Preken

Zondag 4-10-2020: 27 A: Verantwoordelijkheid dragen…….

By 4 oktober 2020No Comments

VERANTWOORDELIJKHEID DRAGEN

Al zullen velen met spanning gekeken hebben naar de nieuwe maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis, toch leggen de regeringsleiders er de klemtoon op dat ontwikkelingen in belangrijke mate afhangen van ons gedrag. Of wij een aantal basisregels in acht willen nemen om verdere besmettingen te voorkomen. Alleen sámen kunnen we het virus onder controle krijgen.

De parabel in het Evangelie van deze dag vertelt over  een wijngaard die aan mensen in pacht wordt gegeven. Of het nou gaat om een wijngaard, sommen geld, een huis en haard: alles wat wij hebben, beschouwen we het als ons bezit of durven we ze zien als zaken die ons in bruikleen, in pacht zijn gegeven?  Zaken die ons zijn toevertrouwd? Om die vraag draait het vandaag. Hebben we ze klemvast in eigendom of durven we met wat we hebben ontspannen om te gaan, omdat het ons is toevertrouwd? Iedereen vindt het heerlijk, als je succes hebt. Zoiets klinkt in het begin van het lied dat we hoorden in de 1e lezing. Als je je zaken op orde hebt, kun je ze met een gerust hart aan anderen overdragen. Maar blijkbaar kan niet iedereen goed omgaan met wat hem/haar is toevertrouwd, vroeger niet en ook nu niet. Dat komt aan het licht, als er rekening en verantwoording wordt gevraagd. Nou is Jezus niet in gesprek met wijnbouwers, maar met de hogepriesters en de oudsten van zijn volk.  Over hun hoofden heen stelt Hij ook aan ons de vraag: Probeer je koste wat het kost je eigen winst veilig te stellen of ben je bereid verantwoording af te leggen van  datgene dat je is toevertrouwd? En dat is nog al wat, ook al noemen we het ons eigendom. Immers wie geeft ons de gezondheid en de talenten om het te verwerven? In de parabel van het Evangelie wordt op geen enkele manier verantwoording afgelegd. De zoon van de eigenaar wordt gedood. Er is dus niet alleen sprake van een breuk tussen eigenaar en pachters, maar zelfs van moord en doodslag. Wij beseffen heel goed dat ons veel meer is toevertrouwd dan geld, aandelen, obligaties en ander bezit. Er zijn ons mensen toevertrouwd: kinderen en kleinkinderen misschien, familie, vrienden en buren. Zelfs de toekomst van de samenleving is ons toevertrouwd. De verhalen uit de Bijbel zijn ons overgeleverd om ons leven richting te geven en om van te leven. Het gaat om wat Jezus vaak noemt: het koninkrijk van God. Het gaat God ook om ieders eigen levensverhaal, heel persoonlijk en hoe wij garant staan dat zijn boodschap van geloof, hoop en liefde gestalte krijgt. Anders raken wij verzeild in een neerwaartse spiraal van negativiteit, roddel en angst. Ook onze eigen mening is geen absoluut bezit, maar gevormd door de meningen van anderen in onze opvoeding en door wat we hebben meegemaakt. Kortom: alles wat wij hebben, ons bezit , onze geestelijke bagage, onze instelling: wij hebben ze gekregen en zullen er eens verantwoording over moeten afleggen. Het beeld van de toevertrouwde wijngaard staat dus voor het koninkrijk van God. Door onze christelijke opvoeding en deelname aan de sacramenten hebben wij a.h.w. aandelen in handen gekregen van dat Rijk van God. Door inspirerende, liefdevolle en zorgzame  mensen op onze levensweg laat God ons delen in zijn liefde. Al die gaven heeft Hij ons toevertrouwd en volgens de geloofsbelijdenis komt er een moment dat God ons zal vragen wat wij met zijn gaven hebben gedaan. Als Hij of zijn Zoon komt om de opbrengst in ontvangst te nemen, kunnen wij dan goede vruchten aanbieden? Kunnen wij Hem tonen wat er aan goeds is gegroeid, dank zij de genade en liefde waarmee Hij ons omringt. Het hoeft dan niet te gaan over prestaties waarbij ieder de mond open valt van verbazing, maar ook om ervaringen waarin bleek hoe kwetsbaar wij zijn en hoezeer we elkaar nodig hebben. Daarin blijkt nl. dat de onderlinge liefde niet minder wordt door ze te delen, maar zich juist vermenigvuldigt.

Dit weekend vieren wij ook de gedachtenis van de H. Franciscus van Assisi. Hij heeft zijn luxe leven vaarwel gezegd om dichtbij mensen te kunnen zijn die zich in de steek gelaten voelen en verloren lopen, zoals melaatsen. Jezus spreekt van de ‘minsten der mijnen’. Door heel zijn optreden maakt Hij duidelijk dat juist deze mensen de onmisbare hoeksteen zijn, de hoeksteen van het huis waarin de mensheid woont. Als we die steen niet oppakken, als we die mensen niet zien staan, vertrouwt God zijn Koninkrijk niet aan ons toe. Onze wereld zal dan een verwilderde tuin worden, vol distels en doornen, als er geen recht wordt gedaan aan de kwetsbare druivenranken, zoals Jesaja het zegt. (Jes. 5). Als we alleen maar onze eigen vriendjes kiezen, zou dat Rijk van God beheerst worden door vriendjespolitiek. Ieder die de besloten kring wil binnendringen, wordt weggestuurd of om zeep geholpen, zoals de parabel van het Evangelie op strenge toon meedeelt.
Maar God laat geen corruptie toe in zijn wijngaard, want dan zouden melaatsen, ouderen en eenzamen verstoken blijven van vriendschap. Jezus noemt zijn leerlingen vrienden als ze goede vruchten voortbrengen, als ze hun naaste even hoog achten of ze gezond  of  ziek zijn, dichtbij of veraf. Wie de schepping eerbiedigt, eerbied heeft voor alles wat leeft, en juist voor wat niets waard lijkt te zijn, wat geen aanzien heeft, wat geen geld of status oplevert, ontmoet vanzelf vriendschap. Eerbied, dankbaarheid en bescheidenheid tekenen de levensweg van Franciscus. Met niets begonnen werd hij vriend van heel de schepping. Zonder uit te zijn op beloning overkomt ook ons de vriendschap, als wij met zorg werken in Gods wijngaard. God vertrouwt ons dan zijn droom toe. Zo worden wij vrienden van God en God als een vriend voor ons. En we weten: een echte vriend gunt je alle geluk van de wereld. God dus ook.
AMEN