Preken

Zondag 4 juni 2017: Pinksteren.

By 5 juni 2017 No Comments

Vreemdelingen en buitenlanders…….

……………….. je hoort wel eens klagen dat we er tegenwoordig te veel van hebben. Laten we ons niets wijsmaken. Ze zijn er altijd geweest. Zelfs Wahlwiller heeft zijn naam te danken aan het feit dat er ooit veel Waalssprekenden kwamen wonen; we hebben er veel Franse familienamen aan overgehouden. Het Jeruzalem van 2000 jaar geleden was ook een multiculturele stad. De eerste lezing vertelde het: er waren veel vreemdelingen in de stad: uit Pontus en Asia, Kappadocië, Frygië en Pamfilië, Mesopotamië, Egype en Libië. De meeste benamingen zullen velen niets zeggen, maar een aantal van die oude bijbelse namen gingen voor mij leven toen ik – enkele jaren terug, grotendeels te voet – door Turkije trok in het voetspoor van Sint Paulus, de onvermoeibare missionaris van het eerste uur.

In de eerste eeuwen na Christus groeide en bloeide daar het christendom volop. In Kappadocië bijvoorbeeld vind je nog talloze kerken en kerkjes, in rotsen uitgehouwen of ondergronds. Frygië en Pamphilië is de streek rond de huidige populaire badplaats Antalya. De meeste toeristen krijgen daar weinig van mee, maar het is de streek waar Paulus overal jonge christelijke gemeenschappen stichtte. Ik kwam ook door Paulus’ geboorteplaats Tarsus, en trok verder tot aan wat nu heet Antakya, Antiochië, vlak tegen de huidige Syrische grens. Daar was de eerste grootste en bloeiende christelijke gemeenschap buiten Israël.

Van dat christendom is in het huidige Turkije heel weinig over; en in Syrië en Irak (het vroegere Mesopotamië) hebben de christelijke minderheden het zwaar te verduren; de meesten zijn op de vlucht. De vraag rijst: wat is het toch dat het christendom in de eerste eeuwen na Jezus’ dood zo’n hoge vlucht kon nemen?

We gaan terug naar het eerste Pinksterfeest. We zijn In Jeruzalem met al die migranten en toeristen. Ze kregen ongetwijfeld iets mee van die rabbi Jezus die revolutionaire ideeën uitdroeg: een letterlijk grensdoorbrekende nieuwe visie op geloof en samenleving. De politieke en kerkelijke leiders schrokken er zó van, dat ze besloten hem terecht te stellen; in de hoop dat die beweging zo kon worden gestopt. Het léék te lukken; het handjevol volgelingen had zich angstig teruggetrokken. Maar toen maakten die vreemdelingen het mee, dat die Jezus-volgelingen toch a.h.w. ramen en deuren opengooiden en de straat op gingen om vol vuur te getuigen dat die Jezus niet dood is, dat Hij – en zijn boodschap vooral- nog springlevend zijn; dat wat Hij verkondigde niet kapot te krijgen is. En het gekke van alles: wat die volgelingen van de vermoorde Jezus te zeggen hadden, raakte ook die vréémdelingen. Die boodschap over liefde die álle mensen betreft en die alle grenzen overstijgt, over kwaad dat kan worden vergeven, over vrede die wel degelijk er zijn kan: dat was iets dat zij als verre vreemdelingen óók verstonden.

Toen die vreemdelingen, pelgrims, zakenlui, vakantiegangers vanuit Jeruzalem weer naar huis gingen, naar Frygië, Pamfilië, Pontus en Asia, Kappadocië en noem het maar op, is er ongetwijfeld wat van blijven hangen van wat ze toen hadden gehoord. En toen Paulus er twintig, dertig jaar later kwam met datzelfde elan en enthousiasme als wat ze toen bij die eerste leerlingen hadden meegemaakt, vond Paulus daar een prima voedingsbodem voor de Blijde Boodschap en zo konden daar de eerste christengemeenschappen ontstaan.

Pinksteren wordt dan ook het geboortefeest van de Kerk genoemd. Het is goed om ons te realiseren waarméé het begon en waar het dus in de Kerk om begonnen is. Waarom sloeg die boodschap ook bij vreemdelingen zo aan? Omdat –zo staat er- “iedereen hen kon verstaan in zijn eigen moedertaal”. Dat wil zeggen dat de taal van de liefde, want daar komt het evangelie op neer, voor iedereen verstaanbaar is, grenzen weet te overbruggen, muren weet af te breken. Nú, 2000 jaar later, lijkt de Kerk – zeker in het Westen- uitgespeeld. Voor veel mensen is de Kerk een vreemd verschijnsel geworden, waar ze niets mee hebben. Maar laten we eerlijk zijn: als zomaar mensen een kerkdienst zouden binnenlopen, zouden ze er niets van begrijpen. Wij als Kerk spreken de taal van deze tijd niet en als we mensen bij de Kerk willen betrekken, dat moeten ze zich aan ons aanpassen. Die buitenlanders in Jeruzalem hoefden dat niet; zij hoefden niet de taal te leren van de apostelen, maar die apostelen spraken zodanig dat zij verstaanbaar waren voor iedereen.

Maar laten we vandaag op Pinksteren niet te pessimistisch zijn. Het is nog niet verloren. Zodra er een paus is die wél de gewone taal van mensen spreekt, die het vuur van het begin weer een beetje begint op te rakelen, raken veel mensen, ook buiten de Kerk, weer enthousiast. Paus Franciscus roept op om weer terug te gaan naar dat begin: naar de kern en de bron, naar dat wat de leerlingen van Jezus indertijd zo enthousiast maakte: een Blijde Boodschap van verlossing.

Laten we elkaar toewensen dat we de taal van Pinksteren weer leren spreken; de taal van de liefde die grenzen tussen mensen kan doorbreken.