18e ZONDAG DOOR HET JAAR A 2026
Zo. 2 aug. 9.30 Eys; 11.00 Wahlwiller.
Lezingen: Jesaja 55, 1-3; Romeinen 8, 35.37-39; Matteüs 13, 14-21.
NB. In Wahlwiller zijn die dag Luikse Markt-feesten.
De prijzen van levensmiddelen en brandstof zijn de laatste tijd, door verschillende oorzaken waarop we geen invloed hadden, aanzienlijk gestegen. De meesten van ons zijn -bij een goede berekening van waar we ons geld aan uitgeven- nog wel in staat om wat we werkelijk nodig hebben te kopen. Niet iedereen heeft echter die mogelijkheid en daarom zijn er wereldwijd er voedselprogramma’s -weliswaar niet genoeg- voor al de mensen in armoede. In ons land hebben we op diverse plaatsen voedselbanken.
Reclame probeert ons tot koop te verleiden van dingen, die we misschien niet direct nodig hebben, door de aanbieding door, bijvoorbeeld, ‘een tweede gratis’. De woord ‘gratis’ en ‘voordeel’ hebben een sterke aantrekkingskracht. Zo trekken ze vandaag de aandacht in de eerste lezing: bij woorden als: ‘kom kopen zonder te betalen’ gaat het over ‘gratis’. Het zijn woorden uit het profetische boek Jesaja om aandacht te vragen voor ‘hoe God zich verhoudt tot zijn schepselen. Iedere mens maakt deel uit van de weldoende, hem/haar geschonken aandacht van God, zonder daarvoor te hoeven betalen, zonder verplichte tegenprestatie. Ieder mens is immers als vrije mens geschapen. Iedere mens kan gehoor geven aan Gods weldoende aanwezigheid in hem/haar of niet. Geloven is geen opgelegde verplichting. Dat is voor ons als gelovigen een belangrijk besef. Misschien werden we tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, ingesluisd in een katholieke cultuur van toen, dat we moesten presteren. Ons geloof eiste het nodige van ons. De lezing legt er de nadruk op, dat God ons liefheeft, leeft in ons, ons nabij is zonder dat we daarvoor met prestaties ‘betalen’. Dat neemt niet weg, dat liefde het antwoord uitlokt van de wederliefde. Kijk maar naar uw relaties en vriendschappen. Die zijn of worden wederzijds. In de lezing uit het Evangelie volgens Matteüs gaat Jezus mee met de mensen die Hem op het spoor gekomen zijn ondanks zijn behoefte aan stilte om te bidden en in contact te staan met ons aller Hemelse Vader. Hij biedt de menigte een gratis maaltijd aan. Hij is betrokken Het is al laat en de mensen om Hem heen zullen langzamerhand honger hebben. Er is weliswaar geen eetgelegenheid in de buurt. Jezus vraagt zijn leerlingen wat ze aan voedsel bij zich hebben. Dat blijkt veel te weinig voor zoveel mensen. Toch zet Jezus door en vraagt zijn leerlingen maar te gaan delen van wat ze hebben. En dan gebeurt er iets wonderlijks als teken van de komst/aanwezigheid van het Rijk van God waar Jezus Christus aanwezig is. De maaltijd is bekend geworden onder de naam ‘ wonderbare broodvermenigvuldiging’. Het onbaatzuchtig delen met elkaar wordt een teken van de aanwezigheid van het Rijk Gods door alle tijden heen‘. Het is een kenmerk, ook nu, van de gemeenschappen die zich in geloof hebben toevertrouwd aan Jezus en zijn evangelie. Dat is al zichtbaar in eerste gemeenschap van christenen in Jeruzalem. Ze komt samen om na te denken over de boodschap van Jezus, maar ze delen ook wat ze hebben en zorgen ervoor dat niemand iets te kort komt. Ze kiezen zelfs diakens voor de maatschappelijke zorg. Je kunt dus zeggen, dat overal waar zorg jegens elkaar gebeurt, het Rijk van God gestalte krijgt. Gelukkig zien we dat op vele fronten gebeuren, buiten onze kring, maar ook daarbinnen. In en namens onze parochies wordt er aandacht aan besteed in het zogenoemde ‘Zorgoverleg’. Waar komen mensen te kort en waar voelen ze zich eenzaam en niet gehoord? Waar kunnen we het leven met elkaar delen, ook van het weinige, slechts ‘vijf broden en twee vissen’ die we zelfs soms slechts zelf hebben.
Onze Kerk is haar dominante positie, die zij in onze streek in het leven had, kwijt, maar ze blijft leven in wat haar echt ter harte gaat, de liefde voor medemensen als gestalte van de liefde voor God, de bron van alle onbaatzuchtige liefde. Jezus houdt ons als opdracht voor dat we elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad’ Johannes 15,12). Amen.
Emiritus pastoor Reijnen.