Skip to main content
Preken

DRIEVULDIGHEIDSZONDAG A 2026

By 31 mei 2026juni 1st, 2026No Comments

DRIEVULDIGHEIDSZONDAG A 2026  Zo. 31 mei  Eys en Wahlwiller

Lezingen: Exodus 34, 4b-6.8-9; 2. Kor. 13, 11-13; Johannes 3, 16-18

Vandaag vieren we het feest van de heilige drie-ene of drievuldige God. Het geloof in God  is tegenwoordig, zoals we weten, verre van vanzelfsprekend. Een aantal mensen is van mening dat een mens goed door het leven kan gaan zonder geloof in God, een uitvinding -naar ze menen- van de mens zelf. En laten we eerlijk zijn: lang niet altijd is aan het gedrag van christenen te zien, dat ze in-der-daad christen zijn en het Evangelie, zoals door Jezus gevraagd, in praktijk brengen. Bovendien, er zijn ook buiten onze kring goede mensen, die in hun doen en laten aangeven dat ze eigenlijk thuishoren in het Rijk van God.

Onder de mensen zijn er ook die niet in God te kunnen geloven vanwege de ellende in de wereld. Hoe kan God dat toelaten? Onlangs had ik nog een gesprek daarover. De vraag aan hem was of  niet mensen zelf zijn, tot vrijheid geschapen en beheerder van de schepping, die de veroorzaker zijn van ellende?

Jarenlang heeft men naar zogenaamde bewijzen gezocht voor het bestaan van God. Daar zou   geen speld tussen te krijgen moeten zijn. Ze zouden iedereen moeten overtuigen. Maar zo werkt het geloven in God niet.

Mensen komen tot geloof in God, omdat ze in het diepst van hun wezen beziggehouden worden  door vragen als: ‘wie ben ik, waartoe ben ik er, wat is mijn bestemming? Ze zijn geraakt door het mysterie dat het leven is. We leven immers maar betrekkelijk kort’. Verreweg de meesten van ons zijn tot geloof gekomen omdat we in de traditie van de Kerk zijn opgegroeid. Dat was vanzelfsprekend in onze streken. Tegenwoordig lijkt het zo te zijn, dat weer meer mensen in het christelijk en ander geloof een houvast zoeken in onzekere tijden dat men niet meer weet waar men bij mensen op aan kan. Daardoor kan ontvankelijkheid ontstaan en openheid voor  het  geloof en overgave aan een Werkelijkheid die ons overstijgt. Die Werkelijkheid noemen gelovige mensen bijvoorbeeld  ‘God’. Iedereen doet dat in zijn of haar eigen taal. Wat ons betreft staan we, zoals we hier bijeen zijn, niet alleen in ons geloof. We komen voor de viering ervan samen; het wordt gevoed door de verhalen over mensen uit de heilige Schrift. We luisteren ernaar. Ze inspireren ons en dagen ons uit. We bidden en zingen samen. En delen samen het geconsacreerde Brood.

Zoals we zojuist in de 1e lezing gehoord hebben openbaart God zich als ‘een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw’. Het is een belangrijke uitspraak waaraan we ons in geloof toevertrouwen. Ieder mens verlangt immers naar barmhartigheid, liefde en trouw. In dit soort woorden wordt uitgedrukt hoe God zich als Schepper tot ons verhoudt en waarop wij mogen rekenen. En in de 2e lezing is sprake van Gods liefde voor ons door de komst onder ons van de Zoon. Sindsdien vallen gelovigen onder Gods barmhartigheid, liefde en trouw.

Iedere tijd van leven heeft overigens zijn eigen accenten in het voltrekken van het leven. Die accenten hangen samen met het welvaartspeil. In ons nog welvarende westen lijkt het accent te liggen  op voldoening aan onze verlangens van welke aard ook. Onze gemiddelde levensstandaard is van dien aard dat we daaraan veelal gevolg aan kunnen geven, al gaat onze koopkracht achteruit en is de motorbrandstof duur. Dat is echter de ene kant van welvaart. De andere kant is dat we slaven kunnen worden van wat we zelf tot stand hebben gebracht. Velen zijn permanent ‘online’, staan altijd in, om ieder moment aangesproken te kunnen worden anderen aan te kunnen spreken. Veel mensen, ook veel jongeren komen niet tot rust, niet toe aan de noodzakelijke stilte, die de ruimte biedt om aan zichzelf toe te komen. Dat besef begint langzaam maar zeker door te dringen. Denk, bv. aan het toenemende verbod van smartphones op scholen, het verbod van sociale media op kindertelefoons. Als we niet aan onszelf toekomen, komen we ook niet toe aan de stem van God in ons, aan de aanwezigheid van God in ons, die ons bewust maakt van de liefde en ons bereid maakt het leven met elkaar te delen.

Regelmatig wordt gezegd; ‘We moeten zelf zoeken naar wat het beste bij ons past en zelf beslissingen nemen. Daar hebben we God niet bij nodig’. De bevrediging die we zoeken in het leven vinden we in het leven zelf, de erkenning die we zoeken vinden we bij elkaar. Is dat niet te gemakkelijk gezegd gezien wat er zich allemaal op onze wereld aan het voordoen is aan kwaad? Als gelovige mensen staan we juist onder het appél het leven in de schepping en dat van elkaar te respecteren en in stand te houden terwijl we vaak het tegenovergestelde zien gebeuren in onze wereld.

Vandaag op Drievuldigheidszondag lijkt het voor de hand te liggen nader in te gaan op de betekenis van de woorden Vader. Zoon en Geest. God heeft al in ons Oude Testament veel benamingen, bijvoorbeeld ‘Degene die is’ (Jahweh), ‘de God van de machten’ (elohim), soms ook ‘Vader’. Dat besef van God als ‘Vader’ wordt versterkt door de komst van Jezus Christus als ‘de Zoon’. Van de Vader uitgegaan en onder ons mens geworden, is Hij door Hem uit ons menselijk kwaad en uit de dood opgewekt. De Zoon is naar zijn hemelse Vader teruggekeerd na ons te hebben beloofd ons hun Geest te zenden er ondersteuning van ons kwetsbare bestaan. De komst van de Geest, diens kracht en ondersteuning hebben we gevierd met Pinksteren.

Sindsdien maken we een kruisteken en zegenen we ons ‘In de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest’. Zij zijn de ene God aan wie we ons toevertrouwen. Onder hun zegen hopen we moed te vinden en de opgaven te volbrengen, die vast zitten aan ons dagelijks leven; hopen we, bij al onze zwakheid, mensen te mogen zijn naar Gods hart, bereid en maar ook door de Geest geholpen om te voldoen aan de aanwijzingen van het Evangelie, vooral aan de geboden van de liefde.  Amen

Emeritus pastoor Reijnen