Preken

zondag 27-6-2021: 13e zondag door het jaar B 2021.

By 27 juni 2021No Comments

Lezingen: Wijsheid 1, 13-15.23-24; 2 Korintiërs 8, 7.9.13.15; Marcus 5,21-43 of 21-24.35b-43

 

 

Dit weekeinde wordt het feest gevierd van OLVAB. De drie kerken van onze cluster Morgenster, beschikken alle over een afbeelding van de icoon. Deze is vermoedelijk einde 14e eeuw, Sinds 1866  door paus Pius IX ter verspreiding toevertrouwd aan de Redemptoristen. De originele icoon hangt in de San Alfonso in Rome.

 

 

OVERWEGING

Ieder van ons ondergaat regelmatig een verzoek of uitdaging om een ander te helpen. Iemand is met iets aan het sjouwen en vraagt ‘kun je me even helpen?’. Iemand anders ziet een ander sjouwen en biedt spontaan hulp aan. Rijk, gemeenten, instellingen van allerlei aard bieden hulp aan via alarmnummer 1-1-2, in onze dorpen hangen apparaten die gebruikt kunnen worden bij hartfalen; er is een Wet Maatschappelijke Ondersteuning, er zijn voedselbanken, ziekenhuizen, zorginstellingen. Maar daarnaast is er de hulp die mensen elkaar kunnen bieden in het dagelijks leven. Dan gaat het erom er niet aan voorbij te kijken, maar hulp te bieden.

Vanuit die invalshoek kunnen we vandaag kijken naar de lezingen van de H. Schrift. In het Evangelie zien we een Jezus, die niet aan de nood voorbij kijkt maar er op zijn manier op ingaat; aan de vraag en het verlangen van mensen tegemoet komt. Jezus is de mens geworden liefde van God., bestand tegen ziekte, dood en bezetenheid,. Hij leeft vanuit Gods kracht in Hem. Jaïrus, bestuurder van de synagoge, de plaats van samenkomst van de Joodse gemeenschap, komt met de vraag om hulp voor zijn doodziek dochtertje en Jezus gaat met hem mee. De mensen lachen Hem uit als Hij zegt, dat het kind slaapt. Ze weten wel degelijk uit ervaring wanneer iemand dood is. Maar Jezus geeft in zijn antwoord aan, dat de dood van God uit gezien, niet definitief is. Hij zegt dan ook tegen Jaïrus: ‘wees niet bang, maar blijf geloven. Hij pakt het meisje bij de hand en laat het opstaan. En het kind doet wat ieder kind van 12 doet, ‘rondlopen’.  De vrouw die aan bloedvloeiing leed heeft zoveel vertrouwen in Jezus dat het voor haar voldoende is zijn hulpverlenende kracht te ondervinden door -zonder dat Hij het merkt- zijn kleding aan te raken. Jezus merkt het desondanks , roept haar bij zich en zegt: ‘uw geloof heeft u gered’. Het is bijzonder aan Jezus, Gods liefdevolle kracht, die in Hem leeft en onder mensen aan het licht komt.

Gods kracht leeft ook in ons, en in ieder mens, die het goede mensen voorstaat en in woord en daad bevordert.  De apostel Paulus beschrijft in zijn 2e Korintiërsbrief, dat ook de gemeenschap van christenen in die stad aan hulpverlening kan doen. Over hun hoofden heen zegt de apostel dat ook tegen ons. Hij wijst erop, dat Jezus in zijn menswording omwille van ons arm geworden is, opdat wij rijk zouden worden. Zo kunnen wij, die onze eigen mogelijkheden hebben door hulpverlening ervoor zorgen, dat er een goed evenwicht  ontstaat tussen rijk en arm; tussen degenen die bezitten, kansrijk zijn en kansarmen. Hij wijst op een toen bekende tekst: ‘Degene die meer heeft, heeft dan niet teveel; degene die minder heeft, heeft niet te weinig’. Daar zit het verlangen in, dat wij overeenkomstig onze mogelijkheden behulpzaam zijn. Als we zo leven dragen we overeenkomstig onze mogelijkheden Gods liefde uit in onze wereld, zoals Jezus dat ons heeft voorgedaan. Amen AR