderzoeken die je moet ondergaan. Je gesprekspartner kan je wel niet helpen, maar luistert naar wat er in je omgaat. Als je je verhaal niet kunt delen, blijf je gevangen in je eigen gedachten. Als je het echter kunt vertellen aan een mens die begrip toont, dan komt er ruimte. Je draagt je lasten dan niet meer alleen. Je merkt: jouw verhaal, jouw beleving en de pijn die je ervaart mag er zijn. Dat geeft lucht, ondanks alles. Je zit niet te wachten op een oplossing van die ander, maar je verlangt je zorgen, angsten en verdriet te kunnen delen.
De twee leerlingen van Jezus op weg naar Emmaüs  zitten diep in de rouw.  Al een hele tijd speelt Jezus een belangrijke rol in hun leven. Misschien trokken ze met Hem mee. Ze hadden grote verwachtingen van zijn wonderen en weldadig optreden. En nou die moord en kruisiging. Erger had niet gekund. Ze zijn diep teleurgesteld en heel verdrietig. De onbekende die zich onderweg bij hen heeft gevoegd, heeft geluisterd naar hun verhaal. Vanwege zijn kennis en vertrouwdheid met de Schrift, herinnert Hij hen aan uitspraken waaraan zijn gesprekspartners niet hebben gedacht. Dat is ook niet vreemd, want angst en verdriet kunnen je zo in beslag nemen dat je niets anders meer ziet. De vreemde vertelt hen van teksten bij de profeten en in de psalmen die het gebeuren met Jezus hebben voorzien en voorspeld. Zo klinkt er als een refrein het getuigenis dat God aan de kant staat van armen en kleinen en wie kwetsbaar zijn. Wie het voor hen opneemt, wordt door God niet in de steek gelaten. Zijn woorden raken de twee leerlingen en geven hen nieuwe hoop. Als de vreemdeling dan het gebaar herhaalt dat Jezus bij het Laatste Avondmaal heeft verricht, dan herkennen zij Hem als hun Verrezen Heer.
Hoe vaak overkomt het ons niet dat wij ons grote zorgen maken over wat er gebeurt in ons eigen leven of over ontwikkelingen elders in de wereld? Ze maken ons bang en moedeloos. We weten dan niet hoe het verder moet. Aanslagen, oorlogen, natuurrampen enz. De gebeurtenissen uit Jezus’ leven, zijn woorden en tekens waarvan de Schrift verhaalt, zijn ze dan niet bedoeld voor ons?  De leerlingen van Emmaüs zeggen dat de woorden van de vreemdeling hun hart in brand hebben gezet. Ze hebben hen getroost en hoop doen oplaaien in hun bange harten. Als paasgroet heeft bisschop Smeets ons een afbeelding van de Emmaüsgangers laten aanreiken met de tekst: ‘Ach Klopas, ik beken dat ik de Heer ook vaak niet herken, als Hij met mij praat  van hart tot hart. Hoe vaak heb ik Hem niet doorzien, omdat ik Hem niet zag hoewel Hij net zo naast mij liep als bij jullie toen die dag’.  Zou het niet de Verrezene kunnen zijn, als iemand aandachtig naar ons luistert, als wij met die ander het verhaal van onze zorgen en ons verdriet  mogen delen? Zou het niet de Heer kunnen zijn die met ons meeloopt? Misschien kunnen we daarna met andere ogen kijken naar wat we hebben meegemaakt en merken we dat niet alle deuren zijn dichtgegooid, dat niet alle hoop vervlogen is, maar dat de verrezen Heer midden onder ons leeft.
Laten wij bidden dat de H. Geest ons de ogen opent voor dit geheim en dat ons vertrouwen groeit dat Jezus, als de Verrezene,  ook met ons meeloopt.  AMEN.

Emeritus pastor Franssen. 

Zondag 16-4-2023: 2e zondag van Pasen A 2023

By Preken

Lezingen: Handelingen 2, 42-47; 1 Petrus1,3-9; Johannes 20, 19-31.

Beste mensen, ik heb geprobeerd me in te leven in de rol van de leerling van Jezus, die vaak de ‘ongelovige Thomas’, omdat ik denk, dat voor veel mensen het geloof in de verrijzenis van Jezus verre van vanzelfsprekend is en niet te bevatten. De meesten van ons houden van het concrete. Wat ons gewoonlijk bezig houdt en ons vasthoudt is onze dagelijkse werkelijkheid. Die geeft ons te doen, is opgave en tegelijk vulling van de dag; levert mogelijkheden van werk en vertier;  van alleen- en samenzijn, van contact met anderen, tegenwoordig via de moderne media wereldwijd. Maar tegelijk spelen in dat dagelijkse bestaan vreugde en verdriet mee, geluk en pech, slagen en falen, verlangen en teleurstelling, zorg en moeite, zoeken naar zin en gevoel van eenzaamheid. Er gaat heel wat in mensen om te weten wat moet je er met elkaar over spreken. Bij alle intense contact van Jezus met zijn leerlingen moeten er bij hen vele vragen geleefd hebben: is Hij degene die komen moet? En  Jezus zelf vraagt zich af wat zijn leerlingen van Hem denken: ‘Wie zegt ge dat ik ben? Petrus antwoordt in aller naam dat ze in Hem de Messias zien, aan wie ze zich toevertrouwen. Maar in het Paasverhaal blijkt onzekerheid bij de leerlingen en pas langzamerhand breekt het geloof door in Jezus’ opstanding. We moeten ons dus niet erover verwonderen als het geloof in Pasen ook van ons vraagt om ons toe te vertrouwen aan een ondoorgrondelijk geheim. Een geheim dat overigens tegemoet komt aan ons menselijk verlangen naar leven.

In het Evangelie van vandaag horen we het verhaal van een van de 12 leerlingen van Jezus, Thomas genaamd. Hij staat vermeld in de lijst van de 12 leerlingen door Jezus uitgekozen om Hem te vergezellen, Hem te helpen en zijn zending voort te zetten. Bij Thomas komt de twijfel naar buiten die bij menigeen een rol kan spelen in de confrontatie met de boodschap van Jezus’ opstanding met Pasen. In zijn rondtrekken met Jezus heeft hij hem leren kennen als iemand ‘die van stad tot stad ging, tot de mensen was Hij gezonden, voor zieken en gewonden had Hij een woord,  en onderdak’ (naar het lied van de 1e Paasdag overleden tekstdichter Huub Oosterhuis met muziek van Bernard Huibers GvL 469). Thomas had Jezus ervaren als  een bijzonder man. Niet dat hij Jezus altijd begreep maar Hij was in elk geval een man die gezag uitstraalde. Hij werd ervaren als een Messias, een gezalfde van God. Wat Hij deed was concreet en voor veel mensen een verademing vergeleken bij de strakke godsdienstige regels van overheid en dominante groeperingen in die tijd. En Thomas hield van dat concrete, zoals de meesten van ons Maar nu kwam dat bericht van Pasen, van opstanding van Jezus uit de dood…..Dat aan te nemen was wat veel gevraagd van Thomas. Hij twijfelde en durfde ervoor uit te komen: ging het concreet over dezelfde Jezus als met wie zij waren rondgetrokken en die uiteindelijk aan een kruis was gestorven? Het uitermate triest levenseinde van een uitermate verdienstelijk man. Bij het Paasbericht van vrouwen en medeleerlingen had Thomas vragen; daar moest hij helderheid over krijgen. Hij besefte dat als Pasen waar was, dat het van wezenlijke betekenis was voor het perspectief van eeuwig leven waaruit gelovigen leven. Als het ging over dezelfde Jezus dan moest dat zichtbaar zijn in de littekens van zijn bij zijn kruisiging opgelopen wonden. In een nieuwe ontmoeting van de leerlingen met de verrezen Heer, waarin Hij opnieuw ervaren als levend,  is Thomas erbij. Thomas wordt uitgenodigd met zijn hand de littekens van Jezus wonden te voelen. Het gaat om dezelfde Jezus vóór en ná Pasen

Over de hoofden van de mensen van toen wendt de evangelieschrijver zich met de woorden van Jezus tot de gelovigen van de tijd na Jezus’ Hemelvaart: ‘zalig zij, die niet zien en toch geloven’.  Geloof heeft te maken met overgave; ons durven toevertrouwen aan God, die groter is dan kwaad en dood, die een God is van levenden. Dat is het perspectief waarin wij, christenen, leven doorheen alles wat ons overkomt aan geluk, maar ook aan pijn, teleurstelling en dood. Dat is voor ons de betekenis van Pasen. Moge het zo zijn Amen. We lezen nu het Evangelie van vandaag.

Emeritus pastoor Reijnen.

Overwegingen rondom het Hoogfeest van Pasen.

By Preken

Zondag 9-4-2023: PASEN.

Pasen 2023

Waar de mens beëindigt, daar begint God.

Het paasfeest herinnert ons aan de grenzeloze liefde van de Vader tot Jezus en ook tot ons. Die liefde overtreft alle grenzen, zelfs de dood. Daarom is de verrijzenis van Jezus een overwinning van liefde over dood.

Op die goede vrijdag zouden de oversten van het joodse volk met vreugde en vrede hebben geslapen. Want zij hebben een grote vijand, een scherpe kritiek, en een revolutionair mens, Jezus, vermoord op een onmenselijke manier. Zij lieten Hem midden in de nacht arresteren, alsof hij een misdadiger was. Zij konden valse getuigen en een verrader kopen. Zij hebben hun best gedaan dat Zijn straf zo zwaar en zo onverdraaglijk zou worden. Misschien hebben zij gedacht dat nu alles beëindigd zou zijn. Maar toch waren zij bang, dat Zijn leerlingen Zijn lichaam zouden stelen en het nieuws verspreiden, dat Hij verrezen is. Daarom hebben zij Zijn graf door soldaten laten bewaken.

In Gethsémané heeft Jezus zojuist een bittere zielenstrijd door streden. Tot drie keer toe heeft Hij gebeden: “Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan.”

Op het kruis heeft Hij ook tot de Vader gebeden: “Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij Mij?” Een luide kreet van Jezus. Toch heeft Hij gebeden: “Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest.” De Vader aanvaardt het gebed van Zijn Zoon.

Volgens de joodse traditie verlaat de ziel van een overledene diens lichaam pas na drie dagen. Daarom, tijdens de opwekking van Lazarus, zegt zijn zus Martha, dat hij vier dagen geleden gestorven is en dat Jezus te laat is om iets voor hem doen is. Maar Jezus wekt de overleden Lazarus op.

Zoals de profeet Jona drie dagen lang in de buik van een walvis is gebleven, verblijft Jezus ook drie dagen in Zijn graf.

Deze dagen van Pasen spreken wij over een leeg graf. De eerste getuige van de verrijzenis, Maria Magdalena, is dankbaar voor de weldaden van Jezus. Maar nu is Hij dood, en ze moet naar Zijn graf. Ze kan niet anders! En dat is een gevoel dat ook wij kennen. De drang om naar het kerkhof te gaan om bij onze geliefde doden te zijn, met hen te spreken en hun te zeggen hoe erg we hen missen, hoe verdrietig en hoe wanhopig we zijn zonder hen.

Die wanhoop kent ook Maria Magdalena en daarom snelt ze naar Petrus en Johannes met de radeloze boodschap: ‘Ze hebben de Heer uit het graf genomen en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’ Dus gaan ook Petrus en Johannes naar het graf, maar het lijkt erop dat ze alleen willen nagaan of de bewering van Maria Magdalena klopt. En inderdaad, ze constateren dat het graf leeg is, maar ze stellen zich daar geen vragen bij, ze lijken ook niet bedroefd te zijn, en gaan gewoon terug naar huis, ‘want zij hadden nog niet begrepen dat in de Schrift geschreven stond dat Hij uit de dood moest opstaan,’ volgt er in het evangelie.

Dat is wat we vandaag uitbundig vieren: dat Jezus uit de dood is opgestaan. Want zijn verrijzenis is de kern van ons geloof. Als Hij niet verrezen was, was ons geloof zinloos, want dan was Hij niets meer dan wij: een mens zoals wij een mens zijn. Om die liefde werd Hij als mens op een vreselijke wijze vermoord, en verrees Hij als Zoon van God.

En daar overwint Jezus en Zijn liefde. Waar alle heilswerk van Jezus mislukt blijkt in de ogen van mensen, daar ontkiemt de nieuwe hoop. Daar overwint het eeuwig leven over de duisternis en dood. En Zijn verrijzenis leert ons dat wij ook zullen verrijzen. Wij vieren vandaag niet alleen de verrijzenis van Christus, maar ook van ons allen. Jezus leert ons dat Zijn verrijzenis een belofte en een waarborg is voor onze verrijzenis.

De verrijzenis geeft immers zin aan ons leven. Ze toont aan dat ons leven niet eindig is. Dat het de moeite waard is er iets van te maken. Geloof in de verrijzenis geeft ons ook de kracht om tegenspoed en ellende te verwerken en te overwinnen. En ook de kracht om te geloven dat het goede altijd wint van het kwade, dat liefde altijd wint van haat. Dat is de boodschap van Pasen, een boodschap van geloof en van hoop. Nooit het goede opgeven, nooit de moed verliezen, altijd opnieuw beginnen. Geloven en hopen dat de mens, dat de wereld kan verrijzen uit elk dal van ellende, van wanhoop, van duisternis, van onrecht. En dat er altijd overblijft: geloof, hoop en liefde. Zo’n heerlijke paasvreugde wens ik ons allen toe. Amen.

Kapelaan Siju.

*********************************************

Donderdag 6 april 2023:

Witte donderdag

Vandaag is voor de christenen die de Goede Week vieren een bijzondere dag. Met Witte Donderdag begint de heilige Driedaagse waarin we de eindfase van Jezus leven gedenken, datgene wat hem is aangedaan. Het zijn gebeurtenissen die in hun samenhang van Jezus’ lijden, dood en verrijzenis de ‘verheerlijking’ van Jezus worden genoemd. Er is geen Pasen zonder de dagen die eraan voorafgaan. Dat zegt iets over het leven dat Jezus geleid heeft.

Hij is aan ons gelijk willen worden tot in de dood. Hij heeft mee willen maken wat wij meemaken, onze vreugde en ons verdriet, onze moeite en onze zorg, ons geboren worden en ons sterven. En zoals hij dat alles heeft doorleefd heeft hij een bevrijdende rol gespeeld voor allen die in hem geloven. Hij heeft ons immers geleerd hoe wij bij elkaar en bij God uit kunnen komen, zoals hijzelf.

Het verhaal van de voetwassing staat bij evangelist Johannes. Zijn hele evangelie staat er op gericht aan te tonen dat Jezus de Zoon is van God. Dat Hij sprekend op God gelijkt. Als we willen weten hoe God is en hoe Hij bestaat, hoe Hij er uitziet, hoe Hij handelt en denkt, dan is er maar één antwoord: kijk dan naar Jezus.

Als dat zo is, dan is Jezus het aan zichzelf verplicht in het grote uur van zijn bestaan een groot wonder te doen. Dan moet Hij een groot teken stellen. Iets waar de wereld van opkijkt. En dat doet Hij nu juist niet. Of liever, Hij doet het wonder verkeerd. Hij doet iets wat helemaal niet past in het beeld dat wij ons van God maken.

Hij buigt zich voor de mens met vuile voeten. Het onverwachte gebaar.  In plaats van anderen op de knieën te krijgen, gaat Hij zelf door de knieën. Hij doet het verkeerde wonder. In het grote uur van zijn leven stelt Hij dus toch het grote teken: daarvan kijkt de wereld verbaasd op. De grootheid van de mens ligt dus blijkbaar in het gebaar van de dienstbaarheid. Het is het gebaar van de stille mens, die ongezien en gratis het eenvoudige goede doet.

Beste mensen, als christenen hebben we beloofd Jezus de Christus te volgen, zijn model van mens-zijn te volgen, deel te krijgen aan de vrijheid van Gods kinderen en zo binnen te gaan in zijn de wereld van liefde voor evenmens en God.

Dat aan zijn Rijk ook afbreuk gedaan kan worden zien en ervaren we iedere dag opnieuw. Het is de reden van de bezinning in deze tijd vóór Pasen op ons eigen leven. In hoeverre immers, kunnen we ons afvragen, maken we als christenen de bedoelingen van Jezus waar in onze tijd?  Gezien de toestand in de wereld is het voor ons tijd voor bezinning. Amen.

Kapelaan Siju.

 

 

 

Zondag 26-3-2023: 5e zondag van de vasten 2023 A

By Preken

Het is een wonderlijk en ongelooflijk verhaal, het Evangelie van deze dag; niet vreemd dus dat wij er moeite hebben. Toch kan Johannes ons blijkbaar niet duidelijker vertellen wie Jezus is. Levend in een wereld, waarin geloven in een leven na de dood slechts door een minderheid wordt aangenomen, zeggen velen: ’ Hier weet je wat je hebt, wat er straks komt weten we niet.’ Regelmatig worden we geconfronteerd met het sterven van mensen. De dood hoort bij ons leven, maar als het gaat om iemand  met wie een speciale band hebben, dan dringen zich allerlei vragen op. Zo rijst naar aanleiding van dit verhaal misschien de vraag: waarom gaat Jezus niet direct naar zijn vrienden toe, als Hij bericht krijgt dat Lazarus ernstig ziek is. Waarom dat uitstel? Mogelijk wil Hij op deze manier laten zien dat zijn optreden niet bepaald wordt door de vraag van mensen die zich tot Hem wenden, maar door de wil van God. Alleen God bepaalt ‘zijn uur’. Jezus komt als de Vader dat wil. Over de opstanding van Lazarus laat Johannes geen twijfel bestaan. Jezus beveelt Lazarus met luide stem naar buiten te komen en deze geeft gehoor aan Jezus’ opdracht. Hij maakt zijn  uittocht uit de gevangenschap van de dood zoals eertijds het volk Israël uit de slavernij van Egypte. Staande voor Lazarus’ graf beleeft Jezus als in een spiegel wat Hem zelf straks zal overkomen. Hij begint te huilen. Meer dan zijn vrijmoedig optreden wordt de opwekking van Lazarus de onmiddellijke reden van zijn dood. Want ‘van die dag af besloten de hogepriesters, schriftgeleerden en Farizeeën Hem te doden’, zo lezen we. Als Marta in het gesprek met Jezus zegt: ‘ Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag, wordt ze meteen door Hem gecorrigeerd met zijn uitspraak: ‘ De verrijzenis en het leven, dat ben Ik. Wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven’. M.a.w. De opstanding uit de dood vindt niet plaats in een verre toekomst of op het moment van sterven, maar op het ogenblik dat een mens de stem van de Mensenzoon hoort en aanvaardt. De opstanding heeft nu plaats als wij naar Jezus luisteren en ons aan Hem overgeven.  ‘Geloof je dit?’, vraagt Jezus aan Marta. Het is de vraag waar het in dit verhaal om gaat. Marta spreekt dan haar vertrouwen uit in Jezus en Maria doet dit op haar manier door aandachtig naar de Heer te luisteren, zittend aan zijn voeten.

Wat er met Lazarus gebeurt noemt Johannes een teken. Door vooraf tot God te bidden  wil Jezus voorkomen dat Hij beschouwd wordt als een gewone wonderdoener. Het gaat Hem altijd om een teken van  de heerlijkheid van God. Blijkbaar heeft onze dood niet het laatste woord. Het is een werkelijkheid waar God raad mee weet, zoals Hij laat zien in Jezus. Met dit verhaal wil Johannes ons tonen dat God groter is dan alle ziekte en dood.  Aanvankelijk zegt Marta tot Jezus:  ‘ Ik wil graag geloven in wat U zegt, maar nu is het te laat’.  Maar Jezus reageert: ‘Haal die steen weg’. Als zij en de mensen die haar vergezellen  protesteren, zegt Jezus: ‘Als je gelooft, zul je het onmogelijke zien. Haal die steen weg’.  En tot Lazarusem altijd om eeeenHem He : ‘Kom naar buiten’. Jezus neemt er geen genoegen mee dat mensen sterven aan twijfel, cynisme en ongeloof. ‘Maak hem los en laat hem gaan’, zegt Hij. Het lijkt een onmogelijk  wonder dat Jezus verricht. Maar zijn bedoeling is duidelijk: Als je zegt, het is te laat. Als je niet wilt leven om leven mogelijk te maken, als je niet wilt geloven dat goedheid en liefde sterker zijn  dan ondergang en dood, dan krijg je die steen van zijn levensdagen niet meer weg. Wie echter gelooft in de eigen mogelijkheden om anderen wel te doen en recht te doen en om vrede te stichten, die zal merken dat God als een stuwende kracht met ons meegaat. Laten wij bidden om dat vertrouwen, om het geloof van Marta en Maria. AMEN

Emeritus pastor Franssen.