Preken

Zondag 14-11-2021: 33ste zondag door het jaar B 2021.

By 15 november 2021No Comments

Lezingen: Daniël 12, 1-3; Hebreeën 10, 11-14.18; Marcus 13, 24-32.

Als vanzelfsprekend bewonen we onze wereld. Wij, met name het tot welvaart gekomen deel ervan, zijn naar eigen goeddunken met onze wereld omgegaan. We zijn er welvarend door geworden. Toch ontdekken we ook hoe langer hoe meer, dat er grenzen zijn aan onze manier van omgaan met de aarde. Het lijkt erop, dat de aarde ons laat merken, dat we haar in de steek gelaten hebben. We leren zien dat we onderdeel uitmaken van de aarde die ons in beheer, niet ter uitbuiting, is gegeven, maar waarmee eerbiedig rekening moeten houden. De aarde is onze leefomgeving. Als wij onze aarde verwaarlozen is er bedreiging van ons bestaan. Denk aan de opwarming met alle gevolgen van dien, veroorzaakt  door ons gedrag (klimaattop in Glasgow). Denken we aan de coronapandemie waar we telkens in golven de dreiging van ondervinden. We willen graag vanzelfsprekend comfortabel leven zonder veel problemen, maar staan voor de opgave onze manier van leven in overeenstemming te brengen de verantwoording die we hebben t.a.v. onze aarde en t.a.v. elkaar. Zijn we zelf daartoe in staat? Kunnen we zelf een iedereen en alles omvattende wereld van respect, gerechtigheid, goedheid en liefde tot stand te brengen? Wat dat betreft worden we hoe langer hoe meer gewaar dat we leven in een gebroken wereld, met mensen in hun tegenstrijdige opvattingen en belangen, die permanent met elkaar in confrontatie en gevecht leven. Onze H. Schrift, onze bijbel,  vertelt ons van visioenen  van mensen, die ons voorhouden dat we uiteindelijk  aangewezen zijn op Gods reddend kracht. Door daarin te geloven en ons daarnaar te gedragen zorgen we ervoor, dat Gods kracht laten werken in onze wereld.
Ieder jaar In de herfst, als de zon ’s morgens laat opkomt en de avond vroeg valt worden we in de eredienst geconfronteerd met visioenen van de eindtijd van de wereld. Die verhalen vallen momenteel samen met de 4e coronagolf, die ons in doorsnee welvarende leven opnieuw  aantast mede door het toedoen van mensen zelf. Dat valt zwaar, vooral degenen, die hun nering, hun bron van verdiensten, hun financiële bestaansgrond en daarmee ook hun mentale gezondheid bedreigd zien. Klaarblijkelijk moet iedere generatie door levensbedreigende situaties als oorlog, geweld, armoede, vluchtelingen heen. Er is altijd wat. Over de pandemie hebben we het gehad.  Men is die meer dan zat, maar we zijn er nog niet klaar mee. De vluchtelingensituatie aan de grens tussen Wit-Rusland,  Polen en de Baltische staten zorgen voor dreiging.

De verhalen vandaag uit de bijbel hebben hun eigen achtergrond van onderdrukking en vervolging. Men verlangde naar betere tijden en zag die in het doorbreken van Gods heerschappij; een heerschappij van begaan zijn, goedheid en liefde, van gerechtigheid waarin iedere mens tot zijn/haar recht komt. Zo heeft in het Evangelie niet het kwaad met al zijn verschrikkingen door de eeuwen heen het laatste woord, maar de Mensenzoon, vertegenwoordiger van Gods trouw aan ons, zijn mensen. Hij ‘verschijnt in macht en heerlijkheid’. Door de lezingen heen klinkt de geloofsovertuiging, dat de godsgetrouwen, die hebben volgehouden, uiteindelijk goed terecht komen. In de eerste lezing is er sprake van dat zij zullen ‘stralen’ en ‘schitteren’ en dat de uitverkorenen die naar Gods wil hebben geleefd zullen verzameld worden. Wat valt te doen voor ons aan wie deze verhalen worden doorgegeven? We worden aangespoord attent en behoedzaam te zijn. Het leven niet klakkeloos ons te laten overkomen, maar waakzaam te zijn; in wat in onze tijd gebeurt te onderscheiden wat goed en kwaad is en te kiezen voor goedheid, gerechtigheid voor iedereen, liefde; kortom te kiezen voor wat past bij het Rijk van God. Zodanig, dat als het definitief doorbreekt, wij er klaar voor zijn.
A.Reijnen