Preken

Zondag 8 oktober 2017: 27ste zondag door het jaar.

By 11 oktober 2017 No Comments

Lezingen: Jesaja 5, 1-7; Filippenzen 4, 6-9; Matteüs 21, 33-43

Na de lezing van het Evangelie lezen we de BRIEF van onze bisschop MGR. FR. WIERTZ waarin hij zijn aftreden bekend maakt. (zie hiervoor apart nieuwsbericht)
Er is derhalve geen OVERWEGING, maar wel gaan we aan het begin van de viering wat uitgebreider in op de lezingen van vandaag.

INLEIDING
Iemand zei deze week tegen me: het is of tegen het einde van het kerkelijk jaar de inhoud en de toon van de lezingen ernstiger of strenger is. Ik kon dat wel bevestigen. De tijd van het jaar lijkt ertoe uit te nodigen. De bladeren vallen van de bomen, de akkers worden kaal, wind en storm steken op, de temperatuur gaat omlaag, het wordt buiten minder behaaglijk. Onderwerpen als ‘het leven als opgave die de nodige verantwoordelijkheid met zich meebrengt’, het ‘einde van de wereld’, ‘het eindoordeel overeenkomstig Gods waarden en normen’ komen ter sprake. Vandaag gaat het in de lezing uit de profeet Jesaja over de teleurstelling van God, dat zijn wijngaard, zorgvuldig door hem ingericht, slechte vruchten voortbrengt. Met die wijngaard is de aarde bedoeld met ons als bewoners. God heeft er alles aan gedaan. De mens heeft hij geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, maar diezelfde mens gedraagt zich niet dienovereenkomstig. Het lijkt van alle tijden. Dat er naast veel goeds ook veel mis is op onze aarde, daar kunnen we het denk ik wel mee eens zijn. En dat mensen daar schuld aan dragen eveneens.

In de lezing uit het levensverhaal van Jezus volgens Matteüs volgt de auteur de discussie van Jezus met de Joodse leiders, de hogepriesters en de oudsten, in de tempel van Jeruzalem. Ook de vorige week was dat al het geval. Om aan te geven dat de visie en het gedrag van de leiders niet klopt gebruikt Jezus de gelijkenis van de wijngaard, de aarde en al wat daarop is. Die wijngaard is eigendom van God. Maar God vertrouwt die wijngaard toe aan degenen, die Hij in dienst heeft. Maar die willen zelf de wijngaard in bezit hebben en doden de dienaren van eigenaar God, die namens God een kijkje komen nemen om te zien of alles in orde is en om de huur in ontvangst te nemen. De wijnbouwers vergrijpen zich aan hen. Ze vergrijpen zich zelfs aan de zoon, bedoeld is Jezus Christus. Matteüs heeft daarbij de dood van Jezus aan het kruis voor ogen. Het zal duidelijk zijn, dat de eigenaar van de wijngaard dat niet over zijn kant kan laten gaan. Er zal gerechtigheid geschieden. God zal anderen kiezen om als dienaars voor zijn wijngaard te zorgen.

Het verwijt van Jezus aan de hogepriesters en de oudsten komt nog op een andere manier terug. De steen, die de leiders hebben weggegooid, Jezus Christus, is de hoeksteen geworden, die het gebouw van de werkelijk gelovigen bij elkaar houdt. We hoeven, beste mensen, niet ver te zoeken om de huidige gebeurtenissen in onze wereld en onze geloofsgemeenschappen te herkennen in de gebeurtenissen van vroeger. God wordt vaak niet meer erkend en herkend. Mensen willen zelf in alles bezitters zijn. Wij zijn hier als geloofsgemeenschap bij elkaar. Erkennen we God, de gever van alles en beschouwen we onszelf als dienaars van elkaar en ook daarmee van God. AR