Preken

TWEEDE KERSTDAG  MARTELDOOD VAN DIAKEN  STEFANUS

By 26 december 2019 No Comments

Van wie de uitspraak komt weet ik niet, maar ze geeft me wel stof tot nadenken. Ze luidt: ‘ Een samenleving die geen dromen meer heeft verwildert’. In de openingstekst van de viering werd gezegd:Dromen bevrijden mensen….’ Uit ervaring weten wij: mensen die nog durven dromen laten zich niet vastpinnen op de feitelijke situatie. Ze laten zich niet gevangen zetten door wetten en tradities, maar durven geloven dat het ook anders kan dan het feitelijk toegaat. In mensen die zich verantwoordelijk voelen voor anderen: thuis en op het werk leeft hoop. Als we ons werkelijk op anderen betrokken voelen, durven  we ook geloven dat die anderen tot meer in staat zijn dan ze laten zien. Er is dan sprake van vertrouwen en dat roept het beste in een mens wakker. Waar vertrouwen is  bloeien dingen op die je niet voor mogelijk hebt gehouden. Het schept zoiets als een oase in een dorre werkelijkheid. Als Toon Hermans dat gedichtje schrijft over een van zijn kleinkinderen, zegt     hij  dat hij een stukje van de hemel heeft gezien en geproefd. Het is normaal dat grootouders in de ban zijn van hun kleinkinderen, maar Toon laat niet alleen zien dat dit kwetsbare kind hem vertedert, maar ook hooglijk verbaast  en verwondert, alsof hij oog in oog staat met het geheim van de Schepper zelf.

Het Evangelie van deze dag laat ons ook een andere kant van het leven zien waar we onze ogen niet voor mogen sluiten: als je consequent opkomt voor wie weerloos en kwetsbaar zijn, zul je ook onder ogen moeten zien dat er mensen zijn die andere keuzes maken en die zich mogelijk bedreigd voelen. Wetten en tradities maken het leven meer voorspelbaar en gerieflijker. Als je onbekende wegen moet gaan, roept dat vaak angst op, onzekerheid en allerlei ongerief. Velen zijn daar niet van gediend. Dat roept bij hen weerstand op en ongenoegen. Stefanus  – die wij vandaag gedenken – was als diaken aangesteld om de armen in de jonge christengemeente een bijdrage te geven uit de kerkelijke kas. Zo komt hij ook in aanraking met zijn oude geloofsgenoten: Joden uit Egypte en Syrië. Zij beschouwen hem als een afvallige, die het geloof van de voorvaderen heeft losgelaten. Stefanus probeert hen uit te leggen dat Jezus helemaal gepreekt en gehandeld heeft als de grote profeten en dat Hij een man is geweest naar Gods hart. Maar zij hebben daar geen oren naar. Ze zijn zo gechoqueerd dat ze niet naar hem willen luisteren. Gevolg is dat ze hem voorgoed het zwijgen opleggen door hem te stenigen. Dergelijke dingen gebeuren ook in onze dagen, als fanatici niet meer willen communiceren en kiezen voor het plegen van aanslagen. Stefanus echter wordt niet gedreven door fanatisme, haat en angst, maar botst op mensen die hem zien als een vijand van hun vertrouwde  geloof. Dat vinden ze onverdraaglijk en niet te tolereren.
Als Jezus zijn volgelingen op pad stuurt, waarschuwt Hij hen dat ze op felle tegenstand kunnen stuiten. Dat ze bedreigd en gevangen genomen zullen worden. Dat is heel iets anders dan wiegeliedjes zingen bij een kribbe. Vreemd is dat niet, want als je – zoals Jezus –  leert dat je rijk wordt door te delen en weg te geven; dat je een groot mens wordt door je te spiegelen aan de eenvoud en eerlijkheid van kinderen; dat je  – als dat nodig is – risico’s moet durven nemen en vertrouwde patronen moet loslaten, vooral als het gaat om het welzijn van je naaste. Als je beweert dat wetten er zijn om mensen van dienst te zijn en dat niemand slachtoffer mag worden van de Wet, dan zet je de vertrouwde wereld van velen op zijn kop! Dat doe je niet ongestraft . Sommigen voelen zich dan bedreigd in hun positie en aangetast in hun veilige bestaan. Je roept dan weerstand op en vijandigheid. Toch moet je dat riskeren, zegt Jezus, als het welzijn van de zwakkeren in het gedrang komt en er mensen onrecht wordt aangedaan. Maak je dan niet bezorgd over de manier waarop je je kunt verdedigen. Hij zegt:’ Wat je in zo’n situatie kunt zeggen of doen word je ingegeven door de H. Geest die uitgaat van de Vader’.  De mensen die deze viering hebben voorbereid hebben als thema gekozen:  ‘Kerst, teken van hoop’. Wat maakt Kerstmis voor ons tot een teken van hoop? Wat verwachten wij   van  dit feest? Waar hopen wij op? Gaat het levensverhaal van dit Kind het kompas worden voor ons doen en laten? Durven wij vertrouwen dat Jezus werkelijk met ons meegaat als wij zijn weg proberen te gaan?  Als we zijn levensverhaal lezen wordt duidelijk dat Hij niet gekozen heeft voor een comfortabel leven en de weg van de minste weerstand. Regelmatig horen wij dat Jezus zich in eenzaamheid terugtrekt om te bidden. Hij zoekt contact met God om te verstaan wat Deze van Hem verwacht. Is dat ook niet de weg die wij moeten gaan om te verstaan wat er in het concrete leven van ons gevraagd wordt?  Maar hoe doen we dat feitelijk? Hoe geven wij daar vorm aan ? Welke is de hoop die Kerstmis ons geeft? Hadden wij gedacht dat het enkel vakantie was en krijgen we toch weer huiswerk?

ZALIG KERSTMIS!