Preken

zondag 8-12-2019: Op welke Kerst bereiden wij ons voor?

By 8 december 2019 No Comments

2e zondag v.d. Advent.
Voordat we de 1e lezing opzij leggen als bijdrage voor een sprookjesboek, is het goed ons even te verdiepen in het tijdstip van de geschiedenis van het volk Israël, waarin deze tekst geschreven is. Het Assyrische rijk heeft in 622 v. Chr. het Noordrijk onder de voet gelopen en de bevolking weggevoerd. Nu rukt het leger op tegen het Zuidrijk Juda en zijn hoofdstad Jerusalem en de profeet Jesaja voorziet een ramp. Jerusalem zal worden ingenomen, zo verwacht hij en de koning zal worden weggevoerd. Maar na zijn waarschuwing voor dit sombere vooruitzicht, kantelt in hfdst. 11 het beeld. En dat is de tekst die we vandaag hebben gehoord :  ‘ Uit de stronk van Isaï (de vader van David) zal een nieuwe scheut opbloeien’, zegt de profeet. Die nieuwe koning zal de wereld veranderen in de richting van vrede en recht voor heel de aarde. Haast tegen beter weten in houdt Jesaja hoop op een betere wereld. Dat is immers de kern van het geloof van Israël.
In het Evangelie zien en horen wij vandaag Johannes de Doper. De mensen die in de woestijn naar hem toekomen roept hij op: ‘Kijk eens kritisch naar je manier van leven en probeer ze te veranderen waar dat nodig is.; want het Rijk der hemelen is nabij’. Jezus neemt die oproep over. Hij spreekt van ‘het Rijk Gods’, d.w.z. de wereld waar God van droomt. Jezus heeft zich altijd door die droom laten leiden in heel zijn doen en laten. Het gaat er in ons geloof om dat álle mensen kinderen zijn van God. Wij zijn kostbaar in Gods ogen. Dat heeft Jezus laten zien in heel zijn optreden. Daarom is iedere mens onaantastbaar. Daarom mag niemand een medemens knechten of gebruiken. St. Jan zegt:  ‘ Als je God wilt liefhebben, moet je Gods kinderen liefhebben’. Meer dan in vroeger dagen zijn er mensen die zeggen: ‘Laat God er maar buiten;  mensen moeten hun eigen meester zijn!’ Zonder iets af te doen aan de humane manier waarop veel mensen zonder godsgeloof met anderen omgaan, rijst toch de vraag: Is ons geluk gediend met een leven zonder God, een leven waar een mens zijn eigen meester is en de norm voor zijn handelen? Lopen we niet het risico dat het eigen ik voor ons de navel en het centrum van de wereld wordt?  Als een mens zichzelf zo belangrijk vindt, dat hij zich beschouwt als laatste norm voor zijn doen en laten, wat gebeurt er dan met de samenhang tussen mensen? Vermindert dan niet onze verbondenheid en solidariteit, terwijl  we juist telkens ervaren hoe zeer we elkaar nodig hebben in het gezin en daarbuiten. Een samenleving die alle nadruk legt op het individu schept onvermijdelijk een nieuw type mens. Eénzijdig de klemtoon leggen op de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid kan gaan ten koste van ons vermogen om te gehoorzamen. Als we leren assertief te zijn en voor onszelf op te komen, is dat een goede zaak, maar een eenzijdige opvoeding in deze richting kan makkelijk leiden tot rivaliteit en agressie. Sommigen vragen zich  af of ons christelijk geloof misschien een aflopende zaak is, nu zo velen afhaken?  Ook in de dagen van Jesaja waren er mensen die geen toekomst meer zagen voor het volk, maar de profeet wijst de mensen op een takje groen dat aan de oude stronk van Isaï ontspruit. Nieuw leven, frisser dan voorheen. Zo is ook de boodschap van Jezus actueel en onverwoestbaar. De profeet Jesaja ziet in zijn toekomstdroom een nieuw mensentype ontstaan en zegt: ‘Jullie zijn dat groene twijgje, die loot die opschiet uit de oude wortels! Er komt een tijd dat die jonge scheut vrucht gaat dragen. Je zult vervuld raken van de geest van de Heer. Dat is een geest van wijsheid en verstand, van liefde en eerbied voor God en je naaste. Je zult bij je oordeel over mensen niet langer afgaan op uiterlijke schijn, maar het opnemen voor het recht van de zwakken en je verzetten tegen uitbuiters. Een gordel van onkreukbaarheid en integriteit zal je sieren. Met sprekende beelden schildert de profeet hoe die toekomst er uit zal zien. Dieren die elkaar vaak verscheuren trekken dan samen op. ‘De panter vleit zich neer naast de geit; de wolf huist bij het lam; de jongen van koe en berin liggen naast elkaar en de leeuw vreet hooi met het rund.’ Met dergelijke beelden schetst Jesaja hoe onze wereld kan worden, als we God niet opzij zetten, maar ruimte maken voor bezinning op zijn Geheim en zijn droom. Als we aandacht en tijd schenken aan wie ons nodig hebben en armen en zwakken  tot steun zijn.
St. Nicolaas is voorbij; overal zien we feestverlichting, mensen in de weer met kerstbomen, kerstmarkten worden bezocht. Volop voorbereiding op Kerstmis. Vraag blijft: wat verwachten wij van dit feest? Waar verlangen we naar? Zijn er in ons leven zaken die we graag zouden veranderen? Hoe kan de boodschap van Jezus ons daarbij helpen? Wat heeft Hij te bieden dat bevrijdend werkt? We vieren immers de geboorte van de Verlosser, maar waar willen wij van verlost worden? Wat beklemt en verlamt ons? Laten wij bidden dat wij de dromen van Jesaja en van Jezus kunnen vasthouden en waar maken. Want een mensheid die geen dromen heeft verwildert!.  AMEN