beschouwingen

Meneer pastoor schrijft ………………………

By 18 oktober 2019 No Comments

DE ‘HEMELSE’ MENS.

Wat moeten we daarmee? In een vorig artikel in onze parochiebladen en –sites werd toch duidelijk gezegd, dat we van déze aarde zijn; dat we in déze tijd leven en in déze omstandigheden. Wat moeten we dan met de uitdrukking van bijvoorbeeld de brief aan de christenen van het, tegenwoordig Turkse, Kolosse dat we ‘hemelse mensen’ zouden moeten/kunnen zijn? Willen we dat wel? Is het niet in strijd met wat eerder werd gezegd? Haalt het ons niet uit onze concentratie ons geluk híer te zoeken en verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van déze aarde op ons te nemen? De opmerking van Paulus’ brief betekent een relativering van het hier-en-nu- alles-uit- de-kast-moeten-halen om gelukkig te zijn. Maar naast de ervaringen van geluk en ons thuis voelen in het leven hebben we ook ervaringen van pech, van leed, van twijfel, ban beperktheid, van eindigheid. Die veroorzaken twijfel, onzekerheid, leed, soms wanhoop. Als je dan alle kaarten op ‘het aardse’ hebt gezet lijkt het leven je uit de vingers te glippen. De verzuchting ‘mijn God’ kom dan spontaan naar voren uit de grond van ons bestaan.  De Goede Tijding (Evangelie) van Jezus leert ons, dat naast het gevoel ‘God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten’ er een ‘gebed, in ons kan ontstaan, ‘niet mijn wil, maar uw wil geschiede’. Het is een zich toevertrouwen aan een Werkelijkheid die groter is dan wij zelf en ons  ten goede leidt bij alles wat ons overkomt. Degene die dat doet is ‘een hemelse mens’. Ik denk dat veel gelovige mensen zo zijn gestorven. In dat vertrouwen vieren we ook Allerheiligen en Allerzielen van onze dierbaren, die ons zijn voorgegaan in leven en dood.  We vertrouwen erop dat ze hun bestemming hebben  bereikt en goed af zijn. A. Reijnen.

IK WAAG HET EROP. (Bericht voor jongeren en ouderen)

Ik waag het erop aan jongeren de suggestie te doen zich voor de toekomst in te zetten voor de waarden van het Evangelie. Ik zie de lezers van dit stukje al wat meewarig glimlachen. Waar komt onze pastoor nu mee aan? Dat is toch helemaal niet meer van deze tijd. Dat moge zo zijn, maar, terwijl ik hoop dat u doorleest, durf ik het aan om te zeggen, dat als iedereen doet wat in de geest van de tijd past, dat het dan een knotssaaie boel wordt: iedereen denkt en doet dan hetzelfde; we menen vrij te zijn, maar zitten gevangen in zogenoemde ‘geest van de tijd’. Gelukkig zijn er altijd mensen, die anders denken en willen en daarin hún vrijheid beleven. Zo, naar ik hoop, degenen, die -enigszins tegendraads t.a.v. de opvattingen van deze tijd- zich verdiepen in de aanwijzingen van het Evangelie. Als het goed is vinden ze daar een gids voor een zinvol leven rond kernwaarden als erkenning van een liefdevolle God en liefde voor de medemens. En geloof me, het is de moeite waard om daar je leven voor in te zetten. Ik spreek uit ondervinding, ook in deze tijd. Een paar mogelijkheden daartoe zijn de kerkelijke ambten van priester, diaken en pastoraal werkende. Je kunt zelfs de steun van een gemeenschapsleven zoeken in den kloosterorde. Dat vraagt weliswaar de nodige studie en voorbereiding, maar de meeste jongeren volgen ‘so wie so’ al een vervolgopleiding. Er valt in elk geval over de geschiktheid ervan te praten. Jullie pastoor kan je daaromtrent meer inlichtingen verschaffen.  A. Reijnen pastoor

MOOI OM TE ERVAREN.

In het Zorgoverleg van onze cluster Morgenster hadden we het tijdens onze vergadering van 14 oktober  over ‘eenzaamheid’, een onderwerp dat momenteel veel belangstelling krijgt. Het is immers een verschijnsel, dat zich hoe langer hoe meer voordoet in onze ingewikkelde samenleving. Zoals u kunt begrijpen heeft een Zorgoverleg daar ‘zorg’ over. Maar dan is het toch prachtig en ook ontroerend als er voorbeelden worden aangehaald van mensen in onze dorpen, die zich klaarblijkelijk innerlijk geroepen voelen om zich het lot aan te trekken van mensen die zorg nodig hebben: zieken, gehandicapten en eenzamen. Zulke ‘zorgverleners’ doen dat onopvallend, bescheiden, onbaatzuchtig maar niettemin effectief. Ik denk, dat het ons tot dankbaarheid mag stemmen dat er in een tijd van de op- zichzelf- gerichte mens, nog (zoveel) mensen zijn die zich ontfermen over degenen, die zorg en aandacht nodig hebben. De mentaliteit die daarvoor nodig is kunnen we proberen zo goed mogelijk te bevorderen bij jong en oud. Overigens blijft het een punt van zorg hoe degenen te benaderen die hun  huis niet (meer) uitkomen en zich afsluiten voor (alle) hulp. Ze lopen gevaar zich op te sluiten in eenzaamheid. Dat is erg jammer. A. Reijnen, pastoor