Preken

zondag 4 november: Allerzielengedachten.

By 4 november 2018 No Comments

In de catechese-les vraagt de onderwijzer: ‘Kennen jullie iemand die een beetje heilig is?’ De kinderen beginnen te lachen. Een heilige hier onder ons: dat vinden ze wel een beetje vreemd. Dan zegt één van hen: ‘De man die naast ons woont vind ik een heilige. Hij heeft geen benen meer. Hij zit al twintig jaar in een rolstoel en hij klaagt nooit en is altijd heel aardig!’ De kinderen worden stil. Dat er zo dicht in de buurt ook heiligen leven, daar hadden ze niet aan gedacht. En meteen vinden ze de vraag van de onderwijzer niet zo gek meer. Ze beginnen ineens allemaal te vertellen: over buren die drie buitenlandse kinderen hebben aangenomen, over een mevrouw die altijd gaat helpen bij een zieke en iemand die regelmatig een eenzame oudere gaat opzoeken en van iemand die boodschappen doet voor een gehandicapte. Kortom: iedereen weet wel een heilige te noemen uit zijn directe omgeving.
Nou is Allerheiligen niet alleen het feest van al die bijzondere mensen die door de Kerk officieel heilig zijn verklaard, maar evenzeer het feest van hen die in onze ogen een ‘béétje heilig’ zijn. De apostel Johannes vertelt in zijn boek Openbaring dat hij in een visioen van de hemel een onafzienbare stoet ziet, een menigte die niemand tellen kan en die God toezingen en aanbidden.
We hebben er misschien nooit bij stilgestaan, maar ons woord ‘heilig’ komt van ‘heel maken’, genezen, compleet maken. Soms wensen we elkaar ‘veel heil en zegen’. We bedoelen dan: Ik wens je veel goeds toe, vrede en geluk. God wil in deze wereld heil bewerken samen met ons. Ieder van ons nodigt Hij uit om op de plaats waar hij leeft en met de talenten die hij heeft, zich in te zetten voor anderen, zodat mensen een beetje heilvoller en gelukkiger kunnen leven. En ieder die dat doet is een beetje heilig. Mensen die daaraan meewerken hebben een héél-makende, heiligende invloed op hun omgeving.
Gerelateerde afbeeldingAls wij vanmiddag terugdenken aan onze dierbare overledenen, dan zijn dat vaak geen mensen geweest die heel uitzonderlijke prestaties hebben geleverd, maar die – met de woorden van de onderwijzer en de kinderen – een beetje heilig waren. Ofschoon niets menselijks hen vreemd was, denken wij vaak met veel liefde en dankbaarheid aan hen terug. Ze hebben niet enkel voor zichzelf geleefd, maar voor ons. Ze hebben ons opgevoed en voor ons gewerkt. Ze hebben voor hun kleinkinderen gezorgd. Ze stonden paraat voor hun buren en vrienden. Kortom: Het is bijna onmogelijk om op een adequate manier te beschrijven wat ouders, grootouders, partner en kinderen voor ons hebben betekend. We mogen stellen: ze hebben op hun manier onze leefwereld een stukje beter en gelukkiger gemaakt. Ze hebben vaak veel ‘heil’ gebracht door hun inzet, voorbeeld en manier van leven. We weten best dat ons aardse leven eindig is en dat al wat leeft op den duur mankementen gaat vertonen en verslijt, maar als het gaat om de mensen waar we zielsveel van houden, dan kost het ons veel moeite om dat te aanvaarden. Al haalt de dood hen uit ons leven weg, we merken dat liefde en verbondenheid over de grenzen van de dood heen blijven bestaan. /Als je de statistieken mag geloven, groeit het aantal mensen dat zegt niet geloven dat er na dit aardse leven nog iets is. Hoe je daar ook over denkt: de dood plaatst ons voor een groot Mysterie. Niemand kan zich een voorstelling vormen van een leven dat verder reikt dan dit aardse bestaan. Maar het feit dat wij stervelingen ons daar geen voorstelling van kunnen vormen, betekent nog niet dat het er niet is en dat geloven in eeuwig leven onzin is! Vrijwel ieder van ons kent de ervaring dat je je partner, je kind , je ouders, je grootouders, je beste vrienden niet kunt vergeten. Ookal word je oud en zijn ze misschien al lang geleden gestorven: de herinnering aan mensen die je zo lief en dierbaar zijn geweest draag je mee in je hart, zolang als je leeft. Als we dit zo ervaren, kun je je afvragen: Zou dan een God die ons uit liefde heeft geschapen en in leven houdt, ons bij de dood kunnen vergeten als een blad dat van de boom valt en tot stof vergaat? Hoe zou onze naam uit zijn herinnering kunnen verdwijnen, alsof wij nooit hadden bestaan ? Wie kan zich dat voorstellen? Ik in ieder geval niet!
Als we met de dood van geliefde mensen worden geconfronteerd, roept dat veel vragen op. We voelen – zeker in het begin – alleen maar verdriet en gemis, leegte en boosheid. We vragen misschien: ‘God, waar ben je , nu ik zo in de put zit?’ In de chaos van ons verdriet worden we heen en weer geslingerd tussen diepe verlatenheid en vertrouwen, zoals Jezus zelf die bad: ’God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Tegelijk heeft Jezus in zijn verkondiging steeds opnieuw gesproken over het ‘Koninkrijk van God’ of ‘het Rijk der hemelen’.
Op deze feestdag van Allerheiligen horen wij de zgn. Zaligsprekingen. Het Evangelie van deze dag eindigt met de belofte: ‘ Ondanks alles wat je misschien moet meemaken: verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel’. We hebben vaak de neiging om God ter verantwoording te roepen en te vragen: ‘Waarom laat U dat allemaal gebeuren? Dat is toch onmenselijk?’ We moeten ons echter niet verwonderen dat we van Hem een antwoord krijgen in de trant van: ‘ Ik heb jou toch geschapen en geroepen om daar iets aan te doen!’ Mensen die dit antwoord serieus nemen, mogen we rustig een beetje heilig noemen of gewoon heilig. In zijn ‘zaligsprekingen’ heeft Jezus een aantal piketpaaltjes geslagen voor mensen die willen bouwen aan wat Hij noemt ‘Koninkrijk van God’. Hij zegt: ‘Je bent op de goede weg, als je je niet gedraagt als betweter of Draufgänger, maar eenvoudig, bescheiden en benaderbaar bent. Gelukkig als het lijden van anderen jou raakt. Je bent op de goede weg, als je zachtmoedig met je naaste omgaat en probeert hem/haar recht te doen. Gelukkig als je barmhartig bent , omdat je weet hoeveel er mis kan gaan in je eigen leven. Gelukkig als je eerlijk bent in je bedoelingen, als je probeert vrede te stichten en mensen dichter bij elkaar te brengen. Je zit op de goede weg, als je je niet van de wijs laat brengen door negatieve kritiek en valse beschuldigingen. Vergelding is nl. een doodlopende weg.

Laten wij God danken voor onze overledenen die heilig of een beetje heilig zijn geweest. God danken voor wat zij voor ons hebben betekend. Laten we Hem vragen dat zij mogen leven in de vrede en het geluk van zijn nabijheid. Bidden wij voor elkaar om meer geloof, hoop en liefde en veel troost en kracht. AMEN.