Preken

Zondag 15 mei 2021: 7e zondag van Pasen B 2021.

By 15 mei 2021No Comments

Lezingen: (Handelingen 1, 15-17.20a.20c-26); 1 Johannes 4, 11-16; Johannes 17, 11-19

Als mijn ouders wel eens samen ergens naar toe moesten –dat gebeurde overigens slechts zelden-  ging mijn moeder het huis rond om te zien of de gaskraan en de waterkranen dicht waren, geen lampen onnodig brandden. We kregen instructies dat we niet zomaar iemand binnen mochten laten en wat we verder moesten doen en laten. In de tijd dat ze er niet waren moest ons niets kwaads overkomen.
Ik moest eraan denken bij het lezen van het Evangelie van vandaag. Er moest zijn leerlingen, dus ook ons tijdens zijn fysieke afwezigheid na Hemelvaart niets kwaads overkomen. Zijn  gebed voor zijn leerlingen bevat een programma van wat er moge gebeuren als Hij er niet (meer) is.

Hij bidt, dat de leerlingen één zullen zijn, verenigd door hun geloof in Hem. Eerder heeft Jezus al de vergelijking gebruikt van de ranken, verbonden met Hem, de wijnstok, met onze hemelse Vader als de wijngaardenier.
Jezus bidt ook dat wij we weliswaar ‘ín de wereld zijn’, maar ‘niet ván de wereld’; en dat onze hemelse Vader ons bewaart voor het kwaad
Tenslotte bidt Hij dat de leerlingen (dus ook wij) in  waarheid aan onze hemelse Vader toegewijd mogen zijn..

Die onderlinge eenheid  is al moeilijk gebleken. Het christendom kent verschillende takken: orthodox, protestant en katholiek. Weliswaar zijn we allemaal geënt op het Evangelie, maar de menselijke interpretatie en vormgeving zijn verschillend. De verschillende kerken zijn ook mensenwerk en vertonen vaak de trekken daarvan, eigengereidheid, kortzichtigheid. Gelukkig wordt de kerkenscheiding momenteel door velen als een nadeel ervaren en groeit de ‘oecumene’ (Grieks voor: heel de bewoonde wereld) Dat wil zeggen:  het besef groeit, dat op basis van het ene Evangelie wij allen samen horen. Dat besef kan de motor zijn van groeiende  toenadering, van groeiende eenheid bij verscheidenheid;  en van afstand nemen van eigengereidheid..

Vervolgens het gebed, dat we ‘in de wereld en niet ván de wereld’ zullen zijn. Bij de apostel Johannes, auteur van de 4e Evangelie, heeft het woord ‘wereld’ een eigen, vaak negatieve klank. Het heeft betrekking op al datgene wat tegen Gods bedoelingen ingaat, zich van God afkeert en de mensen die daarvoor kiezen. Jezus bidt voor het tegendeel, nl. dat wij voor het kwaad los te geraken van God worden behoed en dat we in waarheid God toegewijd mogen zijn.       Dat is dus het programma, dat opgesloten ligt in het gebed van Jezus: eenheid in geloof;  weliswaar ín de wereld zijn en werkzaam, maar niet ván de wereld; en, behoed ervoor worden dat we meegenomen worden door het kwaad en waarachtig God toegewijd zijn. We ervaren, zeker in onze tijd, dat bij toenemende afkalving  van de betrokkenheid op geloof en kerk, genoemd programma niet simpel werkelijkheid wordt, maar moeite kost. Dat Jezus bidt betekent dat wij dit programma niet alléén en op eigen kracht aankunnen maar daarbij geholpen moeten worden. Die hulp komt er op Pinsteren wanneer Gods Geest de leerlingen inspireert niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar het programma tot uitvoering te brengen, dat Jezus hen, en ons, bij zijn afscheid heeft meegegeven: zijn Goede Tijding (Evangelie) door te geven tot aan het uiteinde van de aarde. De eerste brief van Johannes  meldt dan ook ‘Dit is het bewijs, dat wij in God verblijven, dat Hij ons deel heeft gegeven aan zijn Geest. Moge dat ons bemoedigen en ondersteunen bij ons pogen in waarheid God-toegewijd te leven ook in deze door turbulentie en pandemie getekende tijd.  En als de Heer terugkomt moge Hij dan het geloof op aarde vinden waarvoor Hij zijn leven heeft gegeven.  Amen
Pastoor A. Reijnen.