Preken

Zondag 16 juni: Heilige Drieëenheid.

By 17 juni 2019 No Comments

Lezingen: Spreuken 8, 22-31; Romeinen 5, 1-5; Johannes 16, 12-15

Dit weekeinde vieren we het niet zo gemakkelijk te behandelen geloofsgeheim van de H. Drie-eenheid of Drievuldigheid. Maar dat geloofsgeheim is ons wél gegeven en bepaalt onze geloofsbelijdenis. Daarom een poging van benadering. Ik begin met de eenheid en de veelheid die wij in ons eigen leven ervaren.

We zijn gewend om niet in isolement te leven. Er is een veelheid van mensen, natuur en dingen om ons heen waar we bij horen en bij thuis zijn. En zelfs de kluizenaar, die zich afzondert, weet dat hij –zij het op afstand- omringd wordt door het vele. Het tekent ons bestaan. We hebben een band met degenen die ons gegeven zijn, die ons omringen: de mensen, de natuur en de dingen. Het ene ‘ik’, dat ieder van ons is als individu,  beleeft, is niet geïsoleerd. Zo zit, bijvoorbeeld, ieder van ons hier in de kerk, samen met anderen, samen in dit mooie gebouw, luisterend, biddend, delend met anderen. Eenheid en veelheid ook in ons gelovig en kerkelijk leven. Dat is op een of andere manier ook aanwezig in God.

Lees je onze H. Schrift dan tref je voor God veel namen zoals de Aanwezige, de Eeuwige, de Almachtige en Barmhartige, de God van genade en vrede. Christenen zijn daarbij gaan zien hoe God zich ons voordoet: als Geest (denk aan de schepping en aan Pinksteren); als Zoon (denk aan de menswording van Jezus in Godsnaam met Kerstmis); als Vader, oorsprong van alle leven, ‘onze en uw Vader zoals Jezus ons leert. Vader, Zoon en Geest zijn in hun onderlinge betrekking, de ene God. Dat grote geheim, met zijn wortels in de verhalen uit onze H. Schrift,  gaat enerzijds ons verstand  te boven. Maar anderzijds begrijpen we ook dat het heilzaam voor ons is en in ons werkt. God is op ons betrokken, heeft zich aan ons medegedeeld en is met ons verbonden, Dat vieren we in heilige tekenen (sacramenten), in ons beluisteren van de H. Schrift, in  ons gebed. We mogen ons, hopelijk in toenemende mate, bewust zijn van onze rijkdom als gelovigen. Daar kunnen we nog even bij stilstaan.

In de 1e lezing is ‘wijsheid’ verbonden met God. Met Pinksteren verbonden vooral met Geest. We zongen: ‘Geest van wijsheid, Geest van raad, aller dingen zuivere maat’. Met Pinksteren herdachten we dat die Geest in ons, gelovigen, woont en dat we ons voor die Geest kunnen openstellen. De Paulusbrief aan de Romeinen meldde de betekenis van Jezus: ‘Wij zijn als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof; en we leven in vrede met God, door Jezus Christus’. En dat is de Zoon, Mensenzoon, zoals hij zichzelf graag noemt en beleden als Gods zoon. En de laatste zin van de tekst uit het Evangelie van Johannes luidde: Alles wat van de Vader is, is van mij, daarom heb ik gezegd, dat hij, de Geest, alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft. In die tekst hebben we Vader, Zoon Jezus en Geest bij elkaar. We tekenen ons derhalve niet voor niets met een kruisteken Ín de Naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest. Daar  zit een geloof achter omtrent God en diens werkzaamheid in ons. Het is goed, dat dit bewustzijn op een dag van de H. Drie-eenheid wordt opgefrist en dankbaar zijn voor Gods werkzaamheid in hen die zich voor zijn werking openstellen.

Daar zijn een aantal gebruiken uit voortgevloeid: we maken menigmaal een kruisteken bv. bij het doen van een gebed. We dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest We zegenen met of zonder wijwater in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest; zalvingen van dopelingen, zieken, vormelingen gebeuren in de vorm van een kruisteken; eveneens de zegening van het brood tijdens onze vieringen in de kerk; tijdens de inzegening van een huis lopen we met wijwater rond en zegenen de verschillende ruimten in de Naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Zo speelt ons leven als gelovigen zich af in verbondenheid met God. En die verbondenheid stimuleert ons het goede na te streven en het kwade achter ons te laten. AR