Preken

zondag 28-7-2019: 17e zondag door het jaar.

By 29 juli 2019 No Comments

Lezingen: Genesis 18, 20-32; Kolossenzen 2, 12-14; Lucas 11, 1-13

Mijn Vlaamse medebroeder, Achiel Neys overleden in 2013 was gevangenisaalmoezenier in Leuven en criminoloog, misdaaddeskundige. Hij maakte studie van hoe een mens tot  misdaad komt, de achtergronden van de misdadiger, de betekenis van milieu en opvoeding, de plaats in de samenleving of het mankeren daarvan.  Hij had een groot invoelingsvermoge. Hij bleef de gedetineerde beschouwen als mens, als een van ons. Degenen die buiten de gevangenis verbleven waren daarmee niet superieur aan die er binnen waren. Achille was een man niet van goedpraten, maar van mededogen. De Franssen zeggen: ‘alles weten, is alles vergeven. D.w.z. als men alle achtergronden kent, alle omstandigheden, het klimaat waarbinnen en de manier waarop men is opgegroeid, bagatelliseert men de misdaad niet. Die blijft men afkeuren. Men komt echter wel tot vergeving. Degene die fout zat krijgt de kans van een nieuw begin. Op die manier is God met de mens, met ons, omgegaan door de geschiedenis heen.  Hij vergeeft zijn mensen hun heimelijk en openlijk kwaad en geeft de kans van een nieuw begin. Er moet wel basis zijn waarop dit mogelijk is. En zelfs die basis wordt door God gelegd.  Van God komt de spijt om de ongerechtigheid en het verlangen anders te gaan leven.  In Sodom moesten er enkele goede mensen zijn, die levend in gerechtigheid voor de slechteriken teken zouden zijn van Gods goedheid. Ze zouden basis bieden aan God om de stad te sparen. Abraham, vader van alle gelovigen genoemd, wist dit resultaat bij God te bewerkstelligen, begaan als hij was met mensen van ons soort. Welnu als gelovigen worden we uitgenodigd voor elkaar zo goed als God te zijn. Dat vraagt erom dat we ons keren tot Gods opvattingen, zoals we die vinden in de H. Schrift.
In onze mensenwereld gaat het in het strafrecht er anders aan toe. Daar gaat het om het herstel van de rechtsorde en de bescherming van de samenleving tegen mensen die kwaadwillend zijn en/of lijden aan een de samenleving bedreigende  persoonlijkheidsstoornis.  Dat herstel van de rechtsorde en de genoegdoening van de benadeelden gebeurt door straf en boete, in een aantal landen zelfs door het tenuitvoerbrenging  van de doodstraf. Maar ook de gestraften hebben rechten. Degenen, die hun straf hebben uitgezeten hebben (formeel) het recht weer een plaats in de samenleving in te nemen. Ze komen echter meestal niet af van wat ze in het verleden hebben misdaan en dragen het levenslang met zich mee. Afkeer van degene die fout was wint het dan vaak van mededogen en vergeving.
Verhalen, zoals in de H. Schrift vandaag, pleiten juist voor mededogen, voor vergeving, voor het krijgen van nieuwe kansen. De verhalen uit de H. Schrift ontkennen niet de ernst van het kwaad, integendeel. Het leidt tot dood en verderf. Maar God verschijnt daar toch ook als de barmhartige. Kijk maar naar het Onze Vader. Jezus leert ons tot God te bidden als tot onze Vader We vragen Hem dat Hij ons vergeeft, nota bene zoals wij vergeven aan die ons iets schuldig is. Zo groot moet onze vergevingsgezindheid zijn, dat God zijn vergevingsgezindheid daaraan kan meten. Het Evangelie van Lucas vertelt daarna een verder verhaal van Gods goedheid, maar weer in vergelijking met ons. Hij is als een vriend die een lastige vriend, die hem op een ongelegen tijdstip om hulp komt vragen, toch tegemoet komt. Hij is als ouders, van welk kaliber ook, die goed voor hun kinderen zorgen. God zorgt vooral voor ons door ons zijn Geest te schenken, die ons helpt te zijn en te doen zoals door God bedoeld. Een Geest die ons vormt tot mensen die elkaar tegemoet komen; mensen, die de afkeuring van het kwaad ook aanvullen met mededogen, vergeving en verzoening. Die eigenschappen leiden uiteindelijk tot genezing en verbetering van leven, eerder dan de onverbiddelijke eis tot gerechtigheid zonder mededogen. Mogen we voor elkaar zo goed zijn als God. Amen AR