Preken

Zondag 25-7-2021: 17e zondag door het jaar B 2021

By 25 juli 2021No Comments

Lezingen: 2 Koningen 4, 42-44; Efeziërs 4, 1-6; Johannes 6, 1-15.

Vrijdagmorgen j.l. was de basisschool van Eys in onze kerk voor de eindeschooljaarviering. In het gesprekje met de kinderen ging het over de watersnood, die ook Eys getroffen had. Ik vroeg: aan wie hadden de mensen, die last hadden van het water, het meeste, aan de mensen die kwamen ‘kijken’ of aan hen die kwamen ‘helpen. Misschien wel twintig vingers gingen omhoog: ‘aan degenen die kwamen helpen’, zei een van de kinderen. ‘Wat deden ze dan als ze kwamen helpen’, was de volgende vraag. ‘Helpen bij het leegpompen van de kelder’, zei een kind. ‘Bij het uitruimen van meubels uit het huis’, zei een ander. Een volgende vraag: ‘Er waren ook etenswaren in ondergelopen koelkasten, die niet meer gebruikt konden worden. Waren er ook mensen die kwamen helpen met etenswaren en drank?’ ‘Ja’, zeiden de kinderen,  ‘die waren er ook’. Zo kwamen we bij het thema, dat al aangesneden was in het verhaal van de Gezinsmiswerkgroep en voorgelezen door ‘juf Bianca’: ‘Het is belangrijk om wat men heeft te delen met elkaar’; en hoeveel gevoel van saamhorigheid en tevredenheid dat met zich meebrengt. We kunnen er zijn voor elkaar, in tijden van nood vooral, maar ook in het leven van alledag.

Het Evangelieverhaal vandaag van Johannes en de eerste lezing uit het 2e Boek Koningen gaan daar ook over. De Godsmannen Elisa en Jezus reageren wanneer er te weinig voedsel is voor de velen, die het nodig hebben. Er gebeuren wonderen als mensen met elkaar delen, ook als ze maar weinig te verdelen hebben.
Delen is zowel bij de profeet Elisa als bij Jezus een sociaal gebeuren. Zij beschikken niet zelf over brood of brood en vissen, maar iemand uit Baäl-Salisa brengt de profeet brood; leerling Andreas wijst Jezus op een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen. In beide gevallen veel en veel te weinig voor het grote aantal mensen, dat te eten moet hebben. Desondanks geeft de profeet Elisa de opdracht te delen en spreekt Jezus een dankgebed uit over brood en vissen en begint zelf ervan te delen. En wat gebeurt? Ze delen, allen worden verzadigd en men houdt nog over. In het Evangelie willen degenen die dat meegemaakt hebben Jezus tot koning maken. Zo’n koning die voor gratis brood zorgt is immers gemakkelijk. Verderop in het Evangelie geeft Jezus aan, dat het nog om iets anders gaat, n.l. het brood uit de hemel, dat God de mensen schenkt; en Jezus geeft aan dat Hijzelf dat brood is. Hij is in Godsnaam onder de mensen gekomen om door woord en voorbeeld de weg naar de hemel aan te geven. Degenen die zich laten ‘voeden’ door zijn woord en voorbeeld zijn voorbestemd voor het echte leven, voor de hemel.

share food

Daar wordt in het Evangelie van Johannes een hele discussie over gevoerd; wat is het echte leven, waartoe voert het echte leven? Het materiële hoort daarbij, maar het is niet het enige. Het gaat om meer. In de hulpverlening bij de watersnood in onze dorpen ging het om meer dan de materiële hulp. Er is heel veel materiële schade en die was en is niet voetstoots te verhelpen. Maar het ging om meer. Het ging om de solidariteit van de hulpverleners met de getroffen medemens, het laten zien dat men elkaars naaste is. Dat heef veel slachtoffers zo intens goed gedaan, hen in hun leven ondersteund. We hebben kunne zien hoe ‘broodnodig’ dat is: aandacht voor elkaar. Dat geldt zeker nu in het leven van alledag de betrokkenheid van mensen op elkaar (b)lijkt af te nemen; nu vragen om hulpverlening kunnen stuiten op bureaucratische protocollen waar ambtenaren zich aan moeten houden;  waar aanvoelen en noodzaak van de menselijke maat stuit op zakelijkheid; waar men eindeloos moet wachten om aan de beurt te zijn voor een telefoongesprek want er zijn telkens ‘nog 5 wachtenden vóór u’.  Solidariteit, aandacht voor elkaar, delen van het leven met elkaar, zijn basisvoorwaarden voor waarachtig leven. Wij breken aanstonds het brood en delen het met elkaar, in Jezus’ Naam.