Skip to main content
Category

Preken

18e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

By Preken

18e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

Zo. 2 aug. 9.30 Eys; 11.00 Wahlwiller.
Lezingen: Jesaja 55, 1-3; Romeinen 8, 35.37-39; Matteüs 13, 14-21.
NB. In Wahlwiller zijn die dag Luikse Markt-feesten.

De prijzen van levensmiddelen en brandstof zijn de laatste tijd, door verschillende oorzaken waarop we geen invloed hadden, aanzienlijk gestegen. De meesten van ons zijn -bij een goede berekening van waar we ons geld aan uitgeven- nog wel in staat om wat we werkelijk nodig hebben te kopen. Niet iedereen heeft echter die mogelijkheid en daarom zijn er wereldwijd er voedselprogramma’s -weliswaar niet genoeg- voor al de mensen in armoede. In ons land hebben we op diverse plaatsen voedselbanken.
Reclame probeert ons tot koop te verleiden van dingen, die we misschien niet direct nodig hebben, door de aanbieding door, bijvoorbeeld, ‘een tweede gratis’. De woord ‘gratis’ en ‘voordeel’ hebben een sterke aantrekkingskracht. Zo trekken ze vandaag de aandacht in de eerste lezing: bij woorden als: ‘kom kopen zonder te betalen’ gaat het over ‘gratis’. Het zijn woorden uit het profetische boek Jesaja om aandacht te vragen voor ‘hoe God zich verhoudt tot zijn schepselen. Iedere mens maakt deel uit van de weldoende, hem/haar geschonken aandacht van God, zonder daarvoor te hoeven betalen, zonder verplichte tegenprestatie. Ieder mens is immers als vrije mens geschapen. Iedere mens kan gehoor geven aan Gods weldoende aanwezigheid in hem/haar of niet. Geloven is geen opgelegde verplichting. Dat is voor ons als gelovigen een belangrijk besef. Misschien werden we tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, ingesluisd in een katholieke cultuur van toen, dat we moesten presteren. Ons geloof eiste het nodige van ons. De lezing legt er de nadruk op, dat God ons liefheeft, leeft in ons, ons nabij is zonder dat we daarvoor met prestaties ‘betalen’. Dat neemt niet weg, dat liefde het antwoord uitlokt van de wederliefde. Kijk maar naar uw relaties en vriendschappen. Die zijn of worden wederzijds. In de lezing uit het Evangelie volgens Matteüs gaat Jezus mee met de mensen die Hem op het spoor gekomen zijn ondanks zijn behoefte aan stilte om te bidden en in contact te staan met ons aller Hemelse Vader. Hij biedt de menigte een gratis maaltijd aan. Hij is betrokken Het is al laat en de mensen om Hem heen zullen langzamerhand honger hebben. Er is weliswaar geen eetgelegenheid in de buurt. Jezus vraagt zijn leerlingen wat ze aan voedsel bij zich hebben. Dat blijkt veel te weinig voor zoveel mensen. Toch zet Jezus door en vraagt zijn leerlingen maar te gaan delen van wat ze hebben. En dan gebeurt er iets wonderlijks als teken van de komst/aanwezigheid van het Rijk van God waar Jezus Christus aanwezig is. De maaltijd is bekend geworden onder de naam ‘ wonderbare broodvermenigvuldiging’. Het onbaatzuchtig delen met elkaar wordt een teken van de aanwezigheid van het Rijk Gods door alle tijden heen‘. Het is een kenmerk, ook nu, van de gemeenschappen die zich in geloof hebben toevertrouwd aan Jezus en zijn evangelie. Dat is al zichtbaar  in eerste gemeenschap van christenen in Jeruzalem. Ze komt samen om na te denken over de boodschap van Jezus, maar ze delen ook wat ze hebben en zorgen ervoor dat niemand iets te kort komt. Ze kiezen zelfs diakens voor de maatschappelijke zorg. Je kunt dus zeggen, dat overal waar zorg jegens elkaar gebeurt, het Rijk van God  gestalte krijgt. Gelukkig zien we dat op vele fronten gebeuren, buiten onze kring, maar ook daarbinnen. In en  namens onze parochies wordt er aandacht aan besteed in het zogenoemde ‘Zorgoverleg’. Waar komen mensen te kort en waar voelen ze zich eenzaam en niet gehoord? Waar kunnen we het leven met elkaar delen, ook van het weinige, slechts ‘vijf broden en twee vissen’ die we zelfs soms slechts zelf hebben.
Onze Kerk is haar dominante positie, die zij in onze streek in het leven had, kwijt, maar ze blijft leven in wat haar echt ter harte gaat, de liefde voor medemensen als gestalte van de liefde voor God, de bron van alle onbaatzuchtige liefde. Jezus houdt ons als opdracht voor dat we elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad’ Johannes 15,12). Amen.

Emiritus pastoor Reijnen.

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

By Preken

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026. 14-6  9.30 Eys.

Lezingen: Exodus 19, 2-6a; Romeinen 5, 6-11; Matteüs 9, 36-10,8

‘De vraag naar de betekenis van religie, godsdienst en het al of niet aanwezig zijn van God in onze mensenwereld lijkt momenteel nogal wat mensen bezig te houden. Een sociale  wetenschapper als de Duitser Hartmut Rosa, bijvoorbeeld, publiceerde een boekje dat ‘Democratie om religie vraagt’. (Een ‘aardse aangelegenheid’ als democratie heeft -goed begrepen- een religieuze basis). Maar in onze tijd verlangen gelovige vaak ernaar zich te kunnen verantwoorden in een wereld van onverschilligen voor geloof en Kerk. (NB. Wat zit achter het verschijnsel van 25.000 doopsels met Pasen in Frankrijk dit jaar; 800 in Belgisch bisdommen?).
Voormalig pastoor Bernhard Hegge van Vijlen, Holset en Lemiers, nu werkzaam als geestelijk begeleider en docent in Rolduc, houdt a.s. vrijdag aldaar een lezing over: ‘Heeft de mens God nodig? Een ander signaal: kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht, vertelde in het geloofsgesprek op de TV, jongstleden zondagmorgen, gelukkig te zijn dat een toenemend aantal jongeren ‘God weer nodig’ blijken te hebben.
Laten we vooropstellen dat geloven of niet een keuze is van een -naar wij geloven- vríje mens. Niemand wordt gedwongen te geloven.
Er zijn overigens nogal wat factoren, die invloed uitoefenen op het al of niet geloven. Het milieu waarin we opgegroeid zijn en leven is zeker belangrijk. Op het moment echter lijkt ook het zoeken van mensen naar een houvast van belang.
Er zijn echter ook tegenkrachten. Na de tweede wereldoorlog is het gedachtegoed van de Verlichting (v.a. de 18e eeuw) doorgedrongen tot in brede lagen van onze bevolking. Sinds die tijd hebben we een sterke ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van wetenschap en techniek. We zijn daardoor welvarend geworden. Daarmee groeide ook het idee dat wij mensen zelf alles in handen hebben en na verloop van tijd alles kunnen oplossen. God is daarbij niet nodig.
In zekere zin is in die opvatting de klad  gekomen door de covid-pandemie van 2020 waardoor we in een korte tijd onze kwetsbaarheid hebben ervaren. We beseffen nu hoezeer we onderdeel uitmaken van wat bestaat en leeft op onze aarde. Onze vrijheid is niet absoluut. We zijn ook afhankelijk. Willen we in de toekomst nog kunnen bestaan, kunnen niet zomaar onze gang gaan. Daar is bovendien de onzekerheid bijgekomen m.b.t.  de goede gezindheid van mensen. We hebben te maken met oorlog en geweld, met raddraaiers, met  misbruik van mensen en mensenhandel, met mensenstromen op de vlucht voor armoede en bestaansonzekerheid. U kunt dat iedere dag volgen op de TV.

In onze omgeving zien we, gelukkig, wellicht veel zorg- en liefdevolle mensen te midden waarvan we mogen leven. Maar de vraag naar de zin van alles, het verlangen naar zorgvolle betrokkenheid en liefde leeft wel degelijk. In de zoektocht daar naar kan ontvankelijkheid ontstaan voor een boodschap van hoop, die ons in onze godsdienst wordt aangereikt. In die boodschap zijn we geen, onszelf overschattende,  bazen of heersers, maar dienaren van onze menselijke werkelijkheid, van medemensen en schepping, die ons door God zijn toevertrouwd. Op het ogenblik zijn wij hier samen in onze kerk. We hebben geluisterd naar verhalen die ons zijn overgeleverd en ons vertellen over een naar ons toegewende, liefdevolle God, die zich van oudsher over zijn volk ontfermde (1e lezing van vandaag). God, die zelfs  mens werd onder ons in Jezus Christus. Hij deelde met ons ons levenslot. Jezus noemde  zichzelf graag ‘Mensenzoon’, een van ons, maar is tegelijk Gods Zoon.
We luisteren in onze vieringen telkens naar die verhalen. We laten ons erdoor bemoedigen, inspireren, corrigeren en uitdagen. We erkennen onze zwakte en kwetsbaarheid en vertrouwen ons al biddend toe aan God. We delen Jezus Christus met elkaar in het delen van het ‘levend Brood dat uit de hemel is neergedaald’, zoals Hij zelf zegt Johannes 6, 41ij zelf zegth. Op die manier vormen wij gemeenschap van gelovigen, zijn we ‘verbonden met elkaar in Jezus Christus’ (naam van de ‘toekomstbrochure van ons bisdom’). Net als de 12 leerlingen, met name genoemd in het Evangelie, en op het einde van het Evangelie alle gelovigen, worden wij uitgenodigd Jezus’ missie van op God en mens betrokken liefde uit te dragen in onze gekwetste en naar heil zoekende wereld.
Wij hebben een liefdevolle God nodig, God heeft liefdevolle mensen nodig. Amen           .

Emeritis pastoor Reijnen

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

By Preken

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026. 14-6  9.30 Eys.

Lezingen: Exodus 19, 2-6a; Romeinen 5, 6-11; Matteüs 9, 36-10,8

‘De vraag naar de betekenis van religie, godsdienst en het al of niet aanwezig zijn van God in onze mensenwereld lijkt momenteel nogal wat mensen bezig te houden. Een sociale  wetenschapper als de Duitser Hartmut Rosa, bijvoorbeeld, publiceerde een boekje dat ‘Democratie om religie vraagt’. (Een ‘aardse aangelegenheid’ als democratie heeft -goed begrepen- een religieuze basis). Maar in onze tijd verlangen gelovige vaak ernaar zich te kunnen verantwoorden in een wereld van onverschilligen voor geloof en Kerk. (NB. Wat zit achter het verschijnsel van 25.000 doopsels met Pasen in Frankrijk dit jaar; 800 in Belgisch bisdommen?).
Voormalig pastoor Bernhard Hegge van Vijlen, Holset en Lemiers, nu werkzaam als geestelijk begeleider en docent in Rolduc, houdt a.s. vrijdag aldaar een lezing over: ‘Heeft de mens God nodig? Een ander signaal: kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht, vertelde in het geloofsgesprek op de TV, jongstleden zondagmorgen, gelukkig te zijn dat een toenemend aantal jongeren ‘God weer nodig’ blijken te hebben.
Laten we vooropstellen dat geloven of niet een keuze is van een -naar wij geloven- vríje mens. Niemand wordt gedwongen te geloven.
Er zijn overigens nogal wat factoren, die invloed uitoefenen op het al of niet geloven. Het milieu waarin we opgegroeid zijn en leven is zeker belangrijk. Op het moment echter lijkt ook het zoeken van mensen naar een houvast van belang.
Er zijn echter ook tegenkrachten. Na de tweede wereldoorlog is het gedachtegoed van de Verlichting (v.a. de 18e eeuw) doorgedrongen tot in brede lagen van onze bevolking. Sinds die tijd hebben we een sterke ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van wetenschap en techniek. We zijn daardoor welvarend geworden. Daarmee groeide ook het idee dat wij mensen zelf alles in handen hebben en na verloop van tijd alles kunnen oplossen. God is daarbij niet nodig.
In zekere zin is in die opvatting de klad  gekomen door de covid-pandemie van 2020 waardoor we in een korte tijd onze kwetsbaarheid hebben ervaren. We beseffen nu hoezeer we onderdeel uitmaken van wat bestaat en leeft op onze aarde. Onze vrijheid is niet absoluut. We zijn ook afhankelijk. Willen we in de toekomst nog kunnen bestaan, kunnen niet zomaar onze gang gaan. Daar is bovendien de onzekerheid bijgekomen m.b.t.  de goede gezindheid van mensen. We hebben te maken met oorlog en geweld, met raddraaiers, met  misbruik van mensen en mensenhandel, met mensenstromen op de vlucht voor armoede en bestaansonzekerheid. U kunt dat iedere dag volgen op de TV.

In onze omgeving zien we, gelukkig, wellicht veel zorg- en liefdevolle mensen te midden waarvan we mogen leven. Maar de vraag naar de zin van alles, het verlangen naar zorgvolle betrokkenheid en liefde leeft wel degelijk. In de zoektocht daar naar kan ontvankelijkheid ontstaan voor een boodschap van hoop, die ons in onze godsdienst wordt aangereikt. In die boodschap zijn we geen, onszelf overschattende,  bazen of heersers, maar dienaren van onze menselijke werkelijkheid, van medemensen en schepping, die ons door God zijn toevertrouwd. Op het ogenblik zijn wij hier samen in onze kerk. We hebben geluisterd naar verhalen die ons zijn overgeleverd en ons vertellen over een naar ons toegewende, liefdevolle God, die zich van oudsher over zijn volk ontfermde (1e lezing van vandaag). God, die zelfs  mens werd onder ons in Jezus Christus. Hij deelde met ons ons levenslot. Jezus noemde  zichzelf graag ‘Mensenzoon’, een van ons, maar is tegelijk Gods Zoon.
We luisteren in onze vieringen telkens naar die verhalen. We laten ons erdoor bemoedigen, inspireren, corrigeren en uitdagen. We erkennen onze zwakte en kwetsbaarheid en vertrouwen ons al biddend toe aan God. We delen Jezus Christus met elkaar in het delen van het ‘levend Brood dat uit de hemel is neergedaald’, zoals Hij zelf zegt Johannes 6, 41ij zelf zegth. Op die manier vormen wij gemeenschap van gelovigen, zijn we ‘verbonden met elkaar in Jezus Christus’ (naam van de ‘toekomstbrochure van ons bisdom’). Net als de 12 leerlingen, met name genoemd in het Evangelie, en op het einde van het Evangelie alle gelovigen, worden wij uitgenodigd Jezus’ missie van op God en mens betrokken liefde uit te dragen in onze gekwetste en naar heil zoekende wereld.
Wij hebben een liefdevolle God nodig, God heeft liefdevolle mensen nodig. Amen           .

Emeritis pastoor Reijnen

PINKSTEREN A 2026

By Preken

PINKSTEREN A 2026. Lezingen: Handelingen 1, 1-11; 1 Korintiërs 12,3b-7.12-13; Johannes 20, 19-23.

Beste mensen, We vieren vandaag Pinksteren op een mooie lentedag maar ook op een moment, dat het  onrustig is in onze wereld, veraf en dichtbij. Dat kan ons bezorgd maken en onzeker. Maar, onzekerheid is er door alle perioden van de mensengeschiedenis heen. Er zijn steeds perioden van bloei en van neergang, van al of niet vermeende zekerheid en van zorg. Bij ons nu, maar ook tijdens de jaren dertig en de oorlogsjaren ’40-45. Ook toen was er ook veel zorg en onzekerheid. e mensengeschiedenis door En het was niet anders in de dagen dat de leerlingen van Jezus in Jeruzalem bijeen waren en de deuren gesloten hielden uit vrees voor een hen vijandige omgeving. De leerlingen hadden tot Jezus een gecompliceerde verhouding gehad. Ze waren met Hem meegegaan, hadden veel van Hem geleerd, Hij was voor hen een man van gezag. ‘Tot wie zouden anders gaan. Maar toen het erop aankwam had een van hen Hem verraden, anderen hadden hem in de steek gelaten en verloochend. Er waren twijfelaars onder hen.  Nu was hun meester fysiek niet meer bij hen sinds Hemelvaartsdag, maar zou hen niet in de steek laten en hen een Helper sturen, die hen zou voorzien van zijn Geest, zijn mentaliteit, zijn trouw, zijn moed. Wat je in tijden van onzekerheid en zorg ziet gebeuren,  is hoe er tegenkrachten naar boven komen tegen afbraak van leven, n.l. moedig verzet, wonderlijke bereidheid tot onderlinge hulp, dienstbaarheid ter ondersteuning van elkaars leven. Dat was ook wat de leerlingen en de moeder van Jezus overkwam door de Geest die over hen kwam. Ze vatten moed, traden naar buiten met de verkondiging van wie Jezus was, voortgekomen uit Gods liefde en naar Hem teruggekeerd; een mensen-mens die ons het lot met ons had gedeeld  en daar zijn eigen bestaan op had ingezet tot zijn pijnlijke dood toe. Hij was er niet alleen voor zijn joodse volksgenoten maar ook voor de syrofenicische vrouw was, die Hem had aangeraakt en voor een Romeinse officier met een zieke knecht. Hij was de overtuiging toegedaan dat het Rijk van God toegankelijk was en is voor iedereen die geloofde in zijn Goede Tijding (Evangelie). Hij had een boodschap van gerechtigheid, mensbetrokkenheid en liefde voor de ander waarvan het de moeite waard was dat iedereen ervan zou horen, in alle talen en volken.

Pinksteren van vandaag herinnert ons aan het Pinksteren van toen. Wat we nu als volgelingen nodig hebben is moed om ook in deze tijd te getuigen van de mens bevrijdende kracht van het evangelie tegenstrijdig aan slogans als ‘Ik eerst’ ,  ‘ons volk eerst’.
En lijken seinen te zijn die ons kunnen bemoedigen: het feit, dat wij hier bijeen zijn is het werk van de Geest in ons. En, in de Limburger van dit weekeinde, 23 mei staat een artikel met als kop: dat ‘voor het vinden van rust, zingeving en antwoord op levensvragen steeds meer jongvolwassenen bewust ervoor kiezen om katholiek te worden. We leven hopelijk toe naar een nieuw bewustzijn van wat het betekent bij Kerk te horen als ‘samen op weg pelgrimerend naar onze bestemming’ (de pausen Franciscus en Leo), een beweging door Jezus op gang gebracht en voortgezet door zijn Kerk op Pinksteren. De volkskerk waar ieder in onze streken bijna automatisch lid van was, ook ‘cultuurchristendom’  genoemd (kardinaal Jozef de Kesel van Mechelen-Brussel) is ten einde.  Tegelijkertijd is een Kerk in ontwikkeling, die bewust in de beweging van Jezus wil staan, daar rust, troost, bemoediging en levenskracht in vindt. Mogen wij allen behoren tot een voor deze tijd zich ontwikkelende Kerk, die opkomt voor de liefde van en tot God en de liefde voor onze naaste, wie dat ook is. Amen.

Emiritus pastoor Reijnen

PREEK ZONDAG 1 MAART 2026 A VEERTIGDAGENTIJD

By Preken

2e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD A 2026.

Lezingen: Genesis 12, 1-4a; 2 Timotheüs 1, 8b-10; Matteüs 17, 1-9.

We hebben allemaal beste mensen onze eigen geschiedenis, onze eigen komaf, eigen ontwikkeling. We hebben allemaal onze eigen verhalen en beschouwingen die we graag met onze vrienden en kennissen delen. Op de TV kunnen we zien hoe graag mensen aan het woord zijn gezien en gehoord willen worden Dat geeft betekenis geeft aan hun leven. Het vertellen van verhalen, het erop na houden van meningen en de vrijheid om ze te uiten maken deel uit van ons leven. Niet al onze verhalen blijven bewaard. Ze blijven een tijdje in de herinnering maar  verdwijnen in het verloop van de geschiedenis. De verhalen van degenen die doorgaan van belang te zijn geweest voor de gang van de geschiedenis zijn of worden opgenomen in kronieken en geschiedenisboeken.
Ook de H. Schrift waaraan wij ons leven oriënteren bevat verhalen die de eeuwen door verteld zijn gebleven over mensen van belang. Ze vertellen van de verhouding van God en mens en de ontwikkeling daarvan als belangrijk ook voor ons leven nu. Het verhaal van Abram –‘Vader God is verheven’ betekent die naam-, is zulk een verhaal. Hij is een nomade die met familie, knechten (in die tijd slaven) en vee leeft in de streek van de rivieren Eufraat en Tigris. Abram  is onrustig op zoek, niet tevreden met de (godsdienstige) wereld waarvan hij deel uitmaakt. Hij zegt tegen zichzelf en zijn familie: ‘Ik vertrek’. Zijn vee en familie gaan mee. Gaande zijn weg naar Kanaän krijgt hij een ander besef van God, geen concurrerende God. God is een god van belofte en verbond met zijn eigen schepselen die zich aan Hem toevertrouwen. Abram zal gaan beseffen dat deze God niet zijn zoon Izaäk al kind-offer vraagt, zoals zijn vroegere goden. De naam Abram verandert in Abraham, want samen met zijn vrije vrouw Sara hun zoon Izaäk en zijn slavin Hagar en haar kind Ismaël zal Abraham ‘vader van vele volkeren’ worden. Het vrije volk Israël is ertoe geroepen ‘alle geslachten op aarde tot zegen te zijn’ (1e lezing). Een roeping waar Israël doorheem zijn geschiedenis mee worstelt, ook op dit moment als je kijkt naar wat er in het Midden Oosten allemaal gebeurt.
De nakomelingen van Abraham,  hebben hun eigen geschiedenis. Grote figuren in de geschiedenis van Israël zijn Mozes die Israël weghaalt uit de slavernij in Egypte en Elia, een van de grote profeten, die het volk weghaalt uit de verleiding van de afgoden van die tijd. De kern van de 12 apostelen van Jezus, Petrus, Jacobus en Johannes, ervaren op een berg in een visioen wie Jezus is:  nakomeling van Abraham, horend bij Mozes en Elia, ‘geliefde Zoon van God’. Waarom op een berg? De hoogte van een berg, de indrukwekkends omgeving, is van oudsher een plek waar mensen veelal hun eigen kleinheid ervaren en de grootsheid van de schepping waar ze deel van uitmaken. De leerlingen ervaren aan Jezus, na zijn eerdere voorspelling van lijden en dood, dat zijn uiteindelijke bestemming Pasen is, de overwinning van kwaad en dood. Maar voorafgaand daaraan moeten ze de berg weer af en in de vlakte Hem vergezellen in wat Hem nog te wachten staat aan verraad, valse beschuldiging, marteling en kruisdood. Ze kunnen er maar beter nog niet over praten. Als het erop aankomt laten zijn leerlingen Hem in de steek, op één na, Johannes, die met de moeder van Jezus onder zijn kruis stond.
Wat kunnen wij met deze verhalen die ons worden voorgehouden in deze tijd van voorbereiding op Pasen? Zij mogen ons het besef bijbrengen dat we deel uitmaken van een geschiedenis waarin we net als Abraham bezig zijn met de vraag wat werkelijk belangrijk is in ons leven, wat ons werkelijk vrijmaakt. Het kan zijn dat we weg moeten trekken van wat ons gevangen houdt, van wat ballast is. Bovendien maken we deel uit van een geschiedenis waarin zich ervaringen voordoen die ons blij en gelukkig maken, maar ook ervaringen van betrekkelijkheid van leven; ervaringen van verlies die pijn doen en verdrietig maken, angstig en onzeker. Maar als gelovigen, die zich in de lijn van Jezus willen bewegen, mogen we ons aan een God toevertrouwen, die ook ons het perspectief van Pasen aanreikt in de levensverhalen van de Schrift, zoals die van vandaag. Zij dienen tot onze bemoediging, troost en ondersteuning.  Amen

Emiritus pastoor Reijnen    

PREEK ZONDAG 1 MAART 2026 VEERTIGDAGENTIJD

By Preken

2e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD A 2026.

Lezingen: Genesis 12, 1-4a; 2 Timotheüs 1, 8b-10; Matteüs 17, 1-9.

We hebben allemaal beste mensen onze eigen geschiedenis, onze eigen komaf, eigen ontwikkeling. We hebben allemaal onze eigen verhalen en beschouwingen die we graag met onze vrienden en kennissen delen. Op de TV kunnen we zien hoe graag mensen aan het woord zijn gezien en gehoord willen worden Dat geeft betekenis geeft aan hun leven. Het vertellen van verhalen, het erop na houden van meningen en de vrijheid om ze te uiten maken deel uit van ons leven. Niet al onze verhalen blijven bewaard. Ze blijven een tijdje in de herinnering maar  verdwijnen in het verloop van de geschiedenis. De verhalen van degenen die doorgaan van belang te zijn geweest voor de gang van de geschiedenis zijn of worden opgenomen in kronieken en geschiedenisboeken.
Ook de H. Schrift waaraan wij ons leven oriënteren bevat verhalen die de eeuwen door verteld zijn gebleven over mensen van belang. Ze vertellen van de verhouding van God en mens en de ontwikkeling daarvan als belangrijk ook voor ons leven nu. Het verhaal van Abram –‘Vader God is verheven’ betekent die naam-, is zulk een verhaal. Hij is een nomade die met familie, knechten (in die tijd slaven) en vee leeft in de streek van de rivieren Eufraat en Tigris. Abram  is onrustig op zoek, niet tevreden met de (godsdienstige) wereld waarvan hij deel uitmaakt. Hij zegt tegen zichzelf en zijn familie: ‘Ik vertrek’. Zijn vee en familie gaan mee. Gaande zijn weg naar Kanaän krijgt hij een ander besef van God, geen concurrerende God. God is een god van belofte en verbond met zijn eigen schepselen die zich aan Hem toevertrouwen. Abram zal gaan beseffen dat deze God niet zijn zoon Izaäk al kind-offer vraagt, zoals zijn vroegere goden. De naam Abram verandert in Abraham, want samen met zijn vrije vrouw Sara hun zoon Izaäk en zijn slavin Hagar en haar kind Ismaël zal Abraham ‘vader van vele volkeren’ worden. Het vrije volk Israël is ertoe geroepen ‘alle geslachten op aarde tot zegen te zijn’ (1e lezing). Een roeping waar Israël doorheem zijn geschiedenis mee worstelt, ook op dit moment als je kijkt naar wat er in het Midden Oosten allemaal gebeurt.
De nakomelingen van Abraham,  hebben hun eigen geschiedenis. Grote figuren in de geschiedenis van Israël zijn Mozes die Israël weghaalt uit de slavernij in Egypte en Elia, een van de grote profeten, die het volk weghaalt uit de verleiding van de afgoden van die tijd. De kern van de 12 apostelen van Jezus, Petrus, Jacobus en Johannes, ervaren op een berg in een visioen wie Jezus is:  nakomeling van Abraham, horend bij Mozes en Elia, ‘geliefde Zoon van God’. Waarom op een berg? De hoogte van een berg, de indrukwekkends omgeving, is van oudsher een plek waar mensen veelal hun eigen kleinheid ervaren en de grootsheid van de schepping waar ze deel van uitmaken. De leerlingen ervaren aan Jezus, na zijn eerdere voorspelling van lijden en dood, dat zijn uiteindelijke bestemming Pasen is, de overwinning van kwaad en dood. Maar voorafgaand daaraan moeten ze de berg weer af en in de vlakte Hem vergezellen in wat Hem nog te wachten staat aan verraad, valse beschuldiging, marteling en kruisdood. Ze kunnen er maar beter nog niet over praten. Als het erop aankomt laten zijn leerlingen Hem in de steek, op één na, Johannes, die met de moeder van Jezus onder zijn kruis stond.
Wat kunnen wij met deze verhalen die ons worden voorgehouden in deze tijd van voorbereiding op Pasen? Zij mogen ons het besef bijbrengen dat we deel uitmaken van een geschiedenis waarin we net als Abraham bezig zijn met de vraag wat werkelijk belangrijk is in ons leven, wat ons werkelijk vrijmaakt. Het kan zijn dat we weg moeten trekken van wat ons gevangen houdt, van wat ballast is. Bovendien maken we deel uit van een geschiedenis waarin zich ervaringen voordoen die ons blij en gelukkig maken, maar ook ervaringen van betrekkelijkheid van leven; ervaringen van verlies die pijn doen en verdrietig maken, angstig en onzeker. Maar als gelovigen, die zich in de lijn van Jezus willen bewegen, mogen we ons aan een God toevertrouwen, die ook ons het perspectief van Pasen aanreikt in de levensverhalen van de Schrift, zoals die van vandaag. Zij dienen tot onze bemoediging, troost en ondersteuning. Amen

Emiritus pastoor Reijnen    

Zondag 23 november: CHRISTUS KONING C 2025  23 Nov. EYS 9.30

By Preken

Lezingen: 2 Samuel 5, 1-3; Kolossenzen 1, 12-20; Lucas 23, 33-43.

Vandaag vieren ons kerkelijk zangkoor en vrouwenkoor Octavia het feest van hun patrones St. Cecilia, niet alleen in de kerk maar ook daarna met gezelligheid. Vandaag viert de Kerk de laatste zondag van het kerkelijk jaar ‘Christus, Koning van het heelal’. De woorden ‘koning van het heelal zijn alomvattend, kosmos, aarde en alles wat daarbij hoort: zon, maan, sterren, planeten, de aarde met alle levende wezens. Het Christus Koningfeest dateert van 1925 toen paus Pius XI het in het leven riep. Dit jaar is het feest dus 100 jaar oud. Het was de tijd van het Rijke Roomse leven, de tijd van ‘de volkskerk’ waarin het RK leven volop bloeide, zowel kerkelijk als maatschappelijk in gezinnen en verenigingen van velerlei aard en niveau, in werkgeversvereniging en vakbond. Christus leek een tijdje geleden Koning van alles. Er is in de 100 jaar dat het feest bestaat veel veranderd. Feitelijk lijkt de idee van Christus’ Koningschap op de achtergrond geraakt. We kennen op onze wereld   verschillende bestuurssystemen, die rekening hebben te houden met elkaar. In Nederland hebben we een monarchie die gebonden is aan een democratisch samengestelde grondwet. In China heeft de communistische partij het voor het zeggen. Een aantal landen worden geregeerd door -zoals dat heet- autocratische leiders, eenlingen met de groep om hen heen, zoals momenteel Rusland. Zij hebben het voor het zeggen in een zogenaamde door hen ‘geleide democratie’. Het gaat daarbij om macht en overheersing, vaak mede beïnvloed door geld. We ervaren momenteel hoe op de wereld mensen lijden onder de heerschappij van regimes die hen onder de duim houden of die hen willen onderwerpen.
En dan vieren wij, katholieken Christus Koning van het heelal. Zijn we met wat er in de wereld allemaal gebeurt daarbij niet wat onnozel bezig? Wat stelt dat voor? Wat heeft dat voor betekenis? Wat is dat voor een koning die -terwijl zijn aanhang onmachtig blijkt en Hem in de steek laat (behalve zijn moeder en de apostel Johannes) veroordeeld is tot de dood aan een kruis? Het is een vorm van terechtstelling van misdadigers? Zou het kunnen zijn, dat desondanks de manier van leven van Jezus mensen aanspreekt tot in het heden? Het is een manier die leven in zich draagt. Zijn basis is zijn Godsvertrouwen. God is zijn -en zoals Hij ons leert bidden- ook onze Vader in de hemel. Eenmaal onder ons is Hij mensbetrokken. De kern van zijn leven is zijn gevende liefde, die bestand is tegen kwaad en ondergang. Hij is niet bang zijn ‘leven te verliezen’. Juist daarom ‘wint hij het’. Hij ontfermt zich over medemensen, ieder in de eigen levensomstandigheden: de zieke en gehandicapte, de bezetene, de niet geziene en verwaarloosde, de buitengeslotenen; zijn tijdgenoten die onder onnodige voorschriften gebukt gaan. Hij is voorstander van ‘de vrijheid van de kinderen Gods’. Hij nodigt uit Hem na te volgen en zo tot leven te komen. Tot volwaardig leven te komen is dat niet hetgene waarnaar iedere mens ten diepste naar verlangt? Is dat zo? Laten we ervan uitgaan, dat iedereen, die ter wereld komt, gezien, gehoord, erkend en gewaardeerd wil zijn. Zelfs degene die het slechte pad op gaat, lijkt erop uit te zijn als persoon gezien en erkend te worden. Tegelijk ervaart iedereen, dat het in het leven niet allemaal rozengeur en maneschijn is, dat het de verkeerde kant op kan gaan, dat er kwaad is waarin mensen gevangen kunnen worden; dat ons bestaan zijn eisen kent en onze inzet vraagt. God komt ons daarbij tegemoet in de menswording van zijn Zoon, die met ons het leven deelt, Koning in dienstbaarheid. ‘Mijn rijk is niet van deze wereld’ zegt Jezus. Het is geen rijk waarin macht een overheersende factor is maar beschikbaarheid en liefde, die zich geeft. Hij is daarin erkend door zijn Vader in de hemel. Met Pasen stond Jezus op uit kwaad en dood. Leven heeft bij God het laatste woord. In die sfeer vieren wij Jezus Christus koning van het heelal. Als we in Hem geloven, ons aan Hem toevertrouwen, hem proberen na te volgen is zijn leven, Gods leven in ons. Mogen wij van die mensen zijn en zo onze wereld en medemensen dienen. Amen

VOORBEDE

Misintenties:

Bidden we voor de levende leden van onze Eyser zangkoren. Dat ze het plezier in het zingen en de onderlinge kameraadschap, die het gevolg ervan is, zullen blijven koesteren; dat ze hun bijdrage blijven leveren aan de intensiteit van onze vieringen en van ons bidden. Bidden we voor de overledenen leden van onze koren, dat zij mogen zijn in Gods vrede.

Bidden we voor de vrede. Dat de plannen die onze wereldse machthebbers de waarde van de volken in takt laten. Dat ze hun eigen macht niet uitbuiten, maar dat zich in dienst stellen van waarheid, gerechtigheid en veiligheid. Laat ons bidden.

Emiritus pastoor Reijnen

 

zondag 19-10-2025: 29e zondag door het jaar C – Missiezondag en Afscheid Kapelaan Siju.

By Preken

Beste broeders en zusters, Vier jaar geleden, toen ik voor het eerst hier in het Heuvelland aankwam en begon als kapelaan, was ik zó nieuwsgierig. Hoe zou het leven hier zijn? Hoe zijn de mensen? Hoe zal ik mijn plaats vinden in deze gemeenschap? En eerlijk gezegd, ik denk dat jullie ook nieuwsgierig waren. Misschien dachten jullie: “Wie is die nieuwe kapelaan uit India? Wat brengt hij mee? Hoe zal hij tussen ons wonen en werken?”

Nu, na vier jaar samen met elkaar opgetrokken te hebben, kan ik met heel mijn hart zeggen: dit waren enkele van de mooiste jaren van mijn leven. Vooral de tijd hier in Eys, Nijswiller en Wahlwiller heeft een bijzondere plaats in mijn hart gekregen. Jullie hebben mij niet alleen verwelkomd, maar ook opgenomen als één van jullie. Daar ben ik jullie allemaal heel dankbaar voor. Maar hopelijk ben ik niet alleen als persoon opgenomen, maar heeft mijn boodschap van Gods Liefde u allen geraakt en mag deze geluk brengen in uw leven.

Vaak hoorde ik mensen zeggen: “Wat bijzonder dat jij hier bent. Vroeger gingen onze priesters vanuit hier naar verre landen om missionaris te zijn, en nu is het andersom geworden!”
Ja, dat is waar. De wereld is veranderd, en de richting van de missie is soms omgekeerd. En toch blijft de roeping dezelfde: om de liefde van God te delen, overal waar we zijn.

 

Vandaag, op Missiezondag, denken we met dankbaarheid aan alle missionarissen van vroeger en van nu: mannen en vrouwen die hun thuis verlieten om het Evangelie te brengen, vaak onder moeilijke omstandigheden. Hun leven was niet gemakkelijk – onbekende talen, vreemde culturen, ziekten, armoede… En toch gingen ze, vol vertrouwen in God.

Soms voel ik mij klein als ik aan hen denk. Want in deze moderne wereld zijn mijn uitdagingen maar klein in vergelijking met de offers van de missionarissen toendertijd. Ik heb een goed huis, goed eten, een telefoon, internet… en toch noem ik het ‘missie’. Maar die missionarissen van vroeger hadden niets van dat alles (of van al deze voorzieningen) – alleen hun geloof, hun liefde voor God en hun toewijding. Vandaag willen wij hen met heel ons hart danken, en voor hen bidden.

Toch is missie niet alleen iets van vroeger, of van verre landen. Missie gebeurt ook hier, in onze eigen parochies, in onze dorpen, in onze gezinnen. Ieder van ons is geroepen om een missionaris te zijn – niet met grote woorden, maar met kleine daden van liefde.

Ik herinner me een vrouw die ooit tegen me zei: “Wat jammer dat je alles hebt achtergelaten om naar hier te komen.”
En ik zei lachend tegen haar: “Eigenlijk is het ook een beetje uw schuld dat ik hier ben.”
Ze keek me verbaasd aan en vroeg: “Hoezo dan?”
Ik vroeg haar: “Hoeveel kinderen heeft u?”
“Vier,” zei ze.
“En heeft u ooit een van die vier aangemoedigd om priester te worden?”
Ze lachte: “Nee, dat niet.”
Toen zei ik: “Zie je, als een van hen priester was geworden, dan had ik misschien niet hoeven komen!”

We hebben er samen om gelachen, maar er zit wel een waarheid in. De Kerk is één groot lichaam, een wereldwijde gemeenschap. We hebben elkaar nodig – jullie hier, wij daar.
Net als in een groot bedrijf (of: een grote organisatie) heeft ieder zijn taak: sommigen gaan op missie, anderen steunen, bidden of geven. En zo wordt Gods liefde zichtbaar in de wereld.

Daarom is Missiezondag niet zomaar een collecte of een thema. Het is een herinnering dat wij allemaal medeverantwoordelijk zijn voor de zending van de Kerk, de opdracht om Gods Liefde uit te dragen in onze gemeenschap. Misschien kunnen wij niet allemaal naar Afrika of Azië reizen, maar we kunnen wél missionaris zijn in onze eigen omgeving – in onze straat, in onze familie, in onze gemeenschap. Door met elkaar mee te leven, liefde de delen aandacht te hebben voor de eenzamen, door vergeving te schenken, door hoop te brengen waar moedeloosheid is.

Als ik terugkijk op mijn tien jaar hier in Nederland, en vooral op deze vier jaren in het Heuvelland, dan zie ik zoveel momenten van Gods aanwezigheid: in de vieringen, bij doopsels, huwelijken, begrafenissen; in de gesprekken aan de deur en tijdens bezoeken of in de winkel; in de glimlach van een vrijwilliger, in de zorg van mensen voor elkaar.

Het zijn allemaal tekenen van een geloof dat leeft. Daarom voel ik vandaag vooral dankbaarheid. Dankbaarheid aan God, die mij hierheen heeft geleid. Dankbaarheid aan jullie, die mij hebben geholpen om me thuis te voelen. En dankbaarheid aan alle mensen die op hun eigen manier missionaris zijn – door hun tijd, hun gebed, hun liefde en inzet.

Ik ga verder, maar een deel van mijn hart blijft hier. Ik neem jullie mee in mijn gedachten en gebed, zoals ik hoop dat jullie ook voor mij blijven bidden. En samen blijven wij bidden voor alle missionarissen, overal ter wereld: dat zij kracht en vreugde mogen vinden in hun werk, dat zij nooit ontmoedigd raken, en dat Gods liefde overal mag doordringen. Amen.

Kapelaan Siju.

Zondag 12 oktober 2025: 28e zondag door het jaar C 2025.

By Preken

Dit vooraf aan de overweging van zondag 12 oktober 2025.

BIJBELAVOND GULPEN dinsdag 9 oktober 2025 19.30

 In het kort de achtergrond van de lezingen

  1. Ons ‘Oude Testament’

 Ons Oude Testament, grotendeels de Joodse Bijbel, kent drie onderdelen: de Wet van Mozes, de Profeten en de Geschriften. Het laatste deel omvat liederen (psalmen), Wijsheidsboeken en geschiedenis. De geschiedenisboeken beginnen bij het 5e boek van de Wet van Mozes (Deuteronomium) en bevatten verder de boeken Samuel en Koningen.

De Boeken 1 en 2 Koningen De boeken 1 en 2 Koningen gaan over de geschiedenissen van het Noordrijk (Israël) en het Zuidrijk (Juda). De auteur schrijft in 2 Koningen over de periode na de ondergang van beide Rijken en de reden van die ondergang. Het is geschiedenis vanuit een geloofsperspectief, d.w.z. de geschiedenis heeft te maken met de relaties van mensen en (de ene) God.

We lezen het verhaal van Naäman, de Syriër, die leed aan een huidaandoening. Hij wendt zich, daartoe aangespoord door zijn Israëlisch dienstmeisje, tot de profeet Elisa. Aanvankelijk vindt hij onnozel wat het van de profeet moet doen, maar gaat er toch toe over: hij neemt een bad in de Jordaan. Hij geneest en komt tot erkenning van de God van Israël. Een geschiedenis dus die uitloopt op geloof.                                                             We gaan na het lezen van de tekst met elkaar erover in gesprek.

  1. Ons ‘Nieuwe Testament’ omvat de 4 Evangelies, de Handelingen van de Apostelen, diverse Brieven van apostelen, en het Boek van de Openbaring.

-De 2e brief aan Timotheus plaatsen we in het geheel van de zogenoemde ‘Pastorale Brieven’, 1 en 2 Timotheüs en Titus. Die bevatten nl. allerlei aanbevelingen voor het besturen van een christengemeente. De brieven zouden geschreven zijn door de apostel Paulus aan twee van zijn leerlingen, Timotheüs (in Efese) en Titus (op Kreta). Het is gezien de situatiebeschrijving en stijl aannemelijk dat ‘iemand uit de school van Paulus’ de brieven heeft geschreven in naam van Paulus. Dat was in die tijd niet ongebruikelijk. De brieven deelden daarmee in het gezag van Paulus. Waar gaan de brieven over? De christengemeenten weken in hun gedragingen af van hun omgeving en hadden het daar niet altijd gemakkelijk mee. Mensen met afwijkende meningen van die van Paulus maakten het de gemeenten lastig die Paulus volgden. De brieven sporen dan de lezers ook aan tot standvastigheid en trouw. Christenen leven met een paradox: heil/leven komen over ons door de kruisdood van Jezus Christus: Als wij met Hem gestorven zijn zullen we met Hem leven. We lezen de tekstgedeelte aangegeven en gaan daar met elkaar over in gesprek.

-De tekst uit het Evangelie van Lucas is genomen uit het reisverhaal van Lucas waarin, v.a. hst. 12, Jezus met zijn leerlingen op weg is naar Jeruzalem waar Hem de gebeurtenissen wachten, die Hem doen lijden, doen sterven aan een kruis en tot  verrijzenis brengen. Onderweg brengt Jezus verschillende thema’s uit zijn leer ter sprake.
Aan Lucas toegeschreven worden een van de Evangelies en ‘de Handelingen van de apostelen’. Lucas behoorde tot de 2e/3e generatie christenen en was zelf geen ooggetuige van het leven van Jezus. Hij kende waarschijnlijk het evangelie van Marcus en een verhalenbron (Quelle) waaruit hij zijn eigen verhalen heeft gehaald. Hij heeft zorgvuldig onderzoek gedaan. Lucas heeft een Grieks-Romeinse achtergrond, maar is ook goed bekend met de zogenaamde ‘Septuaginta’, de Griekse vertaling (door 70 vertalers) van de Joodse Bijbel in het Egyptische Alexandrië. Het is waarschijnlijk dat Lucas zijn werken schreef voor christenen met  een  niet-joodse achtergrond. Hij is ervan overtuigd, dat Jezus de Messias, Christus is, gezalfde van God. Hij richt zich in zijn werken als gelovige op de geschiedenis van Jezus. Voor hem is Jezus ook profeet, leraar met gezag, redder, Mensenzoon, Zoon van God en Heer.

We lezen het tekstgedeelte van vandaag uit het Evangelie en gaan daarover met elkaar in gesprek.

OVERWEGING

28e ZONDAG DOOR HET KERKELIJK JAAR C 2025.

Lezingen: 2 Koningen 5, 14-17; 2 Timotheus 2, 8-13; Lucas 17, 11-19.

Beste mensen. Voor verreweg de meesten van ons is heel veel in het leven vanzelfsprekend: bijvoorbeeld dat we een dak boven ons hoofd hebben, te eten en te drinken, werk, vrije tijd, die we naar believen invullen, mensen met wie we leven. Om ons heen zijn er allerlei voorzieningen waar we gebruik van kunnen maken. Omdat het vanzelfsprekend is staan we er ook meestal niet bij stil. Als mensen elkaar vragen hoe het gaat, krijgt men vaak te horen: ‘alles zo zijn gangetje, zoals het moet gaan’. We voelen ons pas kwetsbaar op het moment dat die vanzelfsprekendheid wordt aangetast. Bijvoorbeeld bij ziekte of als onze integriteit op een of andere manier  wordt aangetast; als dierbaren ons ontvallen en we alleen komen te staan, als een faillissement het bedrijf treft waar we werken. De vraag kan zijn of we voldoende stilstaan bij wat ons in het leven allemaal kan overkomen. We hebben ons leven niet zelf in handen.
De teksten uit de H. Schrift van vandaag geven enerzijds aan de aantasting van leven door ziekte, anderzijds de dankbaarheid bij de ervaring in Gods hand te zijn. Naäman, hooggeplaatste man, legeroverste van de koning van Aram in Damascus, het huidige Syrië. Hij is ernstig ziek en heeft een huidaandoening. Niets helpt. Door zijn in de oorlog uit Israël geroofd dienstmeisje, zoals dat in oorlogen met kinderen gaat, wordt hij gewezen op de profeet Elisa in haar eigen land. Naäman verwacht een bijzondere en dure therapie, maar kans ze betalen en heeft er het nodige goud voor mee waarmee hij wil betalen. Het is naar aanwijzing van de assistent van profeet Elisa een eenvoudige therapie. Hij  hoeft zich maar een zevental keren (zeven een heilig getal) te baden in de Jordaan. Aanvankelijk voelt de voorname man zich vernederd en verontwaardigd. Desondanks doet op hij op aanraden van zijn dienaren toch wat van hem gevraagd wordt. Hij wordt genezen, is uitermate dankbaar en komt tot geloof in de ene ware God, beseffend dat Deze de drager van het leven is.

In het Evangelie gaat Jezus met zijn leerlingen de tocht vanuit Galilea door de landstreek Samaria naar Judea en Jeruzalem om er te lijden, sterven en in verrijzenis tot leven te komen. Onderweg ontmoet Hij 10 melaatsen. Hij laat hen de wettelijke voorschriften vervullen, die in dit soort omstandigheden gelden: zich te laten inspecteren door de priesters van die tijd. De 10 doen wat Jezus zegt en worden onderweg genezen. Vanzelfsprekend zijn ze allemaal heel blij, maar slechts één van hen, komt terug om God in Jezus te danken. En degene die terugkomt is nog een van het joodse geloof afwijkende en dus ketterse Samaritaan. Hij beseft dat hij zijn gezondheid van leven niet in eigen handen heeft maar dat zijn gezondheid hem terug gegeven is. Hij is dankbaar en erkent in zijn genezing Gods aanwezigheid; en dat voor iemand, die door de zogenaamd ware gelovigen wordt beschouwd als een afvallige, een ketter. De negen anderen, die vieren feest, want ze horen er weer bij en vergeten. Dat geeft te denken, zeker ook aan mezelf over de manier van leven in onze huidige tijd: is er ruimte voor dankbaarheid in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan? Is er besef, dat het leven ons gegeven is, dat ziekte en gezondheid ons kunnen overkomen als voorwaarden die horen bij ons aardse bestaan? Dat in vreugde en verdriet daarbij onze zorg en hulp passen voor elkaar, zoals het dienstmeisje van Naäman verwijst naar de profeet; zoals Jezus zich ontfermt over de 10 melaatsen. Beseffen we dat wij ten diepste gedragen worden door  een zich ontfermende God aan wie we ons kunnen toevertrouwen. Beseffen we dat wij ook van de gelovigen buiten onze kring kunnen leren wat dankbaarheid en liefde is. Beste mensen, moge dankbaarheid een grondtrek zijn van ons leven als gelovigen.. Amen.

Emeritus pastoor Reijnen.   

Zondag 21-9-2025: 25e ZONDAG DOOR HET JAAR C 2025.

By Preken

25e ZONDAG DOOR HET JAAR C 2025. Lezingen: Amos 8, 1-4; 1 Timotheüs 2, 1-8; Lucas 16, 1-13 (of 10-13).

Wij leven, beste mensen met zijn allen op deze aardbodem. Zijn we langzamerhand niet met zo’n acht miljard??? Op onze aardbodem moeten we allen leven Daartoe leveren we heel wat werk, maar ook heel wat strijd, zoals we dat in onze tijd ervaren. Wij, gewone mensen, weten niet of nauwelijks wat zich achter de schermen allemaal afspeelt. Manipulatie, bedrog, curruptie spelen een rol. We kunnen het gevoel hebben weinig greep op de gebeurtenissen te hebben, individueel maar ook maatschappelijk. Het veroorzaakt bij menigeen de nodige onrust, angst en onzekerheid. De vraag is welke onze positie is als christenen in een wereld waarin het in ons leven verschillende kanten uit kan gaan. Vinden we in ons geloof steun, bemoediging, troost. Helpen ons daarbij de verhalen uit onze H. Schrift.

Vandaag in het Evangelie: Onrust is er bij de corrupte boekhouder in het evangelie. Hem dreigt ontslag wegens malversaties met de financiën van zijn baas. Hij overlegt bij zichzelf hoe hij zich in de netelige situatie kan redden en maakt zich vrienden met de verlaging van de schuld van degenen, die bij zijn baas in het krijt staan. Jezus prijst niet de corruptie van de man, maar zijn nadenken, zijn overleg. Centraal in de Evangelietekst van vandaag lijkt mij de opmerking van Jezus te staan, dat ‘de kinderen van deze wereld onderling met meer overleg handelen dan de kinderen van het licht’ (vers 8).

De eerste vraag is of wij ons, zoals we hier als gedoopte christenen bijeen komen, ‘kinderen van het licht voelen’? Werpen de verhalen licht op ons bestaan in de periode dat wij leven, in onze vreugde en bij ons verdriet. Want daartoe zijn ons de evangelieverhalen aangereikt. Dat lijkt niet zo eenvoudig. De apostel Johannes schrijft aan het begin van zijn Evangelieverhaal, dat we lezen op 1e Kerstdag: ‘het Licht scheen in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet aangenomen’. En duisternis is er genoeg in onze huidige wereld. Maar Johannes schrijft erbij: degenen, die het Licht wél hebben aangenomen gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. Ze zijn uit God geboren. Tweede vraag: hoe zouden we ons geloof kunnen versterken, dat we mogen leven in Gods licht, zodat we er troost, bemoediging, steun aan ondervinden? Paus Franciscus heeft aan het 2e Vaticaans Concilie (1962-1965) het idee ontleend, dat we ‘als christenen samen pelgrimerend onderweg zijn naar onze bestemming’. Hij heeft daar een wereldsamenkomst van bisschoppen en gelovigen (Synode) aan gewijd, afgesloten vorig jaar oktober. In het door hem goedgekeurde verslag, uitgegeven als slotdocument wordt de nadruk gelegd op gemeenschap, participatie, de kan voor iedereen om mee te doen, en zending, laten zien wat christenzijn betekent. Het Evangelie van Jezus is en blijft de leidraad. Het zal ons met elkaar verbinden in ons spreken met elkaar over wat geloven voor ieder van ons kan betekenen. We zullen vormen moeten vinden om met elkaar in gesprek te raken, ons verbonden te voelen met en verantwoordelijk voor elkaar. Zijn we in onze moderne tijd niet teveel los zand geworden, ieder voor zich en met gebrek aan besef hoezeer we geleefd worden? Komen we aan onszelf toe, aan de waardevolle mens, die ieder van ons kan zijn? Bepalen geld en positie niet te zeer hoe wij ons menen te moeten ontwikkelen om in deze maatschappij mee te kunnen doen? Wordt gelijkwaardigheid niet te zeer financieel verstaan in even grote salarissen, voor mannen en vrouwen bij gelijke arbeid. Niet onbelangrijk, maar raakt daardoor de persoonswaarde van ieder geschapen wezen niet  op de achtergrond? We mogen ons als christengelovigen kinderen weten van een liefhebbende God, ieder van ons met een eigen waarde, een eigen opdracht, eigen verantwoordelijkheid. Maar evengoed heeft ieder van ons, en zeker de arme en behoefte, andermans hulp en bijstand, andermans vriendschap en liefde nodig. In de lezingen uit de Bijbel, maar ook door paus Franciscus, wordt ons gevraagd met elkaar in gesprek te gaan, niet ieder te leven voor zichzelf, maar samen op weg door het leven. Amen.

Emeritus pastoor Reijnen