Preken

Zondag 21-8-2022: 21ste zondag door het jaar C.

By 22 augustus 2022No Comments

In het evangelie stelt iemand deze vraag aan Jezus: “Zijn het veel of weinig mensen die gered zullen worden? Dat is eigenlijk: “Gaan er veel naar de hemel of niet?” Hij stelde deze vraag aan Jezus in de mening dat alleen de joden gered kunnen worden maar de anderen, de heidenen allemaal niet. Jezus antwoordt die man het volgende: “Je moet je uiterste best doen om de hemel binnen te komen” Dit is eigenlijk geen antwoord op die vraag. Wat bedoelt Jezus hier dan? Hij zegt hier dat iemand niet wordt gered alleen omdat hij jood is. Het is niet zo makkelijk om de hemel binnen te gaan.

Het helpt niet om aan de deur te kloppen en te zeggen: “Ik ben die en die, wij zijn bekenden, wij kennen elkaar nog, laat ons dus binnen. Het gaat niet om status en positie, niet om relaties en niet om vriendjespolitiek, niemand heeft speciale rechten, voor God is iedereen gelijk en de Heer kijkt naar de inhoud,  naar wie wij werkelijk zijn als mens en als christen.Volgens Jezus moeten wij oppassen voor zelfoverschatting, het heil zal ons niet zomaar in de schoot geworpen worden. Het is niet zo vanzelfsprekend dat wij in de hemel komen. Wij komen niet automatisch in de hemel omdat wij Christenen zijn. Dit geldt ook voor mij als priester. Bij het oordeel zullen wij ons niet kunnen beroepen op het geloof van onze ouders,  op onze christelijke familie.

Jezus gebruikt daarbij het beeld van de deur. Die is smal. Die is niet gemaakt om er met velen tegelijk door te kunnen. Een beetje zoals de ingang van de Geboortekerk in Bethlehem. Dat is een grote kerk met maar één heel kleine toegangsdeur, laag en smal.  Je kan er maar één voor één door naar binnen, en de groten moeten zich ook nog eens flink bukken.  Klein maken, zou ik zeggen. Zo stelt Jezus het ook voor: in Gods Koninkrijk geraak je niet binnen met de grote hoop.

Dit kunnen wij goed begrijpen uit het verhaal van Zita,  de keizerin van Oostenrijk bij haar begrafenis: De keizerlijke rouwstoet komt bij de grafkelder, maar de deur is dicht. De ceremoniemeester klopt op de deur: van binnen uit wordt geantwoord: “Wie wenst er binnen te treden?” De ceremoniemeester antwoord: “Hare majesteit de keizerin”.  Er volgt geen reactie. Dan gaat de ceremoniemeester al haar mooie titels opnoemen, Maar weer blijft het stil aan de andere kant van de poort. Opnieuw klopt de ceremoniemeester aan. “Wie wenst er binnen te komen?” Dan antwoordt de ceremoniemeester: “Zita, een arme zondares” Vervolgens zwaait de deur open En mag de rouwstoet naar binnen.

Als wij de deur van hemel binnen willen gaan,  Moeten wij onszelf kleiner maker voor God.  Jezus zegt vaak in het evangelie: de laatsten (de eenvoudigen, de kleinen) zullen de eersten zijn! Dus laten we voor God gaan staan en bij Hem aankloppen, zonder pretenties, met een eenvoudig hart, we hebben geen rechten en geen privileges, we staan voor God als bedelaars. God zal voor ons de deur openmaken. Laten wij bidden in deze heilige mis  om een eenvoudig hart dat iedereen kan liefhebben  en dat in anderen God  kan zien  waardoor we later een plaats in de hemel zullen verwerven. Amen.

(kapelaan Siju)