Preken

Zondag 1 september: ALLEN ZIJN UITGENODIGD OP HET FEEST VAN HET LEVEN

By 1 september 2019 No Comments

Waar komt dat vandaan, die neiging om ons met elkaar te vergelijken? Bij sportwedstrijden wordt er alleen een plaats gereserveerd op het erepodium voor de winnaars van goud, zilver en brons. De anderen die meestal even hard hebben getraind krijgen nauwelijks aandacht. Het is ons al vroeg ingepeperd thuis, op school, bij de sport en in ons werk: proberen de beste te worden. We leven in een prestatiemaatschappij en wie niet tot de beteren behoort, wordt al snel beschouwd als een ‘looser’. In het Evangelie van deze dag wijst Jezus heel nadrukkelijk op de waarde van bescheidenheid. Ook de auteur van het Boek Wijsheid doet dat. Best vreemd voor ons die geregeld aangespoord worden ons te profileren, ons gezicht te laten zien en voor onszelf op te komen. Jezus is er niet op uit ons een lesje te geven in goede omgangsvormen. Hij maakt duidelijk: iedereen is uitgenodigd voor het feestmaal van Gods Koninkrijk. Niet omdat wij er recht op hebben. Wij hebben die uitnodiging ontvangen, helemaal gratis. Als genodigden verkeren wij allen in dezelfde bevoorrechte positie. Nou zien we in ons dagelijks leven dat mensen zich met elkaar gaan vergelijken. Alsof de één belangrijker is dan de ander, terwijl wij allen gasten zijn op het feest van het leven. Ons leven is een pure gave, een onverdiend geschenk. Tegenover God zijn wij zo arm als Lazarus. Als Jezus zijn leerlingen oproept zich dat te realiseren, is dat geen uitnodiging tot gemaakte nederigheid. Hij spoort hen enkel aan om ruimte te maken voor mensen die over het hoofd gezien worden en nergens terecht kunnen. Als je geld hebt of een hoge opleiding, een belangrijke positie bekleedt of een goede baan hebt, dan hoef je je geen zorgen te maken. Dan gaan deuren bijna automatisch voor je open. Als geslaagde en gezonde mensen altijd de mooiste plekken innemen, waar moeten dan de gasten gaan zitten die het minder goed getroffen hebben, de zwakkeren  in de samenleving? Jezus roept zijn gastheer op om bij een feestmaal niet – zoals wij geneigd zijn te doen –  familie, vrienden en rijke buren uit te nodigen, maar juist de mensen die het minder goed hebben getroffen, zoals armen, kreupelen en blinden. Het is natuurlijk riskant om zulke mensen uit te nodigen en je serieus met hen in te laten. Je weet niet waar je aan begint, maar het is juist de confrontatie met hun onmacht, pijn en verdriet en hun levensvreugde die ons helpen het hoofd te buigen en bescheiden te worden. Want als het lijden, de zorgen en de onmacht van medemensen ons niet meer raken, als we geen oog hebben voor hun levensvreugde, wat heeft ons gelovig zijn dan voor waarde?  God neemt het steeds op voor de zwakkeren. Zo zegt de dichter van Ps. 68 die gekozen is als antwoord op de 1e lezing: ‘God is een Vader voor wezen, een steun voor weduwen, Iemand die verwaarloosden een eigen huis geeft. En in het Evangelie zegt Jezus: ‘Als je enkel mensen uitnodigt in de hoop hetzelfde terug te krijgen, dan hou je bestaande verhoudingen in stand. Het gaat er juist om de starheid van die gesloten kringetjes, die vriendenclubjes te doorbreken en  ruimte te maken voor wie het slecht getroffen hebben. Al zien we de ‘kreupelen en gebrekkigen’ waarvan het Evangelie spreekt minder op straat, hoe velen wonen niet in verzorgingshuizen. Ze komen vaak weinig buiten, omdat er niemand is om met hen te wandelen. We komen ouders  tegen die – ondanks hun toewijding – geen invloed meer hebben op hun kinderen en met lede ogen moeten aanzien dat ze verkeerde wegen gaan. Er zijn kinderen die het contact met hun ouders verliezen door ruzie of omdat ze geen tijd nemen om naar elkaar te luisteren. Denk ook aan slachtoffers van pestgedrag op school of op het werk. Waar is hun plaats aan de tafel van Gods Koninkrijk? Als Jezus zegt: ‘Maak even plaats voor deze mens die in mijn ogen belangrijk is’, dan heeft Hij mensen op het oog die op een of andere manier minder in tel zijn of moeten lijden. Misschien herinnert U zich het nog: de moeder van de apostelen Jacobus en Johannes komt met haar zonen bij Jezus met de vraag of Hij voor hen een goede post wil reserveren in zijn Koninkrijk. De andere apostelen kwaad als ze ervan horen en Jezus zegt: ‘Wie onder jullie de voornaamste wil zijn, moet de dienaar van allen wezen’. Als de apostel Johannes vertelt over het Laatste Avondmaal, verhaalt hij dat Jezus de voeten van zijn leerlingen wast en zegt: ‘Jullie noemen mij Heer en Leraar en dat ben Ik. Maar als Ik mij niet te groot voel om jullie de voeten te wassen, dan moeten jullie dat ook aan elkaar doen. Ik heb je een voorbeeld willen geven!’. Als wij ons laten leiden door wat ‘men’ gewoon is te doen, dan betekent dat concurentie. Dan wil men de meerdere zijn, belangrijker gevonden worden, de ander aftroeven, zorgen dat je er persoonlijk beter van wordt. Dan gaat het om het eigen gelijk. Hier onderscheidt de boodschap van Jezus zich van wat men gewoon is. De wijsheid die Jezus ons voorhoudt is: de ander laten voorgaan, omdat hij onze medemens is; elkaar als gelijken tegemoet treden; de rust in onszelf vinden om de ander te respecteren en te zorgen dat hij/zij helemaal tot zijn recht komt. Bidden wij om deze H. Geest. AMEN.