Preken

Zondag 29 maart: 5e zondag van de vasten. “Het is nog niet te laat”.

By 29 maart 2020No Comments

Op het leesrooster voor deze 5e zondag in de Veertigdagentijd staat het verhaal van de opwekking van Lazarus. Ik neem de vrijheid gebruik te maken van een overweging uit het boek “BROOD EN ADEM’ van Jos Zwetsloot. Hij vertelt van een buurtschool waar kinderen in het kader van de Vastenactie met behulp van een schoenendoos een kijkdoos maken waarin ze de Afrikaanse situatie proberen uit te beelden, zodat de kijkers een goede indruk krijgen van hun project en bereid zijn een duit in het zakje te doen voor dit project. Kijken kost slechts 50 cent….. Dan wordt er aangebeld. Er staat een meisje voor de deur met een kijkdoos en de vraag of ik daar voor vijftig cent in wil kijken. Ik glimlach vriendelijk, kijk in haar kleurrijke wereld en prijs haar knutselwerk. Ik geef haar  een euro, want 50 cent is zo weinig. Ze glundert en gaat vol goede moed naar de volgende deur.… ( U begrijpt: geen actie voor de periode van de coronacrisis  die wij nu meemaken! )  Later dacht ik: dat heb je niet goed gedaan. Dat kind gelooft dat je met 50 cent de wereld kunt veranderen, terwijl ik  dacht: dat schiet toch niet op. Met een euro gaat het sneller. Ik geloofde alleen maar in de hoogte van het eindbedrag. Dat meisje geloofde in echte hulp. ‘U moet goed kijken, meneer. Zo is de wereld zoals hij worden moet. U moet erin geloven’…. O, als we niet worden als kinderen, gaan we dat koninkrijk van God nooit binnen. Een kind betrapte mij op mijn ongeloof. Met 50 cent verander je de wereld. Als ze zeggen: je hebt miljarden nodig, voordat je iets kunt uitrichten tegen armoede, geloof ze niet. Als ze zeggen: het is allemaal een druppel op een gloeiende plaat, geloof ze niet. Als ze zeggen: het is hun eigen schuld dat daar zo’n armoede is, geloof ze niet. Als ze zeggen: daar kunnen wij toch niets aan doen, die mensen leven nu eenmaal zo, geloof ze niet. Als ze tegen je zeggen dat je machteloos bent, dat je met dat naïeve geloof geen steek verder komt, dat God er wel een bedoeling mee zal hebben, geloof ze niet!
Kijk, zegt Martha, tegen Jezus: Ik wil best geloven, maar U bent te laat. Nu is mijn broer al vier dagen dood. We kunnen het dus wel vergeten. Ik wil best in U geloven, ik wil geloven in de verrijzenis, en als het goed gaat in mijn leven, is dat geloof ook niet zo moeilijk, maar nu is het voorbij. Hij is dood. U bent te laat. Het is te laat om te geloven.                                                                                      ‘Haal die steen weg’, zegt Jezus. De omstanders twijfelen en protesteren. ‘Niet doen. Het heeft geen zin. We zijn machteloos. Je kunt met je geloof de dood niet verdrijven. Je kunt met 50 cent de wereld niet veranderen’.Maar Jezus houdt vol. Als je gelooft, zul je het onmogelijke zien. Haal die steen weg. Huub Oosterhuis dicht in een van zijn liederen: ‘Wie het houdt bij wat hij heeft, zal sterven ongeleefd’. Wie niet geeft om zelfbehoud, die zal leven, die zal uiteindelijk meemaken, dat God ook nog iets in te brengen heeft, dat Hij met ons meedoet, meeleeft, meebouwt. Die zal de heerlijkheid van God zien. (Johannes 11,40)  ‘Haal die steen weg’. Je moet niet alles geloven wat ze zeggen, vooral niet als het erop neerkomt dat je niets hoeft te doen. Je moet zelfs niet geloven wat je tegen jezelf zegt, vooral niet als het erop neerkomt dat alles blijft zoals het is. De steen van het ongeloof wordt weggehaald, en Jezus roept: ‘Lazarus, kom uit het graf’. De dood van de moedeloosheid is een overbodige dood. Jezus neemt er geen genoegen mee dat mensen sterven aan twijfel en cynisme. ‘Maak hem los en laat hem gaan’, zegt Jezus. Vrij worden van vastgeroeste ideeën, loskomen uit de knellende wetten waarmee mensen elkaar gevangen houden. Het lijkt een onmogelijk en onaards wonder, wat Jezus hier verricht. Maar zijn bedoeling is heel duidelijk. Als je zegt: het is te laat, als je niet wilt leven om leven mogelijk te maken, als je niet wilt geloven dat goedheid en liefde sterker zijn, krijg je die steen van z’n levens dagen niet meer weg. Wie gelooft dat je met vijftig cent voor een kijkdoos de wereld kunt verbeteren, wie gelooft in de eigen mogelijkheden tot vrede en gerechtigheid, die zal merken dat God als een stuwende kracht met ons meegaat. Dat kind met die kijkdoos haalt met gemak die steen weg. ‘Kom er maar uit, meneer. Kijk maar in de wereld zoals ik die zie. Er is nog iets om te geloven. U bent nog niet te laat’.
Joost Jansen besluit zijn overweging bij dit Evangelieverhaal met de woorden: ’Jezus wekt tot leven door zijn warme menselijke nabijheid. We komen in dit verhaal niet een wonderdoener tegen, maar een volbloed mens die compassie heeft, die mee-lijdend is. Als je iemand hebt die zo met jou begaan is, als er een gemeenschap is die zo mensen nabij is, dan wek je tot leven. Ook al ben je nog zo suf, zo terneer geslagen, als iemand jou niet laat vallen, jou opbeurt, dan blijf je leven. De ander zorgt dan, dat je weer bij je eigen bron nieuwe energie kunt putten. Jezus deed dat bij zijn vrienden, wij bij onze tochtgenoten. ‘Tot leven wekken’: wij kunnen het allemaal. Hoe? Door verder te kijken. Verder over de rand heen, over die grens heen. Door troost te zijn voor die ene mens, die ene kennis of buur. Door zelf rechtop te blijven, en de ander nabij’.