Preken

Zondag 7 november 2021 (B-jaar): Feest van de H. Willibrord.

By 6 november 2021No Comments

De H. Willibrord, in Engeland geboren, midden 7e eeuw, is al  op jonge leeftijd Benedictijner monnik geworden. Om die reden verhuisde hij naar Ierland. In 690 kwam hij met elf medebroeders naar ons land. Aan de monding van de Rijn in de buurt van Katwijk hebben ze voet aan wal gezet. Ruim 1300 jaar geleden heeft hij in deze streken het Evangelie verkondigd. Bijna 50 jaar was Willibrord in deze contreien werkzaam. Paus Sergius heeft hem in 695 aangesteld als eerste bisschop van Utrecht. In 739 is hij in Luxemburg in de abdij van Echternach gestorven en begraven. Zijn feestdag vormt aanleiding voor de vraag: hoe is het gesteld met het geloof dat Willibrord, Servaas e.a.  in onze streken hebben geplant? Er is hier in West Europa veel veranderd. Het lijkt erop dat het christelijk geloof, dat zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in het leven van onze (voor)ouders, in de marge terecht is gekomen. We  leven in een wereld waar er zoveel kennis en mogelijkheden voorhanden zijn dat het soms lijkt alsof ons leven maakbaar is en we God niet meer nodig hebben. In gesprekken als voorbereiding op Doop, E.H.Communie, Vormsel en Huwelijk blijkt dat bij veel geloofsgenoten elementaire kennis over ons geloof ontbreekt en velen niet bidden. Voor een levend contact met mensen geldt: als je niet regelmatig tijd neemt om naar elkaar te luisteren en met elkaar te praten over wat je bezig houdt, dan vervreemd je van elkaar. Dan groei je uit elkaar en stelt de relatie op den duur niets meer voor. Zou dat ook niet gelden voor onze relatie met God? Missionarissen als Willibrord en zijn gezellen hebben hier een persoonlijke God verkondigd, een God die een relatie zoekt met mensen, niet een anonieme en onpersoonlijke macht. Als wij helemaal in beslag genomen worden door onze eigen besognes en geen tijd meer nemen voor stilte en bezinning, voor gebed en geestelijke lectuur, waar is dan de ruimte om God te horen, als Hij spreekt tot ons hart? Als wij alle touwtjes zelf in handen willen houden, hoe krijgt God dan de kans ons mee te nemen in zijn plannen? Velen zien geloven als een privé aangelegenheid waar je anderen niet mee moet lastig vallen. Wij zijn het erover eens dat je niemand iets moet opdringen, maar betekent dat ook dat we elkaar niet mogen vertellen wat ons geloof voor ons betekent? Wij praten met onze dierbaren over alles en nog wat, waarom zouden wij dan niet met elkaar mogen delen uit welke bronnen wij leven? Als we iets meemaken dat ons raakt, dan willen we dat graag met anderen delen, waarom zou dat dan niet mogen gelden voor ons geloof? U zegt misschien: ‘ Ik worstel vaak met mijn geloof en heb veel vragen en twijfels’.  Dat is zeer wel mogelijk, maar waarom willen wij die worsteling dan voor elkaar verbergen, alsof ze er niet mag zijn? Door ze te delen met mensen die je lief zijn, kom je met elkaar in gesprek en kunnen anderen vertellen hoe het hun vergaat als zoekende gelovigen. Als leerlingen van Jezus hebben we elkaar nodig om zijn boodschap te verstaan en om uit te wisselen wat ze betekent voor ons leven. Kinderen opvoeden tot gelovige mensen is een moeilijke opgave. Jonge mensen willen uitgedaagd worden. Ze hebben er behoefte aan dat hun ouders hen stimuleren, bevestigen en vertrouwen schenken en dat ze hen eisen en grenzen durven stellen. Ook al verschillen ze vaak met hun ouders van mening, ze willen wel degelijk weten waar hun ouders voor staan en wat hun geloof voor hen betekent. Daarom is het niet goed te zwijgen over dit thema, bang voor meningsverschillen, een wederwoord of kritiek. Het getuigt van respect en wederzijds vertrouwen, als we durven vertellen over wat ons inspireert en sterkt, en ook over wat moeilijk voor ons is. Openheid en eerlijkheid in de omgang met elkaar maken de liefde zichtbaar waartoe Jezus ons uitnodigt.  Als Jezus zijn leerlingen opdraagt alle volken tot zijn leerlingen te maken, dan vraagt Hij niet aan iedere deur aan te bellen met zijn Boodschap, maar wel dat we niet bang zijn uit te komen voor ons geloof als dat van ons wordt gevraagd.
Het  Bijbelfragment dat vandaag is gelezen vormt het slot van het Evangelie volgens Marcus. De Heer belooft zijn leerlingen te helpen bij hun verkondiging door de tekens die ermee gepaard gaan. Ze zullen demonen uitdrijven, onbekende talen spreken, slangen opnemen en vergif drinken zonder er aan dood te gaan’. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?  Als de jonge Kerk vertelt over de hemelvaart van de Gekruisigde en Opgestane Jezus, creëert ze het beeld van een antiheld. Het is een protest tegen elke vorm van vergoddelijking van mensen, zoals dat gebeurde in het heidendom. In zijn  parabels maakt Jezus duidelijk dat onze  grootheid en waarde als mens erin bestaat dat God ons heeft geschapen. Wij hoeven de hemel niet te bestormen om  die waardigheid te verwerven. Wij verliezen juist alles wat wij zijn,  als we onszelf uit angst tot steeds grotere prestaties laten opdrijven. In Jezus leefde het weldadige vertrouwen dat wij hier op aarde thuis mogen zijn. Hij nodigt ons uit vrij gebruik te maken van de dingen van deze aarde, maar ons niet tot slaaf of gevangene ervan te laten maken. Er zijn verschillende tekens waaraan je kunt herkennen dat iemand tot geloof is gekomen. Hij zal in Jezus’ Naam verkeerde geesten ontmaskeren en uitdrijven. Door je geloof in Jezus ben je in staat tot een andere manier van spreken. Door je vertrouwen in Hem ben je in staat om te horen wat een ander werkelijk zegt en wil overbrengen, zodat je op een goede manier kunt reageren. Mensen die leven in Jezus’ Geest kunnen slangen oppakken. D.w.z.  er is veel dat we het liefst onder het woestijnzand laten rusten in de hoop dat het zich niet zal roeren. Wij zijn immers meesters in het verdringen van onaangename dingen, maar ooit moeten wij onze ‘slangen’ en hete hangijzers oppakken en aan het licht laten komen. Vertrouwend op Jezus durven wij dat aan. Dat geldt ook voor de belofte dat we als christenen a.h.w.  gif kunnen drinken zonder eraan dood te gaan. Uit pure angst hebben we vaak grote hoeveelheden ‘gif’ in onze ziel opgeslagen. Denk aan laster, aan oordelen die er over ons zijn uitgesproken, onterechte verwijten enz. De belofte van Jezus is dat een mens die oprecht gelooft niet dodelijk getroffen hoeft te worden door al die ‘giftigheden’. De belangrijkste ‘toe-gift’ die Jezus zijn volgelingen nalaat is het vermogen ‘zieken de handen op te leggen’, zodat ze genezen. Het is de mooiste gave van het geloof, als je door een houding van onvoorwaardelijk vertrouwen mensen een beschermplek van geborgenheid kunt bieden, het gevoel kunt geven dat zij in hun bestaan aanvaard zijn. Je handen over hen uitspreiden betekent hen zonder voorbehoud accepteren.
De boodschap die Jezus ons nalaat luidt: Er zou nooit anders over God moeten worden gesproken dan dat het mensen intenser, vrijer van angst en gelukkiger laat leven. Deze heilzame verbondenheid van God en mens is wat Jezus geleefd en geleerd heeft. Ons – zijn volgelingen – nodigt Hij uit daarop te vertrouwen. Laten wij bidden om dat vertrouwen.
AMEN.