Skip to main content
Category

Preken

Zondag 17 augustus 2025: Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming

By Preken

Dierbare broeders en zusters, Iedereen van ons weet hoe belangrijk een moeder is. Een moeder geeft leven, zorgt, luistert, troost. Wanneer het leven moeilijk is, is het vaak de moeder bij wie we terecht kunnen. Zelfs als we volwassen zijn, blijft die band bijzonder sterk. Een moeder laat je nooit helemaal los; zij draagt je in haar hart.

Vandaag zegt de Kerk tegen ons: vergeet niet, je hebt nóg een moeder – niet alleen op aarde, maar ook in de hemel. Maria is niet zomaar een historische figuur uit de Bijbel. Zij leeft! Zij is opgenomen bij God, met lichaam en ziel, in zijn heerlijkheid. En zij blijft onze moeder.

Wat vieren we vandaag precies? Het Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming. Het dogma zegt: Aan het einde van haar aardse leven heeft God Maria met lichaam en ziel opgenomen in de hemel. Waarom? Omdat Maria de eerste gelovige was. Zij is de vrouw die vol vertrouwen “ja” zei toen de engel haar Gods plan verkondigde. Zij werd de moeder van Jezus en was innig verbonden met het mysterie van onze verlossing. Haar lichaam was de plek waar Gods Zoon mens werd – dat lichaam kon niet in het graf achterblijven. God liet niet toe dat het verderf dat lichaam zou aantasten.

Maar broeders en zusters, dit feest gaat niet alleen over Maria. Het gaat ook over ons. Want wat met Maria is gebeurd, is de bestemming van ieder van ons die in Christus gelooft. Zoals zij nu leeft in de heerlijkheid van God, zo zijn ook wij geroepen tot dat leven. Maria is ons voorgegaan. Zij is een teken van hoop en vertrouwen voor ons allemaal.

Waarom is dat zo belangrijk? Omdat wij mensen soms geneigd zijn te denken dat de dood het laatste woord heeft. We zien het lijden, we zien het kwaad, we zien onze eigen kwetsbaarheid. Hoe vaak zeggen we niet: Is dit alles? Wat heeft het voor zin? Maar vandaag zegt God tegen ons: Nee, dit is niet alles. Er is meer. Er is een eeuwigheid bij Mij. Het lichaam, dat hier op aarde zoveel pijn en moeite kent, is geroepen tot heerlijkheid. Maria laat ons zien: de dood heeft niet het laatste woord. Het laatste woord is leven – leven bij God.

En juist daarom zegt de Kerk vandaag: Wij hebben een moeder in de hemel. Een moeder die ons kent, die onze zorgen begrijpt, die weet hoe het is om mens te zijn. Maria was niet iemand die boven de grond zweefde; zij leefde ons gewone leven: zorgen voor een gezin, armoede kennen, verdriet meemaken. Zij stond onder het kruis en voelde de pijn van het lijden en het verlies. Juist daarom kunnen wij ons tot haar wenden. Want zij begrijpt ons.

Hoe mooi is dat beeld uit de Openbaring van Johannes, dat we vandaag hoorden: “Een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.” Dat is Maria – verheerlijkt in de hemel, maar nog steeds moeder, die waakt over ons als  haar kinderen. Zij kijkt op ons neer, niet om ons te veroordelen, maar om ons te helpen, om ons te leiden naar haar Zoon.

Broeders en zusters, wat betekent dit concreet voor ons leven? Allereerst: we mogen hoopvol zijn. Want onze bestemming is niet het graf, maar de hemel. Ons geloof is geen theorie; het is een belofte van eeuwig leven. Ten tweede: we mogen ons toevertrouwen aan Maria. Zij is niet ver weg, zij is dicht bij ons. In moeilijke momenten kunnen wij bidden: Maria, moeder, help ons. Maria, bid voor ons. En ten derde: we worden uitgenodigd om net als Maria “ja” te zeggen tegen God. Haar tenhemelopneming is niet alleen een voorrecht, maar ook een uitnodiging: durf jij je aan God toe te vertrouwen, ook als je zijn plan niet begrijpt?

Vandaag, op dit grote feest, mogen we dankbaar zijn. Dankbaar dat wij niet alleen op aarde moeders hebben, maar ook in de hemel een moeder die ons nooit vergeet. Laten we ons hart openen voor haar zorg en haar voorspraak, en laten we ons door haar naar Christus leiden. Amen.

Kapelaan Siju

Zondag 10 augustus: 19e zondag door het jaar 2025 C

By Preken

De gedaanteverandering van de Heer

Beste mensen, In de vakantietijd maken velen van ons een reis. Maar de vreugde die je voelt wanneer je vertrekt, is vaak niet dezelfde als die bij de terugreis. Dat heb ik zelf vaker meegemaakt. Ook afgelopen week nog, na vier weken vakantie met mijn familie in India. De heenreis was vol verwachting en blijdschap: Ik kon niet wachten om iedereen weer te zien. Maar de terugreis… ja, dat voelde toch anders. Ik dacht: Moet ik echt terug naar Nederland? Wat was het fijn met de familie. Moet ik al dat warme samenzijn nu missen?

En toch wist ik: Ja, ik moet terug. Dat hoort bij het leven. Misschien herkent u dat ook uit uw eigen leven …… het afscheid nemen van een werkplek waar u zich thuis voelde, verhuizen vanwege studie of werk, of het einde van een bijzondere periode. Er zit altijd iets dubbels in: dankbaarheid voor wat je hebt meegemaakt, en tegelijk het besef dat je weer verder moet.

Precies datzelfde gevoel maken de leerlingen van Jezus vandaag mee in het Evangelie.

Jezus neemt Petrus, Jakobus en Johannes mee een hoge berg op. In de Bijbel is de berg vaak de plaats van ontmoeting met God — Denk aan Mozes op de Sinaï of Elia op de Horeb. Daar, op die hoge plaats, gebeurt iets wonderlijks: Jezus verandert voor hun ogen van gedaante. Zijn gezicht straalt als de zon, zijn kleren worden stralend wit. En dan verschijnen Mozes en Elia, in gesprek met Hem.

Petrus weet niet goed wat hij moet zeggen, maar één ding weet hij wel: Hier wil ik blijven! Hij roept: “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen!” Met andere woorden: Laten we dit vasthouden, laten we deze plek nooit meer verlaten. Maar dat is niet wat Jezus van hen vraagt. Er klinkt een stem uit de wolk: “Dit is mijn Zoon, de geliefde. Luister naar Hem.” En na dat indrukwekkende moment leidt Jezus hen weer naar beneden — terug naar de gewone wereld.

Net als de leerlingen worden wij vroeg of laat weer teruggeroepen naar het dal: naar ons werk, onze zorgen, onze dagelijkse plichten. En daar ligt juist onze roeping. De berg is een plaats van openbaring, maar het dal is de plaats van onze missie. Het is alsof God zegt: Geniet van dit moment, laat het je hart vullen, maar bewaar het niet voor jezelf. Neem het mee en deel het met anderen.

Zo ervoer ik het ook bij mijn terugreis uit India. Het warme samenzijn met familie gaf mij nieuwe energie en vreugde. Maar die moest ik meenemen naar Nederland, om diezelfde liefde en aandacht hier te tonen. Zo is het ook met ons geloof: Het is niet bedoeld om alleen op de bergtop te beleven, maar juist om in het gewone leven zichtbaar te maken.

De tenten die Petrus wilde bouwen, zijn een beeld van de verleiding om in onze eigen veilige, mooie plek te blijven. Soms willen we ons geloof beleven in beslotenheid, zonder de moeilijke wereld om ons heen. Maar Jezus zegt: kom mee naar beneden. Daar, in het dal, wachten mensen die onze liefde, ons geduld, onze aandacht en onze vergeving nodig hebben.

De stem uit de wolk zegt: “Luister naar Hem.” Dat is misschien wel de kern van deze dag. Luisteren naar Jezus betekent doen wat Hij zegt: dienen, aandacht geven, vergeven, barmhartig zijn, recht doen aan de kleinen en kwetsbaren, dienstbaar zijn. Het betekent dat we ons laten vormen door het licht dat we op de berg hebben gezien, zodat we dat licht kunnen brengen in de schaduw van het dagelijks leven.

En misschien moeten we ons realiseren dat de berg en het dal bij elkaar horen. Zonder het dal zouden we de berg niet waarderen. Zonder de berg zouden we geen kracht hebben om door het dal te gaan. De leerlingen moesten eerst de glorie van Jezus zien, om Hem later te kunnen volgen op de moeilijke weg naar Jeruzalem en het kruis.

Beste mensen, misschien hebben wij deze zomer ook onze eigen “bergervaring” gehad: een moment van rust, vreugde, ontmoeting, of nieuwe inspiratie. Vandaag nodigt de Heer ons uit om die ervaring niet alleen te bewaren als een mooie herinnering, maar om er iets mee te doen.

Vraag uzelf af: Met welk licht kom ik van mijn berg af? Wat kan ik meenemen naar mijn gezin, mijn werk, mijn gemeenschap? Hoe kan ik vandaag (de ander niet uit het oog verliezen), iemand bemoedigen, vergeven of helpen, vanuit wat God mij heeft laten zien?

Zo wordt de Gedaanteverandering niet alleen een verhaal uit het verleden, maar iets dat vandaag in ons leven gebeurt. Laten we ons vullen met het Licht van Zijn aanwezigheid, en dat Licht meenemen naar de wereld beneden, waar het ‘t hardste nodig is. Amen.

Kapelaan Siju

Zondag 20-7-2025: 16e Zondag door het jaar C 2025 

By Preken

Genesis 18, 1-10a; Kolossenzen 1, 24-28; Lucas 10, 38-42.

Er zijn vele manieren waarop wij ons tot elkaar verhouden. Op het werk liggen de verhoudingen anders dan wanneer we in de trein zitten en onze kaartjes worden gecontroleerd. Weer anders gaat het eraan toe bij het boodschappen doen of bij een bezoek aan huis- of tandarts. Het zijn geen echte ontmoetingen. Op het werk zijn we collega’s, de man in de trein gedraagt zich als conducteur, in de winkel betalen wij bij de cassière, onze huisarts zien we vooral als deskundige op het gebied van de gezondheid. Bij een echte ontmoeting, zoals tussen vader, moeder en kinderen in gezinsverband, en tussen vrienden/vriendinnen gaat het vooral om interesse in elkaar, in de persoon die men is, om de betekenis die men voor elkaar heeft bij het delen van het leven. In de ontmoeting laat men elkaar weten, dat men ‘er mag zijn’. Vriendschap en gastvrijheid doen aanvoelen, dat men elkaar respecteert, elkaar genegen is, het leven met elkaar deelt.
Welnu, om een ontmoeting gaat het ook in het geval van Abraham en de drie mannen, reizigers die voor zijn tent staan. Reizen was in die tijd riskant. (Denken we maar een het verhaal van de barmhartige Samaritaan, de vorige week, die zich ontfermde over de overvallen en berooide reiziger). Voorzieningen voor onderweg, verzekeringen waren er toen nog niet. Als er reizigers voorbijkwamen werden die met grote gastvrijheid, vorm van vriendschap in die tijd, ontvangen. Men zag de weldaden aan reizigers gedaan als aan God gedaan. De manier waarop Abraham de voorbijkomende reizigers ontving laat dat dat zien: wie Abraham is en wat hij heeft deelt hij met de reizigers. De reizigers laten het bejaard echtpaar Abraham en Sara een belofte achter.
Om ontmoeting gaat het ook bij het bezoek van Jezus aan de met Hem bevriende Marta en Maria in het evangelie van Lucas. Er lijken ons in hen twee menstypen te worden voorgesteld Marta is het type van ‘de werkzame vrouw’, die Jezus in haar woning ontvangt en zorgt voor het huishouden; de andere is ‘de bedachtzame, luisterende vrouw’, die nieuwsgierig is naar wat de intussen bekende Jezus te vertellen heeft. Zij luistert. Zij heeft ‘het beste deel gekozen’, zegt de tekst. Bezige mensen kunnen door het verhaal teleurgesteld zijn. Doet Marta dan verkeerd? Dat wordt niet gezegd. Lucas geeft aan, dat er momenten zijn van prioriteit. Het bezoek van Jezus is zulk een moment. Het beluisteren van de Goede Tijding (Evangelie) heeft op het moment van Jezus’  bezoek voorrang. De zorg voor het materiële mag even naar de achtergrond.  Maar, de ‘werkzame’ en zorgzame Marta mogen we vanuit dit verhaal niet negatief beoordelen. Zij is zorgzaam, zij ontvangt Jezus in haar huis. In het Evangelie van Johannes, is zij het die Jezus tegemoet gaat als haar broer Lazarus gestorven is. Zij drukt haar geloof in Jezus uit door te zeggen: ‘Heer, als U hier was geweest zou mijn broer niet gestorven zijn’. Marta de gelovige vrouw, die bij haar zorgzaamheid op haar manier gelovig is.
Wat leren we uit dit verhaal? Dat er momenten van prioriteit in het leven zijn, naast zorg voor het materiële ook zorg voor ons eigen innerlijk, geestelijk heil. Geen geringe klus bij alles wat we dag in dag uit te doen hebben, bij alles wat onze aandacht vraagt en bij alles wat ons gevangen kan houden. Echt ‘luisteren brengt ontmoeting tot stand’ met medemensen, met Jezus Christus, met God naar wiens beeld wij geschapen zijn. Prioriteit wil in dit geval zeggen: tijd vinden om te luisteren en in het luisteren de ander/Ander te ontmoeten.  Mogen wij mensen zijn, die onze dagelijkse zaken behartigen, en zaken met blijvende, zelfs eeuwigheidswaarde niet vergeten. Amen

Emeritus pastoor Reijnen

Zondag 13-7-2025: 15e zondag door het jaar C 2025 

By Preken

Lezingen: Deuteronomium 30, 10-14; Kolossenzen 1, 15-20; Lucas 10, 25-37.

Naar aanleiding van wat ons dagelijks aan nieuws wordt voorgeschoteld kunnen we ons de vraag stellen: wat drijft de mensen, die ons door de TV worden voorgesteld? Wat willen ze? Waarom doen ze wat ze doen? Maar diezelfde vragen kunnen we ook onszelf stellen; Waarom doen we wat en doen zoals  we doen? Worden we geleid door de reclame, die aan de TV- en Radioprogramma’s vooraf gaat? Worden we geleid door een plichtgevoel t.a.v. partner, gezin, werk? Worden we geraakt door de omstandigheden waarin we komen te verkeren? Worden we geleid door waar we zin in hebben? Zijn er momenten dat we het gevoel hebben geen keus te hebben en kunnen we niet anders dan te laten gebeuren wat gebeurt: “ ’t is neet angesj…..?” Is ons gedrag misschien een mengsel van zo juist genoemde drijfveren? We willen toch goede mensen zijn.

Het Evangelie van vandaag heeft een interessant verhaal met een belangrijke aanwijzing voor ieder die ervan hoort en dus ook voor ons. Het betreft waardevol menselijk te handelen bij uitstek. De barmhartige Samaritaan functioneert als voorbeeldfiguur. Voor Joden met hun tempel in Jeruzalem waren Samaritanen ketters, afvalligen, die zich van hen afgescheiden hadden. Ze bouwden hun eigen plek van eredienst op de Gerizim, een berg in Samaria.  Waar gaat het verhaal over? Een Schriftgeleerde, kenner van de Wet van Mozes  stelt Jezus de vraag naar ‘hoe goed te leven’? Jezus houdt zijn joodse toehoorders voor, dat uitgerekend een ketter zich over een berooide en gewonde reiziger ontfermt. Die man laat zich raken door de concrete omstandigheden waarin hij komt te verkeren. Zelf op reis, stopt hij en helpt en hoe: hij verbindt de gewonde, tilt hem op zijn rijdier, brengt hem naar een herberg, vraagt goed voor hem te zorgen en belooft bij terugkomst de gemaakte onkosten te vergoeden. Waarschijnlijk had de man de middelen, maar hij gebruikt ze dan toch voor een medemens in nood. De priester en de leviet, nota bene bedienaars van de tempel in Jeruzalem, kijken weg van de man en lopen met een grote boog om de gewonde reiziger heen.

Wat houdt dit verhaal in? Jezus klaagt hierin de (uiterlijke) vroomheid in zijn omgeving  in die tijd aan: die staat n.l. los van effectieve naastenliefde. Waarachtig geloof en naastenliefde hangen voor Jezus onlosmakelijk samen. De echte gelovige is de Samaritaan, niet degenen die formeel dienaars zijn van de zogenaamde ware godsdienst in de tempel van Jeruzalem. Het verhaal is algemeen menselijk en bedoeld voor iedereen. Daarmee opent het de mogelijkheid voor iedereen om waarachtig godsdienstig te zijn. Iedereen kan zich laten raken door noodsituaties die hij/zij tegenkomt. Daarop ingaan brengt ons bij God.
Het verhaal doet ons de vraag stellen hoe onze eigen godsdienstig leven eruit ziet? De Samaritaan lijkt niet onbemiddeld te zijn. Hij doet wat in zijn vermogen ligt. Ons wordt daarmee gesuggereerd dat ook wij zullen doen wat in óns vermogen ligt, ook al kost het ons aandacht, tijd, moeite, materiële hulp naar vermogen. Maar wat in ieders vermogen ligt is niet voor iedereen hetzelfde. De eerste lezing uit het laatste van de vijf boeken van Mozes, samenvatting ervan en oproep tot trouw aan het Verbond met God, meent dat Gods aanwijzingen ‘niet te zwaar zijn, niet buiten ons bereik liggen, niet uit de hemel gehaald hoeven te worden maar in ons hart verankerd zijn en met onze mond kunnen worden beleden. ‘Gij kunt ze dus volbrengen’ zegt de tekst. Bidden we dat we de kracht van Gods Geest mogen ervaren, opdat we waarachtig godsdienstige mensen mogen zijn. Amen

Emeritus Pastoor Reijnen

Zondag 6-7-2025: 14e ZONDAG DOOR HET JAAR C 2025

By Preken

Lezingen: Jesaja 66, 10-14c; Galaten 6, 14-18; Lucas 10, 1-12.17-20 of 10, 1-9).
Na de hittegolf van afgelopen week zijn de temperaturen momenteel aanzienlijk omlaag gegaan en is het hittegevaar geweken. Dat is positief, ook voor het OLS zondag in ‘Heytse’ . De schoolvakanties zijn begonnen en dat vinden verreweg de meeste kinderen positief. Allerlei verenigingen schorten nu hun repetities en uitvoeringen op. Even wat vrij zijn van het normale ritme. Dat is positief. Zo zoeken we in deze tijd naar de dingen en gebeurtenissen die ons enigermate blij, tevreden en gelukkig kunnen maken, want van meeste overige ‘nieuws’ worden we niet vrolijk.
Positieve berichten klinken ook door in de Bijbelverhalen van vandaag: In het verhaal van de profeet Jesaja zijn ballingen terug mogen keren naar Jeruzalem. En wat is fijner dan dat je weer naar huis mag, naar de plaats van je voorouders; weliswaar zijn stad en tempel verwoest, maar teruggekeerd zijn de ballingen vol goede moed om die te herstellen. Bovendien vonden ze er ook hun heilige Schrift terug. Blijdschap dus en dankbaarheid;  God is als een moeder voor zijn volk.
In de lezing uit het Evangelie van Lucas trekken 72 leerlingen van Jezus er twee aan twee erop uit om de mensen het Goede Nieuws van Jezus te brengen. Hun eerste wens als ze ergens aanlandden zou  moeten zijn ‘vrede’ zijn: ‘vrede aan dit huis’. ‘Vrede zij u’, de wens van Jezus met Pasen aan het adres van zijn leerlingen. ‘Vrede zij u’ de eerste wens  van de nieuwe paus Leo XIV aan de wereld. Wat kun je, ook in deze tijd elkaar beter wensen dan ‘vrede’, momenteel de   samenvatting van alle goeds? Positief dus. Maar er komt wel iets bij wat minder gunstig klinkt: Jezus zegt tegen degenen die Hij twee aan twee erop uitstuurt: zie, ik zend u als lammeren tussen de wolven. Ongetwijfeld staan ervaringen uit die tijd, m.n. van Jezus zelf, maar ook van schrijver Lucas uit de eerste eeuw op de achtergrond. Het zaad van het evangelie valt niet altijd goed, maar valt ook op rotsige bodem, tussen distels en ander verstikkend onkruid. Zo is de realiteit van het mensenleven: positieve eigenschappen of deugden als goedheid en liefde, wijsheid en rechtvaardigheid, mededogen, vergevingsgezindheid en eerlijkheid groeien niet vanzelf op, maar vragen moeite en verzorging en de wil om die op te brengen. Tegelijk dat het Evangelie ons de nodige inspiratie en ondersteuning van leven geeft, wordt ons derhalve ook de inspanning gevraagd  om liefde en goedheid en daarmee het Rijk van God in onze wereld waar te maken. Wellicht spreekt ons geweten ons aan, beste mensen, als we ons bewust zijn van ons menselijk tekort, -en gelukkig als dat gebeurt-. Maar we kunnen gaan twijfelen of er wel een geweten bestaat als we zien wat mensen elkaar allemaal aandoen. Of zijn er een aantal zo afgestompt dat ze hun geweten hebben ingeruild voor gewetenloze behandeling van medemensen?  Hoe al die haat, hoe al die slachtoffers, al die verwoestingen, de cyberaanvallen en het nepnieuws te verantwoorden? Met de lezingen uit de H. Schift voor ogen voor ons de opgave positief te blijven. God heeft mensen uit liefde naar zijn beeld en gelijkenis geschapen. Hij is ons tegemoet gekomen door in zijn Zoon mens te worden zoals wij en ons liefde voor te leven. Koesteren we in onszelf vredeswil, goedheid en liefde. De tekst uit het Evangelie van Lucas van vandaag eindigt positief, als het erop aankomt, als het op waarachtig leven aankomt, als we opkomen voor de waarden van het Evangelie. Dan zal -naar Jezus’ woord- ‘niets ons kunnen schaden’. Laten we Hem daar maar regelmarig aan herinneren. Amen.

Emeritus pastoor Reijnen.

Zondag 29 juni: H.PETRUS EN PAULUS 2025, 13e Zondag door het jaar C.

By Preken

Lezingen: Handelingen 12, 1-11; 2 Timotheüs 4, 6-8.17-18’Matteüs 16, 13-19.

In dit jubileumjaar 2025 bezoeken miljoenen pelgrims Rome, de stad waar beide apostelen, Petrus een Paulus, begraven liggen in prachtige kerken, de Sint Pieter en de kerk van St. Paulus buiten de muren. Beide, Petrus en Paulus zijn grote heiligen uit de beginperiode van het christendom. Toch hebben beide ook hun donkere periode gekend. Petrus verloochende Jezus in diens benarde omstandigheden van lijden en dood. Paulus vervolgde christen geworden Joden tot in de Syrische stad Damascus toe. Hij was aanwezig bij de steniging van de diaken Stefanus, waarbij de voltrekkers van deze wandaad hun mantels aan Paulus in bewaring gaven. Na de donkere periode volgde bij beide een radicale ommekeer, bij Petrus na zijn ‘Ik ken die mens (Jezus) niet’ gepaard gaande met bittere tranen van spijt: Hij ging naar buiten en weende bitter Aan hem, van huis uit Simon geheten maar door Jezus ‘Petrus’ genoemd, heeft Jezus zijn Kerk, zijn eigendom toevertrouwd. Toch opmerkelijk hoe een mens kan veranderen. Eerst vooral bezorgd om zijn eigen hachje wordt Petrus een overtuigd aanhanger van Jezus Christus. Nog zo’n verandering bij Paulus, fanatieke orthodoxe Jood, op weg naar Damascus om christen geworden Joden te arresteren. Hij valt van zijn paard (misschien een beroerte), komt tot bezinning, wordt stichter van tal van gemeenten van christen over een groot gedeelte van het Romeinse rijk. Beide, Petrus en Paulus, sindsdien trouw aan hun Heer tot hun marteldood toe.

In zijn eerste brief aan zijn leerling en metgezel Timotheüs kijkt Paulus terug op zijn leven en geeft hij aan hoezeer hij, na zijn ommekeer zijn best heeft gedaan.  Niks zoeken van eigen eer, geen verheffing van zichzelf: ‘De Heer heeft hem bijgestaan bij het verkondigen van het Evangelie’ aan toen bekende volken van het Romeinse Rijk. Het was tegelijk zijn eigen behoud en zinvolle besteding van zijn leven. Paulus brengt eer aan God en vertrouwt zich God toe die hem over zal brengen naar zijn hemels koninkrijk. Petrus is in het Evangelie van Matteüs de woordvoerder van de leerlingen van Jezus op diens vraag: ‘wie zeggen jullie, dat Ik ben’. Het antwoord van Petrus, namens allen, is een geloofsbelijdenis: ‘U bent de Messias, de zoon van de levende God’. Het is de erkenning van Jezus als fundament van ons geloof. Dat gelovig inzicht in de persoon van Jezus is Gods werk in Petrus en in het geloof van de Kerk. Voor Jezus is dat de aanleiding om zijn Kerk, (van het Griekse ‘Kyriakè’),’eigendom van de Heer’, zijn eigendom dus, toe te vertrouwen aan Petrus en zijn opvolgers tot en met de huidige paus Leo. Zij leiden onder impuls van Jezus’ Geest (Pinksteren) een gemeenschap van ons, gelovigen, die ons toegang verschaft tot het Rijk van de hemelen. Onze trouw als gelovigen, beste mensen, draagt in zich het vermogen tot verbinding van mensen met elkaar op de weg van goedheid, barmhartigheid, vergeving en verzoening; onze trouw draagt in zich het vermogen van gerechtigheid en van lieve vrede.

Het is toch prachtig om te zien, hoe Petrus en Paulus, in hun oorsprong gewone mensen zoals wij, de donkere kanten van het leven achter zich hebben kunnen laten om zich te keren tot het Licht, dat Jezus is en zich in zijn dienst te stellen. Dat is bemoedigend voor ons, ook in mogelijk donkere perioden in ons eigen leven; het is bemoedigend in onze tijd waarin we de kracht van het kwaad, in het groot en in het klein, ervaren. We hoeven daar nu niet verder op in te gaan. U ervaart dat momenteel zelf. Maar we geloven door het Pasen, de opstanding van Jezus, dat kwaad niet het laatste woord heeft. Wat we nodig hebben en waarvoor we bidden, is, dat het ons gegeven wordt, net als aan Petrus en Paulus, de moed niet op te geven en het ‘uit te houden in standvastige hoop’  (1 Tessalonicenzen, 1,3). Amen.

Emeritus pastoor Reijnen.         

 

 

Zondag 1 juni: 7e zondag van Pasen (C)

By Preken

Dierbare broeders en zusters in Christus,

Er bestaat een oud en ontroerend verhaal over Jezus na zijn Hemelvaart. Toen Hij terugkeerde naar de hemel, werd Hij verwelkomd door de engelen. Ze vroegen nieuwsgierig naar zijn werk op aarde. Jezus vertelde hen over zijn geboorte, zijn leven onder de mensen, zijn prediking, zijn lijden, dood en verrijzenis – en hoe Hij de verlossing van de wereld tot stand had gebracht.

Toen stelde de engel Gabriël een indringende vraag: “En nu U terug bent, wie zet uw werk voort?” Jezus antwoordde: “Ik heb op aarde een groep mensen verzameld die in Mij geloofden en van Mij hielden. Zij zullen mijn werk voortzetten.” De engel Gabriël fronste zijn wenkbrauwen en zei: “U bedoelt Petrus, die U driemaal verloochende? En de anderen, die U in de steek lieten bij het kruis? Wat als ze falen? Heeft U een plan B?” En Jezus antwoordde eenvoudig: “Ik heb geen ander plan. Het moet slagen.”

Dát, broeders en zusters, is de kern van deze zevende zondag van Pasen: Jezus rekent op ons. Hij vertrouwt ons zijn zending toe. Hij heeft geen plan B – wij zijn zijn plan A.

In de eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen hoorden we hoe Jezus zijn leerlingen opdraagt om in Jeruzalem te blijven wachten op de komst van de Heilige Geest. Niet om stil te zitten, maar om zich voor te bereiden, om innerlijk te groeien, om gesterkt te worden voor de taak die hen wacht: zijn getuigen zijn tot aan de uiteinden van de aarde.

Dat wachten op Pinksteren is geen leeg wachten, geen passieve tijd. De leerlingen zijn samen, in gebed, in verbondenheid. Ze bereiden zich actief voor. En voor precies datzelfde worden ook wij uitgenodigd te doen in deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren: bidden, verdiepen, groeien.

De evangelielezing van vandaag laat ons Jezus zien in zijn hogepriesterlijk gebed. Het is een intiem moment vlak voor zijn lijden, waarin Hij niet voor zichzelf bidt, maar voor zijn leerlingen: “Heilige Vader, bewaar hen in uw Naam… opdat zij één mogen zijn zoals Wij.” Hij bidt om eenheid, om kracht, om bescherming. Niet om hen weg te nemen uit de wereld, maar om hen te bewaren in de wereld, als licht en zout. Zij staan symbool voor verandering, verbetering en een positieve uitstraling.

Hoe actueel is dat gebed in onze tijd! Ook wij leven in een verdeelde, onrustige wereld. Ook wij worden niet weggeroepen uit deze wereld, maar juist gezonden ín de wereld – gezonden om het verschil te maken, door hoe wij leven, hoe wij geloven, hoe wij liefhebben. Zonder liefde zouden wij wegkwijnen, daarom zijn wij allemaal geroepen om Gods Liefde uit te stralen, uit te dragen en voor te leven.

En dat vraagt moed. Want net als de eerste leerlingen zijn ook wij niet perfect. We twijfelen, we maken fouten, we vluchten soms weg van ons geloof. En toch zegt Jezus tegen ieder van ons: “Ik reken op jou. Jij bent mijn plan.”

Hoe doen wij dat in de praktijk?

Door getuigen te zijn, niet alleen met woorden, maar vooral met ons leven. Er is een wezenlijk verschil tussen prediken en verkondigen. Prediken doe je met woorden; verkondigen doe je met je daden. Ons geloof moet zichtbaar zijn in hoe we omgaan met anderen, hoe we keuzes maken, hoe we omgaan met rechtvaardigheid, met vergeving, met hoop.

We worden ook geroepen om leerlingen van Jezus te blijven – steeds groeiend in geloof. Door gebed, de sacramenten, en vooral door liefdevolle dienstbaarheid. Zo worden we levende instrumenten van zijn boodschap.

De Hemelvaart van Jezus is geen afscheid, maar een doorgang. Het is niet het einde, maar het begin van onze zending. Vandaag bevinden we ons liturgisch op een kruispunt: tussen Hemelvaart en Pinksteren, tussen belofte en vervulling. We worden uitgenodigd om net als de leerlingen ons hart te openen, samen te bidden, ons te laten vullen met de Geest van God.

Want Jezus heeft geen plan B. Hij rekent ons op. Amen.

Kapelaan Siju

25-5-2025: 6e Zondag van Pasen (Jaar C)

By Preken

Broeders en zusters in Christus, Na Pasen breekt voor velen van ons een drukke periode aan. Mijn agenda vult zich in deze weken versneld: voorbereidingen voor de Eerste Communie, het Vormsel, vergaderingen, pastorale gesprekken, liturgische vieringen – alles lijkt samen te komen in de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren.

En soms, als ik naar die volle agenda kijk, stel ik mezelf de vraag: Wat zou er eigenlijk op de agenda van Jezus hebben gestaan na zijn verrijzenis? Wat stond er op zijn hemelse planning in de weken tussen Pasen en Hemelvaart?

Vandaag, op deze zesde zondag van Pasen en vlak voor Hemelvaart, mogen we daar samen bij stilstaan. Want ook voor Jezus was het geen rustige periode. Na zijn lijden en dood volgde geen welverdiende vakantie. Nee, Hij stond vroeg op – letterlijk én figuurlijk.

De eerste grote taak: opstaan uit de dood. Niet symbolisch, niet figuurlijk, maar werkelijk. Hij stond op uit het graf, uit de schaduw van de dood. Een onvoorstelbaar moment, een keerpunt in de geschiedenis van de mensheid. Maar tegelijk ook: het begin van een nieuwe missie.

Na zijn opstanding begon Jezus aan een reeks van ontmoetingen. Hij zocht zijn leerlingen op – niet zomaar om even ‘hallo’ te zeggen, maar om hen te troosten, te bemoedigen en te onderrichten. Denk aan Maria Magdalena bij het graf. Aan de Emmaüsgangers. Aan de leerlingen in de bovenzaal. En ja, arme Jezus – Hij moest zelfs nog een keer terugkomen voor Tomas, die er de eerste keer niet bij was. Tomas wilde zien en voelen. En Jezus? Hij kwam speciaal voor hem. Zó groot is zijn liefde: Hij keert terug voor de twijfelaar.

In een latere ontmoeting, aan het meer van Galilea, stond een belangrijk punt op de agenda: de aanstelling van een herder voor zijn Kerk. Jezus sprak Petrus aan – de man die Hem driemaal had verloochend en nog vol schuld zat. Drie keer vroeg Jezus: “Heb je Mij lief?” En drie keer gaf Petrus, misschien onzeker maar oprecht, zijn antwoord: “Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.”

Daarmee werd Petrus niet alleen hersteld, maar ook aangesteld. Jezus gaf hem de opdracht: “Weid mijn schapen.” Een geestelijk leider werd geboren. Of, in pauselijke taal: Habemus papam – we hebben een paus.

Daarna volgden weken van onderwijs en vorming. Geen colleges met PowerPoint, maar echte gesprekken, levensechte lessen. Jezus bereidde zijn leerlingen voor op de toekomst zonder zijn zichtbare aanwezigheid. Hoe blijf je één als gemeenschap? Hoe houd je de liefde levend? Hoe blijf je sterk in een vijandige wereld?

In het evangelie van vandaag horen we Jezus’ laatste woorden vóór zijn hemelvaart. Geen strenge geboden, geen afscheid met afstand, maar drie tedere beloften. Zoals een meester die zijn leerlingen loslaat, spreekt Hij woorden van liefde en vertrouwen.

  1. “Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u.”
    Niet de oppervlakkige rust van de wereld, maar Zijn eigen vrede – diepgaand, blijvend, geworteld in de overwinning op de dood. Een vrede die standhoudt, ook in storm en verwarring. Hoezeer hebben wij die vrede nodig, in een wereld vol lawaai, stress en verdeeldheid?
  2. “De Heilige Geest zal u alles leren en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb.”
    Wij hoeven het niet allemaal zelf te kunnen of te begrijpen. De Geest komt als Trooster, als Leraar, als Innerlijke Gids. Als wij ons in stilte naar binnen keren en met onze geest naar God richten, zijn de ingevingen vol liefdevolle inspiratie die hierzonder niet voor te stellen is.
  3. “Ik kom terug.”
    Geen vaag afscheid. Geen ‘tot ziens misschien ooit’. Nee:“Ik kom terug.”Dat is het grote vooruitzicht dat wij vieren met Hemelvaart en Pinksteren. Hij gaat naar de Vader, maar niet om afstand te nemen – juist om dichterbij te kunnen zijn. Niet meer beperkt door tijd of ruimte, maar aanwezig in elke eucharistie, in elk gebed, in elk hart dat open is. In de verbinding met Zijn overgave aan het lijden voor ons, mogen we elkaar van hart tot hart ontmoeten en onze zorgen met Hem delen.

En dan komt de vraag aan ons: Wat staat er op onze agenda? Waar vullen wij onze dagen mee?

De agenda van Jezus was volledig gericht op anderen: troosten, onderwijzen, zenden, vrede brengen, liefhebben. Zijn werk is nog niet voltooid – en nu zijn wíj zijn handen, zijn stem, zijn hart in deze wereld.
Misschien zit uw agenda ook overvol. Maar durven we, juist dan, elke dag een moment te nemen om te vragen: “Heer, wat wilt U vandaag doen – in mij, en door mij heen?” Waar kan ik uw liefde doorgeven?

Broeders en zusters, de Paastijd is nog niet voorbij. Hemelvaart en Pinksteren komen eraan. Maar vandaag, op deze zesde zondag van Pasen, spreekt Jezus ons bemoedigend toe: “Ik geef je mijn vrede, Ik geef je mijn Geest, en Ik kom terug.”
Dat is de hoop van ons geloof. Dat is de kracht van onze zending. En dat is de diepe vreugde die ook onze communiekinderen vandaag leren kennen: dat Jezus leeft, werkt, en gaat elke dag opnieuw met jullie mee. Amen.

Kapelaan Siju.

Zondag 11-5-2025: 4e zondag van Pasen C

By Preken

Een paar jaar geleden vertelde een collega van mij, een priester uit India, een bijzondere gebeurtenis die hij meemaakte in zijn parochie. Tijdens een zomerse catecheseles organiseerden ze een wedstrijd voor de kinderen. Elk kind moest een Bijbelvers opzeggen. Wie het goed deed, kreeg een klein prijsje.

Een jongetje kwam naar voren, maar bleef zwijgend staan. Hij schoof zenuwachtig met zijn voeten, keek naar beneden en zag er duidelijk gespannen uit. Hij kon zich zijn tekst niet herinneren. Zijn moeder zat op de eerste rij en probeerde te helpen. Ze gebaarde en vormde de woorden met haar lippen, maar het hielp niet. Het geheugen van haar zoon bleef leeg. Uiteindelijk boog ze zich naar voren en fluisterde zacht het begin van de zin: “Ik ben het licht der wereld.” Het jongetje begon te stralen. Hij hief zijn hoofd op en zei met overtuiging en een luide stem: “Mijn moeder is het licht der wereld.”

Iedereen lachte hartelijk en we lieten het maar zo. Want eigenlijk had het kind iets heel dieps gezegd.

Beste mensen, vandaag horen we in het Evangelie Jezus zeggen: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem; Ik ken ze, en zij volgen Mij.” Hij spreekt als de Goede Herder, degene die zijn leven geeft voor zijn schapen, die hen kent, beschermt, en nooit laat gaan. Toen ik dit Evangelie las, dacht ik: hoe zou het zijn om deze woorden te horen door de ogen van een moeder?

Moeders kennen hun kinderen op een unieke manier. Niemand kent je zoals je moeder dat doet. Ik herinner me een moment uit mijn jeugd: als iemand tegen mijn moeder zei dat ik een goede zoon was, glimlachte ze alleen. Want zij alleen wist hoe zwaar het werkelijk was om mij op te voeden. Moeders zien wat anderen niet zien. Ze herkennen de stem van hun kind in een drukke ruimte. Ze voelen aan wanneer er iets niet klopt, zelfs zonder woorden. En ze zouden zonder aarzeling alles geven voor het welzijn van hun kind. Die diepe, persoonlijke verbondenheid dat is de liefde waar Jezus vandaag over spreekt. Niet een abstracte liefde, maar een concrete, levende liefde die draagt, verzorgt en beschermt.

Op deze vierde zondag van Pasen vieren we traditioneel Jezus als de Goede Herder. Dat dit samenvalt met Moederdag is geen toeval. De zorg, tederheid en trouw van een moeder weerspiegelen iets van het mysterie van Gods liefde. Als je ooit hebt gezien hoe een moeder ’s nachts opstaat voor een ziek kind, hoe ze haar eigen vermoeidheid opzij zet om haar gezin gelukkig te maken, of hoe ze haar kind in alle stilte begeleidt naar volwassenheid, dan begrijp je iets van de woorden: “Ik ken ze, en zij volgen Mij.”

En omgekeerd herkennen ook kinderen de stem van hun moeder. Net zoals Jezus zegt: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem.” In de stem van een moeder klinkt veiligheid door, vertrouwdheid, en liefde. Jezus zegt niet dat zijn volgelingen Hem herkennen aan zijn wonderen of grootse daden, maar aan zijn stem, aan zijn nabijheid en zijn tederheid.

Het jongetje uit het verhaal wist zijn tekst niet meer. Maar hij wist wie voor hem stond: zijn moeder. De vrouw die hem kende en liefhad. “Mijn moeder is het licht der wereld,” zei hij. Een vergissing misschien, maar ook een diepe waarheid. Want moeders zijn vaak het eerste licht dat een kind ziet, de eerste stem die vertrouwen geeft, de eerste gids op de weg van het leven.

Beste mensen, vandaag mogen we stilstaan bij die mensen die als herder in ons leven zijn geweest, en vaak zijn dat moeders. In het gezin, in de gemeenschap, biologisch of geestelijk: moeders zijn vaak de eerste die ons helpen de stem van Jezus te leren herkennen.

Maar er is nog een andere kant. Jezus zegt ook: “Niemand zal hen uit mijn hand roven.” Wat een belofte! Moeders (en vaders!) maken zich zorgen: zal het goed gaan met mijn kind? Is hij/zij veilig? Jezus zegt: “Ik geef hun eeuwig leven. Ze zullen nooit verloren gaan.” Hij lijkt tegen iedere ouder te zeggen: je hoeft hen niet alleen te dragen. Mijn handen zijn sterker dan alles. Daar zijn ze voorgoed veilig.

Laten we vandaag, terwijl we onze moeders eren, ook danken voor Jezus, de Goede Herder. En laten we Hem vragen dat wij zijn stem blijven horen, dat we leren kijken met zijn ogen, en liefhebben met zijn hart, zoals een moeder dat doet. Amen.

Kapelaan Siju.

Zondag 4 mei 2025: 3e Zondag van Pasen C 2025

By Preken

Lezingen: Handelingen 5, 27b-32.40b-41; Openbaring 5, 11-14; Johannes 21, 1-19 (of 1-41).

Wij, mensen houden van zekerheid. De meeste werkenden, bv. kiezen voor een vaste, zekere baan en veranderen pas, als ze zeker zijn er beter van te worden. Als we online aankopen doen willen we er zeker van zijn dat we wat we besteld hebben ook ontvangen zoals het is aangekondigd. (Ik begrijp uit het nieuws dat er problemen als het geleverde niet naar wens is en men het  terug wil sturen). We sluiten notariële contracten af bij koop of huur van huizen af; de rechterlijke macht dient onze zekerheid. Toch is zekerheid vaak gekoppeld aan vertrouwen. Van vrienden zijn we zeker omdat we ze vertrouwen; mensen gaan een huwelijk aan omdat ze elkaar in de periode van kennismaking hebben leren vertrouwen, zodanig dat ze verder samen door het leven willen gaan. Ieder van ons kan voor zichzelf invullen hoe ver het verlangen naar zekerheid gaat.     De laatste jaren is ons verlangen naar zekerheid-vertrouwen onder druk komen te staan. Daarbij wordt menigmaal de vraag gesteld: van wie of waarvan kan ik op aan? Wie kan ik vertrouwen. Dat geldt in het groot (denk aan de wereldpolitiek) en in het klein, in situaties waarin we leven.

Bij de leerlingen van Jezus speelt de vraag naar zekerheid na Pasen een rol. Hun leermeester een man van  ruimte in de benauwende godsdienstige situatie van die tijd en weldoener van mensen, was ter dood gebracht. De leerlingen moesten, een illusie armer, opnieuw hun weg zoeken in een hen vijandige wereld. Er waren weliswaar verhalen van verschijningen van Jezus na Pasen als zou Hij leven. Maar de leerlingen wilden graag zekerheid, dat de Jezus van na Pasen dezelfde was als de Jezus, die ze in levende lijve hebben meegemaakt en aan wie ze zich hebben toevertrouwd. Zo weigert leerling Thomas te geloven als hij niet de littekens van de wonden kan zien en voelen die Jezus overhield van zijn marteldood aan het kruis. De leerlingen worden op hun wenken bediend. Jezus is dezelfde, maar na Pasen ook anders, onttrokken aan kwaad en dood. Maar, Hij laat zich zien; hij laat zijn littekens aanraken, Hij eet met hen aan de oever van het meer, m.a.w. Hij is dezelfde Jezus vóór en na Pasen. Bovendien vraagt Hij de leerlingen zijn werk in woord en daad voort te zetten. De overvloed van de door hen gevangen vissen -naar het Evangelie van vandaag geven het perspectief aan van de groei van het christelijke geloven over heel de wereld . De leerlingen leggen getuigenis af voor de Hoge Raad. Ze brengen Jezus’ Evangelie onder  woorden, zij genezen zieken, zoals Jezus en bevrijden mensen van hun boze geesten. Ze vertrouwen zich opnieuw Jezus toe, maar nu op een krachtige manier in tegenstelling tot hun gedrag tijdens de dagen van Jezus’ lijden toen ze Hem in de steek gelaten hadden. Nu volgen ze Hem zelfs in zijn lijden na, als ze door de overheid worden gevangen gezet en gegeseld. Een man als Stefanus wordt door een sensatiemenigte zelfs door steniging ter dood gebracht. Ze ergeren zich dat ze niet opgewassen zijn tegen zijn wijsheid die bestaat in zijn geloof en vertrouwen in Jezus.

Bij ons lijkt het christelijk geloven afgenomen. Komt daar verandering in? Zou het zoeken naar zekerheid en houvast in het Evangelie door hedendaagse jongeren in onze chaotische tijd een teken kunnen zijn?  Volgens berichten in de media in Vlaanderen overstijgt hun getal dat van de vorige generatie?  Zou Gods werkelijkheid van liefde hen zekerheid en vertrouwen bieden in de op het Ik-gerichte werkelijkheid waarin we momenteel leven? Moge ons geloof in de opstanding van Jezus ons, christenen, houvast, ondersteuning en uitzicht geven op een leven nu al voorgoed, doorheen alles wat we momenteel meemaken. Amen.

Emeritus pastoor Reijnen.