Preken

Zondag 19-9-2021: (25 B) Groot zijn in dienstbaarheid.

By 18 september 2021No Comments

Op het bidprentje van een goede vriend las ik onlangs: ‘Voor hem hoefde een plaats op de eerste rij niet’. Hij was nl. een zeer bescheiden mens, vriendelijk en zeer dienstbaar. Verder lezend staat er ook: ‘Het gevoel dat zijn werk en zijn talenten vaak niet de waardering kregen die ze verdienden woog voor hem zwaar’. Is dat niet een ervaring  die veel mensen herkennen: een plaats op de voorste rij, een leidende rol, een plek waar je in de schijnwerpers staat: dat hoeft voor de meeste mensen niet – al dromen we misschien wel eens van zo’n plek – maar wat pijn doet is als je werk,  je inzet, toewijding en talenten niet gezien en niet gewaardeerd worden. Uit ons werk en uit de waardering van medemensen halen we immers voor een belangrijk stuk ons gevoel van eigenwaarde. Sommigen van U hebben misschien de film gezien: ‘La vita è bella’. Daarin komt een scène voor waarin de hoofdpersoon het vak van ober leert. Hij doet zijn uiterste best. Als hij buigt doet hij dat aanvankelijk zo diep dat zijn lijf als het ware dubbel klapt. Zijn oom, eigenaar van het restaurant waar hij werkt, zegt dan tegen hem: ‘Kijk eens naar de zonnebloemen. Die buigen naar de zon, maar nooit zo diep dat ze breken. Jij bent een dienaar, maar je bent geen knecht van de gasten. Een knecht of slaaf wordt gedwongen om voor een ander te zorgen, maar een dienaar kiest er voor om dienstbaar te zijn. En dat is ten diepste een vrije keuze.’
Als Jezus in het Evangelie reageert op het gesteggel van zijn leerlingen is dat een belangrijke vingerwijzing naar waar het in zijn boodschap ten diepste om gaat: ‘Wie belangrijk wil zijn voor anderen moet bereid zijn om te dienen en met name degenen die kwetsbaar en weerloos zijn als een kind. Jezus heeft zijn leerlingen verteld over zijn bange vermoedens dat Hij gevangen zal worden genomen en zal worden gedood. Het zal je maar gebeuren dat na zo’n  uiterst pijnlijke mededeling je vrienden beginnen te bekvechten over wie onder hen de leider is en het belangrijkst. Geen blijk van medeleven, geen teken van inlevingsvermogen! Jezus maakt hen daarover echter geen verwijt, maar  wijst hen op het belang van dienstbaarheid, elkaars dienaar te willen zijn. Hij plaatst een kind in hun kring. In onze dagen kan zo’n kind nog de show stelen door zijn eenvoud en onbevangenheid, maar in die dagen was een kind het prototype van onmacht. Een kind had letterlijk en figuurlijk niets te zeggen. Het stond in elk opzicht buiten de kring van mensen die het voor het zeggen hebben. Jezus zegt dan tegen zijn leerlingen:  ‘Als je werkelijk belangrijk wilt zijn, dan moet je eenvoudig worden als dit kind. Dan voel je je niet te groot om wie kwetsbaar en weerloos zijn als een kind in bescherming te nemen en op te  komen voor hun rechten en belangen. M.a.w. Hij geeft de kleine en kwetsbare mens een centrale plaats. Dat is in Jezus’ ogen zo belangrijk dat Hij zegt: ‘Als je een van zulke kinderen ontvangt in mijn Naam, dan ontvang je Mij zelf. En niet alleen Mij, maar ook Degene die Mij gezonden heeft’. M.a.w. Jezus identificeert zich hier met allen die het meest kwetsbaar zijn en weerloos in onze wereld.

Medechristenen, al hebben wij hopelijk niet de neiging de baas over anderen te spelen, wel kennen wij de behoefte om gezien en gewaardeerd te worden. Dat is gezond, daar is niets mis mee, zolang het maar niet gaat ten koste van de aandacht en de waardering voor anderen. We hebben over allerlei zaken een eigen mening. Wij maken onze eigen keuzes en laten blijken wat voor ons belangrijk is en wat niet. We hebben onze eigen stijl van leven. Ook daar is niets mis mee, maar het gevaar is voortdurend aanwezig dat we zoveel gewicht leggen op die eigen mening en onze eigen keuzes en op onze manier van leven, dat we gaan oordelen en ons niet meer echt openstellen voor wat anderen denken, kiezen en doen. Jezus stelt ons daarom de eenvoud, openheid en onbevangenheid van kinderen ten voorbeeld. Hij zegt:  ‘Als je werkelijk wilt uitmunten, zorg dan dat je je naaste van dienst bent. Let vooral op hen die het minst in tel zijn en daardoor het meest kwetsbaar.
Jacobus, uit de naaste familie van Jezus, spreekt duidelijke taal. Hij roept ons op vooral te ijveren voor vrede in de omgang met elkaar en ons mild en meegaand te gedragen in plaats van te bekvechten. Opvallend is ook dat hij ons aanspoort om op een goede manier te bidden: d.w.z. niet proberen God voor ons karretje te spannen, maar ons aan God toe te vertrouwen en al ons wel en wee in zijn hand te leggen, zodat wij van Hem de moed en de kracht ontvangen mee te werken aan zijn bedoelingen. AMEN.