Preken

Dialectmis zaterdag 15-2 en zondag 16-2: 6e zondag door het jaar.

By 17 februari 2020 No Comments

UVVERWÉAGING DIALECTMIS EYS 15 FEBRUARI 2020 (t.g.v. Carnaval)

Ich kan mich als kink neet herinnere dat ver carnaval koste vieëre. Tusje 1940 en 1945 woar ’t kreeg.’t Leave, doe de Duutsje de baas hie woare, woar d’r neet noa om vuel sjpass te make. Duutsje sjuldoate trokke troepsgewies uever de Kapllerlaan in Remunj wo ver doe woonde. Mansluuj woare opgepak en mitgenoame noa Duutsjland om doa in de kreegsindustrie te werke. Doezende luuj woare weggeveurd gelukkig neet Duutschland in mè noa Groninge en Friesland.

Mè dees weak stong eng sjtuk in de limburgse gezet (of tziedong) mit  ut berich, dat op eng sjoeël in Gebrook ee kwartetsjpIel gesjtart woerd dat d’r naam  ‘RAM VRIE’ druegt. ’t Woar bedoeld om vuural  de jeug bie te bringe, dat viër in ‘t Zuuje in neugentiën 44 en gans Nederland vanaaf mei 45 werrum zelf koste goa oetmake wat ver welle dinke en doa.

De vroag is èvel:  Vuer wát zund ver eegentlich vrie? Zund ver vrie om mekaar ’t leave zoer te make? Om mekaar d’r duvel te doa zieë? Zund ver ram vrie, om oze weareld te versjangelere? Vuer wat zund ver egentlich vrie. Oze Biebel is doaúever dudelik, tunks mich.

In de iëste leazing stong:
‘Went d’r wilt . kint d’r leave noa de regele van oze Herrgott. Heë hat ginge opgedrage zich te misdrage en ziëker ginge toesjtimming gegeëve um versjrikkelijke dinge te doë.
In de tweide leazing wead dat noch get aagevuld. Os wead gevrog om rechtveardig te zië, iërlik, enge angere miensch mit respék aa te kieke en um te goa, iërlijk te zin in wat ver zage en dunt. Luuj moeate va  op aa kinne went ver joa of nèe zage.

Is ’t os doamit verboa om sjpass te make met der carnaval??? Gaar oets neet, es ver luuj biejenee bringe, same sjpass make, same enge of ee paar (mè neet te vuël) op de lamp sjudde, oos fantasie loate goa uever os carnavalskleiaasj, uever wat ver mit der carnaval wille oetbeelde.  Dat is joa get goods. D’r Herrgott mot toch zelf sjpass han wenn Hea zoget zuut. Dat is vuer de luuj die aa carnaval mitdunt eng maneer va ‘same-leave’.

Doanoa kunt wel wiër  d’r tied vuër bezinning. Ver kinne joa neet ummer sjpass han. Lles hat zinge tied. Ver leave och same es ’t luuj in ’t durp minder good geet. Vuër kommende tied eavel wunsj ich os allenuij, groeëte en kleg össkes enge sjunne carnaval.    AR

Zondag 16-2: Lezingen: Jezus Sirach 15, 15-20; 1 Korintiërs 2, 6-10; Matteüs 5, 17-37

We leven dit jaar al 75 jaar in de gelukkig omstandigheid dat we vrij zijn. Vanaf 12 september 1944 werd in korte tijd Zuid Limburg bevrijd, daarna het zuiden beneden de grote rivieren en in het voorjaar 1945 tot begin mei de rest van Nederland. W konden weer onze manier van  leven zelf bepalen en werken aan de wederopbouw van ons land en de uitbouw van een nu grotendeels welvarende samenleving. Er is zelfs afgelopen vrijdag een kwartetspel gelanceerd ‘Ram vrie’ genoemd om de jeugd bij te brengen wat bevrijding en vrijheid betekenen.
Maar waartoe is –volgens de Joods-Christelijke traditie een mens eigenlijk vrij? We lazen zojuist uit het Boek Jezus Sirach, een van de Wijsheidsboeken uit het zogenoemde Oude Testament. Het gaat door voor een verzameling uitspraken van een grootvader, door zijn kleinzoon opgetekend. Aan de tekst, die we gehoord hebben gaat een zin vooraf die van belang is, om te begrijpen waar het in de rest om draait: ‘De Heer heeft in den beginne de mens geschapen en hem zijn eigen beslissingsbevoegdheid gelaten’.  Dat wil zeggen, dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor wat we doen, voor de manier waarmee we omgaan met onszelf, met onze medemens en met de schepping, die ons is toevertrouwd. Daarbij wijzen Gods geboden ons de weg om het goede te doen. Immers zoals de tekst zegt:

‘Hij (de Heer) heeft niemand bevolen te zondigen en niemand verlof gegeven om kwaad te doen.
De tekst uit het Evangelie van Matteüs legt uit hoe Jezus, mens geworden Woord van God’, de aanwijzingen uitlegt: Datgene wat de mensen al is aangeraden om aan goeds te doen, komt hij, door zijn manier van leven, tot werkelijkheid brengen. Hij geeft de diepere betekenis aan van de zogenoemde Tien Geboden uit de Wet van Mozes. Was in die geboden nog van een  minimumgrens sprake: Je zult níet stelen, níet doden, het bezit van een ander of zijn/haar  integriteit níet aantasten.  Jezus geeft in het Evangelie van Matteüs aan dat het gaat om een pósitieve instelling ten. Het gaat niet alleen om ‘niet doden’ maar om respect voor de ander, om begrip, om tegemoetkoming, om vergeving. Ik moet niet mijn ergernis op de ander uitkuren. Niet mijn boosheid  moet mijn manier van omgang met mijn medemens bepalen.  We kunnen immers wel kwaad op iemand zijn, maar we kennen niet de achtergronden van zijn/haar handelen. Wie weet is, bijvoorbeeld, de crimineel in zijn jeugd zoveel tekort gekomen aan liefde, geborgenheid en aandacht, dat hij zich niet in positieve zin heeft kunnen ontplooien. Het eindoordeel over een ander is niet aan ons, Nog een ander voorbeeld:  ons geloof en onze vroomheid moeten echt zijn, voortkomend uit een diepe eerbied voor het mysterie van de liefhebbende God, dat ons te boven gaat en toch ook zo diep in ons verankerd is, omdat wij ‘gemaakt zijn naar zijn beeld en gelijkenis’.. Van ons geloof en van onze vroomheid moeten we geen show maken met de bedoeling door anderen gezien te worden. Onze vroomheid dient, wil ze echt zijn,  in overeenstemming te zijn met onze levenspraktijk, met vergeving, met verzoening, met hulpvaardigheid.  Echte vroomheid en haat of onverzoenlijkheid passen niet bij elkaar; passen niet bij God en ook niet bij degenen, die Hem en In Jezus Christus geloven.

Teksten als het ’uitrukken van het oog’ of het ‘afhakken van de hand’ zijn oosterse manieren van uitdrukken. Ze moeten niet zozeer letterlijk worden verstaan, maar naar hun achtergrond, namelijk het bestrijden van hebzucht t.a.v. medemens en t.a.v hetgeen de ander bezit.

We zijn dus vrij, bevrijd, ‘ram vrie’ om het goede te doen, omdat het doen van het goede zin geeft aan ons leven en in overeenstemming is met Gods bedoelingen met ons. AR