Preken

zondag 17-1-2021: (2B) Kijk daar gaat het Lam van God……..

By 17 januari 2021No Comments

Als Johannes de Doper, staande bij de Jordaan met twee van zijn leerlingen, Jezus voorbij ziet komen, zegt hij tegen hen: ‘’ Kijk, daar gaat het Lam van God’. En wat doen die twee? Ze lopen Jezus achterna. Als Deze merkt dat Hij gevolgd wordt, keert Hij zich om en vraagt hen: ‘Wat zoeken jullie?’ Hun antwoord is: ‘Waar logeert U?’ Jezus wordt niet geërgerd door hun nieuwsgierigheid,  maar nodigt hen zelfs uit en zegt: ‘Kom maar mee. Dan kun je het zien!’ Ze gaan dan met Hem mee en blijven die avond en nacht bij Hem, zo vertelt ons Johannes. Aanvankelijk was ik verbaasd over dat wonderlijke verhaal, maar later dacht ik: Je zult als ondernemende jongeman maar dagelijks bezig zijn met vissen en netten repareren. Als dan iemand op het toneel verschijnt van wie bijzondere dingen worden verteld, is het niet vreemd dat zo iemand je nieuwsgierigheid prikkelt en dat je Hem nader wilt leren kennen. De Doper noemt Hem: ’Het Lam van God’, maar wat moet je je daar bij voorstellen? Voor een lam is niemand bang, maar is het wel verstandig om je zo kwetsbaar op te stellen? Loop je niet het risico dat mensen misbruik maken van je zachtmoedigheid? Vooral in een wereld als de onze waar allerlei vormen van geweld ons omringen? Wij beseffen dat we ons niet moeten gedragen als onnozele schapen. We moeten onze weerloosheid ‘bewapenen’ met oplettendheid, alertheid en een flinke dosis wantrouwen. Dat is gezond en normaal. Natuurlijk willen we geen verharding of een sfeer waarin niemand elkaar meer vertrouwt. Wij willen niet met elkaar omgaan als leeuwen, maar vragen ons ook af: is een lam dan een aantrekkelijk dier om ons aan te spiegelen? Aan zijn weerloosheid, schuwheid en schrikachtigheid? Johannes de Doper weet het zeker. Als hij Jezus ziet, zegt hij zonder aarzelen: “Kijk, daar gaat het Lam van God!’  Niet de leeuw van Juda, niet een oppermachtige adelaar, maar een mens bescheiden en zachtaardig als een lam. De leerlingen van Johannes hebben  geen verdere uitleg nodig, maar willen Hem nader leren kennen. Als Jezus een mens als een lam is, dan moet op de plek waar Hij woont vrede en veiligheid te vinden zijn. Maar zij en wij zien vaak een wereld vol ruzie en geweld. Ziet Jezus dat dan niet? Is Hij zo naïef of kijken wij verkeerd?  Hoe ziet de verblijfplaats van vrede  er dan uit, de plek waar de geweldloosheid woont? Hoe zien jij en ik er uit zonder geweld?  ‘Ga maar mee’, zegt Jezus, ‘Kom maar kijken’. Ze gaan met Jezus mee, maar wat ze te zien krijgen, vertelt het Evangelie niet. Was het een gewoon huis of toch iets anders? We zullen het niet weten, maar het lijkt er op, dat overal waar Jezus gaat of staat, zijn verblijfplaats is. De woonplaats van de onschuld, weerloosheid; de verblijfplaats van ons verlangen naar ontmoetingen zonder geweld, waar is die? Als mensen er ons naar vragen, waar nemen we ze dan mee naartoe? ‘ Heeft niet ieder mens zo’n verblijfplaats?  Hoe we die kunnen vinden?’, vraagt U. Het antwoord luidt: ‘Heel voorzichtig, zoals je een lam in de wei zou benaderen. Zo komen we in de buurt van het soms goed verborgen verlangen om zachtmoedig, geduldig en toegewijd te zijn. Dat is bv. wat mensen die aan een stille tocht meedoen willen zeggen: wij hebben ook gevoel;  wij zijn niet uit op vergelding, maar laat ons niet verharden. Met dit diepe verlangen kunnen wij als gelovige mensen naar de verblijfplaats van de Messias gaan. We kunnen naar plekken gaan waar we horen, dat we elkaar niet bang moeten maken. Plaatsen waar we brood en vrede met elkaar mogen delen; waar een uitgestoken hand wordt gereikt in plaats van een beschuldigende vinger. We horen er verhalen over mensen die elkaar ongewapend tegemoet durven treden. Verhalen van stekelige en ruwe bolsters die een blanke pit verbergen. Bij elke ontmoeting van mens tot mens waarin waardering de voertaal is, gebeurt wat Johannes zegt: het Lam Gods neemt de zondenlast weg. Dat betekent onze levenslast, onze onvolkomenheden, ons falen en onze kortzichtigheid. Die belemmeren voortdurend ons vrije zicht op de naaste. Als we elkaar echter benaderen met de weerloosheid van het lam, vallen die belemmeringen weg. Was dat ook niet de roepstem die Samuel hoorde? Hij verstond het niet goed, begreep het verkeerd en pas toen hem duidelijk werd gemaakt dat God hem riep, kon hij zeggen: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert’.  Wij worden ons leven lang geroepen op weg te gaan, telkens opnieuw. Geroepen om te leren zien dat elk mens gevoel heeft; dat ieder mens ons angstig vraagt: doe me geen pijn! Telkens moeten wij erop gewezen worden, dat de wereld niet alleen gewelddadig is en zonder hoop, maar dat er vlak bij ons verblijfplaatsen zijn van vrede. God blijft maar roepen. Hij houdt niet op, want ooit zullen wij, net als Samuel een antwoord geven. Er komt een dag dat we sterk genoeg zijn om te geloven dat de wapens van het Lam sterker zijn: zachtmoedigheid, geduld en mededogen. We zullen net zo lang oefenen tot we ze onder de knie hebben. Ondertussen blijven we bidden: Lam Gods, neem weg de last van de angst en het wantrouwen die ons belemmeren en dwars zitten. Ontferm U over ons. AMEN.