Preken

zondag 27-8-2017: Wie ben ik voor jullie? Wat verlangen jullie van mij?

By 27 augustus 2017 No Comments

We horen het mensen wel eens zeggen: ‘Wij zijn al vrienden/vriendinnen vanaf de lagere school’. Zo ontmoeten we ook partners die elkaar door en door kennen. Mensen die geen geheimen meer hebben voor elkaar, maar al hun wel en wee met elkaar delen. Velen hebben waarschijnlijk heel wat vrienden en kennissen, maar het komt niet zo vaak voor dat mensen elkaar door en door kennen. Toch voelen we behoefte aan hechte vriendschap, gekend te worden zoals we zijn, aan een/enkele mensen bij wie we helemaal onszelf mogen zijn.

Als je bedenkt dat Jezus werd afgewezen door Farizeeen en Schriftgeleerden en de religieuze leiders van het volk, dan is het niet vreemd dat Hij van zijn leerlingen wel eens wil horen wat anderen van Hem denken en wat Hij voor hen betekent? Als je al een tijd intensief met elkaar optrekt zoals Jezus met zijn apostelen, dan wil je wel eens weten wat zij van Hem denken en verwachten. Als Jezus hen vraagt: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’, is Hij waarschijnlijk niet zozeer geïnteresseerd in al die meningen die over Hem de ronde doen. Hij wil van zijn leerlingen horen: ‘Wat verwachten jullie van Mij? Wat beteken Ik voor jullie? ‘ Je kunt nl. reeds lang met elkaar optrekken als collega’s, buren of goede kennissen, maar dat betekent nog niet dat je elkaar echt kent zoals partners of echte vrienden. Als Simon Petrus tegen Jezus zegt: ‘ U bent de Messias. U straalt de levende God onder ons uit,’ dan zegt Jezus dat dit besef geen eigen verdienste is, dat het geen gevolg is van zijn eigen denken en intelligentie, maar dat hem dat door God is ingegeven. Als Jezus dan uitlegt welke gevolgen dat Messias-zijn zal hebben, probeert Petrus Hem daar van af te houden. ‘Zoiets mag U nooit overkomen’. Jezus noemt die reactie het werk van de satan. Desondanks spreekt Hij zijn vertrouwen uit in Petrus. Hij zegt dat hij een sleutelfiguur zal zijn bij het vormen van de gemeenschap die Hem voor ogen staat en die zijn goede Boodschap verder zal dragen en doorgeven. Petrus, een enthousiasteling, maar ook een zwakke mens die zijn Meester verloochent als hij in het nauw komt. Toch durft Jezus op deze ‘Rots’ zijn Kerk te bouwen. Maar net als Petrus weten ook de andere leerlingen niet wie Jezus echt is. Hun ideeen over de Messias zijn sterk politiek gekleurd. Ze hopen dat de Messias hun land zal bevrijden van de Romeinse bezetter, maar dat is allerminst zijn bedoeling. Hij wil een rijk zoals God dat graag ziet. Een rijk waar ieder tot zijn recht komt, omdat mensen samen delen en bereid zijn elkaar van dienst te zijn in plaats van de baas te spelen Hoe dat precies moet en wat dat concreet van ons vraagt, is een kwestie van zoeken, overleg en proberen, fouten erkennen, bidden om de gaven van de H. Geest en waar nodig opnieuw beginnen.                                                                                                                                 Dat Petrus een sterk vermoeden heeft wie Jezus is, is hem door God ingegeven, zegt Jezus. Je kunt je afvragen: Hoe is dat dan bij ons? Zijn dergelijke ingevingen dan voorbehouden aan slechts enkele mensen of worden die ook gegeven aan ieder van ons? Het feit dat Jezus zijn vraag stelt aan al zijn leerlingen wijst erop dat Hij ook denkt aan ons. ‘Wie zeggen jullie dat Ik ben? Wat beteken Ik voor jullie? Wat verwachten jullie van Mij?’ Echte partners en goede vrienden communiceren regelmatig met elkaar over dingen die in hun leven belangrijk zijn. Worden wij niet al te vaak afgeleid? Ik bedoel: allerlei dagelijkse zorgen en beslommeringen weerhouden ons ervan voortdurend afgestemd te zijn op God en Hem te betrekken bij wat ons bezig houdt. Wat zouden we antwoorden, als Jezus die vraag rechtstreeks aan ons stelt: ‘Wat beteken Ik voor jou? Wat verwacht je van Mij?’ Misschien voelen we wel het verlangen om verbonden en ‘on line’ te zijn met God, maar tegelijk ervaren we ook ons onvermogen. Gelukkig heeft God ons Jezus gezonden om ons voor te leven hoe wij tot Hem kunnen komen. Als Jezus ons de vraag stelt: ’Wie zeg jij dat Ik ben?’, dan kunnen we niet voorbij gaan aan het feit dat Hij niet alleen voortdurend bezig was met de noden van zijn medemensen, maar ook met het zoeken naar Gods bedoelingen. In de Evangelies wijst Hij ons wegen die getuigen van liefde voor zijn Vader en voor zijn naasten. Door in zijn spoor God te betrekken bij ons wel en wee en compassie te tonen met onze evenmensen, leren we gaandeweg Jezus steeds beter kennen en door Hem de hemelse Vader. De H. Geest die Jezus beloofd heeft, komt ons te hulp in onze zwakheid en ons ongeduld als wij erom bidden. AMEN