Preken

Zondag 1-11-2020: Allerheiligen/Allerzielen. Overwegingen pastoor Reijnen en Pastor Franssen.

By 1 november 2020No Comments

Kijken in de spiegel van de zaligsprekingen.

Iedere keer als wij de Geloofsbelijdenis bidden, spreken wij ons geloof uit in ‘de gemeenschap van de heiligen’. In deze eerste dagen van november noemen we alle heiligen graag in één adem met al wie ons bijzonder dierbaar blijven, ook al zijn ze gestorven. Dat is heel betekenisvol, immers de gemeenschap van de heiligen dat zijn wij allen. Als je in de brieven van St. Paulus leest of in de ‘Handelingen van de Apostelen’, dan zie je daar dat het woord ‘heiligen’ ook gebruikt wordt, als er gesproken wordt over medechristenen. De stam van het woord ‘heilig’ luidt ‘heil’ en ‘heel’. Daarom hoeven we bij dit woord niet te denken aan ‘heilige boontjes’, toppunt van braafheid en saaiheid. Bij ‘heilig’ gaat het over mensen die naar zichzelf durven kijken in de spiegel van de Zaligsprekingen. Het gaat dan om mensen die door hun woorden en hun gedrag een weldaad zijn voor hun naasten. Die heilzaam tussen hun medemensen in staan en goede dingen bewerken: mensen die er op uit zijn vrede te stichten; die tegenstellingen niet uitvergroten maar proberen ‘heel’ te maken wat er in anderen of in de onderlinge verhoudingen verstoord of gebroken is, mensen die zo met anderen proberen om te gaan dat die ander tot zijn recht komt en niet er onder door gaat door gebrek aan aandacht, respect en waardering.   Bij de geliefde mensen die wij gekend hebben en die ons ontvallen zijn, zullen waarschijnlijk weinigen zijn die regelmatig met hun foto in de krant hebben gestaan of op de TV zijn verschenen. Het zullen vooral gewone mensen zijn geweest zoals U en ik. Ze zijn ons dierbaar geworden om wat ze voor ons hebben betekend. Naast eigenschappen die we in hen hebben gewaardeerd en bewonderd, hebben ze misschien ook eigenaardigheden gehad die we ronduit vervelend vonden en waaraan we ons hebben gestoord. Desondanks hebben we van hen gehouden en denken we aan hen terug met liefde, respect en waardering.
We denken misschien aan hun zorgzaamheid en liefde als echtgenoten, als (groot)ouders  voor kinderen en kleinkinderen, aan hun inzet als vrijwilligers. Kortom: ze hebben hun leven gegeven in 1001 grote en kleine taken met veel inzet en toewijding. Ze hebben niet voor zichzelf geleefd, maar dienstbaar aan hun naasten. Ze krijgen waarschijnlijk geen datum op de kalender tussen de  feesten van de officiële heiligen, maar we durven in gelovig vertrouwen aannemen dat zij ‘geborgenheid’ hebben gevonden bij hun Schepper en bij Jezus, de verrezen Heer.
In de Zaligsprekingen , zoals we die vinden in het 5e hoofdstuk van het Evangelie van Matteus, lezen we dat Jezus gelukkig prijst de ‘armen van geest’, mensen die beseffen dat ze God nodig hebben. Het echte geluk, zegt Jezus, is voor zachtmoedigen, mensen die vriendelijk zijn en voor degenen die er diep in hun hart naar verlangen anderen recht te doen; die proberen te doen wat God wil en dat het allerbelangrijkste vinden. Het echte geluk, zegt Jezus, is voor mensen die niet oordelen, maar blijk geven van mededogen en barmhartigheid in hun omgaan met anderen ; mensen die eerlijk zijn in hun bedoelingen en trachten de vrede te bevorderen. Het echte geluk is voor mensen die verdriet hebben en lijden omdat ze doen wat God wil. Je krijgt het misschien moeilijk omdat je bij Mij hoort, zegt Jezus, dat mensen je uitschelden of allerlei leugens over je vertellen. Als dat gebeurt, maak je dan niet ongerust: de profeten van vroeger hebben ze net zo slecht behandeld.

Heiligen zijn geen mensen geweest zonder fouten, uitglijders en gebreken, maar mensen die regelmatig keken in die spiegel van de Zaligsprekingen, die  gezocht hebben naar een levende relatie met God en meer dan op eigen krachten en talenten durfden vertrouwen op God, zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus en op de hulp van de H. Geest. Zo blijven ze voorbeeld en uitdaging voor ons en onze voorsprekers bij God.  Moge het zo zijn.

Franssen, pastor

********************

ALLERHEILIGEN 2020:

Lezingen: Boek van de Openbaring (Apocalyps) 7, 2-4.9-14; 1e Brief van Johannes 3,1-3; Evangelie volgens Matteüs 5, 1-12a

De viering van Allerheiligen en Allerzielen verdient onze aandacht ondanks dat we niet bij elkaar komen voor hun gedachtenis in onze kerken. De overheidsmaatregelen vragen er immers om, dat we zo min mogelijk ons in groepen verzamelen. De Schriftlezingen zijn echter uitermate bemoedigend; en wat bemoediging kunnen we in deze barre tijden best gebruiken.

De 1e lezing geeft aan waar ons bestaan op uitloopt als we leven zoals het moet; ieder  overeenkomstig de eigen levensroeping, de weg gaande die ieder van ons overeenkomstig zijn/haar mogelijkheden heeft te gaan. Op die manier gedragen we ons overeenkomstig de 1e lezing ‘dienaren van God’ en zijn we zelfs  ‘kinderen van God’ (2e lezing). De 1e lezing geeft in beeldrijke taal aan hoe we er dan uit zullen zien. In witte feestkleding staan we met een ontelbare menigte voor de troon van God terwijl we ‘getekend zijn met het zegel’ dat aangeeft dat we bij God horen. Hoe komen we aan die feestkleding? Die hebben we te danken aan onze band met Jezus Christus, die voor ons zijn leven gegeven heeft. Christenen zijn zich ervan bewust dat het met ons mensen goed afloopt. De opleving van het coronavirus dat ons leven op zijn kop zet, waartegen we ons vrij machteloos kunnen voelen, dat ons angstig en onzeker kan maken, laat het bovenstaande perspectief onverlet. Alle heiligen en al onze dierbare overledenen met wie we het leven hebben gedeeld zijn ons daarin voorgegaan. Hun leven is God zij dank tot voltooiing gekomen. Dat gedenken we op 1 en 2 november.

In de 3e lezing uit d zogenoemde Bergrede van het Matteüsevangelie worden ons een aantal aanwijzingen geven hoe zover te komen. Jezus kende de aanwijzingen uit de Wet van Mozes met zijn 10 Geboden of Woorden. Zij regelden de verhoudingen tussen mensen en God en tussen mensen onderling. Daarin lag de nadruk op de aandacht voor God en gebruiken, die die aandacht levend houden. Bovendien geven de 10 Geboden aan  dat we de integriteit van de medemens en van dien bezit intact  moeten laten: je zult niet doden, niet stelen enz. Jezus gaat nog een stap verder. Hij geeft aan wie nu al op de juiste weg is: zalig of ‘gelukkig zijn de armen van geest’, d.w.z. de mens zonder pretenties, die de voorwaarden aanvaardt waaronder wij bestaan. In coronatijd ervaren we hoe kwetsbaar we zijn, hoe de maakbare wereld zijn grenzen heeft, hoe we niet zomaar de baas zijn op onze aarde, maar er deel van uitmaken, dus getroffen kunnen worden door de uitbraak van een virus waartegen we ons maar moeizaam kunnen verdedigen. We zijn minder machtig dan we denken. Zalig degenen die dat onder ogen zien en erkennen. Zo gaan de Zaligsprekingen verder. Op de goede weg zijn de zachtmoedigen, degenen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, de barmhartigen, de zuiveren van hart, de vredebrengers, degenen die bij vervolgingen standvastig zijn en trouw aan hun geloof. Degenen die overeenkomstig Jezus’ aanwijzingen leven zijn goede mensen. De lezing eindigt met ‘verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel’.

Dat zijn toch bemoedigende woorden ook tijdens deze coronatijd. Ze ondersteunen ons bij onze pogingen ook nu op een goede manier onze weg door het leven te gaan, een weg waarop alle heiligen en alle zielen ons overeenkomstig hun mogelijkheden en beperkingen zijn voorgegaan. Allen maken deel uit van Gods barmhartige liefde waarin zij/wij geborgen zijn.

Pastoor Reijnen.

********************

2020  ALLERZIELENDIENST   OVERWEGING

‘Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan hem denk’, vertelt een weduwe. ‘Bij zijn foto in de huiskamer staat altijd een bloemetje en  een lichtje dat ik af en toe aansteek. Als ik thuiskom, voel ik vaak de leegte, want hij is er immers niet meer. Dan noem ik zijn naam en begin bij zijn foto te vertellen wat ik heb meegemaakt. Ik heb de idee dat me dat helpt. Ik voel dan iets van zijn nabijheid. Ofschoon het al enkele jaren geleden is dat hij overleed, ik mis hem nog iedere dag. Ik durf er nauwelijks nog over te praten, want ik ben bang dat ze gaan denken: daar heb je haar weer. Dus hou ik het maar gezellig, want anders  gaan ze me mijden, maar mijn hart spreekt een andere taal.’ Een verhaal dat bij velen herkenning oproept.

We weten wel dat wij op den duur mankementen gaan vertonen en verslijten, maar als het gaat om mensen waar we zielsveel van houden, dan kost het veel moeite om dat te aanvaarden. De dood haalt hen weg uit ons leven, maar we merken dat liefde en verbondenheid blijven. Zij vormen een band die zelfs de dood niet voorgoed kan verbreken.  Al neemt het aantal mensen toe dat niet gelooft, dat er na dit leven nog iets is, feit is dat de dood ons plaatst voor een groot Mysterie en dat wij aardse mensen ons geen enkele voorstelling kunnen vormen van een hiernamaals. Dit betekent echter niet dat het er niet is en dat geloof in eeuwig leven onzin is. Vrijwel ieder van ons kent de ervaring dat je een partner, je kind,  je ouders of je beste vrienden niet kunt vergeten. Wat er ook gebeurt, hoe oud je ook wordt en al is het afscheid lang geleden: de herinnering aan mensen die je zo lief en dierbaar zijn, draag je mee in je hart zolang als je leeft. Als we ons dit realiseren, kun je je als gelovige afvragen:  Zou dan God die ons uit liefde dit bestaan geschonken heeft en die ons in leven houdt bij alle wel en wee, ons als we dood gaan totaal kunnen vergeten als een blad dat van de boom valt en tot stof vergaat? Hoe zou onze naam uit zijn herinnering kunnen verdwijnen, alsof we nooit hadden bestaan? Wie kan zich dat voorstellen? Ik in ieder geval niet!  De profeet Jesaja zegt – sprekend namens God –  ‘ Al zou een moeder haar kind vergeten, Ik Jahweh, jullie God, vergeet je nooit’. Ook het Boek Wijsheid spreekt in deze geest: ‘De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand. Al werd hun sterven als een ramp beschouwd, ze zijn in vrede. Wie op God vertrouwen, blijven in liefde met Hem verbonden. Genade, barmhartigheid en redding vallen hen ten deel.’

Het Evangelieverhaal van Lucas vertelt hoe Jezus’ kruisdood  keihard heeft toegeslagen bij zijn leerlingen. Vol vertrouwen zijn ze met Hem meegetrokken. Ze geloofden in Hem en zijn Boodschap, ook vanwege al de wondertekens die Hij verrichtte. Nu echter was al hun hoop vervlogen. De twee leerlingen op weg naar Emmaus praten over alles wat er de laatste dagen met Jezus gebeurd is. Hoe kon het toch zo mislopen? Ongemerkt loopt er dan een vreemde met hen mee die vraagt naar hun verhaal. Ze zijn verrast, als Hij de gebeurtenissen waarvan ze vertellen in verband brengt met de woorden van Mozes en de Profeten. Zijn uitleg geeft hen nieuwe hoop en daarom vragen ze: ‘Blijf bij ons!’ Als de vreemde dan aan tafel het brood breekt en met hen deelt, herkennen ze Jezus. Maar Hij verdwijnt uit hun gezicht. Onmiddellijk keren ze naar Jerusalem terug en vertellen de mensen van hun groep wat hen is overkomen. En terwijl zij hun verhaal doen, verschijnt Jezus in hun midden en toont hen de wonden in zijn handen en voeten en herinnert hen aan wat Mozes en de Profeten hebben gezegd  over zijn opstanding op de derde dag. Hij vraagt zijn leerlingen daarvan te getuigen en belooft hen de hulp van de H. Geest.  Ook wij ervaren vaak hulp en troost uit onverwachte hoek: bv. van familie en vrienden die ons helpen de draad van ons leven weer op te pakken of van lotgenoten die hun verhaal met ons delen. We mogen hen zien als tekens van Gods zorg voor ons. Mensen die ons laten voelen: ik ben er voor jou!  Ook al zijn we gelovig, het voorkomt niet dat we tijd nodig hebben om zo’n gemis te verwerken. Dat we vaak heen en weer worden geslingerd tussen hoop en vrees, vertrouwen en twijfel, diepe verlatenheid, dankbaarheid en boosheid. Henri Nouwen (priester – psycholoog) heeft eens geschreven: ‘Sterven kun je beschouwen als een zeilboot die de haven uitvaart, steeds kleiner wordt tot we hem niet meer kunnen zien. We mogen echter vertrouwen dat er aan de andere Oever Iemand staat die deze zeilboot steeds groter ziet worden tot hij uiteindelijk de Nieuwe Haven binnenloopt. Als we durven geloven in God, die op de andere oever verlangend staat uit te kijken om onze dierbare op te nemen in zijn nieuwe Woning, dan zal een glimlach zich mengen met onze tranen’.  Laten wij God danken voor wat onze dierbaren voor ons hebben betekend en Hem bidden dat ze mogen  leven in de veilige Haven van zijn nabijheid en vrede. Voor onszelf vragen wij om meer geloof, hoop en liefde en veel troost en kracht. AMEN.

Pastor Franssen.