De gedaanteverandering van de Heer
Beste mensen, In de vakantietijd maken velen van ons een reis. Maar de vreugde die je voelt wanneer je vertrekt, is vaak niet dezelfde als die bij de terugreis. Dat heb ik zelf vaker meegemaakt. Ook afgelopen week nog, na vier weken vakantie met mijn familie in India. De heenreis was vol verwachting en blijdschap: Ik kon niet wachten om iedereen weer te zien. Maar de terugreis… ja, dat voelde toch anders. Ik dacht: Moet ik echt terug naar Nederland? Wat was het fijn met de familie. Moet ik al dat warme samenzijn nu missen?
En toch wist ik: Ja, ik moet terug. Dat hoort bij het leven. Misschien herkent u dat ook uit uw eigen leven …… het afscheid nemen van een werkplek waar u zich thuis voelde, verhuizen vanwege studie of werk, of het einde van een bijzondere periode. Er zit altijd iets dubbels in: dankbaarheid voor wat je hebt meegemaakt, en tegelijk het besef dat je weer verder moet.
Precies datzelfde gevoel maken de leerlingen van Jezus vandaag mee in het Evangelie.
Jezus neemt Petrus, Jakobus en Johannes mee een hoge berg op. In de Bijbel is de berg vaak de plaats van ontmoeting met God — Denk aan Mozes op de Sinaï of Elia op de Horeb. Daar, op die hoge plaats, gebeurt iets wonderlijks: Jezus verandert voor hun ogen van gedaante. Zijn gezicht straalt als de zon, zijn kleren worden stralend wit. En dan verschijnen Mozes en Elia, in gesprek met Hem.
Petrus weet niet goed wat hij moet zeggen, maar één ding weet hij wel: Hier wil ik blijven! Hij roept: “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen!” Met andere woorden: Laten we dit vasthouden, laten we deze plek nooit meer verlaten. Maar dat is niet wat Jezus van hen vraagt. Er klinkt een stem uit de wolk: “Dit is mijn Zoon, de geliefde. Luister naar Hem.” En na dat indrukwekkende moment leidt Jezus hen weer naar beneden — terug naar de gewone wereld.
Net als de leerlingen worden wij vroeg of laat weer teruggeroepen naar het dal: naar ons werk, onze zorgen, onze dagelijkse plichten. En daar ligt juist onze roeping. De berg is een plaats van openbaring, maar het dal is de plaats van onze missie. Het is alsof God zegt: Geniet van dit moment, laat het je hart vullen, maar bewaar het niet voor jezelf. Neem het mee en deel het met anderen.
Zo ervoer ik het ook bij mijn terugreis uit India. Het warme samenzijn met familie gaf mij nieuwe energie en vreugde. Maar die moest ik meenemen naar Nederland, om diezelfde liefde en aandacht hier te tonen. Zo is het ook met ons geloof: Het is niet bedoeld om alleen op de bergtop te beleven, maar juist om in het gewone leven zichtbaar te maken.
De tenten die Petrus wilde bouwen, zijn een beeld van de verleiding om in onze eigen veilige, mooie plek te blijven. Soms willen we ons geloof beleven in beslotenheid, zonder de moeilijke wereld om ons heen. Maar Jezus zegt: kom mee naar beneden. Daar, in het dal, wachten mensen die onze liefde, ons geduld, onze aandacht en onze vergeving nodig hebben.
De stem uit de wolk zegt: “Luister naar Hem.” Dat is misschien wel de kern van deze dag. Luisteren naar Jezus betekent doen wat Hij zegt: dienen, aandacht geven, vergeven, barmhartig zijn, recht doen aan de kleinen en kwetsbaren, dienstbaar zijn. Het betekent dat we ons laten vormen door het licht dat we op de berg hebben gezien, zodat we dat licht kunnen brengen in de schaduw van het dagelijks leven.
En misschien moeten we ons realiseren dat de berg en het dal bij elkaar horen. Zonder het dal zouden we de berg niet waarderen. Zonder de berg zouden we geen kracht hebben om door het dal te gaan. De leerlingen moesten eerst de glorie van Jezus zien, om Hem later te kunnen volgen op de moeilijke weg naar Jeruzalem en het kruis.
Beste mensen, misschien hebben wij deze zomer ook onze eigen “bergervaring” gehad: een moment van rust, vreugde, ontmoeting, of nieuwe inspiratie. Vandaag nodigt de Heer ons uit om die ervaring niet alleen te bewaren als een mooie herinnering, maar om er iets mee te doen.
Vraag uzelf af: Met welk licht kom ik van mijn berg af? Wat kan ik meenemen naar mijn gezin, mijn werk, mijn gemeenschap? Hoe kan ik vandaag (de ander niet uit het oog verliezen), iemand bemoedigen, vergeven of helpen, vanuit wat God mij heeft laten zien?
Zo wordt de Gedaanteverandering niet alleen een verhaal uit het verleden, maar iets dat vandaag in ons leven gebeurt. Laten we ons vullen met het Licht van Zijn aanwezigheid, en dat Licht meenemen naar de wereld beneden, waar het ‘t hardste nodig is. Amen.
Kapelaan Siju