Preken

zondag 13 oktober 2019: Gezond leven is dankbaar leven.

By 13 oktober 2019 No Comments

Het is jammer dat de 1e lezing ons niet het hele verhaal laat horen over de genezing van de Syrische legercommandant. In het voorafgaande wordt verteld van een Joods meisje, dat ze hebben geroofd in Israël. Ze is werkzaam bij de vrouw van Naäman en heeft haar meesteres verteld van de profeet Elisa die mensen van melaatsheid kan afhelpen. Naäman gaat met dit verhaal naar de koning en deze stuurt hem met een vracht geschenken naar de koning van Israël. Als de profeet Elisa verneemt dat de koning van Israël zijn kleren heeft gescheurd v.w. het verzoek van Naäman hem te genezen,  dan vraagt hij  om hem door te sturen naar hem. Als de hoge gast bij zijn huis arriveert, komt Elisa niet naar buiten om hem te begroeten, maar stuurt iemand naar hem toe met de opdracht zich 7 x te wassen in de Jordaan. Diep teleurgesteld wil Naäman huiswaarts keren, maar zijn dienaren zeggen: ‘Meester, stel dat de profeet een moeilijke opdracht zou hebben gegeven, dan zou U het toch ook hebben gedaan? Waarom niet, nu U zich alleen maar hoeft te baden in de Jordaan? Naäman laat zich overreden en het resultaat maakt hem diep verwonderd en intens dankbaar. Hij begrijpt dat de God die Elisa vereert de ware God is. Een God die niet gebonden is aan een bepaalde landstreek en enkel Joden of Arabieren helpt, maar die er is voor mensen van alle rassen en talen. Voor Naäman is dit ondenkbaar en hij weet niet hoe hij uiting moet geven aan zijn dankbaarheid. Hij wil voortaan alleen God van Israël vereren.
Ook het Evangelie verhaalt over tien lepralijders. Tegenwoordig is deze ziekte  met medicijnen te genezen, maar in Jezus’ dagen werden zulke mensen uit de gemeenschap gebannen v.w. de angst voor besmetting. Zulke mensen leidden een geïsoleerd bestaan en moesten zichzelf maar zien te redden. Ze werden door iedereen gemeden. Jezus trekt zich hun lot aan. Hij raakt hen weliswaar niet aan, maar stuurt hen naar de priesters om vast te stellen dat ze genezen zijn. Van die groep is er slechts één die naar Jezus terugkeert om te bedanken. De vraag van Jezus of ze niet alle tien genezen zijn is geen teken dat Hij zich miskend voelt, maar het gaat Hem om meer dan de lichamelijke genezing. Want het hart van een mens is niet enkel een pomp, het is ook de ‘woonkamer’ van onze emoties en hartstochten. Als je last hebt van klagerigheid, driftbuien of hebzucht, ga je niet naar de huisarts. Als je eenzaam bent, brutaal of op anderen neerkijkt, kan de cardioloog je niet helpen. Toch zijn het ernstige kwalen, die ook nog ‘besmettelijk’ zijn. Je steekt makkelijk anderen aan met je asociale gedrag of je drammerige gezeur. Zo voelen wij ons heel beroerd , als we rondlopen met gevoelens van schuld of wraak of rouwen om het verlies van een dierbare mens. Dan kunnen mensen wel zeggen: ‘Het zit tussen de oren’. Het mag zitten waar het zit, maar het doet wel pijn en je hebt er wel last van en je wilt er van af. In het Evangelie lezen we dat Jezus de smeekbede van die 10  melaatsen hoort. Hij is met hen begaan, want Hij wil dat ze bevrijd worden uit hun ellendige isolement en gezond  in de gemeenschap kunnen terugkeren. Dat gebeurt ook, want oprechte aandacht geneest talloze aandoeningen. Maar er is er maar één die op zijn schreden terugkeert, omdat hij zich echt realiseert wat er aan hem gebeurd is. Eén die naar Jezus komt om God te danken, omdat hij volkomen genezen is. Hij is niet meer besmettelijk. Hij is ook geestelijk genezen. Daarom zegt Jezus: ‘Je geloof heeft je gered!’.
Zo horen wij mensen  die door een diep dal zijn gegaan wel eens zeggen: ‘Zonder mijn geloof had ik het niet gered!’ Als je vertrouwen durft te stellen in God heeft dat vaak als gevolg dat je niet geobsedeerd raakt door je problemen. Het tempert ook opkomende woede. Je geloof helpt je zaken los te laten, want je raakt verkrampt als je alles naar je eigen hand wilt zetten. En dat geeft weer lichamelijke klachten.
Wat die 9 andere lepralijders bezield heeft, weten we niet. Mogelijk waren ze bang dat Jezus hen een opdracht zou geven. Want als je oog in oog staat met iemand die je een weldaad heeft bewezen, is het heel moeilijk om te weigeren. Ook komen we mensen tegen die na hun genezing gewoon verder gaan alsof er niets gebeurd is.
In het circus klappen we in de handen tot ze pijn doen voor de koorddanser die in de nok over een staaldraad van de ene kant naar de andere loopt. Maar is het al niet een wonder, als we gewoon kunnen lopen met beide voeten op de grond? Als we ’s morgens uitgerust kunnen opstaan; als we een dak boven ons hoofd hebben en werk dat ons bevalt? Als we mensen om ons heen hebben die ons waarderen en van ons houden? Is het niet een wonder, als we gezonde (klein)kinderen hebben en een inkomen waarmee we ons kunnen redden? Vaak vinden we deze zaken zo vanzelfsprekend dat we ons nauwelijks realiseren hoeveel ons zomaar gegeven is als een geschenk. Als we daar echter oog voor hebben, ook voor de kleine dingen, dan voelen we de behoefte om God te danken en genieten we dubbel. Laten we God danken voor al zijn weldaden en vragen om meer vertrouwen in zijn kracht en om geloof dat ons geneest naar ziel en lichaam. AMEN .