Preken

21-3-2021: 5e zondag van de veertigdagentijd (B 2021)

By 21 maart 2021No Comments

Lezingen: Jeremia 31, 31-34; Hebreeën 5, 7-9; Johannes 12, 20-33

Het is van groot belang, beste mensen, om in tijden van nood en tegenslag, de moed erin te houden.  We maken dat momenteel zelf mee nu een derde coronagolf dreigt. Bij personeel in de zorgpersoneel is de rek eruit, meldt het nieuws. Het loopt op zijn tandvlees, wordt gezegd. Bij de overige medeburgers zorgen de overheidsbeperkingen voor de nodige stress. Men wil zijn vrijheid terug of wat men daaronder tegenwoordig verstaat: geen belemmeringen aan onze bewegingsvrijheid, onze samenkomsten, onze fysieke contacten. Mentaal en psychisch raken veel mensen toe aan hun grenzen. Ondernemers met geen of weinig inkomsten raken hoe langer hoe meer gefrustreerd. De vraag naar versoepeling van de maatregelen worden steeds sterker. Men wil perspectief. De regering is verdeeld. Waar halen we de kracht vandaan om vol te houden?

‘Waar halen we de kracht vandaan’. Het was ook de vraag, die de ballingen in Babylonië bezig hield. Het was een vraag, die Jezus en zijn leerlingen bezig hield. De eerste lezing antwoordt aan het volk in ballingschap. Jeremia heeft een boodschap van hoop. Hij zegt: ‘we hebben te maken met een mensgetrouwe God, die altijd bereid is het verbond met zijn mensen te vernieuwen ook zijn ze hem ontrouw. Het antwoord in de tekst uit het Evangelie van Johannes is daarentegen confronterend. Maar we kunnen niet om de tekst heen zoals die er staat. Eerst slaat die op Jezus, de Mensenzoon zelf: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort’. (Aad de Haas heeft in zijn kruiswegstaties in de kerk van Wahlwiller de lijkwade waarin Jezus Christus begraven wordt de vorm gegeven van een graankorrel).

Verrassend is, dat Johannes die uitspraak in verband brengt met de verheerlijking, het perspectief van Jezus.  Door zijn dood heen komt Jezus tot zijn verheerlijking. Vervolgens wordt de uitspraak algemener: ‘wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwig leven.

  1. Houden we voor ogen dat ‘wereld’ bij Johannes vaak een negatieve betekenis heeft in de zin van ‘wat niet overeenstemt met Gods bedoelingen, of wat van God is afgekeerd’, het kwaad dus. Een leven dat zich richt op die ‘wereld’ moet je -sterk uitgedrukt- ‘haten’

De noodzaak het leven te verliezen slaat op Jezus en op ons. Jezus roept ons op tot navolging.  Dat het ook voor Hemzelf geen eenvoudige opgave is daaraan geeft Hij uiting door te zeggen: ‘nu ben ik doodsbang’. Hij bidt zelfs tot zijn Vader om die kelk een Hem voorbij te laten gaan (zie het schilderij boven het hoogaltaar van de kerk in Eys). Van de andere kant erkent Jezus dat sterven bij zijn leven hoort en dat door zijn gehoorzaamheid het kwaad in de wereld veroordeeld wordt en overwonnen. Dat is zijn perspectief.

De levenshouding van Jezus, die aanvaardt wat Hem overkomt wijkt af van de levenshouding van nu. Ik vond die vandaag aldus getypeerd:  ‘Onze  samenleving, is helemaal op het ‘IK’ gericht. De tijdgeest daarvan zegt tegen ons: je moet dat doen wat helemaal bij jóu past. Je bent uniek. Alleen jíj weet wat goed voor je is’. Die levenshouding houdt het gevaar in dat we ons buiten de realiteit waarin we leven plaatsen met diepe eenzaamheid tot gevolg. Jezus leert ons dat zijn en ons leven betekenis krijgt niet doordat we onszelf vastklampen aan onszelf, maar doordat we de werkelijkheid waarin we staan accepteren en onszelf geven.  Jezus’ dood vormt het sluitstuk van zijn zelfgave en is tegelijk de waarborg van zijn opstanding. Laten we leven, met hulp van Gods genade, in navolging van Jezus Christus georiënteerd op God en weldoen aan de medemens, opdat we mogen delen in Jezus’ Pasen. AR.