Preken

zondag 6 oktober 2019: 27e Zondag door het jaar.

By 7 oktober 2019 No Comments

Lezingen: Habakuk 1, 2-3 en 2, 2-4; 2 Timotheüs 1, 6-8.13-14; Lucas 17, 5-10.

Bij alle erkenning van de gelijkwaardigheid van alle mensen, tegenwoordig, is er daarnaast voortdurend aandacht voor mensen die boven het gemiddelde uitsteken: voetballers,  sterren op het gebied van allerlei vertier, Tv-presentatoren, toppers op het gebied van zang, film, wetenschap, extreme rijkdom. En voor allen zijn er aparte prijzen op jaarlijkse gala’s. De gewone mens, hoe gelijkwaardig beleden ook, kan er alleen maar naar kijken, beseffend, dat hij zelf nooit van zijn leven die status zal bereiken.  En waarschijnlijk zijn de meesten daar ook nog tevreden mee, want al dat ‘ster-zijn’ kost ook heel veel energie en misschien ook nog wel leven in een schijnwereld. Zouden degenen, die de sterren toejuichen  wel geïnteresseerd zij  in de gewone mens, die de ster óók is? Er zijn immers nog heel wat andere terreinen van leven, waarmee de sterren van de TV, juist zoals wij zelf, dagelijks te maken hebben. We kunnen denken aan gezin, werk, verkeer, omgang met elkaar, verwerken van tegenslag. Ook daarmee moet men, vaak, weinig opvallend, mee omgaan. Daarbij lijkt iemands levenshouding, de manier waarop men in het leven staat, van belang.
Vandaag  gaat het in de Evangelielezing  uit Lucas over leerlingen van Jezus, die zich tekort voelen schieten in geloof. Ze voelen zich, samen met Jezus op weg naar Jeruzalem, weliswaar aangetrokken door de manier van spreken en doen van Jezus. Ze zijn best onder de indruk van de manier waarop Hij in het leven staat; maar ze voelen ook, in vergelijking met Hem, hun tekort. Ze voelen de weerstand bij de godsdienstige overheid, hogepriesters, Schriftgeleerden, oudsten en leden van de groepering van de Farizeeën. Ze voelen twijfel in zichzelf, want het vraagt nogal wat van hen als ze Jezus willen volgen. Het betekent  dat ze hun eigen opvattingen moeten bijstellen, zoals ‘dat ze altijd moeten vergeven’; ‘zelfs de vijand moeten liefhebben’;  ‘als ze de voornaamste willen zijn dat ze dan de dienaar moeten wezen’, ‘dat ze niet goed en vroom moeten zijn om gezien te worden’. Kunnen ze dat wel? Kunnen ze de moed opbrengen om Jezus te volgen? Ze vragen aan Jezus ‘geef ons meer geloof’. Een vraag die de gelovige van vandaag zal begrijpen in een tijd dat geloof en kerk onder druk staan en door menigeen afgewezen worden. Jezus wijst erop, dat geloven, al is het nog gering, het onmogelijke mogelijk kan maken. Hij vergelijkt het met een mosterdzaadje (toentertijd) het kleinste van alle zaden.
Mensen, heiligen laten zien dat het woord van Jezus waar is. Van de week vierden we de gedachtenis van Theresia van Lisieux en van Franciscus van Assisi. Ook zij hebben menigmaal gebeden om meer geloof, zoals praktisch alle heiligen, trouwens.  Theresia vond God in de alledaagse dingen van haar leven. Dat lijkt tegenwoordig niet zo eenvoudig. De dingen van alledag laten ons vaak niet ontdekken, nodigen ons niet uit om  in verwondering stil te staan, maar slepen ons eerder mee en zijn ons de baas zijn. Er is geen of weinig ruimte voor bezinning op ons eigen doen en laten.  Wat nu onmogelijk lijkt heeft zij tot stand gebracht.
Franciscus van Assisi , zoon van een rijke stoffenkoopman.  Hij doorziet de (innerlijke) leegte die rijkdom met zich mee kan brengen en kiest voor een bestaan in  armoede Met zijn in eigen ogen klein geloof heeft hij een leven geleid dat nu nog velen inspireert. Het zijn dan een paar toppers onder de mensen, als je wil ‘sterren’. Maar vergeten we niet het grootse wat menige eenvoudige mens, vanuit zijn of haar in eigen ogen kleine geloof tot stand brengt. Ze zijn trouw aan het vervullen van de opgaven van alle dag Ze doen het vaak onopvallend maar vanuit hun geloof geïnspireerd. Ook zij zullen menigmaal bidden: ‘Heer geef ons meer geloof’, zeker  nu hun geloof vaak door minder mensen wordt gedeeld. Mocht ons dat overkomen, ons op de proef gesteld voelen, mogen we dan moed vatten en zelf ook bidden om meer geloof. AR.