Preken

zondag 4-8-2019: 18e zondag door het jaar.

By 5 augustus 2019 No Comments

Lezingen: Prediker 2,2; 2,21-29; Kolossenzen 3, 1-5.9-11; Lucas 12, 13-21

Aan onze kant van de wereld hebben we de mogelijkheid om voor een groot gedeelte te bepalen wat we willen. De welvaart van de doorsnee burger is groot genoeg, over onze vrijheid van meningsuiting hoeven we ook niet te klagen, onze keuzemogelijkheden voor de tijd dat we vrij hebben kan er ook best mee door. Dus rekenen we erop, dat we zelf plannen kunnen maken en lijnen uitzetten hoe ons leven zal verlopen. Maar helemaal zeker zijn we daar niet van. Dat word je gewaar bij een plotseling sterfgeval, of bij een ongeluk, bij een verlammende ziekte, of voortschrijdende dementie, bij een faillissement waarbij mensen hun baan kwijtraken. Dan ontdek je dat je het leven niet zo maar in handen hebt, maar dat het je ook gegeven is of je overkomt. Een ontworpen scenario kan dan in elkaar storten.

Dan komt de vraag op: hoe ons leven te leiden? Wat is wijs. Zelfs de uitdrukking: ‘een voltooid leven’, neemt de kwetsbaarheid en de eindigheid ervan niet weg.

Het thema dat door de lezingen uit de H. Schrift wordt aangereikt gaat over de betrekkelijkheid van ons aardse leven, van veel waar we ons druk over maken; over de illusie waaraan we kunnen lijden, dat we zelf over het leven beschikken, terwijl het ons gegeven is.

We lazen een stukje uit het Boek Prediker. Het hoort tot de Wijsheidsboeken van ons zogenoemde Oude of Eerste Testament, het eerste deel van onze H. Schrift. Het is geschreven waarschijnlijk in de derde eeuw vóór Christus en klinkt verrassen modern, vooral in de woorden van de Bijbelvertaling van 2004. De wijze auteur van het boek meent dat er veel leegte schuil gaat in al het gejakker en gejaag, in het tomeloos zoeken naar bevrediging van onze verlangens. Tenslotte kan een mens niets meenemen van wat hij allemaal heeft verworven en moeten we alles achterlaten. Gejaag en gejakker maken ons onrustig, laten ons niet stilstaan bij de dingen in dankbaarheid om te genieten van wat we hebben ontvangen. Zelfs echt genieten valt moeilijk. We moeten vooruit naar meer en beter en groter. Dat alles is terug te vinden in de rest van het boek.

Een voorbeeld vinden we nog in de tekst uit het Evangelie uit de lessen van Jezus met zijn leerlingen naar Jeruzalem, vergezeld van leerlingen en vele anderen in een wisselend samenstelling. Het gaat over een investeerder, die zijn geld steekt in het bouwen van schuren voor zijn overvloedige oogst en denk daarna onbekommerd te kunnen leven van zijn bezit. Hij is het besef kwijtgeraakt van de betrekkelijkheid van het leven, dat ons gegeven is.

Hij overlegt en maakt plannen, spreekt zichzelf toe alsof hij het zelf allemaal voor het zeggen heeft. Zet daar heel zijn toekomstverwachting op in.

De conclusie: zo gaat het met iemand die rijkdom verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God. Bij Hem word je rijk door de blik niet uitsluitend te richten op jezelf maar oog te houden voor de vraag: wat ik doen voor de ander; hoe kan ik leven en goed met de ander delen, vandaag en morgen en overmorgen. Zo iemand kan rekenen op grote rijkdom me eeuwigheidswaarde bij God. Amen. AR