Preken

Zondag 28 oktober 2018 (30 B): Wie opent ons de ogen?

By 1 november 2018 No Comments

Als je een boek openslaat en er een verhaal leest, is het verstandig ook even te kijken naar wat er aan voorafgaat en wat er op volgt. Dan heb je meer kans te begrijpen wat de schrijver met dit verhaal bedoelt.Afbeeldingsresultaat voor bartimeus Dit geldt ook voor het verhaal uit het Evangelie van Marcus, dat we hebben gehoord en dat gaat over de genezing van de blinde bedelaar Bartimeüs. Met deze geschiedenis sluit hij het 10e hoofdstuk van zijn Evangelie af. Onmiddellijk hierna vertelt hij over Jezus’ intocht in Jerusalem als inleiding op het lijdensverhaal. Maar eraan voorafgaand vertelt hij van verschillende ontmoetingen waar er sprake is van hardnekkige blindheid. Het gaat dan niet om lichamelijke blindheid, maar over mensen die het zicht kwijt zijn op de richting die ze moeten gaan. Jezus is bv. verbaasd is over het gebrek aan inzicht bij zijn leerlingen. Ondanks het feit dat ze Jezus nu al geruime tijd van nabij hebben meegemaakt en Hem volgen op zijn weg, begrijpen ze Hem niet echt. Ze waren getuige van wondertekens die Jezus heeft verricht. Hij heeft hen tot drie maal toe verteld van zijn bange vermoeden dat hij zal worden vermoord door de religieuze leiders, maar op de derde dag zal opstaan, maar ze begrijpen Hem niet echt. Kortom: de leerlingen zijn ziende blind en horende doof. En ook bij de menigte die Hem omringt stuit Hij op massief onbegrip. Als ze dan vervolgens in Jericho komen, ontmoeten ze daar iemand die vermoedt wie Jezus echt is en die bereid is Hem te volgen op zijn moeilijke weg: Bartimeüs een blinde bedelaar, een mens die in dubbel opzicht van anderen afhankelijk is. Hij is niet alleen een bedelaar, maar ook nog blind. Maatschappelijk gezien, staat hij aan de kant en is gemarginaliseerd. Zodra hij bij gerucht gehoord heeft dat Jezus in de buurt is, begint hij te schreeuwen: “Jezus, zoon van David, heb medelijden met mij!’ Met deze messiaanse naam is Jezus bij Marcus tot dan toe nog niet genoemd. Zo wordt Hij ook verwelkomd, als Hij straks aan het eind van zijn weg de stad Jerusalem binnentrekt. Het geschreeuw van Bartimeüs irriteert de omstanders blijkbaar, want ze snauwen hem toe dat hij zijn mond moet houden. Maar de man laat zich door niemand het zwijgen opleggen. Jezus heeft blijkbaar zijn noodkreet gehoord, blijft staan en zegt: ‘Roep hem eens hier!’ Plotseling verandert de houding van de omstanders die zeggen:’Rustig maar, sta op; Hij roept u !’ De blinde springt op, gooit zijn mantel weg en gaat naar Jezus toe. En deze vraagt hem met respectvolle bezorgdheid: ‘Wat wil je dat Ik voor je doe?’. Het antwoord van Bartimeüs is overduidelijk: ‘Rabboeni, maak dat ik zien kan’. Wat verlangt een blinde anders dan licht in zijn ogen? Wat een verschil met de vraag van de beide broers, Johannes en Jacobus, die op zoek zijn naar een glanzende carrière? ‘Ga’, zegt Jezus tegen de blinde,’ uw vertrouwen is uw redding’. Bartimeüs gaat echter niet zijn eigen weg, maar trekt met Jezus mee naar Jerusalem. We zien in dit verhaal niet alleen dat een mens geroepen en genezen wordt, maar er gebeurt meer. Kun je ook niet spreken van een bekeringsverhaal? Er gebeurt niet alleen iets ingrijpends met Bartimeüs, maar ook met de omstanders: eerst snauwen ze die gehandicapte mens af dat hij zijn mond moet houden. Als Jezus Bartimeüs echter laat roepen, veranderen ze van tegenstanders in medestanders en spreken ze hem zelfs bemoedigend toe: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u’. Misschien is dit wel het meest verrassende van dit verhaal: hoe mensen blijkbaar op slag kunnen veranderen als ze zien hoe Jezus respectvolle aandacht schenkt aan kwetsbare en weerloze mensen. Zijn aandacht betekent niet alleen een helende kracht voor Bartimeüs, maar ook de omstanders worden op slag genezen van hun onbarmhartige houding. De schreeuw om mededogen van de blinde brengt ook bij hen een ommekeer te weeg.
Met het verhaal van de genezing van Bartimeüs sluit Marcus hoofdstuk 10 van zijn Evangelie af. We kwamen er allerlei ‘blinden’ tegen: Farizeeën die zich blind staren op de Wet, de Thora; leerlingen van Jezus die uit zijn op macht en ereplaatsen en de rijke jongeman die zijn bezittingen niet kan loslaten. Dit 10e hfst. loopt tenslotte uit op de genezing van de blinde bedelaar met zijn sterke vertrouwen in rabboeni Jezus. Hij krijgt het licht. Want door zich aan te sluiten bij Jezus krijgt zijn leven een nieuwe zin, een nieuwe richting. De vraag die er rijst is: Hoe zit dat met ons? Welke rol speelt Jezus in ons leven? Wat heeft dit genezingsverhaal, dit roepingverhaal, dit bekeringsverhaal ons te zeggen? Horen wij in de schreeuw van de blinde ook de noodkreten van talloze mensen in onze dagen? De schreeuw om hulp, om licht in de duisternis waarin velen moeten leven?Afbeeldingsresultaat voor vluchtelingen uit jemen Denk aan mensen in Jemen, Syrië en andere slachtoffers van oorlogsgeweld? We denken aan hongersnood die daar een gevolg van is? Hoeveel mensen lijden onder eenzaamheid, een gebroken huwelijk, een zeer hinderlijke handicap, werkeloosheid of moeilijk opvoedbare kinderen? Enkele voorbeelden waarin met of zonder woorden de roep van Bartimeüs te horen is. Fijngevoelig stelt Jezus de vraag: ‘Wat wil je dat ik voor je doe?’ De meesten van ons beschikken over heel wat talenten en mogelijkheden die we kunnen gebruiken voor ons zelf, maar waarmee we ook anderen van dienst kunnen zijn, vooral degenen die schreeuwen om hulp. En de kern van ons christenzijn is dat Jezus ons roept elkaar van dienst te zijn en anderen laten delen in onze overvloed. En zelfs daar waar onze mogelijkheden om te helpen uitgeput zijn, kunnen we mensen in nood vaak steun bieden door hen nabij te zijn en hen niet aan hun lot over te laten. Bartimeüs sluit zich bij Jezus aan op zijn tocht. Wat kunnen wij voor zoekende medemensen betekenen, als wij durven luisteren naar hun ervaringen en vragen en ook durven vertellen wat Jezus voor ons betekent? Wat zijn de zaken die ons verblinden en belemmeren om te zien wat werkelijk waardevol is en mensen gelukkig maakt? Als wij tot een dieper zien en tot inzicht willen komen, als wij Jezus’ boodschap beter willen verstaan, moeten we dan niet regelmatig even stil staan, pas op de plaats maken en bidden. Ook ons loopt Jezus niet achteloos voorbij, als wij om hulp vragen bij de wederwaardigheden van ons leven. Zou Hij in de stilte ook aan ons niet vragen: ‘Wat kan Ik voor je doen? Wat is je diepste verlangen?’ Wij mogen bidden dat Hij ons de ogen opent voor mensen die hulpeloos aan de kant van onze weg zitten en dat Hij ons geneest van onze blinde vlekken, onze zelfzucht en onze angst om onszelf te geven. AMEN