Preken

Zondag 9-9-2018: 60 jarig jubileum meneer pastoor Reijnen.

By 10 september 2018 No Comments

Inleiding van de dienst.

Van harte heet ik u allen welkom bij deze viering van dankzegging naar aanleiding van mijn toch wel bijzondere jubilea. Vooral heet ik welkom mijn familie en vrienden en onder hen in het bijzonder Klaus en Berthy Julen uit Zermatt, die een lange treinreis ervoor over hebben gehad, om hier met ons feest te vieren. Wie mag dat nog –zoals ik- als pastoor zijn zestigjarig priesterjubileum vieren.? En dat te midden van mensen van wie ik -zonder bezitsdrang mijnerzijds- mag zeggen: ‘dat zund mien luuj of ze loestere of neet’, mij indertijd toevertrouwd door bisschop Wiertz en Vicaris-Generaal Hub Schackers. Laat ik er de nadruk op leggen, dat het leven, de jaren, de mogelijkheden van mijn priester- en kloosterlingzijn mij ‘gegéven’ zijn. Ik hoef niet trots te zijn op wat ik heb mogen betekenen, kan spijt hebben over wat ik heb nagelaten en over wat ik beter had kunnen of moeten doen. En voor de rest kan ik dankbaar zijn. Vandaag is dan ook het een dag van dankbaarheid om wat mij gegeven is door God en door mijn medemensen, die mede vorm hebben gegeven aan mijn bestaan.

Er is in die zestig jaar heel veel veranderd op allerlei gebied. Dat heeft ook zijn weerslag gehad op het denken over de kerk, sinds Vaticanum II omschreven als ‘heel het volk van God onderweg’. Dat heeft ook zijn weerslag gehad op de positie van het kerkelijk ambt. De nadruk ligt op de betekenis en de verantwoordelijkheid van allen, individueel en samen. ‘Kerk’ als ‘eigendom van de Heer’ krijgt vorm door mensen, maar is dan ook duidelijk mensenwerk, naast al het goede ook getekend door fouten en gebreken. Toch zijn wij die kerk, die de opdracht heeft en houdt het Evangelie van Jezus Christus te leven en door te geven. Die Goede Tijding van Gods liefde houdt voor ons allemaal de uitdaging in om goede mens te zijn, mensen van barmhartigheid en liefde te zijn.

Vandaag mogen we allemaal dankbaar zijn, als we daaraan een bijdrage hebben mogen leveren door een leven in dienst van elkaar en van de Goede Tijding van Jezus Christus.
We nemen vandaag voor de viering gewoon de teksten van de 23e Zondag door het Jaar B, waarin we ons laten gezeggen door het Evangelie van de genezing van een doofstomme man. En ons afvragen wat we ervan kunnen leren?

OVERWEGING
De Nederlandse auteur Arthur Japin heeft een roman geschreven met als hoofdfiguur een Russisch doofstom jongetje ‘Kolja’, die wordt genezen, weliswaar alleen van zijn spraakstoornis. Voor het verstaan van anderen is hij aangewezen op liplezen. Zijn leraar is de broer van de componist Peter Iljitsj Tsjaikowski. Hij schakelt in dat genezingsproces ook nog anderen in. Wat opvalt is het isolement van een doofstom iemand; het helemaal in zichzelf opgesloten zijn van het kind, de moeite die het kost om het daaruit te halen en het keiharde leerproces waar het doorheen moet. Hoe verschrikkelijk moet het zijn doofstom te zijn, niets te kunnen horen, je niet sprekend te kunnen uiten, slechts gebrekkig contact te hebben met de buitenwereld, niet open te kunnen zijn voor de wereld buiten. Het boek van Japin kwam mij in gedachten bij het lezen van het Evangelie van vandaag.Gerelateerde afbeelding
Het is opvallend dat Jezus in het Evangelie van Marcus een doofstomme geneest, maar ook een blinde. Ze krijgen het gebruik van hun zintuigen terug. Hoe belangrijk is het voor een mens zijn zintuigen te kunnen gebruiken, m.n. ook om deel te kunnen nemen aan het sociale leven. We merken pas wat dat betekent, als we er –al of niet tijdelijk- over kunnen beschikken. Onze gezondheidszorg, de mogelijkheid die wij hebben, zal er alles aan doen om ons onze vermogens terug te geven of de gevolgen van ons gebrek op te vangen. In Jezus leeft Gods kracht. Door zijn toedoen wordt zichtbaar hoe God onze wereld bedoeld heeft en zoals in de dromen en verlangens van mensen verankerd ligt. De uitdrukking van Jezus: ‘ga open’ is er een van een grote geladenheid: ‘Ga open’ fysiek, je zintuigen, je oren, je spraakorgaan; maar ook mentaal: ga open naar de wereld waarin je leeft; ga open voor degene die tot je spreekt en aanvaard zijn uitdaging een gelovig, vertrouwvol en goed mens te zijn. Dat is waar het om draait en niet om de sensatie. Dat neemt niet weg dat de reactie van de omstanders terecht is: ‘alles heeft Hij welgedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken. In Hem breekt door zoals God de wereld wil, zoals al tot uitdrukking gekomen in de woorden van de profeet Jesaja tot de mensen in ballingschap.
Er staat in het Evangelie niet bij hoe de man met het herstel van zijn vermogens is omgegaan. Maar er is wel een luisterende en sprekende Mens in het verhaal. Jezus, de Gezalfde van God. Hij luistert naar de vraag van de mensen die de doofstomme man begeleiden. Hij gaat op hun vaag in en doet wat. In zijn vermogen ligt het genezen van mensen. Welnu verreweg de meesten van ons kunnen over het normale gebruik van onze zintuigen beschikken. We kunnen luisteren naar onze medemensen, hun nood, hun verlangen, hun droom. We kunnen ons laten raken door wat we aan het leven ervaren. We kunnen ook spreken, kwade woorden maar ook woorden van troost en bemoediging, zoekend met de ander naar oplossing en verwerking. Dat zou in de lijn liggen van het Evangelie, waarin Jezus zich ontfermt over de doofstomme. Laat ons dankbaar zij omwille van wat we uit het Evangelie kunnen leren. Ook dat wordt ons gegeven. Amen