Skip to main content
All Posts By

Karin Heinen

30 maart 2025: 4e zondag van de veertigdagentijd C

By Preken

Herinneren jullie je nog wat ik aantal maand geleden in mijn overweging heb gezegd? Ik sprak over een mooi spreekwoord uit mijn taal: “Het jongste kind is altijd het liefste, maar ook het moeilijkste.”

Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ja, wij jongsten kunnen net zoals alle kinderen op sommige momenten lastig zijn, dat klopt. Maar vaak kijken we veel af van onze oudere broers en zussen. Meestal maken zij de fouten en worden wij er de dupe van. Dat kan ik echt beamen, want ik ben zelf de jongste van vier broers – een echte getuige!

Beste mensen, De lezingen van deze zondag gaan ook over broers, maar in een andere context. De Veertigdagentijd roept ons op om ons voor te bereiden op Pasen, maar ook om na te denken over een diepere vraag: Wie is God eigenlijk? De lezingen van vandaag helpen ons om een antwoord te vinden op deze fundamentele vragen: Wie is God? En wat is Zijn ware identiteit?

De eerste lezing komt uit het boek Jozua. Jozua, de oudste van zijn familie, leidt het volk Israël naar het Beloofde Land, nadat zij veertig jaar door de woestijn hebben gezworven. Ze staan op het punt om het land Kanaän binnen te gaan. Maar voordat ze dit doen, vieren ze eerst feest: het Paasfeest, een herdenking van Gods bevrijding.

Dit klinkt bekend, toch? Net als bij de Limburgers: eerst feestvieren en dan de volgende stap zetten! Hier laat God zien wie Hij is: een God die niet alleen met hen was in hun lijden en pijn, maar ook in hun vreugde en overwinningen. De woestijntijd is voorbij, en het manna (dat is een soort noodvoedsel) houdt op, want nu mogen ze eten van de vruchten van het land. Dit is een belangrijk beeld: God blijft bij ons, in moeilijkheden én in vreugde.

In het evangelie komen we opnieuw twee broers tegen. Dit beroemde verhaal van de verloren zoon openbaart opnieuw de identiteit van God.

De jongste zoon, de ‘lastige’, vraagt zijn erfdeel op en verlaat zijn huis. Hij maakt fouten, raakt alles kwijt en eindigt in totale armoede, hongerend tussen de varkens—een dieptepunt voor een Joodse jongen. Maar in zijn ellende komt hij tot inkeer en besluit hij terug te keren naar zijn vader. Tot zijn verbazing wordt hij niet gestraft, maar juist met open armen ontvangen.

En dan hebben we de oudste broer. Hij heeft altijd trouw gewerkt en de regels gevolgd. Maar als hij ziet hoe zijn jongere broer feestelijk wordt onthaald, wordt hij boos en jaloers. Hij begrijpt niet waarom zijn vader zo barmhartig is.

Hier openbaart Jezus de ware identiteit van God: God is niet alleen rechtvaardig, maar bovenal barmhartig. Hij is een Vader die niet met een streng oordeel wacht, maar die (als het ware zijn liefdevolle hart opent en) met open armen naar ons toe komt. Net zoals Hij met het volk Israël in de woestijn was in tijden van pijn, zo deelt Hij nu ook de vreugde van het thuiskomen.

Laten we onszelf eens afvragen: op wie lijken wij het meest?

Soms lijken we op de jongste zoon. We maken fouten, kiezen onze eigen weg en verdwalen. Maar de Vader wacht altijd op onze terugkeer.

Soms lijken we op de oudste zoon. We doen ons best, zijn trouw, maar voelen ons jaloers of verongelijkt als iemand anders barmhartigheid krijgt. Ook dan nodigt God ons uit om te begrijpen dat Zijn liefde oneindig is, voor iedereen.

Deze zondag, halverwege de Veertigdagentijd, nodigt God ons uit om Zijn liefde te omarmen. Hij is de Vader die ons tegemoet komt, of we nu de oudste of de jongste zijn. **Zijn identiteit is liefde en barmhartigheid.

Mogen wij die liefde in ons hart laten groeien, zodat we zelf barmhartige broers en zussen

Kapelaan Siju