Preken

zondag 3-9-2017: God en je naasten niet voor de voeten lopen maar volgen

By 2 september 2017 No Comments

Hoe vaak zien we het niet gebeuren? Twee mensen, gelukkig getrouwd, soms al meer dan 50 jaar, en dan begint een van beiden te dementeren. Het begint vaak sluimerend, maar het kan op den duur zo moeilijk worden dat de dementerende partner niet meer thuis kan blijven, omdat het leven voor de ander onleefbaar wordt. Het is een pijnlijk proces om mee te maken, dat je het contact verliest, de ander moet loslaten en de verzorging aan vreemden moet overlaten. Heel wat tranen worden in stilte gelaten, vaak door beide partners. Ze vragen zich misschien af: Wat heb ik verkeerd gedaan dat ons dit lot treft? We hebben toch steeds voor elkaar en voor onze (klein)kinderen geleefd? We hebben lief en leed met elkaar gedeeld? Ik hou nog steeds van mijn partner, maar het is zo anders. Een heel diepe crisis in het leven van mensen.

Ook in het leven van de profeet Jeremia is er sprake van crisis. Tijdgenoten ranselen hem af en zetten hem gevangen. Omdat hij erop vertrouwt dat God zijn volk wil leiden en behoeden, voelt hij zich geroepen om kritische woorden te laten horen aan het adres van de koning en zijn volksgenoten. De Babyloniers zijn oppermachtig en bedreigen het volk met gevangenschap en deportatie, maar de koning weigert zich over te geven, omdat hij vertrouwt op de hulp van Egypte. Jeremia beseft het gevaar en wil de vernietiging van de tempel en ontelbare slachtoffers onder het volk voorkomen. Als hij daarover spreekt, wordt hij mishandeld en wordt hem de mond gesnoerd. Hij voelt zich in de steek gelaten, niet alleen door zijn volksgenoten, maar zelfs door God.  ‘U hebt me misleid’, zegt Hij. Hij is ten einde raad. Als hij echter zijn boosheid en teleurstelling heeft geuit tegenover God, stelt hij vast: ‘Telkens als ik wil ophouden met dat profeet zijn, laait er een onblusbaar vuur op in mijn hart. Het dwingt me om door te gaan met mijn werk’. Als iemand zou vragen:  ’ Waar is God nu?’, mogen we dan niet zeggen: In dat innerlijke vuur?
Na zijn klinkende geloofsbelijdenis maken we kennis met de menselijke kant van Petrus. Als hij hoort welke weg de Zoon van God moet gaan, slaat zijn enthousiasme om in diepe bezorgdheid. ‘Dat verhoede God, Heer’, zegt hij.   Dan blijkt dat Petrus geen modelgelovige is, maar een gewone leerling net als de anderen. Het geloof dat Jezus Gods Zoon is, kan voor hem niet samengaan met een levensweg die gekenmerkt wordt door lijden en dood. Petrus wordt hier op en top getekend als een mens. Er zijn momenten in je leven dat je a.h.w. boven jezelf uitgroeit, dat je je inzichten onder woorden kunt brengen bv. in een prachtige geloofsbelijdenis. Een andere keer ben je bang om de werkelijkheid onder ogen te zien en loop je ervan weg. M.a.w. niets menselijks is Petrus vreemd. Wie in de innerlijke stem van zijn hart de roepstem van God vermoedt, zal merken dat de wegen die Hij wijst niet altijd de makkelijkste zijn. Op weg gaan met God vraagt dat je van zijn wegwijzers gebruik maakt, dat je zijn geboden serieus neemt. Die zijn ons niet gegeven om ons te treiteren en allerlei beperkingen op te leggen. Ze zijn een logisch gevolg van de liefde van God die uitgaat naar alle mensen. Als je door God wordt aangeraakt en aangesproken, kan het zijn dat die innerlijke stem je niet loslaat. Het vuur dat er brandt in je binnenste kun je niet negeren, al zou je het misschien willen. Gods roepstem is te sterk. Maar hoe hou je het vol, als je merkt dat de weg die God wijst niet mooi geplaveid is, maar een weg vol gaten en kuilen? Petrus zal door schade en schande ontdekken dat geloven je geen garantie biedt dat je gevrijwaard blijft van lijden en tegenslag; dat de menselijke levensweg niet zonder hindernissen is. ‘Als je dat wel per se wil, ben je eerder bezig met je eigen agenda dan met wat God wil’, zegt Jezus. Het is echter zo menselijk als het maar kan zijn, dat we ongemakken, tegenslag en wat moeite kost zoveel mogelijk proberen te vermijden. Wie wil er niet ingrijpen, als je vermoedt dat iemand zijn ondergang tegemoet gaat? Als je kind bv. verkeerde vrienden heeft of als een vriend keuzes maakt die je niet begrijpt. Uit bezorgdheid vragen we toch zeker: ‘Zou je dat nu wel doen?’ Maar een mens moet uiteindelijk haar – of zijn eigen weg gaan. En dan kan het gebeuren dat je jouw zienswijze en wat jij zou willen, moet loslaten. Een van de moeilijkste opgaven in ons leven is wel: de ander een vrije keuze laten en hem/haar niet voor de voeten lopen, geen struikelblok zijn op de weg van een ander. Dat is wat Jezus van Petrus vraagt. In felle bewoordingen geeft Jezus hem te verstaan dat hij niet denkt aan wat God wil, maar uitsluitend aan wat hijzelf wil en aan wat de mensen willen. ‘Je zou me nog van de goede weg afbrengen’, zegt Jezus. ‘Ga terug, achter Mij, satan’. Als Petrus Jezus echt wil volgen, is er geen compromis. Dan zal hij de weg moeten gaan van de liefde die God heeft voor alle mensen, de weg van barmhartigheid, alle mensen recht doen en ijveren voor vrede. Zo’n weg brengt ook onvermijdelijk ongemak, miskenning, onbegrip en lijden met zich mee. Jezus is gekomen om onze menselijke levensweg te gaan, met alle moeite en ellende die daarbij horen. Als de Bijbel zegt dat Jezus ‘moet’ lijden, dan wordt er bedoeld, dat Hij die weg gaat om ons te laten zien dat Gods rechtvaardigheid standhoudt, zelfs als dat lijden uitloopt op de dood en dat zijn liefde uiteindelijk zal overwinnen. Die weg mag Petrus niet blokkeren. Anders is hij een struikelblok in plaats van de rots om de Kerk op te bouwen. Juist als het moeilijk wordt, gaat het erom Jezus te volgen, te vertrouwen op God en Hem niet voor de voeten te lopen met onze ideeen en aanpak. De partner van die dementerende echtgeno(o)t(e)e blijft de ander trouw bijstaan, ondanks alles. Ouders blijven hun kinderen ter zijde staan waar dat nodig is en omgekeerd kinderen hun ouders. Vrienden blijven trouw, ook als dat offers van hen vraagt. Christenen lopen – in navolging van hun Heer – niet voorbij aan mensen in nood. Om te volharden in die levenshouding bidden wij. Ook vragen wij om de moed een ander los te laten, zijn/haar de vrijheid te gunnen die hij/zij nodig heeft en hem/haar niet voor de voeten te lopen. ‘Kom, H. Geest, kom onze zwakheid te hulp en vervul ons hart met uw liefde’. AMEN.