Preken

Zondag 11-7-2021: 15e zondag door het jaar B 2021.

By 12 juli 2021No Comments

Lezingen; Amos 7, 12-15; Efeziërs 1, 3-14 of 1, 3-10; Marcus 6, 7-13

We hebben het al vaker over profeten gehad. Bijbelse profeten uit het verleden. U kent  waarschijnlijk wel enkele, zoals vandaag Amos, de profeet uit genoemd in de 1e lezing’; de vorige week Ezechiël, Jesaja (Advent), Jeremia (Veertigdagentijd). U kent namen van hedendaagse profeten in de coronatijd, van Dissel, Gommers, Koopmans, Kuypers e.a. Een hedendaags profeet van gerechtigheid en rechtvaardigheid, Peter R. de Vries. Ze hebben vaak mededelingen te doen, die men niet graag wil horen en die zelfs geweld veroorzaken tegen hun persoon, zoals we deze week hebben meegemaakt.

En toch moeten ze er zijn, want ons leven voltrekt zich nu eenmaal niet zonder meer langs lijnen van gemak en van vrijheid, in de zin van: ‘Ik wil doen waar ik zin in heb’. Dat mogen wel impulsen in ons zijn spelen, maar daar bovenuit gaat onze verantwoordelijkheid. Als het goed is spoort ons geweten ons aan tot handelen in verantwoordelijkheid, goed voor onszelf en onze naaste.

Amos is zulk een profeet, die in het centrum van de macht, in het Noordrijk van Israël wijst op misvorming van de macht en afhankelijkheid van de godsdienst van de politiek. Wat dat laatste betreft was de priester van het heiligdom in Betel benoemd door en afhankelijk van de toenmalige koning.  Wat waren dat voor misstanden? Het ‘uitbuiten van de armen, de buitensporige luxe van de rijken en de schijnheilige eredienst’. Klaarblijkelijk een verschijnsel van alle tijden, als men, bijvoorbeeld, verneemt van de slechte huisvesting van gastarbeiders.

Als Jezus mens wordt om ons te bevrijden van wat ons gevangen kan houden, fysiek en mentaal, nodigt hij mensen uit om met hem mee te werken en zijn Goede Tijding verder door te geven. Dat zijn er in het Evangelie van vandaag  zijn  12 eerste leerlingen. Ze worden twee aan twee op weg gestuurd. Ze moeten hetzelfde doen als Jezus: vertellen dat het Rijk Gods in diens komst is aangebroken en doen wat daarbij hoort mensen helpen. Hun uitrusting voor onderweg moet uitermate sober zijn, want ze moeten niet afgeleid worden van het eigenlijke werk; ze moeten ook kwetsbaar durven zijn en het doen met wat hen aan voedsel en drank wordt voorgezet. Maar in hun kwetsbaarheid moeten het geen ‘doetjes’ zijn. Als men hen niet ontvangt en niet naar hen luistert moeten ze vertrekken. Zelfs het stof van dorp of stad in dat stoffige land moeten ze van voeten schudden. Als men niet luisteren wil zal men ook geen deel krijgen aan het Godsrijk en aan de vrijheid van de kinderen Gods.

Geldt dat ook nu nog, nu het Evangelie van Jezus vaak niet meer gehoord en ernaar geluisterd wordt? Hoe kijken wij aan tegen de wereld waarin we nú leven? Hoe kijken we aan tegen onze samenleving en de gedragingen in de coronapandemie. Hoe ervaren we de gebeurtenissen in onze samenleving en wereldwijd waarmee we tijdens de nieuwsuitzendingen mee worden geconfronteerd. Zou he niet dienstig zijn, dat de Goede Tijding van Jezus met zijn nadruk op de liefde, het mededogen, de vergeving, het helpen van mensen in fysieke en mentale nood, gehoord en in praktijk gebracht zou worden. Alle mensen leven samen op onze aarde, onze wereld. Maar christenen benaderen die wereld en wat erop te doen is op een eigen manier; vanuit de gedachte dat het Rijk Gods er te verwerkelijke valt naar het voorbeeld van Jezus Christus. Jezus’ leerlingen van het allereerste begin trokken erop uit. Wij, leerlingen van nu, worden uitgenodigd  overeenkomstig onze mogelijkheden in de huidige tijd. We moeten er rekening mee houden, dat we in, onze pogingen het Rijk Gods te beleven en door te geven, kwetsbaar zijn. Desondanks worden we uitgenodigd om met het goede dat we voorhebben in onbaatzuchtigheid door te gaan. Het zal zeker ook mensen aanspreken. Zij zullen zich scharen achter Jezus en zijn Evangelie.  AR