beschouwingen

Meneer pastoor schrijft …….

By 25 juli 2019 No Comments

‘IK DENK VAAK TERUG AAN VROEGER’, zei de man….

‘Dag Pater’, ‘pastoor bedoel ik’, verbetert hij zich onmiddellijk. ‘Ja, ik denk vaak terug aan vroeger’. Toen spraken we u aan met ‘pater’. De man die dat zegt is, in mijn ogen, zo oud nog niet. Hij zal tegen de vijftig lopen, maar evengoed praat hij al van ‘vroeger’. Ik maak hem duidelijk dat ik zowel naar het woord ‘pater’ luister, maar ook naar het woord ‘pastoor’ en naar het woord ‘meneer’. Het hangt van de situatie af hoe ik word aangesproken. Maar terug naar het onderwerp. Over ‘vroeger’ heeft men het vaker. ‘Dat waren nog eens tijden’…… wordt gezegd. Ga je daar wat nader op in dan hoor je dat het leven vroeger overzichtelijker was; dat men duidelijker wist waar men aan toe was; dat (bijna) iedereen er gelijke waarden en normen op na hield; dat men zijn grenzen kende; dat ‘er nog gezag’ was; dat men tijd en aandacht had voor elkaar. Als je dan vraagt: zou je terug willen naar het welvaartspeil van vroeger dan krijg je als antwoord ‘toch liever niet. Ik heb een goed salaris. Ik kan me heel wat meer permitteren dan mijn ouders, die helemaal leefden voor hun (grote) gezinnen en er niet aan dachten op vakantie  te gaan.  Inderdaad, onze welvaart is aanzienlijk gestegen, onze ruimte van denken en leven daarmee ook. We zijn, in vergelijking met vroeger, veel  uitgebreider geïnformeerd over wat er in de wereld gebeurt; we kunnen gemakkelijker in contact komen met anderen. We hoeven m.a.w. het verleden niet te idealiseren. Van de andere kant mogen we ons wel de vraag stellen in hoeverre we (ook) tegenwoordig eerder ‘worden geleefd’ dan dat we ‘van binnenuit leven’. Hebben we het niet te druk om betrokkenheid te zijn op elkaar? In het Evangelie van Marcus staat een woord van Jezus dat (ook) in onze tijd te denken geeft: ‘Wat baat het de mens als hij heel de wereld wint maar zichzelf schade toebrengt, het (echte) leven erbij inschiet’ (hst. 8 ,36)?’ En dat er nogal wat schade is merken psychiaters en GGZ-mensen. Ze ervaren, dat veel mensen ‘worden geleefd’. En is agressief gedrag ook niet ‘vaak een uiting van ‘overspannen’ leven?  Dat geeft te denken.  A. Reijnen, pastoor

AANDACHT VOOR ‘MATIGHEID’.

In een publicatie  over de achtergronden van seksueel misbruik en intimidatie en hoe met deze verschijnselen moet worden omgegaan, is (hernieuwde) aandacht voor een oude deugd, die van de ‘matigheid’. Daarbij wordt erop gewezen dat die matigheid geldt voor meerdere terreinen van ons bestaan. Heleen Zorgdrager (Amsterdam) meent, dat we niet weten hoe ons te verhouden tot onze verlangens/instincten op het gebied van de seksualiteit , maar ook van eten en drinken, van erkenning, van macht, van geld en welstand. De vraag is hoe we een leven van evenwicht en matiging kunnen leiden zodat  het ingaan op onze verlangens/ instincten werkelijk bijdraagt aan ons menselijk welzijn. Je zou het misschien in onze tijd niet verwachten, maar met anderen is zij overtuigd dat gebed, rituelen, praktische oefeningen bij evenwicht en matiging behulpzaam kunnen zijn. Zij leiden af van het ‘Ik’ en ‘maken het bewustzijn open voor  de ander/Ander. Het verlangen naar bezitten en heersen wordt in regie genomen,  misbruiken worden tegengegaan.  De matigheid behoort tot de 4 deugden die een scharnierfunctie hebben m.b.t andere deugden. Het zijn naast ‘matigheid’ ook ‘voorzichtigheid’, ‘rechtvaardigheid’ en ‘sterkte’. De matigheid wordt omschreven als ‘de deugd die de aantrekkingskracht van de genoegens tempert en evenwicht brengt in het gebruik van de geschapen goederen. Ze verzekert de beheersing van de wil over de instincten en houdt de verlangens binnen de grenzen van de betamelijkheid’ .Dat valt te lezen in de katechismus van de katholieke kerk uit 1995. De matigheid helpt om goede mensen te zijn me respect voor elkaar en voor de integriteit van elkaars lijf en goed.  A. R.

WEER AAN DE SLAG.

Enige tijd vakantie, vrij van werk en van het ritme van alledag, hebben ongeveer alle werkenden. Na een (hopelijk) ontspannen vakantie gaan ze weer met frisse moed aan de slag. Ze leveren door hun werk een bijdrage aan onze welvaart, aan onze vorming of aan ons menselijk welzijn. Ze verdienen een salaris maar ook respect voor hun inzet. Toch valt ook te lezen dat tussen de 20 en 25 % van degenen, die vakantiegeld ontvangen, het niet (kunnen) besteden aan vakantie.  Ze moeten het uitgeven aan de betaling van hun schulden of aan de koop van noodzakelijke goederen. Hopelijk vinden ze toch ook enige ruimte voor ontspanning. Ook zij moeten immers na hun  ‘vakantie’ weer aan de slag. Onze kerkbesturen wensen iedereen, die na de ‘vakantie’ weer aan de slag gaat, een goed en zegenrijk jaar voor henzelf en voor wat betreft hun bijdrage aan het welzijn van de samenleving. AR

WERKEN AAN EEN BELEIDSPLAN.

Waar moet het met onze parochies naartoe? Waartoe dienen ze? Wat zoeken en vinden  gelovigen er aan en wat mogen parochianen van elkaar verwachten? Waar moet een beleidsplan de nadruk op leggen om het parochieleven overeind te houden en te verlevendigen? Een groepje parochianen van de parochies van Morgenster buigt zich over bovenstaande vragen en hoopt voor het einde van dit kalenderjaar een ontwerp klaar te hebben, dat aan de cluster Morgenster en de parochies voorgelegd kan worden. We zijn daarbij enigermate afhankelijk van wat er in bisdom en dekenaat gebeurt, welke ontwikkelingen er plaats vinden in het pastoresbestand. Het idee dat onze paus Franciscus benadrukt is dat de kerk, als eigendom van onze Heer, gevormd wordt door heel het volk van God, samen onderweg. In iedere gelovige en in de gemeenschap als geheel leeft Gods Geest. Ieder gelovige heeft recht gehoord en gezien te worden. Iedere gelovige heeft eigen talenten die een bijdrage kunnen  leveren aan de opbouw van het geheel. Dat vraagt van de kerkelijke leiding het vermogen tot luisteren, tot aan het woord laten komen, tot onderscheiding van de geesten, tot ondersteuning van ieders talenten. Het vraagt van de gelovigen de bereidheid de geloofsgemeenschap naar talent en vermogen van dienst te zijn, deel te nemen aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het geheel. Werken aan een beleidsplan betekent werken aan de vormgeving van bovenstaande visie, de paus Franciscus na aan het hart ligt. De vraag ligt op tafel hoe we ons geloven samen moeten vieren en hoe vaak? Hoe we in gesprek en samenkomst ons geloof naar voren kunnen brengen en verdiepen? Hoe we oog krijgen voor  elkaars behoeften en elkaar  behulpzaam kunnen zijn?  Hoe we de band met elkaar als ‘Gods familie’ waar we van op aan kunnen sterker maken? Dat hebben we allemaal nodig bij het onderweg zijn ‘samen als Gods volk’. A. Reijnen, pastoor

PATER REVERMANN PLOTSELING GESTORVEN.

Dat was een consternatie woensdag 17 juli in ons klooster in Wittem: pater Paul Revermann, Duitse medebroeder, die zich het Nederlands op een voortreffelijke manier had eigen gemaakt, plotseling in elkaar gezakt  en overleden, hartstilstand werd geconstateerd. Langzaam begon het gemis voor de pastoraal in Wittem door te dringen. Pater Revermann was vooranger in de vieringen, predikant, vaak organist, gezocht voor gesprekken in spreekkamer en voor biechtgesprekken. Zo ndig vervanger in onze praochies.  Hij leidde in het klooster een wat stil  en teruggetrokken leven, maar was de aanwezige  voor wie hem nodig hadden. ‘Wittem’ en omgeving is hem grote dak verschuldigd. Dat werd ook duidelijk in de goed bezochte avondwake op dinsdagavond 23 juli en tijdens zij  uitvaart in Bonn op 24 juli, j.l. Moge hij in God de vrede vinden waarnaar hij heeft uitgezien. Namens de parochies Wahlwiller, Nijswiller en Eys. A. Reijnen, pastoor