beschouwingen

BEZINNING OP VEERTIGDAGENTIJD (8)

By 16 maart 2021No Comments

Bezinning dinsdag 16 maart 2021

Lezingen:  Ezechiël 47, 1-9.12 en Johannes 5, 1-3a.5-16
Zoek een stil moment en lees en herlees beide lezingen en laat de inhoud langzaam tot u doordringen.

Samenvatting Ezechiël 47, 1-9.12
De engel van de Heer bracht Ezechiël naar het begin van de bron bij de ingang van de tempel. De engel leidde hem naar de plaats waar de rivier, die allengs steeds groter werd,  uitmondt in de Zoutzee. Overal waar de rivier stroomt, zullen de waterdieren in leven kunnen blijven.
Er zal heel veel vis zijn, want overal waar de rivier komt, zal het water drinkbaar worden, en zal alles in leven blijven. Overal waar de rivier komt, zal het water drinkbaar worden, en zal alles in leven blijven.  De vruchten zullen dienen als voedsel en de bladeren als geneesmiddel.”

Samenvatting Johannes 5, 1-3a.5-16 (3b en 4 toegevoegd)
Omdat er een feest van de joden was, ging Jezus naar Jeruzalem naar een badinrichting Bethesda (=huis van medelijden) geheten. In die gangen lag altijd een groot aantal gebrekkigen (3b) en verlamden, die het moment waarop het water in beweging kwam afwachtten. (4) Want op een bepaald moment daalde een engel van de Heer in het bad en bracht het water in beweging, en wie het eerst in het bad was zodra het water was gaan bewegen, werd gezond, wat voor ziekten hij ook had.

Nu was daar een man, van wie Jezus wist dat die al achtendertig jaar lang gebrekkig was en vroeg hem of hij gezond wilde worden. In plaats met “Ja” te  antwoorden klaagde de man dat er niemand was die hem op tijd in het bad kon brengen en dus altijd te laat was omdat iemand anders vóór hem het bad afdaalde. Waarop Jezus zei: “Sta op, neem je bed op en loop” waarop de man op slag gezond werd, zijn bed opnam en vertrok. De Joden verweten de man dat hij zijn bed droeg op de Sabbat. De man antwoordde: “Die mij gezond heeft gemaakt, Die heeft mij gezegd: Neem je bed op en loop!”. De Joden vroegen wie was, maar de genezene wist het niet, want Jezus had zich ongemerkt teruggetrokken. Later trof Jezus hem in de tempel en sprak tot hem: “Zie, je bent nu genezen. Zondig niet meer, opdat je niets ergers overkomt.” De man ging heen en vertelde aan de joden dat het Jezus was die hem genezen had. Omdat Jezus dergelijke dingen op sabbat deed begonnen de Joden Hem te vervolgen.

Vragen:

  • Welke eigenschappen hebben de wateren gemeen?
  • Welke zonde zou de genezene hebben begaan toen Jezus zei: “zondig niet meer, opdat je niets ergers overkomt”?
  • Wat zou Jezus hebben bedoeld met: “…opdat je niets ergers overkomt”.?
  • Waarom zou de genezene de Joden hebben verteld dat het Jezus was die hem had genezen.

Naschrift:

“In deze tijd van bekering hernieuwen wij ons geloof, putten wij het “levende water” van de hoop en ontvangen wij met een open hart de liefde van God, die ons verandert in broeders en zusters in Christus”, aldus de paus in zijn boodschap voor de veertigdagentijd.
MJ