Preken

zondag 11-8-2019: 19e zondag door het jaar.

By 11 augustus 2019 No Comments

LOOP JEZELF NIET VOORBIJ; MAAK EEN SCHAT IN DE HEMEL.

‘Maak voor jezelf een schat in de hemel!’ Wat bedoelt Jezus, als Hij dat tegen zijn leerlingen zegt? Heel lang hebben mensen de hemel beschouwd als een ruimte die tegenover de aarde staat. Als mens moest je de aarde en aardse genoegens negeren en je richten op de hemel, het hiernamaals.  Als Jezus  spreekt over de hemel, doelt Hij niet op een plek ergens anders, waar je na je dood hoopt te komen. Hemel is een ander woord voor het Rijk van God, dat hier op aarde komt, als wij ons verbonden weten met elkaar en met Gods schepping. In wezen zegt Jezus: Laat je hart niet beslag nemen door zorgen om materiële zaken, om jezelf en de toekomst. Richt  je aandacht en je hart op die grote, vrije ruimte van Gods koninkrijk. Richt je op een geluk dat niet vergaat en dat je vindt in het hier en nu. Het wordt je geschonken door de hemelse Vader als een schat. Zijn Rijk is er al. Wij leven er al in. U zult zeggen: ‘Nou, daar merk ik bitter weinig van, als ik al die ellende in de  wereld zie: aanslagen, armoe, vluchtelingen, oorlogen. Toch is het er al, dat Rijk van God, zoals de zon er altijd is. Op bewolkte dagen blijft ze voor onze ogen verborgen, maar af en toe breekt ze door. Juist in donkere tijden merken we die straaltjes van licht het meest op: gewone menselijkheid, die uitstijgt boven de materie. Dat licht,  die signalen van menselijkheid merk je op, als je aandacht hebt voor je schat. Het is niet eenvoudig, ja veeleer een kunst te leren herkennen wat er hoort bij Gods koninkrijk. Waar kun je aan denken als Jezus spreekt over die schat in de hemel? Misschien in de 1e  plaats aan verbondenheid met de schat in jezelf. Als aan bisschop Tiny Muskens gevraagd wordt: ‘Wanneer voelt U zich het meest gelukkig? ‘, dan is zijn antwoord: ‘Als ik me helemaal in mijn element voel; als ik diep van binnen weet: dit hoort bij mij, bij wie ik ben, bij wat ik kan.’ Ik denk  dat dit voor ons herkenbaar is: een gevoel van diepe voldoening, veel dieper dan de vreugde die de aankoop van iets materieels ons kan geven. Je in je element voelen is een schat die onbetaalbaar is en die niemand ons kan afpakken. Zo’n schat kan ook je werk zijn, waar je blij mee bent, omdat je er je talenten in kwijt kunt. Het kan je gezin zijn of een liefhebberij waar je je met hart en ziel aan wijdt.
Een ander voorbeeld: Een vluchteling vertelt dat hij als kind van acht met zijn ouders in Nederland kwam wonen. ‘In het begin was dat zwaar’, zei hij, ‘maar we werden goed opgevangen door een ouder echtpaar. Elke week mochten we bij hen een keer komen eten We keken daar naar uit. Mijn ouders kregen van hen allerlei informatie en goede raad. We deden spelletjes en leerden de taal. We waren even weg uit dat asielzoekerscentrum. Het heeft ons zo goed gedaan. Die mensen weten maar half hoeveel ze ons hebben gegeven’. Hij koesterde die ervaring van onbetaalbare goedheid als een blijvende schat die door geen mot kan worden aangetast. M.a.w. het zijn ervaringen die je kunnen overkomen. Je kunt ze niet kopen, maar ze zijn van zo onschatbare waarde dat je ze nooit vergeet. Je kunt er hooguit attent op zijn.  Over dat attent en waakzaam zijn gaat het in het 2e deel van het Evangelie: ‘Sta klaar, doe je gordel om, houd de lampen brandend’, zegt Jezus. Je kunt ook zeggen:  Je moet het licht wel wìllen zien. Je moet er een antenne voor ontwikkelen. Zorg dat je Gods licht niet dooft. Hoe makkelijk kunnen we nl. in deze vaak donkere wereld vervallen in cynisme of agressie. In de parabel vertelt Jezus van een dienaar die slordig, niet waakzaam is en zelfs geweld gebruikt tegen zijn ondergeschikten. Hij vervalt in immoreel gedrag. Dan dooft het licht en word je een onmogelijk mens. Je ziet dan ook de momenten van vreugde en menselijkheid niet meer. Waakzaamheid, rust,  jezelf niet voorbij lopen: het zijn voorwaarden om de schatten op je levensweg te herkennen en ze als geschenken te ontvangen.
Als we alles uit het leven willen persen, alles willen meemaken en voortdurend  op de vlucht zijn voor de stilte, bang voor het alleen zijn, op de vlucht voor ons zelf, hoe zullen we dan ooit de verborgen schatten van Gods koninkrijk herkennen?  Veronderstel dat God ons wil aanspreken, dan moet Hij met spijt in het hart zeggen: ‘Die mens is nooit thuis. Die komt nooit in zijn eigen hart!’ Veronderstel dat Hij ons wil verrassen met  de glimlach van een medemens,een mooi vergezicht, een wei met veldbloemen of prachtige zonsondergang. We zouden het niet eens merken. Veronderstel dat Hij ons nodig heeft om een mens met diep verdriet op de been te helpen. Hij zal vergeefs bij ons aankloppen. Wij horen en merken het niet op. Dat bedoelt Jezus als Hij zegt: ‘Houd je lendenen omgord’. Het gaat Hem om onze binnenste kern: onze voelhorens om God te vinden. De middelpunt zoekende kracht in ons: stil durven worden, luisteren en in wat we meemaken peilen naar wat God van ons wil. Wat wij hier in de kerk doen is elkaar herinneren aan Gods beloften. We bidden en zingen samen. We zoeken Jezus te ontmoeten onder de tekens van brood en wijn. En dat alles om te beseffen welke schat ons wordt gegeven, een schat zoveel meer waard dan wat de wereld ons biedt. Jezus zegt ook tegen ons: ‘Wees niet bang en heb vertrouwen. Het koninkrijk word je gegeven. Kijk maar; het is al begonnen. AMEN.