Preken

Zondag 15 maart 2020. 3e zondag van de vasten: Op zoek naar levend water.

By 15 maart 2020 No Comments

Het Evangelieverhaal vandaag speelt in Samaria, de middelste provincie van het toenmalige Palestina. De Joden uit Judea en Jerusalem m.n. beschouwden de Samaritanen niet als echte Joden. Wat is er gebeurd? Na de bouw van de 2e tempel (520-517 v. Chr. ) weigerden de Samaritanen eredienst te brengen in de tempel van Jerusalem. Ze deden dat in hun eigen tempel op de berg Gerizim. Als dan hun tempel in opdracht van de hogepriester uit Jerusalem in 108 v.Chr. wordt  verwoest, ontstaat er tussen Joden en Samaritanen een diepgewortelde tweespalt. De Samaritanen beschouwen Joden als afvalligen en rechtgelovige Joden op hun beurt mijden het contact met Samaritanen. Dat maakt het gesprek van Jezus met een Samaritaanse vrouw voor Joden tot een provocatie. De plaats waar het plaats vindt is de bron van Jacob, land van de voorvaderen, historische grond. Het is 12 uur ’s middags, het heetst van de dag, het uur van dorst en vermoeidheid.
Nou is er over die Samaritaanse vrouw in de loop van de eeuwen heel wat onzin verkocht. Er is gesuggereerd dat zij een zondares was, een  soort straatmadelief. 5 relaties heeft ze achter de rug en de man die ze nu heeft is haar man niet! Het feit dat ze op het heetst van de dag naar de bron komt, zou het gevolg zijn van haar schaamte. Ze wilde niet door anderen gezien en aangesproken worden. Als je echter het verhaal onbevooroordeeld leest, zie je dat deze vrouw allerminst last heeft van schaamte, schuldgevoelens en minderwaardigheid. Ze weet haar woord te doen en neemt zelfs het gesprek in handen. Ze blijkt een volwaardige gesprekspartner en wordt door Jezus als zodanig serieus genomen. Door haar aan te spreken doorbreekt Jezus een dubbel taboe. Hij begint een gesprek met een vrouw – in die dagen heel ongepast – en dan ook nog een Samaritaanse. De vrouw is zo zelfbewust dat ze zonder aarzelen ingaat op het aanspreken door Jezus. Jezus keurt haar situatie niet af. Mogelijk hield men zich in het vrijzinnige Samaria niet zo strikt aan de Joodse wetten en zeden. De vrouw toont geen moeite met de erkenning: ‘ Ik heb geen man!’, omdat ze weet hoe een Jood dat beluistert. We mogen er van uitgaan dat Jezus hier te doen heeft met een zelfstandige vrouw die gewend is haar eigen boontjes te doppen, een eigen huishouding voert en haar eigen relaties heeft. Nou dienen we bij de Evangelist Johannes er altijd rekening te houden dat er een diepere laag in het spel is, ook als hij verhalen vertelt. Net als in het verhaal van de bruiloft van Kana speelt ook hier de profetische gedachte mee: de Eeuwige, God zelf, is de bruidegom  van Israël en het volk  is zijn bruid. M.a.w. God en zijn volk zijn a.h.w. met elkaar getrouwd. In deze gedachtegang kan de vraag van Jezus: ‘Ga je man roepen’, verstaan worden als: ‘Wie is de God met wie  je getouwd bent?’. De vrouw herkent de vraag van Jezus als ‘profetentaal’ en Jezus als profeet. ‘Vijf mannen heb je gehad’, zegt Jezus. Mogelijk is dit een verwijzing naar de 5 Boeken van Mozes, die door de Samaritanen uitsluitend als echt onderdeel van de Bijbel worden erkend. ‘De man die je nu hebt, is je man niet’. Die opmerking van Jezus kan slaan op zijn idee dat deze vrouw  niet op de goede manier met God omgaat of getrouwd is.  Het gaat in dit verhaal over de vraag: Hoe ziet de ware echtverbintenis tussen God en zijn mensen er uit? Daarom stelt de vrouw in de loop van het gesprek uitdrukkelijk de vraag naar de plaats waar God aanbeden moet worden: ‘Moet dat perse in de tempel van Jerusalem of kan dat ook op de Gerizim ?’ Als Jezus  zegt dat noch Jerusalem noch de Gerizim de plaats is waar je God aanbidden moet, dan is ze op staande voet overtuigd. Als Jezus spreekt over ‘levend water’, denkt ze eerst aan bronwater, maar al snel heeft ze in de gaten dat Jezus beeldspraak gebruikt. Immers ook de Thora wordt ‘levend water’ genoemd en ‘gave Gods’. Als Jezus haar vervolgens attendeert op dat ‘levende water’ en de aanwezigheid daarvan in haar eigen hart, begint in haar de ‘bron’ te stromen. Doordat ze haar geestelijke dorst kan lessen bij de Messias, bekeert zij zich en wordt ze van vragensteller tot getuige van Jezus . Door háár getuigenis komt een groot deel van haar stadsgenoten tot geloof en tot de ultieme belijdenis: “Hij is werkelijk de redder van de wereld’.  In Jezus heeft deze vrouw een mens ontmoet die haar erkent en bevestigt als een echte gelovige. Hij brengt haar tot de herkenning  dat ze ‘levend water’, een bron heeft in zichzelf en in staat is anderen daarvan te geven.
In zijn antwoord op de vraag van de vrouw naar de plááts waar je God moet aanbidden zegt Jezus dat noch Joden noch Samaritanen alleenrecht kunnen claimen op de plaats waar je God kunt aanbidden. Geen berg, tempel of kerk kan God omvatten. Ook geen enkel volk of groep kan exclusief over Gods aanwezigheid beschikken. De Schepper van hemel en aarde is niet aan plaats of tijd gebonden. ‘God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.’, zegt Jezus. M.a.w. zorg dat je relatie met God lijkt op de band die goede partners met elkaar hebben: er zijn voor elkaar en open staan voor de ander; bereid  lief en leed met elkaar te delen; je aan elkaar toevertrouwen, durven vertrouwen dat je er mag zijn zoals je bent en dat je vergeving ontvangt als je de ander tekort hebt gedaan. Zoek God niet buiten je zelf, maar durf geloven dat Hij woont in de binnenkamer van je hart. God is dus niet op een of andere plaats, God is overal dichtbij en overal kun je tot Hem spreken. Aan ons de vraag of wij kunnen meegroeien in deze visie van Jezus? Durven wij God zien als Iemand die altijd dicht bij ons is en die we kunnen vinden in onszelf, in onze broeders en zusters, in heel zijn schepping?
St. Paulus  schrijft: ‘Gods liefde is in ons hart uitgestort’ Gods liefde is naar ons toegestroomd door Jezus die zich tot het uiterste heeft gegeven voor het geluk van zijn naasten. In die stroom van liefde mogen wij staan. Het doet deugd ons dat te realiseren en we kunnen daar niet vaak genoeg bij stilstaan. Want Jezus’ woord en zijn levensweg zijn levend water voor ons geloof en ons hart.
De Samaritaanse heeft door de ontmoeting met Jezus een bron ontdekt in zichzelf. En die bron blijft stromen zolang wij ze niet afstoppen of dicht gooien. Om zo’n relatie met ieder van ons is het Jezus te doen in het Evangelie van deze dag. Laten wij God erom bidden.
AMEN