Preken

zondag 7-4-2019: 5e zondag van de veertigdagentjjd.

By 8 april 2019 No Comments

Lezingen: Jesaja 43, 16-21; Filippenzen 3 , 8-14; Johannes 8, 1-11

We zouden graag in een ‘betere wereld’ willen leven, in vrijheid, zonder zorgen, veilig. We zouden graag zien, dat iedereen betrouwbaar is en liefdevol, zodat ieders bestaan zich gegarandeerd, overeenkomstig de eigen mogelijkheden, vrij zou kunnen ontplooien. Maar voortdurend moeten we constateren, dat de werkelijkheid anders is, vaak ver verwijderd van onze droom. We worden beheerst door de wetten van economie en markt, ontworpen door mensen zelf. Iedereen zoekt daarin zijn plaats, zo voordelig mogelijk. Dat zorgt voor concurrentie en vaak ook belangenstrijd. Het is daarbij mogelijk dat de mens als persoon uit het zicht verdwijnt. In de strijd om een welvarend bestaan, om het gelijk, om de macht, om het geld, constateert menigeen dat de samenleving harder wordt.
Enige dagen geleden werd door iemand opgemerkt, dat het respect voor elkaar hoe langer hoe meer verdwijnt en gezag vaak ook nauwelijks nog geaccepteerd wordt. De welvaartmaatschappij met zijn vele voordelen is aan het verharden, zegt en schrijft men regelmatig. Men wijst er dan op hoe men in de politiek met elkaar omgaat, hoe het eraan toegaat in de strijd om eerlijke prestatie en beloning, hoe men in de samenleving de tolerantie afneemt. Hoe hard men vaak over elkaar oordeelt; hoe weinig begrip er is voor eigen en elkaars beperkingen. Dat neemt uiteraard  niet weg dat wandaden moeten worden veroordeeld en de samenleving beschermd tegen individuen die een bedreiging vormen
Tegen verharding echter pleit de tekst van het Evangelie van vandaag uitdrukkelijk voor het  mededogen. En dat vanuit een –christelijk gezien- fundamentele levenshouding van de mens die, in het licht van Gods aanwijzingen, zichzelf kent, oog heeft voor de eigen tekorten, de eigen mogelijkheden ook om te falen. Van daaruit ziet hij/zij met mildheid het falen van de ander, zonder het overigens goed te keuren. Daar gaat het Evangelie over. Evangelieschrijver Johannes vertelt daarover een verhaal.

Een vrouw, betrapt op overspel heeft daarbij haar partner ongetwijfeld niet goed te keuren onrecht aangedaan. Om de huwelijksverhouding tussen mensen te beschermen zijn ook al in die tijd regels opgesteld. Die heeft ze overtreden. Daar staan sancties op. In die tijd steniging. Degenen, die haar betrapt hebben brengen haar bij Jezus met de bedoeling hem op de proef te stellen. Houdt hij zich aan de regels of niet. Zo niet dan is dat een reden te meer om hem van kant te maken. Schriftgeleerden en Farizeeën maken mensen ondergeschikt aan de regels.Ze beschouwen zichzelf eigenlijk als  ‘betere mensen’. Jezus draait de zaak om. Hij ziet de mens in de vrouw, ook in haar falen. Hij neemt de houding aan die God zo menigmaal heeft getoond  t.a.v. het falende, tekortschietende Godsvolk,; een houding van mededogen, van vergeving, van het geven van nieuwe kansen; geen volstrekte of absolute veroordeling, zoals dat in ook onze verhardende samenleving het geval kan zijn. Jezus zegt tegen zijn  tegenstanders: kijk naar jezelf, hoe je zelf in elkaar zit, hoe je zelf evengoed in staat bent aan de verleiding toe te geven; beschouw je zelf niet als volmaakt en verhef je niet boven degenen, die fouten begaat en –in dit geval-  op heterdaad is betrapt. Met mildheid en mededogen oordelen betekent nog niet dat je een verkeerde daad goedkeurt. Dat doet Jezus ook niet.  Niet dat Jezus haar manier van doen goedkeurt. Hij noemt haar evengoed ‘zondig’. Maar volstaat met ‘ga heen en zondig niet mee’. En zijn tegenstanders daagt hij uit: wie van jullie zonder zonden is werpe de eerste steen. Ze dropen af, een voor een, de oudsten het eerst. De grote vraag is of wij als christenen erin slagen deze houding van mededogen zelf echt beleven en  daar vorm aan te geven in onze samenleving. Paus Franciscus daagt zijn toehoorders telkens uit te laten zien dat we christenen zijn. Hij zelf geeft het voorbeeld en bezoekt gevangenen, niet om hun verkeerde daden goed te keuren, maar uit mededogen en ter bemoediging. AR