Preken

Zondag 29-9-2019: De kans op innerlijke rijkdom ligt op je stoep.

By 29 september 2019 No Comments

Dit Evangelie droeg vroeger als titel: ‘Lazarus en de rijke vrek’. Als we dit verhaal tot ons laten doordringen, moeten we concluderen: die rijke man is alles behalve een vrek. Jezus vertelt immers: ‘Hij vierde elke dag uitbundig feest’. Zoiets doet een vrek niet. Die pot zijn geld liever op. Ook het feit dat de bedelaar Lazarus een plek heeft gevonden bij de poort van de rijke, wijst erop dat die rijke geen vrek is. Blijkbaar valt er regelmatig ook iets voor hem af, want bedelaars weten heus wel waar ze moeten zijn. De rijke is een man die zijn familie en vrienden trakteert en hen laat delen in zijn welstand. Mogelijk is hij ook met anderen begaan, want zelfs na zijn dood heeft hij nog zorgen om het lot van zijn broers. Hij vraagt Abraham om Lazarus naar hen toe te sturen om hen te waarschuwen. Maar Abraham wijst op de onoverbrugbare kloof tussen de wereld zoals wij die kennen en de plaats waar Lazarus zich nu bevindt. Hij zegt: ‘ Als je broers niet luisteren naar de profeten, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen door iemand die uit de dood is opgestaan’. M.a.w. mensen tot geloof brengen doe je niet door een stunt uit te halen. Lucas sluit met zijn verhaal over Jezus’ leven aan bij de traditie van profeten die het volk Israël verwijten dat ze niet naar God luisteren. En zelfs toen Jezus in hun midden veel wonderlijke tekens heeft verricht, heeft het volk zich niet massaal bekeerd. Integendeel: Ze hebben Hem gekruisigd en gedood. Ook als zijn leerlingen daarna getuigen dat Hij verrezen is en leeft, leggen ze dat naast zich neer. Zo hardnekkig kan ongeloof blijkbaar zijn.

Jezus heeft meer parabels verteld van het eindoordeel over ons leven. Hij doet dat niet om zijn toehoorders de stuipen op het lijf te jagen, maar om hen op het hart te drukken: als je goed wilt doen, wacht daar niet te lang mee. Stel het niet uit, want het is alleen mogelijk vóór je dood gaat. Eenmaal gestorven is het onmogelijk om fouten te herstellen, anderen te vergeven en rijkdom te delen. Met God valt niet te onderhandelen na een egoïstisch leven. Grijp nu je kans om wel te doen en te delen met de armen.
Als we eerlijk zijn, moeten we erkennen dat we de neiging hebben ons comfortabele leven niet in gevaar te brengen.  Er zijn immers zoveel armen in onze wereld. Waar begin je aan? Als je het goed hebt, wil je dat graag zo houden. Tegelijk maakt die materiële welvaart blijkbaar niet perse gelukkig, want nergens worden er zoveel kalmeringstabletten en antidepressiva geslikt als in de rijke landen. Nergens is de eenzaamheid groter dan in de gebieden waar er materiële overvloed is. Als het ons in dit leven goed gaat mogen we dat beschouwen als een geschenk.  God is echt niet iemand die daarboven aan de touwtjes trekt en willekeurig mensen bevoordeelt of benadeelt, sommigen rijk maakt en anderen arm. Als we kijken naar het beeld dat Jezus ons schildert van zijn hemelse Vader, dan is God iemand die heel mild, barmhartig, warmhartig, nabij en liefdevol wil zijn. Hij heeft verdriet, als mensen verdriet hebben. Hij wil ons helpen, maar heeft tegelijk zoveel respect voor ons dat Hij onze vrijheid niet in gevaar brengt. Willen wij mensen echt gelukkig worden en – zijn, dan moeten wij vrij zijn en in vrijheid beslissingen kunnen nemen.
Wij zijn immers geen marionetten. De rijke uit het Evangelie wordt heus niet veroordeeld omdat hij zoveel bezittingen heeft. Rijkdom op zich is niet slecht, veeleer een geschenk; maar waar het op aankomt is hoe wij daarmee omgaan. De rijke uit het verhaal van Jezus komt in moeilijkheden, omdat hij alleen bezig is met zichzelf en zijn eigen zaken en geen oog heeft voor de bedelaar die bij hem op de stoep ligt. Wat deze parabel tot een aanklacht maakt is dat Lazarus meer vriendschap krijgt van  de straathonden dan van zijn medemensen. Ontelbaar is het aantal mensen die lijden door honger, armoede, gebrek aan medische zorg en werkgelegenheid, aan geweld en onrecht. Telkens als we geconfronteerd worden met hen van wie de menselijke waardigheid wordt aangetast, dan zouden we moeten bedenken: het gaat altijd om iemands kind. Het is altijd iemand die ergens ooit bemind werd. Nou wijst het Evangelie erop dat elke mens Gods kind is, door Hem geliefd, door Hem bemind. Als zo’n mens genegeerd wordt of behandeld als vuilnis, zijn we dan niet bezig om God te dumpen als overbodig en hinderlijk?  M.a.w. De manier waarop wij met elkaar omgaan heeft zijn weerklank tot bij God in de hemel! Als wij met God rekening willen houden en Hem de eer willen brengen die Hem toekomt, dan zullen we elke mens moeten respecteren. Begint niet onze afstomping als mens waar we onze voelhorens naar het Mysterie intrekken, God afschrijven en ons terugplooien op onszelf?  Ben je dan niet aangewezen op je hond om een wederwoord te horen? Laten wij bidden dat de H. Geest ons de ogen opent voor de ‘bedelaars’ op onze stoep. Zij openen ons immers de poort naar werkelijke rijkdom. Moge God ons dan genadig zijn. AMEN