Preken

zondag 7 oktober 2018: 27ste zondag door het jaar.

By 11 oktober 2018 No Comments

Lezingen: Genesis 2, 18-24; Hebreeën 2, 9-11; Marcus 10, 2-16

De relatie tussen man en vrouw is mengmaal gecompliceerd. Er is vaak erkenning en herkenning van elkaar als medemens in volle zin, maar ook met ieders eigenheid. Er is vaak sprake van liefde voor elkaar en van met elkaar vrucht dragen in het krijgen van kinderen maar ook door wat men betekent voor de samenleving door het werk dat men doet, door de inzet als vrijwilliger. Maar er kan ook sprake zijn van spanning in de onderlinge verhoudingen, van machtsstrijd, van onderdrukking en misbruik. De ‘me-too’-beweging, nu een jaar oud, bracht dat laatste weer uitdrukkelijk aan het licht. Culturen verschillen overigens onderling in het toekennen van status en verantwoordelijkheid. Onze West-Europese opvattingen over man-vrouwverhoudingen en over vrijheid worden lang niet overal gedeeld. Dat vraagt van onze kant ook om een zekere bescheidenheid t.o.v. andere culturen. Wij kunnen onze opvattingen niet opleggen aan andere culturen.

Wat in de Schriftlezingen van vandaag naar voren komt is hoezeer wij bij elkaar horen, hetzelfde en toch anders, samen de ene mens zijn. We kunnen niet zonder elkaar. Ook wordt in het 2e Scheppingsverhaal uitgedrukt hoezeer we bij de aarde horen. God vormt als een pottenbakker een menselijk model uit aarde. Maar we zijn ook van God. God blaast zijn goddelijke levensadem in de mens door de neus. Door de neus ademen wij gewoonlijk in en uit. Zo zijn we levende wezens. De saamhorigheid van man en vrouw wordt uitgedrukt in de schepping van de vrouw, uit de rib, bescherming van het kwetsbare hart van de mens. De Hebreeuwse woorden Isj en isja hebben dezelfde stam en betekenen mannelijke mens en vrouwelijke mens (beter dan ‘mannin’). Mannen en vrouwen herkennen elkaar als bij elkaar horende ene mens. Daarom is ook het woord ‘hulp’ een te beperkt woord. De juiste vertaling van het Hebreeuwse woord is ‘een tegenover’ en dat geeft beter de volwaardige positie van de vrouw volgens de Bijbelse opvatting weer.

Wat hierboven gezegd is biedt een grondslag aan het denken van joden en christenen over hoe wij bij elkaar horen en elkaar op de eerste plaats moeten zien als volwaardige medemens. Dat blijft gelden ook al zijn er verschillende juridische vormen wanneer mensen met elkaar willen samengaan Maatschappelijk kan dat tegenwoordig in het burgerlijk huwelijk, in samenlevingscontract of in andersoortige voor de notaris aangegane afspraken. Nog steeds brengen echter christelijke stellen hun huwelijk voor God en vragen in een kerkelijke viering God om diens zegen. In de huwelijksmis delen ze samen het Christusbrood en drinken uit diens Beker. Daarin brengen ze hun geloof tot uitdrukking dat ze voor elkaar bestemd te zijn: ‘wat God verbonden heeft, zal de mens niet scheiden’. Velen komen tijdens hun huwelijk tot de ontdekking –soms met vallen en opstaan- dat dit ook voor hen geldt. Maar een aantal komt gaandeweg –vaak met veel pijn- tot de ontdekking, dat ze een verkeerde keuze hebben gemaakt, dat ze elkaars geluk in de weg staan. Terwijl wat God verbonden heeft toch tot elkaars ontwikkeling en menswording zou moeten bijdragen. Dat ze samen tot de conclusie komen dat niet voor elkaar te kunnen betekenen is dan reden tot scheiding. Toch laat dat alles onverlet, dat mensen, zoals is opgeslagen in onze oerervaring en geloof, bij elkaar horen, geschapen naar Gods beeld en levend van zijn adem.

Dat wij bij elkaar horend, hoe geaard we ook zijn, houdt in dat we elkaar met eerbied moeten behandelen, elkaar niet naar het leven mogen staan en dat we dienen bij te dragen aan de ontplooiing van elkaars leven. Juridische vormen zouden dat moeten ondersteunen en waarborgen. Amen (AR)