Preken

Zondag 3 maart 2019: Als je een zeef schudt ……..

By 3 maart 2019 No Comments

In de 1e lezing van Jezus Sirach zegt de auteur: ‘ Als je een  zeef schudt komt er afval tevoorschijn..’ Die uitspraak deed me denken aan het volgende verhaal: ‘Op een ochtend wandelde de Griekse wijsgeer Socrates door de stad Athene. Er kwam een man naar hem toe, die zei: ‘Socrates, ik moet je iets vertellen over jouw vriend die….’Socrates onderbrak de man en vroeg: ‘Ging je boodschap al door de drie zeven?’ De man keek hem verbaasd aan: ‘De drie zeven?!’ Socrates antwoordde: ‘Jazeker, de drie zeven. De eerste zeef is de waarheid. Weet je wel zeker dat het waar is wat je wilt zeggen?’ De man bloosde wat: ‘Nou zeker; nee, dat niet, maar ze zeggen het…’ Socrates vervolgde: ‘Dan gebruik je vast de tweede zeef:  de zeef van het goede.  Is het iets goeds dat je over mijn vriend wilt meedelen?’De man aarzelde: ‘Goed? Nee, niet direct…’ Socrates keek nu bedenkelijk: ‘Dan gebruikte je toch zeker wel de derde zeef? Is het noodzakelijk dat je mij dit vertelt?’ Ook dat kon je man niet bevestigen. ‘Wel’, sprak Socrates tot slot, ‘ als dat wat je me wilt vertellen niet waar is, niet goed en niet noodzakelijk, vergeet het dan maar en belast mij en jezelf er verder niet mee. Goedemorgen’.
Jezus Sirach spreekt over het schudden van een zeef en hoe het afval dan blijft liggen omdat het niet door de zeef komt en – inderdaad  – afvalt. Het gaat natuurlijk om de kunst van het onderscheiden. Welke zijn de criteria die je daarbij kunt hanteren?  In de ideeënwereld van de filosoof Plato – die bij Socrates in de leer is geweest  – staan ‘het goede, het ware en het schone’ met stip bovenaan. Als we kritisch naar onszelf kijken, komen we al snel tot het inzicht hoe vaak er onzuivere motieven in het spel  zijn in onze relatie tot anderen. En vaak zijn we ons daar niet eens van bewust. We hebben soms niet eens in de gaten wat ons leidt: eigenbelang, eerzucht, winstbejag, persoonlijk voordeel enz.  Een goede zeef zuivert zulke motieven eruit. We zijn het erover eens dat onze wereld er heel anders uit zou zien, als we alles wat we over anderen willen vertellen of hoe we over anderen denken, eerst door tenminste drie zeven laten gaan. Dat vraagt echter om een mentaliteitsverandering. Die kun je niet afdwingen of opleggen. Dat is iets waar we zelf mee aan de slag moeten. Mensen die de wereld willen verbeteren beginnen meestal aan de verkeerde kant. Ze proberen anderen te verbeteren in plaats van zichzelf. Niets is zo moeilijk als onze eigen fouten onder ogen te zien en te aanvaarden. Als een ander bij zijn mening blijft, dan noemen wij hem eigenzinnig. Als we dat zelf doen, vinden we dat een teken van standvastigheid.  Als een ander zich ergert over mijn mening, is hij intolerant. Als ik zelf geen centimeter van mijn mening afwijk, ben ik consequent. Dikwijls hebben we zelf niet in de gaten: hoe wij praten of denken. Soms moet iemand ons daarbij helpen, iemand die ons een spiegel voorhoudt en confronteert met onze  manier van doen. Misschien herinnert U zich nog het verhaal van de profeet Nathan en koning David. Nathan vertelt David over een man die steenrijk is en  bezoek krijgt. Omdat hij te gierig is een lam te slachten van zijn eigen kudde, eist hij het enige lammetje op van een arme. David reageert: ‘Die man verdient de doodstraf!’ Dan zegt Nathan: ‘Koning, U bent die man. Terwijl U zelf veel vrouwen hebt aan het hof,  pakt U de vrouw af van een legeraanvoerder en jaagt die man de dood in’. Als zo’n confrontatie plaats vindt in een goede sfeer, vallen je op slag de schellen van de ogen.
U hebt misschien wel eens gehoord van de tempel van de Griekse god Apollo in Delphi. Boven de toegang staat de spreuk: “NOSCE TE IPSUM”(‘Ken Uzelf!’)  M.a.w. Zelfkennis is uitgangspunt voor onze omgang met anderen. Je kunt een ander pas goed kennen als je jezelf goed kent. Om zover te komen is een moeizaam proces, een levenslange opgave.  Het betekent dat we altijd bij onszelf moeten beginnen om iets aan de wereld te veranderen. Het is te vergelijken met een leerproces: je  kunt anderen pas een bepaald inzicht bijbrengen, als je zelf eerst tot dat inzicht gekomen bent. Iedere onderwijzer of leerkracht weet dat uit eigen ervaring. Dus bij ons oordeel over een ander hebben we een gezonde dosis zelfkennis en zelfkritiek nodig. We kunnen blind zijn voor eigen tekortkomingen en voor wat er aan onszelf mankeert, terwijl we heel wat op- en aanmerkingen hebben op het gedrag of de handelwijze van een ander. Dat is een scheve en gevaarlijke situatie. Als de ene blinde de andere gaat leiden, dan krijg je  ongelukken. Als Jezus ons uitnodigt onze naaste lief te hebben als onszelf, dan houdt dat ook de aansporing in: wees je ervan bewust dat je sterk op elkaar lijkt!  Het geloof leert ons dat wij mensen allen kinderen zijn van een en dezelfde Vader. Wij zijn zo verwant aan elkaar. Zelfkennis en zelfkritiek vormen een goede garantie om gevrijwaard te blijven van een te gemakkelijk of lichtzinnig oordeel over anderen. Maar dat zelfinzicht moet volgens een evangelische spiritualiteit gekoppeld blijven aan een barmhartige levenshouding, want dat is wat God van ons verlangt (Lc. 6,36) Carnaval helpt ons om door een humoristische bril naar onszelf te kijken. En ik vermoed dat Jezus ons de 3 zeven van Socrates van harte zal aanbevelen. AMEN.