Preken

zondag 27-5-2018: Heilige Drie-eenheid.

By 28 mei 2018 No Comments

Lezingen: Deuteronomium 4, 32-34.39-40; Romeinen 8, 14-17; Mattheüs 28, 16-20

Ons leven, beste mensen, wordt in beslag genomen door de dingen van alledag: onze zorg voor gezondheid en welbevinden, onze zorg voor degenen met wie we ons verbonden weten; gevoelsmatig maar ook moreel, omdat we hen trouw beloofd hebben of omdat ze ons zijn toevertrouwd zoals ouders, kinderen, vrienden. Om ons leven in stand te houden moeten we werken, maar hebben we ook tijd nodig voor herstel in onze zogenoemde vrije tijd en vakantie. We kunnen vreugde aan ’t leven, maar ook verdriet als we geconfronteerd worden met ziekte en eindigheid van het leven van onszelf en van onze dierbaren. Ook dat kan ons, soms dagelijks, emotioneel bezig houden en veel van onze tijd in beslag nemen. We leven echter niet alleen. We kunnen ondersteuning, hulp en meeleven ervaren van anderen in vreugde en verdriet. Materieel zijn voor velen weinig problemen in onze welvaartsmaatschappij aan deze kant van de wereld. Maar daarbij heerst over het algemeen ook het gevoel, dat wij zélf een weg door het leven moeten zien te vinden. Niemand kan die weg voor ons bepalen. Wij zélf moeten de weg kiezen ons leven zélf ‘maken’.
In toenemende mate zijn er mensen die daarbij de gevolgtrekking maken, dat God niet bestaat en dat er buiten ons aardse bestaan niets is. In onze regionale krant vind je regelmatig de vraag, bijvoorbeeld aan bekende sportfiguren, of ze in God geloven. Dan krijg je uitspraken als: ‘mijn vader is op jonge leeftijd overleden; als er een God zou zijn, zou hij dat niet hebben laten gebeuren’. Een andere bekende figuur uit de sportwereld: nee, ik geloof niet in God al kort na mijn eerste communie niet meer, wat een poespas’. Een tamelijk emotionele en misschien daarom ook harde uitspraak, onnodig grievend, omdat ze geen rekening houdt met de gevoelens van hen die wél in God geloven en die God a.h.w. ervaren in het wonder van het eigen leven en dat van hun kind. Voor velen lijkt God niet (meer) nodig. Wat we te doen en te laten hebben is onze eígen prestatie. Er zijn geen zwart op wit ‘bewijzen’ voor het bestaan van God, wordt gezegd.
Moeten we als gelovigen daar tegenin gaan? Kunnen we ons als gelovigen tegen het afwijzen van God verdedigen? Moeten we ons wel ‘verdedigen’? Moeten we daarvoor argumenten zoeken? Wat concreet te doen? Laten we als in God gelovigen proberen een open houding aan te nemen, die past bij de vrijheid van de kinderen Gods. Het lijkt goed, om te erkennen dat er veel aan goeds, aan liefdevols gebeurt onder mensen ook al zijn ze geen christenen en ontkennen ze het bestaan van God. Als we als christenen werkelijk in God geloven dan mogen we ook geloven dat God ook het goede tot stand brengt in hen die níet in Hem geloven. In onze opvatting is God de bron van alle goeds. Vervolgens kunnen we nadenken over een zin uit de brief van Paulus aan de Romeinen: ‘allen die zich laten leiden door de Geest van God zijn kinderen van God. Gerelateerde afbeeldingMaar er is meer. We kunnen ons afvragen wat het geloof in God, Vader Zoon en Geest ons brengt? In een andere brief, die aan de Galaten (5.22-23) schrijft Paulus over de vruchten van de Geest: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing’. Wij, christenen, die in God Vader, Jezus Christus zijn Zoon en in de H. Geest geloven, zouden die eigenschappen kunnen uitstralen in de huidige, vaak harde en in zichzelf opgesloten wereld, zoals paus Franciscus doet. Laten zíen dat je gelooft. Dat doet ons uit onszelf treden. We erkennen dat we ons leven van God ontvangen hebben. Geloof, hoop en liefde zijn ons gegeven en daarmee ook de vrijheid van de kinderen van God om ernaar te leven. Wij delen het menselijk lot met alle mensen, maar we geloven, dat we na hier gedaan te hebben wat we moeten doen, met elkaar in liefde om te gaan, ook deel mogen hebben aan Jezus’ verheerlijking. Gelovend in Vader, Zoon en Geest en van daaruit levend, hebben we, als christenen, een positief getuigenis in onze wereld. AR