Preken

zondag 3-10-2021. 27ste zondag door het jaar B 2021.

By 3 oktober 2021No Comments

Lezingen: Genesis 2, 18-24; Hebreeën 2, 9-11; Marcus 10, 2-16

Er is momenteel nogal wat discussie over menselijke relaties en hun ontwikkeling. Het betreft de man-vrouwverhouding, maar ook de relaties van lhbt-ers (homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders en de acceptatie daarvan in de samenleving. De stabiliteit van het huwelijk staat onder druk. Scheiden is de norm  stond in een NRC-artikel een aantal weken geleden). Veel mensen leven samen zonder te trouwen. Van de andere kant verlangen lhbt-ers, geaard zoals ze zijn, met elkaar te kunnen trouwen.

In de lezingen uit de H. Schrift van vandaag wordt  het wezenlijke in menselijke relaties aangegeven: het erkennen van elkaars eigenheid en de onbaatzuchtige liefde, die mensen met elkaar één maakt. Maar die verbondenheid  krijgt gestalte in menselijke culturen en die  stellen vaak hun eigen eisen, die weer anders zijn dan bij ons. We hebben dat ervaren sinds er mensen uit andere culturen in toenemende mate onder ons zijn komen wonen. In de Islam, bijvoorbeeld wordt anders gedacht over de menselijke relaties dan bij ons in de ontwikkelingen die zich hier voordoen. En ook bij ons wordt verschillend gedacht.

In deze overweging wil ik me niet bezig houden met de hedendaagse discussies daarover, maar  met wat in de geschiedenis van God met ons, te vinden is o.a. in de lezingen van vandaag.
In het 2e hoofdstuk van het Boek van de Schepping zijn wij mensen van deze aarde. God boetseerde n.l. de mens als een pottenbakker uit aarde. Maar een mens is ook meer dan ‘van de aarde’. God blies zijn adem in de mens, die daardoor tot leven kwam. Wij zijn daarmee niet alleen van de aarde maar ook mensen van God. Ook is duidelijk dat mensen verschillend zijn en op elkaar aangewezen. Samen zijn ze pas als mens compleet. Dat is te vinden  in het verhaal van de vorming van de vrouw uit de rib van de niet complete mens, de man. De man erkent dat hij niet compleet is en niet zonder haar kan. Zij is -in de juiste vertaling – een ‘hulp, die tegenover hem staat, die hem beantwoordt’ , die de mens een en compleet maakt de ene mens gelijkwaardig aan elkaar.  Andersom is die ervaring er ook van de vrouw t.a.v. de man. Dat is best wel bijzonder in de verschillende culturen onder mensen, waar de een de ander overheerst en aan zich ondergeschikt maakt. In onze cultuur leeft in toenemende mate het besef dat lhbt-ers volwaardige mensen zijn, op de wereld gekomen, geaard zoals ze zijn. Onproblematisch blijkt dat echter nog niet omdat het niet door iedereen wordt aangevoeld.
Wat een rol speelt als onontbeerlijk element in onze menselijke relaties is de trouw. En, trouw vraagt volharding.  Voor de gelovige mens vindt onze menselijke trouw zijn wortels vindt in de trouw van God t.a.v. ons. Wij, christenen, beleven die trouw bijzonder in de menswording, het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus. Hij gaf zijn leven in trouw en liefde voor ons, om ons de weg naar God te wijzen. Hij was niet ik-gericht, maar gericht op ons. Hij zelf was de gestalte van Gods trouw onder ons. Als christenen zich in een huwelijksinzegening  aan elkaar verbinden speelt de intentie van de volgehouden trouw een rol. Men zegt ermee aan elkaar: ‘jij, met wie ik me verbind als de ene mens kunt van mij op aan in goede en kwade dagen tot de dood ons scheidt. Gods eeuwige trouw moge ons daarbij zegenen’. Ons christelijk huwelijk is daarmee meer dan een wettelijk vastgelegde verplichting waar men bang voor moet zijn er niet meer onderuit te kunnen. Het wortelt in Gods trouw. Maar in onze complexe samenleving met zijn hoge verwachtingen t.a.v. elkaar ontstaat eerder het gevoel dat de ander niet (langer) aan de eigen verwachtingen beantwoordt en gaat men uit elkaar. Is dat vanwege ‘de hardheid van het hart’? Jezus stelt ons een ideaal voor te midden van de realiteit van zijn dagen. Wij leven in de realiteit van ónze dagen met de effecten daarvan op hoe mensen zich tot elkaar verhouden. De liefde geworteld in Gods trouw aan ons blijft.

De vertaling ‘mannin’ voor een vrouw is verkeerd. Het Hebreeuws gebruikt woorden waarin man en vrouw dezelfde oorsprong heeft: Iesj (man) en Iesja (vrouw). Mannelijke en vrouwelijke mens, zou daar dichterbij komen. AR