beschouwingen

Gedachten emeritus pastoor Reijnen vooruitlopend op het parochieblad november:.

By 14 oktober 2022oktober 23rd, 2022No Comments

KUNNEN WE HET DOEN MET MINDER?

Langzamerhand lijkt het tot ons door te dringen, dat we ‘het met minder moeten gaan doen’. Maar dat is voor de duivel niet gemakkelijk. We willen er maar moeilijk aan. We waren/zijn het goed, heel goed, gewend. De meesten leefden in welvaart. We waren/zijn – als we eerlijk zijn- verwend, zeker vergeleken met anderen op onze aardbodem. Maar de covid-pandemie en de oorlog in Oekraïne hebben achter onze gebruikelijke manier van leven een groot vraagteken gezet. Het dagblad Trouw is een serie artikelen gestart. Het laatste, dat van 17 oktober, droeg als titel ‘Leven met genoeg’. Canadese wetenschappers hebben wat we verbruiken aan eten, spullen, energie omgerekend naar het ‘grondgebruik’. Daaruit blijkt dat ieder van ons in onze welvaart gemiddeld, de opbrengst van 5,7 hectare van onze aarde per jaar verbruikt. Het gemiddelde verbruik op aarde is 2,6 hectare. Wij staan op de 6e plaats van landen die de planetaire grenzen het meest overschrijden. Eerlijk gezegd horen we dit soort dingen niet graag. Ons wordt een veel te groot verbruik verweten. Het liefst zouden we ons leven voortzetten van vóór de covid-pandemie met alle welvaart van toen.  Het liefst zouden we niet geconfronteerd worden met oorlogen, vluchtelingenstromen, armoede en klimaatproblemen. Maar de werkelijkheid  van nu vraagt van ons, individueel en collectief

na te denken over hoe verder. We zijn wereldwijd kwetsbaar gebleken (Covid-pandemie). We kunnen slachtoffer zijn van geweld en oorlog  (Oekraïne). We blijken verantwoordelijk voor elkaar. Het valt niet mee. En Toch:  Het zou wel eens kunnen zijn dat als we het kunnen opbrengen te leven met genoeg  we er ook innerlijk vrijer, rijker en fitter van worden . Ook  kunnen we er de levenskansen van minderbedeelden door vergroten. Het is de weg van het Evangelie, ook al zouden we het niet willen weten.

Emeritus-pastoor  A. Reijnen.   

ZORG

Er gebeurt veel goeds door mensen die liefdevol samenleven en zorgen voor elkaar in klein en groot verband. Waarachtig leven samen is van groot belang ook voor ieder van ons individueel. We zijn immers sociale wezens. Het betekent ook dat we samen door de crises heen moeten die ons overkomen, maar die de mens ook zelf kan veroorzaken.

Over het algemeen leggen we de verantwoordelijkheid voor het goed omgaan van de crises bij onszelf. Maar we verwachten daarbij ook veel, soms wellicht teveel, van onze overheid.

De laatste tijd wordt regelmatig aandacht gevraagd voor de jeugd tussen 13 en 25 jaar waarvan groot deel te maken heeft met depressies en gevoelens van eenzaamheid. Dat is m.i. verontrustend. De coronaepidemie wordt aangewezen als een van de oorzaken. Zij was een grote belemmering bij het elkaar kunnen ontmoeten op scholen en in verenigingen. Maar ook verschijnen minder gunstige berichten over thuissituaties van jongeren. Er zou te weinig echte aandacht voor hen zijn, te weinig gesprekke; er zouden hen te weinig handvatten geboden worden. Er zou te weinig ruimte-gevend maar ook te weinig sturend draagvlak zijn.  Dat stelt ons voor de vraag: Hoe gaan we als samenleving met onze jeugd om? Hoe zouden we, bijvoorbeeld, hun weerstand tegen tegenvallers, die ons – en dus ook hen- in het leven overkomen, kunnen versterken? Gelukkig  denkt men bij een mogelijk nieuwe coronagolf  niet onmiddellijk aan schoolsluiting. Jeugdigen kunnen elkaar dan gewoon blijven ontmoeten. Maar dat heft de noodzaak van een goed draagvlak thuis op school, in verenigingsverband en samenleving niet op. Ouders, leerkrachten en verenigingsbesturen doen heel vaak hun uiterste best. Maar aandacht en hulp vanuit (een goed geestesklimaat in)de samenleving lijken belangrijk te kunnen zijn?

Ik schrijf dit artikeltje voor onze parochiebladen en websites-  bedoeld voor iedereen die het lezen wil maar vooral ook voor alle medechristenen. We kunnen geraakt worden door allerlei crises, maar ook door de jongerenproblematiek. Het Tweede Vaticaans Concilie wijst er ons op, dat ‘Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van armen en van hen die hoe dan ook te lijden hebben, zijn evenzeer de hoop, het verdriet en de angst van de leerlingen van Christus: er is niets onder mensen te vinden, dat geen weerklank vindt in hun hart’. (Pastorale Constitutie ‘Vreugde en hoop’ (Gaudium et spes n 1). Christenen leven samen met anderen van verschillende godsdiensten en levensbeschouwing.  Nood van mensen zoals energiecrisis, milieuproblematiek, angst voor oorlog, maar ook jongerenproblematiek nodigen ons uit tot meedenken en waar mogelijk meedoen.

Emeritus-pastoor Reijnen. 

WAAR ZOUDEN WE HET MET JONGEREN OVER KUNNEN HEBBEN?

Paus Franciscus brengt op een idee door zijn catechese tijdens de algemene audiëntie van 12 oktober. De paus is bezig met een serie over ‘de onderscheiding van de geesten’. Hoe kom je erachter wat goed voor je is en waar? Hij wijst tijdens zijn ontvangst  op 12 oktober over. Onze verlangens zijn vaak van verschillende aard, van een goede maaltijd t/m een gelukkig en zinvol leven. De paus vat al die verlangens samen: het verlangen is een soort ‘heimwee naar volheid, dat nooit volledige bevrediging vindt en,  als gelovige zegt hij, is het een teken van de aanwezigheid van God in ons’. Het verlangen is niet beperkt tot een ogenblik. Het gaat op een of andere manier verder. De paus noemt het een ‘kompas’. Het verlangen geeft het leven richting.

Mij lijkt dat we het met onze jongeren zouden kunnen hebben over ‘waar zij naar verlangen’. Waar zien ze naar uit?. De volgende vraag die we zouden kunnen stellen is: hoe jongeren hun diepere verlangen om iemand van betekenis te worden willen verwerkelijken? Wil je dat de vervulling van je verlangens je in de schoot geworpen wordt en wat zie je als je eigen opgave, je eigen verantwoordelijkheid?

De paus meent: ‘Het verlangen maakt je sterk, maakt je moedig, doet je verder gaan omdat je wil bereiken wat je verlangt’. Hij kent veel waarde toe aan wat men zelf wil, aan de eigen inzet. Natuurlijk is daarbij de vraag hoe daarbij geholpen kan worden?

Paus Franciscus wijst daarbij op de herhaalde vraag van Jezus in het Evangelie: ‘wil je genezen worden?’; ‘wil je gezond worden?’; ‘wat wil je dat ik voor je doe’. Hij spoort daarbij aan niet te klagen, niet over wat anderen niet of te weinig doen; maar ook niet over het eigen tekort schieten. ‘Wanneer jullie klagen, wees dan waakzaam, want het is bijna een zonde, omdat het ’t verlangen niet doet toenemen’, maar eerder je verlamt. ‘We moeten waakzaam zijn het verlangen niet te verdorren’. Maar ‘neem ook de tijd om rustig na te denken bij de duizenden voorstellen, projecten, mogelijkheden waarmee we bekogeld worden en die niet toelaten kalm in te schatten wat we echt willen’.

Tenslotte het standpunt van de gelovige paus Franciscus: God heeft een groot verlangen ons deelachtig te maken aan zijn volheid van leven’.

Misschien dat het bovenstaande inspiratie kan bieden om in gesprek te gaan met onze jongeren. Nog altijd geldt ’onze jeugd heeft de toekomst’. Daar kan niet genoeg aandacht voor zijn. (Gepubliceerd in Kerknet,be; 12 oktober 2022).

Emeritus-pastoor  Reijnen.