Preken

zondag 22-9-2019: Oogstdankfeest

By 24 september 2019 No Comments

Bij het beluisteren van het Evangelie  mag opgevallen zijn wat een mens t.a.v. de aarde kan en wat niet. Op de eerste plaats is de aarde ons gegeven, ons toevertrouwd. Zoals uit de eerste lezing duidelijk werd, is de aarde en wat ze opbrengt er voor allen. Degenen die hebben moeten wat overlaten voor degenen die niet hebben, armen, vreemdelingen. Tijdens de oorlog werd daar veel gebruik van gemaakt. Op de akkers  werden achter gebleven graan en aardappelen verzameld, want er was schaarste. ‘Zuëmeren’ noemde men dat. Nu terug naar het Evangelie: we kunnen zaaien en we kunnen oogsten. We kunnen dat zaaien nog aanvullen met wat er moet gebeuren om te kunnen zaaien: we kunnen ploegen, het land bemesten, en daarmee de vruchtbaarheid van de aarde bevorderen. We kunnen zaaien en planten al hetgeen we op  akkers, plantages, parken en tuinen zich zien ontwikkelen

Maar kunnen we zelf ook zorgen voor de groei? Nee, God heeft het zaad zó gemaakt, dat het groeikracht heeft in zichzelf. Je stopt het zaad in de grond en langzaam maar zeker komt het uit en groeit het verder. Je kunt dat proces zich zien ontwikkelen als je in en doosje met een  het natte sponsje, een paar bonen doet. Als kinderen deden we dat en we zagen dat in enkele dagen de bonen ontkiemden. Wat wel nodig is voor de groei, is regen en warme zon. Maar ook daarvoor  kunnen we niet zelf zorgen. Wat we wel kunnen is het klimaat beïnvloeden, ook ten kwade door teveel stikstof en CO2.

Jezus vertelt over de boer, die zaait, naar huis teruggaat, ander werk gaat doen, ’s  nachts slaapt, terwijl zonder dat hij zich ermee bemoeit het graan uitkomt en groeit tot de oogst. Dank zij de kracht door God in de natuur gelegd kunnen wij oogsten. We maken gebruik van de mogelijkheden, die ons gegeven zijn.

Jezus past het ook toe op onze eigen groei als mens en van het koninkrijk van God in ons. We worden klein geboren. Groeien op en leren onszelf kennen,wat we wel en niet kunnen en dat we ons moeten laten helpen bij wat we niet kunnen. Het kan zijn dat we leren dankbaar te zijn en hoe we ons moeten gedragen om goede mensen te zijn. We groeien overdag en ’s nachts, als het goed is, heel ons leven door. We leren steeds beter onszelf, onze aarde, onze medemensen kennen en ermee om te gaan. En dan komt de tijd van de oogst, Niet zonder meer voor iedereen op hetzelfde tijdstip. Het zal fijn zijn om op het einde van de dagen die ons gegund zijn te kunnen zeggen: Ik mag terugkijken op een vruchtbaar bestaan in dienst van aarde en medemensen en zo ook van God. Ik heb mogen genieten van onze mooie  aarde en ik ben er in  dankbaarheid en eerbied mee omgegaan zo dat ook voor de generaties van de toekomst leven mogelijk zal zijn. Amen