Skip to main content
All Posts By

Karin Heinen

18e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

By Preken

18e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

Zo. 2 aug. 9.30 Eys; 11.00 Wahlwiller.
Lezingen: Jesaja 55, 1-3; Romeinen 8, 35.37-39; Matteüs 13, 14-21.
NB. In Wahlwiller zijn die dag Luikse Markt-feesten.

De prijzen van levensmiddelen en brandstof zijn de laatste tijd, door verschillende oorzaken waarop we geen invloed hadden, aanzienlijk gestegen. De meesten van ons zijn -bij een goede berekening van waar we ons geld aan uitgeven- nog wel in staat om wat we werkelijk nodig hebben te kopen. Niet iedereen heeft echter die mogelijkheid en daarom zijn er wereldwijd er voedselprogramma’s -weliswaar niet genoeg- voor al de mensen in armoede. In ons land hebben we op diverse plaatsen voedselbanken.
Reclame probeert ons tot koop te verleiden van dingen, die we misschien niet direct nodig hebben, door de aanbieding door, bijvoorbeeld, ‘een tweede gratis’. De woord ‘gratis’ en ‘voordeel’ hebben een sterke aantrekkingskracht. Zo trekken ze vandaag de aandacht in de eerste lezing: bij woorden als: ‘kom kopen zonder te betalen’ gaat het over ‘gratis’. Het zijn woorden uit het profetische boek Jesaja om aandacht te vragen voor ‘hoe God zich verhoudt tot zijn schepselen. Iedere mens maakt deel uit van de weldoende, hem/haar geschonken aandacht van God, zonder daarvoor te hoeven betalen, zonder verplichte tegenprestatie. Ieder mens is immers als vrije mens geschapen. Iedere mens kan gehoor geven aan Gods weldoende aanwezigheid in hem/haar of niet. Geloven is geen opgelegde verplichting. Dat is voor ons als gelovigen een belangrijk besef. Misschien werden we tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, ingesluisd in een katholieke cultuur van toen, dat we moesten presteren. Ons geloof eiste het nodige van ons. De lezing legt er de nadruk op, dat God ons liefheeft, leeft in ons, ons nabij is zonder dat we daarvoor met prestaties ‘betalen’. Dat neemt niet weg, dat liefde het antwoord uitlokt van de wederliefde. Kijk maar naar uw relaties en vriendschappen. Die zijn of worden wederzijds. In de lezing uit het Evangelie volgens Matteüs gaat Jezus mee met de mensen die Hem op het spoor gekomen zijn ondanks zijn behoefte aan stilte om te bidden en in contact te staan met ons aller Hemelse Vader. Hij biedt de menigte een gratis maaltijd aan. Hij is betrokken Het is al laat en de mensen om Hem heen zullen langzamerhand honger hebben. Er is weliswaar geen eetgelegenheid in de buurt. Jezus vraagt zijn leerlingen wat ze aan voedsel bij zich hebben. Dat blijkt veel te weinig voor zoveel mensen. Toch zet Jezus door en vraagt zijn leerlingen maar te gaan delen van wat ze hebben. En dan gebeurt er iets wonderlijks als teken van de komst/aanwezigheid van het Rijk van God waar Jezus Christus aanwezig is. De maaltijd is bekend geworden onder de naam ‘ wonderbare broodvermenigvuldiging’. Het onbaatzuchtig delen met elkaar wordt een teken van de aanwezigheid van het Rijk Gods door alle tijden heen‘. Het is een kenmerk, ook nu, van de gemeenschappen die zich in geloof hebben toevertrouwd aan Jezus en zijn evangelie. Dat is al zichtbaar  in eerste gemeenschap van christenen in Jeruzalem. Ze komt samen om na te denken over de boodschap van Jezus, maar ze delen ook wat ze hebben en zorgen ervoor dat niemand iets te kort komt. Ze kiezen zelfs diakens voor de maatschappelijke zorg. Je kunt dus zeggen, dat overal waar zorg jegens elkaar gebeurt, het Rijk van God  gestalte krijgt. Gelukkig zien we dat op vele fronten gebeuren, buiten onze kring, maar ook daarbinnen. In en  namens onze parochies wordt er aandacht aan besteed in het zogenoemde ‘Zorgoverleg’. Waar komen mensen te kort en waar voelen ze zich eenzaam en niet gehoord? Waar kunnen we het leven met elkaar delen, ook van het weinige, slechts ‘vijf broden en twee vissen’ die we zelfs soms slechts zelf hebben.
Onze Kerk is haar dominante positie, die zij in onze streek in het leven had, kwijt, maar ze blijft leven in wat haar echt ter harte gaat, de liefde voor medemensen als gestalte van de liefde voor God, de bron van alle onbaatzuchtige liefde. Jezus houdt ons als opdracht voor dat we elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad’ Johannes 15,12). Amen.

Emiritus pastoor Reijnen.

Mevrouw (M.H.G.) Tien Widdershoven-Houben

By Overlijdensberichten

Maandag 29 juni  is in de leeftijd van 95 jaar overleden:

Mevr.  Tien (M.H.G.) Widdershoven – Houben

Weduwe van de heer Alphons Widdershoven

De plechtige uitvaartdienst zal worden gehouden op

zaterdag  4 juli om 11.00 uur in de parochiekerk
van de H. Agatha te Eys.

Aansluitend vindt de begrafenis plaats op ons kerkhof

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

By Preken

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026. 14-6  9.30 Eys.

Lezingen: Exodus 19, 2-6a; Romeinen 5, 6-11; Matteüs 9, 36-10,8

‘De vraag naar de betekenis van religie, godsdienst en het al of niet aanwezig zijn van God in onze mensenwereld lijkt momenteel nogal wat mensen bezig te houden. Een sociale  wetenschapper als de Duitser Hartmut Rosa, bijvoorbeeld, publiceerde een boekje dat ‘Democratie om religie vraagt’. (Een ‘aardse aangelegenheid’ als democratie heeft -goed begrepen- een religieuze basis). Maar in onze tijd verlangen gelovige vaak ernaar zich te kunnen verantwoorden in een wereld van onverschilligen voor geloof en Kerk. (NB. Wat zit achter het verschijnsel van 25.000 doopsels met Pasen in Frankrijk dit jaar; 800 in Belgisch bisdommen?).
Voormalig pastoor Bernhard Hegge van Vijlen, Holset en Lemiers, nu werkzaam als geestelijk begeleider en docent in Rolduc, houdt a.s. vrijdag aldaar een lezing over: ‘Heeft de mens God nodig? Een ander signaal: kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht, vertelde in het geloofsgesprek op de TV, jongstleden zondagmorgen, gelukkig te zijn dat een toenemend aantal jongeren ‘God weer nodig’ blijken te hebben.
Laten we vooropstellen dat geloven of niet een keuze is van een -naar wij geloven- vríje mens. Niemand wordt gedwongen te geloven.
Er zijn overigens nogal wat factoren, die invloed uitoefenen op het al of niet geloven. Het milieu waarin we opgegroeid zijn en leven is zeker belangrijk. Op het moment echter lijkt ook het zoeken van mensen naar een houvast van belang.
Er zijn echter ook tegenkrachten. Na de tweede wereldoorlog is het gedachtegoed van de Verlichting (v.a. de 18e eeuw) doorgedrongen tot in brede lagen van onze bevolking. Sinds die tijd hebben we een sterke ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van wetenschap en techniek. We zijn daardoor welvarend geworden. Daarmee groeide ook het idee dat wij mensen zelf alles in handen hebben en na verloop van tijd alles kunnen oplossen. God is daarbij niet nodig.
In zekere zin is in die opvatting de klad  gekomen door de covid-pandemie van 2020 waardoor we in een korte tijd onze kwetsbaarheid hebben ervaren. We beseffen nu hoezeer we onderdeel uitmaken van wat bestaat en leeft op onze aarde. Onze vrijheid is niet absoluut. We zijn ook afhankelijk. Willen we in de toekomst nog kunnen bestaan, kunnen niet zomaar onze gang gaan. Daar is bovendien de onzekerheid bijgekomen m.b.t.  de goede gezindheid van mensen. We hebben te maken met oorlog en geweld, met raddraaiers, met  misbruik van mensen en mensenhandel, met mensenstromen op de vlucht voor armoede en bestaansonzekerheid. U kunt dat iedere dag volgen op de TV.

In onze omgeving zien we, gelukkig, wellicht veel zorg- en liefdevolle mensen te midden waarvan we mogen leven. Maar de vraag naar de zin van alles, het verlangen naar zorgvolle betrokkenheid en liefde leeft wel degelijk. In de zoektocht daar naar kan ontvankelijkheid ontstaan voor een boodschap van hoop, die ons in onze godsdienst wordt aangereikt. In die boodschap zijn we geen, onszelf overschattende,  bazen of heersers, maar dienaren van onze menselijke werkelijkheid, van medemensen en schepping, die ons door God zijn toevertrouwd. Op het ogenblik zijn wij hier samen in onze kerk. We hebben geluisterd naar verhalen die ons zijn overgeleverd en ons vertellen over een naar ons toegewende, liefdevolle God, die zich van oudsher over zijn volk ontfermde (1e lezing van vandaag). God, die zelfs  mens werd onder ons in Jezus Christus. Hij deelde met ons ons levenslot. Jezus noemde  zichzelf graag ‘Mensenzoon’, een van ons, maar is tegelijk Gods Zoon.
We luisteren in onze vieringen telkens naar die verhalen. We laten ons erdoor bemoedigen, inspireren, corrigeren en uitdagen. We erkennen onze zwakte en kwetsbaarheid en vertrouwen ons al biddend toe aan God. We delen Jezus Christus met elkaar in het delen van het ‘levend Brood dat uit de hemel is neergedaald’, zoals Hij zelf zegt Johannes 6, 41ij zelf zegth. Op die manier vormen wij gemeenschap van gelovigen, zijn we ‘verbonden met elkaar in Jezus Christus’ (naam van de ‘toekomstbrochure van ons bisdom’). Net als de 12 leerlingen, met name genoemd in het Evangelie, en op het einde van het Evangelie alle gelovigen, worden wij uitgenodigd Jezus’ missie van op God en mens betrokken liefde uit te dragen in onze gekwetste en naar heil zoekende wereld.
Wij hebben een liefdevolle God nodig, God heeft liefdevolle mensen nodig. Amen           .

Emeritis pastoor Reijnen

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026

By Preken

11e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026. 14-6  9.30 Eys.

Lezingen: Exodus 19, 2-6a; Romeinen 5, 6-11; Matteüs 9, 36-10,8

‘De vraag naar de betekenis van religie, godsdienst en het al of niet aanwezig zijn van God in onze mensenwereld lijkt momenteel nogal wat mensen bezig te houden. Een sociale  wetenschapper als de Duitser Hartmut Rosa, bijvoorbeeld, publiceerde een boekje dat ‘Democratie om religie vraagt’. (Een ‘aardse aangelegenheid’ als democratie heeft -goed begrepen- een religieuze basis). Maar in onze tijd verlangen gelovige vaak ernaar zich te kunnen verantwoorden in een wereld van onverschilligen voor geloof en Kerk. (NB. Wat zit achter het verschijnsel van 25.000 doopsels met Pasen in Frankrijk dit jaar; 800 in Belgisch bisdommen?).
Voormalig pastoor Bernhard Hegge van Vijlen, Holset en Lemiers, nu werkzaam als geestelijk begeleider en docent in Rolduc, houdt a.s. vrijdag aldaar een lezing over: ‘Heeft de mens God nodig? Een ander signaal: kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht, vertelde in het geloofsgesprek op de TV, jongstleden zondagmorgen, gelukkig te zijn dat een toenemend aantal jongeren ‘God weer nodig’ blijken te hebben.
Laten we vooropstellen dat geloven of niet een keuze is van een -naar wij geloven- vríje mens. Niemand wordt gedwongen te geloven.
Er zijn overigens nogal wat factoren, die invloed uitoefenen op het al of niet geloven. Het milieu waarin we opgegroeid zijn en leven is zeker belangrijk. Op het moment echter lijkt ook het zoeken van mensen naar een houvast van belang.
Er zijn echter ook tegenkrachten. Na de tweede wereldoorlog is het gedachtegoed van de Verlichting (v.a. de 18e eeuw) doorgedrongen tot in brede lagen van onze bevolking. Sinds die tijd hebben we een sterke ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van wetenschap en techniek. We zijn daardoor welvarend geworden. Daarmee groeide ook het idee dat wij mensen zelf alles in handen hebben en na verloop van tijd alles kunnen oplossen. God is daarbij niet nodig.
In zekere zin is in die opvatting de klad  gekomen door de covid-pandemie van 2020 waardoor we in een korte tijd onze kwetsbaarheid hebben ervaren. We beseffen nu hoezeer we onderdeel uitmaken van wat bestaat en leeft op onze aarde. Onze vrijheid is niet absoluut. We zijn ook afhankelijk. Willen we in de toekomst nog kunnen bestaan, kunnen niet zomaar onze gang gaan. Daar is bovendien de onzekerheid bijgekomen m.b.t.  de goede gezindheid van mensen. We hebben te maken met oorlog en geweld, met raddraaiers, met  misbruik van mensen en mensenhandel, met mensenstromen op de vlucht voor armoede en bestaansonzekerheid. U kunt dat iedere dag volgen op de TV.

In onze omgeving zien we, gelukkig, wellicht veel zorg- en liefdevolle mensen te midden waarvan we mogen leven. Maar de vraag naar de zin van alles, het verlangen naar zorgvolle betrokkenheid en liefde leeft wel degelijk. In de zoektocht daar naar kan ontvankelijkheid ontstaan voor een boodschap van hoop, die ons in onze godsdienst wordt aangereikt. In die boodschap zijn we geen, onszelf overschattende,  bazen of heersers, maar dienaren van onze menselijke werkelijkheid, van medemensen en schepping, die ons door God zijn toevertrouwd. Op het ogenblik zijn wij hier samen in onze kerk. We hebben geluisterd naar verhalen die ons zijn overgeleverd en ons vertellen over een naar ons toegewende, liefdevolle God, die zich van oudsher over zijn volk ontfermde (1e lezing van vandaag). God, die zelfs  mens werd onder ons in Jezus Christus. Hij deelde met ons ons levenslot. Jezus noemde  zichzelf graag ‘Mensenzoon’, een van ons, maar is tegelijk Gods Zoon.
We luisteren in onze vieringen telkens naar die verhalen. We laten ons erdoor bemoedigen, inspireren, corrigeren en uitdagen. We erkennen onze zwakte en kwetsbaarheid en vertrouwen ons al biddend toe aan God. We delen Jezus Christus met elkaar in het delen van het ‘levend Brood dat uit de hemel is neergedaald’, zoals Hij zelf zegt Johannes 6, 41ij zelf zegth. Op die manier vormen wij gemeenschap van gelovigen, zijn we ‘verbonden met elkaar in Jezus Christus’ (naam van de ‘toekomstbrochure van ons bisdom’). Net als de 12 leerlingen, met name genoemd in het Evangelie, en op het einde van het Evangelie alle gelovigen, worden wij uitgenodigd Jezus’ missie van op God en mens betrokken liefde uit te dragen in onze gekwetste en naar heil zoekende wereld.
Wij hebben een liefdevolle God nodig, God heeft liefdevolle mensen nodig. Amen           .

Emeritis pastoor Reijnen

PREEK ZONDAG 1 MAART 2026 A VEERTIGDAGENTIJD

By Preken

2e ZONDAG VEERTIGDAGENTIJD A 2026.

Lezingen: Genesis 12, 1-4a; 2 Timotheüs 1, 8b-10; Matteüs 17, 1-9.

We hebben allemaal beste mensen onze eigen geschiedenis, onze eigen komaf, eigen ontwikkeling. We hebben allemaal onze eigen verhalen en beschouwingen die we graag met onze vrienden en kennissen delen. Op de TV kunnen we zien hoe graag mensen aan het woord zijn gezien en gehoord willen worden Dat geeft betekenis geeft aan hun leven. Het vertellen van verhalen, het erop na houden van meningen en de vrijheid om ze te uiten maken deel uit van ons leven. Niet al onze verhalen blijven bewaard. Ze blijven een tijdje in de herinnering maar  verdwijnen in het verloop van de geschiedenis. De verhalen van degenen die doorgaan van belang te zijn geweest voor de gang van de geschiedenis zijn of worden opgenomen in kronieken en geschiedenisboeken.
Ook de H. Schrift waaraan wij ons leven oriënteren bevat verhalen die de eeuwen door verteld zijn gebleven over mensen van belang. Ze vertellen van de verhouding van God en mens en de ontwikkeling daarvan als belangrijk ook voor ons leven nu. Het verhaal van Abram –‘Vader God is verheven’ betekent die naam-, is zulk een verhaal. Hij is een nomade die met familie, knechten (in die tijd slaven) en vee leeft in de streek van de rivieren Eufraat en Tigris. Abram  is onrustig op zoek, niet tevreden met de (godsdienstige) wereld waarvan hij deel uitmaakt. Hij zegt tegen zichzelf en zijn familie: ‘Ik vertrek’. Zijn vee en familie gaan mee. Gaande zijn weg naar Kanaän krijgt hij een ander besef van God, geen concurrerende God. God is een god van belofte en verbond met zijn eigen schepselen die zich aan Hem toevertrouwen. Abram zal gaan beseffen dat deze God niet zijn zoon Izaäk al kind-offer vraagt, zoals zijn vroegere goden. De naam Abram verandert in Abraham, want samen met zijn vrije vrouw Sara hun zoon Izaäk en zijn slavin Hagar en haar kind Ismaël zal Abraham ‘vader van vele volkeren’ worden. Het vrije volk Israël is ertoe geroepen ‘alle geslachten op aarde tot zegen te zijn’ (1e lezing). Een roeping waar Israël doorheem zijn geschiedenis mee worstelt, ook op dit moment als je kijkt naar wat er in het Midden Oosten allemaal gebeurt.
De nakomelingen van Abraham,  hebben hun eigen geschiedenis. Grote figuren in de geschiedenis van Israël zijn Mozes die Israël weghaalt uit de slavernij in Egypte en Elia, een van de grote profeten, die het volk weghaalt uit de verleiding van de afgoden van die tijd. De kern van de 12 apostelen van Jezus, Petrus, Jacobus en Johannes, ervaren op een berg in een visioen wie Jezus is:  nakomeling van Abraham, horend bij Mozes en Elia, ‘geliefde Zoon van God’. Waarom op een berg? De hoogte van een berg, de indrukwekkends omgeving, is van oudsher een plek waar mensen veelal hun eigen kleinheid ervaren en de grootsheid van de schepping waar ze deel van uitmaken. De leerlingen ervaren aan Jezus, na zijn eerdere voorspelling van lijden en dood, dat zijn uiteindelijke bestemming Pasen is, de overwinning van kwaad en dood. Maar voorafgaand daaraan moeten ze de berg weer af en in de vlakte Hem vergezellen in wat Hem nog te wachten staat aan verraad, valse beschuldiging, marteling en kruisdood. Ze kunnen er maar beter nog niet over praten. Als het erop aankomt laten zijn leerlingen Hem in de steek, op één na, Johannes, die met de moeder van Jezus onder zijn kruis stond.
Wat kunnen wij met deze verhalen die ons worden voorgehouden in deze tijd van voorbereiding op Pasen? Zij mogen ons het besef bijbrengen dat we deel uitmaken van een geschiedenis waarin we net als Abraham bezig zijn met de vraag wat werkelijk belangrijk is in ons leven, wat ons werkelijk vrijmaakt. Het kan zijn dat we weg moeten trekken van wat ons gevangen houdt, van wat ballast is. Bovendien maken we deel uit van een geschiedenis waarin zich ervaringen voordoen die ons blij en gelukkig maken, maar ook ervaringen van betrekkelijkheid van leven; ervaringen van verlies die pijn doen en verdrietig maken, angstig en onzeker. Maar als gelovigen, die zich in de lijn van Jezus willen bewegen, mogen we ons aan een God toevertrouwen, die ook ons het perspectief van Pasen aanreikt in de levensverhalen van de Schrift, zoals die van vandaag. Zij dienen tot onze bemoediging, troost en ondersteuning.  Amen

Emiritus pastoor Reijnen    

Zondag 23 november: CHRISTUS KONING C 2025  23 Nov. EYS 9.30

By Preken

Lezingen: 2 Samuel 5, 1-3; Kolossenzen 1, 12-20; Lucas 23, 33-43.

Vandaag vieren ons kerkelijk zangkoor en vrouwenkoor Octavia het feest van hun patrones St. Cecilia, niet alleen in de kerk maar ook daarna met gezelligheid. Vandaag viert de Kerk de laatste zondag van het kerkelijk jaar ‘Christus, Koning van het heelal’. De woorden ‘koning van het heelal zijn alomvattend, kosmos, aarde en alles wat daarbij hoort: zon, maan, sterren, planeten, de aarde met alle levende wezens. Het Christus Koningfeest dateert van 1925 toen paus Pius XI het in het leven riep. Dit jaar is het feest dus 100 jaar oud. Het was de tijd van het Rijke Roomse leven, de tijd van ‘de volkskerk’ waarin het RK leven volop bloeide, zowel kerkelijk als maatschappelijk in gezinnen en verenigingen van velerlei aard en niveau, in werkgeversvereniging en vakbond. Christus leek een tijdje geleden Koning van alles. Er is in de 100 jaar dat het feest bestaat veel veranderd. Feitelijk lijkt de idee van Christus’ Koningschap op de achtergrond geraakt. We kennen op onze wereld   verschillende bestuurssystemen, die rekening hebben te houden met elkaar. In Nederland hebben we een monarchie die gebonden is aan een democratisch samengestelde grondwet. In China heeft de communistische partij het voor het zeggen. Een aantal landen worden geregeerd door -zoals dat heet- autocratische leiders, eenlingen met de groep om hen heen, zoals momenteel Rusland. Zij hebben het voor het zeggen in een zogenaamde door hen ‘geleide democratie’. Het gaat daarbij om macht en overheersing, vaak mede beïnvloed door geld. We ervaren momenteel hoe op de wereld mensen lijden onder de heerschappij van regimes die hen onder de duim houden of die hen willen onderwerpen.
En dan vieren wij, katholieken Christus Koning van het heelal. Zijn we met wat er in de wereld allemaal gebeurt daarbij niet wat onnozel bezig? Wat stelt dat voor? Wat heeft dat voor betekenis? Wat is dat voor een koning die -terwijl zijn aanhang onmachtig blijkt en Hem in de steek laat (behalve zijn moeder en de apostel Johannes) veroordeeld is tot de dood aan een kruis? Het is een vorm van terechtstelling van misdadigers? Zou het kunnen zijn, dat desondanks de manier van leven van Jezus mensen aanspreekt tot in het heden? Het is een manier die leven in zich draagt. Zijn basis is zijn Godsvertrouwen. God is zijn -en zoals Hij ons leert bidden- ook onze Vader in de hemel. Eenmaal onder ons is Hij mensbetrokken. De kern van zijn leven is zijn gevende liefde, die bestand is tegen kwaad en ondergang. Hij is niet bang zijn ‘leven te verliezen’. Juist daarom ‘wint hij het’. Hij ontfermt zich over medemensen, ieder in de eigen levensomstandigheden: de zieke en gehandicapte, de bezetene, de niet geziene en verwaarloosde, de buitengeslotenen; zijn tijdgenoten die onder onnodige voorschriften gebukt gaan. Hij is voorstander van ‘de vrijheid van de kinderen Gods’. Hij nodigt uit Hem na te volgen en zo tot leven te komen. Tot volwaardig leven te komen is dat niet hetgene waarnaar iedere mens ten diepste naar verlangt? Is dat zo? Laten we ervan uitgaan, dat iedereen, die ter wereld komt, gezien, gehoord, erkend en gewaardeerd wil zijn. Zelfs degene die het slechte pad op gaat, lijkt erop uit te zijn als persoon gezien en erkend te worden. Tegelijk ervaart iedereen, dat het in het leven niet allemaal rozengeur en maneschijn is, dat het de verkeerde kant op kan gaan, dat er kwaad is waarin mensen gevangen kunnen worden; dat ons bestaan zijn eisen kent en onze inzet vraagt. God komt ons daarbij tegemoet in de menswording van zijn Zoon, die met ons het leven deelt, Koning in dienstbaarheid. ‘Mijn rijk is niet van deze wereld’ zegt Jezus. Het is geen rijk waarin macht een overheersende factor is maar beschikbaarheid en liefde, die zich geeft. Hij is daarin erkend door zijn Vader in de hemel. Met Pasen stond Jezus op uit kwaad en dood. Leven heeft bij God het laatste woord. In die sfeer vieren wij Jezus Christus koning van het heelal. Als we in Hem geloven, ons aan Hem toevertrouwen, hem proberen na te volgen is zijn leven, Gods leven in ons. Mogen wij van die mensen zijn en zo onze wereld en medemensen dienen. Amen

VOORBEDE

Misintenties:

Bidden we voor de levende leden van onze Eyser zangkoren. Dat ze het plezier in het zingen en de onderlinge kameraadschap, die het gevolg ervan is, zullen blijven koesteren; dat ze hun bijdrage blijven leveren aan de intensiteit van onze vieringen en van ons bidden. Bidden we voor de overledenen leden van onze koren, dat zij mogen zijn in Gods vrede.

Bidden we voor de vrede. Dat de plannen die onze wereldse machthebbers de waarde van de volken in takt laten. Dat ze hun eigen macht niet uitbuiten, maar dat zich in dienst stellen van waarheid, gerechtigheid en veiligheid. Laat ons bidden.

Emiritus pastoor Reijnen

 

30 maart 2025: 4e zondag van de veertigdagentijd C

By Preken

Herinneren jullie je nog wat ik aantal maand geleden in mijn overweging heb gezegd? Ik sprak over een mooi spreekwoord uit mijn taal: “Het jongste kind is altijd het liefste, maar ook het moeilijkste.”

Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ja, wij jongsten kunnen net zoals alle kinderen op sommige momenten lastig zijn, dat klopt. Maar vaak kijken we veel af van onze oudere broers en zussen. Meestal maken zij de fouten en worden wij er de dupe van. Dat kan ik echt beamen, want ik ben zelf de jongste van vier broers – een echte getuige!

Beste mensen, De lezingen van deze zondag gaan ook over broers, maar in een andere context. De Veertigdagentijd roept ons op om ons voor te bereiden op Pasen, maar ook om na te denken over een diepere vraag: Wie is God eigenlijk? De lezingen van vandaag helpen ons om een antwoord te vinden op deze fundamentele vragen: Wie is God? En wat is Zijn ware identiteit?

De eerste lezing komt uit het boek Jozua. Jozua, de oudste van zijn familie, leidt het volk Israël naar het Beloofde Land, nadat zij veertig jaar door de woestijn hebben gezworven. Ze staan op het punt om het land Kanaän binnen te gaan. Maar voordat ze dit doen, vieren ze eerst feest: het Paasfeest, een herdenking van Gods bevrijding.

Dit klinkt bekend, toch? Net als bij de Limburgers: eerst feestvieren en dan de volgende stap zetten! Hier laat God zien wie Hij is: een God die niet alleen met hen was in hun lijden en pijn, maar ook in hun vreugde en overwinningen. De woestijntijd is voorbij, en het manna (dat is een soort noodvoedsel) houdt op, want nu mogen ze eten van de vruchten van het land. Dit is een belangrijk beeld: God blijft bij ons, in moeilijkheden én in vreugde.

In het evangelie komen we opnieuw twee broers tegen. Dit beroemde verhaal van de verloren zoon openbaart opnieuw de identiteit van God.

De jongste zoon, de ‘lastige’, vraagt zijn erfdeel op en verlaat zijn huis. Hij maakt fouten, raakt alles kwijt en eindigt in totale armoede, hongerend tussen de varkens—een dieptepunt voor een Joodse jongen. Maar in zijn ellende komt hij tot inkeer en besluit hij terug te keren naar zijn vader. Tot zijn verbazing wordt hij niet gestraft, maar juist met open armen ontvangen.

En dan hebben we de oudste broer. Hij heeft altijd trouw gewerkt en de regels gevolgd. Maar als hij ziet hoe zijn jongere broer feestelijk wordt onthaald, wordt hij boos en jaloers. Hij begrijpt niet waarom zijn vader zo barmhartig is.

Hier openbaart Jezus de ware identiteit van God: God is niet alleen rechtvaardig, maar bovenal barmhartig. Hij is een Vader die niet met een streng oordeel wacht, maar die (als het ware zijn liefdevolle hart opent en) met open armen naar ons toe komt. Net zoals Hij met het volk Israël in de woestijn was in tijden van pijn, zo deelt Hij nu ook de vreugde van het thuiskomen.

Laten we onszelf eens afvragen: op wie lijken wij het meest?

Soms lijken we op de jongste zoon. We maken fouten, kiezen onze eigen weg en verdwalen. Maar de Vader wacht altijd op onze terugkeer.

Soms lijken we op de oudste zoon. We doen ons best, zijn trouw, maar voelen ons jaloers of verongelijkt als iemand anders barmhartigheid krijgt. Ook dan nodigt God ons uit om te begrijpen dat Zijn liefde oneindig is, voor iedereen.

Deze zondag, halverwege de Veertigdagentijd, nodigt God ons uit om Zijn liefde te omarmen. Hij is de Vader die ons tegemoet komt, of we nu de oudste of de jongste zijn. **Zijn identiteit is liefde en barmhartigheid.

Mogen wij die liefde in ons hart laten groeien, zodat we zelf barmhartige broers en zussen

Kapelaan Siju